Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Introductie 1 Voorkennis Eigen antwoord. 2 Oriëntatie op de tijd

Dovnload 414.47 Kb.

Introductie 1 Voorkennis Eigen antwoord. 2 Oriëntatie op de tijd



Pagina2/3
Datum05.12.2018
Grootte414.47 Kb.

Dovnload 414.47 Kb.
1   2   3


b Bijvoorbeeld: Voor vraag 2 (Hoe reageerde zijn vader op dit besluit?) kun je bron 10 gebruiken. Van Mierlo vertelt dat het voor zijn ouders 'een enorme schok' was dat hij van zijn geloof was 'afgevallen'. Ze geloofden dat hij 'in de hel zou branden'.

In de bron staat dat Van Mierlo door zijn 'afvalligheid' 'het zwarte schaap van de familie' werd. Dat kun je zien als een negatief gevolg en eventueel als een argument om bron 10 te gebruiken voor vraag 3.
10 Denken en doen

a A en B

b B
11 Aardverschuiving

1 juist

2 onjuist

3 onjuist

4 juist

5 juist
12 Online

  • Bekijk Theorie en bronnen.

  • Maak de oefentoets.



6.3 Jongeren laten zich horen
1 Voorkennis

Eigen antwoord.
2 Een aparte groep

a Bijvoorbeeld:

1 (grammofoon)platen

2 brommers

3 minirokken

4 spijkerpakken

5 tijdschriften voor jongeren (bijvoorbeeld Hitweek)

b Bijvoorbeeld: Het model is jong. Ze gebruikt een platenspeler en houdt een plaat in haar handen.

c B


3 Popmuziek en lang haar

1 Werkende jongeren en studenten hadden geld om luxeproducten te kopen. Reclamemakers speelden daar op in met speciale producten voor jongeren.

2 Steeds meer jongeren gingen studeren en brachten daardoor meer tijd met elkaar door en minder onder toezicht van hun ouders. Hierdoor ontwikkelden jongeren een eigen levensstijl.

3 De amerikanisering (de invloed van de Amerikaanse cultuur) zorgde ervoor dat jongeren zelf wilden bepalen hoe ze leefden.
4 Andere tijden

a Boudewijn de Groot heeft een lied van een Amerikaanse artiest (Bob Dylan) vrij vertaald naar het Nederlands. Amerikanisering is de toenemende invloed van de Amerikaanse cultuur.

b Met de zin 'Er komen andere tijd aan' verwijst De Groot naar de nieuwe jongerencultuur die de manier van leven van hun ouders en grootouders afwees. De Groot voorspelde dat de samenleving daardoor zou veranderen.
5 Jeugdstijlen

a



b B en C
6 Vietnamoorlog

a Boudewijn de Groot is tegen het Amerikaanse militaire ingrijpen in Vietnam. Dat kun je bijvoorbeeld zien aan wat hij vertelt over de Vietnamoorlog: eenzame jongens (soldaten) 'ver van thuis', de 'vergissing' met dat bombardement en die 'zesenveertig doden', 'schuldeloze slachtoffers', 'het bloed en de ellende', 'al die dode mensen'. De Groot vindt dat Johnson droomt van 'overwinning en van macht' en niet denkt aan 'al die vredeswensen'.

b 1 provo's

2 hippies
7 Provo

a Op de verkiezingsposter (bron 14) wordt het gezag afgebeeld als twee (rij)laarzen en een pof(rij)broek, zoals die in 1960 werden gedragen door de Nederlandse politie.

b De provocatie van het gezag wordt afgebeeld als een mensje dat een laars (van het gezag) met een bijl bedreigt.

c Bijvoorbeeld: Op de verkiezingsposter wordt het gezag aangevallen met een bijl. Waarschijnlijk vonden veel mensen dat geweld te ver gaan.
8 Identiteit

a Bijvoorbeeld: Jongeren met een eigen leefstijl (jongerencultuur) hebben behoefte aan een eigen identiteit. Ze willen zelfstandig zijn en zelf over hun leven beslissen. Die wensen uiten ze in hun manier van leven, door zich af te zetten tegen de gebruiken en gewoontes van hun ouders.

b Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Afbeelding 20, omdat deze persoon zich heel anders kleed dan de meeste andere mensen. Of: Afbeelding 22, omdat deze soldaten hun haar lang dragen terwijl de legerleiding wilde dat alle soldaten hun haar kortgeschoren droegen.
9 Online

  • Bekijk Theorie en bronnen.

  • Maak de oefentoets.



6.4 Vrouwen eisen gelijke behandeling
1 Voorkennis

Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Afbeelding 23, omdat de vrouwen op de foto actie voeren bij een standbeeld van een feministe. Of: Afbeeldingen 25 en 29, omdat het huishouden vaak werd (en wordt) gezien als een taak voor vrouwen en niet voor mannen. Of: Afbeelding 26, omdat de vrouwen op de foto zelf willen beslissen of en wanneer zij kinderen krijgen. Of: Afbeelding 27, omdat de vrouw op de foto een betaalde baan heeft, terwijl veel mensen vonden (en vinden) dat vrouwen thuis onbetaald voor hun man, de kinderen en het huishouden moeten zorgen. Of: Afbeelding 28, omdat de poster laat zien dat vrouwen werk kunnen doen dat volgens veel mensen (toen en nu) alleen voor mannen is weggelegd.
2 Eerste feministische golf

a C, E, F

b Bijvoorbeeld: Het 'traditionele rollenpatroon' betekent dat de man een baan heeft waarmee hij geld verdient. De vrouw moet kinderen krijgen en die opvoeden. Ze moet thuis onbetaald werk doen: voor haar man, de kinderen en het huishouden zorgen. Je ziet dit rollenpatroon terug in afbeelding 24, omdat de vrouw wordt afgeschilderd als het middelpunt van het gezin. Zij houdt het gezin draaiende zodat de man zijn werk buitenshuis kan doen. De man staat boven de vrouw getekend omdat hij de baas is van het gezin en alle belangrijke beslissingen neemt. De vrouw moet (net als de kinderen) doen wat hij zegt.
3 Keerpunt

De 'handelingsbekwaamheid' van getrouwde vrouwen werd uit de wet gehaald. Voortaan waren vrouwen en mannen gelijk voor de wet.
4 Vrouwen in de politiek

a Vanaf 1956 kwamen er vrouwen in de regering en in de Tweede Kamer.

b Katholieken zagen vrouwen als het middelpunt van het gezin en niet als iemand die buitenshuis betaald werk deed.

c Marga Klompé was de eerste vrouwelijke minister in Nederland. Dat was bijzonder onder meer omdat zij lid was van de Katholieke Volkspartij (KVP). Katholieken vonden dat vrouwen thuis onbetaald voor een gezin moesten zorgen en niet een betaalde baan als minister hoorden te hebben.
5 Niet alleen maar huisvrouw

1 Door de groeiende economie kwamen er meer banen, ook voor (getrouwde) vrouwen.

2 Vrouwen en meisjes kregen een (betere) opleiding.

3 Door de stijgende welvaart konden mensen huishoudelijke apparatuur kopen, waardoor vrouwen minder tijd nodig hadden voor het huishouden (mannen deden meestal niets in het huishouden) en daarnaast betaald werk konden doen.

4 Door de anticonceptiepil kregen vrouwen minder of geen kinderen waardoor vrouwen tijd kregen om door te leren en betaald werk te doen.
6 Stroom en emancipatie

Je kunt bron 17 in verband brengen met oorzaak 3 (van de emancipatie): Door de stijgende welvaart konden mensen huishoudelijke apparatuur kopen en kregen vrouwen meer tijd voor andere zaken dan het huishouden. Die apparaten verbruikten stroom, waardoor mensen meer stroom gingen gebruiken.

7 Bijzondere acties

a Wilhelmina Drucker (schrijversnaam van Wilhelmina Elisabeth Lensing, 1847-1925) was een feministe en schrijfster die rond 1900 streed voor gelijke rechten voor vrouwen.

b De Dolle Mina's voerden bijzondere acties die mensen in die tijd niet van vrouwen verwachtten. Bijvoorbeeld: ze verbrandden korsetten (afbeelding 23), eisten 'plasrecht voor vrouwen', floten mannen na, en schreven teksten op hun buik (afbeelding 26) om aandacht te vragen voor hun wensen.
8 Gelijke behandeling

a Bijvoorbeeld:

1 Mannen moesten meer thuis zijn, zodat vrouwen ook konden werken.

2 Bedrijven mochten vrouwen niet meer discrimineren.

3 Vrouwen moesten evenveel verdienen als mannen als ze hetzelfde werk deden als mannen.

4 Er moest meer kinderopvang komen.

5 Abortus moest worden toegestaan.

6 De anticonceptiepil moest gratis verkrijgbaar zijn.

b E-D-B-C-A

c A en D
9 Blanke slavinnen

a Vrouwen zouden het bezit zijn van hun man.

b Dat vrouwen het bezit zouden zijn van hun man is een mening. De man heeft de vrouw niet letterlijk gekocht (zoals slaven worden gekocht). Volgens feministen voelden vrouwen zich een slaaf, bijvoorbeeld omdat ze het huishouden helemaal alleen moesten doen en ook helemaal alleen voor de kinderen moesten zorgen.

c Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Ik denk dat er veel is veranderd, want bij ons thuis verdelen mijn ouders de huishoudtaken. Of: Ik denk dat er niet veel is veranderd, want mijn moeder doet alle taken en ze heeft ook een betaalde baan. Of: Ik denk dat er een beetje is veranderd, want mijn vader doet een paar van de taken, maar mijn moeder doet de meeste.
10 Klaar of niet klaar?

Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Ik ben het eens met standpunt 1, omdat vrouwen nu gelijk zijn voor de wet maar nog steeds worden gediscrimineerd. Bijvoorbeeld: Vrouwen krijgen voor hetzelfde werk minder betaald dan mannen en vrouwen die zwanger zijn krijgen soms geen contractverlenging op hun werk (of worden niet aangenomen voor een baan). Of: Ik ben het eens met standpunt 2, omdat vrouwen voor de wet gelijk zijn en ook zelf kunnen bepalen hoe ze leven.
11 Feminisme tegenwoordig

Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Ik ben het eens met de uitspraak, want FEMEN voert net als Dolle Mina bijzondere acties. Het topless demonstreren en het schrijven van teksten op hun lichaam komen bijvoorbeeld overeen met de acties van Dolle Mina's op afbeelding 26.
12 Online

  • Bekijk Theorie en bronnen.

  • Maak de oefentoets.

6.5 Een multiculturele samenleving
1 Voorkennis

a Bijvoorbeeld:

1 Indonesië

2 Suriname

b Bijvoorbeeld:

1 Turkije

2 Marokko

c Eigen antwoord.
2 Migratie naar Nederland

a Al eeuwen komen mensen naar Nederland, op zoek naar een beter bestaan.

b - economische reden: Vergeleken met andere landen was (en is) Nederland was een welvarend land.

- politieke reden: Vergeleken met andere landen was (en is) Nederland een veilig land met een relatief grote mate van politieke vrijheid.

- religieuze reden: Vergeleken met andere landen heerste (en heerst) in Nederland godsdienstige verdraagzaamheid.

c De redenen voor migratie waren niet heel anders, maar de herkomst van migranten wel. Vóór 1945 kwamen migranten vooral uit Europese landen, na 1945 kwamen migranten ook uit niet- westerse landen.
3 Verschillende migrantengroepen

a

migrantengroep

Uit welke landen?

1 asielzoekers (vluchtelingen)

bijvoorbeeld:

Sri Lanka

Bosnië

Irak

Afghanistan

Somalië

2 Oost-Europese lidstaten van de Europese Unie

bijvoorbeeld:

Polen

Roemenië

Bulgarije

3 (voormalige) kolonies

bijvoorbeeld:

Indonesië (waaronder de eilandengroep de Molukken)

Suriname

4 gastarbeiders

bijvoorbeeld:

Turkije

Marokko


b Bijvoorbeeld: Waarschijnlijk vonden veel gastarbeiders dat ze in Nederland een beter leven hadden. Ze haalden hun families naar Nederland omdat die hier een betere toekomst zouden hebben.


4 Van en naar Suriname

a In 1975 was er een enorme piek in het aantal Surinamers (40 000) dat naar Nederland migreerde. Na dat jaar volgde een scherpe daling naar 5 000 mensen. Rond 1980 nam het aantal weer sterk toe naar ongeveer 18 000 à 19 000.

b Tot 1975 konden Surinamers zich vrij vestigen in Nederland (ze hadden geen visum nodig). In 1975 werd Suriname onafhankelijk. Tot 1980 waren er nog soepele toegangseisen voor Surinamers die in Nederland wilden wonen. Daarna moesten Surinamers een visum aanvragen.

c De mensen uit bron 22 willen dat hun zoon in Nederland kan studeren. Dat gaat gemakkelijker als hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

d 1 Ze willen investeren in Suriname door daar een eigen bedrijf te beginnen.

2 Ze hopen in Suriname goed oud te worden. Ze vinden dat de kwaliteit van leven voor ouderen daar hoger is.

e continuïteit
5 De eerste Turken

a Bijvoorbeeld: Tegenwoordig wonen er veel meer mensen van Turkse (en andere) afkomst in Amsterdam. Daar kijken mensen (vaak) niet meer van op.

b Mehmet Bulut werkte voor de Turkse regering en niet als ongeschoolde arbeider voor een Nederlands bedrijf.
6 Meer verscheidenheid

Pluriformiteit betekent veelvormigheid, verschillende manieren van leven. In bron 23 zie je dat de inwoners van Nederland verschillende religies of geen religie aanhangen.
7 Nieuwkomers

a Met integratie wordt hier bedoeld: de ontwikkeling waarbij bevolkingsgroepen opgaan in een geheel. De integratie van nieuwkomers vanaf de jaren 1980 was gericht op het leren van Nederlands om te zorgen dat zij meer kans hadden om werk te vinden.

b - Omdat het niet goed ging met migranten.

- Omdat er spanningen waren tussen migranten en autochtone Nederlanders.
8 Integratiedebat

Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Ik denk dat religieuze en culturele verschillen er toe leiden dat mensen moeilijk opgaan in een geheel. Maar het geheel kan ook bestaan uit andere gedeelde waarden (anders dan religie en cultuur), zoals bijvoorbeeld democratie en rechtsstaat. Of: Ik denk dat sociaaleconomische verschillen leiden tot een verdeelde samenleving. Maar niet alleen nieuwkomers hebben een sociaaleconomische achterstand.
9 Online

  • Bekijk Theorie en bronnen.

  • Maak de oefentoets.



Bronnenwerkplaats - Vakvaardigheid: verandering en continuïteit vaststellen
1 Voorkennis

a Eigen antwoord, bijvoorbeeld: De geboorte of het overlijden van iemand die je kent. Of: Iemand die je kent is ziek geworden of heeft een ongeluk gehad. Of: Je hebt een diploma gehaald of een record gevestigd. Of: Je bent verhuisd of iemand die je kent is verhuisd.

b Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Je woont al je hele leven in hetzelfde huis. Of: Je hebt al jaren dezelfde beste vriend(in). Of: Je gaat al jaren naar dezelfde school.

c Eigen antwoord.

d Eigen antwoord.

2 Verandering en continuïteit

1 continuïteit

2 continuïteit

3 continuïteit

4 verandering

5 continuïteit
3 Tempo!

- Vergeleken met de andere veranderingen ging verandering 2 langzaam, omdat de industrialisatie in Nederland na 1865 op gang kwam en pas dertig jaar later (vanaf 1895) in een stroomversnelling raakte. Die hele ontwikkeling duurde zeker 50 jaar.

- Vergeleken met de andere veranderingen ging verandering 3 snel, want Nederland gaf zich na vijf dagen over aan nazi-Duitsland.
4 Wat veranderde er?

1 cultureel

2 politiek

3 economisch

4 politiek (en cultureel)
5 Bloot in 1950 en in 1967

a Ja, want in bron 2 staat 'Kamerleden spraken er schande van' (keurden bloot af) en 'de VPRO verloor vijfduizend leden' (omdat de omroep een blote vrouw op tv liet zien). Aan de andere kant: er werd bloot vertoond op de tv. Er waren dus mensen die daar geen probleem in zagen.

b Er is zowel sprake van continuïteit als van verandering. Continuïteit omdat in beide bronnen bloot wordt afgekeurd. Verandering, omdat een deel van de bevolking (vooral de jongeren) het taboe rond bloot wilde doorbreken.
6 Bloot in 1967

a In 1958 werd (in Nederland) bloot in een film afgekeurd, maar tien jaar later werd het goedgekeurd.

b Bijvoorbeeld: Waarschijnlijk niet. Confessionele (religieuze) partijen zullen de film waarschijnlijk hebben afgekeurd omdat naaktheid in het openbaar niet past bij hun wereldbeeld.

c Bijvoorbeeld: Waarschijnlijk wilden de bioscoopdirecteuren graag geld verdienen aan de verkoop van tickets. Een film met naaktscènes zal veel bezoekers hebben getrokken, omdat films met naaktscènes eerder niet werden vertoond.
7 Bloot in 1933

Bijvoorbeeld: Sommige vrouwen vonden dat Madonna mannen behaagde (deed wat mannen wilden zien). In hun ogen was Madonna daarom geen feministe. Andere vrouwen vonden dat Madonna zich onafhankelijk (van mannen) opstelde. In hun ogen was Madonna daarom wel een feministe.
8 Bloot tegenwoordig

a Uit bron 5 komt niet één norm ten aanzien van bloot naar voren, maar twee normen. Een christelijke politieke partij wilde geen bloot zien op straat, andere partijen vonden dat de overheid niet moet bepalen hoeveel bloot je ziet op straat. Omdat de andere partijen in de meerderheid waren, kun je zeggen dat de tweede norm (de overheid bemoeit zich er niet mee) door meer mensen wordt gedeeld dan de eerste norm (geen bloot op straat).

b Bijvoorbeeld: Bloot zijn (je geslachtsdeel ontbloten) in bijzijn van anderen wordt afgekeurd.


9 Verandering of continuïteit

a C

b Bijvoorbeeld: In 1950 kon je een boete krijgen als een politieagent vond dat je 'te bloot' over straat ging (bron 1), maar in 1967 was er een blote vrouw op tv (bron 2) en in 1968 was er een film te zien met naaktscènes (bron 4). Hier zie je verandering. Maar in 2007 werd bloot in het openbaar door sommigen afgekeurd (bron 5) en tegenwoordig keuren sommige jongeren bloot (het ontbloten van het geslachtsdeel) tijdens het gezamenlijk douchen af (bron 6). Hier zie je continuïteit.
10 Online

Maak de vaardighedentrainer.

Test jezelf
1 Voorkennis

Tot ver in de jaren 1960 bleef Nederland verdeeld in zuilen (of: groepen) die gescheiden van elkaar leefden. Dit wordt verzuiling genoemd. Er was een protestantse, katholieke (of: liberale), socialistische en liberale (of: katholieke) zuil. Door zich te organiseren konden zuilen beter opkomen voor hun rechten. De sociale druk binnen een zuil was groot. Je moest leven volgens de normen (of: waarden) en waarden (of: normen) van de groep.

Na de Tweede Wereldoorlog wilden sommigen het zuilensysteem doorbreken. Met dit idee werd een nieuwe politieke partij opgericht, namelijk de PvdA. Deze partij bleek vooral een partij te worden voor socialisten en dus was het doorbreken van de verzuiling mislukt. Bovendien was Nederland volop bezig met de wederopbouw en was het geen tijd voor politieke experimenten. Zuinigheid, fatsoen en gehoorzaamheid waren belangrijke normen.
2 Ontzuiling en secularisatie

a



1 A, B, D

2 A, B, D

3 A, B, D

4 A, B, C
1   2   3


Dovnload 414.47 Kb.