Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Kind tussen twee vuren Preventie- en hulpprogramma’s voor kinderen die getuige zijn

Dovnload 237.35 Kb.

Kind tussen twee vuren Preventie- en hulpprogramma’s voor kinderen die getuige zijn



Pagina1/8
Datum13.11.2017
Grootte237.35 Kb.

Dovnload 237.35 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8


Kind tussen twee vuren

Preventie- en hulpprogramma’s

voor kinderen die getuige zijn

(geweest) van huiselijk geweld

TransAct

Utrecht

November 2004

Colofon

Tekst

Wendela Wentzel in samenwerking met Annemiek Haalboom, Nonja Meintser en Anne-Marie de Ruiter


Uitgave

TransAct


TransAct, het landelijk expertisecentrum voor seksespecifieke zorg en seksueel en huiselijk geweld, bundelt, ontwikkelt en biedt deskundigheid op twee terreinen, te weten:

  • aanpak van seksueel en huiselijk geweld;

  • kwaliteit van de zorg, rekening houdend met factoren als sekse, etniciteit en leeftijd van zowel cliënten als zorgverleners.

Kerntaken zijn Kennis- en Methodiekbeschrijving, Beleidsanalyse en Agendering, Training en Advies.



TransAct richt zich op beroepskrachten, zoals beleidsmakers, managers en hulpverleners in de maatschappelijke dienstverlening en de somatische en geestelijke gezondheidszorg. Tevens maken hogescholen, cliënten, overheden, politie- en justitiefunctionarissen veelvuldig gebruik van de deskundigheid en het dienstenaanbod van TransAct.
Postadres

Postbus 1413

3500 BK Utrecht
Telefoon

030 - 232 65 00


Fax

030 - 232 65 55


Internet

www.transact.nl

algemeen@transact.nl
© november 2004 TransAct
Overname van teksten is toegestaan met bronvermelding
ISBN 90-72127-50-1

INHOUDSOPGAVE



Inleiding 5

Hoofdstuk 1. De problematiek in vogelvlucht 7

1.1 Kinderen als getuige van geweld tussen ouders 7

1.2 De reacties van kinderen op het geweld 7

1.3 Effecten in verschillende ontwikkelingsfasen 8

1.4 De overdracht van geweld 9

Hoofdstuk 2. Naar een samenhangend preventie- en hulpaanbod 10

2.1 Ketenbenadering 10



2.1.1 Preventie 11

2.1.2 Signalering en bescherming 12

2.1.3 Psycho-educatie voor kinderen en hun ouders 13

2.1.4 Therapie 14

2.2 Nieuwe programma’s voor kinderen die getuige zijn (geweest) van huiselijk geweld 16



2.2.1 Programma’s gericht op signalering en bescherming 17

2.2.2 Psycho-educatieve programma’s 21

2.2.3 Programma’s gericht op therapie 27

2.2.4 Programma’s gericht op een samenhangend totaalaanbod voor kinderen 30

2.3 Conclusies 39

Hoofdstuk 3. Aandachtspunten en tips voor hulpverleners, beleids­makers en onderzoekers 42

3.1 Aandachtspunten en tips voor (gemeentelijke) beleidsmakers 42

3.2 Aandachtspunten en aanbevelingen voor onderzoekers 45

3.3 Aanbevelingen en tips voor hulpverleners 46

Geraadpleegde literatuur 51

BIJLAGEN


1. Gevolgen van huiselijk geweld voor kinderen in verschillende ontwikkelingsfasen

2. Benaderingen

3. Overzicht projecten

4. Feiten en cijfers

5. Hoe te werk te gaan bij actueel geweld tegen moeder en kind

6. Videodocumentaires/DVD Vergeten kinderen deel 1 en deel 2

7. Foldertekst ‘Knallende ruzie thuis’

8. Foldertekst ‘Let op de Kleintjes’

9. Preventie van secundaire traumatisering

Ruzie
Naast onze kamer was groot gevaar

Vader en moeder hadden het daar

Verschrikkelijk op een schreeuwen gezet

Ik haalde mijn kleine zusje uit bed

Wij zijn naar de badkamer gegaan

En hebben de deur op slot gedaan
Nu zijn die twee daar weer goed met elkaar

Ze aaien elkaar, en ze glimlachen maar

En wat wij vannacht weer hebben gehoord

Wordt niet uitgelegd, met geen enkel woord


Het is weer koek en ei met die twee

Maar mijn zusje en ik doen nog lang niet mee


Uit: W. Wilmink & J.P. Rawie, Ik had als kind een huis en haard, Amsterdam: Ooievaar, 2000

(overgenomen uit draaiboekmateriaal Cardea).

Inleiding


Geweld achter de voordeur, ook wel huiselijk geweld genoemd, is de meest voorkomende vorm van geweld in ons land. Wrang genoeg betekent dit dat ‘thuis’ voor velen de meest onveilige plek is die er bestaat. Bij geen enkele geweldsvorm vallen zo veel slachtoffers. Maar omdat het geweld zich in de besloten sfeer van het gezin afspeelt, blijft het vaak verborgen voor de buitenwereld.
Onder huiselijk geweld verstaan we verschillende vormen van fysieke of geestelijke mishandeling en/of seksueel misbruik, gepleegd door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer: (ex-)partners, gezinsleden, familieleden, huisvrienden of buren. Huiselijk geweld komt in alle lagen van de bevolking voor, en in alle culturen. Zowel kinderen als volwassenen, vrouwen en mannen, kunnen slachtoffer zijn van huiselijk geweld. De dader is in naar schatting 80 procent van de gevallen man.
De kabinetsnota Privé Geweld – Publieke Zaak, die in 2002 is verschenen, beschrijft lopend beleid en nieuwe maatregelen om de aanpak van huiselijk geweld te verbeteren. Voor een goede uitvoering van het bestaande en nieuwe beleid is samenwerking tussen politie, Openbaar Ministerie, reclassering, vrouwenopvang en andere hulporganisaties cruciaal. Omdat dergelijke samenwerking vooral lokaal tot stand moet komen, is er een belangrijke rol weggelegd voor gemeenten. Momenteel worden in steeds meer gemeenten samenwerkingsafspraken vastgelegd om de hulpverlening aan slachtoffers en behandeling van plegers van huiselijk geweld te verbeteren.1 Ook hebben de politie, het Openbaar Ministerie en een toenemend aantal gemeenten bestrijding van huiselijk geweld tot speerpunt van beleid gemaakt.
Kinderen die getuige zijn (geweest) van huiselijk geweld vormen een specifieke groep slachtoffers die lang onzichtbaar is gebleven. Dit terwijl jaarlijks 100.000 kinderen in aanraking komen met huiselijk geweld, waarvan er 40.000 een verhoogd risico lopen op gedragsproblemen.2
Sinds kort komt er meer aandacht voor deze kinderen en worden zij steeds vaker als een aparte cliëntengroep beschouwd. TransAct, het landelijk expertisecentrum seksespecifieke zorg en huiselijk geweld, heeft bijvoorbeeld, in opdracht van het ministerie van VWS, onlangs een methodiek ontwikkeld voor kinderen die getuige zijn (geweest) van huiselijk geweld, ‘Let op de kleintjes’ geheten.3
Het ministerie van Justitie vindt het belangrijk om de toepassing van deze methodiek en andere vroegtijdige interventies te stimuleren en te ondersteunen, en verleende in 2002 subsidie aan een aantal projecten gericht op kinderen als getuige van huiselijk geweld. Immers, beroepskrachten kunnen een sleutelrol vervullen in het beperken van de schade voor deze kinderen door hen tijdig te signaleren, in te grijpen en hulp te bieden.

Deze handreiking, tot stand gekomen met subsidie van de ministeries van Justitie en VWS, biedt een overzicht van lopende projecten en geeft aanknopingspunten en tips voor nieuwe initiatieven. De hier verzamelde informatie en inzichten zijn gebaseerd op reeds ontwikkeld hulpverleningsmateriaal en op interviews en gespreksrondes met deskundigen en professionals die betrokken zijn bij de diverse projecten ‘Kinderen als getuige van huiselijk geweld’.

De handreiking is in eerste instantie bestemd voor uitvoerders van psycho-educatieve en therapeutische groepen die met kinderen als getuige van huiselijk geweld werken of het bestaande aanbod voor deze kinderen willen uitbreiden. Maar ook voor gemeenteambtenaren en projectleiders die in het kader van gemeentelijk huiselijk geweldbeleid aan de slag willen, alsmede voor onderzoekers, bevat de handreiking nuttige informatie en aanbevelingen.
De opbouw van ’Kind tussen twee vuren’ is als volgt:

Na een probleemverkenning (hoofdstuk 1) wordt in hoofdstuk 2 geschetst wat het preventie- en hulpaanbod voor kinderen zou moeten omvatten (paragraaf 2.1), welke nieuwe initiatieven zijn gestart (paragraaf 2.2) en hoe de huidige stand van zaken beoordeeld moet worden, afgemeten aan de ideale situatie (paragraaf 2.3). In het afsluitende hoofdstuk 3 zijn aandachtspunten, aanbevelingen en tips geformuleerd voor hulpverleners, onderzoekers en beleidsmakers, waarbij het accent is gelegd op ’hulpverleners’.


N.B. In deze publicatie wordt om praktische redenen veelal uitgegaan van de gezinssituatie die het meest voorkomt: de vader als dader van huiselijk geweld, de moeder als het directe slachtoffer en de kinderen als getuige van het geweld in het gezin.
Ik wens u veel inspiratie en succes in uw werk toe en hoop dat deze handreiking daar een hulpmiddel bij is.

Wendela Wentzel

Projectleider

  1   2   3   4   5   6   7   8

  • Postadres
  • INHOUDSOPGAVE

  • Dovnload 237.35 Kb.