Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Internationale koop en documentair krediet

Dovnload 122.6 Kb.

Internationale koop en documentair krediet



Pagina1/4
Datum04.06.2017
Grootte122.6 Kb.

Dovnload 122.6 Kb.
  1   2   3   4

INTERNATIONALE KOOP EN DOCUMENTAIR KREDIET

Bijdrage van Marc van Maanen, 26 januari 2005



  1. Inleiding



    1. Internationale koop
      Bij de uitvoering van een internationale koopovereenkomst kan veel mis gaan. Zo kan het zijn dat de koopwaar niet voldoet aan wat overeengekomen was, dat betaling van de koopprijs uitblijft of dat de goederen tijdens het vervoer beschadigd raken, om slechts enkele probleemgebieden te noemen. Om te voorkomen dat in een dergelijk geval verkoper en koper als kemphanen tegenover elkaar komen te staan, is het van groot belang dat zij vooraf goede afspraken hebben gemaakt.
      In de praktijk plegen verkoper en koper zich echter bij het sluiten van een overeenkomst met name te concentreren op de aspecten waar voor hen een prijskaartje aan hangt. Zij willen dan ook vooral weten om welke soort, kwaliteit en hoeveelheid goederen het gaat, of de kosten van vervoer en verzekering al in de koopprijs zijn begrepen en wie van hen vanaf waar de invoerrechten en overige onkosten moet dragen.
      Dit zijn dan ook typisch de onderwerpen die, zodra men het eens is, in een koop- of verkoopbevesti­ging worden neergelegd, vaak met behulp van gestandaardiseerde (vaak Engelstalige) begrippen en af­kortingen zoals ppm, ppb, fob, cif, ddp, t/t, cad, ilc.1 Een bijkomend voordeel van het gebruik van der­gelijke standaardtermen is dat hun betekenis en juridische inhoud duidelijk vastliggen, omdat bijv. de gezag­hebbende Incoterms van de International Chamber of Commerce (ICC) een internationaal eenvormige en toegankelijke uitleg aan deze handelstermen geven.2

      Daarentegen hebben handelaren er duidelijk minder behoefte aan en belangstelling voor om hun con­tracten tot in detail uit te onderhandelen. Niet alleen kost het verhoudingsgewijs te veel tijd, het is ook commercieel gezien niet slim om vooraf alles wat mis zou kunnen gaan te gaan doornemen met de klant, omdat hem dan al gauw de lust tot zaken doen zal vergaan.


      Het is dan ook te begrijpen dat men in sommige handelsbranches waar dat kan, werkt met standaard­contracten van brancheorganisaties die op specifieke producten en productgroepen zijn toegesneden. Veelal zijn die standaardcontracten ontworpen door evenwichtig samengestelde commissies van des­kundigen uit de praktijk en eventueel aangevuld met ervaren juristen. Voorbeelden zijn de koffie-, suiker- en graanhandel. Dit heeft natuurlijk als voordeel dat men veel tijd en moeite kan besparen en dat toch de belangrijkste kwesties evenwichtig en goed zijn geregeld, hetgeen veel problemen en geschillen voorkomt.
      In de vele handelsbranches waar dergelijke branchevoorwaarden niet bestaan, plegen handelspartijen zich te behelpen met het toepasselijk verklaren van hun eigen algemene verkoop- en inkoopvoorwaar­den op de overeenkomst.

      In deze bijdrage zullen achtereenvolgens de volgende onderwerpen worden behandeld:



      • Geschillenbeslechting (2),

      • Toepasselijk recht (3),

      • Regelgeving (4),

      • Algemene Voorwaarden (5),

      • Klachtplicht van de koper (6) alsmede

      • Documentair krediet en cash against documents (7 en 8).


  2. Geschillenbeslechting
    Een van de belangrijkste onderwerpen voor partijen om in internationale koopovereenkomsten te rege­len, is de wijze waarop zij met hun eventuele geschillen zullen omgaan. Met name in situaties waar partijen nog ‘met elkaar door moeten’, kan het een interessante optie zijn om te proberen via mediation (bemiddeling) hun geschillen bij te leggen. Zien partijen hier niets in of slaagt de mediation-poging niet, dan zal het geschil beslecht moeten worden via overheidsrechtspraak of particuliere rechtspraak, arbitrage. Kunnen partijen hierover geen overeenstemming bereiken, dan is alleen de overheidsrechter bevoegd3, al rijst nog wel de vraag welke rechter bevoegd is.



    1. Arbitrage
      In de internationale handel zijn partijen bevoegd om de weg naar de overheidsrechter af te sluiten en de beoordeling van hun huidige en toekomstige geschillen bij uitsluiting op te dragen aan arbiters.4 Op verschillende gronden kunnen partijen hiertoe besluiten. Overheidsrechtspraak wordt soms als tijdro­vend en duur ervaren, al is men op dit punt bij menige arbitrage nauwelijks beter af. Bij overheids­rechtspraak zijn er meer instanties5, terwijl arbitrage in het algemeen beperkt is tot één instantie.6 Arbitrage heeft ook een meer vertrouwelijk karakter dan overheidsrechtspraak die per definitie open­baar is. Een kenmerkend voordeel van arbitrage is ook de invloed die partijen op de als arbiter(s) te be­noemen persoon of personen kunnen uitoefenen. Hierdoor biedt het de mogelijkheid om een of meer deskundigen uit de branche zelf als arbiter te benoemen, hetgeen men soms zal prefereren boven de gang naar de overheidsrechter omdat die er ‘toch geen kaas van heeft gegeten’. Ook kunnen zo soms de kosten van de inschakeling van een getuige-deskundige worden uitgespaard.
      Wat met name in de internationale handelspraktijk zwaar kan wegen is de mogelijkheid om via ar­bitrage af te wijken van nationaal recht indien dat als ongeschikt ervaren wordt om op de internatio­nale contractuele verhouding van partijen van toepassing te zijn. Arbiters zijn namelijk – binnen de grenzen van hun opdracht7 – over het algemeen vrijer in hun rechtsvinding dan overheidsrechters om­dat die – anders dan arbiters – vastzitten aan het conflictenrecht (IPR) van hun land van vestiging. Zo kunnen arbiters gemakkelijker dan overheidsrechters hun beslissingen baseren op niet-officiële rechts­bronnen8 zoals de Unidroit Principles9 of the Principles of European Contract Law.10 Desgewenst kun­nen arbiters zelfs bevoegd worden gemaakt om te beslissen als goede mannen naar billijkheid, dus los van het materiële recht.
      Een belangrijk voordeel van arbitrage is tenslotte dat een eenmaal verkregen arbitraal vonnis via het Verdrag van New York 195811 in beginsel zonder inhoudelijke toetsing ten uitvoer kan worden gelegd in circa 130 landen over de gehele wereld. Beslissingen van overheidsrechters daarentegen kunnen alleen in het betreffende land of op grond van een executieverordening of executieverdrag in bepaalde andere landen worden ten uitvoer gelegd.12






    1. Overheidsrechter
      Maar ook buiten het domein van de arbitrage heeft het beginsel van de partijautonomie bij de geschillen­beslechting een hoge vlucht genomen in de internationale handelspraktijk.13 Op Europees niveau erken­nen de artt. 23 en 24 EEX-Vo14 het recht van handelspartijen om hun huidige en toekomstige geschillen bij uitsluiting (exclusief) op te dragen aan een rechter of de rechters van een EU-lidstaat.15 Dit recht van prorogatie (toekenning) van rechtsmacht, impliceert dat partijen ook bevoegd zijn om te derogeren (af te wijken) van de bevoegdheid die de betreffende rechter anders zou hebben gehad. Om de wils­overeenstemming van partijen over de forumkeuze te waarborgen, geldt weliswaar het vereiste van schriftelijkheid, maar de daaraan in art. 23 EEX-Vo gestelde eisen zijn niet erg streng.16 Ook kan een partij door vrijwillig te verschijnen voor een door de wederpartij aangezochte maar niet-bevoegde rechter deze alsnog bevoegd maken.

      Hebben partijen geen forumkeuze gemaakt, dan geldt als uitgangspunt dat de eisende partij de gedaag­de altijd kan dagvaarden voor de bevoegde rechter van diens woonplaats.17 Maar de eisende partij kan er ook voor kiezen om het geschil voor te leggen aan een rechter die rechtsmacht heeft krachtens een alternatieve bevoegdheidsgrond, zoals voor verbintenissen uit overeenkomst, uit onrechtmatige daad, bij meerdere gedaagden en bij vrijwaring.18


      In dit verband is voor internationale koopovereenkomsten van bijzonder belang de (nieuwe) regel van art. 5-1 sub b EEX-Vo die meebrengt dat in beginsel de rechter van plaats van levering van de (roeren­de) koopwaar alternatief bevoegd is om kennis te nemen van alle verbintenissen die uit de koopover­eenkomst voortvloeien. In beginsel, want het staat partijen vrij19 om voor alle of bepaalde verbintenis­sen uit de overeenkomst een andere plaats van uitvoering overeen te komen (bijv. een plaats van beta­ling van de koopprijs), mits deze niet een fictief karakter heeft.20


  1. Toepasselijk recht
    Minstens zo belangrijk als het bepalen van de wijze van geschillenbeslechting is het voor partijen bij een internationale koopovereenkomst om te weten welk recht toepasselijk is op hun wederzijdse rech­ten en plichten.21 Ook hier is de partijautonomie het leidende beginsel22, zodat partijen via een rechts­keuze zelf het toepasselijke recht kunnen bepalen, zonodig in afwijking van dwingende bepalingen van het rechtstelsel dat zonder de rechtskeuze toepasselijk zou zijn geweest. Bij rechtskeuze wordt in de regel het recht van een bepaald land toepasselijk verklaard, maar gelet op de rechtspraak van de Hoge Raad23 kunnen partijen ook een verdragsregeling toepasselijk ver­klaren, dus ook het Weens Koop­verdrag (“WKV”).24 In de literatuur wordt wel verdedigd dat partijen ook niet-statelijk recht zoals de Unidroit Principles of de European Principles of Contract Law toepasselijk zouden moeten kunnen verklaren op hun internationale koopovereenkomst .25
    Zijn zowel verkoper als koper gevestigd in een verdragstaat van het WKV en hebben zij de toepas­selijkheid daarvan niet uitgesloten, dan geldt het WKV recht­streeks.26 Het WKV kan echter ook indirect – via het toepasselijke recht – de internationale koopover­eenkomst beheersen. Dat geval doet zich o.m. voor wanneer partijen ge­kozen hebben voor het recht van een land dat partij is bij het WKV en zij dit verdrag niet hebben uitgesloten.27 In dat geval komt aan het gekozen toepasselijke recht slechts aanvullende werking toe voor zover bepaalde rechts­vragen buiten het toepassingsgebied van het WKV zijn gelaten.
    Hebben partijen geen rechtskeuze gedaan, dan bepaalt het EVO-verdrag dat het toepasselijke recht op de internationale koopovereenkomst vastgesteld moet worden op basis van het criterium van de nauw­ste verbondenheid.28 Vermoed wordt dat de koopovereenkomst het nauwst verbonden is met het recht van het land van vestiging van de verkoper, nu dit degene is die onder de koopovereenkomst de karak­teristieke prestatie verricht.29 Dit vermoeden wijkt evenwel wanneer uit het geheel der omstandighe­den blijkt dat de overeenkomst nauwer verbonden is met een ander land.30 Ook hier geldt dat ingeval van toe­passelijkheid van het recht van een verdragsstaat van het WKV en de toepassing daarvan niet is uitgesloten, het WKV toepasselijk is op de internationale koopovereen­komst.31


  2. Regelgeving
    Hieronder worden een aantal relevante regels behandeld met betrekking tot de internationale koop. Het zijn achtereenvolgens: (i) het Weens Koopverdrag, (ii) de Incoterms en (iii) de Unidroit Principles.



    1. Weens Koopverdrag
      Om de toepasselijke regels op een internationale koop vast te stellen, moet als eerste stap geïnventariseerd worden of het WKV geldt. Het WKV is een mondiaal succesnummer geworden op het gebied van eenvormig privaatrecht. Momenteel zijn bijna 65 staten partij bij het Verdrag, waaronder alle Europese staten. Nederland is partij per 1 januari 1992.32 Het WKV geeft een uitgebreide regeling van het verbintenissenrecht dat samenhangt met de koopovereenkomst waaronder totstandkoming (artt. 14-24), aflevering/risico-overgang (artt. 31-34; 66-70), conformiteit/onderzoeksplicht/klachtplicht (artt. 35-44), betaling en afname (artt. 53-60), alsmede rechtsmiddelen ingeval van wanprestatie.33 Het WKV is een deelregeling en derhalve niet allesomvattend, zoals vrijwel alle regelingen van eenvormig privaatrecht. Het WKV regelt bijv. niet de eigendom, de geldigheid van de koopovereenkomst, rente, verrekening etc.34

      Het WKV bepaalt zelf haar eigen toepasselijkheid. Het Verdrag is van toepassing wanneer koper en verkoper zijn gevestigd in twee verschillende verdragstaten en ‘wanneer volgens de regels van internationaal privaatrecht het recht van een verdragsluitende staat van toepassing is’, art. 1 lid 1 sub b. Mede door deze laatste techniek heeft het Verdrag een groot toepassingsbereik. In art. 2 wordt een aantal typen van koopovereenkomst uitgesloten waaronder de consumentenkoop.

      Het WKV is van aanvullend recht en kan, zoals eerder vermeld, derhalve door partijafspraak geheel of gedeeltelijk worden uitgesloten, vgl. art. 6. Uitsluiting dient wel zo veel mogelijk ondubbelzinnig te worden gedaan. Heersende opvatting in de Nederlandse rechtspraak is bijv. dat een keuze voor het recht van een verdragstaat niet geldt als een (stilzwijgende) uitsluiting van het WKV, maar juist tot toepasselijkheid kan leiden op grond van art. 1 lid 1 sub b (‘wanneer volgens de regels van internationaal privaatrecht het recht van een verdragsluitende staat van toepassing is’).35 Het WKV maakt immers juist deel uit van het gekozen recht.
      Een geldige uitsluitingsclausule is wel:
      “Op deze overeenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing, met uitsluiting van het Weens Koopverdrag.”

      Een voor de praktijk belangrijke uitschakeling van het WKV vindt plaats door toepasselijkheid van Algemene Voorwaarden. Indien de Algemene Voorwaarden vervangende regelingen kennen met betrekking tot bijv. risico-overgang, de termijn waarbinnen de koper dient te reclameren, de uitsluiting van ontbinding of de beperking van aansprakelijkheid etc., dan worden de corresponderende bepalingen van het WKV automatisch terzijde geschoven.


      Hoewel in de literatuur geregeld de zegeningen van het WKV36 geprezen worden en pleidooien worden gehouden om ruim baan te geven aan het Verdrag, is de praktijk nog steeds terughoudend.
      Bertrams heeft in zijn pre-advies, uitgebracht in 1995 voor de Vereniging voor Burgerlijk Recht37, veldonderzoek gedaan naar de uitsluiting van het WKV in het Nederlandse bedrijfsleven. Uit dat onderzoek volgde dat het WKV in ruime mate werd uitgesloten.
      Bij de handel in commodities38 wordt het WKV in branchevoorwaarden vrijwel altijd uitgesloten. Het gaat om de handel in soortzaken zoals granen, olie, koffie, suiker etc. Die koop is met name gericht op gewin en minder op gebruik van de goederen door de koper. Het aspect van de handel, veelal overzee, staat voorop. Verplichtingen van partijen moeten strikt worden uitgevoerd binnen overeengekomen fatale termijnen. Partijen hebben grote behoefte aan duidelijkheid en zekerheid over hun positie. Het WKV acht men daartoe minder geschikt, onder meer gelet op de vaagheid van het begrip fundamental breach ex art. 25, onvoldoende aandacht voor de documenten en financiering door documentair krediet. Overigens geeft art. 9 van het WKV wel ruim baan aan internationale handelsgebruiken. Voorbeelden van dergelijke standaardvoorwaarden zijn de Federation of Oils, Seeds and Fats (FOSFA 54, art. 28), de Grain and Feed Trade Association (GAFTA 100, art. 33), de Netherlands Oils, Fats and Oil Seeds Trade Association (NOFOTA Trading Rules 2004/2005, art. 2), de Refined Sugar Association (Rules relating to Contracts, art. 23) etc.39
      In de praktijk blijkt echter ook dat in geval van geschillen het WKV toch een niet-onaanzienlijke rol speelt. Met name speelt dat in gevallen waar partijen niets geregeld hebben, dan wel verwijzing naar (afwijkende) Algemene Voorwaarden niet werkzaam is.

      Het Verdrag dient uniform uitgelegd te worden, art. 7. Daarbij is het van groot belang dat internationale (overheids- en arbitrale) rechtspraak bij de uitleg in aanmerking wordt genomen, mede gelet op het ontbreken van een supranationaal Gerecht dat de eenvormigheid kan bewaken. Voor de toegankelijkheid van de internationale rechtspraak zijn van belang de voortreffelijke databases van Unilex en van de Pace Law School. De Unilex-database40 bevat jurisprudentie en literatuur over het WKV. De website van de Pace Law School41 bevat een toelichting op ieder artikel van het WKV en via deze site kan ook worden gezocht naar jurisprudentie.





    2. Incoterms
      Handelspartijen in verschillende landen hebben grote behoefte aan zekerheid en duidelijkheid. Het doel van Incoterms42 is te voorzien in een set internationale regels ter verklaring van de meest gebruikte termen in het internationale handelsverkeer. De Incoterms regelen een aantal vastgelegde verplichtingen voor partijen, zoals levering, uit- en inklaring, vervoer, verzekering etc. Zij regelen tevens de overgang van risico43 en verdeling van kosten. Hun betekenis en juridische inhoud liggen duidelijk vast omdat de ICC een internationaal eenvormige en toegankelijke uitleg aan deze handelstermen geeft.
      Incoterms zijn niet bedoeld om koopcontracten te vervangen. Zij geven slechts een deelregeling. Incoterms regelen bijvoorbeeld niet de (gevolgen van) wanprestatie, bevrijding van aansprakelijkheid, overdracht van eigendom etc. De Incoterms zijn laatstelijk door de ICC gewijzigd in 2000. Let op dat de juiste versie van toepassing is!

      De Incoterms kunnen onder meer worden onderscheiden in (i) plaats- en (ii) verzendovereenkomsten.


      De plaatsovereenkomsten zijn die koopovereenkomsten waarbij geen afspraken over vervoer worden gemaakt. Aflevering vindt plaats door het éénzijdig ter beschikking stellen van de zaken aan de koper. De zaken behoeven niet in een vervoermiddel afgeleverd te worden. Het betreft hier de bekende E-term zoals ex-works: af fabriek (+ overeengekomen plaats). In concreto: “De verkoper zet het op zijn stoep”.
      De verzendovereenkomsten zijn die koopovereenkomsten waarbij één van beide partijen de verplichting heeft het vervoer te regelen. De zaak wordt in beginsel afgeleverd door deze aan de vervoerder te overhandigen. Hieronder vallen zowel de F-termen als de C-termen. Voorbeelden daarvan zijn FOB (free on board) (+ overeengekomen verschepingshaven) en CIF (kostprijs, verzekering en vracht) (+ overeengekomen bestemmingshaven). Bij FOB en CIF vindt de aflevering plaats bij inlading in de laadhaven. Beide bedingen zijn veel gebruikt in de internationale handel. Het beding FOB legt het transportrisico vanaf inlading bij de koper. Het beding CIF is in feite een aangekleed FOB-beding. De aankleding bestaat hieruit dat de verkoper ten behoeve van de lokale koper het vervoer en de verzekering regelt. Met name bij een C(I)F-koop is gebruikelijk dat tegen documenten (waaronder het vervoerdocument) wordt betaald. De koper betaalt tegen ontvangst van de documenten waarmee hij aflevering van de zaken kan verkrijgen.44 De zaken zelf heeft hij dan nog niet gezien en nog niet kunnen controleren.
      Onder de verzendovereenkomsten vallen ook de zgn. aankomstovereenkomsten. Ingevolge deze overeenkomsten moet de verkoper het vervoer regelen, en tevens het vervoersrisico dragen. De aflevering vindt pas plaats na het overeengekomen vervoer: ‘De verkoper moet het op de stoep van de koper zetten!’. Dit zijn de zogenaamde franco-contracten. De Incoterms gebruiken een andere terminologie, en spreken van de zogenaamde ‘delivered’-contracten, zoals bijvoorbeeld DDP (franco inclusief rechten) (+ overeengekomen plaats van bestemming).45



    3. UNIDROIT Principles
      De fundamentele zwakte van het WKV, als vele andere regelingen van éénvormig supranationaal recht, is dat het slechts een ‘deelregeling’ geeft. Het bevat niet een uitputtende regeling in tegenstelling tot nationale rechtstelsels die altijd een antwoord hebben op diverse rechtsvragen. De Unidroit Principles of International Commercial Contracts46 beogen een meer omvattende regeling te geven. De Principles zijn een publicatie van het in Rome gevestigde ‘Institut International pour l’unification du droit privé (Unidroit)’. De eerste versie dateert van 1994. In 2004 zijn uitgebreidere Principles gepubliceerd.47 De Principles zijn geen formeel recht. Zij zijn veelomvattend, modern, van een juridisch hoog gehalte en prestigieus. De eerdergenoemde Unilex-database bevat een uitgebreide lijst van publicaties over de Principles. Deze database bevat ook een uitgebreid zoeksysteem op internationale rechtspraak per artikel van de Principles.

      De preambule van de Principles bepaalt het volgende over het doel:


      “These Principles set forth general rules for international commercial contracts.
      They shall be applied when the parties have agreed that their contract be governed by them.
      They may be applied when the parties have agreed that their contract be governed by general principles of law, the lex mercatoria or the like.
      They may provide a solution to an issue raised when it proves impossible to establish the relevant rule of the applicable law.
      They may be used to interpret or supplement international uniform law instruments.
      They may serve as a model for national and international legislators.”

      Art. 7 (2) WKV verwijst voor zaken die niet uitdrukkelijk worden geregeld door het Verdrag onder meer naar ‘General Principles’ waarop het Verdrag is gebaseerd, waaronder ook vallen de Principles. Art. 31 lid 3 sub c van het Weens VerdragenVerdrag verwijst als secundaire bron eveneens naar dergelijke ‘Principles’.

      In haar recente proefschrift bepleit Kruisinga48 (overigens in het spoor van anderen) dat om een echte uniforme interpretatie te bereiken de Principles als complement van het WKV moeten worden beschouwd en zodoende ook als het systeem van contractenrecht waarin het WKV is ingebed. De onderwerpen die in het Verdrag niet uitdrukkelijk zijn geregeld, moeten worden opgelost aan de hand van de Principles. In een uitspraak van 16 oktober 2002 heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch49 ter zake de ‘Battle of Forms’ uitdrukkelijk verwezen naar de Principles (en de European Principles of Contract Law50) om het Verdrag uit te leggen. Het is derhalve zinvol om bij Internationale Koopovereenkomsten en met name uitleg van het WKV rekening te houden met de Principles.51
      In de literatuur wordt wel verdedigd dat partijen de Unidroit Pinciples toepasselijk zouden moeten kunnen verklaren op hun internationale koopovereenkomst.52


  3. Algemene Voorwaarden



    1. Toepasselijkheid
      Voor de toepasselijkheid van algemene voorwaarden op een koopovereenkomst is het vanuit de optiek van het Nederlandse recht van belang vast te stellen of het gaat om een nationale of internationale overeenkomst. Artikel 6:247 BW bepaalt dat de afdeling betreffende algemene voorwaarden uit het BW niet van toepassing is indien niet beide contractspartijen in Nederland gevestigd zijn. In dat geval zijn de algemene bepalingen inzake totstandkoming van overeenkomsten van toepassing.53

      Indien beide contractspartijen wel in Nederland gevestigd zijn en derhalve de afdeling betreffende algemene voorwaarden van toepassing is, zijn algemene voorwaarden al snel onderdeel van een koopovereenkomst. Algemene voorwaarden hebben het karakter van contractuele bedingen en zullen tot de inhoud van het contract gaan behoren wanneer aan de vereisten van aanbod en aanvaarding is voldaan.54 In beginsel kan een verwijzing naar de algemene voorwaarden op bijvoorbeeld briefpapier voldoende zijn voor toepasselijkheid daarvan, mits dit is gebeurd bij of vóór het sluiten van de overeenkomst.55

      De toepasselijkheid van algemene voorwaarden evenals de wijze waarop deze van toepassing dienen te worden verklaard is in het WKV onbehandeld gebleven. Doorgaans wordt de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden beoordeeld aan de hand van de algemene bepalingen van het WKV.56 Voor toepasselijkheid van algemene voorwaarden is vereist dat het voor de ontvanger van een aanbod duidelijk is dat de algemene voorwaarden onderdeel uitmaken van het aanbod. Daarnaast dient het aanbod door de ontvanger in beginsel aanvaard te worden.57 De wijze waarop algemene voorwaarden van toepassing verklaard dienen te worden verschilt, bij gebreke aan een supranationale rechter, per nationale rechter. Verschillende (buitenlandse) rechters hebben overwogen dat alleen een verwijzing naar algemene voorwaarden niet voldoende is.58 Het verdient mede om die reden aanbeveling algemene voorwaarden tijdig naar de buitenlandse wederpartij op te sturen.59



    2. Battle of forms”
      De situatie dat koper en verkoper zich bedienen van inhoudelijk verschillende algemene voorwaarden is geen uitzondering. In het geval dat er een handelsgeschil is, zullen beide partijen zich op hun eigen voorwaarden beroepen. De vraag rijst dan welke voorwaarden van toepassing zijn. Of zijn misschien geen van beide van toepassing? Deze problematiek wordt aangeduid als de “battle of forms”.

      Indien de oplossing gezocht moet worden in het Nederlandse recht geldt artikel 6:225 lid 3 BW. Daarin staat dat aan de tweede verwijzing geen werking toekomt, wanneer daarbij niet tevens de toepasselijkheid van de in de eerste verwijzing aangegeven algemene voorwaarden uitdrukkelijk van de hand wordt gewezen. Deze oplossing wordt ook wel aangeduid als de “first shot-rule”.60

      De oplossing van de “battle of forms” ligt ingewikkelder indien de koopovereenkomst wordt beheerst door het WKV. Het Verdrag kent geen specifieke regeling zoals in het Nederlandse BW. In de rechtspraak en literatuur worden verschillende oplossingen naar voren gebracht, zoals de “last shot-rule”, de “knock out-rule”61, en de regel dat dit vraagstuk opgelost dient te worden volgens het internationaal privaatrecht toepasselijke nationale recht. De meest toegepaste oplossing lijkt de “last shot-rule” te zijn, waarbij gebruik gemaakt wordt van de algemene bepalingen uit het Verdrag betreffende aanbod en aanvaarding.62

      De “last shot-rule” werkt als volgt. Artikel 19 lid 1 van het Verdrag bepaalt dat een antwoord op een aanbod dat tot aanvaarding strekt maar tegelijkertijd wezenlijke aanvullingen, beperkingen of andere wijzigingen bevat, geldt als tegenaanbod en als een verwerping van het oorspronkelijke aanbod. Veranderingen van het oorspronkelijke aanbod zijn wezenlijk als de aanvullende of afwijkende voorwaarden betrekking hebben op de prijs, betaling, kwaliteit en hoeveelheid van de zaken, plaats en tijd van de aflevering, de omvang van de aansprakelijkheid, of de beslechting van geschillen.63 Kortom, onderwerpen die vaak geregeld worden door algemene voorwaarden. Het gevolg daarvan is dat wanneer een partij reageert op een aanbod en daarbij zijn eigen algemene voorwaarden van toepassing verklaart deze reactie een tegenaanbod inhoudt. De algemene voorwaarden van de partij die als laatste zijn algemene voorwaarden meestuurt, zijn van toepassing uiteraard behoudens protest daartegen. Zodra één van de partijen aanvangt met de uitvoering van de overeenkomst komt de overeenkomst tot stand.64



  1   2   3   4

  • Geschillenbeslechting
  • Regelgeving
  • Algemene Voorwaarden

  • Dovnload 122.6 Kb.