Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Introductie 1 Voorkennis Eigen antwoord. 2 Oriëntatie op de tijd

Dovnload 414.47 Kb.

Introductie 1 Voorkennis Eigen antwoord. 2 Oriëntatie op de tijd



Pagina1/3
Datum05.12.2018
Grootte414.47 Kb.

Dovnload 414.47 Kb.
  1   2   3

Geschiedeniswerkplaats 2e editie

3/4 KGT- antwoorden






Geschiedeniswerkplaats 2e editie 3/4 kgt
Hoofdstuk 6 - Cultuur en mentaliteit na 1945
Introductie
1 Voorkennis

Eigen antwoord.
2 Oriëntatie op de tijd

F-A-B-E-D-C
3 Oriëntatie op het gebied

Bijvoorbeeld: Het percentage vrouwen dat buitenshuis werkte bleef tussen 1950 en 1975 ongeveer gelijk. Na 1975 groeide het percentage langzaam en vanaf midden jaren 1980 sterker. Of: Rond 2012/2013 was het percentage vrouwen dat buitenshuis werkte nog altijd lager dan het percentage mannen. Of: Tussen 1950 en 2012/2013 is de arbeidsparticipatie van vrouwen gestegen van ongeveer 32% naar ongeveer 65%.
4 Hoe het hoort

Vóór de jaren 1950 was het geloof en 'hoe het hoort' erg belangrijk. Vanaf de jaren 1950 gingen jongeren zich daartegen afzetten. Jongeren gingen bijvoorbeeld niet meer naar de kerk en trokken zich weinig aan van wat anderen van hen dachten.
5 Toen en nu

Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Ik denk dat er altijd jongeren zijn die doen wat er van hen wordt verwacht, zoals op afbeelding 2. Wel zijn tegenwoordig veel minder mensen aangesloten bij een kerkgenootschap en daarom zie je processies (religieuze optochten) zoals op afbeelding 2 niet vaak meer in Nederland. Tegenwoordig gaan de meeste jongeren hun eigen gang. De enthousiaste jongeren op afbeelding 3 zie je tegenwoordig nog steeds, bijvoorbeeld bij concerten of andere evenementen. Maar waarschijnlijk zullen jongens/jonge mannen tegenwoordig niet snel meer in een pak met das naar een concert gaan.
6 Online

Bekijk Theorie en bronnen.

6.1 Een verzuild land
1 Voorkennis

1 Door de reformatie in de zestiende eeuw kwamen er protestanten in Nederland.

2 Protestanten en katholieken geloven wel in dezelfde christelijke god.

3 In de negentiende eeuw kwamen socialisten op voor de arbeiders die het slecht hadden.

4 Liberalen vinden vrijheid belangrijk.

5 Socialisten vinden gelijkheid belangrijk.

6 Nederland kreeg in 1917 algemeen kiesrecht.


2 Verzuiling

a 'Verzuiling' is het bestaan van zuilen in de samenleving; zuilen zijn bevolkingsgroepen met een eigen levensovertuiging en eigen organisaties.

b De liberalen waren verzuild omdat ze als enige groep overbleven.

c Bijvoorbeeld: Je wordt geaccepteerd door anderen omdat je bij dezelfde zuil hoort. Of: Je hoeft niet na te denken over belangrijke zaken zoals naar welke school je gaat of op welke politieke partij je stemt. Of: Je hoeft geen eigen mening te vormen, want de zuil bepaalt je mening over bijvoorbeeld religie en politiek.

d Bijvoorbeeld: Je leert geen andere meningen over bijvoorbeeld politiek of religie kennen. Of: Je gaat misschien negatief denken over (mensen in) andere zuilen, omdat je die zuilen (mensen) niet kent. Of: Je bent niet vrij om een afwijkende mening te uiten of om je eigen school, sportclub of politieke partij te kiezen. Of: Je mag waarschijnlijk geen relatie hebben met mensen die bij een andere zuil horen.

e Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Mensen die helemaal opgaan in bijvoorbeeld een religie, ideologie (gedachtengoed) of cultuur en zich zo veel mogelijk afsluiten van de buitenwereld (van andersdenkenden), bijvoorbeeld door apart te gaan wonen en naar eigen scholen te gaan.
3 Sport en politiek

a A en C

b A en C

c Bijvoorbeeld:

- Stemden katholieken op katholieke partijen?

- Was de sport in Nederland verzuild?

- Wat vonden niet-katholieken van katholieken?

- Waren niet-katholieken welkom op katholieke politieke bijeenkomsten?

- Waren er in het noorden van Nederland katholieke partijen of verenigingen?

- Hadden katholieken eigen politieke partijen en verenigingen?

d Waarom wilden katholieken niet met niet-katholieken omgaan?
4 Doorbraak?

a In de Tweede Wereldoorlog groeide de kritiek op de verzuiling. Die had alleen maar gezorgd voor verdeeldheid onder de Nederlandse bevolking. Daardoor liepen de Duitsers/Duitse soldaten/nazi's in mei 1940 Nederland onder voet. Om te zorgen voor eenheid onder de bevolking moest een einde worden gemaakt aan de 'hokjesgeest'. Dit heet de doorbraak.

b C

c




5 Koningin Wilhelmina

a Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Het opheffen van de verzuiling in de politiek.

b Nee, want koningin Wilhelmina zegt in de bron dat de 'droom' (de vernieuwing van politiek en maatschappij) niet is uitgekomen.

c A

d We weten niet wat koningin Wilhelmina ergens van vond, want het staatshoofd spreekt namens de regering en niet namens zichzelf. De Nederlandse regering (in ballingschap in het Verenigd Koninkrijk) was voor het doorbreken van de verzuiling. In bron 3 staat dat er tijdens de oorlog plannen zijn gemaakt voor 'vernieuwing' van de politiek en dat het nu tijd is om die plannen uit te voeren. In bron 4 staat dat er tijdens de oorlog werd 'gedroomd' van vernieuwing (na de oorlog) en dat die droom niet is uitgekomen ('een teleurstelling').

Tussen de regels door klinkt toch ook een beetje de mening van Wilhelmina. Zo zegt ze in bron 3: ‘Met grote vreugde heb ik gemerkt dat deze oproep grote weerklank heeft gevonden.’
6 De PvdA wordt socialistisch



7 De doorbraak

a B

Bijvoorbeeld: De doorbraak moest leiden tot de ontzuiling van de politiek (gemengde partijen). In bron 5 zie je twee katholieke politici die het tienjarig bestaan van de KVP (Katholieke Volkspartij) vieren. In 1955 was er dus nog steeds een verzuilde partij (in dit geval speciaal voor katholieken). De leiders van die partij blazen de 'doorbraakkaarsen' uit. Volgens de tekenaar waren zij dus verantwoordelijk voor het mislukken van de doorbraak.

b B

Bijvoorbeeld: In bron 6 trekt de staf van een bisschop de katholieke jongen weg bij de 'liberale' en 'socialistische' kinderen. De bisschoppen verboden katholieken om lid te worden van socialistische organisaties.

c Bijvoorbeeld: De PvdA wilde een einde maken aan de verzuiling en was dus voor de doorbraak. De partij was bedoeld voor mensen met verschillende achtergronden. De katholieken hielden de eigen zuil in stand. Het Parool vond dat de katholieken de doorbraak tegenwerkten, terwijl de PvdA die juist steunde.
8 Zaterdag of zondag?

a Iedereen kon lid worden van EVC.

b Hun geloof verbood sporten op zondag.

c Eigen antwoord.


9 Volgzame mentaliteit

a Mensen voelden sociale druk (voelden zich gedwongen door de omgeving) om zich aan te passen aan de regels van de zuil waartoe ze behoorden. Als je iets deed wat niet mocht (bijvoorbeeld lid worden van een sportclub van een andere zuil of trouwen met iemand uit een andere zuil) dan keurden andere mensen dat af. Dat kon leiden tot uitsluiting (dat mensen niet meer met je wilden omgaan).

b Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Afbeelding 10, want katholieken moesten gehoorzamen aan de pastoor die hen vertelde dat ze KVP moesten stemmen en dat ze veel kinderen moesten krijgen. Of: Afbeelding 11, want protestanten mochten niet op zondag voetballen.

c 1 hard werken

2 zuinig leven

3 gehoorzaam zijn
10 Online

  • Bekijk Theorie en bronnen.

  • Maak de oefentoets.



6.2 Ontzuiling en secularisatie
1 Voorkennis

1 I

2 O

3 S

4 I
2 Venster op de wereld

a Rond 1960 stegen de lonen in Nederland en hielden mensen geld over voor luxeartikelen, zoals een televisie.

b Op televisie zagen mensen programma's die niet van de eigen verzuilde omroep waren. Zo kwamen mensen er achter hoe er in andere zuilen over dingen werd gedacht.

c De loonstijging rond de jaren 1960 was een oorzaak van de kleine doorbraak van de verzuiling.
3 Doorleren

a Ongeveer 17% van alle Nederlanders van 18 tot en met 25 jaar volgde hoger onderwijs in 1975.

b Bijvoorbeeld: Door economische groei en technologische vooruitgang was er meer vraag naar hoger opgeleid personeel, waardoor meer jongeren doorleerden. Of: Het schoolgeld ging omlaag en de studiebeurzen omhoog, waardoor meer jongeren toegang hadden tot hoger onderwijs (eerder konden veel mensen het niet betalen).

c A en D

d Vanaf het jaar 1996 of 1997 volgden meer vrouwen dan mannen hoger onderwijs.


4 Eigen behoeften

a Bijvoorbeeld:

1 onderwijs: Jongeren werden hoger opgeleid dan hun ouders. Daardoor namen veel jongeren niet meer automatisch de mening van hun ouders over en gingen ze twijfelen aan wat de kerk zei. Jongeren maakten dus hun eigen keuzes en volgden niet de keuzes van de groep (zuil).

2 sociale zekerheid: De sociale zekerheid werd uitgebreid. Daardoor konden mensen die het moeilijk hadden, rekenen op steun van de staat. Daardoor werden mensen minder afhankelijk van familie en de kerk.

b Bijvoorbeeld: Mensen die hun eigen keuzes maken (individualiseren), gaan zich minder gedragen als deel van een groep. De verzuiling was juist gebaseerd op het leven in een groep. In de verzuilde samenleving moest iedereen zich aanpassen aan de regels van de zuil (groep).
5 Invloed van kerk en geloof

a Bijvoorbeeld: Secularisatie betekent dat de invloed van kerk en geloof afneemt. Mensen gaan minder of niet meer naar de kerk. Op afbeelding 14 zie je dat een kerkgebouw niet meer wordt gebruikt voor kerkdiensten, maar als boekwinkel. Waarschijnlijk waren er te weinig gelovigen om de kerk nog te gebruiken voor kerkdiensten en heeft de kerk het gebouw verkocht of verhuurd.

b A, F, G
6 Ontkerkelijking

a Vanaf 1960 daalde zowel het percentage protestanten als het percentage katholieken in Nederland.

b Vanaf 1960 steeg het percentage mensen dat geen religie aanhangt.

c Bijvoorbeeld: Er kwamen vanaf 1980 meer mensen met een andere religie in Nederland wonen. Of: De groep arbeidsmigranten met een andere religie groeide (ze kregen bijvoorbeeld kinderen of haalden partners en kinderen naar Nederland).
7 Politieke veranderingen

a A en C

b Steeds meer mensen stemden niet meer automatisch op de partij van de eigen zuil; zij keken per verkiezing welke partij het meeste te bieden had.
8 Winst en verlies

Bijvoorbeeld:

1 De KVP (een verzuilde partij, want katholiek) verloor 8 zetels in de verkiezingen in 1967. Je kunt zeggen dat het een teken van ontzuiling is dat minder mensen op de KVP stemden. Die stemmen gingen dus naar een andere partij (er was een opkomstplicht, wat betekent dat mensen moesten gaan stemmen).

2 D66 (een ontzuilde partij) won 7 zetels in de verkiezingen in 1967. Je kunt zeggen dat het een teken van ontzuiling is dat een nieuwe en ontzuilde partij vanuit het niets 7 zetels behaalde.


9 Breken met het geloof

a




B

V

W

1 Waarom brak Van Mierlo met het katholieke geloof?




X




2 Hoe reageerde zijn vader op dit besluit?

X







3 Was het een goed besluit van Van Mierlo om niet langer katholiek te zijn?







X
  1   2   3

  • 2 Oriëntatie op de tijd
  • 6 Online
  • 2 Verzuiling
  • 3 Sport en politiek
  • 5 Koningin Wilhelmina
  • 6 De PvdA wordt socialistisch
  • 7 De doorbraak
  • 8 Zaterdag of zondag
  • 6.2 Ontzuiling en secularisatie 1 Voorkennis
  • 5 Invloed van kerk en geloof
  • 7 Politieke veranderingen
  • 9 Breken met het geloof

  • Dovnload 414.47 Kb.