Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Julie De Maeyer Scriptie ingediend voor het behalen van het diploma van Gegradueerde in de Verpleegkunde optie Sociale Verpleegkunde

Dovnload 346.8 Kb.

Julie De Maeyer Scriptie ingediend voor het behalen van het diploma van Gegradueerde in de Verpleegkunde optie Sociale Verpleegkunde



Pagina4/11
Datum30.06.2017
Grootte346.8 Kb.

Dovnload 346.8 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

Psychisch


De meest voorkomende problemen op geestelijk vlak zijn chronische vermoeidheid, zenuwachtigheid, angst, seksuele problemen en depressie. Men ziet ook een toename van slaapmedicatie en kalmeermiddelen in geval van ploegenarbeid. Deze zaken brengen zeker ook familiaal-sociale problemen teweeg. Het is een feit dat een goede proactieve mentale houding een voorwaarde is om op een gepaste manier om te gaan met wisselende uurregelingen. Het is wel zo dat mensen zich hierin kunnen oefenen.
      1. Alertheid


70 tot 80 % van de personen die in nachtploegen werken, geven toe dat ze soms indutten op het werk. Verschillende studies hebben aangetoond dat de waakzaamheid op zijn laagste punt is tussen twee en zes uur 's morgens. Dit is dus ‘de gevaarlijke zone’. Manuele vaardigheid, herkenning en reactietijden zijn het sterkst aangetast tijdens deze periode.
        1. Gevolgen: gedaalde werkprestatie en ongevallen


Op het laagtepunt van alertheid kan micro-slaap optreden. De meesten beschrijven micro-slaap als de 'onopzettelijke' slaap die een paar seconden tot drie minuten kan duren. Micro-slaap is de strategie van het lichaam om slaap in te halen, ondanks de intentie om wakker te blijven. Het hoeft geen betoog dat micro-slaap de aanleiding kan zijn van 'fouten' op het werk. Onderzoek suggereert dat een kort dutje een geschikt tegenoffensief biedt bij slaperigheid tijdens nachtwerk hoewel het onmogelijk is om het niveau van alertheid te behouden dat overeenstemt met dat aan het begin van de nachtshift. Als je overdag slaapt, ben je minder goed beschermd tegen de activiteiten van de rest van de maatschappij. Het ritme van het hongergevoel doorkruist ook dat van de slaap, waardoor de rustperiode vaak ’s middags wordt onderbroken om iets te eten. De slaap overdag is vaak ook korter en minder verkwikkend dan ’s nachts. Deze kwalitatieve en kwantitatieve tekorten veroorzaken vermoeidheid, slaperigheid, en ze vergroten het risico op arbeids- of verkeersongevallen.

Een paar van de ernstigste internationale ongelukken in de voorbije twintig jaar zijn toegewezen aan de vermoeidheid van ploegenarbeiders tijdens de nacht. Vermoeidheids-gerelateerde transportongelukken op onze wegen, treinsporen en in de lucht stijgen dramatisch tijdens de gevaarlijke zone (tussen twee en zes uur ’s nachts). 80 tot 90 % van de ploegenarbeiders uiten hun bezorgdheid in verband met vermoeidheid of slaperigheid op het werk. Enkele voorbeelden van rampen die zich voordeden tijdens de nachtploeg zijn het zinken van de Titanic op 14 april 1912 om 3.00 u. ’s nachts, de nucleaire rampen op Three Mile Island op 28 maart 1979 om 4.00 u. ’s nachts en in Tsjernobyl op 26 april 1986 om 1.30 u. ’s nachts, de gaslek in Bhopal op 3 december 1984 om 2.00 u. ’s nachts, … Globaal genomen leiden onregelmatige werktijden tot oververmoeidheid in verhouding tot het uitgevoerde werk, een verstoring van de zintuiglijke waarneming en de motorische coördinatie, een aantasting van het denkvermogen en een verlenging van de reactietijd. Slaperige arbeiders hebben over het algemeen een tragere reactietijd, missen signalen, waarschuwingslichtjes of andere indicatoren van problemen, interpreteren instructies verkeerd of reageren ongepast op correct waargenomen signalen. De verhoogde vatbaarheid van de ploegenarbeider voor arbeidsongevallen of ongevallen onderweg naar huis is een belangrijk probleem.


        1. Enkele cijfers


Een recente studie heeft vierduizend ploegenarbeiders gevolgd over een periode van een jaar. Algemeen bekeken, lag het aantal kwetsuren tijdens de nachtploeg tot 20 % hoger dan bij de ochtendploeg. Wanneer men enkel de ernstige kwetsuren in beschouwing nam, lagen deze 80 % hoger dan bij de ochtendploeg. Hoewel de precieze oorzaken voor deze toegenomen risico's 's nachts nog niet helemaal duidelijk zijn, wijzen deze bevindingen op een probleem van verminderde veiligheid.
Werknemers met onregelmatige werktijden hebben tweemaal meer verkeersongevallen dan die met vaste werktijden. 41 % van de werknemers die in ploegen werken geeft toe dat ze achter het stuur in slaap vallen, terwijl dit voor de werknemers met vaste tijden maar 28 % is. De vermoeide bestuurders zijn zich vaak niet bewust van hun conditie en rijden soms 3 tot 30 seconden met de ogen helemaal toe. Eén slapeloze nacht veroorzaakt dezelfde psychomotorische en sensoriële stoornissen als 1 g/l alcohol in het bloed. Naar schatting valt 50 % van de werknemers van de nachtploeg minstens één keer per week in slaap op het werk en vecht elke nachtshift 75 % tegen de slaap.


      1. Stress


Een aantal individuele factoren spelen een belangrijke rol bij de tolerantie van ploegenarbeid. Ten eerste nemen gezondheidsproblemen bij ploegenarbeiders gewoonlijk toe met de leeftijd. Oudere personen vertonen grotere en langdurige verstoringen in hun slaap en humeur volgend op een verandering in hun slaappatroon. Dit suggereert dat de controle van de lichaamsklok over de slaap verandert met de leeftijd. Ten tweede, zoals eerder gezegd, worden ochtendtypes (in tegenstelling tot avondtypes) geassocieerd met een slechtere aanpassing aan ploegenarbeid. Het geslacht is op zichzelf niet noodzakelijk gerelateerd aan ploegenarbeidtolerantie. Daarnaast kunnen vrouwelijke ploegenarbeiders te kampen hebben met meer stressvolle levensomstandigheden door de extra tijdsdruk die ontstaat door het combineren van onregelmatige werkschema's en bijkomende huishoudelijke taken.

Grafiek 4: Prikkelbaarheid bij werknemers in dagdienst, werknemers met onregelmatige werktijden en werknemers in ploegendienst. Bron: Shiftwork and health, 2000.


De grafiek toont aan dat de prikkelbaarheid, veroorzaakt door een tekort aan slaap, ongeveer 6 % hoger is bij werknemers die in een ploegensysteem werken dan werknemers met dagdienst. Gemiddeld genomen hebben 30,4 % van de ploegenwerkers werkstress, dit aandeel loopt op tot 41,4 % bij de ploegenwerkers die hun dienstrooster frequent op het laatste moment (onvoorzien) gewijzigd zien (zie grafiek 5). Bij ploegenwerkers waar het dienstrooster niet frequent wijzigt, bedraagt het aandeel werknemers met werkstress 27,6 %. In verband met stress zijn vele enquêtes afgenomen, vele studies gedaan.

Grafiek 5: De werkstress bij nacht- en ploegwerkers indien het uurrooster al dan niet nog gewijzigd wordt na aanvang van het rooster. Bron: WBM 2004



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

  • Alertheid
  • Gevolgen: gedaalde werkprestatie en ongevallen
  • Enkele cijfers
  • Stress

  • Dovnload 346.8 Kb.