Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Jan van Wijtvliet: 04-03-2002

Dovnload 21.54 Kb.

Jan van Wijtvliet: 04-03-2002



Datum25.04.2019
Grootte21.54 Kb.

Dovnload 21.54 Kb.

Jan van Wijtvliet: 04-03-2002


Hans Vogels
Literatuur:

  • Dr. A. Knetsch, Das Haus Brabant; Genealogie der Herzoge von Brabant und der Landgrafen von Hessen, Darmstadt z.j. [ca.1922], blz. 39;

  • H.J.A. van Son, De oorsprong van het Brabantsche geslacht Bac, in De Nederlandsche Leeuw, jrg. 55 (1937), kolom 365-367;

  • Th.A. Boeree, De kroniek van het geslacht BACKX (Bax, Bacx, Bakx en Baks), Wageningen 1943, blz. 495, 506-509;

  • Dr. S.W.A. Drossaers, Het Archief van den Nassauschen Domeinraad. Eerste deel, Het Archief van den Raad en Rekenkamer te Breda tot 1581, Regestenlijst I, ’s-Gravenhage 1948, regest. 354, 365, 466;

  • F.A. Brekelmans, dr. W.J. Formsma en mr. J.P.W.A. Smit, De Archieven van het Gereformeerd Burgerweeshuis te ’s-Hertogenbosch, 1962, inv. nr./regest 260-261;

  • H. v. Bavel, Inventaris van het Archief van de Heusdense Cistercienzerkloosters Mariënkroon en Mariëndonk, 1972, regest 27, 170;

  • Drs. P. Avonds en drs. H.M. Brokken, Heusden tussen Brabant en Holland (1317-1357). Analyse van een grensconflict, Varia Historica Brabantica IV, 1975, blz. 74-75, 81-86;

  • Dr. J.A. Coldeweij, De Heren van Kuyc 1096-1400, Bijdragen tot de geschiedenis van het Zuiden van Nederland L, 1981, blz. 172-173;

  • L.F.W. Adriaenssen, De erfgenamen van heer Ghijsel Back, in De Brabantse Leeuw, jrg. 38 (1989), blz. 47-49;

  • E. v. Ermen, Feodaal-Heerlijke Verhoudingen en Territoriale Patronen in het Middeleeuwse Hertogdom Brabant (12de-14de eeuw) met bijzondere aandacht voor de regio Leuven, proefschrift Leuven 1989, blz. 1382: Blaasveld;

  • De Werkgroep Middeleeuwse Vorsten Kwartieren, Karel de Grote (II), Gens Nostra jrg. 46, Nederlandse Genealogische Vereniging, Amsterdam 1991, blz. 355/675;

  • A.H. Hoeben, Noord-Brabants Wapenrepertorium. Deel 1, Baarn: Helmond 2001, blz. 229-230: Wijtfliet; Wijtvliet.



Jan van Wijtvliet (1334-1356) was een bastaardzoon van hertog Jan II van Brabant (+ 27-10-1312 Tervueren) bij Elsbene van Wijtvliet. Elsbene zal, gezien haar benaming en de status van haar zoon ongetwijfeld een telg zijn geweest uit het geslacht van de Heren van Wijtvliet. Omdat zijn natuurlijke vader eind 1312 overleed zal Jan van Wijtvliet uiterlijk 1313, maar waarschijnlijk wel iets eerder zijn geboren.
Het eerste levensteken dat me van hem bekend is dateert uit 1334. Jan van Wijtvliet lag toen overhoop met de Heer van Voorne. Dat blijkt uit een passage uit een bewaard gebleven concept voor het vredesverdrag dat op 27-7-1334 te Kamerijk gesloten werd tussen Holland en Brabant (Heusdense oorlog). Hij is vermoedelijk de niet met naam genoemde burggraaf in Heusden waar op 30-7-1335 sprake van is, hoewel de eerst bekende aanstellingsakte van 26-6-1341 dateert. Jan van Wijtvliet verbouwde en versterkte de burcht van Heusden in de jaren 1338-1339. Hij had uitgebreide rechterlijke, militaire, administratieve en financiële bevoegdheden. In 1340 stelde Jan zelf Wijnric van Oyen aan tot drossaard van het Land van Heusden. Eveneens dat jaar deed hij met Willem van Duvenvoorde uitspraak over de lijftocht en medegave van Kunigonde van Arkel, weduwe van Jan V van Heusden. In 1341 kreeg Jan van Wijtvliet de taak toebedeeld de rekeningen van de stad Heusden af te horen. Hij was eveneens nauw betrokken bij de uitgifte van nieuwe lenen.
In 1342 blijkt hij te zijn gehuwd met Margaretha Pipenpoy, dochter van ridder Rudolf Pipenpoy, heer van Blaersvelt en drossaard van Brabant. Schijnbaar is de heerlijkheid Blaersvelt toen ook overgegaan op Jan van Wijtvliet. Als ridder en heer van Blaersvelt werd hij 16-1-1343 door Kateline van Liedekerke, vrouwe van Moerseel, verzocht om een pandbrief met betrekking tot vier dorpen in het Land van Breda te overhandigen aan Willem van Duvenvoorde. Bij dezelfde gelegenheid werd hij ook gevraagd om een brief ten gunste van heer Wouter Bac, abt van Tongerloo, aan dezelfde Willem te overhandigen. Op 15-12-1343 was Jan samen met Lodewijk, heer van Diepenbeek, arbiter in een geschil tussen het klooster Tongerloo en Willem van Duvenvoorde. Op 30-6-1347 ontving hij als heer van Blaersvelt van Jan van Arkel, bisschop van Utrecht de halve tiende in Babilonienbroec in leen, waarna hij het vruchtgebruik daaruit aan zijn moeder Elsbene van Wijtvliet, ‘dekenisse van Ghorichem’ overdroeg.
Jan voerde in 1347 en 1354 in zijn wapenschild een gouden leeuw op een zwart veld met een blauwe versmalde schuinbalk of schuinstaak. In 1348 blijkt Jan van Wijtvliet te zijn hertrouwd met een Catharina. Op 31-3-1349 beloven drie personen aan ridder Johannes van Wijtvliet, heer van Blaersvelt een erfcijns van 116 pond uit een windmolen met bijhorende rechten, gelegen in de parochie Berlichem, tussen het dorp Schijndel en de plaats Middelrode. 1 April 1350 was Jan van Wijtvliet, heer van Blaersvelt getuige bij de verkoop van het Land van Breda door hertog Jan III van Brabant aan heer Jan van Polanen, heer van de Leck. Op 17 mei 1355 behoorde hij tot de top van de Brabantse adel. Hij was toen heer van Cuijk en Blaersveld en bruggraaf van Heusden.
Het Land van Cuijk met de stad Grave had hij eind 1352 of begin 1353 - in ieder geval voor 29 januari 1353 - gekocht (Grave) of in pand (Land van Cuijk) gekregen van Jan III van Kuyc. Onder Jan van Wijtvliet treedt de stad Grave op 8 maart 1355 toe tot het Brabantse stedenverbond. Blijkbaar had hij echter moeite met het nakomen van de financiële verplichtingen. In september 1355 had hij namelijk ook nog een schuld van 2000 florijnen aan de graaf van Namen die waarschijnlijk was ontstaan door zijn overname van de Namense leengoederen van Jan III van Kuyc. Het was Jan III van Kuyc die in 1352 nog deze schuld aan Namen had. De overgenomen lenen en schulden waren vermoedelijk ook de reden voor het niet, of niet op tijd nakomen van zijn financiële verplichtingen jegens Jan III van Kuyc. In de zomer van 1356 stelde deze en diens vrienden, gesteund door de burgers van Grave aan Jan van Wijtvliet een ultimatum. Betalen of de heerschappij teruggeven. Jan kon of wilde geen van beide. Hierop werd het kasteel te Grave bij nacht overvallen en bij de schermutselingen kwam Jan van Wijtvliet die zich zal hebben verzet om het leven. Het restant van zijn manschappen werden het kasteel uitgejaagd.
Deze daad had ook consequenties voor de Van Kuyc’s aangezien ze op 27 augustus 1356 als ballingen verbleven in het Vlaamse Brugge. Hertogin Johanna van Brabant en haar man Wenceslaus van Luxemburg moesten na de ontijdige dood van Jan van Wijtvliet ingrijpen om een mogelijke lacune in de Brabantse invloedssfeer te voorkomen. Het wreken van de doodslag op een bastaardoom van hertogin Johanna was aanleiding om het Land van Cuijk, dat een rijksleen was, gewapenderhand te bezetten en het vervolgens als Brabants leen aan het hertogdom Brabant te hechten. Wenceslaus werd hierin gesteund door zijn broer keizer Karel IV van Bohemen. Op 5 oktober werd Wenceslaus door zijn broer beleend met het Land van Cuijk. Korte tijd later kregen de Van Kuyc’s hun bezit terug maar nu als Brabants leen. Op een ander terrein viel er voor het hertogdom Brabant echter een verlies te accepteren. Bergen en Zoom (tijdelijk) en stad en het Land van Heusden werden op 29 maart 1357 afgestaan aan de graaf van Holland om diens bemiddeling in te roepen in de Brabantse successieoorlog. Het opmerkelijke feit daarbij is dat Jan van Wijtvliet zowel met Heusden als Cuijk van doen heeft gehad.
Jan liet geen wettige kinderen na zodat na diens dood Blaersveld door hertogin Johanna in leen gegeven werd aan heer Jan, heer van Boechout voor een onbetaalde schuld. Deze verkocht Blaersveld vervolgens met haar toestemming en die van de graaf van Vlaanderen door aan een in Vlaanderen wonende Jan de Marsscalc. De Van Kuyc’s kwamen weliswaar weer in het bezit van de stad Grave en het Land van Cuijk, maar de Namense leengoederen werden door de leenheer in beslag genomen wegens een onbetaalde schuld van 200 oude Philipsgulden. Daarmee zullen nog niet alle schulden van Jan van Wijtvliet zijn verrekend. Op 2 augustus 1357 droeg de rentmeester van de hertog, Jan Bac zoon van wijlen Arnt Berthout Bac van Tilburg, de uit 1349 verworven erfcijns van 116 pond over aan twee Bosschenaren. Jan Bac had deze erfcijns verkregen bij gerechtelijke uitwinning. Jan van Wijtvliet was driemaal gehuwd geweest. In 1363 wordt een Margaretha van Hulleberge genoemd als weduwe van Jan van Wijtvliet.
Jan had geen wettige kinderen maar heeft wel voor natuurlijk nageslacht gezorgd. Een zoon met naam Hendrik is bekend uit een akte uit 1387. Hij droeg op 5 juni 1387 een cijns van 100 pond Vlaams over aan het klooster “Beate Marie Ad Coronam” in Heusden. Heinricus de Wijflit, natuurlijke zoon van heer Johannes de Blaersvelt, ridder, had deze cijns destijds als bruidsgift gekregen van Vrouwe Mechtildis [van Oudheusden, + april 1362], weduwe van ridder Herbernus van Riede (+ vóór … 1354), bij zijn huwelijk met Margareta dochter van wijlen Petrus Oucleer (wellicht moet hier Ovelaar gelezen worden HV). Naast een bastaardzoon Hendrik moet hij ook een natuurlijke dochter hebben gehad die met Jan Bac, zoon van Arnt genaamd Berthout Bac van Tilburg huwde. Uit dit huwelijk stamde een zoon met naam Jan van Wijtvliet. Van diens nageslacht, de jonkers Bac alias Wijtvliet (met variaties Wijtfliet, Wijffliet, Wijfflet en Wijflet) is bekend dat ze in hun wapenschild een gouden leeuw met rode schuinbalk voerden als verwijzing naar hun afstamming uit Jan van Wijtvliet (gouden leeuw met blauwe schuinbalk). Bij Boeree valt te vernemen dat volgens een handschrift (Bac?) in de Koninklijke Bibliotheek Brussel, Section des manuscripts, no. 1222, Jan Bac gehuwd was met een N.N. van Wijfliet, erfdochter van die plaats, vandaar dat zijn zoon Jan de toevoeging “van Wijfliet” kreeg. Dit laatste klopt maar het eerste niet, aangezien er geen enkele aanwijzing is dat de familie Bac ooit zeggenschap, bezit of rechten in de gelijknamige plaats heeft gehad. Veeleer ligt een doodgewone grootvader kleinzoon vernoeming voor de hand.
Als grootvader komt Jan van Wijtvliet, heer van Blaersveld in aanmerking:

  • vanwege het grootvader kleinzoon vernoemingsaspect;

  • vanwege de heraldieke opname van de leeuw met de schuinbalk (=bastaardaanduiding) in het wapen van de jonkers Bac alias van Wijtvliet;

  • omdat het generatietechnisch goed past aangezien Jan van Wijtvliet uiterlijk 1313 geboren is (maar waarschijnlijker van vóór 1313 dateert). Hij zou gemakkelijk rond 1330 al een bastaarddochter kunnen hebben die ca. 1350 met Jan Bac van Tilburg zou kunnen huwen;

  • aangezien een Bossche schepenakte uit 1387 melding maakt van zowel Jan van Wijtvliet als van Jan Bac. “…Domini Johannis de Wijfliet, domini quondam de Blaersfelt, militis …. Erga Johannem dictem Backe filium quondam Arnoldi dicti Bertout de Tilborch ….”;

  • en omdat Jan Bac van Tilburg in 1357 na gerechtelijke uitwinning in het bezit bleek te zijn van een erfcijns van 116 pond die eerder afkomstig was van Jan van Wijtvliet.

De naam van deze natuurlijke dochter is nog niet in een eigentijdse vermelding terug gevonden maar zal vermoedelijk [Hadewich] van Wijtvliet zijn geweest. Deze voornaam zien we terug bij drie kleindochters. Zo was Jan Bac en [Hadewich]’s dochter Elsbeen gehuwd met Jan van Dordrecht, een zoon van Heymerick van Dordrecht en Elisabeth van Boeghe. Van Jan van Dordrecht is bekend dat hij uit dit huwelijk twee dochters met naam Elisabeth en Hadewich had. De naam van zijn oudste dochter is duidelijk vernoemd naar zijn eigen moeder zodat we in de naam van de tweede dochter hoogstwaarschijnlijk de naam van de grootmoeder van moeders kant mogen herkennen (Bosch Protocol R. 1177, 1382-1387, fol. 100).


Jan Bac zoon Arnt Bertouts van Tilburg, + vóór … 1390, rentmeester van de hertog van Brabant (1349, 1357). Bezat een hoeve te Gorp, een herdgang onder Hilvarenbeek, met een kwart van de tiende aldaar dat ongeveer een mud rogge per jaar waard was, en in Westtilburg (het huidige Tilburg) de leengoederen t’Eyntoven oft tot Inthout, negen mudzaad groot, en ten Broeck, vier mudzaad groot. Daarnaast verwierf hij het heer Weenmersleen onder Goirle en Baerle, bestaande uit twee hoeven en grondcijnzen. Verder moet ook de Tilburgse hoeve Ter Rijt dat voor de helft een Boxtel’s en voor de andere helft een Gageldonk’s leengoed was tot zijn bezittingen gerekend worden, tenminste als schout Gielis Bac tot zijn zonen gerekend mag worden..
Hij huwde rond 1350 met [Hadewich] van Wijtvliet, een natuurlijke dochter van heer Jan van Wijtvliet, heer van Cuijk, en Blaersveld en burggraaf van Heusden. Naast diverse natuurlijke kinderen had hij ook vier wettige kinderen:

  1. Elsbeen Bac, huwde ca. 1370 met Jan van Dordrecht, hieruit twee dochters met naam Elisabeth en Hadewich;

  2. Arnt genaamd Bertout Bac, huwde ca. 1385 met Elisabeth heer Gerards van der Aa, ridder. Hij had diverse wettige en onwettige kinderen;

  3. Jan van Wijtvliet, + vóór 31-3-1421, huwde vóór 12-3-1390 met Margriet van Bruheze, + vóór 31-3-1421 met hieruit tien kinderen;

  4. Ermgard Bac, huwde ca. 1385 met heer Jan Saris van Erpe, ridder, hieruit minstens zes kinderen.


Als kinderen van Jan Bac Arnt Bertouts zoon worden ook nog een Gielis, een Jan van Heukelum en een Hendrik genoemd naast natuurlijke kinderen als Joost; Elisabeth; Hendrik; Maarten; en Arnt. Combineer je de gegevens bij Boeree met andere gegevens dan valt te constateren er een gerede twijfel bestaat inzake de juiste aansluiting aan de stamboom Bac zodat ik me voorlopig beperk tot vier wettige kinderen uit het huwelijk Bac-Wijtvliet.


Dovnload 21.54 Kb.