Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Jaar van uitgave 1889 Bron nrc handelsblad Publicatiedatum

Dovnload 252.46 Kb.

Jaar van uitgave 1889 Bron nrc handelsblad Publicatiedatum



Pagina1/5
Datum28.10.2017
Grootte252.46 Kb.

Dovnload 252.46 Kb.
  1   2   3   4   5

Id: 12212

Schrijver

Couperus, Louis



Titel

Eline Vere



Jaar van uitgave

1889


Bron

NRC Handelsblad



Publicatiedatum

02-03-1990



Recensent

Marjoleine de Vos



Recensietitel

Ze is gestorven aan Den Haag : Jan Blokker over zijn scenario voor de verfilming van Eline Vere



Taal

Nederlands



Bij Louis Couperus ergert men een vrouw niet, men agaceert haar. Een jong meisje dat een hekel heeft aan een ''jongmens'' roept vol afschuw uit: Dat pedante etre! Een dame reageert niet koeltjes op iemands onbekommerde gedrag, zij is een weinig gefroisseerd door Emilie''s sans gene. Overal staan veelbetekenende puntjes, welgemikte komma''s en krullerige zinnen. Couperus is een nuffige schrijver. "Zeg maar gerust nichterig,"zegt Jan Blokker. Hij waagde zich aan de moeilijke opgave om van Couperus'' debuutroman Eline Vere een scenario te maken. En slaagde daar wonderwel in. De Belgische regisseur Harry Kümmel begint in juni met de opnamen. Het is een Nederlands Belgisch Franse coproduktie met onder anderen de Nederlandse producent Matthijs van Heijningen. Waar gaat Eline Vere nu eigenlijk over? Toen Harry Kümmel in 1982 opbelde met het plan Coupe rus'' roman te verfilmen was dat de vraag die Blokker zich stelde, al had hij geen tijd en misschien ook wel geen zin om aan ''dat grote ontzettende ding'' te beginnen. Toch het boek stiekem nog maar eens opnieuw gelezen. En zich afgevraagd: wie is dat mens? Is Eline een ziekelijke hysterica? Een verstandig en gevoelig meisje dat gek wordt van verveling? Een verwende Haagse nuf met kuren die eens een goed pak slaag moet hebben? Blokker vond Eline als hysterica niet interessant. Als het passieve meisje dat lijdt onder haar omgeving wel, maar dat was dramatisch niet zo sterk. Niemand wil anderhalf uur kijken naar iemand die zich verveelt. "Couperus kan bladzijden lang beschrijven hoe Eline op haar divan ligt en de verkeerde romans leest en naar de verkeerde muziek luistert. In een film moet je dat comprimeren, daar moet iemand anders zeggen ''jij verveelt je''. Die rol is nu weggelegd voor haar neef Vincent Vere. En Eline heb ik in de tweede versie van het scenario, nadat ook de Franse scenarioschrijver Patrick Pesnot er als buitenstaander eens kritisch naar had gekeken, een kwartslag gedraaid. Zodat ze actiever is, iemand die van alles wil maar daarin wordt gefnuikt door haar kring. Eline Vere sterft aan Den Haag." Soireetjes Couperus'' roman wemelt van de personages, het boek zou net zo goed Eline Vere en haar vrienden geheten kunnen hebben. Voortdurend vraagt de schrijver aandacht voor de belevenissen en gedachten van bijfiguren die er voor het geheel nauwelijks toe doen, behalve dan dat zij het verstikkende Haagse milieu` uitbeelden. Daarin roddelen de Van Raatjes, de Verstraetentjes, de Eekhofjes en de Van Erlevoortjes er maar op los. Zij komen voortdurend bij elkaar over de vloer, voor soireetjes, digestievisites, theepartijtjes en zangavondjes waarop zij elkaar nauwlettend in de gaten houden. Nooit vergeten zij commentaar te leveren op het doen en laten van hun vrienden en kennissen. Den Haag gonst en zoemt van geruchten en lasterpraat. Blokker: "lk heb me allereerst afgevraagd welke personages er nu echt toe doen, en ik hield er drie over: Eline, haar neef Vincent en mevrouw Van Raat, de schoonmoeder van Eline''s zuster Betsy. Die rol is ten opzichte van het boek wat aangezet, de oude mevrouw belichaamt nu Den Haag zij is de spin in het web. "Wat Vincent betreft, voor zover Den Haag een paradijs is, is hij de slang. Hij is verreweg de interessantste figuur. Eline Vere is, ook door Couperus zelf, dikwijls als het alter ego van de schrijver beschouwd, een alter ego dat hij zowel vereert als verafschuwt, eigenliefde en zelfhaat. Maar ook Vincent is een afsplitsing van Couperus, met zijn bijna moderne cynisme, zijn afkeer van het benauwde Den Haag, zijn reislust. Maar hij is natuurlijk ook een parasiet. Eline en Vincent hebben veel van elkaar, er bestaat een sao;t rivaliteit tussen hen. Uiteindelijk vechten ze zelfs om dezelfde man. Dat verliest Eline." In Blokkers scenario is Eline vooral op zoek naar een man. Maar die krijgt ze niet. "Ze gaat van illusie naar illusie. Eerst wordt ze uit de verte verliefd op een operazanger. Dat is helemaal geen man. Het timmermanstype. Dan komt Otto van Erlevoort. Een stijve saaie brave Hollander, daar kan ze nooit gelukkig mee worden. Waar krijg ik in het boek munitie voor de gedachte dat hij haar wel elke avond een pak op haar billen zal geven en haar in een paar jaar vijf kinderen zal bezorgen? Dan zou het wel uit zijn met die aanstellerij van hoofdpijntjes en huilbuien. Maar Otto belichaamt zo''n beheerst soort mannelijkheid. Volgens mij was hij veel meer een ideaal voor de homoseksueel Couperus dan voor de toch tamelijk heteroseksuele Eline. Zij wil meteen met hem een duinpan in, hij schrikt daarvan. Otto is geen kerel, dat is geen Clark Gable. Kijk, als zo iemand binnen komt dan gebeurt er wat met zo''n meisje. En de derde man op wie ze verliefd wordt als ze in het wereldse Brussel bij haar oom en tante woont, is een fantastische nicht uit de Verenigde Staten." in de roman is natuurlijk geen sprake van een ''fantastische nicht'', daarin lijkt Lawrence St Clair de man van wie elk meisje zou dromen: flink, aantrekkelijk, man van de wereld, gevoelig, avontuurlijk. Hij vraagt Eline, die zeer van hem onder de indruk is, ten huwelijk, maar ze weigert. "Dat gedeelte van de roman is toch volstrekt onbegrijpelijk. Natuurlijk bedoelde Couperus dat Lawrence en neef Vincent iets met elkaar hadden. Maar dat kon hij niet opschrijven. Dus blijft het allermerkwaardigst wat daar gebeurt. Lodewijk van Deyssel, die het boek verder prachtig vond, schreef over de Brusselse episode dat die wel lijkt op ''een entr''act van een komediestuk buiten den schouwburg in een honden en apenspel doorgebracht''. Dat heeft de oude Lodewijk niet goed begrepen. Hij zal gedacht hebben: ''Die man schrijft een prachtig boek en nu. Laat hij het aan het einde uit zijn poten vallen.'' Nu krijgt ze toch nog op een presenteerblaadje Clark Gable aangeboden en dan wil ze hem niet! Er zat dus voor het scenario niets anders op dan dat Eline te weten komt hoe de vork in de steel zit." Eline''s problemen zijn sterk bepaald door het milieu en ook door de tijd waarin ze leeft. Blokker heeft dan ook geen seconde overwogen om het verhaal te actualiseren, eerder voelde hij voor historisering. Hij mistte een grotere sociale, culturele, politieke context, maar het leek hem ook weer onzin om de rijm op te sieren met allerhande documentaire franje. Wel brengen de Brusselse oom en tante een grammofoon mee die ieders verbazing en verrukking wekt, Eline ziet voor het eerst een telefoon iemand fotografeert met zo''n modern snel toestelletje uit Amerika. Maar geen Nieuwe Gids, socialisme of verzuiling. Financiering In 1983, toen het script af was, kon Harry Kümmel, vanwege de hoge kosten die de produktie met zich mee zou brengen, de financiering niet rond krijgen. Najaar ''89 bleek het project, tot Blokkers verrassing, toch door te kunnen gaan dankzij de mogelijkheid van een coproduktie. Hij viste het script uit de la, herlas het en dacht "mmwah, had . slechter gekund". Na nuttige bemoeienissen van Pesnot en Kümmel herschreef hij een en ander. En nu ligt het er dan. Blokker vindt scenarioschrijven zo''n beetje het leukste wat er is. Het is zowel creatief als ambachtelijk, men moet zijn fantasie gebruiken en is toch gebonden. "Ik was nooit goed in een vrij opstel." Dat hij er plezier in had blijkt uit menige vrolijkstemmende oplossing, maar ook uit de ironische toon van de regie aanwijzingen: Zo laat hij Otto warempel denken dat Eline "steun zoekt aan zijn brave Hollandse borst" als zij zich wanhopig om haar leven, om zijn kalmte, aan hem vastklemt. Hoe ziet Eline er volgens Blokker uit? "Ik heb een hele vage voorstelling van haar. Ik denk wel aan een vrouw naar wie ik het prettig vind om te kijken, maar ik hang niet zo op één type dus dat kan alle kanten op. Wat wel belangrijk is voor de actrice die haar gaat spelen Waarschijnlijk een Franse actrice], is dat zoals ze dat in Amerika zegt men ''the can era loves her''. Denk aan hoe Von Sternberg Dietrich zag. Als je foto''s van haar ziet uit die tijd, daar is niks aan, dertien in een dozijn. Maar:door zijn camera gezien was ze prachtig." Blokker benadrukt dat het uitzoeken van acteurs zijn vak niet is, dat hij daar geen verstand van heeft en er zich niet mee wil bemoeien. Tom Hoffman als Vincent lijkt hem best en de keuze van Monique van der Ven voor Eline''s snibbige oudere zuster Betsy vindt hij heel goed en verrassend. Hij fantaseert ook nog even over Cathérine Deneuve als tante Elize. En wat zou Hanja Maij-Weggen bij voorbeeld een uitstekende Betsy geweest zijn! "Ik denk dat de camera haar ook wel een beetje lief heeft.'''' Er is nu een script. En een hoofd vol beelden. Maar de film moet de. scenarioschrijver aan de regisseur overlaten. In wie hij voortdurend zijn volste vertrouwen uitspreekt. Toch. "Wat ik heerlijk zou vinden om te zien zoals ik me dat altijd voorgesteld heb, is de scene waarin toute La Haye op Scheveningen is, de pas verloofde Eline en Otto, de Verstraetentjes, de Eekhofjes en hoe ze allemaal heten, Betsy en Henk, Emilie de Woude van Bergh, en dat daar plotseling Vincent ook arriveert. Die scene moet het hebben van hem, van zijn gebaartjes, zijn manieren, van de elegantie van zijn kledij, rottinkje... Napoleon zei al dat niets zo immoreel is als het uitoefenen van een vak dat je niet beheerst, maar mijn handen jeuken. Ik hoor precies hoe het klinkt, film is toch veel meer geluid dan beeld. Ik weet zeker dat het de desillusie van mijn leven zal zijn als ik ze straks hoor. Hoe Eline eruit ziet kan me niet zo schelen, maar de modulatie van haar stem..." "Beelden zijn, pakweg, de helft van een film. Film is ook nooit zonder geluid geweest tenslotte. Wel zonder de menselijke stem maar hoe belangrijk is filmmuziek niet, hoe kleurt de muziek niet de beelden waar je naar kijkt. Film een vrolijke vakantierit door het bos, zet er suspense muziek onder en je weet zeker dat achter de volgende boom een moordenaar wacht. "Als ik aan mijn gelukkige jeugd denk hoor ik het geluid van een fluitketel. En hoe schreef Nijhoff dat ook weer: Voor mij is liefde een geur door ''t huis een stem een stap, iemand komt thuis. Men hoort hem op het binnenplein neuriënd met iets bezig zijn. Geluid! Dat Eline van Gounod houdt is toch veelzeggender dan haar boudoir. Ik weet zeker dat tien verschillende decorbouwers tien acceptabele boudoirs voor Eline kunnen maken. "Als ik hier achter mijn bureau zit, hoor ik de stem van Eline Vere."

Id: 13435

Schrijver

Couperus, Louis



Titel

Eline Vere



Jaar van uitgave

1889


Bron

HP/De Tijd



Publicatiedatum

01-03-1991



Recensent

Ton Vorstenbosch



Recensietitel

Geknakte lelie



Taal

Nederlands

Heeft ''Eline Vere'' een nieuwe visie op onze nationale literaire heldin opgeleverd of zijn we eerder getuige van de onnozele perikelen van een onnavoelbare sufferd?

Eline Vere, de heldin uit Couperus'' romandebuut - hij was ongeveer 25 toen hij het boek schreef - wordt nogal eens gezien als de Hollandse pendant van Flauberts Madame Bovary en Tolstojs Anna Karenina. Niet onbegrijpelijk, alle drie de dames gaan te gronde, maar voor Eline als romanfiguur is die vergelijking misschien wat geflatteerd. Zowel Anna als Emma hebben, met hun onderlinge verschillen, als protagonisten een heel grote metaforische en dramatische duidelijkheid en hun motieven zijn volstrekt invoelbaar. Dit alles kan van Eline niet gezegd worden. Ze lijdt en strijdt onomstotelijk, maar als men naar het waarom gaat zoeken, komt men terecht bij de deterministische ideeën van Couperus'' tijd en dat maakt haar lot in wezen niet veel interessanter dan dat van latere, op Freud stoelende romanhelden.


Toch heeft Eline een zeker leven en dat is vermoedelijk te danken aan de verregaande mate waarin de schrijver zichzelf in haar heeft geprojecteerd. Een van Couperus'' biografen, Van Tricht, geeft zijn lezers, die een juist beeld van de auteur willen krijgen, het advies bij Elines persoonsbeschrijving alle vrouwelijke pronomina door mannelijke te vervangen et cetera, zodat je krijgt: "Zijn schaduwvolle, zwartbruine blik, bij de geämbeerde bleekheid van zijn tint en het kwijnende van sommige zijner gebaren, gaven hem iets van een loomen Oosterschen prins, die droomde. Die schoonheid verzorgde hij zeer, als een dierbaar juweel, dat men laat fonkelen en flonkeren, en deze aanhoudende zorg deed hem als verlieven op wat hij elegants aan zich vond..." Deze beeldige Haagse nicht zat in de knoop met zijn homoseksualiteit, die hij zich misschien niet eens bewust had gemaakt, voelde zich als dichter mislukt en zonder betrekking in een maatschappelijk vacuüm zweven: dit hele amalgaam van ongenoegen is Eline geworden, en wat voor hem een te overkomen levensfase zou blijken, zou voor haar een onontkoombaar noodlot worden aan de hand van het leerstuk van de erfelijke belasting - overigens een theorie die nu weer minder gedateerd aandoet dan in de nog niet zo ver voorbije periode waarin Buikhuizen vanwege zijn criminologisch onderzoeksprogramma de huid volgescholden kreeg. Couperus'' voortdurende suggesties dat Elines wilszwakte het gevolg is van een overgeërfde programmering hebben waarschijnlijk als modieuze toets in niet geringe mate bijgedragen aan het succès fou van zijn eersteling.
Elines beeld bij het grote publiek is tot op de dag van vandaag eenvoudigweg dat van de wegkwijnende Haagse freule gebleven. De Belgische regisseur Harry Kümel, die zojuist een verfilming van het boek voltooide, weet dit kennelijk niet. Uit de persmap: "Lezers hebben Eline Vere altijd anders gezien dan literatuurhistorici. Niet als een apatische, depressieve vriendin, maar als een vrolijke, sensuele jonge vrouw die door haar omgeving wordt vermorzeld." Erger ernaast kan je niet zitten en misschien zou de producent er goed aan gedaan hebben dit gênante verhaal uit het publiciteitsmateriaal te verwijderen. Helaas, helaas, ook producent Mathijs van Heiningen ziet Eline allerminst als kasplantje. "Tegen puristen (-) kan ik alleen maar zeggen," aldus Van Heijningen in een interview in NRC Handelsblad, "dat een eigen visie noodzakelijk is, als die ontbreekt is de verfilming van zo''n bekend boek zinloos." Hoe waar. Maar wat is dan precies de Eline-opvatting van de door Jan Blokker gescripte film? In Van Heijningens woorden is ze: "Een vrij moderne vrouw die uit haar keurslijf van haar omgeving wil breken, maar desondanks sterk wordt bepaald door haar milieu. (-) Honderd jaar na de publikatie van Eline Vere geeft het conformisme opnieuw de toon aan: we willen carrière maken en zijn weer gesteld op decorum." Wat hier onmiddellijk in het oog springt is de verwarring omtrent jaren negentigconformisme dat zeker bestaat, maar wel wat anders in elkaar steekt dan de producent (en vermoedelijk ook de makers) schijnen te denken. Welke jonge meid wil nog losbreken uit het conformisme van een luxe-milieu? Ze lijkt wel uit en is in de regel behoorlijk wat conformistischer dan haar ouders. De opstandigheid die Eline wordt toegedicht, is iets uit de jaren vijftig en zestig, de tijd waarmee de makers zich waarschijnlijk, ondanks hun actualiseringspraatjes, spontaan indentificeren.

In haar boudoir zit een vrolijk kwinkelerende juffrouw aan de piano. Eline is, zoals in het boek, tot ergernis van haar zuster Betsy bij wie ze inwoont, thuis blijven hangen, in plaats van mee te gaan naar een soirée bij vrienden. Naar het zich laat aanzien eerder omdat ze als vrolijk schepsel weinig zin had in een voorspelbaar avondje uit dan om de gril van een in haar spiegelbeeld wegdromende narciste. Na thuiskomst van Betsy en zwager Henk van Raat heeft Eline met de laatste een klein onderonsje in de zitkamer en gaat het er al dadelijk verhuld sensueel aan toe. Erotische memoires werden in die tijd erg weggedrukt, laat Van Heijningen in het interview weten, nu niet meer, vandaar duidelijker accenten op het seksuele. Vooruit maar.


Iets anders is dat het filmpubliek niet, zoals in het boek, te weten krijgt dat Eline ooit iets voor de lobbes Henk heeft gevoeld en Betsy haar zuster voor is geweest, hem eigenlijk van Eline heeft afgekaapt. Later wordt daar iets van gesuggereerd, maar te vaag om een dimensie te geven aan de onderlinge spanningen in huize Van Raat, die onder meer voortkomt uit die vroege door Betsy gewonnen concurrentie. In de roman krijgt de scène bovendien een exposerende functie omdat Eline onverwacht uitbarst in jammerklachten over haar doelloze bestaan en Henk haar goedig maar onhandig probeert te troosten. Het beeld is gezet: Eline is overgeleverd aan zelfbeklag en grilligheid waar haar omgeving geen raad mee weet. De film-Eline heeft van dit alles geen last, zodat een en ander ons hier bespaard blijft, maar de functie van de scène wordt er wel buitengewoon dunnetjes door.
Deze Eline heeft een hang naar het conventiedoorbrekende en daarom gaat de filmfreule op weg, door een glamourous aangekleed Den Haag, naar een oude schoolvriendin Jeanne, om goed te doen. Jeanne is niet van stand en daarom nadrukkelijk niet reçu in Elines milieu, wat zal blijken als ze het waagt Eline later op haar verjaardag te komen feliciteren. Zelden heeft een Haagse côterie zo openlijk haar afkeer van een inkeurig mens gedemonstreerd. Uiteraard is dit erbij gesleept om de moordende geborneerdheid van de monde waaraan Eline te gronde moet gaan te benadrukken. In het boek probeert Jeanne, inmiddels getrouwd en met kinderen teruggekeerd na een lang verblijf in Indië, de vriendschapsdraad weer op te pakken, maar wordt afgestoten door Elines gekunstelde quasi-hartelijkheid. In de film kan van zulke affectaties bij Eline natuurlijk geen sprake zijn. Dat ze hier nogal eens graag aan mens en dier wil gaan plakken en veel zoenen, dienen we op te vatten als uiting van gezonde sensualiteit.

Deze lieve schat merkt heel lang niet hoe ze in stilte wordt aanbeden door ene Otto van Erlevoort, omdat ze, net als in het boek, enorm is gaan zwelgen in keukenmeidenfantasietjes over een operazanger. Deze bekende passage levert ook in de film aardige scènes op, vooral die waarin haar decadente neefje Vincent, de enige die Eline aardig doorheeft, haar bij een recital zijn operakijker aanbiedt en de dweepster ontdekt dat haar verafgode ster, zonder grime en theaterkostuum, het postuur en uiterlijk heeft van een ''timmerman''. (Dus bij de conventionele freule toch wel weer wat standgevoel.) Na deze desillusie is ze prompt lang en breed verloofd met Van Erlevoort. Het Haagse wereldje ademt op en het filmpubliek ook: goddank, eindelijk is het afgelopen met Elines flauwekul. De jongeman is dan misschien wel erg punctueel, hij is zeer aantrekkelijk en dolverliefd en we delen dan ook de opgetogenheid van Mary Dresselhuys, als de oude mevrouw Van Raat, waarmee ze de handen van het stel in elkaar legt. Eline vindt dit maar zozo, want mevrouw Van Raat is hier niet het droefgeestige oudje uit het boek, maar moet symbool zijn voor de sociale en in de visie van de filmmakers uiteraard verstikkende dwang waartegen Eline zich verzet. Als ze bij de oudere dame aanbelt, trekt er juist een begrafenisstoet langs. We krijgen onze cues, dat wel, maar subtiel zijn ze in deze film zelden. Dat ons het hele verlovingsverhaal verder niet veel kan schelen, komt omdat alle pourparlers, verscheurdheid en twijfels, die de roman-Eline doormaakt alvorens met de verbintenis in te stemmen, geheel weg zijn gelaten.


Consequent, dat wel, want hoe zou het geklopt hebben met de opvatting van Eline als frisse blom? Toch gaat het vanaf dat moment pas goed fout, met Eline, maar ook met de film: de makers hebben zich kennelijke niet gerealiseerd dat de levensloop van een in wezen kerngezonde Haagse beauty niet dezelfde is als die van een pathologisch karakter. Dat wordt natuurlijk wringen en toenemend onbegrip neemt bij het publiek de overhand. Dat ze zich laat beïnvloeden door de fatalistische praatjes van neef Vincent en zelfs op het malle idee komt dat deze voor het publiek evidente homo op haar verliefd is, gaat nog, want het is redelijk in de lijn van haar onconventionaliteit. Eenvoudig pijnlijk en ongeloofwaardig wordt het wanneer haar gang tot waanzin en zelfmoord psychisch causaal aan het voorafgaande moet worden verbonden.
Eline heeft drie desillusies, ook in het boek; operazanger Fabrice, Vincent, diens vriend St. Claire en dat moet volstaan om Elines terugkeer vanuit Brussel naar Den Haag en haar nare einde begrijpelijk te maken, maar een gezond mens zou dergelijke decepties met enige veerkracht verwerken en misschien wat wereldwijzer worden. Zoniet de Eline van deze film die net zo gek wordt als de Eline van het boek, maar dan zonder haar voorgeschiedenis - dat het conventionele Den Haag de schuld zou kunnen zijn krijgt nergens overtuigingskracht. En als we dan nog de meest valse scène van de film moeten meemaken, Eline die zich op het allerlaatst nog een keer aan het Haagse publiek in de schouwburg komt laten zien, beeldschoon in een schitterende avondjapon, vervolgens onder Wagners Liebestod de lange weg naar haar pension snelt om daar op het tapijt aan de laatste morfine te sterven, is een zekere walging niet te voorkomen. Couperus, ook niet wars van de nodige kitsch, heeft het niet kunnen verzinnen.

Van Heijningens opstandige Eline, Kümels sensuele jonge vrouw, al het verbuigen en verdraaien van de situaties in het boek, wat heeft het als filmverhaal opgeleverd? Weinig van belang en zeker geen nieuwe visie op onze nationale literaire heldin. Hoe zou het ook kunnen? De opstandigheid tegen Elines omgeving blijft noodgedwongen vaag, om niet te zeggen nonexistent, omdat het verhaal er nergens aanleiding toe geeft. De boek-Eline is, ondanks haar artistieke aandriftjes, een buitengewoon conventionele jongedame en haar bescheiden excentriciteiten al helemaal niets uit te staan met sociale rebellie, maar toch ook weinig met een moderner soort zelfverwerkelijkingsdrang die de makers misschien proberen te suggereren.


Ze worden ook daarin dwarsgezeten door het verhaal: al Elines ambities zijn op de bladzij buitengewoon futiel en blijven dat uiteraard ook op het celluloid. Bij Couperus is ze tenminste nog wilszwak, maar in de film een onnavoelbare sufferd wier perikelen onnozel blijven. Door een verkeerd dramatisch selectieprincipe weet de kijker nooit waarop hij zijn aandacht moet richten. Dit gebrek aan vormkracht wordt bij veel Nederlands modern theater tot een modernistische kwaliteit uitgeroepen, maar bij een als publieksfilm beoogde rolprent lijkt het minder acceptabel. Overigens moet nog gezegd dat de episode in Brussel, ook in het boek dramatisch slecht, er in de film in elk geval prachtig uitziet.
In het eerder aangehaalde interview vertelt Van Heijningen hoe Blokker begin jaren tachtig een scenario had geschreven dat hij na onze ontmoeting aanzienlijk bewerkte. Het eerste script was geënt op het toenmalige ik-tijdperk en toonde Eline Vere als een ziektegeval, wier lot voor een groot deel besloten lag in haar eigen persoonlijkheid''. Meer dan jammer dat Blokker dit aanvankelijke concept heeft laten schieten. Had men inderdaad de sleutel gezocht tot Elines dramatis persona in haar fysieke handicap, een overgevoelig zwak zenuwgestel, dan waren de verhaalelementen misschien beter op hun plaats gevallen. Eline, hoe je het ook wendt of keert, overreageert enorm, wat bij een ander pijn doet, snijdt door de ziel en de futiliteiten van het verhaal waren proportioneel raak geweest en dus verdedigbaar. Misschien hadden dan haar verwarde motiveringen, het onbegrip van haar kennissen voor haar grillige gedrag, ook voor haarzelf onbegrijpelijk, en haar vele misverstanden, zoals bijvoorbeeld de vermeende verliefdheid van Vincent, een ontroerend effect gehad, omdat ze haar eenzaam maken. Iets wat iedereen moeiteloos had kunnen begrijpen. Nu blijft de Eline van deze film ondanks alles een geknakte lelie, maar het knakwerk komt van de makers.

Id: 17723

Schrijver

Couperus, Louis



Titel

Eline Vere



Jaar van uitgave

1889


Bron

Haagsche Courant



Publicatiedatum

05-06-1990



Recensent

Piet Ruivenkamp



Recensietitel

'Eline Vere is aan Den Haag gestorven'



Taal

Nederlands

De filmproducent Matthijs van Heijningen, die sinds een half jaar ook mede-eigenaar is van de Amsterdamse art-bioscoop The Movies, ziet een oude wens binnenkort werkelijkheid worden: een Couperus-verfilming.
Oorspronkelijk ging het om ''Langs lijnen der geleidelijkheid'' waar Frans Weisz als regisseur een passie voor heeft vanwege zijn verleden in Rome. De kostbaarbheid stond dat project echter steeds weer in de weg. Minstens even lang is er al aan de beroemde Couperus-vrouw Eline Vere gesleuteld om haar tot filmkarakter om te toveren.
Regisseur Harry Kümel, scenarioschrijver Jan Blokker en cameraman Eddy van der Enden putten zich uit in opvolgende aanzetten en na tien jaar is het dan nu zover: op 18 juni beginnen op het Scheveningse strand de opnamen voor de film, die een decennium rond 1890 gaat omspannen. Tot begin augustus zal de tot de verbeelding sprekende jongedame weer opduiken in de stad vol façades. Daarna verhuist de filmploeg naar Brussel, waar Eline heen gereisd is voor een ander leven.

Want, zo weet Van Heijningen: "Eline Vere is aan Den Haag gestorven". De Haagse filminrichters Ben van Os en Jan Roelfs zijn al aangetrokken om de omslag van de duistere romantiek uit die dagen naar het zonniger art déco uitdrukking te geven. Buiten de deur zal Eline op geliefde filmlocaties verblijven als het Voorhout, de Surinamestraat, het Sweelinckplein en meer van die oorden, waar ''het zingt als je er tegen tikt''.

Het vinden van juiste achtergronden was - behalve ter hoogte van een afwerend Kurhaus - niet het probleem. Meer vraagtekens zijn er over de winter, die in de zomer moet worden gesuggereerd. Wat Van Heijningen met (afbreekbare) kunstsneeuw en andere truccages denkt op te lossen.

De bezetting van wat de schrijver ''Een Haagsche roman noemde en waarin de heldin aan onvervulde illusies wegkwijnt, is mede bepaald door de opzet van een eerste echte Europese coproduktie, waarin ook België en Frankrijk een aandeel hebben. Eline wordt verrassend gespeeld door Marianne Basler, de Belgische, die momenteel haar ster in Parijs snel ziet rijzen. Naast veel toneel- en tv-werk speelde zij onder meer in films van Andrzej Zulawski, Coline Serreau (''Drie mannen en een wieg''), Maion Hänsel en Robert Enrico.


Zij spreekt ook Nederlands, maar er zal later worden beslist of er een nasynchronisatie moet volgen. Om haar heen treft men Monique van de Ven voor zuster Betsy, Thom Hoffman voor neef Vincent, Mary Dresselhuys, Stéphanie Audran en een reeks andere namen in de produktie die op ruim zeven miljoen gulden is begroot. Er zal in de film van ''Eline Vere'' een mengeling van talen te horen zijn. "Zestig procent Nederlands, dertig procent Frans en tien procent Engels", schat Van Heijningen.

"Met films naar klassieke boeken gaat het er maar om wat je eraan toevoegt. Dat bleek al bij ''Van de koele meren des doods''.


Die werd gemaakt in het ik-tijdperk en viel toen goed. Het script van de film naar ''Eline Vere'' veranderde in tien jaar tijd naar een ander karakter, werd romantischer, de terugkeer naar het traditionele, het fin de siècle gevoel, het een beetje verdoemd zijn. De allure van de Couperus-figuur is ook veel groter. Zij stijgt boven die van Van Eeden uit en moet eerder met de grote vrouwen uit de Europese literatuur worden vergeleken".
Het intrigeert de producent wel dat Harry Kümel met zijn barokke natuur op de kwijnende Haagse wordt losgelaten. Die trouwens haar heil in Brussel gaat zoeken. "Ik moet daar geen koele Noord-Nederlander voor hebben".

Van Heijningen moet zijn energie tegenwoordig verdelen tussen zijn producentschap en het bioscoopcomplex aan de Haarlemmerdijk, dat hij samen met Roeland Kerbosch van Pieter Goedings kocht. "Het kost je veel tijd", heeft hij in de afgelopen maanden geleerd. Ook weet hij nu dat "de wereld van bioscopen en distrubutie veel harder en onvriendelijker is dan die van de producenten".



Id: 19620

Schrijver

Couperus, Louis



Titel

Eline Vere



Jaar van uitgave

1889


Bron

Het Vaderland



Publicatiedatum

06-07-1941



Recensent

Clara Eggink



Recensietitel

Boeken, die ik herlezen heb : Eline Vere



Taal

Nederlands

Een ieder, die leest, bezit wel van die boeken, die hij in zijn jeugd heeft leeren kennen en die hem door de jaren heen bijgebleven zijn. Mogelijk is de intrige hem ontschoten en zijn sommige personages vaag in zijn herinnering geworden, maar de essentie, de sfeer van het werk zijn hem bijgebleven, evenals zijn eigen reacties er op, indien die voldoende sterk waren. Krijgt men in later jaren zoo''n boek weer in handen en leest men het opnieuw, dan kan het zijn dat het zijn charme verloren heeft. Het is dan een werk geweest dat paste in het kader der jeugd. Een typisch voorbeeld van zoo''n boek is voor mij J.P. Jacobsens Niels Lyhne. Ik heb er mee gedweept in heel jonge jaren en nu kan ik het niet meer zien. Ik vind het sentimenteel en romantisch in het verkeerde genre. Ik wordt doodziek van die précoce jongetjes, die verliefd worden op hun jeugdige tantes en dergelijke perikelen. Ik erger mij aan al die lieden vol ziel en die vrouwen met Juno-armen. Kortom, ik vind het vervelend en dat is wel het ergste, wat ik van een kunstwerk kan zeggen.

Er zijn echter ook boeken, die bij herlezing hun waarde behouden hebben. Het is wel niet de oude bekoring, die ons het werk deed herlezen en verslinden, want gewoonlijk ontwikkelt de gave van het lezen zich met de jaren. Wij zijn critischer geworden. Wij proeven fijner: ons oog valt op details, waar ons jeugdig élan, hunkerend naar kennis, overheen gezien heeft. Maar nog steeds boeit ons het werk en het is ons nog dierbaarder geworden, en om de herinnering en om de nieuw gevonden waarde.

Zulk een boek is mij het overbekende Eline Vere van Louis Couperus. Ik wil niet zeggen, dat ik sindsdien geen werken van dezen schrijver gelezen heb, die ik boven Eline Vere stel. Geen sprake van. Ik schat zijn "Boeken der kleine Zielen", zijn "Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan", zijn "Komedianten" en vele korte schetsen, om er een paar te noemen, zeker hooger. Maar - en nu wordt ik bijna ook sentimenteel - Eline Vere is een jeugdherinnering van mij. Ik herinner mij hoe dit boek mij geroerd en ontroerd heeft, dikwijls op niet erg plezierige wijze, want als zestienjarige of daaromtrent werd ik er als het ware door geobsedeerd. Het greep mij aan en stemde mij mistroostig, ik kwam telkens weer onder den invloed van de sfeer, die mij somber en melancoliek maakte, maar ik vond het door alles heen prachtig en kon niet laten het te herlezen.

Ik was ook bereid het door dik en door dun te verdedigen en ik herinner mij nog een dispuut met mijn H.B.S.-leeraar die, het boek wel prees - Couperus was toen reeds erkend als een groot schrijver - maar toch sprak van de "afkeurenswaardige decadentie" van dezen roman. Hij weidde met afkeer uit over "den greep naar het giftfleschje", iets wat mij als een nogal logische gang van zaken, veel minder gefrappeerd had, dan de heele gestalte van Eline zelf, evenals ik die decadentie wel aanwezig, maar heelemaal niet "afkeurenswaardig" vond.


Nu, na jaren, heb ik Eline Vere herlezen en wel anders dan vroeger. Ik ken nu de bijzonderheden omtrent boek en schrijver. Ik weet, dat Eline Vere Couperus'' eerste roman was, na een paar bundels poëzie. De schrijver was toen vier en twintig jaar. Het was in ditzelfde blad, "Het Vaderland", dat in 1888 deze roman van den toenmaals nog onbekenden Nederlandschen auteur als feuilleton verscheen. Deze gewaagde, maar bewonderenswaardige stap was het werk van dr J. de Jong, toenmalig redacteur en muziekcriticus. Als interessante bijzonderheid moet hier aan toegevoegd worden, dat deze dr J. de Jong voor het eerst in Nederland een rubriek "Letteren en Kunst" in een dagblad schiep, waardoor hij in staat was plaatsruimte te geven aan jonge schrijvers.
De lezers stonden vreemd en wantrouwig tegenover dit experiment. Men las verbaasd dezen eigenaardigen stijl men vond "dat er weinig in gebeurde" en zocht met ijver naar origineelen van Eline en haar omgeving die natuurlijk niet te vinden waren. Maar geboeid was men op den duur toch. Dit bewijst wel de anecdote, die Henri van Booven in zijn werk over Couperus vertelt, namelijk hoe de lezeressen na Elines treurig einde elkaar toefluisterden: "Weet je het al, Eline is dood", alsof een goede vriendin van hen het tijdelijke met het eeuwige verwisseld had.
Toen de roman als boek verscheen bij Van Kampen in Amsterdam in 1889, stonden de Nederlandsche critici letterlijk op hun achterste beenen. Couperus toch was een figuur op zichzelve. Hij had zich niet aangesloten bij de groep, die zich om den Nieuwen Gids geschaard had en wenschte ook geen enkel literair verband. En deze "outsider" verscheen opeens met een roman, die zeer verschilde van alles wat er aan vooraf gegaan was en waarin Marcellus Emants verreweg de kroon spande.
Goed ontvangen werd Eline Vere niet. Men vond het boek onder invloed van buitenlandsche auteurs, men zag niet in hoe zeer Hollandsch het juist was, men stootte zich aan de vreemde woorden, het was gekunsteld en geaffecteerd. Een uitzondering maakten Frans Netscher, die wel vele bezwaren tegen het boek had, maar er toch de schoonheid wel van inzag, prof. Jan ten Brink en Lodewijk van Deyssel, die den roman, in zijn wonderlijken stijl, die toen zeer bewonderd werd, maar ons nu doet glimlachen, met uitdrukkingen als "lentegeurige zien-frischheid" en "goudbrandbloei van het innigst zieleleven", ronduit uitbundig prees.

In zijn lateren roman "Metamorfoze" - die ik overigens niemand, anders dan als studiemateriaal, ter lezing zal aanbevelen - beschrijft Couperus, zelf, nogal literair en précieus, het ontstaan van Eline Vere. De roman heet daar "Mathilde" en het lezen van de beschrijving van het procédé is belangrijk, voor zoover het de kennis van den schrijver zelf betreft. Echter, essentieel voor het lezen van den roman zelve is het niet. Het weten van al deze bijzonderheden heeft mijn meening over Eline Vere dan ook niet herzien. Integendeel, mijn bewondering is er eerder door gestegen, maar nu op andere gronden. Men staat verbaasd, dat een vier-en-twintig jarige in staat is geweest tot het creëeren van een zo onsterfelijk tijdsbeeld, van een zoo diep doordringen in de psychologie van zijn sujetten, tot een zoo uitstekende compositie.


Een van de eerste dingen, die men zich bij herlezing van een eenige tientallen van jaren geleden verschenen boek, gaat afvragen is wel: "Is dit boek verouderd?" Onder "verouderd" dient men te verstaan, dat een boek in zijn innerlijk wezen, door den groei der tijden zijn belang verloren heeft. Een werkelijk verouderd boek stamt gewoonlijk uit een minder belangrijk tijdperk der historie en is niets anders dan een beeld van dien tijd. Het boek als zoodanig heeft dus al steeds een zeer betrekkelijke waarde gehad. Een goed boek echter, ook al is het geschreven in een overleefd tijdperk, verliest zijn waarde niet, omdat de schrijver in staat is geweest boven de beperkingen van zijn tijd uit zijn sujetten met altijd geldende waarden te teekenen.

Zoo''n boek is Eline Vere. Wat aan dit werk verouderd genoemd kan worden, dat zijn de details. Wij rijden niet meer in rijtuigen. Den Haag is iets minder een provinciestad geworden, een moderne Eline zou niet meer van onvervuldheid verkwijnen, maar eerder verbitterd aan den drank raken of haar troost zoeken in de psycho-analyse.

Maar deze verschillen zijn essentieel niet zoo groot. Wat ons soms wel wat uit den tijd aandoet is Couperus'' précieuze stijl. Wij zijn niet meer gewend, dat onze romanciers hun woorden zoo op een goudschaaltje wegen en de gevoelens zoo allersubtielst uitpluizen, in kleine nuances van fijnheid.

Wat als een verschil treft is, dat Couperus zijn roman heeft gecomponeerd volgens de regels der synthese, terwijl wij van onze tijdgenooten gewend zijn hen den weg der analyse te zien bewandelen. Een hedendaagsche schrijver zou ook meer aandacht besteed hebben aan het technische gedeelte der erotiek, een onderwerp dat Couperus in dezen roman slechts omzichtig en van terzijde benadert, zooals dat in zijn tijd te doen gebruikelijk was. Edoch, een goed verstaander........

Beschouwen wij de individuen in dit boek één voor één, dan zal het opvallen hoe aanvaardbaar zij nog steeds zijn. Eline zelf was in zekeren zin een tijdsverschijnsel, maar zelfs nu nog niet onmogelijk te noemen.

Haar zuster, haar zwager, haar familie en vrienden, Paul van Raat, Etienne van Erlevoort, de meisjes Verstraeten - zij zijn even levend voor ons, als de menschen uit onzen eigen kring. De indolente avonturier Vincent Vere is een figuur van alle tijden, evenals zijn contrast, de werkelijk meesterlijk geziene Frédérique van Erlevoort, het type van de gezonde Hollandsche jonge vrouw met een prachtig karakter, voortdurend in conflict met haar hart en haar gevoel van eigenwaarde.

Verouderd daarentegen doet de gestalte van haar broer Otto aan. Dit zit hem m.i. echter niet in de overweging, dat een dergelijke, degelijke, intelligente, trouwe borst heden ten dage niet meer bestaan zou, maar meer in het feit, dat Couperus hier in gebreke is gebleven dezen man aannemelijk te maken. Aan hem was te weinig opvallends, dan dat de jonge schrijver er voldoende zijn aandacht aan geven kon. Toch kan men bij benadering wel voelen hoe Couperus hem bedoeld heeft, maar los van zijn achtergrond komt hij toch niet. Dit is heel jammer, daar hij zoo''n groote rol heeft te vervullen in het leven van Eline. Wij, die in dezen tijd het boek lezen, komen maar al te vlug op het denkbeeld, dat een wezen, als het meisje Eline, onrustig, vol fantasie, nerveus, zich bij dezen uitgestreken mijnheer doodverveeld moet hebben, ook al was zij een en al oog voor zijn goede inborst. En wij verbazen ons dan ook niet, zij het op andere gronden dan Couperus bedoeld heeft, dat de verloving verbroken wordt.

Echter, het gaat niet aan met een schrijver over zijn sujetten te kibbelen. Hij geeft wat hij gezien en ervaren heeft en wanneer hij dat doet op zoo''n doordringende wijze, zoo boven alle tijden uit interessant, zoo levend en zoo boeiend en in een zoo, nog altijd fraaien vorm dan past het den lezer met belangstelling te lezen en te aanvaarden - onder voorbehoud van die vijftig jaren.





Id: 21042
  1   2   3   4   5

  • Schrijver

  • Dovnload 252.46 Kb.