Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Kernwoorden aanpassing amfibie

Dovnload 3 Mb.

Kernwoorden aanpassing amfibie



Pagina9/11
Datum10.05.2018
Grootte3 Mb.

Dovnload 3 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

De Australische longvis


is het oudste ‘levende fossiel’ van een gewerveld dier.

(Foto: AP)

De eerste vissen die zich 380 miljoen jaar geleden met pootachtige vinnen aan land sleepten, zagen meer kleur dan de moderne mens. Dit betekent dat die vissen zelf en de rest van de natuur op het land toen waarschijnlijk al zeer kleurrijk waren.

Dat concludeert een team van biologen onder leiding van Helena Bailes van de universiteit van Manchester uit een analyse van genen voor kleurpigment in cellen van het netvlies van de Australische longvis Neoceratodus forsteri. De studie verscheen afgelopen donderdag in het gratis toegankelijke wetenschappelijke tijdschrift BMC Evolutionairy Biology. De longvis is volgens veel wetenschappers de nauwste levende verwant van die eerste ‘vissen met pootjes’ zoals Tiktaalik, een fossiel dat in 2004 is ontdekt op het Canadese Ellesmere Island. Longvissen ademen met hun kieuwen, maar kunnen ook lucht ademen als het water te ondiep is, of zuurstofarm.

„De conclusie dat longvissen meer kleuren zien dan mensen is zeker gerechtvaardigd”, zegt onderzoekster Bailes in een telefonische toelichting. „Ze zien ultraviolet licht en waarschijnlijk ook licht dat in de buurt komt van infrarood. Ze zien ook meer contrast. Dat kan nuttig zijn bij de jacht op kikkertjes en visjes. Ook in het paringsritueel, waarbij longvissen rondrollen en hun oranjerode buik tonen, spelen kleuren een belangrijke rol. ”

Deze aanwijzingen voor pigmenten in het netvlies van dieren uit de prehistorie zijn een van de weinige aanknopingspunten om te bepalen hoe kleurrijk de natuur op aarde miljoenen jaren geleden is geweest. Op het land leefden destijds al insekten en planten, hun kleur is niet bekend. Die blijft in fossielen doorgaans niet bewaard.

De manier waarop vroege vierpoters kleuren zien, verschilt van die van de vissen, en lijkt veel meer op die van de latere amfibien. Het is ook geavanceerder dan de manier waarop zoogdieren kleuren zien. De Australische longvis heeft in zijn netvlies vier verschillende zogeheten kegelcellen, elk gespecialiseerd in een deel van het lichtspectrum. Ook amfibien en vogels hebben vier verschillende typen kegelcellen, elk gekenmerkt door een specifiek pigment. Mensen hebben slechts drie verschillende kegelcellen (voor blauw, groen en rood licht). Daarnaast liggen in het netvlies ook staafjes die zorgen voor zicht gedurende de nacht.

Kegelcellen in het netvlies hebben zich in de loop van de evolutie snel aangepast aan de omgeving. Zo hebben de meeste zoogdieren maar twee kegeltjes, twee minder dan Tiktaalik. Bailes: „Ze zijn kleurenblind, althans bij mensen noemen we dat zo. Het betekent niet dat ze zien in zwart/wit, maar ze kunnen het verschil niet zien tussen groen en rood. Verschillen tussen licht met een hele lange golflengte [rood] en licht met een heel korte golflengte [blauw] zien ze wel.”

Bailes gaat ervan uit dat primitieve zoogdieren twee typen kegelcel verloren, omdat zij die als nachtdieren in hun vroege evolutie nauwelijks nodig hadden. Pas veel later in de evolutie kregen primaten er weer een kegeltje bij. Dat hielp hen bij het onderscheid tussen onrijpe en kleurrijke vruchten. De mens stamt af van zulke vruchtenetende primaten.

Dat de longvis vier verschillende kegelcellen heeft, wijst volgens Bailes op een nauwe verwantschap met andere viervoeters zoals amfibieën, reptielen (en vogels): „In beenvissen [de overgrote meerderheid van de nog levende vissen] zijn vijf verschillende pigmenten aangetoond in de kegelcellen in het netvlies. Mogelijk is dit een aanpassing aan de gevarieerde lichtomstandigheden onderwater [diep/ondiep, modderig/helder, red.]. Voor wat betreft de genen voor kleuren zien staat de longvis met zijn vier typen kegels dus dichterbij de amfibieën dan bij de beenvissen.”

Ondanks de relatief snelle aanpassing van kleurenvisie aan de leefomstandigheden in de evolutie denkt Bailes dat de kleurenvisie in longvissen honderden miljoenen jaren geconserveerd bleef. De Australische longvis Neoceratodus forsteri is de enige overlevende van een groep longvissen waarvan resten zijn teruggevonden in 135 miljoen jaar oude lagen gesteente. „Ze leven vandaag de dag in Australië in helder ondiep water”, zegt Bailes. „De vindplaats van de fossielen wijst erop dat dit milieu niet veel veranderd is.” Ook uiterlijk lijkt de Australische longvis sterk op de fossielen uit die tijd. „Deze longvis is in feite het oudste levende fossiel van een gewerveld dier”, zegt Bailes. „Naast de longvis is een andere prehistorische vis, de Coelacanth, een klassiek voorbeeld van een levend fossiel. Deze vis verscheen ruim vierhonderd miljoen jaar geleden al, maar het skelet van fossiele exemplaren wijkt toch wel enigszins af van het dier dat nu leeft.” De studie van Bailes is een aanwijzing dat niet de Coelacant, maar de longvissen de nauwste levende verwanten zijn van de dieren die 380 miljoen jaar geleden het vermogen ontwikkelden om aan land te gaan.

Tot voor kort is wel aangenomen dat longvissen, trage dieren met kleine oogjes, niet al te best zien. Het lijkt niet ingewikkeld om de genetische aanwijzingen voor kleurenvisie in het laboratorium te bevestigen. Bailes: „Dat soort experimenten willen we graag doen, maar deze vissen zijn groot. Om het zien van kleuren aan te tonen gebruiken onderzoekers aquaria waarin voedsel wordt verstopt in compartimenten die met verschillende kleuren worden belicht. Vissen van 1,20 tot 1,30 meter lang zijn voor dergelijke experimenten niet erg geschikt.”


Tropische vis kan ook op land leven


15 november 2007 17:50


Een tropische vissoort die in de mangroves van Brazilië« en Belize rondzwemt, kan ook op land leven. De vissen kunnen 66 dagen buiten het water leven.
De vis eet gedurende deze periode ook niet, zo meldt .
De aalvormige meerval heeft zijn kevers het liefst vers van het land. Foto Sam van Wassenbergh.

En zo buigt de vis zijn flexibele wervelkolom. Afbeelding Sam van Wassenbergh.
De aalvormige meerval Channallabes apus kan iets bijzonders. Als vis leeft Channallabes natuurlijk in het water, maar zijn prooien plukt hij graag van het land. Hij gebruikt daarvoor geen slimme truc zoals de schuttervis, die smakelijke insecten van hun blaadjes af spuugt. De langwerpige meerval komt zijn hapjes zelf halen.

De Vlaming Sam van Wassenbergh, bioloog aan de Universiteit van Antwerpen, filmde hoe de meerval een stuk voedsel op de wal ving. De vis komt gedeeltelijk uit het water, tilt het voorste deel van zijn lichaam op en buigt zijn kop naar beneden, richting kever. Waarna hij hem beetpakt en opslokt. Het dier kan dit dankzij zijn aangepaste en daardoor meer flexibele wervelkolom. Dat buigvermogen is belangrijk, want zou de kop star zijn, dan zou de meerval zijn prooi alleen maar van zich af duwen. De door vissen veel gebruikte zuigtactiek zou ook weinig uithalen, want lucht heeft een lagere dichtheid dan water. En met een beetje zuigen krijg je een prooi boven water echt niet zo snel van zijn plaats.

Een andere, uitgestorven vis, de vorige week in Nature voorgestelde Tiktaalik had ook zo’n beweeglijke kop.

Tiktaalik is een zogenaamd ‘overgangsfossiel’, dat duidelijk laat zien hoe vissen geëvolueerd zijn tot landdieren. Behalve een flexibele kop had het dier pootachtige vinnen, waarmee hij door het ondiepe water kon scharrelen en misschien zelfs op het land.

Van Wassenbergh denkt dat niet alleen de ontwikkeling van poten belangrijk zijn geweest bij het ontstaan van landdieren, maar ook die van een beweeglijke wervelkolom en kop.

Want op het land kunnen lopen is één ding, maar dat wordt pas echt interessant als je er ook van kunt eten.

http://scienceblogs.com/pharyngula/2006/04/catfish_eating_its_dinner.php

(1.5MB Quicktime movie)

Van Wassenbergh S, Herrel A, Adriaens D, Huysentruyt F, Devaere S, Aerts P (2006) A catfish that can strike its prey on land. Nature 440(7086):881.

Palingkatvis zoekt prooi op land

door Rik Thaens



Aan land beweegt deze vis zich voort als een slang

Een team van Vlaamse onderzoekers heeft een vis ontdekt die jaagt op het land.

De palingkatvis, Channallabes apus, is in staat om uit het water te kronkelen en met een gebogen kop zijn kaken over zijn prooi te plaatsen.
De ontdekking, die deze week beschreven wordt in het wetenschapsblad Nature, helpt te verklaren hoe vissen miljoenen jaren geleden hun territorium verruimden van zee naar land.

Drie onderzoekers van de universiteiten van Antwerpen en Gent troffen de vissoort aan tijdens een expeditie in het West-Afrikaanse Gabon. Hun aandacht werd getrokken door de kevers die zich in de maag van de palingkatvis bevonden.

Bij verder onderzoek in België bleek dat de insecten niet zomaar in het water waren gevallen om daarna ten prooi te vallen aan de vis. De palingkatvis bleek namelijk een speciale techniek te hebben om aan land op kevers te jagen.

Aan de universiteit van Antwerpen bootsten Sam Van Wassenbergh en zijn collega's in een aquarium de natuurlijke biotoop van de palingkatvis na. Daardoor konden ze de techniek van het dier gedetailleerd bestuderen.



"De palingkatvis heeft een enorm lang lichaam en is daarom in staat zich uit het water te kronkelen. Eens aan land beweegt de vis zich voort als een slang. Om zijn prooi te grijpen richt de palingkatvis het voorste deel van zijn lichaam op en buigt hij zijn kop naar beneden om zijn kaken over zijn prooi te kunnen plaatsen",

verklaart Van Wassenbergh.

Toch is de palingkatvis niet de enige vissoort die op het land naar prooien zoekt. Ook de slijkspringer gaat geregeld op jacht langs de rivierkant. Net als de palingkatvis maakt dat diertje een neerwaartse beweging met de kop om zijn prooi te kunnen vatten.

"Wat daarbij opvalt, is dat de morfologie van de twee dieren erg verschilt", weet Van Wassenbergh.

"Het gewicht van de palingkatvis wordt volledig gedragen door zijn flexibele ruggenwervel. Hij kan niet steunen op gepaarde vinnen, want die zijn in de evolutie verloren gegaan. De slijkspringer daarentegen kan wel een beroep doen op sterke schoudervinnen."

Vorige week vonden Amerikaanse wetenschappers met de Tiktaalik roseae al de missing link tussen zee- en landdieren.

De bijzondere techniek van de palingkatvis werpt nu een nieuw licht op hoe de vis zich op het land is gaan voeden.



"Tijdens de jacht in het water opent de palingkatvis zijn mondholte om zijn prooi vervolgens naar binnen te zuigen. Op het land is die techniek vrijwel onmogelijk en moet de vis zich dus op een andere manier weten te redden. Het trucje van de palingkatvis zou wel eens hetzelfde kunnen zijn als dat van de eerste gewervelden die zich op het land hebben gevestigd",

besluit Van Wassenbergh. (RT)

Publicatiedatum : 14-04-2006
LINKS

.

°



Acanthostega is een geslacht van amfibieën waarvan wel wordt gedacht dat het een fossiele overgangsvorm is tussen dieren die nog de morfologie van een vis bezaten en dieren die op poten konden lopen. Het geslacht leefde in het Devoon. Wikipedia http://en.wikipedia.org/wiki/Acanthostega Afbeeldingen van acanthostega

°

http://www.devoniantimes.org/Order/re-acanthostega.html



http://www.devoniantimes.org/opportunity/tetrapodsAnswer.html



Pectoral fins from two Late Devonian elpistostegelian lobefins (Panderichthys and Tiktaalik), and pectoral limbs from two Late Devonian tetrapod (Acanthostega and Tulerpeton) and two Carboniferous tetrapods (Proterogyrinus and Limnoscelis); radial torsion is not depicted in Tulerpeton and the Carboniferous tetrapods. ©.

Pectoral fins of two living (Latimeria and Neoceratodus) and three Devonian (Glyptolepis, Sauruipteris and Eustenopteron) lobe-fins. The basal condition of a central endochondral axis is evident for Latimeria, Neoceratodus and Glyptolepis whereas the derived condition is shown in the other two. ©



Top and side views of the skulls of Eusthenopteron (Frasnian), Panderichthys (Givetian-Frasnian) and Acanthostega (Famennian) ©.

°JENNY CLACK

http://www.theclacks.org.uk/jac/Acanthostega.html



A very primitive tetrapod from the Late Devonian with eight fingers and toes.

A 'transitional form' between 'fishes' and 'tetrapods'.

Fish-like features:

  • Gill-bars like a fish

  • No true elbows, knees, wrists or ankles (ie not weight-bearing)

  • Long fin rays around the tail

Tetrapod-like features:

°

http://rorytait.net/index.php/acanthostega-2/

1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

  • Tropische vis kan ook op land leven
  • Palingkatvis zoekt prooi op land

  • Dovnload 3 Mb.