Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


J. H. van Emden, Eindverslag van het vakken-proefveld-Katwijk inzake de bananencultuur (Paramaribo, 1939), 59 pp

Dovnload 40.38 Kb.

J. H. van Emden, Eindverslag van het vakken-proefveld-Katwijk inzake de bananencultuur (Paramaribo, 1939), 59 pp



Datum05.12.2018
Grootte40.38 Kb.

Dovnload 40.38 Kb.

Here follows a list of publications by J.H. van Emden (1909 - 2011). It is work in progress by Henk Muntjewerff (http://members.tele2.nl/h.muntjewerff/), a historian living in Breda, The Netherlands.
-----------------------------------------------------------------
Literatuurlijst J.H. van Emden

1939

J.H. van Emden, Eindverslag van het vakken-proefveld-Katwijk inzake de bananencultuur (Paramaribo, 1939), 59 pp.

aanwezig in: KIT Library
J.H. van Emden en Iz. de Haan, Voorloopige mededeeling inzake het stekken van thee, in: Archief voor de theecultuur in Nederlandsch Indië (1939), 13 : 75-85.

1940

J.H. van Emden, Een nieuwe entmethode voor thee, in: Archief voor de theecultuur in Nederlandsch Indië, (1940) Vol. 14, 1 : 16-25.

CAB Abstract

KIT: Beschrijving van een nieuwe methode om thee te enten, het z.g. copulatieenten. De onderstam wordt bij deze methode pas afgesneden als men het slagen met vrij groote zekerheid mag aannemen; de kansen van slagen zijn beter en de geslaagde enten groeien gelijkmatiger. (p.1-15 ?)
J.H. van Emden, Opzet en inrichting van de proeven tot locale toetsing van een aantal geselecteerde theecloonen, in: Archief voor de theecultuur in Nederlandsch Indië (1940) 14: 91-115. 

KIT: Bespreking van de toetsing van een aantal thee-cloonen, door het Proefstation West-Java geselecteerd. Met twee kaartjes.

CAB Abstract

1941

J.H. van Emden, Mededeelingen inzake het stekken van thee. II, in: Archief voor de theecultuur in Nederlandsch Indië (1941). p. 33.

KIT: Bij het onderzoek over het stekken van thee (Arch. Theecultuur 13, p. 75/85, (1939)) bleek, dat de toepassing van groeistoffen waarschijnlijk belangrijke versnelling van de wortelvorming te zien zou geven. Dit vraagstuk wordt hier vooral besproken; onderzocht wordt de werking van „hortomone A", naphtyl-1-azijnzuur, indolyl-2-boterzuur, indolyl-3-boterzuur. Met eenige platen.


1949

J. Reitsma en J.H. van Emden, De bladpokkenziekte van de thee, in: De Bergcultures (1949) 18: 12, p. 218-231.

KIT: Na een inleiding overzicht van de geschiedenis van Exobasidiuin vexans en het onderzoek, volgt een beschrijving van het optreden en het verspreiden der ziekte op Sumatra, het beeld in de aanplant, de levenscyclus van de schimmel met de verschillende stadia, gegevens over de levenswijze van de schimmel en de bestrijding. Naschrift der redactie over het besprokene op de achtste conferentie van het „Tea Research Institute of Ceylon" te Kandy op 21/22.
J.H. van Emden, Schade aan thee door Heterodera marioni, in: De Bergcultures, (1949) 18(9), 163-167.

CAB Abstract


Annals of the Botanic Gardens, Buitenzorg. Volume 51 1941-1949.

edited by (o.a.) Ir. J.H. van Emden (Buitenzorg)



1950

Theecultuur der ondernemingen, door Ir. J.H. van Emden en Dr. W.B. Deijs, in:

C.J.J. van Hall en C. van de Koppel, De landbouw in den Indischen Archipel II B (’s Gravenhage 1950), pp. 120-245.

CAB Abstract (1949)


J.H. van Emden en J. Reitsma, Verslag van een studiereis naar Ceylon en Zuid-India, teneinde de blisterblight ziekte van de thee te bestuderen, in: Archief voor de theecultuur in Nederlandsch Indië (1950) Vol.17, pp. 5-70.

CAB Abstract


J.H. van Emden en J. Reitsma, De bladgallenziekte van de thee in Indonesia, in: Archief voor de theecultuur in Nederlandsch Indië (1950) 17: 71-76.

CAB Abstract


J.H. van Emden, Over de vegetative vermeerdering van de theeplant (Camellia sinensis var. assamica), in: Archief voor de theecultuur in Nederlandsch Indië (1950), 17: 113 – 141.

CAB Abstract


J.H. van Emden, Over het kweken van oculatiehout bij cacao, in: De Bergcultures (1950), Vol.19 pp. 405-406.

CAB Abstract



1951

J.H. van Emden, Aantekeningen over enige ziekten en plagen van de thee (aaltjes, Helopeltis en blisterblight), in: De Bergcultures (1951) 20: nr. 9, pp. 152-155; 157; 159; 161; 163; 165; 167.

CAB Abstract

KIT: Voordracht, gehouden op de Plantersbijeenkomst te Bandung op 3 Maart 1951, over aaltjes, Helopeltis en blisterblight en hun bestrijding. Foto's. 633.72-23/24(blister blight) Blisterblight op Java. De Bergcultures 20, 9, p. 149, (1951). Eerste signalement van de blisterblight op Java, op de onderneming Hardjasari (tussen Sukabumi en Tjibeber).



1953

J.H. van Emden, ,in: Report of the work of the Rubber Research Board, of Ceylon in 1952, (1953) p. 53.

aanwezig in KIT Library en Wageningen

1955

J.H. van Emden, Notes on the incidence and control of Odium hevea in Ceylon, in: Annual Report Rubber Research Institute of Ceylon (1955), pp 75-83.

CAB Abstracts
Zie ook:

Rubber Research Institute of Sri Lanka

http://www.rrisl.lk/sub_pags/r&d.html
1958-1973

Instituut voor Plantenziektenkundig Onderzoek (IPO),

Publicaties (mededelingen) = overdrukken uit vaktijdschriften.
1958

nr. 167. Control of Rhizoctonia Solani Kühn in potatoes by disinfection of seed tubers and by chemical treatment of the soil, 1958; J.H. van Emden.

Overdruk uit: European Potato Journal (1958) 1: 1, 52-64.
nr. 168. Waarnemingen betreffende het parasitisme van Pellicularia Filamentosa (Pat.)rogers (=Rhizoctonia Solani Kühn) ten opzichte van de aardappelplant, 1958; J.H. van Emden.

Overdruk uit: European Journal of Plant Pathology, volume 64 (1958) number 3, 276-281.


nr. 169. Results of some experiments on the control of common scab of potatoes by chemical treatment of the soil, 1958; J.H. van Emden and R.E. Labruyère.

Overdruk uit: European Potato Journal, volume 1 (1958) number 2, 14-24.


1960

nr. 235. Control of black scurf and stem canker (Rhizoctonia Solani Kuhn) by disinfection of seed potatoes, 1960; M.M. de Lint and J.H. van Emden.


1966

nr. 412. Bijdrage tot de kennis van de bestrijding van de Rhizoctonia ziekte in de Nederlandse pootaardappelteelt, z.d. (1966). J.H. van Emden, R.E. Labruyère, G.M. Tichelaar.

CAB Abstract
1968

nr. 477. Penicillifer, A new genus of hyphmycetes from soil, 1968; J.H. van Emden.

Overdruk uit: Acta Botanica Neerlandica, 17 (1968), 54-58.
1969

nr. 517. Cellulose-decomposing fungi in polder soils and their possible influence on pathogenic fungi, 1969; G.J.F. Pugh and J.H. van Emden.

Overdruk uit: Netherland Journal of Plant Pathology, 75 (1969), 287-295.
1970

nr. 536. Alternaria Phragmospora nov. Spec. 1970; J.H. van Emden.

Overdruk uit: Acta Botanica Neerlandica, 19 (1970), 393-400.
1972

nr. 609. Soil mycoflora in relation to some crop-plants, 1972; J.H. van Emden.

Overdruk uit: EPPO Bulletin, Volume 2 (1972) issue 7 : pp. 17-26.
1973

nr. 656. Ephemeroascus gen.nov. (Eurotailes) from soil, 1973; J.H. van Emden.

Overdruk uit: Transactions of the British Mycological Society (1973) 61: 3, 599-601.

nr. 657. Cylicogone, a new genus of Hyphomycetes with unusual conidum ontogeny, 1973; J.H. van Emden, J.W. Veenbaas-Rijks.

Overdruk uit: Trans Br. Mycol. Soc. 61 (1973) (3) : 599-601;

Overdruk uit: Acta Botanica Neerlandica 22 (1973) (6) : 637-640.


Jaarverslag IPO

1958-1975, Suriname
Mededelingen van het landbouwproefstation Suriname.
no.21 (1959) J.H. van Emden, Jaarverslag Landbouwproefstation 1958. 90pp.

no.22 (1960) J.H. van Emden, Jaarverslag Landbouwproefstation 1959. 116pp.

no.25 (1961) J.H. van Emden, Jaarverslag Landbouwproefstation 1960.
J.H. van Emden en N.J. van Suchtelen, Zeefvatenziekte en koffiekanker, in: De Surinaamse Landbouw (1959) 7, pp.111-114.
J.H. van Emden, Landbouwkundig onderzoek in het binnenland, in: De Surinaamse Landbouw (1961) 9, pp. 48-50.
J.H. van Emden, Ten years Brokobaka experimental garden, 1959-1969, in: De Surinaamse Landbouw (1970). vol. 18(1) p. 5-43.
1975

J.H. van Emden, Three new fungi from Surinam soil, in: Acta Botanica Neerlandica (1975) 24: 2, 193-197.

CAB Abstracts

overige publicaties


1962

J.H. van Emden, On flagellates associated with a wilt of coffea liberica, in: Mededelingen Landbouw Hogeschool Gent. (1962) 27: 776-784. 85.


1963

Landbouwkundig Tijdschrift volume 75 (1963)

J.H. van Emden, Natuurprodukten versus Synthetische produkten.
1965

J.H. van Emden, Rhizoctonia solani: Results of recent experiments, in: European Potato Journal (1965), 8: 188-189.


1967

J.H. van Emden, Beschouwingen over Pathogene Bodemschimmels, in: Mededelingen Direct. Tuinbouw Nederland, 30 (1967), pp 248-256.


1970

J.H. van Emden, Een en ander over de naoorlogse problemen in de theecultuur. 3 pp.

Wageningen UR Library
1974

J.H. van Emden, Staheliella, a new genus of Hyphomycetes from tropical soil, in: Acta Botanica Neerlandica (1974), 23: 251-256.



Over J.H. van Emden:
functie/beroep
Ir. J.H. van Emden, Selectionist thee.

(bron: Regeerings-Almanak voor Nederlandsch-Indië, 1941)


Komt niet voor op de lijst van Research workers ten tijde van de Japanse invasie, samengesteld door Van Verdoorn na de oorlog.

Pieter Honig en Frans Verdoorn, Science and Scientists in the Netherlands Indies (New York 1945)


ir. J.H. van Emden, directeur van de centrale botanische afdeling van het Proefstation der Centrale Proefstations Vereniging te Bogor, is in december 1950 naar conferentie op Ceylon over de blisterblight-ziekte. (Het nieuwsblad voor Sumatra, 21-12-1950)

Opleiding van Indonesische employes (Het nieuwsblad voor Sumatra, 23-10-1950)

Proefstation West-Java (tot 1942) = Proefstation der CPV (vanaf 1945)

Buitenzorg = Bogor

de CPV was in 1938 opgericht.
virologist ir. J.H. van Emden. (in Nederland, 1960)
botanist Emden, J.H. van (Harvard.edu: index of botanists: vanaf 1968, Fungi and Lichens)

Vermeldingen in literatuur:



Suriname

Van 1933-1938 werkzaam in Suriname voor de bacovenmaatschappij.

bron: Van Traa en Surinaamsche Almanak.
In Moengo bestond de leesvereniging ‘Kennis is Macht’ en ook Keur

van Letteroogst bestond nog. Van de laatste is bekend dat in 1936 het bestuur

gevormd werd door H.L.C. Schütz, auteur van het zendingsspel De geest der oude

helden(1937), ir. J. van Emden en dr H. Muller. Het maximum aantal leden werd

in 1936 gesteld op 28, maar bij de statutenwijziging van 1957 verdween die

bepaling.348

Michiel van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Deel 4. p.67

Java

dr.ir. Ch. Coster, The work of the West-Java Research Institute in Buitenzorg.

http://www.knaw.nl/Content/Internet_KNAW/internationaal/indonesia/OUD/Honig_Verdoorn/Honig9.pdf

betreft periode t/m 1941.

Coster werd eind 1939 benoemd als directeur van het Proefstation West-Java (De Indische Courant 16-12-1939).

Mededeelingen van het Algemeen Proefstation der A.V.R.O.S.

(Algemeene Vereeniging van Rubberplanters ter Oostkust van Sumatra), Algemeen Proefstation Medan.

De thee-ondernemingen ontvingen de volgende bezoeken van deskundigen van het Proefstation West-Java : In Februari 1937 Ir. HA Leniger, Dr. Ir. SJ Wellensiek, Ir. HA Leniger, Ir. JH van Emden, Dr. WB Deys, Dr. I. de Haan

Tijdens het bezoek van Ir. JH van Emden werden oa de mogelijkheden nagegaan van den aanleg van uitbreidingen voor wetenschappelijke doeleinden voor de toetsing van een aantal Java en Sumatra thee- cloonen.
Commonwealth Bureau of Horticulture:

These experiments repeated in 1932 at Buitenzorg, Java, were quite unsuccessful, but in 1939 van Emden and de Haan had better fortune.


Natuurkundige Vereniging in Indonesië. (1941)

Hoewel het vraagstuk van de beworteling van theestekken door middel van groeistoffen bij lange na nog niet volledig is onderzocht, heeft JH VAN EMDEN met zekerheid aangetoond, dat de beworteling van theestekken in hooge mate wordt ...


S.J. Wellensiek en A.E.H.R. Boonstra, Grondslagen der algemeene plantenveredeling (1943)

Thans is nog de moeilijkheid, dat een bevredigende stekmethode niet bekend is, doch misschien komt hierin door het boven reeds geciteerde werk van VAN EMDEN en DE HAAN verbetering.

Jaarverslag Surinaams Dept. van den Landbouw 1949

... de Haan, voor het Bedrijfsleven JH van Emden en WJ1.A. Klein, terwijl Ir NJ van Suchtelen als redactiesecretaris optrad. Hiernaast werd de uitgave van Landbouw-Nieuws, dat zich voornamelijk tot de kleine-landbouwer richt, voortgezet.
The tea quarterly (1951), p.37

Tea research institute of Ceylon.

Address by Dr. JH van Emden (Experimental Station, Buitenzorg, Java) . Dr. van Emden thanked the Director for the invitation to Dr. van Hell and himself to attend the conference, and the planters they had met during their short stay in the Island for their hospitality.

VB Vakblad voor biologen (1964), p.55



JH van Emden, hoofd van de mycologische afdeling. In de USA, waar hij het Ie Int. Symposium over „Factors determining the behavior of plant pathogens in soil" te Berkeley, Californië, bijwoonde. Aansluitend aan dit symposium bezocht hij enige instituten.

F.A.M. de Haan e.a., Waarnemingen en onderzoek over appelmeeldauw in Nederland van 1953 tot 1963 (Pudoc 1965)

Dr. JG ten Houten droeg het voorzitterschap over aan Ir. JH van Emden (ipo),
Tuinbouwgids (1966)

Ir. JH van Emden, hoofd (onderzoek biologische bodemschimmels)

 A Wilt of Coffea liberica in Surinam and its Association with a ...

"by H VERMEULEN - 1963 - Cited by 14 - Related articles.

The pictures were made by Ir. J. H. van Emden, who also in many other ways ..."
onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/j.1550-7408.1963.tb01665.x/pdf

De Surinaamse landbouw (Landbouwproefstation 1970)

p.5 Inleiding

Ir. J.H. van Emden, die van 1958-1961 directeur van het Landbouwproefstation was, opperde als eerste het plan om in het binnenland van Suriname een experimenteel veld aan te leggen.

J.A. Samson, Citruscultuur in Suriname, in: NWIG, p.131

HET BINNENLAND

De 17de-eeuwse planters verlieten het binnenland omdat de "oer-

woudvruchtbaarheid" snel opraakte. In de 20ste eeuw gaat dit niet

meer op. We kunnen nu bodembedekkers planten, kunstmest toe-

dienen, irrigeren en draineren. Daarom wees VAN EMDEN(6) op de

noodzaak de mogelijkheden van het binnenland te onderzoeken.

Einde vijftiger jaren, toen een weg naar Afobaka werd aangelegd,

kreeg het LP een stuk van 400 ha voor proeven toegewezen.

Proeftuin Brokobaka ligt in een gebied met lage, lateritisch ver-

weerde heuvels die chemisch weinig vruchtbaar zijn; de fysische

eigenschappen van de grond zijn echter goed. Van alle onderzochte

gewassen groeiden citrus en oliepalm hier het best. Dit heeft geleid

tot de oprichting van twee grote bedrijven: de citrusonderneming

Baboenhol en de oliepalmonderneming Victoria.
noot 6:

J.H. van Emden, Landbouwkundig onderzoek in het binnenland, in: De Surinaamse Landbouw (1961) 9, pp. 48-50. of pp. 4-50



In the seventeenth century the first plantations in Suriname were situated south of the old coastal plain. Lack of fertilizers and soil conservation measures resulted in a loss of soil fertility. Consequently agriculture had to move to the young coastal plain. Soils here are good for growing sugarcane, while tree crops under leguminous shade give moderate yields over extended periods. However, high investments had to be made. Through aerial survey and soil mapping we now have a better knowledge of the soils of the interior. In other tropical countries similar soils have been used adventageously. As new roads make these areas accessible, it becomes necessary to investigate their agricultural possibilities. These investigations can only be carried out efficiently in a field station, big enough to accomodate several crops like coffee, cocoa, citrus, oilpalm, coconuts, rubber, pasture and timber on all relevant soil types. In 1959 an area of 1000 acres was set aside for this purpose, of which 150 acres have now been cleared (AU)

  • 1958-1973

  • Dovnload 40.38 Kb.