Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Jaar: 1989 nummer: 25 Op een hoogte h

Dovnload 229.53 Kb.

Jaar: 1989 nummer: 25 Op een hoogte h



Pagina3/3
Datum05.12.2018
Grootte229.53 Kb.

Dovnload 229.53 Kb.
1   2   3


De verhouding van de arbeid geleverd door de kracht bij de uitrekking van 4mm tot 8 mm tot de arbeid bij de uitrekking van 0 mm tot 4 mm is dan:


O a. 1.

O b. 2.


O c. 3.

O d. 4.
jaar: 1997 nummer: 09

Een skiër met massa M neemt deel aan een springwedstrijd. Hij vertrekt uit stilstand vanop een hoogte h.. Hij haalt de nodige snelheid op een springschans waarvan de vorm aangegeven wordt op de tekening. De schans bestaat uit een eerste recht stuk dat naar het einde toe mooi overgaat in een cirkelboog met straal R.

Je mag de wrijving verwaarlozen.

Hoe hoog boven punt A moet hij vertrekken opdat in A de kracht die de piste op de skiër uitoefent vijf maal zijn gewicht zou bedragen?

O a. R.


O b. 2 R.

O c. 2.5 R.

0 d. 5 R.
jaar: 1997 nummer: 10

Een blok met een massa van 2 kg kan wrijvingsloos langs een helling verschuiven. De helling maakt een hoek van 30° met het horizontale vlak. Het blok wordt geplaatst tegen een veer met een veerconstante (krachtconstante) k = 2000 N/m.

Het blok wordt vervolgens tegen de veer gedrukt tot deze veer over een afstand van 0,2 m is ingedrukt.

Vanuit deze positie wordt het blok losgelaten.


De verplaatsing van het blok langs de helling tot het zijn maximale hoogte bereikt, is dan gelijk aan


O a 0,2 m.

O b. 1,0 m.

O c. 2,0 m.

O d. 4,0 m.


jaar: 1999 nummer: 05

Een kogel vliegt met een snelheid van 100 m/s tegen een harde wand. Al de kineti­sche energie van de kogel wordt omgezet in warmte.

De soortelijke warmtecapaciteit van het metaal van de kogel bedraagt 100 J / (kg K).

Dan is de temperatuurstijging van de kogel gelijk aan:


O a. 50 °C.

O b. 100 °C.

O c. 500 °C.

O d. niet te berekenen omdat de massa van de kogel onbekend is.


jaar: 2000 nummer: 09

Een deeltje A heeft een massa mA en een lading QA. Een deeltje B heeft een massa mB en een lading QB. De twee deeltjes worden vanuit rust versneld in eenzelfde potentiaalverschil.

Opdat ze op elke plaats dezelfde kinetische energie zouden hebben, moet:

O a. mA = mB­

O b. QA = QB.

O c. QA / mA = QB / mB

O d. Ze kunnen nooit dezelfde kinetische energie hebben.
jaar: 2000 nummer: 19

Een blok van 20 kg beweegt rechtlijnig op een horizontaal parcours langs de x-as. Op het blok werkt één kracht in. De grafiek geeft aan hoe de krachtcomponent varieert als functie van x.

In de positie x = 0 is de snelheid van het blok gelijk aan 4,0 m/s.

Het blok bereikt dan zijn maximale kinetische energie in de positie gegeven door:


O a. x = 0 m.

O b. x = 1 m.

O c. x = 2 m.

O d. x = 5 m.


jaar: 2000 nummer: 27

De figuur stelt een wiskundige slinger voor met massa m.



De massa vertrekt vanuit rust op het ogenblik dat het ophangtouw (lengte L) een hoek 0 maakt met de verticale.

We noemen de snelheid van de puntmassa in haar laagste stand.

De grootte van v wordt dan gegeven door:




jaar: 2000 nummer: 28

Een blok van 100 kg beweegt rechtlijnig over een horizontaal parcours.

De netto-krachtcomponent Fx die dat veroorzaakt is als functie van de positie x voorgesteld in de grafiek.

De arbeid door de kracht F op het blok geleverd tussen x = 0 m en x = 12 m is dan gelijk aan:
O a. 60 J.

O b. 75 J.

O c. 90 J.

O c. 105 J.


jaar: 2001 nummer: 30

Een elastiek wordt met één uiteinde aan het plafond bevestigd. Aan het andere uiteinde is een voorwerp vastgemaakt dat 60 N weegt. De lengte van het onbe­laste elastiek is 1,00 m, zijn veerconstante is 160 N/m.

Het elastiek wordt verticaal naar beneden uitgerekt tot het 1,50 m lang is. Vanuit die stand wordt het geheel zonder beginsnelheid losgelaten. Het elastiek wordt massaloos verondersteld.

Het voorwerp zal maximaal opstijgen over:


O a. 0,25 m.

O b. 0,33 m.



O c. 0,50 m.

O d. 1,50 m.
1   2   3


Dovnload 229.53 Kb.