Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Inlichtingenblad voor volleybalclubs De invloed van voorvoetlopen op spronghoogte en blessures in het onderste lidmaat

Dovnload 19.77 Kb.

Inlichtingenblad voor volleybalclubs De invloed van voorvoetlopen op spronghoogte en blessures in het onderste lidmaat



Datum27.07.2017
Grootte19.77 Kb.

Dovnload 19.77 Kb.

Inlichtingenblad voor volleybalclubs

De invloed van voorvoetlopen op spronghoogte en blessures in het onderste lidmaat

Doel van de studie

Blessurepreventie en prestatieverbetering zijn 2 belangrijke doelen die de dienst S.P.O.R.T.S. van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen nastreeft. Er wordt onderzoek gedaan naar nieuwe protocols om het dalen van blessures en het verbeteren van de sportprestatie te faciliteren.

Zowel overbelastingsblessures, als acute letsels aan de schouder, knie en enkel zijn frequent voorkomend in spronggerelateerde sporten, waaronder volleybal sterk vertegenwoordigd is (Aagaard & Jorgensen, 1996; Bahr & Bahr, 1997; Briner & Kacmar, 1997; Verhagen et al, 2004).

Er wordt vermoed dat voorvoetlanden blessurepreventief kan werken in het optrainen van atleten en deze looptechniek wordt door coaches en atleten dan ook vaak toegepast (Daoud et al, 2011; Robbins & Hanna, 1987; Lieberman et al, 2010; Bredeweg et al, 2010 en 2012; Kulnala et al 2013; Almonroeder et al, 2013; Fross et al, 2013; Boyer et al, 2012). Voorvoetlopen is niet enkel een techniek waarbij op de voorvoet geland wordt, het is ook een methode die de focus verlegt naar een verbeterde balans-controle. Daarom kan voorvoetlopen niet alleen een positief effect hebben op loopsnelheid, maar ook via proprioceptieve training en een verbetering van de voet- en enkelstabiliteit teweeg brengen. Verder kan via deze vorm van lopen een verhoogde neuromusculaire activatie van de beenspieren verwacht worden, zodat naast blessurepreventie ook een prestatieverbetering verwacht kan worden bij spronggerelateerde sporten. Er wordt hierdoor een verbetering in snelheid van beweging, en een positief effect op de spronghoogte verwacht. Deze factoren kunnen in sprong-gerelateerde sporten zoals volleybal het verschil maken tussen winst en verlies. Tot op dit moment, voor zover onze kennis reikt, is de invloed van voorvoet-looptrainingen op spronggerelateerde sporten zoals volleybal ter verbetering van sprong-hoogte en sprongkracht met een bijkomend blessurepreventief effect nog niet onderzocht.

Om blessures te reduceren wordt in sprong-gerelateerde sporten stabilisatie- en coördinatietrainingen toegepast. Dit vaak in gesloten-keten situaties en vaak niet-sportspecifiek. Om de spronghoogte te verbeteren, maken volleybalspelers vaak gebruik van volgende oefeningen: squats, op en af springen van verschillende hoogtes met en zonder toevoeging van extra gewicht. Naast dit type van krachttraining wordt ook cardio-vasulaire training voorzien door te lopen. Voorvoetlopen kan een alternatief bieden voor de verschillende, vooraf opgesomde trainingsvormen, een drie-in-één trainingsprotocol: hierbij wordt stabiliteit en coördinatie, kracht en aerobe uithouding door het voorvoetlopen opgetraind. Dit wil niet zeggen dat het voorvoetlopen een vervanging is van de hoger beschreven krachttrainingsprotocols, maar wel een meerwaarde kan bieden bij de huidige trainingsvormen.

Het eerste positieve effect van dit type trainingen wordt verwacht na 6 tot 9 weken, de tijd die nodig is voor een verbetering van de neuromusculaire vaardigheden (Cormie et al, 2010). Veranderingen in pees- en botweefsel wordt pas na 6 tot 9 maanden verwacht. Om de reductie / incidentie in blessures op te lijsten wordt gebruik gemaakt van wekelijkse vragenlijsten.

Om het effect van voorvoetlopen, geïmplementeerd in sprong-gerelateerde sporten zoals volleybal na te gaan, worden volleybalclubs aangesproken. Alle sporters worden gescreend via een standaard vragenlijst.

In samenwerking met de volleybalfederatie en de topsportcoördinator volleybal worden nu dus subtop-clubs aangeschreven. Atleten die bij aanvang van de studie geblesseerd raken, zullen geëxcludeerd worden uit de studie. Er zal een gestratifieerde randomisatie toegepast worden op basis van geslacht en leeftijd, alsook het huidig looppatroon. Er wordt ingedeeld in een interventie- en een controlegroep.






Protocol van de studie

Het onderzoek met titel: “Het effect van voorvoet looptraining op sport-gerelateerde blessures van de onderste ledematen en spronghoogte bij volleyballers” is ingediend bij het ethisch comité van het UZA (Universitair ziekenhuis Antwerpen) en krijgt bij goedkeuring volgende gegevens:

- een Belgisch registratienummer B xxxxxxxxxxxxxxxxxxx

- een EC nummer xx/xx/xxx

- een mededeling: Afgeleverd op xx/xx/xxxx

Inlichtingen in verband met de studiegroep


Doctoraatsonderzoeker: Frankinouille Rudi, trainer A triatlon, sportfysioloog UZA-SPORTS, certified Newton Running loopcoach

Promotor: prof. Dr.Gielen Jan, prof. Dr. Dirk Vissers

Thesisstudenten Master Revaki: Thomas Hofman, Kristof Geudens, Chloë Van Der Schraelen, Nathalie Sebrechts

Tijdslijn:

Op dit moment worden jullie, de volleybalclubs gecontacteerd, in samenwerking met de topsportcoördinator, Koen Hoeyberghs en de provinciale voorzitter, Etienne Mertens. Een vergadering is al voorzien op maandag 24 augustus om 20u in cafe Den Engel, Kerkstraat 17, 2290 Vorselaar,om de geïntersseerde clubs het project voor te stellen. Hier wordt de studie nogmaals toegelicht en nadien kunnen geïnteresseerde clubs zich kenbaar maken.

Verder worden uit de clubs in augustus / september de deelnemers gescreend via vragenlijsten en vindt een analyse van het huidige looppatroon plaats. Hierna volgen de individuele opmetingen (lengte, gewicht, sprongkracht, vluchttijd).

September – november 2015: baseline metingen + aanleren voorvoetlopen aan de interventiegroep

Nadien wordt een 9-weken tot 3 maanden interventieprogramma uitgevoerd in de deelnemende volleybal clubs. De interventiegroep ontvangt specifieke voorvoet-looptrainingen, terwijl de controlegroep hun gewone trainingen uitvoert. Er wordt een gelijke oefentijd voorzien. Dit wil zeggen dat de netto trainingstijd voor beide groepen dezelfde dient te blijven. Volleyballers die van nature reeds voorvoetloper zijn, worden in een derde controlegroep ingedeeld.

December 2015 – februari 2016: post-interventie metingen en analyse deel 1

Januari - juni 2016: opstellen abstract en poster + vragenlijsten

Mei – juli: follow-up metingen deel 2 (na 6 maanden) en verdere opvolgiong van de vragenlijsten ivm blessures.



Doelgroep:

Volleybalclubs uit de provincie Antwerpen

Mannen en vrouwen (volwassenen = +18j)

Minstens 2 x trainen / week (bij voorkeur 3) – wedstrijd niet inbegrepen

Van een voldoende hoog niveau: Liga B tot en met 2de provinciaal niveau

Tijdsinvestering

Er worden voor de specifieke interventiegroep, afhankelijk van de snelheid van aanleren, 2 tot 3 sessies voorvoetlopen / club voorzien omdeze specifieke techniek correct uit te voeren.

Nadien wordt gevraag aan de atleten om tijdens alle verdere loopgerelateerde oefeningen deze techniek te hanteren. Op geregelde tijdstippen komen we dit controleren. Er wordt aan de trainers gevraagd dit mee op te volgen.

Metingen gebeuren per speler op 3 momenten:

Meting 1 (inclusie)

- video-analyse looppatroon + opmeten spronghoogte + blessurevragenlijst invullen

- invullen documenten van deelname aan studie

Meting 2 (na 3 maanden) en meting 3 (na 6 tot 9 maanden)

- Opmeten spronghoogte

- Vragenlijsten over blessures:

- Wekelijks in electronisch formaat

Dit houdt voor de clubs een minimale investering buiten het sportgerelateerde in, waardoor hopelijk deze studie als laagdrempelig beschouwd kan worden.

Ook voor de atleten volgen 3 metingen, gespreid over de volledige periode, die max. 1u in beslag nemen (opwarming inbegrepen). Verder wordt een minimale investering aan de hand van wekelijkse vragenlijsten gevraagd aan de atleten.

We trachten hiermee ook de impact van dit type trainingen klein te houden, zodat bij positieve resultaten, deze trainingen snel kunnen geïmplementeerd worden in alle spronggerelateerdesporten, startend met volleybal. En bij een positief effect zullen uiteraard de deelnemende clubs eerst profiteren van het verwachtte effect!



Dag 1: Selectieprocedure

1 / Video-analyse van het looppatroon met behulp van een high speed camera.

Hiermee wordt bepaald of de atleet een hiellander is of niet. Alle niet-hiellanders (voorvoetlopers) worden als tweede controlegroep gebruikt.



2 / Invullen van vragenlijsten om het blessureverleden en risicoprofiel in te schatten.

3 / Baseline meting

Op een krachtenplaat worden via verschillende maximale sprongen de sprongkracht, spronghoogte en vluchttijd geregistreerd. Dit na een doorgedreven gestandaardiseerde opwarming.



Op te meten parameters:

Lichaamslengte

Lichaamsgewicht

Sprongkracht

Spronghoogte

Vluchttijd



Tussentijds:

Nadien volgt een gestratifieerde randomisatie op basis van geslacht en leeftijd.

Na deze randomisatie wordt in de verschillende volleybalclubs ofwel de specifieke voorvoetlooptrainingen geïntegreerd in de trainingen, op basis van gelijke netto-trainingstijd tussen de interventie- en de controlegroep. Dit gedurende 9 weken.

Indien nodig wordt eerst een pilootstudie (5 proefpersonen) opgestart om een eerste analyse te maken van de data en de werkwijze te evalueren.



Dag 2: Tweede meting (9 weken na de baseline-meting, en na het beëindigen van de specifieke loopsessies)

Her-evaluatie van de parameters die tijdens de baseline-meting geregistreerd waren + vragenlijsten afnemen naar de incidientie van blessures



Dag 3: Derde meting, maanden na de interventie.

Her-evaluatie van de parameters die tijdens de baseline-meting geregistreerd waren + vragenlijsten afnemen naar de incidientie van blessures.

  • Inlichtingen in verband met de studiegroep

  • Dovnload 19.77 Kb.