Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Kengetallen E3 Netto Opbrengst en Lactatiewaarde

Dovnload 110.48 Kb.

Kengetallen E3 Netto Opbrengst en Lactatiewaarde



Pagina1/2
Datum05.12.2018
Grootte110.48 Kb.

Dovnload 110.48 Kb.
  1   2

Kengetallen

E3

Netto Opbrengst en Lactatiewaarde

Inleiding


Na elke monstername wordt voor alle melkkoeien op het bedrijf een Netto Opbrengst (NO) berekend. De NO geeft het gecorrigeerde rendement van een lactatie weer. Hierdoor kunnen lactaties binnen een bedrijf met elkaar worden vergeleken. Op het bedrijfsoverzicht van de MPR-uitslag is het gemiddelde van de NO’s per groep koeien en het bedrijf vermeld. De berekening is gebaseerd op de gerealiseerde en/of voorspelde lactaties zoals die bepaald zijn bij de laatste monstername. Op het dieroverzicht van de MPR-uitslag zijn de NO’s per koe, op relatieve schaal d.m.v. de lactatiewaarde (LW), vermeld. Hoe hoger de LW van een koe, hoe hoger de NO van de lactatie is in vergelijking met andere koeien binnen het bedrijf. NO en LW zijn veel gebruikte kengetallen binnen de bedrijfsvoering op melkveebedrijven.
Het begrip LW werd in 1977 voor het eerst gepresenteerd. De toenmalige LW was anders gedefinieerd dan nu. Het gaf de relatieve hoeveelheid vet- en eiwitproductie aan van een koe over de eerste 305 dagen in een lactatie. Daarbij was de productie gecorrigeerd voor leeftijd en seizoen van afkalven. Deze relatieve productie van vet en eiwit was uitgedrukt ten opzichte van het bedrijfsgemiddelde. In de jaren tachtig is de berekening van de LW bijgesteld. Deze LW was gebaseerd op de NO van een 305-dagenproductie. Het stelde de relatieve NO van de gerealiseerde of verwacht gestandaardiseerde 305-dagenproductie van een koe voor. In oktober 2005 is de berekening van de LW opnieuw aangepast. De NO wordt berekend op basis van de voorspelde en/of gerealiseerde lactatieproductie. Deze lactatieproductie wordt eerst gecorrigeerd voor de verwachte tussenkalftijd (VTKT). Daarna vindt standaardisatie plaats door te corrigeren voor het seizoen van afkalven en de leeftijd bij afkalven. Op basis van het vetpercentage van de lactatie ten opzichte van het bedrijfsgemiddelde vindt eventueel een vetcorrectie plaats. In dit deel wordt ingegaan op de berekening van de NO en de LW.

Criteria voor Netto Opbrengst


De NO die op de MPR-uitslag staat is het gemiddelde van de NO’s per koe. De NO per koe wordt berekend voor zowel melkgevende als droogstaande koeien. Ze worden berekend voor de koeien die voldoen aan de volgende criteria:

  • de lactatie is langer dan 13 dagen;

  • de leeftijd bij afkalven is groter dan 21 maanden (oftewel > 1.09 jaar);

  • er is een bekende lactatieproductie (voorspeld en / of berekend).



Berekening van Netto Opbrengst


De NO wordt berekend op basis van de productie van kg melk, kg vet en kg eiwit gedurende een lactatie. De lactatieproductie wordt gecorrigeerd voor de (verwachte) tussenkalftijd, leeftijd bij afkalven en seizoen van afkalven. Vervolgens vindt eventueel een vetcorrectie plaats.

Bepaling lactatieproductie


Voor de berekening van de NO wordt eerst de lactatieproductie van de koe bepaald. Op basis van voortplantingsgegevens wordt de VTKT berekend door het verschil te nemen tussen de kalfdatum en de verwachte kalfdatum van de volgende lactatie. De verwachte droogzetdatum wordt bepaald op basis van de gemiddelde lengte van de droogstand op bedrijfsniveau (= aantal dagen droog verwacht; dit is door de veehouder op te geven). Vervolgens wordt de lactatieproductie berekend / voorspeld voor de lactatie, van de kalfdatum tot de (verwachte) droogzetdatum.

Correctie voor tussenkalftijd


De voorspelde lactatieproductie wordt gecorrigeerd voor de VTKT van de koe. Dit wordt gedaan door de productie van kg melk, kg vet en kg eiwit te delen door de VTKT en vervolgens te vermenigvuldigen met 365 dagen.

Standaardisatie voor leeftijd en seizoen van afkalven


De lactatieproductie wordt vervolgens eerst gecorrigeerd voor seizoen van afkalven. Koeien die bijv. in oktober afkalven hebben doorgaans een hogere productie dan koeien die in april afkalven. Door te corrigeren voor een seizoens-effect zijn lactaties van koeien die in het najaar afkalven vergelijkbaar met lactaties van koeien die in het voorjaar afkalven. Daarnaast wordt de lactatieproductie gecorrigeerd naar volwassen leeftijd (69 - 92 maanden) bij afkalven. Door de productie naar volwassen leeftijd te corrigeren zijn NO’s (en dus ook de LW’s) van koeien met verschillende pariteiten met elkaar vergelijkbaar.

Vetcorrectie


Op basis van het voorgaande kan de NO berekend worden zonder een eventuele vetcorrectie.
De NO1 (voor vetcorrectie) wordt alsvolgt berekend.

NO1 = (Ykgmelk x EW1 + Ykgvet x EW2 + Ykgeiwit x EW3)

Waarbij:


NO1 = NO van de betreffende lactatie

Ykgmelk = lactatieproductie voor kg melk

Ykgvet = lactatieproductie voor kg vet

Ykgeiwit = lactatieproductie voor kg eiwit

EW1 t/m EW3 = economsiche waarden voor resp. kg melk, kg vet en kg eiwit

(tabel 1)


Op basis van de gecorrigeerde lactatieproductie voor kg melk en kg vet is het vetpercentage van de lactatie te berekenen. Wanneer het vetpercentage van de lactatie hoger is dan het gestandaardiseerde bedrijfsgemiddelde dan leidt dit tot een correctie van de NO. De vetcorrectie wordt middels onderstaande stappen bepaald.


  1. Bepaling hoeveelheid extra benodigde quotumliters.

Het aantal quotumliters geeft de hoeveel extra liters van het quotum weer die gebruikt worden op basis van het gemiddelde vetpercentage van het bedrijf. Uitgangspunt hierbij is dat deze extra liters op bedrijfsniveau niet geproduceerd mogen worden i.v.m. een eventuele quotumoverschrijding.
Quotumliters = Ykgmelk x 0,18 x (Vkoe - Vbedrijf)
Waarbij:

Quotumliters = aantal extra benodigde liters van het melkquotum

Vkoe = vetpercentage van de lactatie

Vbedrijf = vetpercentage van het bedrijf bij de vorige monstername

(gestandaardiseerd 305 dagen)


  1. Berekening van de eiwitwaarde van de quotumliters.

Omdat de quotumliters niet geproduceerd mogen worden zullen er ook geen extra kg’s eiwit geleverd worden. Dit betekent dat de veehouder de bijbehorende eiwitvergoeding misloopt. Omdat de hoeveelheid eiwit ook niet geproduceerd wordt, wordt economische waarde voor eiwit gebruikt.
Eiwitwaarde = quotumliters * (Ebedrijf / 100) * EW3
Waarbij:

Eiwitwaarde = gestandaardiseerde waarde van de quotumliters

Ebedrijf = eiwitpercentage van het bedrijf bij de vorige monstername

(gestandaardiseerd 305 dagen)




  1. De NOvc na vetcorrectie wordt dan:



NOvc = NO1 - eiwitwaarde

Waarbij:


NOvc = NO na vetcorrectie

Tabel 1. Factoren voor de berekening van EW-vc, vetcorrectie en NO-koe*.


  1   2

  • Criteria voor Netto Opbrengst
  • Berekening van Netto Opbrengst
  • Bepaling lactatieproductie
  • Correctie voor tussenkalftijd
  • Vetcorrectie
  • NO vc = NO 1 - eiwitwaarde

  • Dovnload 110.48 Kb.