Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Jean-Baptiste Madou, onverhuld Charliermuseum 25 oktober 2011 – 16 maart 2012 Idee

Dovnload 25.81 Kb.

Jean-Baptiste Madou, onverhuld Charliermuseum 25 oktober 2011 – 16 maart 2012 Idee



Datum26.10.2018
Grootte25.81 Kb.

Dovnload 25.81 Kb.

Jean-Baptiste Madou, onverhuld

Charliermuseum

25 oktober 2011 – 16 maart 2012
Idee
In 2010 had het Charliermuseum de eer een schenking te ontvangen van alle bladen - 14 originele prenten inclusief het titelblad en de opdracht - van het album Physionomie de la société en Europe depuis 1400 jusqu'à nos jours door Jean-Baptiste Madou. Dit historische album werd in 1837 in Brussel uitgegeven door Dewasme en Pletinckx en was opgedragen aan de prinses van België.
Tijdens de afgelopen maanden werden alle bladen gerestaureerd (nieuwe hoezen, reiniging van het papier, weghalen van oude lijmen, bescherming). Hierdoor hebben de uitzonderlijk rijke prenten van Madou en de randornamenten van Philastre (gelithografeerd door Lauters) hun glans teruggevonden.
Conform de uitdrukkelijke wens van de schenker, is beslist de prenten een tijdlang permanent ten toon te stellen op de eerste verdieping van het Charliermuseum.

Met deze tentoonstelling krijgt het publiek de kans de prenten te ontdekken.


Concept van de tentoonstelling
Hoewel Jean-Baptiste Madou (1796 – 1877) omstreeks het midden van de negentiende eeuw één van de veelzijdigste en meest gelauwerde kunstenaars van zijn tijd was, is hij bij het brede publiek vooral gekend dankzij het Madouplein in Sint-Joost-ten-Node waar de kunstenaar vanaf zijn huwelijk in 1834 leefde.

Het opzet was een intimistische, bescheiden tentoonstelling op te bouwen in de salons op de eerste verdieping van het Charliermuseum, waarbij de persoon en de kunstenaar geduid en gesitueerd worden. Madou was immers actief als tekenaar, aquarellist, lithograaf en schilder, werkte samen met Joseph Plateau aan de realisatie van één van diens uitvindingen , de fenakistiscoop. Daarenboven was hij vader van een kroostrijk gezin en werkte zich bij leven op tot in de hoogste rangen van het land.


Er is voor geopteerd om de kunstliefhebbers, een actief publiek, een kennisgericht publiek, kortom een zo breed mogelijk publiek te bereiken.

Naast duidingspanelen en verklaringen bij de werken, maakt het Charliermuseum voor het eerst in zijn geschiedenis volop gebruik van multi-media. Het publiek kan actief deelnemen door fenakistiscopen eigenhandig of via een eenvoudige muisklik te laten draaien op een scherm. Er is een montage te zien over de steendruktechniek, de fenakistiscoop en de samenwerking tussen Plateau en Madou, zoals eind jaren 70 prachtig in beeld gebracht door Françoise en Pierre Levie.


Een 40-tal bruiklenen werden aangegaan bestaande uit tekeningen, prenten, schilderijen en demonstratietoestellen (fenakistiscoop en taumatroop). Deze zijn ontleend uit privéverzamelingen en openbare collecties. Volgende instellingen verleenden hun medewerking: het Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen, de Koninklijke Verzameling te Brussel en het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen te Gent.

Wat biografische gegevens over Jean-Baptiste Madou
Jean-Baptiste Madous ouders wonen in de Moutstraat wanneer hij in 1796 als oudste zoon het levenslicht ziet. De jongen heeft tekentalent en volgt tekenlessen aan de Academie van Brussel. In 1810 sterft Madou sr. en Jean-Baptiste kan dankzij de tussenkomst van gravin d'Allegambe aan de slag in het atelier van PJ François. Hij ontmoet er Navez en Boëns. Hij wordt even later assistent van tekenleraar Ignace Brice aan de Academie, verdient bij met lessen in kalligrafie maar geeft op 18-jarige leeftijd zijn artistieke aspiraties op om rijksambtenaar te worden. Vanaf 1818 werkt Madou in Kortrijk en Bergen als topografisch tekenaar voor het leger en tekent er de landsgrenzen met Frankrijk op. Hij leert er de techniek van het lithograferen – een commerciële reproductietechniek populair in de eerste helft van de negentiende eeuw - en verwerft tussen 1820 en 1842 internationale faam als steendrukker.
Volgens de overlevering zal Madou zich vooral na zijn huwelijk in 1834 met Mélanie Lannuyer, een oudleerlinge van Navez, toeleggen op een carrière als schilder. De mondaine en gedreven amateur-vioolspeler woont tot aan zijn dood met zijn echtgenote, een halfzus en vijf kinderen aan de Leuvense Poort in Sint-Joost-ten-Node.

Hij is dan een erkend kunstenaar en gezeten burger : hij is bevriend met wetenschappers, musici en literatoren, tekenleraar aan het Hof, lid van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten en van de Antwerpse en Amsterdamse Academies, lid van de prestigieuze Londense Watercolour Society, voorzitter van de Société des Aquarellistes, en wordt officieel gedecoreerd in België, Frankrijk, Nederland en Oostenrijk.

Wanneer Jean-Baptiste Madou sterft op 81-jarige leeftijd laat hij meer dan 1000 werken na. Het plein in Sint-Joost ten-Node waar hij woonde, draagt sindsdien zijn naam.




Madou genreschilder, tekenaar en aquarellist.
Vanaf de jaren dertig zal Madou zich meer toeleggen op een artistieke carrière. Madou is een patriot en het politieke tumult laat zijn romantisch nationaal bewustzijn oplaaien.

In 1850 breekt hij door als genreschilder met het doek Feest op het kasteel (54 jaar). De Rattenvangst, aangekocht door de koning, zal door de vele prenten gemeengoed worden in brede bevolkingslagen.

Madou vindt eerst inspiratie in het realisme en de thematiek van de Vlaamse en Hollandse school. Later ontwikkelt hij een meer classicistische schilderstijl en situeren zijn taferelen zich in de sfeer van de hogere bourgeoisie, zoals te zien in de decoratieve panelen die hij maakt voor zijn eigen woning en voor het kasteel van Ciergnon.


Zijn tekeningen zijn haarscherp, de vele details in lichaamshoudingen en gelaatsuitdrukkingen verraden de psychologie van zijn personages. Burgers in redingote, volkse figuren, soldaten : elkeen wordt met uitzonderlijke levendigheid getypeerd.

Madou uit geen sociale kritiek maar roept in zijn zedenschetsen een romantisch- nostalgisch beeld op met een ironische ondertoon. Zijn tekeningen, aquarellen en paneelschilderijen zijn pareltjes van menselijk gedrag en interacties, de uitbeelding van driften weergaloos.


Madou steendrukker
Madou ontdekt de steendruk in Bergen bij apotheker en scheikundige François-Henri Gossart, die met kunstenaar Philippe Bron met de techniek experimenteerde. Vanaf 1820 staat Madou onder contract als lithograaf bij Jobard in Brussel. Biograaf Henri Hymans typeert de eerste jaren als erbarmelijk verloond en werkend in anonimiteit.

Madous lithografisch werk munt uit in de verfijnde tekeningen van levensechte figuren, de subtiele grijsgradaties en de aandacht voor decorum en diepte. Veel landschappen zijn van de hand van Paul Lauters of Théodore Fourmois. Het eerste gesigneerde album Voyage pittoresque dans le Royaume des Pays-Bas (1827) bevat 202 platen en een begeleidende tekst. De kwaliteit van Madous albums met legerkostuums zet Dewasme-Pletinckx in 1830 ertoe aan een lucratief album met historische militaire, burgerlijke en religieuse kledij uit te geven.

Zeven jaar later brengt dezelfde drukker het succesvolle Physionomie de la Société en Europe, depuis 1400 jusqu'à nos jours uit, verdeeld in Brussel, Parijs en Rotterdam. Het bevat veertien historische taferelen door Madou. De stijlornamenten in de boorden zijn getekend door operadecorateur Philastre en gelithografeerd door Lauters. Collin de Plancy roemt in zijn begeleidende tekst Madous opzoekingswerk. Elke prent is een scharniermoment op het vlak van techniek, kunst, klederdracht, zeden en gebruiken. De vorsten en hun entourage spelen de hoofdrol, eind achttiende eeuw treedt de burgersamenleving op de voorgrond. Madou slaagt er in telkens de tijdsgeest te suggeren. Het album maakt deel uit van het maatschappelijk proces van constructie van een identiteit aan de hand van een nationaal verleden, eenzelfde beweegreden lag aan de basis van Scènes de la vie des Peintres de l'école flamande et hollandaise (1842).
Tussen 1827 en 1842 heeft Madou met zekerheid prenten gemaakt voor 24 albums uitgegeven door de meest gerenomeerde drukkershuizen die internationaal verdelen : Dewasme - Pletinckx, Jobard, Simonau, de Burggraaff, Kierdorff, Dero-Becker en Motte.

De steendruk of lithografie

Vlakdruktechniek eind achttiende eeuw op punt gesteld door de Duitse toneelauteur en drukker Aloïs Senefelder. Zijn broer Charles onderwijst de techniek doorheen Europa en ontmoet in 1817 Gossart in Brussel.

De steendruk werkt met het principe van afstoting van vet en water op steen. De lithograaf brengt in spiegelbeeld met vet krijt of vette inkt een tekening aan op de kalksteen. Op de onbeschilderde delen brengt hij Arabische gom en salpeterzuur aan waardoor deze vetafstotend worden. Na reiniging met terpentijn bevochtigt hij de steen. Enkel de onbeschilderde delen slorpen het water op. Bij het inkten nemen daarentegen slechts de vette delen de inkt op waarna een eerste afdruk gemaakt kan worden. De meerkleuren- of chromolithografie dateert van 1836.

Steendruk was lucratief voor beperkte oplagen met speciale lettertekens (hiëroglieven, natuurwetenschappelijke boeken), voor militaire instructieboeken, voor commerciële uitgaven (muziekpartituren, visitekaartjes, briefhoofden, speelkaarten), voor de reproductie van schilderijen, voor portretten of pittoreske landschappen in reisboeken. Met de fotografie verloor de techniek aan relevantie.

Madou, medewerker van Joseph Plateau en de fenakistiscoop.
De voorgeschiedenis van de film omvat de oudste technieken van beeldanimatie en beeldprojectie voorafgaand aan de eerste filmvoorstelling van de gebroeders Lumière in 1895. In 1827 vindt William Henry Fitton de thaumatroop uit. Vijf jaar later ontwikkelt Joseph Plateau de fenakistiscoop. Plateau bezoekt vaak zijn vriend Adolphe Quetelet, zijn schoonbroer en directeur van het Observatorium van Brussel. Fysica is hun geliefkoosd gespreksonderwerp. Plateau stelt hem zijn uitvindingen voor en ontmoet er Madou, een bijzonder vruchtbare ontmoeting zo blijkt want het begin van een echte uitwisseling tussen wetenschapper en kunstenaar.
Plateau stelt vast dat de opeenvolging van identieke beelden op een welbepaalde snelheid de illusie van één stilstaand beeld opwekt. Dan, door verschillende beelden te gebruiken, formuleert hij de theorie van « de nawerking van het oog » (1829): "Als verscheidene lichtindrukken elkaar opvolgen op een vastgelegd tempo, maakt ons lichaam als ontvanger, een verbinding en krijgen we door de opeenvolging de indruk van een bewegend beeld." Hij wil dit fenomeen toepassen en deelt de beweging op in stadia met behulp van een ronde kartonnen schijf waarvan de rand met sleuven doorboord is. Hij reconstrueert de beweging door de schijf voor een spiegel te laten draaien en neemt door de sleuven een kortstondig bewegend beeld waar. De fenakistiscoop is geboren. Later voegt hij een tweede schijf toe en kan de spiegel verwijiderd worden, het resultaat zal als speeltje vooral kinderen amuseren.
Op vraag van Plateau draagt Madou bij aan diens uitvindingen. Zijn bijdrage is eerst meer artistiek dan technisch : hij levert tekeningen voor de optische instrumenten en ontwerpt diverse motieven die door de fenakistiscoop geanimeerd kunnen worden. Geleidelijk aan schenkt het louter toepassen hem geen voldoening meer en zal hij de werking op punt stellen. Hij maakt de beweging vloeiender door het aantal beelden op de schijf te verhogen.Vervolgens brengt hij een verhalende dimensie aan door de hele oppervlakte van de schijf te gebruiken. Ten slotte onderzoekt hij de transformatie van de vorm of morfose (vandaag gekend als 'morphing').

Nathalie Jacobs

  • Concept van de tentoonstelling
  • Wat biografische gegevens over Jean-Baptiste Madou
  • Madou genreschilder, tekenaar en aquarellist.
  • Madou steendrukker
  • De steendruk of lithografie
  • Madou, medewerker van Joseph Plateau en de fenakistiscoop.

  • Dovnload 25.81 Kb.