Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Internationale Spectator (Clingendael), nr. 11, jrgang 58, pp. 535-39, november 2004

Dovnload 26.6 Kb.

Internationale Spectator (Clingendael), nr. 11, jrgang 58, pp. 535-39, november 2004



Datum05.12.2018
Grootte26.6 Kb.

Dovnload 26.6 Kb.



Internationale Spectator (Clingendael), nr. 11, jrgang 58, pp. 535-39, november 2004
De terreur van de brandende afgunst

Hans Jansen

Naar aanleiding van de aanval op Amerika van 11 september 2001 zijn er tal van maatregelen genomen die tot doel hebben een herhaling van zulke aanvallen te voorkomen. Volgens sommige critici van die maatregelen gaat het hier evenwel niet altijd om echte effectieve stappen die bijdragen aan de verdediging tegen het hedendaags terrorisme, maar vaak om nagenoeg willekeurige algemene inperkingen van de burgerlijke vrijheden, waarbij in het bijzonder moslims en Arabieren nog eens extra gecontroleerd en onder druk gezet worden.

‘Rechtse’ bestuurders en politici hebben zulke maatregelen er door gejaagd, wordt wel betoogd, omdat ze bedenkingen hebben over de vrijheden van hun onderdanen. Maar de vrijheidsbeperkende maatregelen waar veel bestuurders heimelijk naar verlangen kunnen nu eenmaal niet zonder enige rechtvaardiging worden ingevoerd. De gebeurtenissen van 11 september hebben beleidsmakers de dekking geboden die nodig was voor de uitvoering van hun snode plannen, die op gespannen voet staan met de grondwettelijke burgerlijke vrijheden die wij in het Westen plegen, of liever plachten, te genieten.

Het voorgaande is een zo langzamerhand vertrouwde redenering die zowel in Europa als in Amerika aanhang heeft. Niet alleen op het internet maar ook in de traditionele media duiken zulke redeneringen regelmatig op. Echt makkelijk test- of weerlegbaar zijn zulke beschuldigingen natuurlijk niet, want niemand kan in de harten van de beleidsmakers kijken en waarnemen wat voor plannen ze (al dan niet in het geheim) gekoesterd hebben in de periode voorafgaand aan 11 september 2001. Maar het zou waar kunnen zijn. Je weet maar nooit. Het is zeker geen onbegrijpelijke redenering.

De termen ‘links’ en ‘rechts’ worden met het jaar onbruikbaarder, maar ze kunnen voorlopig nog goed dienst doen om uit te leggen hoe het staat met het de Westerse reacties op het islamitisch terrorisme, en op de vraag wat nu toch wel de voedingsbodem van dit terrorisme zou kunnen zijn. Je zou kunnen zeggen, zie hierboven, dat ‘rechts’ misbruik gemaakt heeft van de gelegenheid, door allerlei maatregelen in te voeren die ‘rechts’ toch al graag zou hebben willen uitvoeren. Maar wat doet ‘links’?

Links zit gelukkig niet stil. Tegelijkertijd, maar minder opvallend, probeert ook ‘links’ munt uit de situatie te slaan: ‘Linkse’ analisten, commentatoren en consultants stellen allerlei maatregelen voor die de voedingsbodem van het terrorisme zouden moeten wegnemen, en vervolgens bestuderen allerlei overheidsinstanties in goed vertrouwen die maatregelen met de daarbij behorende theorieën. Soms wordt er inderdaad hier en daar beleid gebaseerd op de prachtadviezen die er worden verstrekt over het wegnemen van de voedingsbodem voor terreur.

Wie goed oplet ziet dat het ook nu in hoofdzaak gaat om maatregelen die links toch altijd al had willen nemen, waar tot nu toe geen electorale meerderheid voor te vinden was, maar die nu onder dekking van de terreurdreiging misschien desondanks toch kunnen worden gerealiseerd (als ze niet zo verstrekkend en algemeen zijn dat overwegen ze toe te passen geen zin heeft, bijvoorbeeld het analfabetisme, of de armoe, of de wanhoop, wereldwijd uitroeien).

Het is het exacte spiegelbeeld van wat rechts doet, met één verschil. Links claimt meestal de zegen van de wetenschap ontvangen te hebben voor de plannen die bedoelen de voedingsbodem van de terreur weg te nemen. Rechts heeft niet zo veel vertrouwen in de wetenschap, en claimt meestal niet dat de rechtse maatregelen door de wetenschap zijn afgezegend, want rechts meent meestal dat het vanzelfsprekend is dat strenge controle ellende voorkomt.

De termen ‘links’ en ‘rechts’ worden hier wel zeker verkeerd gebruikt, maar we zien het voor ons: er zijn ‘linkse’ deskundigen en politici die ons verzekeren dat bijvoorbeeld vergroting van de tolerantie ten opzichte van de islam, of armoedebestrijding op een schaal die in het verleden zijn gelijke niet heeft gehad, terreur kan voorkomen. Zoiets klinkt aannemelijk wanneer we aan Ghaza denken. Er zijn daar veel armen, en veel daarvan steunen de terreur en de terroristen. Maar denk eens aan de Basken. Hoe kan armoede in Baskenland de daar gepleegde terreur verklaren? De Basken en de Spanjaarden verschillen werkelijk in geen enkel opzicht, behalve dan dat de Basken zichzelf ‘Basken’ noemen. In het geval van de Basken faalt elke materialistische verklaring van de terreur. De plegers van de aanslag op 11 september 2001 waren geen van allen doodarme jongens van de straat. Ook inzake 11/9 lijdt een materialistische verklaring schipbreuk, het is al vele malen vastgesteld.

Andere verklaringen die worden aangedragen om de voedingsbodem van terrorisme te laten verdwijnen lijden alle aan hetzelfde euvel. De voorgestelde maatregelen waar deze verklaringen naar toe werken zijn best goede en prijzenswaardige initiatieven, er zou bijvoorbeeld zeker weer eens wat tegen de armoede gedaan moeten worden, maar het zal de terreur niet wegnemen. De Israëlische behandeling van de Palestijnen, om eens een ander voorbeeld te noemen, stemt niemand vrolijk, en de Palestijnse terreur tegen de Israëli’s evenmin, maar de oplossing van de problemen van de Palestijnen zal wereldwijd de terreur niet wegnemen. Het zal hoogstens tijdelijk op lokaal niveau voor enige verlichting zorgen, maar waarschijnlijk zelfs dat niet omdat elke vredesregeling aan beide kanten enkele honderdtallen verbitterde partisanen zal overlaten – wat genoeg is voor voortzetting van de terreur.

Wie denkt dat de terreur verdwijnt wanneer een van zijn hobby’s nu eindelijk eens door een groot aantal regeringen krachtdadig ter hand wordt genomen, heeft ongelijk. Wie denkt dat de terreur zal verdwijnen wanneer de moslimse migranten in Nederland (of Frankrijk, of waar ook ter wereld) beter of slechter behandeld zullen worden, is echt in de war. Islamofobie of Islamofilie hebben beide geen enkel effect op de wens terreur te plegen. Terreur is autonoom, kan zichzelf prima in stand houden, en komt net als de andere vormen van geweld in laatste instantie voort uit afgunst.

Afgunst? Wie iets bezit dat de begeerte van een ander heeft opgewekt, bijvoorbeeld een fiets, weet dat hij die fiets kwijt raakt als hij geen maatregelen neemt. Vaak is het een arme junk tegen wie de fiets beschermd moet worden, maar ook keurige corpsstudenten helen of stelen wel eens een rijwiel, ze moesten nu eenmaal helemaal naar huis fietsen. De alledaagse bescherming van bezit tegen alomtegenwoordige misdeelde dan wel goed bedeelde afgunstige dieven kan tot een hele reeks van grote en kleine daden van geweld leiden, of tot het dreigen met geweld, of tot het te hulp roepen van een overheid (als die er tenminste is) die impliciet met geweld dreigt.

Nadat we de rol van afgunst, in het voetspoor van de hedendaagse Amerikaanse filosoof Lee Harris, erkend hebben, kunnen we niet om twee constateringen heen. Er is, ten eerste, een groep of subgroep binnen de islam die haat en afgunst koestert tegen het Westen, en die bereid is tegen het Westen geweld te gebruiken. Uit de manier waarop de televisiebeelden bij Al-Jazeera gemonteerd worden, krijgt elke Arabische kijker bijvoorbeeld de indruk dat ook het Westen voortdurend geweld gebruikt tegen de Arabieren, in het bijzonder tegen Arabische kinderen. (Het is mede daarom normaal dat veel moslimse strijders geweld tegen kinderen zoals in Beslan acceptabel zijn gaan vinden).

Die anti-Westerse groep kan, ten tweede, niet heel klein zijn. Als het een heel kleine groep of subgroep zou wezen, dan zou de grote meerderheid deze kleine groep immers kunnen neutraliseren of corrigeren. Dat gebeurt niet of nauwelijks. We kunnen er niet omheen, er is een grote groep in de islamitische wereld die het Westen haat. Wij in het Westen horen dat bericht niet graag en zouden het graag willen ontkennen of tegenspreken maar het bewijs daarvoor is overvloedig.

We hoeven daarvoor echt niet af te gaan op het per ongeluk afluisteren van wat mensen bijvoorbeeld in het openbaar vervoer per ongeluk tegen elkaar zeggen, want dat valt vaak nog wel mee. Het zijn vooral de tijdschriften, kranten en televisie-programma’s die druipen van haat. Het stereotiep van een Westerling is ongeveer: een sexueel van de rails gelopen aan alcohol verslaafde atheïstische kindermoordenaar die rijk is geworden door bedrieglijke financiële manipulaties waar moslims het slachtoffer van zijn geworden. Dat beeld wordt er in het openbaar dag in dag uit ingehamerd. Er is niets in het Westen dat qua haatpropaganda bij deze zaken ook maar in de buurt komt, in frequentie, in heftigheid, of in kwaadaardigheid.

Terreur is slechts één vorm van geweld. Het zou te verwachten zijn dat de haat die in de islamitische wereld jegens het Westen gekoesterd wordt, ook langs andere wegen dan terreur naar buiten zou komen. De officiële politiek van de heersende regimes zou die haat toch ook moeten weerspiegelen? In een democratie wel, maar de regimes die het in de hoofdsteden van de islamitische wereld voor het zeggen hebben, zijn geen democratieën, integendeel. De haat jegens het Westen leeft onder de door de media opgehitste bevolking, maar de regimes zelf hebben het Westen veel te hard nodig (ze ontvangen haast zonder uitzondering een menigte van vormen van hulp) om openlijk anti-Westers te zijn.

Wanneer de regimes in de hoofdsteden anti-Westers zouden zijn, zouden de diplomaten ter plaatse dat opmerken. Dus gaat het stiekum. Via het geven van een knipoog aan de staatsgecontroleerde media die hun gang maar moeten gaan, en, in een enkel extreem geval, via het geven van logistieke hulp aan terroristen die voor eigen rekening en risiko het tegen het gehate Westen opnemen. Een voorbeeld van dit laatste is de eerste aanval op het WTC in New York, die van 1993, zie de bewijzen en documenten verzameld door Laurie Mylroie in haar The War Against America uit 2001.

Het heeft nauwelijks zin om de bevolkingen van de landen van de islam te bestoken met informatie die laat zien wat het Westen werkelijk is. Velen daar geloven nog steeds dat de aanvallen van 11 september door de Zionisten gepleegd zijn, “want de 4000 Amerikaanse joden die in het WTC werkten waren gewaarschuwd en zijn niet naar hun werk gekomen”. Tegelijkertijd geldt Osama ben Laden wijd en zijd als een held. Een bevolking die massaal in staat is deze beide standpunten tegelijk in te nemen, valt niet meer binnen het bereik van de informatie-technologie van de moderne tijd.

De Koran en andere gezaghebbende islamitische teksten zijn niet mild over al diegenen die de islam afwijzen. Op zich is dat niet abnormaal. Een heilig boek van een nieuwe godsdienst die voor zijn bestaan aan het vechten is, predikt natuurlijk nooit dat je ook wel in de hemel komt als je geen lid wordt van die nieuwe godsdienst. Een groot deel van de Koran dateert uit de periode dat de vroege moslims slaags waren met de heidenen van Mekka. Er zijn dus teksten genoeg die opdragen om heidenen te doden, ‘waar ge ze maar vindt’.

Vanuit de islam kunnen zodoende voortdurend argumenten aangedragen worden die de haat jegens het heidense Westen rechtvaardigen. Vanuit de islam kunnen desgewenst ook argumenten aangedragen worden om deze haat te doen ontvlammen bij wie er nog geen last van had. Voor die haat is binnen de godsdienst overvloedig steun te vinden. Het is belangrijk dat wie geen moslim is, zich dit realiseert. Wie op politiek-correcte wijze meent dat het met de Bijbel wat dit aangaat ook niet al te best gesteld is, spreekt gevaarlijk lichtvaardig over zaken waar hij niets, althans te weinig, vanaf weet.

Zoals de bijbel de lezer de indruk geeft dat de hele wereldgeschiedenis een onderonsje is tussen God en zijn volk, zo wekken op dezelfde manier de islam en de koran de indruk dat het in de geschiedenis van de mensheid maar om een ding gaat: Zal de islam in deze wereld wel superieur zijn aan alle anderen? Van de zevende tot de zeventiende eeuw is de beschaving van de islam inderdaad veruit superieur geweest aan zijn buren, en bestond er dus voor moslims en de moslimse theologie geen probleem. In de 19de eeuw was Europa superieur, in sinds 1945 de Verenigde Staten van Amerika. Dat was wel een probleem, want Europa en Amerika zijn niet islamitisch.

De brandende afgunst die dit verlies van superioriteit heeft opgeleverd, is de oorzaak van de vijandschap die veel (en natuurlijk nog steeds niet alle) moslims jegens het Westen voelen. Het Palestina-probleem even regelen terwijl de Arabieren zelf al vijftig jaar lang niet bij machte zijn gebleken dit probleem te regelen, zou de afgunst en de haat eerder doen toe- dan afnemen. De formule zou worden dat Amerika (want het zal uiteraard Amerika zijn dat dit probleem ooit een keer oplost) zijn wil aan de rest van de wereld oplegt en dat Amerika daarom gehaat en bestreden moet worden. Als Amerika het probleem niet oplost, moet Amerika gehaat en bestreden worden omdat het dit conflict maar laat voortslepen.

Het gekerm over de vraag ‘waarom zij ons haten’ is ook in Amerika niet van de lucht, maar het antwoord op die vraag is verrassend simpel. ‘Ze’ haten ‘ons’ omdat wij in een politiek systeem leven dat welvaart en voorspoed genereert, terwijl het verkeerd zou zijn om te zeggen dat de moslims in het Midden-Oosten leven onder een systeem dat nu en dan een beetje corrupt is: het systeem waaronder moslims in het Midden-Oosten moeten leven is corruptie, en corruptie garandeert armoede, ellende en misère (behalve voor de kleine lokale diefachtige elite).

Dat ook de allochtonen die in hun herkomstland op vakantie zijn, het daar niet leuk vinden omdat ze worden uitgeschud en dubbel moeten betalen, op een manier die haast nog erger is dan wat Westerse toeristen daar overkomt, bevestigt op een heel directe manier dat het om simpele hebzucht en afgunst gaat, gekoppeld aan het gebrek aan bereidheid om op voet van gelijkheid met de anderen te concurreren.

De uitslag van zo’n concurrentie-wedstrijd moet immers van te voren vast staan: de islam en de moslims zijn superieur. Dat staat al in de Koran, wie daar aan twijfelt kan het voor zijn kiezen krijgen. Ondertussen faalt het islamitische Midden-Oosten in elke competitie, of het nu om sport, wetenschap of economie gaat. Afgezien van olie en gas (die beide niet vervangbaar zijn) is de export van alle Arabische landen samen gelijk aan die van Finland.

Bewoners van het islamitische Midden-Oosten hebben elkaar veroordeeld tot een waan van superioriteit over de rest van de mensheid. Ze zijn daarbij in de val van hun eigen hoogmoed gelopen. Wie meent dat hij superieur is, hoeft natuurlijk niet creatief te ontlenen aan andere, inferieure culturen. Maar wie weigert creatief te ontlenen, isoleert zich, en verkommert. Dat is precies wat er met het Midden-Oosten aan het gebeuren is.

Individueel willen moslims vaak niets liever dan naar het rijke Westen komen, met name onder jongeren zijn de percentages die bij enquêtes opgeven dat ze naar het Westen willen migreren, verontrustend hoog. Eenmaal aangekomen in het Westen gaat het vaak goed, maar er is onder de migranten ook een groep die wel de Westerse welvaart op prijs stelt maar die de bijbehorende vrijheden afwijst. Die houding wordt door de predikanten die met behulp van de kabel de islam verkondigen, versterkt en in stand gehouden.

Behalve afgunst op het rijke Westen “dat van de Arabische olie heeft weten te profiteren” (alsof de Arabieren zelf niet ook van die olie hebben geprofiteerd – het Westen heeft er toch ook voor betaald?) is ook afgunst jegens groepen die zich etnisch of religieus onderscheiden een motor voor moord en doodslag in het Midden-Oosten – maar niet daar alleen. Het klassieke tegenwoordig overbekende voorbeeld is Irak, waar de Koerden in het Noorden, de Soennieten in het midden en de Shi’ieten in het Zuiden het op elkaar voorzien hebben.

Het is in dat licht onbegrijpelijk dat de buitenwereld de oude Iraakse grenzen maar blijft respecteren, want wanneer bijvoorbeeld Koerdistan een onafhankelijke staat wordt, is het probleem-Irak voor ruim 33% opgelost, en zo voort. Respect voor die bestaande, oude grenzen is eigenlijk alleen in het belang van de heersers die zich hebben meester gemaakt van wat vroeger misschien staten zijn geweest maar nu mislukte staten zijn. Weer is Irak het bekendste voorbeeld.

Met de staten die in de 19de eeuw of later bedacht zijn (zoals Irak, Joegoslavië of Algerije) en die een gemengde bevolking hebben, gaat het niet goed. De mens koestert van nature nu eenmaal hevige argwaan tegen medemensen die etnisch of religieus anders zijn dan hijzelf, en hij wil bij voorbaat liever niet met zulke mensen in een land wonen: die anderen worden dan immers maar rijk van zijn belastingcenten, zie de verhalen van onze buren, de Vlamingen en de Walen, over elkaar. Vaak ook hebben mensen groot plezier in het vermoorden van een ieder die etnisch of religieus anders is dan hij, zie Joegoslavië. Het zijn elke keer de 19de en vroeg-20ste eeuwse ‘imperialistische’ grenzen die het decor van langdurige met terreur en geweld gepaard gaande conflicten vormen. Zet de diplomaten opnieuw aan het werk. Maak de wereld nieuw. Bedenk andere grenzen.

Er zijn twee soorten terroristen, praktische en apocalytische. (De onderscheiding is van Ralph Peters, er zijn uiteraard andere onderscheidingen en indelingen denkbaar). Praktische terroristen stellen eisen die in principe vervulbaar zijn, bijvoorbeeld de vrijlating van een gevangene. De politiek moet per keer besluiten hoe hier mee zal worden omgegaan. Met enige slimheid zijn de acties van praktische terroristen vaak wel te pareren.

Apocalyptische terroristen daarentegen stellen eisen waarvan de verwezenlijking niet mogelijk is, of ze stellen soms zelfs helemaal geen eisen. Het gaat apocalyptische terroristen grotendeels om het genoegen te zien (of, in het geval van zelfmoord, te kunnen verwachten) dat ze wereldwijd hevige consternatie veroorzaken.

Het enige medicijn is dan ook tegen-consternatie. Niet, zoals bij oorlogvoering gebruikelijk, streven naar een overwinning met proportionele middelen die voor het doel dat bereikt moest worden net voldoende zijn, maar streven naar een totale verplettering met overdreven zware middelen en overmacht. Het gaat immers niet om een rationele oorlog maar om een irrationele strijd.

Angst aanjagen, en ruim voldoende reden geven om angstig te blijven, is van groot belang. Niet bang zijn zelf af te zakken tot het niveau van de terroristen. Voor minder doen ze het immers niet. Het is in de propaganda-oorlog bovendien van groot belang de terroristen als loosers voor te stellen die op allerlei manieren, ook seksueel, niet aan hun trekken zijn gekomen. Omdat dat meestal waar is, kan het niet zo moeilijk zijn.

De methoden die het strafrecht toestaat bij de bestrijding van wangedrag en misdaad gaan minder ver dan de veel ruwere methoden die door een oorlogsituatie worden opgedrongen. Het strafrecht is dan ook niet geschikt voor terrorismebestrijding. Hoe het ook tegen onze natuur en ons systeem ingaat, indien mogelijk moeten terroristen sneuvelen tijdens hun zelfgekozen acties. Het is niet nodig om bang te zijn ‘martelaren te maken’. Beter tien dode martelaren in de hemel dan één levende, gewapende terrorist op straat. Martelaren zijn immers geen bedreiging van de openbare orde, terroristen wel.

Laten we ons bij de bestrijding van terrorisme dat gepleegd wordt in de naam van de islam, alsjeblieft geen zorgen maken over wat de moslims er van vinden. Ook het raadplegen van moslims over wat de ‘ware’ islam hier voorschrijft, is uit den boze. Als de terroristen eenmaal zijn vernietigd, is dat voor de andere, niet-vernietigde moslims voldoende bewijs dat de terroristen er ook theologisch naast zaten, anders had God hen immers wel gespaard. Vernietigen gaat dus voor.

Wanneer er een grote terroristische aanval op een Nederlands doel wordt gepleegd, door terroristen die zich op de islam beroepen, zou dat kunnen leiden tot spontane acties van de bevolking waarbij bijvoorbeeld moskeeën in brand worden gestoken. Dat zal de moslims in Nederland er eerder toe brengen zich van de terroristen af te keren dan hen te steunen. De overheidsreacties op zulke spontane pogingen tot tegenterreur dienen daar dan ook mee rekening te houden.

De knappe strategen die Nederland rijk is, zullen nog wel meer kunnen bedenken. De Amerikaanse auteur Ralph Peters heeft in zijn boek Beyond Terror (2002) al heel wat suggesties gedaan waarvan ook in de alinea’s hierboven wel sporen te vinden zijn. Sinds 12 september 1683, het ontzet van Wenen, hebben we geen islamitische terreur meer gekend. Dat was een mooie adempauze. Sinds 11 september 2001 is de islamitische terreur tegen de niet-moslims hervat. De strijd die toen begonnen is, kan een aantal jaren duren, maar de kans dat het een aantal eeuwen gaat duren is niet geheel denkbeeldig.

Natuurlijk staan veel, wellicht de meeste, moslims hier geheel buiten, zoals ook toen de Turken in 1683 voor Wenen stonden, de meeste Turken gewoon thuis zaten. Maar dat maakt de strijd niet minder gevaarlijk. Zo lang er niets te bedenken is waardoor Nederland, of welk ander land dan ook, neutraal zou kunnen blijven in de strijd met mensen die zich op de islam beroepen wanneer ze zich schuldig maken aan terrorisme, is alles mogelijk en dienen we op alles voorbereid te zijn.


Amsterdam, augustus 2004




Dovnload 26.6 Kb.