Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Internationale ontwikkeling van gender theoretische begrippen en beleidsmatige vertalingen

Dovnload 120.75 Kb.

Internationale ontwikkeling van gender theoretische begrippen en beleidsmatige vertalingen



Pagina5/5
Datum25.10.2017
Grootte120.75 Kb.

Dovnload 120.75 Kb.
1   2   3   4   5

Gastcollege homoseksualiteit (alleen artikel doorlezen)

College 5


Micro-financiering in India

  • Microkrediet belangrijk om economische factoren op te zetten.

  • Microkredieten die vrouwen toegang geven tot financiën  gevolg: vrouwen verantwoordelijk voor alle inkomsten én alle zorg  vrouwen als soort instrument voor ontwikkeling = negatief.

  • Niet zomaar moeten gaan voor programma’s die veel belovend zijn  geen blauwdruk om de armoede en ongelijkheid in de wereld aan te pakken. In elk land is het namelijk anders.


Rode lijn

  • Hoe verandert arbeidsdeling naar sekse door de tijd?

  • Is arbeid alleen betaalde arbeid in de productieve sfeer?

  • Wat is de relatie tussen productie en reproductie?

  • Wat voor ontwikkelingen zien we ten aanzien van de ogenschijnlijk onzichtbare arbeid van vrouwen? (zorgarbeid, thuis achter de deur. Kostwinnerprincipe)


Millennium Development Goals 3 Promote gender quality and empower women

Doelen:

* In 2015 hebben mannen en vrouwen dezelfde rechten.



* Gelijke kansen voor jongens en meisjes in het basis- en middelbaar onderwijs, bij voorkeur al te realiseren in 2005 en op alle niveaus in 2015.
Maar de kloof tussen mannen en vrouwen groeit in plaats van krimpt. Veranderingen in de positie tussen mannen en vrouwen kunnen heel vergaand zijn. Waarom is die arbeidsdeling tussen mannen en vrouwen zo anders?
Domestication

  • Het westerse model van de vrouw als huisvrouw en moeder en de man als kostwinner is geëxporteerd naar ontwikkelingslanden.

  • Barbara Rogers heeft hier onderzoek naar gedaan. Ze kijkt naar de ontwikkelingsprogramma’s en op welke wijze aandacht voor vrouwen daarin naar voren komt.

  • Barbara Rogers zocht een verklaring voor gender verschillen en die verklaring lag bij seksisme en het ontbreken van kennis in de derde wereld.

    • In haar boek laat ze zien dat ontwikkelingsplanners mannen zijn die vanuit westerse positie denken (kostwinnersmodel) en daarbij wordt vergeten dat vrouwen een hele belangrijke rol spelen in de ontwikkeling. Zij omschrijft dat met het begrip domestication (1980).

  • Domestication: vrouwen worden omgevormd tot huisvrouwen en moeder. De man is de kostwinner. Dit westers model is geëxporteerd naar ontwikkelingslanden.

  • vrouwen hadden een grote rol in de voedselproductie  door westerse patronen werden ze hieruit gedrongen  nadelig voor productie en ontwikkeling.

  • Vrouwen zijn steeds economischer afhankelijk geworden i.p.v. onafhankelijk.


Housewifization

  • De huisvrouw (de interne kolonie van het kapitalisme) en de kolonies (het externe onderdeel van het kapitalisme) zijn het slachtoffer van kapitalistische ontwikkeling.

  • Het begrip verwijst niet alleen naar arbeidsverdeling tussen mensen/sekse, maar ook naar verdeling binnen continenten.

    • Het zijn afhankelijkheidsrelaties.

  • Flexibilisering betekent dat mensen hun economische zelfstandigheid verliezen. Het is het min of meer afschaffen van vaste loonarbeid, geen bescherming van arbeid, geen vaste banen of automatische loonsverhogingen.

    • Wat je krijgt is dat je een flexibel leven hebt van arbeidskrachten die makkelijk in te zetten zijn en makkelijk te ontslaan zijn. Die verhoudingen die je binnen landen ziet, zie je ook tussen landen.

    • Vrijhandelszones die ontstaan zijn: continue de zoektocht naar goedkope arbeid.

    • De arbeid lijkt op huishoudelijke arbeid, het is arbeid waar niet een vast loon voor bestaat, geen bescherming, niet zichtbaar/half onzichtbaar.

    • Het is een arbeid die afhankelijk is van de markt.

  • Conclusie: er ontstaat een internationale orde van ongelijkheid. Scheiding tussen een kleine formele sector en daarnaast een hele grote informele sector waarbij die arbeidsbescherming niet geldt.

  • Het werk in de informele sector lijkt op vrouwenarbeid: makkelijk te ontslaan, geen vast loon, goedkoop, geen bescherming en niet zichtbaar/half onzichtbaar. Vandaar de term housewifization. Dit was het verhaal in de jaren 80.


Nimble fingers

Behendige vlugge vingers staan symbool voor:



  • Snel, routinematig werken, lopende band, stukwerk

  • Onderdanig, gedwee aan mannelijke opzichters

  • Jaren 30

  • Combinatie over het integreren van vrouwen in ontwikkeling, modernisering, en daarnaast het gebruik maken van de onderdanigheid van vrouwen.

    • Ideale arbeidskracht in nieuwe industrieën (elektronica en kledingindustrie).

      • Vrouwen zijn minder dan mannen dus onderdanig

Heel veel kanttekeningen bij geplaatst:

  • Er wordt naar agency gekeken; vrouwen als lijdzame slachtoffers, maar vrouwen zijn ook actoren!

    • Actoren die zelf ook kunnen proberen iets aan hun levensstandaard te doen. Vrouwen zijn niet alleen maar slachtoffer, vrouwen brengen veel veranderingen teweeg.

  • Bestaat nog steeds dat vrouwen rotklussen doen

  • De stem van vrouwen die zelf laten horen maar ook van nieuwe onderzoeken


Nimble fingers revisited

  • Gedifferentieerde groepen vrouwen

  • Vrouwen hebben de plaats ingenomen van mannen.

    • Allerlei verschuivingen; de ene keer meer mannen dan weer meer vrouwen die in de industrie werken, ligt heel erg aan het economische aanbod.

  • Het karakter van de arbeid is ‘vrouwelijk’  arbeidsomstandigheden beginnen steeds meer te lijken op de ondergewaardeerde omstandigheden (onbeschermd, geen bemoeienis van vakbonden). Flexibilisering van de arbeid en Housewifization.

  • Dit soort grootschalige ontwikkelingen zijn voor vrouwen belangrijk geweest om te kunnen ontsnappen aan de onderdrukking, of om scholing te krijgen.

  • Voor veel vrouwen is het werk tijdelijk en een opstap naar andere economische activiteiten.

  • De standaard van de mannelijke arbeider niet houdbaar.

  • Aandacht gegeven aan hoe vrouwen migreren: arme onopgeleide vrouwen die een baan zoeken, of volgmigratie (hereniging met de familie)

    • Waarheid veel complexer; goed opgeleide vrouwen en mannen migreren ook, achtergronden zijn heel verschillend = feminisering van migratie (overal wat bij vrouwen iets meer gebeurd noemt men gelijk feminisering)

College 6


Culturele constructies van gender.

Materiële cultuur en gender.

    • Kleding, kapsel, schoeisel, werktuigen, speelgoed.

    • Lichaamsaanpassingen (tatoeages e.d.), houdingen, ruimtegebruik.

    • Architectuur, stadsplanning, techniek

    • Media representaties (film, reclame)

*Vormen van doing gender: winkelen, kleren uitkiezen, alledaags beeld van hoe mannen en vrouwen zich horen te gedragen (Butler).

*Materialisering (of embodiment) van gender regimes.

*Foucault: discursive power: talen domein: manier waarop formulieren gemaakt worden/manier waarop instituties worden opgericht (bureaucratie).


Definitie-macht: cultural regime


  • Voorbeeld van cultureel regime: de landkaart die wij kennen, de evenaar ligt niet in het midden, zo wordt Europa veel groter afgebeeld dan landen ten zuiden van de evenaar. Het bovenste deel is groter dan het onderste deel.

  • Onze wereldkaart heeft Europa in het midden, Chinese wereldkaarten hebben China in het midden, Australische wereldkaarten hebben Australië bovenin gezet (op z’n kop).

  • Deze verschillende posities geven verschillende wereldbeelden. Het is bijna vanzelfsprekend, je groeit op in een cultureel regime en leert dat het zo hoort.

Elke cultuur heeft ook een eigen manier om naar gender te kijken: gender regime.

  • Geeft ideaalbeelden van mannen en vrouwen  modellen voor gender.

  • Dit is een soort dwingende macht, men weet wel dat het niet realistisch is, maar het blijft een voorbeeld waar mensen aan willen voldoen.

  • De sociale norm blijft ‘knagen’ aan mensen  gender regime.

  • Gender regime = hoe gender ons wordt opgedrongen.


Gender cultures (gender regime)

  • Gender als cultureel regime (complex van vanzelfsprekende en dwingende noties)

  • Gender als model ván en vóór

  • Vanzelfsprekend - deels onbewust: unconscious bias (hoe dwingend cultural regimes zijn).

  • Veranderbaar

  • Soms conflicterend. Mannen stoer en onafhankelijk maar tegelijkertijd moeten ze ook kunnen luisteren en koken, etc. leidt tot conflicten. Wat is het dominante gender beeld? Veel sub-beelden hebben hier invloed op.

  • Butler ‘doing gender’, performativity  je speelt gender, het is niet aangeboren, je doet het in je alledaagse handelingen.

  • Zienswijze en zijnswijze & mogelijkheid tot verandering, worden beïnvloed door positie en macht (Abu-Lughod: positionality).

    • Gender perspectief: bewust van het feit dat mannen en vrouwen eventueel verschillende posities innemen in een samenleving, zo kun je op een andere manier naar een samenleving kijken, bevragen waarom er verschillen zijn tussen mannen en vrouwen en jezelf realiseren dat het te maken heeft met verschillende posities in de samenleving en een verschillend beeld van hoe de samenleving zou moeten zijn  positionality.

    • Positie is heel belangrijk


Alledaagse ideologie

Wetenschappelijke benaderingen van gender cultures.



  • Classificaties (man-vrouw, cultuur-natuur, buiten-binnen, publiek-privé)

  • Associaties (kleur, vorm, gevoel).

Voorbeeld van culturele gender classificaties

  • Ortner: “Is female to male as nature is to culture?” (1974)

    • Associatie vrouwen met natuur

      • door hun reproductieve functies

      • en sociale rollen (zwangerschappen en menstruaties niet controleerbaar, kinderen opvoeden, etc.)

      • cultuur wordt hoger gewaardeerd dan natuur in alle samenlevingen.

    • Kritiek:

      • Lijkt erg veel op biologische verklaring > gevaar van verwarring, het is geen biologisch verschil.

      • Niet universeel > sommige subgroepen of culturen waarderen natuur meer dan cultuur.

      • Waardering van natuur en cultuur wisselt

    • Verdiensten

      • Attenderend: je let op verschillen en je kunt er iets mee doen, het wijst op ons sommige dingen, mensen classificeren inderdaad en hangen hier waarderingen aan, moedigt aan tot

      • Nodigt uit tot empirisch onderzoek

  • Rosaldo: “Women, Culture and Society” (1974)

    • Associatie vrouwen met privé en mannen met publieke sector. Economie speelt zich af in publieke sector > het is moeilijk voor vrouwen om op economische manier macht te behalen.

    • Kritiek

      • Te westers

      • Grote culturele variatie

      • Ruimte alleen betekenisvol in sociale context.

    • Verdiensten

      • Attendeert op belang sferen

      • Attendeert op belang van ruimte


Taal

Verschillen in taalgebruik

Creëren van hiërarchie middels taal.



  • Vocabulaire:

    • Verkleinwoorden

    • Trivialisering: op gebied seksualiteit, slet, hoer, lekker wijf

    • Semantische degeneratie: waardering gaat omlaag als het over een vrouw gaat (bijv. de mens en het mens). Waardering gaat omlaag bij vervrouwelijking van het woord (secretaris, secretaresse).

    • Algemeenheidsmythe: allerlei woorden die gaan over mannen en vrouwen, maar dat is eigenlijk een mythe, want onze impliciete associaties zijn anders. Ze worden geassocieerd met de mannelijke vorm. Een chirurg wordt bijvoorbeeld altijd als man gezien.

  • Aanspreektermen: mee laten wegen huwelijkse staat, juffrouw en mejuffrouw & gewoon meneer of de vrouw van Jan Janssen, i.p.v. bij eigen naam.

  • Grammaticale patronen:

    • Volgorde: in de zin altijd meneer en mevrouw, niet mevrouw en meneer.

    • passieve vorm: ‘worden’ wordt vaker gebruikt voor vrouwen dan voor mannen

    • tag-question: vrouwen voegen korte vraagjes toe aan hun gesprek om goedkeuring te krijgen over wat ze zeggen. Drukt grotere onzekerheid uit

    • hedge-words: vrouwen gebruiken vaker het woord misschien in hun teksten, misschien moeten we dit, misschien is het beter dat, vrouwen zijn bescheidener.

    • Markering: als het over vrouwen gaat, wordt het als bijzonder gemarkeerd.


Spreken met en over het lichaam.

Gender reversals: mensen die niet aan de eisen (gender regime) voldoen.

Omkering van culturele constructies



    • Vrouw naar man:

      • gezworen maagden (Balkan)  man moet bovenaan de familie staan, als er geen man was werd er een vrouw aangesteld die altijd maagd zou blijven en alles mag doen wat een man doet.

    • Man naar vrouw:

      • Faafafine (Polynesië Maleisië)

      • Hijra (India)  kunnen zich heel veel spirituele macht toe-eigenen omdat ze buiten het gender regime vallen. Door hun specifieke sociale positie zijn mensen een beetje bang voor hun

      • Berdache (Indianen N. Amerika)  mannen die niet mannelijk genoeg zijn voor het ideaal, ze zijn tegen geweld en dromen over een draagzak. Omstanders weten dat het iemand is die niet in het systeem past, ze worden als hele goede vrouwen gezien (beter dan ‘echte’ vrouwen). Ze voldoen niet aan het man zijn, maar ze voldoen wel aan het vrouw zijn, meer dan andere vrouwen. Ze verkrijgen een andere status dan vrouwen (third gender).

      • Banci (Indonesië).

  • Third gender debate

    • ‘Two-spirit’: behoren tot twee categorieën, niet tot één (Berdache)

    • Uitdrukking of ondermijning van gender-polariteit.

    • Theoretisch belang van derde gender categorieën: ondermijnen het idee van een natuurlijk verband tussen biologische sekse en genderidentiteit.


Religie, lichaam en gender.

Religieus discours: normen voor het lichaam, met name seksualiteit.



  • Het lichaam als symbool. Mary Douglas; Natural Symbols & Purity and Danger.

    • het lichaam gebruiken we om ons te kunnen onderscheiden van dieren

    • Gebruik van het lichaam om ons te onderscheiden van andere mensen

    • Lichamelijke grenzen staan symbool voor sociale grenzen.

      • Vrouwelijkheid wordt benadrukt door het weghalen van okselhaar

      • Mannelijkheid wordt benadrukt door het zetten van tatoeages

Omgaan met taboe (bloed):



  • Controleren

  • Verwijderen

  • Reclassificeren (heilig, magisch, griezelig) het anders ‘framen’ van bloed.

    • Reclassificatie: heilig mannelijk bloed > van Jezus

    • Verwijderen en controleren: onrein vrouwelijk bloed

    • Bloed dat geheiligd wordt is minder afschrikwekkend

    • Vrouwelijke bloed is onrein > als duivels > als onaards

    • Vrouwen geen pastoor vanwege het vrouwelijk bloed > onreinheid mag niet op het altaar.




  • E. Faithorn: pollution (onreinheid)

    • Gaat niet alleen om menstruatie bloed maar alle seksuele lichaamssappen

    • Gaat om de stoffen, niet om de personen

  • Buckley & Gottlieb: blood magic

    • Gevolgen van menstruatie taboe voor vrouwen ambivalent  niet alleen maar negatief. Hoeft niet alleen sociale onderschikking te reflecteren, maar kan ook uitdrukking zijn van macht.

    • Sommige vrouwen kunnen zich ook spirituele macht toe-eigenen.

  • I. Hogbin, The Island of menstruating man

    • Symbolische nabootsing van menstruatie door mannen als reinigingsritueel > menstruatie is reiniging

  • Islam en (on)reinheid

    • Kleine onreinheid: veroorzaakt door lichaamsafvalstoffen

    • Grote onreinheid: veroorzaakt door seksuele stoffen en dood > alle seksuele stoffen maken de mensen onrein

    • Is geen identiteit die aan de een of andere sekse kleeft.

    • Moeilijker voor vrouwen omdat die vaker onrein zijn > vaak reinigen is lastig > misschien minder bidden

    • Onreinheid ook in de bijbel; vrouwen vaker onrein


Kritiek op de cultuur

Cultuur: interne variatie en veranderlijkheid. Mag je het wel zo generaliseren?

Discours: manier waarop je over dingen praat. Discourse is erg verbonden met machtsposities.
Reflectieve benadering: basisprincipe: nadenken over machtsverhoudingen die werkzaam zijn in de beoefening van antropologie. Hoe kun je die nivelleren, of in ieder geval rekening mee houden.

Bijvoorbeeld:



  • Nadenken over koloniale erfenis.

  • Nadenken over het gebruik van het woord cultuur. (cultuur niet homogeniseren)

  • In hoeverre moet/mag je feministische ideeën in je antropologische beroepspraktijk betrekken.






1   2   3   4   5

  • College 6

  • Dovnload 120.75 Kb.