Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Kennismaking

Dovnload 1.61 Mb.

Kennismaking



Datum16.05.2018
Grootte1.61 Mb.

Dovnload 1.61 Mb.

LES 1

KENNISMAKING



    1. Alfabeet

Suara

Suara

Suara

a - aa

j – yee

s - es

b - bee

k - kaa

t - tee

c - see

l - el

u - uu

d - dee

m - em

v - vee

e - ee

n - en

w - wee

f - ef

o - oo

x - iks

g - gee (khee)

p - pee

y - ey

h - haa

q - kuu

z - zet

i - i

r - er



Dalam Bahasa Belanda terdiri dari 26 huruf , yaitu 5 (lima) huruf hidup, a,e,i,o dan u disebut klinkers dan 21 (dua puluh satu) huruf mati (konsonant) disebut medeklinkers.



Dibawah ini ada beberapa cara pengucapan dari berbagai-bagai suara yang harus dipelajari dan dihapal dengan benar.


Tanda - tanda suara

Bahasa Indonesia

Bahasa Belanda

1.Suara (a)

Sahabat

Bal

2.Suara (aa)

-

maar

3.Suara (e)

Pendek

geld

4.Suara (e) lemah

Seneng

water

5.Suara (ee) panjang

-

veel

6.Suara (i) lemah

-

Ik

7.Suara (ie) biasa – i

Sini

hier

8.Suara (o) biasa

Kotor

dom

9.Suara (oo) panjang

-

voor

10.Suara (oe) – u

Buku

goed

11.Suara (u) – i




gulden

12.Suara (uu)

-

uur

13.Suara (ij) – ey

-

Hij

14. Suara (ei)

mei

mei

15. Suara (au) – ow

-

blauw

16. Suara (ou) – ow

-

oud

17. Suara (ui) – ey

-

huis

18. Suara (eu) – ee

-

deur

19. Suara (ch) – kh

-

kuchen

20.Suara (ch) – sy

-

chauffeur



1.2. Persoonlijke Voornaamwoord (Personal Pronouns)


Onderwerp (subject)

Lijden voorwerp

(objective case)

Kt.ganti menyata

Kan pernyataan



Bezittelijk voornaam

woord (possesive determiners) kt.ganti menyatakan

kepunyaan


Wederkerend naam

woord (reflexive

pronouns) kt.ganti

menyatakan diri



ik

mij / me

mijn, m’n

mij / me

Jij / je

jij / je, jouw

je, jouw

je

U

U

Uw

U

Hij

hem, m

zijn, z’n

ich

Zij/ze

haar, a’r

haar, a’r

zich

Het

Het

het

zich

Wij/we

onze/ons

onze/ons

ons

Jullie

jullie/je

Jullie

je

Zij/ze

Hen

Hun

zich



1.3 Onvoltooid tegenwordige tijd (o.t.t) atau bentuk Present Tense dalam kata kerja tidak teratur(irregular) atau sterkewerkwoorden.


OW + PV + ADV

Modal >


A. Zijn To be

1. Ik ben een advocaat 1. I am a lawyer

2. Jij/je bent een aanklager(penggugat) 2 .You are a plaintiff

3. U bent (is) een raadsheer (hakim agung) 3. You are high judge

4. Hij is een politiechef (kepala polisi) 4. He is a chief police

5. Zij/ze is een verdachte (tertuduh) 5. She is a suspected

6. Wij / we zijn ambtenaren(pegawai negeri) 6. We are government employee

7. Jullie zijn juristen(ahli hukum) 7. You are law expert

8. Zij / ze zijn rechter commisaris (hakim 8. They are special official judge

Petugas khusus)


B. Modal >
OW + PV + ADV.

Hebben To have

  1. Ik heb een boek woorden 1. I have a law book/dictionary

  2. Jij / je hebt een boek woorden 2. You have a law book/ dictionary

  3. U hebt (heeft) een boek.woorden 3. You have a law book /dictionary

  4. Hij heeft een boek. woorden 4. He has a law book /dictionary

  5. Zij / ze heeft een boek. woorden 5. She has a law book./ dictionary

  6. Wij / we hebben een boek woorden 6. We have a law book / dictionary

  7. Jullie hebben een boek woorden 7. You have a law book./ dictionary

8, Zij / ze hebben een boek woorden. 8. They have a law book/ dictionary.

Keterangan :

OW- Onderwerp (subject)

PV – Persoon vorm (verb)

A – Adverbia (adverb)
1.4 Lijden voorwerp (objective case/object), kata ganti menyatakan pernyataan.


OW + PV+ LIJDEN VOORWERP (OBJECT)



Modal >

1. De man roept mij / me > orang itu panggil saya.

2. De man roept jij / je. > orang itu panggil kau

3. De man roept U. > orang itu panggil anda.

4. De man roept hem. > orang itu panggil dia (laki-laki)

5. De man roept haar. > orang itu panggil dia (pr).

6. De man roept ons. > orang itu panggil kita.

7. De man roept Jullie/ je. > orang itu panggil kamu (jamak)

8. De man roep hen. > orang itu panggil mereka.
1.5 Bezittelijk voornaam woord (possesive determinese)

Kata ganti menyatakan kepunyaan (milik).


B.V. + ADV + PV + ADV



Modal >


  1. Mijn huis is groot > rumah saya besar

  2. Je huis is groot. > rumah kamu besar

  3. Uw huis is groot > rumah anda besar

  4. Zijn huis is groot > rumah dia (lk) besar

  5. Haar huis is groot > rumah dia (pr) besar

  6. Ons huis is groot. > rumah kita besar.

  7. Jullie huis is groot. > rumah kamu besar.

  8. Hun huis is groot. > rumah mereka besar.

  9. Onze huis is groot. > rumah kami besar.

Keterangan :

Ons - kt. Benda (het)

Onze – kt. benda (de)

Onze – kt. Benda (de) jamak.

Onderwerp – subject

Lijden voorwerp – object


1.6 Wederkerend Naamwoord (Reflexive Pronouns)

Kata ganti pernyataan diri (Self).


(S) OW + PV + W W + ADV + PV.1.



A.


  1. Ik span mij in leren. > saya paksakan diri belajar.

  2. Jij / je spant je in leren > kau paksakan diri belajar

  3. U spant U in leren. > Anda paksakan diri belajar.

  4. Hij spant zich in leren. > dia (lk) paksakan diri belajar.

  5. Zij / ze spant zich in leren. > dia(pr) paksakan diri belajar.

  6. Wij /we spannen ons in leren. > kita paksakan diri belajar

  7. Jullie spannen je in leren. > kamu (jamak) paksakan diri belajar

  8. Zij / ze spannen zich in leren. > mereka paksakan diri belajar.


(S) OW + PV + W.W.




1. Ik herinner mij > saya ingat

2. Jij/ je herinner je > kau ingat

3. U herinnert U. > kamu ingat

4. Hij herinnert zich. > dia (lk) ingat

5. Zij / ze herinnert zich. > dia (pr) ingat

6. Wij / we herinneren je. > kamu ingat.

7. Jullie herinneren je. > kamu ingat.



8. Zij / ze herinneren zich. > mereka ingat.


Woorden - Daftar Kata

Woorden - Daftar Kata

Wie – siapa

dame – nyonya, ibu

Wat – apa

mijnheer – tuan

Waar – dimana

meneer – tuan

Waarom – kenapa

mevrouw – nyonya

Wanneer – kapan, bila

juffrouw – nona

Hoe – bagaimana

zon – anak laki-laki

Hoeveel – berapa

dochter – anak perempuan

Warheen – kemana

aanwezig, voorhanden - hadir

In - didalam

presentielijst – daftar hadir

Mogelijk – mungkin

oprecht, recht - benar

Mogen – boleh

mislukt , missen - salah

Kunnen – dapat

vader - ayah

Op – diatas

moeder – ibu

Boven – lebih diatas lagi

grootvader – kakek

Achter – dibelakang

grootmoeder – nenek

Onder – dibawah

kleinkind – cucu

Welk – yang mana

nakomelingen, nageslacht - anak cucu

1.7 Lembaran Kerja

Latihan / Oefening
A. Isilah bentuk yang tepat dari kata kerja “ zijn” dalam kalimat – kalimat dibawah ini :


  1. In Duitsland .......... onlangs een noodwet aangenomen.




  1. Eenzame opsluiting .....................mogelijk voor dertig dagen




  1. Volgens Amnesty ...........het afranselen van gevangenen een wrede.




  1. Er ..............vijf vertrouwensartsen ingeschakeld op verzoek van de advocaat van de drie terroristen.




  1. Zedelijke normen, dat ............. regels bepaald door het geweten.

B. Isilah bentuk yang tepat dari kata kerja “ hebben “ dalam kalimat – kalimat dibawah ini :


1. De officieren van justitie ............ veel meer contact met de verdachte
2. Amnesty Inter national ............ het regime in Pakistan dringend opgeroepen.
3. Dat burges recht .....................op informatie.
4. In de voorgaande uiteenzettingen .......................we het recht leren kennen.
5. Zij .................ook geen invloed bij het bepalen van de strafmaat.


    1. Terjemahan / Vertalingen

Terjermahkan kalimatkalimat dibawah .

    1. Het subjectief recht is de bevoegdheid aan iemand gegeven.

................................................................................................................

    1. Belangrijk is het “ individuele klachtrecht”

..............................................................................................................

    1. Hij heeft slechts het dossier om gegevens uit te krijgen.

..............................................................................................................

    1. Amnesty heeft een raport gepubliceerd over de situatie van de politieke gevangenen in Pakistan.

................................................................................................................

...................................................................................................................



    1. Dat is opgesteld door een missie van Amnesty – medewerkers.

.................................................................................................................
LES 2
2.1 Mendengar / Afluisteren

Tujuan : Memahami makna dalam kalimat sederhana dan mengungkapkan makna dalam kalimat –kalimat dalam konteks kalimat yang berhubungan dengan satu frase dengan frase yang lain.


DE EERSTE PLANTER OP SUMATRA

Tugas a : Mendengarkan dan membaca

Dengarkan teks berikut ini. Anda akan mendengar teks ini dua kali. Cobalah untuk ikut membaca.


  1. De agrarische wet van 1870 maakte een einde aan het Cultuurstelsel.

  2. Dit leidde tot particuliere investeringen uit Nederland en de groei van grote landbouwondernemingen.

  3. De eerste Nederlandse ondernemer in Deli heette J.Nienhuys

  4. Hij geldt als grondlegger van de wereldberoemde tabaksteelt.

  5. De mythe luidt dat hij het oerwoud veranderde in tabakstuinen, maar dat is onzin.

  6. Reed in 1823 werd geschreven dat handel en landbouw bloeiden in dit gebied.

  7. Uitvoerproducten waren : peper, was, rotan, peulvruchten, gambir, tabak en rijst.

  8. Invoerproducten waren in 1823; zout, opium, lijnwaden, ijzerwaren, gereedschap, enz

  9. Na 1830 raakte de oostkust van Sumatra in verval.

  10. Bij de komst van Nienhuys in 1863 had de Sultan van Deli slechts een jaarinkomen van 1000 dollar.

  11. Maar het gebied was niet alleen oerwoud : er was al landbouw en er waren politieke gemeenschappen.


Perbendaharaan Kata / Woorden

Al – sudah

Bij de komst van nienhuys – pada saat Nienhuys datang

Bloeiden – berkembang

Dat – bahwa; hal itu

De agrarische wet – undang-undang agraria

De eerste ondernemer – pengusaha perkebunan pertama

De eerste planter – pengusaha perkebunan pertama

De groei (van) – bertambah banyaknya, pertumbuhan

De mythe – mitos

De oostkust – pantai timur

Een jaarinkomen – penghasilan tahunan

Enz. = (enzovoort, etcetra) – dsb.

Geldt als – dianggap, berlaku

Gereedschap – perkakas

Grondlegger – peletak dasar

Grote landbouwondernemingen – perkebunan besar

Had slechts – hanya mempunyai

Handel – perdagangan

Heette – bernama

Het Cultuurstelsel – sistem budidaya tanaman (sistem tanam paksa)

Het gebied – wilayah

Het oerwoud – hutan belantara

In dit gebied – diwilayah ini

Investeringen – investasi / penanaman modal

Invoerproducten – produk impor

Landbouw – pertanian

Leidde tot – membawa kearah

Lijnwaden – kain

Luidt – mengatakan (berbunyi)

Maakte een einde aan – mengakhiri

Maar – tetapi

Na 1830 – setelah tahun 1830

Niet alleen – tidak hanya, bukan saja.

Onzin – omong kosong, cerita bohong

Peper – lada

Peulvruchten – kacang-kacangan

Politieke gemeenschappen – ikatan politik

Raakte in verval – mengalami kemunduran

Reeds – telah, sudah

Rijst – beras

Tabak – tembakau

Tabakstuinen – kebun tembakau

Uit Nederland – dari Negeri Belanda

Uitvoerproducten – produk ekspor

Van de tabaksteelt – dari budidaya tembakau

Veranderde in – mengubah menjadi

Waren – adalah (bentuk lampau – jamak)

Was – adalah(bentuk lampau, tunggal)

Was (nomina) – palam

Werd geschreven – telah ditulis

Wereldberoemd – termasyur diseluruh dunia

Zout – garam
2.2 Lembaran Kerja :
Terjemahkan kalimat – kalimat dibawah ini
1. De agrarische wet van 1870 maakte een einde aan het cultuurstelsel.

.........................................................................................................................................

..........................................................................................................................................


  1. Dit leidde tot particuliere investeringen uit Nederland en de groei van grote hij landbouwondernemingen.

.......................................................................................................................................

......................................................................................................................................



  1. De eerste Nederlandse ondernemer in Deli heete J. Nienhuys.

.......................................................................................................................................

........................................................................................................................................



  1. Hij geldt als grondlegger van de wereldberoemde tabaksteelt.

.......................................................................................................................................

........................................................................................................................................



  1. De mythe luidt dat hij het oerwoud veranderde in tabakstuinen, maar dat is onzin.

........................................................................................................................................

........................................................................................................................................



  1. Reeds in1823 werd geschreven dat handel en landbouw bloeiden in dit gebied.

.........................................................................................................................................

.........................................................................................................................................



  1. Uitvoerproducten waren; peper,was, rotan, peulvruchten, gambir, tabak en rijst.

...........................................................................................................................................

...........................................................................................................................................



  1. Invoerproducten waren in 1823; zout, opium, lijnwaden, ijzerwaren, gereedschap, enz.

...........................................................................................................................................

...........................................................................................................................................



  1. Na 1830 raakte de oostkust van Sumatera in verval.

..........................................................................................................................................

...........................................................................................................................................




  1. Bij de komst van Nienhuys in 1863 had de Sultan van Deli slechts een jaarinkomen van 1000 dollar.

.............................................................................................................................................

.............................................................................................................................................




  1. Maar het gebied was niet alleen oerwoud : er was al landbouw en er waren politieke gemeenschappen.

..............................................................................................................................................

..............................................................................................................................................



2.3 Groeten Ucapan salam

Goede morgen/goeie morgen - selamat pagi

Goede middag/dag

Goeie middag / dag - selamat siang

Goeden avond/goeie avond - selamat sore

Goede nacht / goeie nacht - selamat malam

Tot ziens/ tot kijk - sampai jumpa lagi

Als het U belief - silahkan

Goede reis - selamat berjalan-jalan

Smakkelijk eten - selamat makan

Excuseer - permisi
2.4 Naam van de dagen Nama - nama hari

Zondag – Minggu

Maandag – Senin

Dinsdag – Selasa

Woensdag – Rabu

Donderdag – Kamis

Vrijdag – Jum’at

Zaterdag – Sabtu


2.5 Naam van de maanden Nama - nama bulan

Januari – (yanuu-aa-ri) – Januari

Februari (fee-bruu-aa-ri) – Februari

Maart - Maret

April – April

Mei – Mei

Juni (yuu-ni) – Juni

Augustus (ow-gustus) – Agustus

September – September

October – Oktober

November – Nopember

December – Desember


2.6 Officiele feest dagen - Hari libur resmi

Congratulation Vragen - mohon

De gelukwensen over brengen/ - menyampaikan ucapan selamat

Feliciteren/ good luck - mengucapkan selamat

Gelukkig feest dag – selamat hari raya / lebaran

Gelukkig nieuw jaarsdag – selamat tahun baru

Tweede kerst dag – hari natal kedua


2.7 Tijd - Waktu

‘ s avonds - sore hari

‘ s nachts - malam hari

‘s ochtends - pagi hari

De dag – siang hari

De volgende dag - hari yang akan datang / berikutnya

Deze maand – bulan ini

Deze nacht – malam ini

Deze zondag / week – minggu ini

Eergisteren – kemarin dulu

Gisteren – kemarin

Gisteren – kemarin

Heiligent feest – hari suci

Midder nacht – tengah malam

Morgen vroeg – besok pagi

Morgen – besok pagi

Morgen – besok

Naam dag – nama hari

Nu – sekarang

Onlangs – tempo hari

Over dag – selama hari itu

Over drie dagen – dalam tiga hari ini

Over morgen – lusa

Over twee weken – dalam dua minggu ni

School vacantie – hari liburan sekolah

Twee dagen geleden – dua hari yang lalu

Twee nachten geleden – dua malam yang lalu

Twee seconden – dua detik

Twee uren – 2 jam

Vacantie – liburan

Vacantie dag – hari libur

Van avond – sore ini, nanti malam

Van daag – hari ini

Van morgen - pagi ini, tadi pagi

Vandaag - hari ini

Vasten maand – bulan puasa

Verjaar dag – hari kelahiran

Verleden jaar – tahun yang lalu

Verleden maand – bulan yang lalu

Vij minuten – lima menit yang lalu

Volgende maand – bulan yang akan datang

Vorgie maand – bulan lalu

Vorige – dahulu

Vrije dag - hari libur

Week – minggu

Week dag – hari minggu

Weekeinde – akhir minggu

Werk dag – hari kerja

Zoeven – tadi
2.8 Oefening/ Gesprek

1. Mag ik mij voorstellen jegens U ? – Bolehkah saya memperkenal-

kan diri saya pada anda ?

Ja, U mag U voorstellen jegens mij. – Ya, anda dapat memperke-

nalkan diri anda pada saya.

2. Hoe heet je/ U ? - Siapa nama anda ?

Mijn naam is .............. – Nama saya adalah --------

Ik ben ......................... – Saya adalah ......................

3. Hoe gaat het met jouw/U ? - - Apa kabar Anda ?

Ik ben goed. - Saya baik / sehat.

Ik ben niet goed. - Saya tidak sehat.

4. Welke dag is het vandaag ? – Hari apakah hari ini ?

Het is vrijdag. – Hari ini hari jum’at.

5. Wat is de datum vandaag ? - Tanggal berapakah hari ini ?

De datum vandaag is 2 october – Hari ini tanggal 2 Oktober 2011.

2011.


Het is 2 October 2011.

6. Welke maand is het ? - Bulan apakah bulan ini ?

Het is Maart - Bulan ini bulan Maret.

7. Hoe laat is het nu ? - Pukul berapa sekarang ?

Het is 8 uur. – Pukul 8.


  1. Waar kom je van daan ? – Kamu datang dari mana ?

Ik kom van Bandung. – Saya datang dari Bandung.

  1. Waar ga je naar toe ? – Kamu hendak kemana ?

Ik ga naar Bali. – Saya pergi ke Bali.

  1. Waar wonen jullie ? - Dimana kamu tinggal ?

Ik woon in Surabaya. – Saya tinggal di Surabaya.

  1. Wat doe je nu ? - Apa pekerjaan anda sekaran ?

Ik ben student - Saya mahasiswa.

  1. Wat is Uw adres ? - Dimana alamat anda ?

Mijn adres is ............ Alamat saya adalah .................

  1. Heb je begrepen ? - Mengertikah anda, pahamkah anda ?

Ja, ik heb begrepen. – Ya, saya sudah mengerti.

Nee, ik heb niet begrepen – saya belum mengerti.

Nee, ik heb het nog niet begrepen - Saya belum mengerti.


  1. Wat doet het er toe , wat is er tegen ? - Apa salahnya ?



LES 3

3.1. Pemahaman Teks Eksposisi Analitis/Analyse Expositie Tekst Bestudering


Tujuan Eksposisi Analitis (Analyse Expositie) adalah untuk meyakinkan pembaca atas sesuatu atau menjelaskan sesuatu kepada pembaca, misalnya memberikan informasi, menjelaskan topik atau memberikan definisi atas teks atau kata.
DE MENSEN VAN HET RECHT
1 De gebouwen van de zestig kantongerechten, negentien arron-dissemenstsrechtbanken en vijf gerechtshoven van Nederland zien er allemaal somber en koud uit. De rneeste zijn gebouwd na 1850. Lange kale gangen, zalen met hoge plafonds, grote zware stoelen voor

5 rechters en harde houten banken voor verdachten en getuigen. Het departement van Justitie probeert deze situatie te veranderen en er zijn al sommige rechtbanken en kantongerechten verbouwd en in een modernere staat gebracht. Maar veel rechters en Officieren van Justitie, vooral de ouderen onder hen, zijn niet erg gelukkig met deze

10 vernieuwingen. Zij verzetten zich bijvoorbeeld tegen een gescheiden opstelling van de tafels van Rechtbank en Openbaar Ministerie. Het departement probeert door te voeren, dat de tafels van de rechters en de Officier van Justitie van elkaar worden losgemaakt om voor de

15 verdachte de indruk te vermijden dat ze onder e£n hoedje spelen. In sommige rechtszalen is net verdachtenhokje verdwenen. De verdachte hoeft dan niet meer te staan tijdens het verhoor, dat op deze manier meer gaat lijken op een gesprek dan op een ondervraging. Er zijn nog

20 leden van de rechterlijke macht en zelfs advokaten die zich hiertegen verzetten, maar de meesten vinden het toch een grote verbetering.

Naar: Jac. van Veen, De rechten van de mens, de mensen van het recht. Opstellen over de praktijk van de Nederlandse rechtspraak. Amsterdam 1971