Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Johannes 12: 20-33

Dovnload 53.62 Kb.

Johannes 12: 20-33



Datum24.09.2018
Grootte53.62 Kb.

Dovnload 53.62 Kb.


Johannes 12:20-33

Afgelopen donderdag was het 1200 jaar geleden dat Ludger overleed.

Ludger?

De eerste zendeling van eigen bodem.

Met Willibrord, Lebuïnus en anderen bracht hij het Evangelie naar onze lage landen.

Naar de IJssel en meer naar het oosten. Naar ons dus.


En zo werd op deze plek ooit de moederkerk van de Noord-Oost Veluwe gesticht.

En staat vanochtend de voorganger nog altijd als een Ludger te preken.


En met u gaat hij luisteren naar een fragment uit het Evangelie van Johannes.

Locatie: Jeruzalem

Tijd: Het loopt tegen het Joodse Paasfeest, voorjaar dus. Jezus is op een ezel Jeruzalem binnengetrokken. Palmzondag. Die vieren wij volgende week.

Het volk juicht hem toe. Maar dat blijkt een voorbode te zijn van: Kruisig hem.


Het verhaal:
20 Nu was er ook een aantal Grieken naar het feest gekomen om God te aanbidden (Nieuwe Bijbel Vertaling)

En er waren sommige Grieken uit degenen, die opgekomen waren, opdat zij op het feest zouden aanbidden; (Statenvertaling)
Een aantal Grieken in Jeruzalem.

Met een Grieks paspoort? Nee, ze hoeven niet per se uit Griekenland te komen.

Grieken staat voor: de volkerenwereld rondom Israël.

Zoals mensen die Engels spreken niet allemaal uit Engeland komen.

Engels als wereldtaal. Zo in die tijd Grieks als wereldtaal.

Als je zegt ‘Grieken’ dan bedoel je vertegenwoordigers van alle mogelijke volken rondom Israel, vanuit de hele toenmaals bewoonde wereld.


Een aantal Grieken in Jeruzalem.

Nog een betekenis.

Waarschijnlijk moet je hier denken aan Joden die niet in Israel woonden, maar in de verstrooiing, die Grieks spreken, en die voor het komende Paasfeest als pelgrim naar Jeruzalen zijn gekomen.

Om het Feest te vieren en God te aanbidden.

Dat is Loofhuttenfeest, overgebracht naar het Paasfeest.

Zoals ook de palmtakken van Loofhuttenfeest bij Johannes op drift zijn geraakt, vanuit het najaar naar het voorjaar.

21 Zij gaan naar Filippus uit Betsaïda in Galilea, en vragen hem of ze Jezus kunnen ontmoeten.

Dezen dan gingen tot Filippus, die van Bethsaida in Galilea was, en baden hem, zeggende: Heere, wij wilden Jezus wel zien.
Ze willen een afspraak, de Grieken.

Daarvoor gaan ze naar Filippus, een apostel met een Griekse naam. Paardenliefhebber.

Ze hebben van Jezus gehoord.

Ze willen hem wel eens zien, spreken als het kan.


22 Filippus gaat dat tegen Andreas zeggen en samen gaan ze naar Jezus.



Filippus kwam en zeide het Andreas; en Andreas en Filippus wederom zeiden het Jezus.
Twéé apostelen met een Griekse naam: Filippus en Andreas.

Soort omgekeerde apostelen.

Ze trekken er niet op uit, zoals Ludger.

Ze brengen de volken bij de Messias, in Jeruzalem.

Tenminste – dat is de bedoeling.

23 Jezus zei: ‘De tijd is gekomen dat de Mensenzoon tot majesteit wordt verheven.



Maar Jezus antwoordde hun, zeggende: De ure is gekomen, dat de Zoon des mensen zal verheerlijkt worden.
Jezus gaat op de vraag van Filippus en Andreas in.

Maar we horen niet dat de Grieken hem te spreken krijgen.

Daarvoor is het nu te laat.

Jezus antwoordt wel, maar indirect, aan de apostelen. Die schrijven het antwoord later op. Zodat de Grieken het dan kunnen horen. Zoals wij nu.


Het is nu te laat voor nog weer een gesprek.

Want – de tijd is gekomen …

De ure is gekomen.
Dat de Zoon des mensen verheerlijkt zal worden.

Noem dat heerlijk, wat nu volgt.

Gespijkerd aan een kruishout, een schandpaal, een galg.

Johannes waagt het dit de verhoging – letterlijk een paar meter boven de grond – te noemen.

Juist in zijn lijden en sterven schittert hij.
Hij?

Wie is Hij?


De Zoon des mensen: vertegenwoordiger van de mens.

Als je weet wie de Zoon van de mensen is, weet je wie de mens is.

Jezus noemt zichzelf de Zoon des mensen. Zoon van Adam. Mens. Mens op aarde.

Deze Zoon des mensen wordt verheerlijkt, tot majesteit verheven.

De tijd is aangebroken dat dit gebeuren gaat.

En hoe dit gebeuren gaat, word in drie volgende verzen uitgelegd.

Drie woorden van Jezus.

Als drie spreuken.


24 Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.

Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Indien het tarwegraan in de aarde niet valt, en sterft, zo blijft hetzelve alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort.

Er was eens een mier. Een mier die één graankorrel wilde wegslepen naar zijn nest. Maar de graankorrel deed een voorstel aan de mier: begraaf me hier in de akker en kom een jaar later terug. Dan zie je een halm met wel honderd korrels. De mier ging er op in. Na een jaar kwam de mier terug. En … de graankorrel had woord gehouden.


De vraag was dus: de Zoon des mensen, hoe wordt de Zoon des mensen verheerlijkt?

Op de manier van een graankorrel.

Het punt van vergelijking is in dit geval het woord: alléén.

Als de graankorrel alléén blijft, gebeurt er niets.


Als Jezus alléén blijft, op onze aarde, maar niet als een korrel zich laat invouwen in de donkere aarde, dan gebeurt er niets.

Dan was Ludger niet gekomen.

Dan hadden wij hier niet in een kerkdienst gezeten.

Dan hadden we hier misschien wel gezeten, maar om het jaarlijkse feest van de lente te vieren. Het ingaan van de zomertijd afgelopen nacht. Dan hadden we over twee weken eitjes getikt en de paashaas bewonderd. Wéér lente. En dat was het dan.


Jezus hééft zich als een graankorrel in de aarde laten vallen.

En is gestorven – geen mens weet hoe – de oogst tegemoet.


Jezus, Zoon des mensen, Zoon van God.

Het is God die niet alléén wil blijven, maar voor de mensen zijn, onder de mensen, in de mensen, en wel het meest voor die mensen daadwerkelijk zonder God zijn: armen, vernederden, de doden. Die wil Hij verheerlijken.

Niet de theoretische atheïsten en de geheide theïsten: God bestaat wel, God bestaat niet. Vecht het maar uit langs de snelweg.

Het gaat om de mensen die zonder God - in de goot liggen.

Om dáár te komen – bij die voor dood langs de weg liggende mensenkinderen - legt God de weg af die Jezus gaat.

Lieve gemeente, God zélf is de graankorrel.


En zo’n God kenden wij niet voordat Ludger verscheen. O, nee.
Nu kunnen we naar het volgende vers, nu we weten dat God zelf de graankorrel is.

25 Wie zijn leven liefheeft verliest het, maar wie in deze wereld zijn leven haat, behoudt het voor het eeuwige leven



Die zijn leven liefheeft, zal hetzelve verliezen; en die zijn leven haat in deze wereld, zal hetzelve bewaren tot het eeuwige leven.
Als een scherpe Succes-spreuk:

Wie zijn, haar leven liefheeft, die raakt het kwijt.

Wie zijn, haar leven haat, wint het.
Het gaat over: je leven liefhebben of je leven haten.

Haten?


Dat komt bij ons niet goed over.

Johannes bedoelt dan ook meer: wie zijn leven niet telt, niet alles investeert in het eigen bestaan.


Wij brengen het niet zover.

Ons leven liefhebben? Dat wel.

Ons leven niet tellen? Nee, dat niet.
Niemand kan zich deze spreuk eigen maken zolang hij van deze wereld is. Onze pogingen hiertoe stranden in een vals heroïsme, in verachting van medemensen, in ondankbaarheid. Allemaal pogingen juist om ons eigen leven te versterken.
De drager van dit woord van God is Jezus, de gestalte van dit graan.

Jezus zegt iets over zichzelf, als beeld en gelijkenis van God.


Jezus heeft deze spreuk gedáán!

Hij was niet heimelijk uit op invloed, hoefde deze wereld niet voor zich te winnen.

Hij ging Gods weg, zijn lust en zijn leven: de weg van God te gaan tot bij de mensen tot in hun vernedering.

Zo won hij het leven voor altijd, het eeuwige leven.


In Jezus is God niet meer alléén!
Nu is het terrein geëffend voor het derde vers, waarin wij zelf worden betrokken.

26 Wie mij dient moet mij volgen: waar ik ben zal ook mijn dienaar zijn, en wie mij dient zal door de Vader geëerd worden.



Zo iemand Mij dient, die volge Mij; en waar Ik ben, aldaar zal ook Mijn dienaar zijn. En zo iemand Mij dient, de Vader zal hem eren.
Wie mij dient.

Twee keer in één zin.

Wie mij dient, die volge Mij.

Wie Mij dient, de Vader zal hem eren.


Jezus dienen, dat is: afzien van alle eer.

Die eer wordt gegeven - door de Vader.

Een dienaar is te vinden waar Jezus te vinden is.

Het Griekse werkwoord voor dienen?



Diakonein.

Eén woord Grieks kennen we dus tenminste.

Dienen als een diaken.

Dienen in het leven van elke dag. Deze ochtend de collecte voor Magen David Adom. Het Rode Kruis in Israël. Nee, dus. Het kruis is voor Joden als symbool de bittere herinnering aan een kerk die het kruis als een zwaard richting het Joodse volk keerde. Het schild van David. De Rode Davidster.


27 Nu ben ik doodsbang. Wat moet ik zeggen? Vader, laat dit ogenblik aan mij voorbijgaan? Maar hiervoor ben ik juist gekomen

Nu is Mijn ziel ontroerd; en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit deze ure! Maar hierom ben Ik in deze ure gekomen.
Nu ben ik doodsbang.

Nu is Mijn ziel ontroerd, in de krachtige taal van de Statenvertaling.


Dat zegt Jezus na de drie spreuken.

Dat hadden de Grieken ook niet kunnen begrijpen op dat moment.

Een doodsbange Jezus.

In Getsemané.

Een Jezus aan het kruis?

Joden een ergernis, Grieken een dwaasheid.


Wat moet Jezus nu zeggen?

Zegt u het maar!

Zal Hij vragen aan de hemelse Vader of dit uur aan Hem voorbij mag gaan?
Maar – hierom is Hij juist gekomen in dit uur.

Om de Naam van Zijn Vader te verheerlijken.

Dat God niet een God van ‘alléén’ is, hoog, verheven, onaantastbaar, vol majesteit, ontoegankelijk – dat ook, dat allemaal óók – maar niet, nee, nooit zonder tegelijkertijd diep in het stof te buigen, diep beneden de zonen en dochters van de mensen zich te begeven. Als een graankorrel. Diep weggestopt in de aarde. En zo – geen andere weg – de oogst tegemoet te sterven. Het leven! Leve het leven!
Nu staat Jezus ervóór.
Zijn leven liefhebben en sparen?

Tot grote grimlach van de Tegenstander, de Boze, het Kwaad in eigen persoon?


Jezus – Hij gééft zijn leven.

Aan God.


Hij spaart het niet.
Laat nu zien hoe groot uw Naam is, Vader.
28 Laat nu zien hoe groot uw naam is, Vader.’ Toen klonk er een stem uit de hemel: ‘Ik heb mijn grootheid getoond en ik zal mijn grootheid weer tonen.’

Vader, verheerlijk Uw Naam. Er kwam dan een stem uit den hemel, zeggende: En Ik heb Hem verheerlijkt, en Ik zal Hem wederom verheerlijken.
En dan: een stem uit de hemel.

Een donderslag bij heldere hemel.

Die de bergen doet wankelen, de godentronen doet schudden.
De Stem: Ik heb verheerlijkt en Ik zal verheerlijken.

Niet zegt de hemel wìe verheerlijkt wordt.

Er staat geen voorwerp van verheerlijking in het Grieks.
Alles en een ieder.

God alles in allen.

Nu alvast door de hemel afgekondigd.

29 De mensen die daar stonden en dit hoorden, zeiden: ‘Een donderslag!’ Maar er waren er ook die zeiden dat het een engel was die tegen hem gesproken had.



De schare dan, die daar stond, en dit hoorde, zeide, dat er een donderslag geschied was. Anderen zeiden: Een engel heeft tot Hem gesproken.
De mensen die daar staan, wij, die daar nu bij staan, alsof we nooit ergens anders gestaan hebben: Een donderslag!

Onweer op komst!

Een engel, roepen anderen. Echt, het was de stem van een engel uit de hemel.
De mensen in Jeruzalem weten het: dat God in de stem van een donder tot Mozes gesproken heeft.

Nu denken ze dat op dezelfde manier God tot Jezus spreekt.

Een hemelse handtekening zet onder de woorden die hij zojuist heeft gesproken.
Maar –
30 Jezus zei: ‘Die stem heeft niet voor mij gesproken, maar voor u.

Jezus antwoordde en zeide: Niet om Mijnentwil is deze stem geschied, maar om uwentwil.
Niet voor Mij.

Voor u.


Voor ons?
Zo las ik het in de uitleg van Tom Naastepad:

Jezus wist voor zichzelf genoeg. Maar voor de vernederden is het niet om aan te zien wat nu gaat komen: hun enige herder wordt hen ontnomen en verscheurd door wolven. Daarmee verdwijnt voor hen de laatste hoop.

De stem uit de hemel moet de schare sterk maken tegen de vertwijfeling. Die verworpen zoon uit hun midden heeft een Vader, en daarmee zij dus ook. Maar zeg nu zelf, temidden van de verbijstering van onze dagen: Jezus heeft nog altijd een Vader met een stem als een donder. ‘Men zou altijd nog met aandacht kunnen luisteren naar …. Dat natuurverschijnsel!.
31 Nu wordt het oordeel over deze wereld geveld, nu zal de heerser van deze wereld uitgebannen worden.

Nu is het oordeel dezer wereld; nu zal de overste dezer wereld buiten geworpen worden.
Nu wordt het oordeel geveld.

Over deze wereld.

Er is geen vérder meer met ons.

Zo kan het niet langer.


Het oordeel over de overste van deze wereld.

De heerser over deze aarde.

De duivel zelf!
Hoor – en zie de beweging, de richting, de geografie:

De overste der wereld wordt uitgeworpen, wanneer Jezus als een graankorrel de aarde ingaat.

De ter dood veroordeelde is de rechter van zijn rechters.
Dit moeten de mensen van te voren weten. Anders zijn zij verloren onder het cynisme van haar overheden en haar leiders.

32 Wanneer ik van de aarde omhooggeheven word, zal ik iedereen naar mij toe halen.’



En Ik, zo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal hen allen tot Mij trekken.
Van de aarde omhooggeheven. Letterlijk verhoogd.

Wat is verhoging, promotie, beloning, eerbetoon?

Wat is het: omhoog gestoken te worden door medemensen?

Wat is het waard?


Wanneer Ik verhoogd zal zijn van de aarde.

We zijn op Golgotha.

We zien Jezus van de aarde verhoogd.

Dit is wat we zien.

En daar, en zo, en niet anders:

Trekt Jezus iedereen naar zich toe.

Allen.
Trekken, het is als het slepen van een net: reddend uit de diepte optrekken.

Als in de eerste lezing, Jeremia 31:3: De Eeuwige trekt Israël in goedertierenheid (tot zich).

Letterlijk: wanneer Ik uit de aarde omhoog getrokken zal zijn. Als de graankorrel in de aar.
Allen: Joden en Grieken.

Israël en alle volken.

Alle zonen en dochters van de mensen op aarde.

Als Hij ons tot zich trekt, trekt Hij ons omhoog, aan het kruis.

Mee gekruisigd.

Mee gestorven.

Mee begraven.

Mee neergedaald in de hel.



Mee opgestaan uit de doden.
33 Daarmee bedoelde hij de wijze waarop hij zou sterven.

(En dit zeide Hij, betekenende, hoedanigen dood Hij sterven zou.)
Ja, de graankorrel, als die alléén blijft …
Ludger, bedankt dat je gekomen bent!
In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.


Dovnload 53.62 Kb.