Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Internationale ontwikkeling van gender theoretische begrippen en beleidsmatige vertalingen

Dovnload 120.75 Kb.

Internationale ontwikkeling van gender theoretische begrippen en beleidsmatige vertalingen



Pagina3/5
Datum25.10.2017
Grootte120.75 Kb.

Dovnload 120.75 Kb.
1   2   3   4   5

College 3.


Verschillende theoretische benaderingen.

  • Biologisch/evolutionair perspectief:

    • “Man the Hunter” ontwikkeling cultuur gerelateerd aan gender met mannen als de jager, sterk en slim. Hebben taal ontwikkelt om te communiceren bij de jacht, ontwikkelen wapens, etc.

    • Man maakt van natuur cultuur.

    • Kritiek: Heel eenzijdig om alleen van het jachtmodel van mannen uit te gaan: “Woman the Gatherer”  vrouwen hebben ook cultuur ontwikkelt door draagzakken en communicatie (afspraken met de kinderen) etc. Vrouwen leveren zeker zoveel calorieën aan met het verzamelen als de mannen met hun jagen.

  • Economische perspectief: (F. Engels, E. Boserup)

  • Sociaal perspectief: organisatie van groepen; bruiden doorspelen; banden creëren (college over verwantschap).

  • Cultureel perspectief: (laatste college: cultural regime, gender regime).

  • Combinatie perspectief.


Oorsprongen debat.

  • Belang van cultuurvergelijking: nadruk op overeenkomsten.

  • Uitgangspunt: universele hiërarchie, er is overal ongelijkheid.

  • Centrale discussie: natuur - cultuur.

  • Gender als culturele constructie.


Voorbij het oorsprong denken.

  • Universeel  cultuur specifiek/contextueel (we kijken nu vooral naar de verschillen)

  • Onderdrukking  agency/empowerment (Hoe staan mensen in ongelijkheid? Soms draagt men bij aan de eigen lagere positie. Ligt ook aan keuzes.)

  • Monocausaal  Multi-causaal (niet meer opzoek naar één oorzaak, men realiseert zich dat er een complex van oorzaken is, in natuur én cultuur).

  • Dichotoom  Continuüm (niet meer aparte groepen van mannen en vrouwen (hokjes denken), maar kijken naar mannelijkheid en vrouwelijkheid, dus ook mannen kunnen vrouwelijkheden vertonen en andersom).

  • Sekse  meervoudige gender

  • Belang van cultuurvergelijking: nadruk op verschil.


Gender, arbeidsdeling en bestaansbronnen.

  • Theoretisch belang van cultuurvergelijking.

  • In hoeverre zijn productiewijze en arbeidsverhoudingen van invloed op de genderverhoudingen?

    • Wie werkt voor wie? Wie doet wat voor arbeid?  is van invloed op genderverhoudingen.

  • Als de bestaansbronnen anders worden verdeeld, leidt dat dan tot andere gender verhoudingen?

  • Wat kunnen we van andere culturen leren als we streven naar minder sociale ongelijkheid.

    • In de jagers en verzamelaars samenleving is de positie van mannen en vrouwen gelijk, er zijn nog geen klassen, nog geen privé bezit van de bestaansbronnen. Beide hebben bijdrage aan levensonderhoud.


Iroquois: beroemde stam die bekent staat om egalitaire verhoudingen - Jager Verzamelaars.

  • Vrouwen hebben een belangrijke economische inbreng

    • Ze doen werk voor de verbouw van maïs, bonen, etc.

    • Ze hebben als het ware de sleutel van de graanschuur en ze bepalen hiermee wie eten krijgt en wie niet.

    • Voedsel verzamelen, zorgen voor belangrijke calorieën.

  • Vrouwen hebben door het bovenste punt belangrijke politieke inbreng.

  • Matrilokaal: man gaat bij de vrouw wonen.

  • Matrilineair: via de vrouwelijke afstammingslijn.

  • Matriarchaat: vrouwen hebben meer macht dan mannen  tegenovergestelde van Patriarchaat. Is dat wel zo?


Samenhang productie en reproductie.

  • Afstammingsvormen

    • Definiëring van toegang tot bronnen, identiteit, rechten, plichten en verantwoordlijkheden. Matrilineair of Patrilineair.

  • Vestigingsvormen

    • Invloed van vestigingsvorm op gender relaties. Matrilokaal of Patrilokaal.

      • Neolokaal: tegenwoordig gaan we gewoon ergens anders wonen, en niet bij de familie van de vrouw of man.

  • Huwelijksvormen

    • Invloed van huwelijksvorm op gender relaties. Monogamie: één partner. Polygamie: man mag met meerdere vrouwen trouwen.


De Matrilineal Puzzle. Hoe kan het dat in een matrilineaire samenleving toch de mannen allerlei beslissingen nemen?

  • Waar ligt de mannelijke autoriteit bij matrilineaire afstamming?  Bij de broer van de vrouw.

    • Als er geen broer is, kiest de vrouw en haar familie een man die wordt aangewezen als haar “broer”.

  • Schlegel (1972): continuum, domestic power declines as it disperses. (De macht, in het gezin, van mannen wordt kleiner als het verdeeld wordt over meerdere mannen, bij matrilokaal wonen.)

  • Nielsen (1990): matrilokale vestiging beter dan avunculokale (wonen bij oom van moeders kant) vestiging voor vrouwen.

  • Matriarchaat is een mythe (komt nergens voor).


F. Engels. The Origin of the Family, Private Property and the State.

Stateloze maatschappijen

-bezit: communaal

-arbeid: natuurlijk, egalitair

-seksualiteit: promiscuïteit (vrij seksueel verkeer)

-familievorm: moeder-kind

Technologische veranderingen

- domesticatie van dieren

- ontwikkeling landbouw

Bezit wordt nu belangrijk, nageslacht wordt belangrijk. Volgens Engels hebben de vrouwen het hier definitief verloren van de mannen, de mannen hadden het bezit over de dieren en landbouw. Werk, inkomen en bezit leidt tot klassen.



Gevolgen

-bezit: privé, ongelijk,

-arbeid: arbeidsdeling, hiërarchisch

-seksualiteit: monogaam

-familie: huwelijk /patrilineair (huwelijk zodat man zijn bezit kan doorgeven)
Verdiensten en kritieken.

- Belang van productieverhoudingen  te generaliserend (verklaart niet de ongelijkheid in klasseloze maatschappijen. Waarom hebben mannen het bezit?)

- Verbinding klasse en gender

(werk, inkomen en bezit ook belangrijk)

- Attenderende Waarde  Andere factoren verdwijnen naar (gender, klasse) achtergrond.
Igbo, Nigeria

Economisch:


  • Buitenhuishoudelijke ruil

  • handel

Politiek:

  1. Dual-seks system: Politieke organisatie door de vrouwen en politieke organisatie door de mannen.

    • Lijkt weinig ongelijkheid aanwezig te zijn, maar 

Sociaal:

  1. Polygynie (man met meerdere vrouwen)

  2. Geweld

  3. Ondergeschikt gedrag

  4. Complexe gevolgen


E. Boserup. Women’s Role in Economic Development.

Female Farming System

-Haklandbouw (slash and burn): voldoende land, lage bevolkingsdruk.

*Gaat om bezit van arbeidskrachten om het land te bewerken, vrouwen zijn economisch dus waardevol.

-Polygynie: meerder vrouwen zijn waardevol, meer arbeid.



-Bruidsprijs: mannen betalen voor het feit dat de vrouw arbeid en kinderen oplevert, vrouw krijgt bruidsprijs, hoge waardering voor vrouwelijke arbeidskracht.

-Vrouwen relatief economisch onafhankelijk (vrouwen worden betaald)



Male Farming System

-Ploegcultuur: weinig land, hoge bevolkingsdruk.

-Monogamie: vrouwen zijn duur, monden te voeden dus maar één vrouw.

Vrouwen werken niet, moeilijk om aan de bak te komen.



-Bruidsschat: vrouwen krijgen schat mee van hun familie, de man wordt dus betaald, lage waardering voor vrouwelijke arbeidskracht.

-Vrouwen economisch afhankelijk



Veranderingen.

Cash crops (producten voor de markt produceren, niet alleen voor zelfvoorziening) en industrialisering.



  • Land in handen van mannen.

  • Verzwakking familieband (mannen gaan elders werken).

  • Groei female-headed households.

  • Feminisering van de armoede.



Verdiensten en kritieken op de theorie.

Verdiensten.

  • Samenhang - banden, huwelijken, etc.

  • Veranderingen

Kritieken.

  • Te grofmazig, te weinig genuanceerd

  • Versterkt verkeerde vooronderstellingen.

    • Oorsprongsmythe (eerst ‘slash and burn’ daarna cash corps?  kan ook naast elkaar bestaan)

    • Valse dichotomie

    • Simplistische gender voorstelling
1   2   3   4   5

  • Oorsprongen debat.
  • Gender, arbeidsdeling en bestaansbronnen.
  • Samenhang productie en reproductie.
  • F. Engels. The Origin of the Family, Private Property and the State.
  • E. Boserup. Women’s Role in Economic Development.

  • Dovnload 120.75 Kb.