Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Jaargang V, N

Dovnload 110.97 Kb.

Jaargang V, N



Datum05.12.2018
Grootte110.97 Kb.

Dovnload 110.97 Kb.

Jaargang V, Nr. 156 SJABBAT SJALOM – NOACH 3 Chesjwan 5766


Jaargang V, Nr. 156

Parasjat Noach

3 Chesjwan 5766

4/5 november 2005
Sjabbat Weekblad voor Nederland

Overzicht Parasjat Noach (Bereisjiet 6:9-12:1)

Het is nu tien generaties later sinds de schepping van de eerste mens. Adams nakomelingen hebben de wereld gecorrumpeerd met hun immoreel gedrag, afgoderij, roof en geweld. Hasjem besluit het probleem voor eens en voor altijd op te lossen door een vloed over de wereld te brengen die alle aardbewoners zal vernietigigen, met uitzondering van de rechtvaardige Noach, diens familie en voldoende dieren om de aarde weer opnieuw te kunnen bevolken. Hasjem geeft Noach instructies om een ark te bouwen, om aan de vloed te ontsnappen. Na veertig dagen en nachten onafgebroken zware regen, bedekt de vloed geheel de aarde, zelfs de toppen van de hoogste bergen. Na nog eens 150 dagen begint het water weer te zakken. Op de 17de dag van de 7de maand komt de ark tot rust op de Berg Ararat. Noach zendt een raaf uit en vervolgens een duif om er zeker van te zijn dat het water gezakt is. De raaf komt terug. De duif komt terug. Een week later, zendt Noach de duif nog eens uit. Deze keer komt de duif pas tegen de avond terug, met een olijftak in zijn bek. Na nog eens zeven dagen zendt Noach opnieuw de duif uit, maar die komt deze keer niet meer terug. Hasjem zegt tegen Noach dat hij en zijn familie de ark moeten verlaten. Noach brengt dankoffers voor Hasjem van de dieren die hij voor dit doel met de ark heeft meegenomen. Hasjem zweert nimmer meer een vloed te brengen over heel de wereld en zet de regenboog aan het firmanent als teken van dit verbond. Noach en zijn nakomelingen mogen nu vlees eten, in tegenstelling tot Adam. Hasjem geeft aan Noach de Zeven Noachidische Wetten die voor de hele mensheid gelden: Het verbod van afgoderij, ontucht, diefstal, blasfemie, moord, het eten van vlees van een levend dier en de verplichting om een rechtstelsel op te zetten. Het klimaat van de wereld wordt vastgesteld, zoals wij dat vandaag kennen. Noach plant een wijngaard en wordt dronken van zijn eigen producten. Cham, één van de zonen van Noach, vermaakt zich als hij ziet hoe dronken en naakt zijn vader is. Sjem en Jafet echter, slagen erin hun vader te bedekken zonder naar diens naaktheid te kijken, door achteruit naar hem toe te lopen. Voor dit incident wordt Kanaän, de zoon van Cham, gestraft met de vloek van de slavernij. De Tora noemt de nakomelingen van Noachs drie zonen op, waarvan de zeventig volken van de wereld afstammen. De Tora vermeldt de geschiedenis van bouw van de Toren van Babel, hetwelk tot resultaat heeft dat Hasjem de taal van de mensen opdeelt in vele talen, waarna de mensen zich in volksgroepen over de wereld verspreiden. De Parasja eindigt met de genealogie van Noach tot Avram.

Inleiding tot de Parasja

Vergiffenis, geen lankmoedigheid

Parasjat Noach steekt scherp af tegen de vorige sidra, Bereisjiet, dat de nadruk legde op de kracht van inkeer en berouw, wanneer Hasjem de bekentenissen van Adam en Kaïn accepteert (Bereisjiet Rabba 22:13). Deze afdeling laat ons het gevaar zien van de gedachte dat Hasjem met voldoening toekijkt wanneer de mensheid zondigt, zoals de generatie van de zondvloed deed. Zij waren goed op de hoogte van de vermaning van Hasjem aan Kaïn, dat de zonde bij de deur rust (Ber.4:7), maar Noachs generatie interpreteerde dit en alle andere waarschuwingen van ophanden zijnde vernietiging als niet meer dan overdrijving. Een lankmoedige en genadige Hasjem zou de perversies van de mensen vast en zeker vergeven.

In deze zin dient de Vloed als een les in G-ds vastbeslotenheid om het kwaad uit te roeien, zelfs al betekent dit de vernietiging van een hele beschaving. Aan het eind van deze sidra tracht een andere generatie zich aan G-ds wil te onttrekken. Gewapend met Hasjems belofte om de mensheid nooit meer uit te roeien (zie 8:21), verzamelen de heidense maar eensgezinde bouwers van de Toren van Bawel zich, vol vertrouwen dat hun geen kwaad zal treffen. Opnieuw zegevierd de Almachtige, door eerst de overtreders te verstrooien over de aarde, om hen vervolgens nog verder te straffen door hun talen te verwarren en, hen te dreigen met verdere uitroeing, wanneer zij blijven volharden in hun zonden.

De dubbele boodschap van de twee eerste parasjiot van Bereisjiet zijn onmiskenbaar: Hasjem accepteert tesjoewa [berouw en inkeer] van iedereen, ongeacht wat voor een ellendeling iemand was. Maar hij zal nimmer werkloos toezien wanneer de mensheid onafgebroken zondigt.



(Een bewerking van Torat Mosjé 2b van de Chatam Sofeer).

Wat rekenkunde en leeftijden

Noach was volmaakt onder zijn tijdgenoten.” (Ber. 9:6). Hierover schrijft Rasji: Sommige van onze geleerden ver­kla­ren het tot zijn lof. Indien hij reeds in dit slechte geslacht zo’n goed mens was, hoeveel te meer zou hij een rechtvaardig mens zijn geweest in een geslacht van brave mensen. Anderen verklaren het tot zijn schande: in verhouding tot zijn geslacht was hij een goed mens, maar als hij geleefd had in het geslacht van Awraham, zou hij niets hebben betekend” (Sanhedrin 108a; Bereisjiet Rabba 30).

Laten wij eens naar de volgende tabel kijken en naar wat Rabbi Ibn Ben Ezra hierover te zeggen heeft.


Naam

Geboren in het jaar

leeftijd bijgeboorte zoon

jaartal van geboorte zoon

Passoek

Adam

0

130

130

5:3

Seth

130

105

130+105=235

5:5 en 5:7

Enosh

235

90

235+90=325

5:9

Kenon

325

70

325+70=395

5:12

Mehalelel

395

65

395+65=460

5:15

Jered

460

162

460+162=622

5:18

Chanoch

622

65

622+65=687

5:21

Methushelach

687

187

687+187=874

5:25

Lemech

874

182

874+182=1056

5:28

Noach

1056

Leeftijd bij vloed:

600 jaar


Jaartal vloed:

1056+600=1656



7:6

Sjem

1658-100=1558

100

1656+2=1658 (2 jaar na vloed)

11:10

Arpachshad

1658

35

1658+35=1693

11:12

Sjelach

1693

30

1693+30=1723

11:14

‘Ewer

1723

34

1723+34=1757

11:16

Peleg

1757

30

1757+30=1787

11:18

Re’oe

1787

32

1787+32=1819

11:20

Seroeg

1819

30

1819+30=1849

11:22

Nachor

1849

29

1849+29=1878

11:24

Terach

1878

70

1878+70=1948

11:26

Awraham

1948










Uit bovenstaande tabel blijkt dat Noach werd geboren in het jaar 1056 na de Schepping van de wereld. Noach leefde 950 jaar (9:29), dus hij stierf in het jaar 1056+950= 2006. Awraham, die volgens bovenstaande tabel geboren was in 1948 was dus bij het overlijden van Noach 58 jaar.

Hierover schrijft Ibn Ezra het volgende: Parasjat Noach begint met de woorden: אֵלֶּה תוֹלְדֹת נֹחַ, נֹחַ אִישׁ צַדִּיק תָּמִים הָיָה בְּדֹרֹתָיו [Dit zijn de geslachten (of nakomelingen) van Noach, Noach was een rechtvaardig man, volmaakt onder zijn tijdgenoten]. De gematria [letterwaarde] van het woord נֹחַ [NoaCH] is 58 [Noen = 50, Chet is 8]. Awraham was een Iesj tsaddiek tamiem – een rechtvaardig en volmaakt man en hij leefde 58 jaar bedorotav – tussen zijn (Noachs) tijdgenoten, d.w.z. tijdens het leven van Noach, de laatste 58 jaar van diens leven. Men kan de zin dus lezen, alsof er staat: „Dit zijn de nakomelingen van Noach: 58 jaar leefde er een rechtvaardig en volmaakt mens tijdens zijn leven.”

Met andere woorden, pas nadat Noach een waardige nakomeling had gekregen, kon Noach „met G-d wandelen” (ib.) in de Komende Wereld.

De leeftijd van het universum (deel 2)

Door Dr. Gerald Schroeder



(De schrijver, heeft o.a. een boek geschreven, getiteld: Genesis and the Big Bang.” Hij heeft zijn Dr-titel behaald aan het Massachusetts Institute of technology en hij onderwijst aan Aish HaTora College of Jewish Studies. De originele versie van dit artikel is afkomstig van http.//www.aish.com/societyWork/sciencenature/Age_of_the_Universe.asp.)

De schepping van de tijd

Iedere scheppingsdag is genummerd. Maar er is discontinuïteit in de manier dat de dagen zijn genummerd. Het vers (1:5) zegt: „Het was avond, het was ochtend, dag één.” Maar van de tweede dag wordt niet gezegd: „avond en ochtend, dag twee.” Maar er staat: „avond en ochtend, een tweede dag.” En de Tora gaat op die manier verder: Avond en ochtend, een derde dag… een vierde dag… een vijfde dag… de zesde dag.” Alleen op de eerste dag gebruikt het vers een andere vorm: niet „eerste dag, maar „Dag één” (Jom Echad). Vele Engelse vertalingen maken de fout om te schrijven: „een eerste dag.” Dat komt omdat redacties graag willen dat alles glad en consistent klinkt. Maar zij gooien de kosmische boodschap uit de tekst! Omdat er een kwali­tatief verschil is, zoals Nachmanides zegt, tussen „één” en „eerste.” Eén is absoluut, eerste is relatief.

Nachmanides legt uit dat op Dag één de tijd geschapen werd. Dat is een fenomenaal inzicht. Tijd werd geschapen. Je kan tijd niet grijpen. Je kunt het zelfs niet zien. Je kunt de ruimte zien, je kunt materie zien, je kunt energie voelen, je kunt licht-energie zien. Daarvan kan ik een schepping begrijpen. Maar de schepping van tijd? Achthonderd jaar geleden verkreeg Nachmanides dit inzicht van het gebruik van de woorden in Tora: „Dag één.” En dat is precies wat Einstein ons leerde in de Wetten van de Relativiteitstheorie: dat er een schepping was, niet alleen van ruimte en materie, maar van de tijd zelf.

De Relativiteits theorie van Einstein

Wanneer hij terugkijkt in de tijd, ziet een wetenschapper het universum als 15 miljard jaar oud. Maar wat is het standpunt van de Bijbel over tijd? Misschien ziet de Bijbel tijd anders. En dat maakt een groot verschil. Albert Einstein leerde ons dat Big Bang kosmologie niet alleen ruimte en materie doet ontstaat, maar dat tijd een deel is van dit ongrijpbare begrip. Tijd is een dimensie. Tijd is onderhevig aan de manier waarop jij tijd ziet. Hoe je tijd ziet is afhankelijk van waar je het bekijkt. Een minuut op de maan is sneller voorbij dan een minuut op aarde. Een minuut op de zon gaat langzamer. Tijd op de zon wordt in feite zodanig uitgestrekt, dat als je een klok op de zon zou kunnen zetten, hij langzamer zou tikken. Het verschil is maar klein, maar het is meetbaar en gemeten.

Wanneer je sinaasappels zou kunnen laten rijpen op de zon, zou dat meer tijd kosten. Waarom? Omdat de tijd daar langzamer gaat. Zou je het voelen dat de tijd langzamer gaat? Nee, want jouw biologie zou een deel van het systeem zijn. Wanneer je op de zon zou leven, zou je hartslag langzamer zijn. Overal waar je je bevindt zal je biologie synchroon lopen met de lokale tijd, en een minuut of een uur waar je ook bent is exact een minuut of een uur.

Wanneer je van het ene systeem naar het andere zou kunnen kijken, zou je tijd heel verschillend zien. Omdat het afhankelijk is van factoren zoals zwaartekracht en snelheid, zul je tijd op een andere manier ervaren. Het verloop van tijd variëert van de ene locatie met de andere. Vandaar de uitdrukking: de wet van de relativiteit.

Hier is een voorbeeld: Op een avond zaten wij rond de eettafel en mijn 11-jarige dochter vroeg: „Hoe kunnen er dinosaurussen bestaan hebben? Hoe kun je wetenschappelijk miljarden jaren hebben – en tegelijkertijd duizende Bijbelse jaren? Ik vertelde haar zich een planeet voor te stellen waar de tijd zo is uitgestrekt, dat terwijl wij twee jaar op aarde leven, er op die planeet slechts drie minuten voorbij zijn gegaan. Wel, zulke plekken bestaan echt, ze zijn waargenomen. Het zou erg moeilijk zijn om daar te leven, onder de daar geldende omstandigheden en je kunt er ook helemaal niet komen, maar in mentale experimenten kan je dat doen. Twee jaar gaan op aarde voorbij en drie minuten gaan er op die planeet voorbij. Dus mijn dochter zegt: „Enorm! Stuur mij maar naar die planeet. Ik blijf daar maar drie minuten en ik doe huiswerk voor twee jaar! Ik kom na drie minuten terug en dan heb ik de komende twee jaar geen huiswerk meer!”

Leuk geprobeerd. Laten wij aannemen dat zij 11 jaar was toen zij vertrok en haar vriendinnen waren ook 11 jaar. Zij brengt drie minuten door op die planeet en komt dan weer thuis. (De reis neemt geen tijd in beslag.) Hoe oud is ze als ze terugkomt? 11 jaar en drie minuten, terwijl haar vriendinnen nu 13 jaar zijn. Want zij leefde gedurende drie minuten, terwijl wij 2 jaar geleefd hebben.

Als zij vanaf die planeet naar de aarde gekeken had, zou haar perceptie van de aardse tijd zijn, dat iedereen zeer snel bewoog, want in één van haar minuten zouden honderdduizenden van onze minuten voorbijgaan. Terwijl wan­neer wij omhoog zouden kijken naar haar planeet, wij de indruk zouden hebben dat zij zich heel langzaam bewoog.

Maar wat is juist? Zijn er twee jaar of drie minuten voorbij? Het antwoord is: beide. Het is allebei gebeurd in dezelfde tijd. Dat is de nalatenschap van Einstein. Er zijn letterlijk miljarden plaatsen in het heelal, waar, als je er een klok zou kunnen neerzetten, hij zo langzaam zou tikken, dat vanuit ons perspectief gezien (wanneer wij dat zolang zouden kunnen volhouden) 15 miljard jaar voorbij zouden zijn gegaan… maar de klok op die verweg gelegen planeet heeft slechts zes dagen voorbij getikt.



Reizen door de tijd en de Big Bang

Maar hoe helpt dit de Bijbel te verklaren? Ten slotte zeggen zowel de Talmoed als Rasji als Nachmanides (dat is de Kabbala) dat de Zes Dagen van Genesis zes gewone dagen van 24 uur waren. Niet langer dan onze werkweek!

Laten wij eens wat dieper kijken. De klassieke Joodse bronnen zeggen dat vóór het begin wij eigenlijk niet weten wat er was. We kunnen niet vertellen wat er vooraf ging aan het heelal. De Midrasj stelt die vraag: Waarom begint de Bijbel met de letter Beet? Omdat de letter Beet (ב – die lijkt op een omgekeerde letter C) in alle richtingen gesloten is en alleen open is in voorwaartse richting [Hebreeuws leest men van rechts naar links]. Dat betekent dat wij niet kunnen weten wat ervoor gebeurde, alleen wat erna was. De eerste letter is een Beet – gesloten in alle richtingen en alleen open in voorwaartse richting.

Nachmanines breidt deze verklaring uit. Hij zegt dat hoewel de dagen ieder 24 uur duren, zei „kol jamot ha’olam” bevatten – alle tijden en alle geheimen van de wereld.

Nachmanides zegt dat vóór het heelal er niets was… maar toen was er plotseling de hele schepping als een miniscuul vlekje. Hij geeft een dimensie voor dat vlekje: iets heel kleins zoals een mosterdzaadje. En hij zegt dat dat de enige fysieke schepping was. Er was geen andere fysieke schepping; alle andere scheppingen waren spiritueel. De Nefesj (de ziel van het dierenleven) en de Nesjama (de ziel van het mensleijk leven) zijn spirituele scheppingen. Er is slechts één fysieke schepping en die schepping was een kleine vlek. Die vlek was alles wat er was. De rest was G-d. In die vlek zat al het ruwe materiaal dat gebruikt zou worden om al het andere te maken. Nachmanides beschrijft de substantie als „dak me’od, ein bo mamasj” – heel dun, zonder enige substantie. En wanneer dit vlekje zich uitspreidde, veranderde deze substantie – zo dun, dat het geen essentie had – in materie zoals wij die kennen.

Nachmanides schrijft verder: „Misjèjeesj, jitfos bo zman” – vanaf het moment dat materie uit deze substantieloze substantie gevormd werd, krijgt de tijd houvast. Niet „begint.” Tijd is bij het begin geschapen. Maar tijd „krijgt houvast.” Wanneer materie condenseert, stolt, samensmelt, uit deze substantie die zo dun is dat het geen essentie heeft – dat is het moment dat de Bijbelse klok van de zes dagen begint.

De wetenschap heeft aangetoond dat er maar één „substantie-loze substantie” is die in materie kan veran­deren. En dat is energie. De fameuze vergelijking van Einstein: E=mc2, vertelt ons dat energie kan veran­deren in materie. En zodra het verandert in materie, krijgt tijd houvast.

Nachmanides heeft iets fenomenaals gezegd. Ik weet niet of hij de Wetten van de Relativieit kende. Maar vandaag kennen wij ze. Wij weten dat energie – lichtbundels, radiogolven, gammastralen, röntgenstralen – allemaal voortsnellen met de snelheid van het licht, 300 miljoen meter per seconde. Bij de snelheid van het licht gaat de tijd niet voorbij. Het heelal werd ouder, maar tijd krijgt alleen houvast wanneer er materie is. Dit moment van tijd voordat de klok van de Bijbel begint, duurde ongeveer 1/100.000ste deel van een seconde. Een minuscule tijd. Maar in die tijd dijde het heelal uit van van een minuscuul vlekje tot ongeveer de afmeting van het zonnestelsel. Vanaf dat moment hebben wij materie en vloeit de tijd voorwaarts. Hier begint de Bijbels klok.

Welnu, het feit dat de Bijbel ons vertelt dat er „avond en ochtend, dag één” was (en niet „een eerste dag”), dat komt ons tijd leren, bezien vanuit Bijbels perspectief. Einstein heeft bewezen dat tijd variëert van plaats tot plaats in het heelal en dat tijd variëert van perspectief tot perspectief in het universum. De Bijbel zegt: „Het was avond en ochtend, dag één.”

Wanneer de Tora de tijd van de dagen van Mozes en de berg Sinaï zou zien – lang na Adam – dan zou er niet „dag één” gestaan hebben. Want ten tijde van Sinaï waren er reeds honderdduizende dagen voorbij. Er was een heleboel tijd waarmee dag één te vergelijken was. Tora zou dan gezegd hebben: „Een eerste dag.” Op de tweede dag van Genesis zegt de Bijbel: „een tweede dag,” want er was al een eerste dag, waarmee het te ver­gelijken was. Je kon op de tweede dag vragen: Wat gebeurde er op de eerste dag?” Maar zoals Nachmanides erop wijst, op dag één kon je niet vragen: „Wat gebeurde er op de eerste dag,” want „eerst” impliceert een vergelijking – een bestaande serie. En er was geen bestaande serie. Dag één was alles wat er was.



(Volgende week derde en laatste deel)

DE MITSWOT VAN DE WEEK

In het Nederlands vertaald door Zwi Goldberg



Deel II: De Mitswot Lo-Ta’asei [de verboden]  nrs. 41-43

Overgenomen uit Sefer haMitswot hakatsar van de Chafeets Chaïm. [Wat tussen rechte haken staat, is door de samensteller toegevoegd.]

-------------------------------------------------------------------------------------------------------

41. Het is verboden om heimelijk te verlangen naar wat een ander toebehoort

zoals er geschreven staat (Dewariem 5:18): „En je zult niet verlangen.” Dit verbod is apart van het verbod in Sjemot 20:14 [§ 40]: „Je zult niet begeren.” Want iemand overtreedt het verbod om ergens naar te verlangen wanneer hij erover nadenkt hoe hij dat voorwerp kan verkrijgen en zijn hart daarvan overtuigd is [dat hij het moet hebben]. Dan overtreedt men het verbod: „Je zult niet verlangen,” want verlangens zitten alleen in het hart. Wie dan dat voorwerp heeft verkregen door er bij de eigenaar ervan op aan te dringen en door zijn vrien­den naar hem [de eigenaar] te sturen om er bij hem op aan te dringen om het hem te geven, totdat hij het heeft gekregen, dan heeft hij het verbod „Je zult niet begeren” overtreden.

Het geldt overal en altijd, zowel voor mannen als voor vrouwen.

42. Het is verboden om zijn vrouw sje’eer, kesoet of ‘ona te onthouden

zoals er geschreven staat (Sjemot 21:10): „Hij mag haar voeding, haar kleding en haar bijwoning niet ver­min­­deren.” Sj’eer betekent voeding, kesoet is kleding en ‘Ona is de intieme huwelijksgemeenschap. Ieder die uit eigen vrije wil zijn vrouw één van deze drie onthoudt, om haar te kwellen of pijn te doen, overtreedt dit verbod. Volgens de wet van de Geleerden heeft hij nog zeven andere verplichtingen voor haar en dat zijn: de betaling van de hoofdsom van het huwelijkscontract [in geval van echtscheiding of overlijden], haar te gene­zen [als zij ziek is], haar los te kopen [als ze gevangen genomen wordt], en haar te begraven [als zij over­lijdt]. Zij mag in zijn huis wonen zolang zij zijn weduwe is en zij wordt onderhouden uit zijn bezittingen en haar dochters worden eveneens onderhouden uit zijn bezittingen na zijn dood, totdat zij verloofd zijn; en het recht van haar zonen bij hem [is om de hoofdsom van zijn bezittingen te erven, voordat de rest verdeeld wordt onder andere kinderen van een andere moeder]. Volgens de wet van de Geleerden heeft hij het recht van vruchtgebruik van hetgeen haar handen maken, in ruil voor haar voedsel en het recht op vruchtge­bruik van haar bezittingen gedurende haar leven in ruil voor zijn plicht om haar te bevrijden uit gevangenschap [indien nodig]. Hij heeft recht op alles wat zij vindt, ter vermijding van vijandschap; en hij wordt haar erfgenaam in ruil voor zijn plicht om haar te begraven. Een man heeft ook de plicht om zijn kleine kinderen te onderhouden.

Dit geldt overal en altijd.

43. Het is verboden om welke Jood dan ook te slaan

Deze waarschuwing volgt uit het vers (Dewariem 25:3): „Hij mag hem veertig zweepslagen geven maar niet meer.” Want dit is een waarschuwing dat men geen enkele Jood mag slaan. Het is een kal wa-chomer aflei­ding, gebaseerd op logische redenatie van minder naar meer: Wanneer iemand zweepslagen verdient, zodat Tora toestemming geeft om hem te slaan, dan vermaant de Bijbel dat men geen slagen mag toevoegen [aan het aantal toegelaten zweepslagen]. Dan geldt dat zeker ook voor ieder ander persoon.

Wanneer iemand een ander een klap geeft, waardoor hij schade ondervindt ter waarde van minder dan een proeta [de kleinste munteenheid], dan verdient hij zweepslagen. Maar als de schade meer bedraagt dan een proeta (hetgeen betekent dat hij hem een harde klap heeft gegeven, waarvoor hij hem meer dan een proeta schadevergoeding moet betalen), dan krijgt hij geen zweepslagen want hij moet een boete betalen (maar hij heeft het verbod wel overtreden). Zelfs als iemand alleen maar zijn hand opheft naar zijn naaste, wordt hij al een slecht mens genoemd. Echter, als iemand een ander een klap geeft als onderdeel van een discipline of een opvoedkundige klap geeft, dan heeft hij geen overtreding begaan.

    



Parasjat Noach 5766 4 november 2005

Jaargang V, nr. 1

Hoe is de halacha met betrekking tot het onder­dom­pelen van kisjke in tsolent?

In vroegere sjioeriem hebben wij twee soorten hatmana [inpakken] besproken: hatmana dat warmte toevoegt en hatmana dat geen warmte toevoegt. De eerste is verbo­den, zelfs vóór Sjabbat en de laatste is verboden op Sjabbat.

Velen hebben de gewoonte om kisjke in plastic folie of aluminiumfolie te wikkelen en dat zo in de tsolent te leg­gen. Daarmee komt het probleem van hatmana boven. Daar voortdurend hitte wordt toegevoegd aan de kisjke, lijkt het dat dit verboden is, zelfs vóór Sjabbat. Wat is de heter (waarop berust de toestemming op dit te doen)?

Verschillende oplossingen:



  • Hagaon Rav Shlomo Zalman Auerbach zts”l legde uit dat dit niet beschouwd wordt als hatmana1. De essentie van hatmana is te voorkomen dat warmte verloren gaat, maar dat geldt niet in dit geval. De Kisjke en de tsjolent ontvangen directe warmte van de Sjabbat-plaat of van het vuur en de tsjolent (dat de matmiem – de omwikkelaar) zou zijn, is niet nodig om warmte toe te voegen aan de kisjke.

  • Rav Eliahoe Falk sjlita zegt dat het probleem ont­staat wanneer de kisjke in twee bedekkingen wordt omwikkeld maar als het slechts in één enke­le doek of folie wordt gewikkeld, is het toegestaan2.

  • Maak gaten in de omslagfolie rondom de kisjke of zorg ervoor dat de kisjke niet volledig is onder­gedompeld in de tsolent.3

Mag ik soepnootjes in mijn soep doen?

Om hierop antwoord te geven, moeten wij ons eerst vertrouwd maken met het begrip ein bisjoel achar bisjoel en jeesj bisjoel achar afia.

Volledig gekookt [vast] voedsel is niet onderhevig aan de beperkingen van koken en het mag, wanneer aan bepaal­de voorwaarden is voldaan, opnieuw opgewarmd worden. [Daarom is het toegestaan om kant en klare soepnootjes in de soep te doen (mits de soep niet meer op het vuur staat), want de soepnootjes zijn al gekookt (Zwi)4]

Hoe weten wij dat?

De Misjna in Sjabbat145b zegt: „Alles wat vóór Sjabbat in heet water geplaatst was, mag op Sjabbat ondergedom­peld worden in heet water.” De Tosafot5 leggen uit dat het woord ‘geplaatst’ in de Misjna, ‘gekookt’ betekent, dat wil zeggen dat men iets, wat vóór Sjabbat gekookt is, op Sjabbat opnieuw verwarmd mag worden. De Sjoelchan Aroech (318:4) citeert dit, maar veranderde het woord ‘ge­plaats’ overeen­kom­stig Tosafot, en schreef: „een droog iets dat vóór Sjabbat volledig gekookt gekookt is, mag op Sjabbat in heet water worden ondergedompeld.”6



Waarom mag men alleen vast voedsel opnieuw op­war­men maar geen vloeistoffen?

De Gemara in Sjabbat 34a zegt dat men geen hatmana mag doen op Sjabbat, om te vermijden dat men, als men het koud aantreft, het opwarmt, hetgeen zou leiden tot een overtreding van het kookverbod op Sjabbat (Rasji).

De Toer was in de war gebracht door deze klaarblijkelijke tegenstelling tot de Misjna die hierboven aangehaald werd, die zegt, dat men iets dat gekookt is, weer mag opwar­men. Hij verklaart daarom dat de Misjna het heeft over vast voedsel en dat de Gemara het heeft over voed­sel ver­mengd met vloeistof, zoals vlees met jus of soep.

Conclusie: Vast droog volledig gekookt voedsel, zoals sjnitzel, koegel, kip en vlees, mag op Sjabbat op­nieuw opgewarmd worden. Iets dat ook vloeistof bevat, zoals vlees in jus of soep mag men niet opwarmen op Sjabbat.7

Hoe warmt men vast gekookt voedsel op?

Het is van cruciaal belang om op te merken dat er twee problemen betrokken zijn bij het opwarmen. Het eerste betreft datgene wat opgewarmd word, en daar hebben we het hierboven over gehad. Het tweede probleem is de manier van opwarmen.

Wij hebben voorheen geleerd dat men niet iets direct op een warmtebron mag plaatsen op Sjabbat, omdat het erop lijkt alsof men kookt. Het gevolg is, dat voedsel niet direct op een blech of warme plaat8 gelegd mag worden en beslist ook niet op een open vlam – electrisch of gas.

Het verdient de voorkeur om het voedsel op een pan te zetten die op de warmtebron staat, zoals op een gasstel, een electrisch kookstel, een electrische Sjabbat-plaat of blech. Men mag het ook op een electrische ketel leggen.



Hoe droog moet voedsel zijn om ‘droog’ ge­noemd te kunnen worden?

Voedsel dat hoofdzakelijk droog is maar nog enigszins vochtig mag opgewarmd worden omdat het vocht niet van betekenis is.9



1 Tikoeniem oemiloeïem hfd. 42, n. 242.

2 De eerste omwikkeling is het natuurlijke omhulsel, wat geen hatmana is en de tweede is de opberging – hatmana. Een enkele folie dat enige malen eromheen gewikkeld wordt, is toegestaan.

3 Zie Sj.Sj.K. 42:63 en n. 242, maar zie de relevante tikoeniem.

4 Sj.Sj.K. 1:61.

5 Sjabbat 39a, ד"ה כל.

6 Zie de Beit Joseef siman 318:4.

7 Aan bepaalde voorwaarden moet worden voldaan, maar dat zullen wij later, be”H behandelen.

8 Rav Moshe Feinstein schrijft dat men warm voedsel wel direct op een warme plaat mag leggen, wanneer het daar niet kan ko­ken. De meeste Sjabbat-platen verwarmen niet genoeg om het voedsel te doen koken en daarom moet men zijn Rav vragen of men het voedsel daar direct op mag leggen. Sommige Sefar­di­sche rabbijnen staan het toe om gekookt voedsel direct op de Sjabbat-plaat te leggen en ook dat moet men vragen aan zijn Rav.

9 HaRav Sternbuch sjlita. De Sjoelchan Aroech HaRav siman 318:11 schrijft dat ‘voedsel dat volledig vrij van vocht is,’ mag opnieuw opgewarmd worden. Over theebladeren die vóór Sjabbat gekookt werden, schrijft de Misjna Beroera dat men de essence van de theeblaadjes moet afgooien. Hun visie is een strengere.



  • 4/5 november 2005 Sjabbat Weekblad voor Nederland Overzicht Parasjat Noach (Bereisjiet 6:9-12:1)
  • Inleiding tot de Parasja Vergiffenis, geen lankmoedigheid
  • Wat rekenkunde en leeftijden „Noach was volmaakt onder zijn tijdgenoten
  • De leeftijd van het universum (deel 2)
  • De schepping van de tijd
  • De Relativiteits theorie van Einstein
  • Reizen door de tijd en de Big Bang
  • DE MITSWOT VAN DE WEEK
  • ------------------------------------------------------------------------------------------------------- 41.
  • Parasjat Noach 5766 4 november 2005 Jaargang V, nr. 1
  • Mag ik soepnootjes in mijn soep doen
  • Waarom mag men alleen vast voedsel opnieuw op­war­men maar geen vloeistoffen
  • Hoe warmt men vast gekookt voedsel op
  • Hoe droog moet voedsel zijn om ‘droog’ ge­noemd te kunnen worden

  • Dovnload 110.97 Kb.