Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Jaargang V, N

Dovnload 54.22 Kb.

Jaargang V, N



Datum24.09.2018
Grootte54.22 Kb.

Dovnload 54.22 Kb.

Jaargang V, Nr. 155 SJABBAT SJALOM – BEREISJIET 26 Tisjri 5766


Jaargang V, Nr. 155

Parasjat Bereisjiet

26 Tisjri 5766

28/29 oktober 2005
Sjabbat Weekblad voor Nederland

Overzicht Parasjat Bereisjiet (Genesis 1:1-6:8)


In het begin schiep Hasjem heel het universum uit het niets, met inbegrip van de tijd zelf. Dit schep­pings­proces duurde zes dagen. Op de zevende dag, rustte Hasjem uit, en daarmee liet Hij de Sjabbat ont­staan, die tot op heden elke zevende dag bij ons terugkomt. Adam en Chawa — de eerste mensen — worden in de Hof van Eden geplaatst. Chawa wordt verleid door de slang om van de verboden vrucht van de „Boom der Kennis van Goed en Kwaad” te eten, en zij geeft op haar beurt de vrucht aan Adam. Door te zondigen kunnen Adam en Chawa niet meer in dit spirituele Paradijs van Eden blijven en zij worden eruit verbannen. De dood en hard werk (zowel fysiek als geestelijk) doen nu hun intrede in de wereld, te samen met de pijn die de vrouw lijdt als zij een kind baart. Kaïn en Hevel, de eerste twee kinde­ren van Adam en Chawa, brengen offers aan Hasjem. Hevel geeft het fijnste van zijn kleinvee, en zijn offer wordt geaccep­teerd. Maar Kaïn gebruikt inferieure producten van zijn landbouwopbrengst, en zijn offer wordt geweigerd. Kaïn is nu jaloers op zijn broer Hevel en in de daaropvolgende strijd doodt Kaïn Hevel. Hasjem veroordeelt hem om over de wereld rond te zwerven. De Tora noemt nu de genealogische afstam­melingen van de andere kinderen van Adam en Chawa en van Kaïn op, tot de geboorte van Noach. Na de dood van Sjet vervalt de mensheid tot slechtheid, en Hasjem besluit dat Hij de mensheid wil uitroeien in een vloed, die de hele wereld zal overstromen. Echter één man, Noach, vindt gunst in de ogen van Hasjem.

Inzicht in de Parasja

We beginnen de studie van Tora met ons te realiseren, dat de Tora geen geschiedenisboek is, maar het hand­vest van de taak van de mens in de wereld. Vandaar dat Rasji in zijn eerste commentaar Rabbi Jitschak aan­haalt, die zegt dat aangezien de Tora in de eerste plaats een wetboek is, het met het gebod van de Nieuwe Maan (Exodus 12:2) had moeten beginnen, de eerste wet die aan alle Joden als volk gericht was. Hij legt uit dat de reden waarom de Tora begint met het verhaal van de Schepping is om vast te stellen dat G-d de soe­verein van de wereld is: „Hij maakte aan Zijn volk de kracht van zijn werken bekend, om hun het erfdeel der volken te geven” (Ps. 111:6). Wanneer de volken Israël ervan beschuldigen dat zij het land van de zeven volken van Kenaän geroofd hebben, dan kan Israël antwoorden: „De hele wereld is van G-d. Hij heeft haar geschapen en Hij heeft haar gegeven aan wie Hij goeddunkt. Het was Zijn wens om het [de lan­den van de zeven volken] aan hen te geven en het was Zijn wens om het van hun af te nemen en het aan ons te geven.”

Zoals de Ramban opmerkt, zelfs na te hebben gelezen hoe de wereld en de centrale figuur daarin, de mens, ontstaan is, begrijpen wij nog steeds niet het geheim, of zelfs maar het proces van de Schepping. Het werk van de Schepping is echter een diep mysterie, dat alleen begrepen kan worden door de traditie die door G-d werd overgeleverd aan Mosjé (Mozes) en aan hen die het privilege hebben dat deze geheime kennis aan hen werd toevertrouwd. Wat wij wel weten, is dat Adam en Chawa (Eva), de voorlopers van de mensheid, de taak hadden om de opdracht van de Schepping te verwezenlijken, door G-ds opdracht uit te voeren. Daarin faalden zij en daarop werden zij verbannen.

De taak van de mens is niet veranderd, alleen de omstandigheden waaronder het moet worden uitge­voerd is veranderd. G-d strafte de overtreders, maar dankte hen niet af. Zij konden tot inkeer komen, en inder­daad, het begrip van berouw en inkeer was een conditio sine qua non [noodzakelijke voorwaarde] voor het menselijke voortbestaan. Want zonder dat had hij niet kunnen overleven. Adam en Chawa kwamen tot inkeer. En dat deden ook de zondaren na hen, Kain en Lemech. Ook dit is een van de belangrijkste lessen van Genesis. De mens mag zondigen, maar hij kan terugkomen en G-d geeft hem de gelegenheid om dat te doen.



Dit alles is een voorspel tot de geschiedenis van het Volk Israël. G-d had geduld gedurende tien generaties van Noach tot Awraham, maar elk van deze generaties faalde om de opdracht, waarvoor zij waren gescha­pen, uit te voeren. Na deze mislukkingen koos G-d Awraham en zijn nakomelingen uit om de dragers te zijn van de opdracht die Hij oorspronkelijk aan heel de mensheid had willen geven (zie Pirkei Awot 5:2). Ramban schrijft dat dit de reden is waarom wij Genesis het boek van de Schepping noemen: de essentie van de schep­ping is niet in de eerste plaats het verhaal van de bergen en de dalen, van de oceanen en de woestijnen, of zelfs van het mensen- en dierenleven. De schepping is de geschiedenis van de geboorte van Israël, het volk dat de taak van Adam en Chawa geërfd heeft. In dit eerste boek van de Tora volgen wij de geschiedenis van Israël vanaf het leven van Awraham en Sara, totdat hun nakomelingen zich ontwikkelden tot een familie en vervolgens tot een volk.

Ramban schrijft dat de Tora de geschiedenis van de zesdaagse schepping ex nihilo vertelt, om vast te stellen dat G-d de enige Schepper is en om de therorieën te weerleggen van diegenen die beweren dat het universum tijdloos is of dat het ontstaan is door één of ander toeval. Dit is impliciet in de vertelling van de eerste zes dagen, want de Bijbel geeft geen specifieke details over het proces van de Schepping, zoals het ook niets vermeldt over de engelen of over andere onlichamelijke wezens. Het verhaal van de Schepping vertelt slechts in zeer algemene termen wanneer de belangrijkste categorieën van het universum zijn ontstaan, want het voor­naamste doel van deze vertelling is om duidelijk te maken dat niets is ontstaan, zonder dat G-d het wilde.

In HET begin of in EEN begin?

Bereisjiet bara ElokiemDit wordt meestal vertaald met: „In het begin schiep G-d.” Of, zoals Rabbijn Onderwijzer het vertaalde: „In den beginne.” Dit is ook de klassieke Nederlandse niet-Joods vertaling. Dit betekent dat de Tora de volgorde van de Schepping beschrijft – dat G-d eerst de hemel, dan de aarde geschapen heeft, daarna de duisternis, het licht, enzovoort, in die volgorde. Rasji en Ibn Ezra zijn het daar niet mee eens. Rasji wijst op een incongruentie van deze vertaling. In het volgende vers wordt het bestaan van water vermeld, maar er wordt niet bij verteld wanneer dat is ontstaan. Het woord bereisjiet is een status constructus, en betekent eigenlijk „in het begin van.” Er zou dus eigenlijk nog iets achter moeten komen: „In het begin van iets”. Rasji zegt: Er wordt bedoeld: „In het begin van de Schepping.” Rasji verwerp het idee van de chronologische volgorde van de Schepping, dat wil zeggen dat hemel en aarde geschapen werden voordat al het andere geschapen werd. Rasji zegt dat de twee eerste verzen [Bereisjiet bara Elokiem et hasjamajiem we et haärets. We haärets hajeta tohoe wawohoe] als volgt gelezen moet worden: In het begin van G-ds schepping van de hemel en de aarde, toen de aarde verbazingwekkend leeg was, met duisternis boven de afgrond, toen zei G-d: ‘Laat er licht zijn.’ [waarbij Rasji het woord tohoe, dat doorgaans vertaald wordt met „woest”, vertaalt men „verbazingwekkend.”

De Ramban en de meeste andere commentatoren zijn het niet met Rasji eens en menen dat de Tora wel degelijk hier de chronologische volgorde van de Schepping beschrijft. Volgens Ramban moeten wij lezen: In het begin van alles schiep G-d…, enz. G-d schiep in het aller eerste begin hemel en aarde uit het niets, ex nihilo, of in het Hebreeuws: Jeesj mi-ajin – iets uit niets. G-d schiep op de eerste dag de kiem van alles en op de volgende dagen ontsproot alles.

Dit idee wordt reeds genoemd in de Midrasj [Jalkoet Sjim’oni 6], waar Rav Nechemja zegt dat de hele wereld geschapen werd op de eerste dag en waar Rav Jehoeda zegt dat de wereld in zes dagen geschapen werd. Rav Nechemja meent dat op de eerste dag de potentie van de hele wereld geschapen werd, zoals iemand die tegelijker tijd zes zaden plant maar die op zes achtereenvolgende dagen uitkomen.

De consequenties van dit meningsverschil willen wij u in het volgende artikel tonen. Het feit dat wij dat artikel onder uw aandacht brengen, betekent niet noodzakelijk dat wij het met de inhoud daarvan en de visie van de schrijver eens zijn, maar het betekent dat het ons interessant genoeg leek om er kennis van te nemen. De schrijver, heeft o.a. een boek geschreven, getiteld: „Genesis and the Big Bang.” Hij heeft zijn Dr-titel behaald aan het Massachusetts Institute of technology en hij onderwijst aan Aish HaTora College of Jewish Studies.



De leeftijd van het universum

Door Dr. Gerald Schroeder



Overeenkomstig een mogelijke interpretatie van de manier waarop oude commentatoren G-d en de natuur beschrijven, kan de wereld tegelijkertijd jong en oud zijn.

Eén van de meest opvallende tegenstellingen tussen Tora en wetenschap is de leeftijd van het universum. Is het miljarden jaren oud, overeenkomstig de wetenschappelijke gegevens, of is het enkele duizende jaren oud, overeenkomstig de Bijbelse gegevens. Wanneer we de generaties van de Bijbel bij elkaar optellen, komen wij vandaag op 5766 jaar, terwijl de Hubble telescoop of de telescopen in Hawaii aanduiden dat het univer­sum 15 miljard jaar oud is.

Laat mij van begin af aan iets duidelijk maken: De wereld kan heel goed maar zo’n kleine 6.000 jaar oud zijn. Het is mogelijk dat G-d de fossielen in de grond gestopt heeft en wat gegoocheld heeft met het licht dat ons van veraf gelegen melkwegstelsels bereikt, opdat de wereld er miljarden jaren ouder uit zou zien dan hij in werkelijkheid is. Er is absoluut geen manier om te bewijzen dat dit niet waar is. G-d is oneindig en kan de wereld op deze manier geschapen hebben. Er is echter ook een andere benadering die ook in overeenstem­ming is met de beschrijving van G-d en de natuur door klassieke commentatoren. De wereld kan zowel jong als oud tegelijk zijn. In het volgende wil ik deze mogelijkheid volgen.

Om dit schijnbare conflict op te lossen, is het interessant om te kijken naar de historische trend in kennis, want absolute bewijzen zijn niet te verwachten. Maar wat wel mogelijk is, is om te kijken hoe de wetenschap het beeld veranderd heeft, in vergelijking met het onveranderde beeld van de Tora. (Ik weiger om moderne Bijbel-commentaren te gebruiken, want die kennen reeds de moderne wetenschap en wordt daar altijd door beïnvloed. De neiging betaat om de Bijbel om te buigen, zodat hij bij de wetenschap past.

Dus de enige gegevens die ik gebruik als Bijbelcommentaar, zijn de klassieke commentaren. Dat betekent de tekst van de Bijbel zelf (± 3300 jaar geleden), de vertaling van Onkelos in het Aramees (100 GJ), de Talmoed (omstreeks het eind van de zesde eeuw samengesteld) en de drie belangrijkste Tora-commentatoren. Er zijn vele, vele commentaren, maar boven aan de top van de berg staan er drie die door iedereen geaccepteerd zijn: Rasji (11e eeuw, Frankrijk), die de eenvoudige verklaring van de tekst geeft, Maimonides (12de eeuw, Egyp­te) die de filosofisch aspecten beschrijft en Nachmanides (13de eeuw, Spanje), een van de vroegste kabbalis­ten.

Deze oude commentaren waren reeds lang geschreven voordat Hubble een vonkje was in de ogen van zijn grootouders. Dus er bestaat geen kans dat enige van de moderne wetenschappelijke theorieën die oude begrippen beïnvloed heeft.



Een heelal met een begin

In 1959 werd een onderzoek ingesteld onder de leidende Amerikaanse wetenschappers. Eén van de vele vragen die gesteld werden, was: „Wat denkt u over de leeftijd van het heelal?” Wel, in 1959 was astronomie populair, maar cosmologie – de diepe fysica van het begrip van het universum – was nog maar net in ontwik­ke­ling. Het antwoord op die vraag werd niet zo lang geleden gepubliceerd in het blad Scientific American – het meest wijd verspreid gelezen wetenschappelijk tijdschrift in de wereld. Tweederde van de wetenschap­pers gaven hetzelfde antwoord: „Begin? Er was geen begin. Aristoteles en Plato leerden ons al 2400 jaar geleden dat het heelal eeuwig is. Ja, wij weten wel dat de Bijbel schrijft: „In den beginne.” Dat is een mooi verhaal, maar wij wereldwijze geleerden weten wel beter. Er was geen begin.”

Dat was 1959. In 1965 ontdekten Penzias en Wilson de echo van de Big Bang in de zwarte hemel van de nacht en het wereldmodel veranderde van een universum dat eeuwig was, in een universum dat een begin had. Na 3000 jaar discussiëren, was de wetenschap tot overeenkomst gekomen met de Tora.

Het is allemaal begonnen met Rosj Hasjana

Hoe lang geleden begon dit „begin”? Was het, zoals de Bijbel impliceert, ruim 5700 jaar geleden of zijn er 15 miljard jaar verlopen, zoals de wetenschappelijke gemeenschap beweert.

Het eerste ding dat wij moeten begrijpen is de oorsprong van de Bijbelse kalender. De Joodse jaartelling wordt gevonden door de generaties sedert Adam bij elkaar op te tellen. Bovendien zijn er nog zes dagen vóór de schepping van Adam. Deze zes dagen zijn ook belangrijk. Waar ligt punt nul? Op Rosj Hasjana, het Joodse Nieuwe Jaar, wanneer op de sjofar geblazen wordt, zeggen we: „Hajom harat Olam – vandaag is de geboortedag van de wereld.”

Dit vers lijkt te impliceren dat Rosj Hasjana de schepping van de wereld gedenkt. Maar dat is niet zo. Rosj Hasjana gedenkt de schepping van de Nesjama, de ziel van het menselijke leven. We zijn onze ruim 5700 jaar begonnen te tellen vanaf de dag dat de ziel van Adam geschapen werd.

Wij hebben een klok die begint te tikken bij Adam en de zes dagen zijn afgescheiden van die klok. De Bijbel heeft twee klokken.

Dat lijkt op een moderne rationalisatie, als het niet zo was dat de Talmoed commentataren 1500 jaar geleden deze informatie naar voren brengt. In de Midrasj (Wajjikra Rabba 29:1), een aanvulling op de Talmoed, zijn alle Geleerden het erover eens dat Rosj Hasjana de schepping van de ziel van Adam gedenkt, en dat de zes dagen van Genesis daar los van staan1.

Waarom werden de zes dagen buiten de kalender gelaten? Omdat tijd in die Zes Dagen van Genesis anders gedefiniëerd is. „Het was avond en het werd ochtend” is een exotische, bizarre, ongewone manier van tijdbeschrijving.

Vanaf Adam wordt de tijdstroom volledig in menselijke termen uitgedrukt. Adam en Eva leefden 130 jaar voordat zij kinderen kregen! Seth leefde 105 jaar voordat hij kinderen kreeg, enz. Vanaf Adam is het tijdsbegrip volkomen menselijk. Maar daarvóór is het een abstract begrip: „Avond en ochtend.” Het is alsof je neerkijkt op gebeurtenissen vanuit een gezichtspunt dat er niet nauw mee verbonden is.



Een diepere kijk op de tekst

In een poging om het verloop van de tijd hier te begrijpen, moeten we ons wel realiseren dat deze hele Zes Dagen in 31 zinnen worden beschreven. De zes dagen van Genesis, die de mensen zoveel hoofdpijn bezorgd hebben als zij de wetenschap vis-a-vis de Bijbel trachtten te begrijpen, zijn samengevat in 31 zinnen! In MIT, in de Hayden-bibliotheek hadden wij daar 50.000 boeken over, die alleen handelden over het ontstaan van het heelal, kosmologie, chemie, thermodynamica, paleontologie, archeologie, de hoge-energie-fysica van de schepping. Op Harvard, in de Weidner bibliotheek hadden ze waarschijnlijk 200.000 boeken over deze zelfde onderwerpen. De Bijbel wijdt er 31 zinnen aan. Verwacht niet dat door deze zinnen eenvoudig te lezen, je nu ieder detail kent dat in de tekst zit opgesloten. Het ligt voor de hand dat wij dieper moeten graven om de informatie eruit te halen.

Het idee om dieper te graven is geen rationalisatie. De Talmoed (Chagiga, hfdst. 2) vertelt ons dat vanaf het openingsvers van de Bijbel, door heel hoofdstuk twee, de hele tekst is weergegeven in parabel-vorm, een gedicht met een tekst en een sub-tekst. Welnu, verplaats jezelf eens in de gedachten van iemand die 1500 jaar gelden leefde,in de tijd van de Talmoed. Waarom zou de Talmoed denken dat het een parabel is? Denk je dat ze 1500 jaar geleden dachten, dat G-d het allemaal niet in zes dagen kon maken? Dat dit een probleem voor hen vormde? Wij hebben vandaag een probleem met kosmologie en wetenschappelijke gegevens. Maar 1500 jaar geleden…, wat was het probleem met zes dagen voor een oneindig machtige G-d? Geen probleem.

Dus toen de Geleerden deze zes dagen buiten de kalender lieten en zeiden dat de hele tekst een parabel is, was dat niet omdat zij een excuus zochten voor datgene wat zij in het museum gezien hadden. Er was geen museum. Het feit is, dat een nauwkeurige lezing van de tekst het duidelijk maakt dat er informatie verborgen is, die in verschillende lagen ligt opgevouwen onder het oppervlak.

Dit idee om dieper te zoeken naar de betekenis van Tora, verschilt niet van het dieper kijken naar de wetenschap. Net zoals wij zoeken naar diepere betekenissen in de wetenschap, om de werking van de natuur te leren begrijpen, zo moeten wij ook dieper zoeken in de geschriften van Tora. Koning Salomo zinspeelde daar al op in Spreuken 25:11: „Een juist uitgesproken woord is als gouden appels op een zilveren schaal.” Maimonides interpreteert dit gezegde in de ‘Gids voor de Verdoolden’: De zilveren schaal is de lettelijke tekst van de Tora, zoals men die van een afstand ziet. De gouden appels zijn de geheimen die in de zilveren schaal van de Tora-tekst verborgen liggen. Duizende jaren geleden hebben wij geleerd dat er subtiliteiten in de tekst zitten, die de eenvoudige betekenis ervan ver te boven gaan. Het zijn deze subtiliteiten die ik wil zien.

Natuurlijke historie en menselijke geschiedenis

Er zijn vroege Joodse bronnen die ons vertellen dat de Bijbelse kalender uit twee delen bestaat (zelfs vóór Wajjikra Rabba, dat bijna 1500 jaar oud is, en waar dat expliciet staat geschreven. In de slotrede die Mozes tot het volk houdt, zegt hij dat wanneer je de vingerafdruk van G-d op het universum wil zien, „Gedenk dan de dagen der oudheid, de jaren van de vele generaties” (Deut. 32:7). Nachmanides zegt in naam van de Kabbala: „Waarom verdeelt Mozes de kalender in twee delen – ‘De dagen der oudheid en de jaren van de vele generaties?’ Omdat ‘Gedenk de dagen der oudheid’ de zes dagen van de Schepping zijn. ‘De jaren van de vele generaties’ is de hele periode na Adam.”

Mozes zei: Je kunt de vingerafdruk van G-d op het universum op twee manieren zien. Kijk naar het fenomeen van de zes dagen en de ontwikkeling van het leven in het heelal, dat verbijsterend is. Of wanneer dat geen indruk op je maakt, beschouw dan de maatschappij vanaf Adam – het fenomeen van de menselijke geschiedenis. Op beide manieren vindt je de vingerafdrukken van G-d.

Ik had onlangs in Jeruzalem een ontmoeting met Professor Leon Lederman, een Nobelprijs winnende fysicus. We praatten over wetenschap en toen het gesprek zich ontwikkelde, zei ik: „Hoe zit het met spiritualiteit, Leon?” En hij zei tegen mij: „Schroeder, ik praat wetenschap met je, maar voor wat betreft spiritualiteit, daarover moet je praten met de mensen aan de overkant van de straat, met de theologen.” Maar daarop ging hij verder en zei: „Maar ik vind er wel iets griezeligs aan, dat het volk van Israel in teruggekomen naar het Land Israel.”

Interessant. Het eerste deel van de verklaring van Mozes: „Gedenk de dagen van de oudheid” – over de Zes dagen van Genesis – die maakten geen indruk op Prof. Lederman. Maar de „Jaren van de vele generaties” – de geschiedenis van de mensheid, die maakten indruk op hem. Prof.Lederman vond het helemaal niet grie­zelig dat de Eskimo’s vis eten aan de poolcirkel. En hij zag ook niets griezeligs in het feit dat de Grieken in Athene Musika eten. Maar dat de Joden falafel eten op Jaffastreet in Jeruzalem, dat vond hij pas echt grieze­lig. Want dat had niet kunnen gebeuren. Het is historisch gezien niet logisch dat de Joden terug zouden komen naar het Land Israel. En dat is precies wat er gebeurd is!

En dat is één van de functies van het Joodse volk in de wereld. Om een veraanschouwelijking te zijn. Wij willen alleen maar dat de volken van de wereld begrijpen dat er rare dingen gebeuren met de geschiedenis, waardoor alles net niet volgens het toeval verloopt. Dat er een of andere tendens is in de loop van de historie. En de wereld heeft het dankzij ons gezien. Het is geen toeval dat Israel meer dan enig ander land op de voorpagina van de New York Times staat.

Wat is een dag”?

Laten we terugkeren naar de Zes Dagen van Genesis. In de allereerste plaats weten wij dat wanneer de Bijbelse kalender zegt 5766 jaar, dat wij daar zes dagen bij moeten optellen. Een paar jaar geleden verkreeg ik een dinosaurus fossiel dat, door middel van twee radioacitieve verrottings ketens) op 150 miljoen jaar oud werd geschat. Mijn 7-jaar oude dochter zei: „Pappa! Dinosaurus? Hoe kan er een dinosaurus geweest zijn 150 miljoen jaar geleden, wanneer mijn Bijbel-lerares zegt dat de wereld nog geen 6000 jaar oud is?” Ik vertelde haar om te kijken naar Psalmen 90:4. Daar vindt je iets heel verbazingwekkends. Koning David zegt: „Duizend jaar zijn voor U, G-d, als een dag die voorbijgaat, een wacht in de nacht.” Misschien is tijd anders vanuit het perspectief van Koning David dan het is vanuit het perspectief van de Schepper. Misschien is tijd anders.

De Talmoed (Chagiga, hfd. 2) analyseert het woord chosjech, wanneer het de subtiliteit van de Tora probeert te begrijpen. Wanneer het woord chosjech verschijnt in Genesis 1:2, daarover zegt de Talmoed dat het zwart vuur betekent, zwarte energie, een soort energie die zo sterk is, dat je het zelfs niet kunt zien. Twee verzen later, Genesis 1:4, verklaart de Talmoed dat het woord chosjech ‘duisternis’ betekent, d.w.z. de afwezigheid van licht.

Ook andere woorden worden niet opgevat in hun algemene betekenis. Bijvoorbeeld majim betekent typisch ‘water’. Maar Maimonides zegt dat in de originele verklaringen van de schepping, het woord majim ook bouwblokken van het universum kan betekenen.

Een ander voorbeeld in Genesis 1:5, waar gezegd wordt: „En het was avond en het was ochtend, dag één.” Dat is de eerste keer dan een dag gekwantificeerd wordt: avond en ochtend. Nachmanides bediscussiëert de betekenis van avond en ochtend. Betekent het zonsondergang en zonsopkomt? Daar lijkt het zeker op.

Maar Nachmanides wijst op een probleem dat hieraan vastzit. De tekst zegt: „Het was avond en ochtend één dag … avond en ochtend, een tweede dag… avond en ochtend een derde dag.” Dan op de vierde dag wordt de zon genoemd. Nachmanides zegt dat iedere intelligente lezer een voor de hand liggen probleem opvalt. Hoe kunnen wij ons de begrippen van avond en ochtend voorstellen in de eerste drie dagen, als de zon pas op de vierde dag genoemd wordt? Er is een reden waarom de zon pas op Dag Vier verschijnt, zodat wanneer tijd verstrijkt en de mensen iets meer zullen begrijpen van het universum, je dieper in de tekst kunt graven.2

Nachmanides zegt dat de tekst de Hebreeuwse woorden Wajehi erev gebruikt, maar dat dit niet „het was avond” betekent. Hij legt uit dat de Hebreeuwse letters Ajin, Reesj, Beet – de stam van het woord erev chaos betekentError: Reference source not found. Mengeling, wanorde.3 Dat is de reden waarom de avond erev genoemd wordt, want als de zon on­dergaat, wordt de visie vertroebeld. De letterlijke betekenis is: „Er was wanorde.” Het woord dat Tora ge­bruikt voor ochtend, boker, is het absolute tegenovergestelde. Wanneer de zon opkomt, wordt de wereld bikoret, geordend, alles is nu te onderscheiden. Daarom hoefde de zon niet voor de vierde dag genoemd te worden. Want van erev tot boker is een stroom van wanorde naar orde, van chaos tot kosmos. Dat is iets wat iedere wetenschapper zal getuigen dat het nimmer zal gebeuren in een onbegeleid systeem. Orde ontstaat nimmer spontaan uit wanorde, om dan orderlijk te blijven. Orde degradeert altijd tot chaos, tenzij de omge­ving de orde erkent en het opsluit om het te bewaren. Er moet een geleid systeem zijn. Dat is een ondub­bel­zinnige bewering.

De Tora wil dat wij verbaasd zijn met deze stroom, die start van chaotisch plasma en eindigt met een symfonie van leven. Dagelijk gaat de wereld vooruit naar hogere niveaus. Orde uit wanorde. Dat is pure thermodynamica. En het wordt weergegeven in terminologie van 3000 jaar geleden.

(volgende week vervolg)

DE MITSWOT VAN DE WEEK

In het Nederlands vertaald door Zwi Goldberg



Deel II: De Mitswot Lo-Ta’asei [de verboden]  nrs. 38 - 40

Overgenomen uit Sefer haMitswot hakatsar van de Chafeets Chaïm. [Wat tussen rechte haken staat, is door de samensteller toegevoegd.]

-------------------------------------------------------------------------------------------------------

38. Het is verboden om de betaling van het loon van een gehuurde arbeider uit te stellen

zoals er geschreven staat (Wajjikra 19:13): „Je zult het loon van de dagloner niet bij je laten overnachten tot de ochtend.” En verder staat er (Dewariem 24:15): Op zijn dag zul je hem zijn loon geven, daarover zal de zon niet ondergaan.” Want als hij een dagloner was dan heeft hij het recht om zijn loon gedurende de hele nacht te innen. Hierover schrijft Tora: „… overnachten tot de ochtend.” En wanneer hij gehuurd was om ’s nachts te werken, kan hij de hele [daarop volgende] dag zijn loon innen, want er staat: „daarover zal de zon niet onder­gaan.” Iemand die gehuurd is voor een bepaald aantal uren van de dag, kan zijn loon innen gedurende de hele dag. Wie gehuurd is voor een bepaald aantal uren van de nacht, kan zijn loon de hele nacht innen.

Een vakman die iets repareert, daarvoor geldt, dat zolang als het gerepareerde voorwerp nog in het bezit van de vakman is, de eigenaar ervan geen overtreding begaat als hij niet betaalt, ook al heeft de vakman de eige­naar op de hoogte gebracht dat het gerepareerd is. Zolang hij geen betaling eist, begaat de eigenaar geen overtreding. En zelfs al eiste hij betaling maar de eigenaar heeft geen geld, of als de werkgever hem aan een ander overgeeft en de ander nam het opzich om hem te betalen, dan gaat hij vrijuit.

Wanneer iemand de betaling van het loon van een loonarbeider te veel uitstelt, overtreedt hij het gebod [§66]: „Op dezelfde dag zul je hem zijn loon geven” (Dew. 24:15), en hij overtreedt ook dit verbod. Wanneer hij nog langer uitstelt, overtreedt hij een verbod van de latere woorden van de Bijbel: „Zeg niet tegen je collega: ‘Ga heen en kom weer terug,’ etc. (Misjlei 3:28). Het maakt geen verschil uit of men een man huurt, of een huisdier of gereedschap; deze woorden van de Bijbel gelden ervoor: „Op dezelfde dag zul je hem zijn loon geven; de zon zal er niet over ondergaan; en het loon zal niet bij je overnachten.” Wanneer iemand ten on­rechte het loon van een gehuurde arbeider achterhoudt, dat wordt dat beschouwd alsof hij hem zijn leven heeft afgenomen en hij overtreedt al de verboden die hierboven genoemd werden, alsook dit gebod. En hij over­treedt ook het gebod [§37,35]: „Je zult je naaste niet het zijne onthouden, noch hem beroven.”

Het geldt overal en altijd, zowel voor mannen als voor vrouwen.

39. Het is verboden om valse getuigenis af te leggen

zoals er geschreven staat (Sjemot 20:13): „Je zult geen valse getuigenis tegen je naaste afleggen.” Wanneer iemand getuigt wat hij van anderen gehoord heeft, zelfs als dat gegarandeerd betrouwbare mensen zijn, dan overtreedt hij ook dit verbod. Wanneer iemand valse getuigen huurt, of als iemand zijn getuigenis achter­houdt, dan is hij niet strafbaar maar gaat vrijuit volgens de menselijke wetten, maar hij wordt door de Hemel gestraft.

Het geldt overal en altijd,voor iedereen die bevoegd is om te getuigen.

40. Het is verboden om de bezittingen van zijn naaste te begeren,

zoals er geschreven staat (Sjemot20:14): „Je zult niet begeren.” Begeren betekent dat iemand moeite heeft ge­daan om zijn gedachten in daden om te zetten. Hij zendt vele vrienden naar zijn naaste om bij hem aan te dringen [dat de ander het hem zal verkopen] totdat hij het voorwerp van hem afneemt. En zelfs al geeft hij hem er een groot bedrag voor, dan toch overtreedt hij dit verbod. Dit gebeurt vaak als een schoonzoon zijn schoonvader vóór de chatoena onder druk zet, dat hij hem een bepaald voorwerp zal geven, hetgeen niet was afgesproken toen de tenaïem [huwelijksvoorwaarden] weren opgesteld. Zelfs al voldoet de schoonvader aan de eis, dan nog heeft de schoonzoon dit verbod op begeren overteden (en zie ook Raäwad op Rambam, op Hilchot gzela, hfdst. 1).

Dit geldt overal en altijd, zowel voor mannen als voor vrouwen.

    


1 Daar, in Wajjikra Rabba 29:1 staat: „Er werd geleerd in naam van Rabbi Eliëzer dat de wereld geschapen werd op 24 Eloel. Rav is het ermee eens.”

2 Dit is de interpretatie van de schrijver van dit artikel. In mijn versie van Ramban [Nachmanides] staat dit niet (Zwi).

3 Nachmanides schrijft in mijn versie niet dat het woord erev wanorde betekent. Hij schrijft dat het „vermenging” betekent, namelijk de vermenging van het licht met de duisternis, d.w.z. de schemering.



  • 28/29 oktober 2005 Sjabbat Weekblad voor Nederland
  • In HET begin of in EEN begin Bereisjiet bara Elokiem
  • De leeftijd van het universum
  • Een heelal met een begin
  • Het is allemaal begonnen met Rosj Hasjana
  • Een diepere kijk op de tekst
  • Natuurlijke historie en menselijke geschiedenis
  • Wat is een „ dag”
  • DE MITSWOT VAN DE WEEK
  • ------------------------------------------------------------------------------------------------------- 38.

  • Dovnload 54.22 Kb.