Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Jaargang V, N

Dovnload 69.62 Kb.

Jaargang V, N



Datum05.12.2018
Grootte69.62 Kb.

Dovnload 69.62 Kb.

Jaargang V, Nr. 157 Parasjat Lech Lecha 11/12 november 2005


Jaargang V, Nr. 157

Parasjat Lech Lecha

10 Chesjwan 5766

11/12 november 2005
Sjabbat Weekblad voor Nederland

Overzicht parasjat Lech lecha (Genesis 12:1-17:27)

Tien generaties zijn voorbij gegaan sedert Noach. De mensheid is opnieuw geestelijk omlaag gezakt. In het jaar 1948 na de schepping wordt Awram geboren. Wanneer hij de wereld om zich heen waarneemt, komt Awram tot de onweerlegbare Waarheid van Hasjems bestaan en zo verdient hij het dat Hasjem aan hem verschijnt. Aan het begin van deze parasja zegt Hasjem tegen Awram dat hij zijn land moet verlaten, zijn familie en het huis van zijn vader, en dat hij naar een onbekend land moet reizen, waar Hasjem hem tot een groot volk zal maken. Awram vertrekt en neemt zijn vrouw Sarai, zijn neef Lot, hun bedienden en diegenen die hij tot het geloof in Hasjem heeft bekeerd, mee. Wanneer zij aankomen in het land Kenaän, verschijnt Hasjem aan Awram en vertelt hem dat dit het land is dat Hij aan zijn nakomelingen zal geven. Een hongersnood breekt uit en dwingt Awram naar Egypte uit te wijken om daar voedsel te vinden. Zich realiserend dat de schoonheid van zijn vrouw wel eens zijn dood kan betekenen door de Egyptenaren, vraagt Awram haar te zeggen dat zij zijn zuster is. Sarai wordt naar de Farao gebracht, maar Hasjem bezorgt de Farao en diens hofhouding ernstige plagen, en zij wordt ongedeerd vrijgelaten. Awram keert weer terug naar Erets Jisraël (Kenaän) met veel rijkdommen die de Egyptenaren hem gegeven hebben. Tijdens een ruzie tussen de schaapherders over de graasrechten, besluit Awram dat zijn en Lots wegen zich moeten scheiden. Lot verkiest te wonen in de rijke maar corrupte stad Sedom, gelegen in de vruchtbaren Jordaanvlakte. Een oorlog breekt uit tussen de koningen van die streek en Sedom wordt verslagen. Lot wordt krijgsgevangene gemaakt. Samen met een handjevol van zijn bekeerlingen, redt Awram Lot, als hij op wonderbaarlijke wijze een geweldige overmacht overmeestert, maar hij weigert iets van de oorlogsbuit voor zich aan te nemen. In een profetisch verbond onthult Hasjem aan Awram dat zijn nakomelingen verbannen zullen worden naar een vreemd land, waar zij gedurende 400 jaar zullen worden onderdrukt, waarna zij daar met grote rijkdommen uit zullen wegtrekken en terugkeren naar Erets Jisraël, hun onherroepelijke erfenis. Sarai is onvruchtbaar en geeft Hagar, haar Egyptische dienstmeid, aan Awram, in de hoop dat zij hem een kind zal schenken. Hagar wordt arrogant wanneer zij ontdekt dat zij zwanger is. Sarai behandelt haar met hardheid en Hagar vlucht. Op instructie van een engel keert Hagar weer terug naar Awram en baart Jismaël. De parasja eindigt met het bevel van Hasjem aan Awram om zichzelf en zijn nakomelingen, tot in alle generaties, te besnijden als een teken van een verbond met Hasjem en zijn nazaad. Hasjem verandert Awrams naam in Awraham en Sarais naam in Sara. Hasjem belooft Awraham een zoon, Jitschak, ondanks dat Awraham al 99 jaar is, en Sara 90 jaar. Op die dag besnijdt Awraham zichzelf, Jismaël en heel zijn huishouding.

Met toestemming vertaald uit Torah Weekly van Ohr Somayach in Jerusalem, Israel

©1998 Ohr Somayach International - All rights reserved.

Uit de schatkamer van chassidische verhalen

Leven zonder Rebbe

En de zielen die zij verworven hadden in Charan (Bereisjiet 12:5). Awraham bekeerde de mannen en Sara bekeerde de vrouwen (Rasji).

Reb Chanoch van Alexander vroeg eens: „Waar zijn al diegenen die door Awraham en Sara bekeerd werden tot het Jodendom? In Tora lezen wij alleen over Awraham, Jitschak en Ja’akov. Wat gebeurde er met al die anderen?

Hij beantwoordde zijn eigen vraag: „Tijdens het leven van Awraham hechtten de bekeerlingen zich aan Awraham en bewandelden zijn pad. Nadat hij was overleden, zagen zij dat zijn opvolger een andere manier van dienst aan G-d leerde – waar Awraham de nadruk had gelegd op naastenliefde, vertegenwoordigde Jitschak de G-ddelijke eigenschap van rechtvaardigheid, ontzag. Deze verandering was niet waar zij van hielden, en zij begrepen eruit dat het minder de moeite waard was om de zoon te volgen, dan de vader. Dus scheidden hun wegen van Jitschak en vervolgens verloren zij hun vroegere niveau van spiritualiteit en ten slotte keerden zij terug naar hun oude heidense gewoonten.

„Hieraan zie wij,” concludeerde Reb Chanoch, „dat ieder mens zich moet hechten aan de tsaddiek van zijn generatie, zelfs al bevalt de manier waarop die tsaddiek G-d dient hem niet . Want wie dat niet doet, zal van zijn huidige spirituele niveau vallen en hij zal verliezen wat hij ooit van zijn vroegere rebbe geleerd heeft.”

  
Het is goed om verdacht te zijn

„En Hij beschouwde het voor hem als een deugd” (15:6).

Bij twee andere gelegenheden gebruikt Tanach deze uitdrukking: „En hij beschouwde haar als een prostitué” (Jehoeda die dacht dat Tamar een prostitué was) en „Eli beschouwde haar [Channa] als iemand die dronken was.”

Dat komt goed overeen met wat Rabbi Jossi zei in traktaat Sjabbat: Ik zou willen dat mijn lot was met diegenen die onrechtmatig verdacht werden. Tamar werd onrechtmatig verdacht van overspel, en daarvoor werd zij beloond met de geboorte van Peretz en Zerach (twee tsaddikiem); en omdat Channa onrechtmatig verdacht werd van dronkenschap, verdiende zijn een zoon te krijgen van het formaat van Sjmoeël.

Zoals de Tora hier suggereert, overal waar het woord „Wajachsjeweha” (hij beschouwde haar) voorkomt, heeft de persoon op wie dat slaat een rechtvaardige handeling op zijn krediet staan (Ba’al haToeriem).
De leeftijd van het universum

Door Dr. Gerald Schroeder



Overeenkomstig een mogelijke interpretatie van de manier waarop oude commentatoren G-d en de natuur beschrijven, kan de wereld tegelijkertijd jong en oud zijn.

Deel 3

(In de beide voorafgaande afleveringen hebben we gezien hoe Dr. Gerald Schroeder de tijd een relatieve betekenis toekent. Dat de lengte van een tijdseenheid verschillend is, vanuit welk perspectief je het bekijkt. In dit laatste deel laat hij zien dat er geen tegenstelling hoeft te zijn tussen de wetenschappelijke leeftijd van de wereld en de Bijbelse leeftijd.



De schrijver, heeft o.a. een boek geschreven, getiteld: Genesis and the Big Bang.” Hij heeft zijn Dr-titel behaald aan het Massachusetts Institute of technology en hij onderwijst aan Aish HaTora College of Jewish Studies. Informatie over Aish HaTora is te vinden op hun website http://www.aish.com/.)

Zelfs als de Tora de tijd vanaf Adam zou beschouwen, dan nog zou de tekst moeten luiden „een eerste dag,” want er waren zes dagen, zegt Tora en Tora zegt „Dag Eén” omdat de Tora vooruitkijkt vanf het begin. En Tora zegt: Hoe oud is het universum? Zes dagen. Wij nemen de tijd alleen maar op tot Adam. Zes dagen. Wij kijken terug in de tijd en zien dat het universum 15 miljard jaar oud is. Maar iedere wetenschapper weet, dat als wij zeggen dat het univesum 15 miljard jaar oud is, er een andere helft van de zin is, die wij nooit zeggen. Die andere helft van de zin is: Het universum is 15 miljard jaar oud, gezien vanuit de tijd-ruimte-coördinaten die wij hebben hier op aarde. Dat is Einsteins gezichtpunt van relativiteit. Maar hoe zouden deze miljarden jaren ervaren worden vanaf het begin, vooruit gekeken? De sleutel is dat Tora voorwaarts kijkt in de tijd van sterk verschillende tijd-ruimte coördinaten, toen het heelal nog maar klein was. Maar sedertdien is het heelal uitgedeid. De ruimte dijt uit en dit uitdijen van ruimte verandert het begrip tijd volkomen.

Probeer je voor te stellen dat je miljarden jaren teruggaat in de tijd, naar het begin van de tijd. Stel je nu voor dat er toen, aan het begin van de tijd, toen de tijd houvast kreeg, er een intelligente gemeenschap was. (Het is volkomen fictief). Stel je voor dat die intelligente gemeenschap een laser had en een lichtstoot ging afvuren en iedere seconde zo’n stoot. Iedere seconde een stoot. Stoot. Stoot. Het stoot het licht uit en tien miljard jaar later zitten wij op aarde met een grote sateliet-schotel en we ontvangen die lichtstoten. En op die lichtstoot staat ingeprent (schrijven op licht wordt fiber optica genoemd – het zenden van informatie met behulp van licht): „Ik zend jullie iedere seconde een lichtstoot.” En dan gaat een seconde voorbij en de volgende lichtstoot wordt verzonden.

Licht plant zich voort met een snelheid van 300.000 km per seconde, dat is 300 miljoen meter. Dus aan het begin van hun reis zijn de twee lichtstoten 300 miljoen meter van elkaar verwijderd. En dan reizen zij miljarden jaren door het heelal, om na miljarden jaren de aarde te bereiken. Maar wacht even, is het heelal statisch? Nee. Het heelal dijt uit. Dat is de kosmologie van het universum. En dat betekent niet dat het uitdijt in een lege ruimte buiten het heelal. Er is alleen maar heelal. Er bestaat helemaal geen ruimte buiten het heelal. Het heelal dijt uit doordat zijn eigen ruimte uitdijt. Dus als de stoten door die miljarden jaren reizen, dijt het heelal steeds verder uit. Als de ruimte uitdijt, wat gebeurt er dan met die lichtstoten? De ruimte daartussen wordt ook steeds uitgerekter. Dus de lichtstoten raken in werkelijkheid steeds verder van elkaar af.

Miljarden jaren later, wanneer de eerste lichtstoten de aarde bereiken, zeggen wij : „Wau! een lichtstoot!” En er staat op geschreven: „Ik zend jullie iedere seconde een lichtstoot.” Je kunt je vrienden roepen en wachten totdat de volgende lichtstoot aankomt. Komt hij een seconde later? Nee! Een jaar later? Misschien niet. Misschien miljarden jaren later. Want de hoeveel tijd die deze lichtstoot door het heelal gereisd heeft, is bepalend voor de hoeveelheid uitdijing van de ruimte tussen de stoten. Dat is standaard astronomie.

15 miljard of zes dagen?

Vandaag kijken wij terug in de tijd. We zien 15 miljard jaar. Vooruitkijkend, vanwaar het heelal erg klein lijkt – miljarden maal kleiner – zegt de Tora zes dagen. Zij kunnen allebei juist zijn.

Wat opwindend is over de laaste paar jaar van kosmologie is, dat wij nu de data gekwalificeerd hebben, om het verband te kennen van het „begrip tijd” vanaf het begin, in verhouding tot het „begrip tijd” vandaag. Het is geen science fiction meer. Elk van de zo’n dozijn tekstboeken over fysica brengen hetzelfde getal. De verhouding tussen de tijd omstreeks het begin, toen stabiele materie gevormd werd uit licht (energie, de electromagnetische straling) van de schepping en de tijd vandaag is een miljoen maal een miljoen, dat is een veelvoud van een triljoen. Dat is een 1 met 12 nullen. Dat is een verhouding zonder eenheid. Dus als iemand aan het begin, die vooruitkijkt, zegt: „Ik zend je iedere seconde een lichtstoot,” dan zien wij het iedere triljoenste seconde. Want dat is het uitrekkings­effect van de uitdijing van het heelal. In de astronomie heet dit „roodverschuiving”. Roodverschuiving1 in astro­nomische data is standaard.

De Tora spreekt niet over iedere seconde. De Tora heeft het over zes dagen. Wanneer Tora zegt: wij zenden gedurende zes dagen informatie, zouden wij die informatie dan gedurende zes dagen ontvangen? Nee, wij zouden die informatie als zesmiljoen × miljoen dagen ontvangen. Omdat het perspectief van de Tora vanaf het begin is en vooruit kijkt.

Zesmiljoen miljoen (zestriljoen) dagen is een zeer interessant getal Wat zou dat zijn? Gedeeld door 365 komt dat op 16 miljard jaar. De geschatte leeftijd van het heelal. Niet slecht voor 3300 jaar geleden.

De manier waarop deze getallen met elkaar kloppen is buitengewoon. Ik spreek niet als een theoloog. Ik maak een wetenschappelijke bewering. Ik heb deze getallen niet uit mijn hoed getoverd. Daarom heb ik deze verklaring heel langzaam opgebouwd. Je kunt het stap voor stap volgen.

Nu kunnen we een stap verder gaan. Laten wij eens kijken naar de ontwikkeling van tijd, dag voor dag, gebaseerd op de expansiefactor. Iedere keer dat het heelal verdubbeld, wordt de perceptie van tijd gehalveerd. Toen het heelal klein was, verdubbelde het zeer snel. Maar naar mate het heelal groter wordt, wordt de verdubbelingstijd langer. De mate van expansie wordt genoemd in „The Principles of Physical Cosmology,” een tekstboek dat over de hele wereld gebruikt wordt.

De berekeningen geven het volgende resultaat:

De eerste Bijbelse dag duurde 24 uur, gezien vanuit het „begintijd perspectief.” Maar vanuit ons perspectief was dat 8 miljard jaar.

De tweede dag vanuit Bijbels perspectief duurde eveneens 24 uur. Vanuit ons perspectief is dat de helft van de vorige dag, 4 miljard jaar.

De derde dag van 24 uur is eveneens weer de helft van de vorige in ons perspectief, 2 miljard jaar.

De vierde dag van 24 uur: één miljard jaar.

De vijfde dag van 24 uur: een half miljard jaar.

De zesde dag van 24 uur: een kwart miljard jaar.

Wanneer je deze Zes Dagen bij elkaar optelt, krijg je de leeftijd van het heelal: 15¾ miljard jaar. Hetzelfde als moderne kosmologie. Is dat toeval?

Maar er is meer. De Bijbel vertelt wat er op elk van die dagen gebeurde. Nu kun je kosmologie, paleontologie en archeologie nemen en naar de geschiedenis van de wereld kijken, en zien of dat klopt met de dag-voor-dag verslaggeving van de Bijbel. En ik zal je een hint geven. Ze kloppen nauwkeurig genoeg om je de rillingen over je ruggegraad te bezorgen.



DE MITSWOT VAN DE WEEK

In het Nederlands vertaald door Zwi Goldberg



Deel II: De Mitswot Lo-Ta’asei [de verboden]  nrs. 44 - 50

Overgenomen uit Sefer haMitswot hakatsar van de Chafeets Chaïm. [Wat tussen rechte haken staat, is door de samensteller toegevoegd.]

-------------------------------------------------------------------------------------------------------

44. Het is verboden om je vader of moeder te slaan,

zoals er geschreven staat (Sjemot 21:15): „En wie zijn vader of moeder slaat, zal zeker ter dood gebracht wor­den.” En de waarschuwing is afgeleid van het vers: „Maar voeg niets toe” (Dewariem 25:3) zoals hierboven [§43] aan aangeduid werd. Wanneer iemand zijn vader of moeder verwondt, en er zijn getuigen bij en hij was van te voren gewaarschuwd, dat wordt hij geëxecuteerd door wurging. Wie zijn vader [op zijn oor] slaat waardoor deze doof wordt, verdient de doodstraf, want er is zeker binnenin een bloeding ontstaan. Wie zijn vader of moeder slaat, zonder hen een wond te veroorzaken, die is strafbaar zoals voor het slaan van iedere andere Jood. Wie zijn vader of moeder na hun dood slaat, is vrijgesteld van straf. Het is verboden om bloed te laten [om gezondheidsredenen] op zijn eigen vader of moeder [en ook ope­reren is natuurlijk verboden]. Wanneer er geen andere arts beschikbaar is, moet hij doen wat nodig is.

Het geldt overal en altijd, voor zowel mannen als voor vrouwen.

45. Het is verboden om een fatsoenlijke Jood te vervloeken

zoals er geschreven staat (Wajjikra 19:14): „Je zult de dove niet vervloeken.” Het vers spreekt over een dove, om de vermaning te versterken, dat zelfs al hoort deze persoon de vloek niet en lijdt hij daar dus niet onder, men niettemin dit verbod overtreedt, als men hem vervloekt. Wie zichzelf vervloekt, overtreedt ook dit ver­bod. Echter, iemand die vloekt, overtreedt dit verbod niet, tenzij hij de Naam van Hasjem of een substituut daarbij gebruikt, en iedere naam die de heidenen gebruiken voor de Heilige, Geprezen is Hij, wordt als een substituut van de heilige namen beschouwd.

Het geldt overal en altijd, voor zowel mannen als vrouwen.

46. Het is verboden je vader of moeder te vervloeken,

zoals er geschreven staat (Sjemot 21:17): „„En wie zijn vader of moeder vervloekt, zal zeker ter dood gebracht worden.” Wanneer iemand zijn vader vervloekt en daarbij de Heilige Naam gebruikt, verdient de dood door steniging, en dat geldt zelfs voor iemand die zijn ouders na hun dood vervloekt met de G-ddelijke Naam. Wanneer hij hen vervloekt met een afgeleide naam, krijgt hij zweepslagen. Men mag zijn vader geen eed laten zweren die een vloek bevat, noch zal men de bode van de rechtbank zijn om hem te excommuniceren. Het is verboden om zijn ouders te schande te maken. Ieder die zijn vader of moeder te schande maakt, zelfs door middel van een hint, die is vervloekt uit de mond van de Almachtige, zoals er geschreven staat (Dewa­riem 27:16): „Vervloekt is degene die zijn vader of moeder vervloekt.”

Het geldt overal en altijd, voor zowel mannen als vrouwen.

47. Het is verboden elkaar bij koop of verkoop te bedriegen

zoals er geschreven staat (Wajjikra 25:14): „En wanneer je iets verkoopt… of koopt van je naaste, dan zul je elkaar niet bedriegen.” Of iemand met opzet een ander bedrogen heeft, of dat hij niet wist dat hij een te hoge prijs vroeg, hij moet het hem terugbetalen.

Het geldt overal en altijd, voor zowel mannen als vrouwen.

48. Het is verboden zijn naaste met woorden te onderdrukken

zoals er geschreven staat (Wajjikra 25:17): „Je zult een ander niet kleineren.” Dit betekent dat men niet tegen een ba’al tesjoewa [iemand die tot inkeer gekomen is en zijn leven gebeterd heeft] mag zeggen: „Denk aan je vroeger gedrag;” of tegen de zoon van een geer [bekeerling tot het Jodendom]: „Denk aan het gedrag van je vaderen;” of iets wijsgerigs vragen aan iemand die geen wijsheid bezit, ten einde hem te kleineren. En zo ook andere soorten van kleineringen.



49. Het is verboden een geer [proseliet] te kleineren

zoals er geschreven staat (Sjemot 22:20): „Je zult de geer niet kleineren.”



50. Het is ook verboden om een geer te bedriegen in geldzaken

zoals Tora toevoegt (aan Wajjikra 25:17): „en je zult hem ook niet onderdrukken.” Deze verboden (49 en 50) zijn toevoegingen op de verboden die ons vermanen ten aanzien van de de rest van Israël [d.w.z. dat al de verboden die ten aanzien van Joden gelden, ook ten aanzien van geriem gelden.



Het geldt overal en altijd, voor zowel mannen als vrouwen.


Parasjat Lech Lecha 5766 11 november 2005

Jaargang V, nr. 2

Waar mag men iets dat gekookt is leggen?

In de vorige sji’oer hebben we geleerd dat het is toege­staan om vast voedsel dat volledig gekookt is, en waarin geen vocht zit, opnieuw op te warmen. Voedsel zoals schnitzel, koegel en gekookte kip mag men in een klie risjon leggen die niet op de Sjabbat-plaat of blech staat. Verder mag men koude kneidelach (droog) of loksjen in de soep doen, wanneer die niet meer op het vuur staat. De pan mag niet meer teruggezet worden op de Sjabbat­plaat of blech, omdat de kneidelach of loksjen dan voor de eerste keer die Sjabbat op de warmtebron geplaatst zouden worden, hetgeen een chazara beïssoer is – verbo­den om iets terug te zetten op de warmtebron.

Men mag ze ook in een klie sjenie2 doen. Zoals eerder gezegd, mogen soep-amandelen, die diepgevroren zijn, in de soep gedaan worden.

Mag men matse of brood in de soep dopen?

We hebben geleerd dat er ein bisjoel achar bisjoel [geen koken na koken] is, maar gebakken en geroosterd voedsel is anders. Er is een machloket tussen de Risjoniem of er afia [bakken] of tslia [roosteren] na koken is, of vice versa.3



Wat is precies hun verschil van mening?

De Beit Joseef brengt het als volgt: De Ja’ariem citeert Rabbi Jossi in de Gemara Pesachiem 41a, die zegt dat men de mitswa van matsa niet kan vervullen als de matsa gekookt werd, nadat hij is gebakken. Daar wij zien dat het koken een nieuwe dimensie toevoegt aan de matsa, is het daarom assoer om op Sjabbat voedsel te koken (zelfs op een toegestane manier) dat voordien gebakken of geroos­terd is.

De Ra’awa werpt de Gemara van Berachot 38b tegen, waar de psak is volgens R. Jochanan, die zegt dat groente hun status van borei perie haädama behouden, zelfs als zij gekookt zijn. Het verschil tussen berachot en matsot is, dat voor een matsa de smaak van de matsa een vereiste is voor de mitswa en die smaak wordt veranderd door het ko­ken, niet omdat er een nieuwe dimensie aan is toe­ge­voegd. Dat is de reden waarom de Gemara in Pesachiem zegt dat men de mitswa niet met een gekookte matsa kan doen.

Hoe is de halacha?

Voor Sefardiem – er is een machloket over de mening

van de Mechaber. Sommigen4 leren dat hij het toestaat om gebakken dingen in de soep te doen, dat in een klie sjenie is, terwijl anderen5 leren dat hij het zelfs in een klie risjon (die niet op het vuur staat) toestaat. De Kaf Ha­Chaiem 6 haalt de Minchat Cohen aan, dat het de ge­woonte is om streng te zijn en om geen brood in een klie risjon te doen, maar dat het wel is toegestaan in een klie sjenie.

Voor Asjkenaziem – De Rama schrijft7 dat het de ge­woonte is om streng te zijn en gebakken voedsel alleen in een klie sjelisji te doen, maar niet in een klie sjenie. Dat betekent dat matsa en brood, crackers e.d. alleen in een klie sjelisji gedaan mogen worden, en niet in een klie sjenie. Dus als de soep rechtstreeks van de kookpan op het bord wordt gegoten, is het bord een klie sjenie en brood e.d. mag men er dan niet indopen. Maar als men een opscheplepel gebruikt, wordt dat de klie sjenie en het bord klie sjelisjie.8 Echter, als de soep-opscheplepel een tijdje in de pan heeft gestaan, krijgt die waarschijnlijk de status van de pan zelf – een klie risjon – en het bord zal dan klie sjenie zijn.

Om samen te vatten: men mag soepamandelen (die door­gaans gefrituurd en niet gebakken zijn) in een klie sjenie doen. Men mag geen matsot, challa of brood croutons in een soepbord doen dat een klie sjenie is. Wanneer een soep-opscheplepel gebruikt wordt, is het bord een klie sjelisjie en men mag alles in de soep gooien.

Mag men een natte soep opscheplepel terug doen in de soeppan?

We hebben geleerd dat een vloeistof niet opnieuw opge­warmd mag worden. Dus een natte soeplepel die buiten de pan was en afgekoeld is, mag men niet terug doen in de hete soeppan. Als iemand voor een tweede keer soep wil, dat geeft dat een probleem als men de soep met dezelfde soeplepel wil opscheppen uit de pan.

De oplossing is om òf de lepel in de pan te laten, waarmee men dit probleem vermijdt, want de lepel is niet afgekoeld [maar dan wordt het bord klie sjenie], òf men moet de lepel afdrogen, voordat hij teruggaat in de pan.

Maar als er aan de lepel nog soep zit die is afgekoeld, mag men hem niet terugdoen in de pan. Wanneer de lepel alleen maar vochtig is, dan zijn er vele poksiem die het toestaan dat de lepel teruggaat in de pan, zonder hem eerst af te drogen.


Oorspronkelijke titel:


Weekly Halachos Series on Hilchos Shabbos
N.B. De bedoeling van deze serie is uitsluitend om de behandelde problemen nader toe te lichten en niet om een halachische beslissing te geven. Voor een psak din moet men een bevoegde halachische autoriteit raadplegen.

1 De kosmologische roodverschuiving is de roodverschuiving die wordt waargenomen bij het licht dat ons bereikt van veraf­gelegen melk­wegstelsels. Deze roodverschuiving kan worden verklaard door het dopplereffect veroorzaakt door het van ons weg bewegen van deze melk­wegstelsels. Omdat de stelsels zich steeds verder van ons verwijderen, worden de lichtgolven namelijk uitgerekt tot in de rodere frequenties.

2 Een voorwerp waarin de vloeistof werd overgegoten vanuit de klie risjon, bijvoorbeeld soep vanuit de pan op het vuur. De pan is de klie risjon. Wanneer een pollepel gebruikt wordt, is de status anders, zoals we zulen zien be”H.

3 Siman 318:5.

4 Rama, Taz 7, M.A. 19 en M.B. 43.

5 Beëer HaGola, Misjnat Cohen en Knesset haGedola.

6 Siman 318:85.

7 Ibid.

8 M.B. 318:45.



  • 11/12 november 2005 Sjabbat Weekblad voor Nederland Overzicht parasjat Lech lecha (Genesis 12:1-17:27)
  • Uit de schatkamer van chassidische verhalen Leven zonder Rebbe
  • Het is goed om verdacht te zijn
  • De leeftijd van het universum
  • 15 miljard of zes dagen
  • DE MITSWOT VAN DE WEEK
  • ------------------------------------------------------------------------------------------------------- 44. Het is verboden om je vader of moeder te slaan
  • Parasjat Lech Lecha 5766 11 november 2005 Jaargang V, nr. 2 Waar mag men iets dat gekookt is leggen
  • Mag men matse of brood in de soep dopen
  • Wat is precies hun verschil van mening
  • Hoe is de halacha
  • Mag men een natte soep opscheplepel terug doen in de soeppan
  • Weekly Halachos Series on Hilchos Shabbos N.B.

  • Dovnload 69.62 Kb.