Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inleiding tot de Politicologie

Dovnload 302.28 Kb.

Inleiding tot de Politicologie



Pagina1/4
Datum04.07.2017
Grootte302.28 Kb.

Dovnload 302.28 Kb.
  1   2   3   4

Inleiding tot de Politicologie


2008-2009
Samenvatting
Hoofdstuk 1: Politiek en politieke wetenschap

    1. Politiek

Politiek heeft betrekking op het sturen van een samenleving. Het woord politiek kom van het Griekse politika, wat evenveel betekent als ‘de zaken die met de polis te maken hebben’. Hierbij verwijst polis naar de samenleving van de oude Grieken. Aristoteles noemde de mens een zoon politikon, wat vandaag evenveel betekent als ‘een sociaal wezen dat van naturen met anderen samenleeft’.
Om tot een wetenschappelijke studie van de politieke wetenschap te komen hebben we een definitie nodig, deze stelt ons in staat om variaties waar te nemen. Daarom verkiezen we een brede definitie: Politiek is alles wat te maken heeft met het besturen van een samenleving.


    1. Variaties in Politiek

      1. politiek en territorium

De voorafgaande definitie klinkt ons te breed in de oren, omdat we politiek associëren met een territorium. Dit is een heel andere manier om samenlevingen af te bakenen dan bij verenigingen of organisaties.

  • organisaties: lid om aantal activiteiten samen te doen, vaak zelf kiezen of je lid wordt, als je niet van de huisregels houdt kun je overwegen weg te gaan, of je kan weggestuurd worden

  • territorium: is aan een grondgebied verbonden en is veel omvattender, je kan de regels niet zomaar ontwijken, wil je verhuizen dan kom je terecht op een ander territorium

Niet altijd zo geweest. De territorialisering van de’ politiek is een cruciale historische evolutie geweest. De wereld is vandaag ondergedeeld in staten, die elks een grondgebied hebben dat ze intern besturen en tegen externe vijanden beschermen.
We houden de brede definitie van politiek in het achterhoofd en focussen ons op de territoriale politiek, op de wijze waarop die in nationale staten vorm en inhoud krijgt.
Omdat lidmaatschap van een samenleving veel verder gaat dan louter een functioneel lidmaatschap van een samenleving, kan politiek in principe heel ver gaan. Dit is de tweede manier waarop politiek kan variëren: het variëren naar inhoud en naar reikwijdte.


      1. de verschuivende culturele grenzen van politiek

Verschiklende opvattingen over mate waarin regels mogen ingrijpen

Historische verschillen:



  • 19de eeuw: politiek als beperkte aangelegenheid: Nachtwakersstaat: ordehandhaving, defensie, belastingen

  • Loop der jaren: nieuwe aspecten van de samenleving werden door de staat geregeld. 1 van de meest fundamentele veranderingen kwam door de arbeidsbeweging; deze ijverde voor beschermende maatregelen die het vrij economisch verkeer moesten inperken

  • Vandaag: grijpen de meeste nationale staten in in het economische verkeer en in de arbeidsverhoudingen, maar dit is lang niet de enige uitbreiding van de reikwijdte van de politiek

Deze historische evolutie gaat gepaard met een evolutie in onze politieke cultuur. Elke samenleving heeft een aantal (ongeschreven) regels over wat politiek kan worden en wat niet. En die regels veranderen op grond van de behoeften die in de samenleving zelf ontstaan. In de Westerse wereld wordt veel belang gehecht aan het onderscheid tussen privé en publiek.




      1. de vormen en structuren van politiek

Politiek varieert in de eerste plaats door de soort samenleving. Politiek kan ook een zeer verschillende inhoud hebben, een derde variatie zegt dat politiek zeer verschillende vormen kan aannemen.

Classificaties van politieke vormen kunnen in eerste instantie gebouwd worden op de vraag wat de grote principes zijn die ten grondslag liggen aan het functioneren van een bestel.  regime


We dienen een onderscheid te maken tussen democratische en autoritaire regimes. De democratische regimes zijn die waar de macht tijdelijk is en verspreid over verschillende groepen. De toestemming om regels te maken en op te leggen wordt verleend door het verkiezen van vertegenwoordigers door de bevolking op wie de regels van toepassing zullen zijn. Een reeks fundamentele rechten wordt formeel erkend en beschermd.
Aan de hand van de vraag of het hele territorium, dan wel of deelgebieden ook hun eigen bestuur hebben, kan een classificatie gemaakt worden tussen unitaire staten enerzijds (gecentraliseerd bestuur) en federale staten anderzijds.
Concreter dan de grote classificatie in regimes is de beschrijving van de variatie in politieke instellingen en procedures. (Verkiezingen, partijen, parlement, grondwet, staatshoofd…)


    1. Politieke wetenschap

Politieke wetenschappers zijn niet de enigen die over politiek praten, maar de politieke wetenschap doet dat wel volgens haar eigen regels. Deze regels van het vak moet een politicoloog respecteren, want ze zijn de consequentie en de doelstelling van de politieke wetenschap: politieke gebeurtenissen en instellingen proberen te begrijpen en te verklaren.

  • 1e regel: intellectuele distantie: beseffen dat je lid bent van de samenleving die je bestudeert, en daarom niet volledig objectief kan oordelen (=essentie van sociale wetenschappen)

  • 2de regel: wetenschappelijke methode: breed en complex, het aanleren van methoden en technieken.

  • 3de regel: systematische data: de politieke wetenschap bestudeert verschijnselen als regionalistische bewegingen en ook het gebruik van geweld door belangenorganisaties. Door systematische date te gebruiken kan een politicoloog een verschijnsel in een ruimere context zien en bekijken als een geval van een algemeen verschijnsel. Door vergelijking tot inzichten komen is niet nieuw: Aristoteles en Plato probeerden door vergelijking ook door inzichten over hun eigen samenleving te komen.

  • 4de regel: bewuste en doordachte keuze maken uit het ruime arsenaal aan methoden en technieken om data te analyseren. Kwantitatieve benadering, deze date heeft een vorm van cijfers die met behulp van statistische technieken geanalyseerd kunnen worden. Kwalitatieve benadering door op zoek te gaan naar structuur van de interventies, de manier van praten…

  • 5de regel: openheid. Altijd zeggen wat je doet en waarom je het doet. Iemand moet je werk kunnen nadoen en tot de zelfde conclusies kunnen komen.




    1. De instrumenten van politieke wetenschap

De politieke wetenschapper gebruikt een aantal politieke instrumenten die typisch zijn aan het wetenschappelijk denken. Het zijn hulpmiddelen die het mogelijk maken om de politieke gebeurtenissen te ontleden en te classificeren, die het mogelijk maken om logisch te redeneren.


      1. Concepten

Concepten = een begrip, een algemene categorie, een verschijnsel dat benoemd wordt met de bedoeling het precies te kunnen afbakenen. Een concept dient om het denken te organiseren, men onderscheidt hoofd- van bijzaken.
De Amerikaanse politicoloog Robert Dahl deed zeer veel onderzoek naar acht en democratie. Voor democratie ontwikkelde hij het concept polyarchie. Een polyarchie is een soort politiek systeem, een regime. Een polyarchie voldoet volgens hem aan volgende voorwaarden:

  • de controle over de regering en over het beleid is in handen van mandatarissen

  • de verkiezingen verlopen vrij en eerlijk

  • de meeste volwassenen hebben het recht om hun stem uit te brengen

  • de meeste volwassenen hebben het recht om zich kandidaat te stellen

  • de burgers genieten van een gegarandeerde vrijheid van meningsuiting, met inbegrip van de vrijheid om het bestuur te bekritiseren

  • de burgers hebben vrij toegang tot informatie die niet door het bestuur gecontroleerd wordt

  • de burgers zijn vrij om zich te verenigen in belangenorganisaties en in politieke partijen

Polyarchie lijkt dus enorm hard op democratie, maar dat begrip is nogal vaag. Het concept polyarchie formuleert heel precies aan welke voorwaarden een politiek systeem moet voldoen om als zodanig geclassificeerd te worden. Het concept is een ideaaltype.
Van belang is dat de definitie van polyarchie het ons mogelijk maakt die vragen te stellen, variaties in kaart te brengen en historische evoluties te duiden.


      1. Modellen

Model = een voorstelling van de realiteit, maar niet zozeer een reproductie ervan. Details worden vaak gereduceerd, totdat strikt het noodzakelijke duidelijk wordt, door de reductie van dingen worden dingen duidelijker.
Een model wil niet alleen dingen benoemen en bespreekbaar maken, maar geeft ook relaties aan. Een verhelderend middel is dat van de politieke kringloop (David Easton). Dit model stelt politieke systemen voor als een kringloop waarbij ‘inputs’ worden omgezet in ‘outputs’:
De twee inputs van het politieke systeem zijn eisen en steun.
Eisen = vragen vanuit individuen of groepen om een politieke oplossing van een probleem. Eisen zijn dus verwachtingen die bij een bevolking leven.

  • Eisen kunnen te talrijk zijn (volume overload)

  • Eisen kunnen te gevarieerd zijn (content overload)

In een politiek systeem functioneren dan ook verschillende mechanismen die de uiting van politieke eisen enigszins reguleren. Dit zijn gatekeepers, of sluiswachters.
Steun = uitingen van vertrouwen in het systeem. Deze kunnen verschillende vormen aannemen. Meestal is steun passief, en uit die zich gewoon door gehoorzaamheid, door het naleven van politieke beslissingen. Als een politiek systeem die steun niet meer heeft omdat het niet langer als legitiem wordt ervaren door de bevolking, zal het in de praktijk veel moeilijker worden om wetten te laten naleven of om fraude en corruptie te bestrijden.
Door steun als input van een politiek systeem te beschouwen, suggereert men dat niet iedereen altijd het politieke systeem steunt. Het systeem heeft een minimum aan steun nodig, maar ook verzet is mogelijk en normaal. Als steun geheel afwezig is, dan leidt dit op den duur tot de ondergang van het politieke systeem.
Eisen en steun worden omgezet tot politieke beslissingen, deze zijn de outputs van het politieke systeem. Outputs hebben meteen weer gevolgen voor de eisen en de steun, dat wordt in beeld gebracht door de terugkoppeling of de feedback. Werd een eis volledig ingewilligd, dan kunnen er eventueel nieuwe eisen geformuleerd worden.


      1. theorieën

Een theorie is concreter dan een concept of een model, het geeft aan hoe politieke verschijnselen met elkaar in verband staan.
Theorieën zijn het resultaat van waarnemingen en onderzoek, en sturen op hun beurt het onderzoek. Een theorie houdt altijd op een of andere manier een hypothese in, een voorspelling die nagegaan kan worden.


  • Paradigma van PW (wetenschap algemeen)  uit slides!

    • Regelmaat ontdekken in fenomenen

    • Complexe fenomenen vereenvoudigen

    • Sociale werkelijkheid = complex (reflexief) (vb. verkiezingspeiling)

    • Structuren: posities en rollen determineren gedrag (niet alleen persoonlijkheden)


Hoofdstuk 2: Staat en macht

2.1 Bindende regels

Bindende regels = regels die we moeten opvolgen, of we het ermee eens zijn of niet (burgerlijke ongehoorzaamheid = uitzondering). Politieke regelgeving kan alleen functioneren als ze ook opgelegd kan worden aan de leden van de samenleving. Vaak volgen we deze regels op zonder het zelf te beseffen, het respecteren aan de regels gaat bijna automatisch.
Het bindend karakter van de overheidsregulering is dermate belangrijk dat de staat als enige op legitieme wijze geweld mag gebruiken om die regels af te dwingen. In de moderne samenleving heeft de staat een monopolie op legitiem geweld. In sommige landen is er weliswaar sprake van een ‘privatisering van de ordehandhaving’.
Een monopolie op legitiem geweld betekent niet dat de overheid zomaar altijd geweld kan gebruiken: ook de overheid moet zich aan de regels houden. De algemene stelregel is dat het geweld proportioneel moet zijn met het door de burger gebruikte geweld, en dat het geweld beperkt moet blijven tot datgene wat strikt nodig is om het legitiem beoogde doel te bereiken.
2.2 de grondwet

Grondwet = de basisregels die het functioneren van een politiek systeem vastlegt. De grondwet legt met andere woorden vast hoe de regels zullen worden uitgevaardigd en door wie dat zal gebeuren. Bevat ook de basisrechten en -vrijheden van de mens.



  • Werkelijkheid wijkt soms af van de Grondwet: Wilfried Dewachter (vb. partijen, verhouding parlement-regering, rol van de Koning…)

  • Bijzondere regels om de Grondwet te veranderen: extra voorwaarden

    1. Op voorhand aankondigen welke artikels men wil wijzigen (‘constituante’)

    2. 2/3de meerderheid nodig

    3. Dus: heel moeilijk wijzigbaar (staatshervorming bij ons) [ lange onderhandelingen

    4. 2008: polariseren heeft eigenlijk weinig zin, beide taalgroepen moeten akkoord gaan

    5. (in België niet alleen Grondwet wijzigen extra moeilijk – ook vele andere wetten)

Sinds de 18de eeuw zijn grondwetten bijna steeds geschreven teksten. De grondwet van de Verenigde Staten, de Franse Verklaring van de Rechten van de Burger zijn hierbij belangrijke modellen geweest. Ook de Belgische Grondwet (1831) is van belang geweest.


De afgelopen decennia hebben veel landen hun grondwet gemoderniseerd, door er moderne socio-economische rechten (bv recht op onderwijs, kinderrechten) aan toe te voegen.
Er is duidelijk een onderscheid tussen de klassieke grondrechten en de moderne socio-economische rechten.

  • De klassieke rechten zijn onschendbaar en afdwingbaar: de staat mag op geen enkel moment de religieuze vrijheid van wie dan ook aantasten, tenzij op wettelijk geregelde manier.

  • De socio-economische rechten daarentegen zijn niet individueel afdwingbaar.

Niet alle landen hebben een geschreven grondwet: in Groot-Brittannië bijvoorbeeld is er geen sprake van een duidelijke grondtekst maar eerder van een historisch gegroeid geheel van teksten, rechten en verplichtingen. In haar vroegste vorm gaat die verzameling terug tot de Magna Carta (1215). In dit document schonk koning John een aantal fundamentele rechten en vrijheden aan de bevolking.

Bv: rule of law: (en dus niet van de heerser) bepaalt ook nu nog voor een groot deel de rechtspositie van de Britse burgers.

Men kan stellen dat het ontbreken van een duidelijke, geschreven grondwet de positie van de burgers ten opzichte van de overheid verzwakt (bv: Britten kunnen beslissingen van het parlement niet aanvechten)


Een grondwet heeft ook een groot symbolisch belang: bv poging om tot een Europese Grondwet te komen (2004). Deze werd in 2004 goedgekeurd door de Europese Raad, maar werd zowel in Frankrijk als in Nederland tijdens een referendum verworpen. Want een ‘grondwet’ suggereert immers dat Europa een apart en soevereinpolitiek systeem zou vormen. Na die afwijzing werden veel van de bepalingen uit de oorspronkelijke tekst weer opgenomen in een verdrag tussen de 27 lidstaten, hiertegen waren veel minder bezwaar. Verdrag van Lissabon werd getekend in 2007.
2.3 Macht

Om regels op te leggen en af te dwingen oefenen politieke systemen macht uit over hun leden, de enige manier om aan macht te ontsnappen is om uit het territorium weg te trekken. Maar dan komt men in een ander politiek systeem terecht waar andere regels geleden. Er valt dus niet te ontkomen aan politiek.


In een democratisch politiek systeem ontvangen bewindvoerders hun macht vanuit de bevolking, als de regeerders die macht eenmaal hebben ontvangen zijn de burgers verplicht die machtsuitoefening te ondergaan. We zien hier een soort van contractsdenken: de burgers worden vrij en soeverein geboren, maar vervolgens hebben ze vrijwillig een deel van hun macht en hun autonomie afgestaan aan de overheid en het politiek systeem.
Macht

Om tot een definitie van macht te komen dienen we terug te gaan op het werk van Max Weber. Weber maakte een onderscheid tussen macht en gezag.



  • Macht: de mogelijkheid die een actor heeft om in het kader van een sociale relatie zijn wil op te leggen aan anderen, ook tegen eventuele weerstand in.

  • Gezag: verwijst naar machtsuitoefening die aanvaard wordt, die als legitiem wordt gezien, en in de praktijk ook gevolgd wordt.

Weber onderscheidt 3 vormen van macht:

    1. traditioneel gezag: berust op respect voor de traditie en de gewoonte

    2. charismatisch gezag: berust op de persoonlijkheid van de machthebber, aan wie bijzonder eigenschappen worden toegeschreven

    3. rationeel-legalistisch gezag: niet gebonden aan de persoon van de machtshebber, maar berust op het respect van regels

=> chronologisch verloop, maar betekent niet dat 1 of 2 volledig verdwenen zijn in de moderne politiek
In de moderne politiek werd de stelling verdedigd dat macht veel breder gedefinieerd moest worden.

Amartya Sen: stelt dat mensen geneigd zijn hun vrijheid op de meest optimale wijze te beleven door al hun capaciteiten te benutten. Als mensen echt ‘vrij’ zijn zullen ze lezen, cultuur beoefenen, zich bijscholen etc. Volgens zijn theorie moeten we in alle gevallen waar mensen niet op dergelijke wijze al hun menselijke capaciteiten ontplooien, spreken van machtsuitoefening, en zelfs van onderdrukking.


De visie van Amartya Sen heeft verstrekkende gevolgen voor de manier waarop we over macht denken. In de werkelijkheid moeten we 3 vormen van macht onderscheiden:

  1. beslissen en bevelen: meest zichtbare vorm van macht

  2. agenda-setting: invloed hebben op de thema’s waarover al dan niet gepraat wordt (kan ook een negatieve vorm van macht zijn) (verschil tussen belang en ‘richting’ van thema)

  3. macht als ideologische hegemonie: deze vorm is niet zichtbaar, maar des te ingrijpender. Men bepaalt ten dele wat ‘gedacht’ wordt, wat mensen als legitiem aanvaarden of juist niet. Culturele hegemonie komt erop ener dat de bestaande orde niet ter discussie wordt gesteld.

Als we macht in al deze dimensies bezien wordt al snel duidelijk dat macht niet enkel door de politieke instellingen wordt uitgeoefend. Het is veel makkelijker om de naakte vorm van macht te bestuderen dan de meer diffuse vormen van machtsuitoefening.
Het verschil tussen zichtbare en onzichtbare macht is problematisch, omdat we ervan kunnen uitgaan dat macht wegglijdt van de politieke instellingen. (bv: multinationals). Sommige auteurs pleiten er dan ook voor beslissingen van oa multinationals, bedrijven etc als politieke te beschouwen.
Macht aantonen en bewijzen is moeilijk:

  • Heel veel machtuitoefening is onzichtbaar

  • Macht zit in een machtsstrijd tussen actoren

  • Anticipatie (=vooruitlopen op iets) op machtsuitoefening

  • Causaliteit van macht vaststellen is bijzonder lastig (vb. politieke agenda-setting)

  • Macht van één actor isoleren is problematisch (vb. partijen in een coalitieregering)

  • Macht is vaak alleen negatief (veto player)

In de praktijk zien we dat beslissingen altijd tot stand komen als gevolg van een machtsstrijd tussen een groot aantal actoren.


2.4 De Macht van de Overheid

In de moderne welvaartstaat is de overheid goed voor ongeveer de helft van het bruto binnenlands product. Vaak zien we de overheid als een negatieve en vrijheidsbeperkende instelling. De vraag luidt in hoeverre een dergelijke mate van overheidsinterventie wenselijk is. Conservatieve politici en auteurs zijn geneigd te zeggen dat de rol van de overheid beperkt moet blijven om zo de menselijke vrijheid en het vrij initiatief ten volle een kans te geven. Linkse politici zullen een grotere mate van overheidsinmengingen aanmoedigen, om zo te zorgen dat grotere groepen van de bevolking toegang krijgen tot voldoende ontplooiingskansen en materiële goederen.


Men kan een aantal stappen onderscheiden in het proces van natiestaatsvorming:

  1. concentratie van machtsmiddelen (geld, middelen, organisatie, expertise)

  2. verwerven van legitimiteit: de overheid dient aanvaard te worden als een geldige gezagsdrager

  3. legitiem staatsgezag in principe gedepersonaliseerd: regels en instellingen geven macht, niet personen

  4. homogenisering: politieke systemen streven ernaar de regels op eenzelfde manier toe te passen op het gehele grondgebied

=> eindresultaat van deze 4 processen: de moderne natiestaat die een grote mate van legitimiteit geniet en enorm veel machtsmiddelen heeft om zijn regels te laten naleven. In de natiestaat vallen natie (bevolking), taal, cultuur in principe samen, hoewel er uiteraard in de moderne natiestaten sprake is van een grote diversiteit.
2.5 De oorsprong van de Politiek

Is er ooit een samenleving geweest zonder politiek?

Ook in de meest primitieve samenlevingen bestaat er een vorm van politiek systeem, maar eerder gebaseerd op traditioneel gezag. Over het algemeen is er weinig roldifferentiatie, het politieke gezag zal er meestal samenvallen met het militaire gezag en met religieus aanzien, en zal vaak neerkomen op het recht van de sterkste.
Grondvraag van de politieke filosofie; waar haalt de staat het recht vandaag om in te grijpen in mijn leven.
Plato

Plato (427-347 v.Chr.) beschrijft in zijn werd ‘De Staat’ hoe een ideaal politiek systeem eruit zou moeten zien. Plato gelooft in een verregaande vorm van arbeidsspecialisatie. De staat is een organisch geheel: ondanks het feit dat iedereen een verschillende taak heeft, is het belangrijk dat alle burgers zichzelf zien als een onderdeel van een groter geheel, en ook gedragen naar de regels en normen van dat geheel, waarin iedereen zijn plaats heeft.

De leiding van de staat berust bij een speciaal opgeleide klasse van koningen-wijsgeren, vanwege hun bijzondere kennis is het belangrijk dat deze ook controle uitoefenen op toneel, literatuur en op voeding. Plato verdedigt daarom een strak georganiseerde staat: de koningen-wijsgeren worden gekenmerkt wijsheid, de soldaten door moed en de burgers verrichten het manuele arbeid en bemoeien zich niet met het bestuur van de staat.

Plato legt evenzeer verplichtingen op aan de elite: het is hun taak om onophoudelijk te zoeken naar het beste bestuur van de samenleving.

Deze filosofie heeft een grote rol gespeeld in het westerse conservatieve denken.
Aristoteles

Ook bij Aristoteles (384-322 v.Chr.) verschijnt politiek als een organisch gegroeid geheel van regels en omgangsvormen. Hij gaat er vanuit dat een volwaardig menselijk leven slechts mogelijk is binnen een politieke gemeenschap. De mens wordt hier voorgesteld als ‘van nature’ een politieke wezen. Hij gebruikt de term ‘politiek dier’, wat ons onderscheidt van andere dieren, is ons vermogen te communiceren en te overleggen met anderen. We zijn bijna automatisch geneigd het gezelschap van anderen op te zoeken. Dit uit zich in de eerste plaats in de zoektocht naar een partner, waarmee we een gezin stichten. Net zoals we van nature geneigd zijn een partner te zoeken, zullen we volgens hem ook automatisch geneigd zijn om met andere leden van de samenleving een politieke eenheid te vormen. Dit is de organische visie op de politiek: ook zonder enige ingreep van buitenaf zouden zich spontaan een politieke samenleving ontwikkelen.


Centraal in de filosofie van Aristoteles is de ‘eudaimonia’. Dit begrip slaat op een volwaardig menselijk leven, waarin alle menselijke capaciteiten op een evenwichtige manier tot uiting komen en beleefd worden. Iemand die zich alleen met privé-zaken bemoeit, kan geen volwaardig leven leiden: we hebben immers de gave om met anderen te beraadslagen en ons morele oordeelsvermogen verder te oefenen en aan te scherpen.

De deugdenethiek dat politiek hier geen beperkende rol speelt, integendeel: politiek stelt ons in staat een echt menselijk leven te leiden en te ontsnappen aan de beperkingen van louter ons privé-leven. Door met andere mensen te communiceren worden we betere mensen.

De polis is bij Aristoteles is daarom niet zozeer een stadsstaat, maar ook een morele leefgemeenschap en een politieke gemeenschap. Politiek is een essentieel onderdeel van ons mens-zijn. Zonder politiek leiden we alleen maar een onvolledig bestaan, dat alleen gericht is op privé-aangelegenheden of materiële goederen.
Aristoteles maakte als eerste een typologie van mogelijke staatsvormen, hij maakte de indeling op basis van twee criteria:


  1. wie oefent de macht uit?

  2. ten gunste van wie wordt de macht uitgeoefend?




Door wie

Één persoon

Klein aantal

Groot aantal

Ten gunste van elite

Tirannie

Oligarchie

Democratie

Ten gunste van allen

Monarchie

Aristocratie

Polis

Het algemeen belang wordt volgens Aristoteles het best gediend door de polis, waarin ene groot aantal burgers mee de macht uitoefent, maar waarin ze dat doen op basis van dialoog en gelijkheid. Op die manier krijgt manipulatie van de publieke opinie minder kansen.


Augustinus van Hippo

Bij Augustinus van Hippo (354-430) overheerst een somberdere visie op mens en samenleving. Hij gaat ervan uit dat de mens onvermijdelijk besmet is met erfzonde, en dus geneigd is het kwade op te zoeken. De ‘aardse stad’ kan dus nooit perfect zijn, dit in tegenstelling tot de ‘hemelse stad’ die door God werd gebouwd. In de aardse stad dient het bestuur ervoor te zorgen dat de inwoners zich niet overgeven aan idolatrie en zondig gedrag, en daarom is Augustinus voorstander van relatief strakke regels.
  1   2   3   4

  • Variaties in Politiek politiek en territorium
  • Kwantitatieve benadering
  • De instrumenten van politieke wetenschap
  • Concepten Concepten
  • Hoofdstuk 2: Staat en macht 2.1 Bindende regels Bindende regels
  • 2.2 de grondwet Grondwet
  • Macht
  • 2.4 De Macht van de Overheid
  • 2.5 De oorsprong van de Politiek

  • Dovnload 302.28 Kb.