Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Italië kenmerkt zich door ambigue verhouding tussen steden en staatsvorming

Dovnload 22.01 Kb.

Italië kenmerkt zich door ambigue verhouding tussen steden en staatsvorming



Datum05.12.2018
Grootte22.01 Kb.

Dovnload 22.01 Kb.

Cities, “City-States”, and Regional States in North-Central Italy

Giorgio Chittolini



Italië kenmerkt zich door ambigue verhouding tussen steden en staatsvorming

- de strekte van de steden en de roots van een sterke stedelijke traditie uit de middeleeuwen houdt de vorming van een territoriaal en bestuurlijk ééngemaakte staat tegen

↔ - de steden gaan zelf verovering en staatsvorming nastreven (12e – 15e eeuw)

de Italiaanse steden spelen zo een heel andere rol dan de steden boven de Alpen


1) Wat onderscheidt de Italiaanse steden? p29
- Italiaanse steden (communes) bereikten volledige autonomie van elke vorm van hogere autoriteit

↔ steden ten noorden van de Alpen werden nooit volledig onafhankelijk

( ondanks hun juridische basis van zelfbestuur, of mate van autonomie)

- geen enkele hogere structuur slaagde erin zichzelf op te leggen in Italië

- vorstendommen, koninkrijk van Italië, empire van Barbarossa en Frederik II faalden allemaal
↔ De steden groeiden zo uit tot de enige actoren in Noord en Centraal Italië op het vlak van

politieke organisatie en territoriale consolidatie

vanaf 12e – 13e eeuw : politiek systeem gebaseerd op stadstaten ontstaat : ‘empire of cities’

( autonoom, vrij groot, intern compact)


- deze civitates halen hun macht meestal uit hun oude functie als municipia in Romeinse rijk + kerkelijke functie ( bisschopszetel)
- leven in sterke symbiose met het ommeland (= contado)
- beperkt in aantal , promotie (zoals dikwijls in Noorden) gebeurt bijna nooit

voorwaarde = duidelijk erkende en autonome meesterschap over een substantieel grondgebied

( hoe groter de politieke macht van 1 stad in een streek des te minder andere steden er kans maken )
- oefenen grote macht uit in hun gebied, alle intermediaire lichamen en indirect vormen van regeren worden geëlimineerd

officiële afgevaardigden van stad in districten : podesta, vicari

( economische controle, territorale adm., commerciële, industriële politiek, landbouw, grondbezit)

→ ‘unitair lichaam met stad als hoofd en het platteland als ledematen’

↔ steden boven de Alpen hebben veel minder controle

( concurrentie met andere heren, onregelmatige regelingen over bv. taxen, ...)


- contado fungeert als natuurlijke ruimte voor expansie voor stedelijke eigendom

2) Wat was de functie van de stadstaten in de vorming van de grotere territoriale en gecentraliseerde systemen die zich ontwikkelden in Italië tussen de 13e en 15e eeuw? p32
- boven de Alpen: steden hebben de gewoonte staatsvorming tegen te werken en werkten zelf niet mee aan het proces ( stad ↔ staatsvorming)

vb.: Vlaamse steden ↔ Bourgondische hertogen


- Italië: de constructie van staten ( zoals in de 13e -15e eeuw) is het werk van de steden als politieke organisaties met belang bij territoriale verovering

confrontaties vinden plaats tussen steden onder elkaar

stedelijke allianties kwamen ook in Italië voor maar zij plaatsen steden tegenover andere steden en staan niet samen tegenover een prinsen en lords

hun middelen van commerciële doelen, voedselbevoorading of controle over de productie waren allemaal gericht op de politieke verovering en onderwerping van gebied


Deze achtergrond verklaart de gang van zaken in de 12e-15e eeuw. De twisten konden enkel eindigen in de onderwerping van de ene stad met haar contado aan de sterkere stad.

Deze formaties zijn wankel.

Dit verklaart ook de belangrijke functie van de podestà en de eigenschappen van de signoria.
3) Wat veroorzaakt de tragere en gecontesteerde ontwikkeling van de keuze om een staat en afhankelijk gebied te creëren in sommige centra ( vooral Florence en Venetië) die sterker dan andere Italiaanse steden verbonden waren met het middeleeuwse commerciële systeem van Europa en de Mediterrane regio? p33
Enkele grote steden (Venetië, Genua, Florence, Pisa) namen duidelijk minder deel aan deze conflicten. Ze aasden evenzeer op politieke autoriteit maar veel minder op grootschaalse territoriale verovering. Ze waren meer geïnteresseerd in grotere en verder afgelegen doelen dan Italië. Ze hanteerden een politiek van contracten en allianties. Ze waren dus ook betrokken in conflicten, strevende naar commerciële hegemonie) maar deze speelden zich af op zee.
De politieke ontwikkeling van deze steden verschilde ook van deze van binnenlandse steden.

- hun republikeinse instituten bleven beter overeind

- de signoria was zwak of afwezig

- ze hanteerden een oligarchisch systeem

- corporatieve structuren waren sterk, commercieel patriciaat ook

→ deze steden lijken daarom meer op steden uit noordelijk Europa


eind 14e eeuw wijzigt hun houding:
door - de vorming van robuuste en agressieve staten

- vooral onder invloed van Gian Galeazzo Visconti die een grote staat met heerschappij over noordelijk Italië tracht te vormen

de prins op zoek naar een monarchale structuur botst met de steden o.l.v. Florence

- vanaf hier meer gelijkenis met de rest van europa

- de sterke traditie van stedelijke autonomie weerhield de prins van de macht

( andere noord europese allianties waren nooit geslaagd zoveel militaire en economische macht te mobiliseren)


- tweede verschil met steden boven de Alpen: graduele transformatie van sommige van de grotere commerciële centra tot territoriale staten

Florence: breidt zijn controle uit over verschillende centra

lanceerde een adm. en fiscale org. om meer effectieve controle over haar gebied uit te oefenen (overgang 14e – 15e eeuw)

Venetië: wordt Italië’s grootste territoriale macht in het de vroege 15e eeuw

( voordien slechts controle over een smalle landstrook aan de kust)

bracht wel tweestrijd tussen de leidende klasse in Venetië zelf

deze verandering verandert hun roeping als commercieel center niet, de territoriale uitbreiding diende om de handel te beschermen

maar de nieuwe toestand zal hun karakter wel veranderen (econ, politiek)

vooral tijdens de 16e en 17e eeuw tijdens de verzwakking van hun commercieel en industrieel potentieel wordt dit duidelijk

! De evolutie van deze handelssteden verschilt wel van de andere europese handelssteden omdat ze nooit onderworpen waren aan andere staatsstructuren

→ Venetië en Florence slaagden er op deze wijze in hun onafhankelijkheid en economische activiteit te vrijwaren
4) Welke posities behielden steden, zowel onderworpen steden als heersende, in de regionale staten van de vroeg moderne tijd? p36
De traditie van de stadstaten behield haar invloed op de politieke orde van de renaissance.

De vorming van een systeem van regionale staten ( in de vorm van prinsdommen), betekende niet de aftakeling van steden. De prins was ook niet zozeer het resultaat van een proces dat leidt naar de vestiging van absolutistische structuren. Hij was eerden een persoonlijkheid in staat tot het samenhouden van een uiteengevallen fragiele politieke orde, dankzij persoonlijk talent en zonder enige hulp van geconsolideerde instrumenten van regering.


De vestiging van prinsdommen en regionale staten hield de creatie van nieuwe regerings-instellingen in die de autonomie limiteerden van de steden. → protest

Maar de prins of de nieuwe autoriteit hield wel rekening met de behoeftes van de oude stedelijke elites. - interne vrede

- externe defensie

- Italiaans evenwicht

Er ontstaat nu een verdeling en complementariteit van functies tussen centrale autoriteit en lokale politieke instituties. ( = gelijkenis met de rest van Europa)

De oude grote steden ( municipal tradition) speelden wel een duidelijkere rol in de polarisatie tegenover de centrale autoriteit dan de kleinere steden. Ze hadden nu een stabiele en legitieme vooraanstaande positie. (in ruil voor hun verlies aan onafhankelijkheid)

De oude tradities behouden dus hun invloed. De steden behielden grote verantwoordelijkheid

= ‘diarchy’ ( stedelijke instellingen, raden, ..)

→ de oude stadstaten worden provincies

de oude steden krijgen erkenning als provinciale hoofdsteden

( oude functies als jurisdictie, fiscale org behouden)
Er was een continue dialoog tussen ondergeschikte steden en de regionale staten.

( is niet gelijk aan de representatieve vergaderingen zoals in noordelijk Europa)


Conclusie p38
Steden als Venetië, Florence, Genua en Milaan halen hun kracht vooral uit hun vooraanstaande positie als politieke hoofdsteden dan uit hun economische rol.

Het is deze politieke macht en traditie van autonomie die stand hield.


Vanaf de Italiaanse oorlogen was Italië voor het eerst sinds vier eeuwen onderworpen aan een grotere buitenlandse politieke macht. Deze periode wordt dikwijls aangehaald als het einde van de republikeinse en stedelijke vrijheden. Maar zelfs in deze periode was er geen echt conflict tussen staatsvormer en de steden.

door: - de marginale positie van de Italiaanse provincies in het grote Spaanse rijk

- de afwezigheid van religieuze of economische conflicten ( zoals in de Ned)

De steden behielden zo nog steeds een grote autonomie. ( tegen de ideeën van de nationalistische historiografie rond de risorgimento in )


De crisis was niet alleen een gevolg van buitenlandse overheersing. Maar waarschijnlijk vooral een gevolg van het verlies van de rol die de steden in de middeleeuwse handel speelden. In het nieuwe economische systeem stonden ze ver achter.
De vooraanstaande positie die Italiaanse steden wisten te behouden in de moderne periode beruste op oude verworvenheden. Ze slaagden er niet in nieuwe kracht te putten uit de oude bronnen. Ze wilden geen initiatief nemen in de internationale scène zoals Amsterdam dat bv. wel deed. Hun traditie van politieke macht bleef wel steeds zichtbaar. Economische en industrieel slaagden ze niet in een reconversie. Op het einde van de 18e eeuw waren landbouw en het platteland nog steeds een probleem.

In de negentiende eeuw is het Piemont-Sardinië een staat die een heel andere traditie kende die de stap naar eenmaking zette.

  • 1) Wat onderscheidt de Italiaanse steden p29
  • 2) Wat was de functie van de stadstaten in de vorming van de grotere territoriale en gecentraliseerde systemen die zich ontwikkelden in Italië tussen de 13 e en 15 e
  • 4) Welke posities behielden steden, zowel onderworpen steden als heersende, in de regionale staten van de vroeg moderne tijd p36
  • Conclusie p38

  • Dovnload 22.01 Kb.