Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Is onze visie op de man/vrouw verhouding Bijbels of voorgeprogrammeerd?

Dovnload 210.28 Kb.

Is onze visie op de man/vrouw verhouding Bijbels of voorgeprogrammeerd?



Pagina1/7
Datum23.09.2018
Grootte210.28 Kb.

Dovnload 210.28 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7

Is onze visie op de man/vrouw verhouding Bijbels of voorgeprogrammeerd?
Begin negentiger jaren was ik er stellig van overtuigd dat de man de baas was in de relatie en de vrouw onderdanig zijn wensen hoorde in te willigen. De vrouw had in mijn denken ook totaal geen gelijke verantwoordelijkheid op geestelijk gebied. Dit was in mijn overtuiging volkomen de Bijbelse leer.
Toen Machtelt mij vroeg of ik alles rondom de man/vrouw verhoudingen wel eens helemaal had uitgeplozen in Gods Woord, toen vond ik dat in eerste instantie een vreemde vraag omdat de heerschappij van de man voor mijn idee onweerlegbaar was. Maar ik ben die studie aangegaan. Er is wel haast geen enkel Bijbels onderwerp, denk ik wel, waar ik tot mijn grote verbazing zo op de vingers ben getikt als dit onderwerp.
Ik wil jullie graag meenemen op mijn ontdekkingstocht naar de Bijbelse plek van man en vrouw. Het is niet mijn bedoeling om met jullie een strijd over dit onderwerp aan te gaan. Iedereen kan wat mij betreft zijn eigen denkbeeld houden, maar met alle plezier toon ik jullie de lijn, die ikzelf denk in de Schrift gevonden te hebben over dit onderwerp.
Er zijn nogal wat interpretaties van Paulus kijk op de vrouw. Hier slechts twee daarvan:

1. ‘De vrouw zou makkelijker in verleiding vallen dan de man’. Daar tegenover staat de stelling: ‘De vrouw is de grote verleidster’. Dit is, als je er eerlijk over nadenkt, een onlogische combinatie in ons geërfd denkgoed.

2. ‘De vrouw moet zich onderwerpen aan 't leiderschap van de man’. Hier tegenover staat de stelling: ‘De hand die het kind wiegt beheerst de wereld’. Het traditionele denken ziet het één voortvloeien uit het ander. Welke logica zit hier achter?
Maatschappelijk:

De vrouw is evenzeer geschikt voor de taken die de mannen zich als privé-goed toegeëigend hadden.


De Traditionele Visie:

Sommigen blijven onwankelbaar vasthouden aan wat zijzelf zien als 't goddelijke plan voor man en vrouw: Ze hebben een eigen zicht op de woorden van Paulus. Voor hen is die interpretatie even onbespreekbaar als 't gezag van 't Woord van God zelf.


De beschouwelijke Visie:

Voor anderen is de waarheid een relatief begrip. Waarheid is voor hen zoals ze het zelf ervaren in een veranderende maatschappij van vandaag. Van daaruit zetten ze grote vraagtekens bij de uitspraken van Paulus. Ze zien hem als zeer inconsequent. Hij erkende toch dat in Christus noch man noch vrouw is? Hoe komt hij er dan bij om te stellen dat de vrouw zich moet onderwerpen aan de man? In Corinthe lijkt het erop dat hij accepteert dat de vrouw spreekt in de Gemeente en toch schrijft hij aan Timotheus dat ze zich daar stil moet houden. Hun relatieve waarheid brengt hen er dan ook toe om Paulus als vrouwenhater in het verdachtenbankje te plaatsen.


Wat Is De Bijbelse Visie?

Achter al deze vragen, tegenstrijdigheden e.d. ligt echter de veronderstelling dat onze traditionele, geërfde interpretatie van Paulus woorden juist is, dat ons erfstuk dus precies weergeeft wat Paulus wilde zeggen. Houdt die gedachte ook stand als we de Bijbelgedeelten stuk voor stuk, woord voor woord, vanuit de grondtekst onderzoeken? Ik wil er een poging toe wagen om dat uit te pluizen en beweer daarmee niet de waarheid in pacht te hebben. Onderzoek het dus zelf ook!


We beginnen vandaag hier op Facebook onze studie gewoon aan het begin, namelijk:

Genesis 2: 18-20 De Vrouw, Het Hulpje Van De Man
Genesis 2:18-20 En Yahweh God zei: Het is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past.....En de mens gaf namen aan al het vee, aan al de vogels in de hemel en aan al de dieren van het veld, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste.
De Traditionele Visie:

Stel dat de zogenaamde 'christelijke' traditionele interpretatie juist is dan kunnen we Efeze 5 lezen, zoals wij denken dat het er staat en zo terugvertalen naar het originele Grieks. De woorden die er dan uitkomen moeten dan exact overeenkomen met wat je terug kan vinden in de grondtekst van de oude handschriften. We zullen in latere studies ontdekken dat dit nou juist helemaal niet mogelijk is! Daar kom ik absoluut nog op terug.

Wij zouden precies die Griekse woorden kiezen die Paulus zo zorgvuldig vermeden heeft. Met onze vertaling stoppen we namelijk onze eigen vooringenomenheid mee in de Griekse bewoordingen.
De Oude Griekse Filosofie:

Onze traditionele opvattingen zijn namelijk niet gebaseerd op Paulus onderwijs maar op 't maatschappijbeeld van Aristoteles en de Griekse Stoïcijnse filosofen van zo'n 5 eeuwen voor Christus.

Hoe kwam men op 't idee dat Paulus leerde dat de vrouw minder is dan de man?
Bijbelvertaling/Bijbelverdraaiing

Het zijn de bijbelvertalers en bijbelleraars aan wie Paulus de twijfelachtige eer te danken heeft de grootste christelijke macho te heten die er ooit heeft rondgelopen. Paulus was 't toch die zei dat vrouwen hun mond moesten houden? De mannen moeten toch heersen over hun vrouwen die zich dan gehoorzaam horen te onderwerpen. De vrouw valt toch veel makkelijker in verleiding dan de man? De vrouw kan toch zeker alleen gered worden in 't baren van kinderen? De vrouw draagt nou eenmaal graag sieraden en leuke kleren om mee te pronken, maar dat hoort toch niet zo? Ze hoort toch zeker haar hoofd te bedekken?

Telkens wordt bij de uitleg van Gods Woord 't Paulus in de schoenen geschoven dat de vrouw een tweederangs burger van 't rijk der hemelen is.
Socrates, Uitvinder Van Het Zwakke Geslacht

We spreken over de vrouw als 't zwakke geslacht alsof die uitdrukking Bijbelse grond heeft. In werkelijkheid is dit een uitspraak van Socrates (470-399 voor Christus) uit Athene.

Bij de bijen spreken we over de "Koningin van de bijen" omdat Aristoteles ten onrechte meende dat de leider van de bijen de 'Koning" was. Dat moest wel een mannetje zijn! Pas veel later ontdekte men dat dit een vrouwtje was. Tja, toen moest men van een koning een koningin maken.

Citaat van Aristoteles: "De moed van de man komt tot uiting in het bevel voeren. De moed van de vrouw in 't gehoorzamen."


'Ziel En Lichaam' of 'Hoofd En Lichaam'?

Aristoteles vergeleek de man met de ziel en de vrouw met 't lichaam. Dit lijkt (met de nadruk op ‘lijkt’) in de buurt te komen van Paulus woorden in Efeze 5. Paulus spreekt namelijk over de man als het hoofd. Velen passen dan ook de lijn van Aristoteles toe in hun uitleg van dit gedeelte terwijl Paulus dit hele denken hier juist aan de kaak stelt.


Schuchtere Vrouwtjes

De vrouwen uit 't Oude Testament stonden niet bepaald model voor de passieve, timide zondagsschoolplaatjes die de christenvrouw tegenwoordig ten voorbeeld gesteld wordt.

Wat moet je met zo'n ondernemend vrouwtje als Rachab, de hoer, die samenspant met spionnen? Wat moet je denken van de voortvarendheid waarmee de weduwe Ruth zich een plaats bij Boaz verzekert?

Is 'Ezer' een hulpje?

De mens Adam is incompleet zonder vrouw. Hij heeft een hulp nodig. Moeten we nu bij de vrouw aan een hulpje denken, een knechtje? Daarvoor moeten we alle teksten met ditzelfde Hebreeuwse woord 'ezer' eens eerlijk onder de loep nemen. Daar nemen we in het volgende hoofdstuk ruimschoots de tijd voor.

Man en vrouw 2


Is De Vrouw Slechts Een Hulpje?
In het vorige hoofdstuk heb ik mijn onderzoek in het Woord van God over de Bijbelse plaats van man en vrouw geïntroduceerd. Ik sloot toen af met de vraag die nu boven de studie van vandaag staat. We gaan vandaag hier op Facebook kijken wat de Bijbel verstaat onder dat “Hulp” zijn.
Genesis 2:18-20 Yahweh God zei: Het is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past.....En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte van de hemel en aan alle dieren van het veld, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste.
Moeten we nu bij het Hebreeuwse woord ‘ezer’ aan een hulpje denken, een knechtje? Om hier een bijbels antwoord op te kunnen vinden kunnen we niet anders doen dan alle teksten, waar dit woord gebruikt wordt, te onderzoeken. Als de vrouw in Genesis 2 als een hulpje aan de man gegeven wordt moet dit in elk geval in minstens één van de vele gevallen dat het woord verder gebruikt wordt ook zo opgevat kunnen worden. De eerstvolgende vermelding komen we tegen in Exodus.
Eliëzer als getuigenis van de redding door God zelf

Exodus 18:4 de God van mijn vader is mijn hulp geweest en heeft mij gered van het zwaard van Farao.

Mozes had zijn tweede zoon Eliëzer genoemd, waarna we hier de uitleg van zijn naam krijgen. ‘El’ betekent ‘God’ en ‘ezer’ is het ons inmiddels bekende Hebreeuwse woord voor ‘hulp’. De naam ‘Eliëzer’ betekent dus: ‘God is mijn hulp’. De reden waarom deze zoon die naam ontvangen had wordt in dit vers uitgelegd. God had Mozes namelijk uit de macht van Farao bevrijd. Ook profetisch staat die naam voor de geweldige toekomst van dit volk Israël, dat God er straks voor zal zorgen dat gans Israël behouden zal worden (Rom. 11: 26).

Kan je nu uit de naam van Mozes zoon en uit de uitleg van zijn naam in dit vers opmaken dat God een hulpje van Mozes of zelfs van het volk Israël was? Was Mozes of Israël de baas en moest God gehoorzamen? Iedereen zal het ermee eens zijn dat die conclusie zelfs verwerpelijk is. Het woord ‘hulp’ oftewel ‘ezer’ wijst erop dat Mozes en het volk compleet hulpeloos zou zijn zonder het genadevol optreden van God. Dat drukt dit woord ‘ezer’ hier dus uit.

We gaan naar de volgende vermelding in Deuteronomium.


Yahweh Maakt Het Volk Eén

Deuteronomium 33:7 En dit betreft Juda. Hij zei: Hoor, Yahweh de stem van Juda en breng hem tot zijn volk; zijn handen strijden voor hem, en wees Gij hem een hulp tegen zijn tegenstanders.

Hier lezen we een onderdeel van de zegeningen, die Mozes uitspreekt over het volk. Als het ware lezen we hier het profetisch programma van God. We krijgen hier een tekening van een Juda, die in zijn benauwdheid het uitroept tot Yahweh. Mozes vraagt Yahweh hier te luisteren naar die benauwde stem. Als we nu naar de hedendaagse situatie van het volk kijken zien we verdeling van de 2 en de 10 stammen. Dat is nog niet tot één gevoegd, of zoals het hier staat: hij is nog niet terug gebracht tot het volk. Daar zal absoluut Yahweh voor zorgen. Dat staat vast in de vele profetieën, die daarover in de Bijbel zijn neergeschreven. Zo zal Yahweh een ‘ezer’, oftewel een ‘hulp’ zijn voor Juda. Het is Juda, die hier in zijn benauwdheid om hulp roept en die het ook zal ontvangen van Yahweh. Yahweh is daarin niet het hulpje van de baas ‘Juda’. Yahweh is als ‘Hulp’ Degene, die in Zijn almacht genade bewijst door dit volk één te maken. Er ligt in het gebruik van het woord hier geen enkele grond om te denken aan een knechtje, een hulpje van de baas.

We blijven nog in hetzelfde hoofdstuk:
Het Einddoel Van Het Volk Israël

Deuteronomium 33:26 – 29 Daar is niemand als God, o Jesurun; Hij rijdt langs de hemel als uw helper en in zijn hoogheid over de wolken……Welzalig zijt gij, Israël; wie is aan u gelijk? Een volk, verlost door Yahweh, die het schild van Uw hulp en het zwaard van Uw hoogheid is. Daarom zullen uw vijanden veinzen u hulde te brengen, en gij zult op hun hoogten treden.
We zij hier aangekomen aan het slot van de zegeningen van God, die Mozes over het volk mocht uitspreken. Je zou kunnen zeggen dat Mozes hier in een jubelstemming verkeert vanwege een absolute zekerheid over de toekomstige heerlijkheid en glorie van het herstelde Israël. Lees dat hele stuk eens na in je eigen Bijbel. Prachtig gewoon! De God van de aionen is de Toevlucht voor het volk. Hij draagt hen in Zijn armen. Alle genade, barmhartigheid en ontferming van God wordt hier uitgegoten over het volk. Als zodanig is God een ware ‘Ezer’ voor het volk. Dat wordt hier zowel door ‘helper’ als ‘hulp’ vertaald. Als iemand je draagt, ja je toevlucht is, hoe liggen dan de verhoudingen?
Hoe Zit Het Dan Bij De Vrouw?

Het blijkt dat dit Hebreeuwse woordje ‘ezer’ telkens opnieuw gebruikt wordt om de verhevenheid van Yahweh, de God van Israël, te omschrijven. De enige uitzondering is onze tekstplaats over de vrouw. Kunnen we dit plotseling anders opvatten zonder de Bijbel geweld aan te doen? Wat is de werkelijke inhoud van dit woord “Hulp/Ezer”?


Genesis 2:18-20 Yahweh God zei: Het is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past.....En de mens gaf namen aan al het vee, aan de vogels van de hemel en aan alle dieren van het veld, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste.
De vrouw is een hulp voor de man. Onze vraag is wat dit zegt over de verhoudingen tussen man en vrouw. We hebben vorige week Zaterdag gezien dat Mozes dit woord telkens opnieuw in zijn vijf boeken gebruikt voor de wijze waarop Yahweh, de echtgenoot van Israël, een Hulp of Helper is voor Zijn volk. Hij is hun Toevlucht. Hij draagt hen in Zijn liefhebbende armen. Zonder Hem is dit volk hulpeloos. Zijn genade, barmhartigheid en ontferming is hen nabij. Zonder Hem zijn ze hulpeloos.

Wordt deze wijze van gebruik van het woord ‘ezer’ ook verder in de Bijbel zo gehanteerd? Daarvoor nemen we nu een eerste kijkje in de Psalmen.


Hulp In Benauwdheid

Psalmen 20: 1-2 Een psalm van David, voor de opperzangmeester. Yahweh verhoort jullie in de dag van de benauwdheid; de Naam van de God van Jakob zet jullie in een hoog vertrek. Hij zendt jullie hulp uit het heiligdom en Hij ondersteunt jullie uit Sion.

Hier is het koning David, die voor het volk Israël in gebed is. Dit volk is behoorlijk in het nauw gedreven. Het wordt de dag van benauwdheid genoemd.

Het is opnieuw Yahweh zelf, die hulp zendt uit het heiligdom en ondersteunt vanuit Sion oftewel Jeruzalem, waar dat heiligdom, de tabernakel eerst en later de tempel, stond.

De verhoudingen zijn weer glashelder. Het is niet het volk dat met zijn vingers klikt en Yahweh gehoorzaamt als een trouw hulpje. Het volk is in benauwdheid en is nergens zonder de hulp van Yahweh. Zijn hulp komt, zoals ook wij Zijn genade kennen, om hen te ondersteunen.


Let op! Hier is het gebruik van dit woord ‘ezer’ dus weer identiek aan de voorbeelden in de boeken van Mozes. Bovendien is het opnieuw Yahweh zelf die de grote ‘Ezer’ is.

Ook vanuit deze Psalm kunnen we van dit woord geen gehoorzaam hulpje maken. Een consequent gebruik van Bijbelse bewoordingen laat het dus ook niet toe om het op die manier in Genesis 2 op de vrouw te betrekken.


Hulp In Een Uitzichtloze Situatie

Psalmen 33: 16-20 Geen koning wordt behouden door een machtig leger, geen held wordt gered door geweldige kracht; het paard faalt ter overwinning, en doet niet ontkomen door zijn geweldige sterkte. Zie, het oog van Yahweh is op hen die Hem vrezen, die op zijn goedertierenheid hopen, om hun ziel van de dood te redden, en hen in het leven te houden in hongersnood. Onze ziel verwacht Yahweh, Hij is onze hulp en ons schild.
Welk dilemma tekent de psalmist hier? Dat is dat niemand, als hij belaagd wordt, in eigen kracht aan de dood kan ontkomen. Vers 19 zegt het heel uitgesproken ‘om hen van de dood te redden’. Daar helpt geen machtig leger aan. Je hebt niets aan geweldige kracht. Het paard was voor die tijd wat een tank of nog erger voor onze tijd is, maar ook dat paard faalt. De situatie is uitzichtloos als je Yahweh er niet in betrekt. Maar als we het van Hem verwachten, dan is Hij onze Hulp en ons Schild.

Opnieuw is het Yahweh zelf, die hier de grote ‘Ezer’ is. Natuurlijk kan ik opnieuw dezelfde vergelijking maken als bij de vorige voorbeelden. ‘Ezer’ is geen hulpje, maar de enige redding uit de nood.


De Afhankelijke Man

Psalmen 70:6 Ik ben wel ellendig en arm. O God, haast U tot mij! U bent mijn hulp en mijn bevrijder; o Yahweh, vertoef niet!

Dit wordt wel de geestelijke 112 voor crisissituaties genoemd. David wordt naar het leven gestaan en nu is hij weer in gebed, maar dit keer niet voor het volk maar voor zichzelf. Tot twee keer toe geeft hij aan dat er haast bij is. Moet God nu gehoorzamen en onderdanig David helpen. Nee. David kijkt terug en weet dat hij in het verleden niet vergeefs zijn vertrouwen op God had gesteld. Daarom noemt hij God zijn hulp. De grote koning David is de afhankelijke. Zo is de man in de man vrouw relatie de afhankelijke, die altijd mag terugvallen op de hulp die God hem gegeven heeft, zijn vrouw.


Christus, Onze Hulp

De laatste tekst in dit artikel is een heel bijzondere. De psalmschrijver Etan ontvangt hier een blik enkele eeuwen vooruit. Wij mogen dit achteraf herkennen.



Psalmen 89:20 U hebt weleer in een gezicht gesproken tot uw gunstgenoten en gezegd: Aan een held heb Ik hulp toebedeeld, Ik heb een verkorene uit het volk verheven;
Dit keer volgt de Staten Vertaling echt een heel stuk beter de grondtekst. Daarom planten we die er ook nog eens bij.

SVV Psalm 89:19 Toen hebt U in een gezicht gesproken van Uw heilige, en gezegd: Ik heb hulp besteld bij een held; Ik heb een verkorene uit het volk verhoogd.

Die profeten spraken niet tot, maar over. Het onderwerp van gesprek waren niet de gunstgenoten (meervoud), maar de Heilige (enkelvoud). De held kreeg geen hulp, maar deelt hulp uit.

Profetisch spreekt Etan in deze Psalm al over Christus Jezus als de Heilige, de Held en de Verkorene. We mogen altijd bij Christus Jezus aankloppen voor hulp en Hij deelt Zijn genade overvloeiend uit. Het zou echter van de gekke zijn om onze Heer als ons knechtje te zien omdat Hij onze Hulp is.

Onderzoek Het

Zo zien we in deze korte start in de Psalmen over het Hebreeuwse woordje ‘ezer’ dat daar voorstellingen als gehoorzaamheid en onderdanigheid totaal ongepast zijn. Zou dat dan wel gelden in Genesis 2 als het niet over Yahweh of Christus Jezus gaat, maar over onze vrouw?

De tekstplaatsen met het woord ‘ezer’ zijn nog lang niet op. We hebben dus nog wel een woordstudie tegoed. Mijn telkens terugkerend advies is: Onderzoek het zelf. Niet ik maar de Bijbel heeft het laatste woord.

Man en vrouw 3
Yahweh, De Gelukkige Helper
Is de vrouw een hulpje voor de man? Of is de vrouw de Helper zonder wie de man volslagen hulpeloos is?
Genesis 2:18-20 Yahweh God zei: Het is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past.....En de mens gaf namen aan al het vee, aan de vogels van de hemel en aan alle dieren van het veld, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste.

We hebben nog een behoorlijke serie Bijbelgedeelten in voorraad voor onze woordstudie over het woordje ‘ezer’, dat hier gebruikt wordt voor de hulp die de vrouw is voor haar man. Vandaag zullen hier op Facebook de resterende stukken uit de Psalmen aan ons voorbij trekken.


Hulpeloze Heidenen

Psalmen 115:9 – 11 Israël, vertrouw op Yahweh, Hij is hun hulp en hun schild; jij huis van Aäron, vertrouwt op Yahweh, Hij is hun hulp en hun schild; jij, die de Here vreest, vertrouwt op Yahweh, Hij is hun hulp en hun schild.

In deze drie verzen worden ook drie verschillende groepen aangesproken. Wie dat zijn is simpel als je de drie groepen gewoon letterlijk opvat.

Het is het gehele volk Israël, de hele priesterorde, die tot de stam Levi behoorde en dus uit het huis van Aäron stamt en de bekeerlingen uit de heidenen, die tot geloof in Yahweh gekomen zijn.

Deze drie groepen worden opgeroepen om op Yahweh te vertrouwen. De tekening in deze drie verzen staat tegenover de tekening in de voorafgaande verzen 4 t/m 8, waar we het vertrouwen van de heidenen zien op hun ‘elohim’. Die heidenen zijn met hun geloof gigantisch hulpeloos. Het vertrouwen op Yahweh betekent dat Hij ook daadwerkelijk hun hulp en bescherming is.

Opnieuw wijst het woordje ‘ezer’ op de krachtige bijstand die Yahweh het volk biedt. Een onderworpen god vind je juist bij die hulpeloze heidenen. Dat is Yahweh niet! Zou het woordje ‘ezer’ in Genesis 2 dan wel zomaar op een onderworpen vrouw wijzen?
Geborgenheid

Psalmen 121:1- 2 Een bedevaartslied. Ik hef mijn ogen op naar de bergen: vanwaar zal mijn hulp komen? Mijn hulp is van Yahweh, die hemel en aarde gemaakt heeft.

Het opheffen van de ogen is de gebruikelijke gebedshouding, waar wij in het westen niet zo vertrouwd mee zijn. De start is een houding van afhankelijkheid. Afhankelijkheid van de Helper en dat is ook hier weer Yahweh. Hij wordt tot zes keer toe de Bewaarder van Israël genoemd in deze Psalm. Die titel zou al een studie op zich zijn. De Helper is de Bewaarder.

Wat een heerlijke geborgenheid spreekt uit deze Psalm. Die geborgenheid is allemaal te vinden bij de Helper. Afhankelijkheid is dus niet het kenmerk van de Helper, maar van degene die de geborgenheid ontvangt. Zouden we het dan maar weer omdraaien als we hetzelfde woord in Genesis 2 tegenkomen?
Een Machtige Hulp

Psalmen 124:8 Onze hulp is in de naam Yahweh, die hemel en aarde gemaakt heeft.

Deze bekende uitspraak weerklinkt wellicht wekelijks in kerken waar ze het woord ‘hulp’, als het in Genesis 2 op de vrouw betrokken wordt, plotseling anders verstaan. Deze hele Psalm is doortrokken van het kenmerk van deze Hulp. Opnieuw is Yahweh hier weer de Hulp. Dat bleek toen mensen tegen hen opstonden (vers 2), toen Hij voorkwam dat ze levend verslonden werden (vers 3), toen de boosheid van mensen tegen hen ontbrandde (vers 3), toen water hen overstroomde (vers 4 & 5), toen Hij voorkwam dat ze door wilde dieren werden opgepeuzeld (vers 6), toen ze dankzij Hem als een klein vogeltje uit de strik van de vogelvanger ontkwamen (vers 7). Een machtige Hulp, wat ook logisch is want Hij is het die de hemelen en de aarde gemaakt heeft.

Zou de vrouw wellicht ook zo’n machtige hulp zijn?
De Gelukkige God

Psalmen 146:5 Welzalig hij, die de God van Jakob tot zijn hulp heeft, wiens verwachting is op Yahweh, zijn God,

Deze Psalm is de eerste van de vijf Halleluja Psalmen. Zo worden ze genoemd omdat ze zich allemaal kenmerken door lofprijzing. Dat is ook logisch als Yahweh jouw God is. Hij wordt in 1 Timotheus 1: 11 de zalige God genoemd. ‘Zalig’ is feitelijk een beetje vrome weergave van het gewone woord ‘gelukkig’. We hebben een gelukkige God. Dat is onze Yahweh.


Nou heeft Yahweh hier nog een heel aparte titel, namelijk: de God van Jakob. Als het volk Israël zich volledig aan Yahweh toevertrouwt wordt het ook daadwerkelijk Israël genoemd. Wijkt het volk echter af en doet het haar eigen ding, dan wordt het Jakob genoemd. Maar deze gelukkige Yahweh stopt dan niet hun God te zijn. Evenzogoed is Hij dan nog de God van Jakob en is Hij hun Helper. Wow! Dan ben je gelukkig! Dat betekent dat eerste woord in dit vers dan ook. De Statenvertaling geeft het weer als ‘welgelukzalig’. Het gaat je wel, je bent gelukkig en zalig.
We kunnen, net als bij de vorige Psalm die we bekeken, de hele Psalm doorgaan en dan vinden we opnieuw een hele opsomming van uitreddingen. In elke situatie is Yahweh de gelukkige Helper.

Einde Zoektocht Psalmen


We hebben hiermee onze zoektocht naar het woordje ‘ezer’ door de Psalmen beëindigd. In het volgende hoofdstuk zetten we onze zoektocht voort in de Oud Testamentische Profeten. Het feit dat ‘helper’ of ‘hulp’ één van de kenmerkende titels van Yahweh is wordt steeds helderder. De vraag hoe we dan het woord ‘ezer’ in Genesis 2 hebben te verstaan wordt daarmee ook steeds duidelijker beantwoord. (Of vinden we dit toch alleen maar een technische verhandeling, die niet echt praktisch is en die we dus zo aan onze laars kunnen lappen, waardoor we gewoon de vrouw als ons sloofje kunnen blijven behandelen?)

Man en vrouw 4


Onze Helper is onze Redder!
Genesis 2:18-20 Yahweh God zei: Het is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past.....En de mens gaf namen aan al het vee, aan de vogels van de hemel en aan alle dieren van het veld, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste.

Voor de voortzetting van onze woordstudie over het woordje ‘ezer’ nemen we een duik in de profeten, die we aan het slot van het Oude Testament tegenkomen.

  1   2   3   4   5   6   7


Dovnload 210.28 Kb.