Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Klaar voor de toekomst: een nieuw sociaal contract voor een ecologische transitie

Dovnload 103.11 Kb.

Klaar voor de toekomst: een nieuw sociaal contract voor een ecologische transitie



Datum22.05.2018
Grootte103.11 Kb.

Dovnload 103.11 Kb.








Klaar voor de toekomst:

een nieuw sociaal contract voor een ecologische transitie.


Wuppertal Institut, Prof. dr. Wolfgang Sachs e.a.



Dit achtergrond-artikel bij de lezing van Wolfgang Sachs is gebaseerd op

Zukunftsfähiges Deutschland in einer globalisierten Welt. Ein anstoß zur gesellschaftlichen Debatte.’ (Frankfurt, Fischer, 605 p.).



Het is een voorpublicatie uit Oikos (Forum voor sociaal-ecologische verandering) nr. 48, lente 2009. Meer info op www.oikos.be

Vertaling: Dirk Geldof



iSamen bakens verzetten, een woord vooraf


Op 16 januari 2009 is er in Antwerpen de conferentie "De Omslag - transitie naar een duurzame en solidaire economie". Het is het vervolg op de conferentie “Een comfortabele waarheid. Groei naar een duurzame en solidaire economie” in Tilburg in januari 2008. Het doel van de Antwerpse conferentie is een concretisering en verdere invulling van de aanbevelingen van de 'Verklaring van Tilburg'. Daarin worden beleidsmakers aangespoord om snel maatregelen te nemen om te komen tot een rechtvaardige en duurzame economie, voorbij de milieuvernietigende groei-obsessie.
De hoofdspreker op 16 januari is prof. Dr. Wolfgang Sachs van het gezaghebbende Wuppertal Institut für Klima, Umwelt & Energie. (zie http://www.wupperinst.org/de/home/ )
Wolfgang Sachs verzorgde als eindredacteur samen met zijn collega’s van het Wuppertal Institut het zopas verschenen boek Zukunftsfähiges Deutschland in einer globalisierten Welt. Ein anstoß zur gesellschaftlichen Debatte (2008, Frankfurt, Fischer, 650 p, meer info op www.zukunftsfaehiges-deutschland.de). Het boek is een initiatief van de Bund für Naturschutz Deutschland, van Brot für die Welt en van de Evangelische Entwicklungsdienst. Net zoals met de eerste versie van het boek, dat verscheen in 1996 of vier jaar na de wereldtop van Rio, willen de middenveldorganisaties wegen op het maatschappelijke en politieke debat over een duurzame toekomst. Met alle nieuwe gegevens over de klimaatopwarming is dat meer dan ooit nodig.
Het referaat van Wolfgang Sachs in Antwerpen is mee gebaseerd op dit boek. Daarom vertaalden we als achtergrond een kort synthesestuk uit de inleiding en uit het besluit.
De kracht van deze tekst is niet zozeer dat er nieuwe cijfergegevens instaan over de klimaatopwarming, over zonne-energie of over de noodzaak aan een écht klimaatbeleid. Daarvoor verwijzen we naar het volledige boek of naar andere, gespecialiseerde publicaties. Inspirerend is ook de reeks ‘Bouwstenen voor een duurzaamheidstransitie’ in Oikos.
De kracht van deze erg gebalde tekst ligt wel in het bepalen van de koers voor de noodzakelijke veranderingen. Wolfgang Sachs weet daarbij als geen ander de bakens uit te zetten en te verzetten voor een ecologische transitie.
Het gaat daarbij niet om een zonnepaneel hier en een windmolen daar, maar om de transitie naar een economie gebaseerd op zonne-energie. Het gaat niet om het groener maken van een stukje van de economie hier en een stukje daar, maar om de omvorming van de geldeconomie met haar groeidwang tot een sociale en ecologische economie, met andere uitgangspunten. En het gaat evenmin om een politiek met een milieumaatregel hier en een klimaatmaatregel daar, maar om de keuze voor een politiek die ecologie en sociale rechtvaardigheid nationaal en internationaal tot uitgangspunt van haar beleid wil maken. De kracht van de tekst, kortom, ligt in de synthese: een wervend perspectief om de bakens uit te zetten, om ze te verzetten en om te komen tot een nieuw sociaal contract, tot een ecologische new deal. En die bakens verzetten, dat moeten we samen doen.
Dirk Geldof (www.dirkgeldof.be)
Dit artikel is een voorpublicatie uit Oikos (Forum voor sociaal-ecologische verandering) nr. 48, lente 2009. Meer info op www.oikos.be


Klaar voor de toekomst: een nieuw sociaal contract voor een ecologische transitie.



Wuppertal Institutii, Prof. dr. Wolfgang Sachs e.a.


Vertaling: Dirk Geldofiii


De klimaatverandering vereist een beschavingsoffensiefiv

Velen vermoeden het, maar slechts weinigen zeggen het ook: de klimaatverandering vereist een verandering van onze beschaving. De overgang naar een post-fossiele samenleving wordt dé cruciale verandering deze eeuw, zeker voor de industriële samenlevingen. Het gaat ten eerste om een technologisch project, om de ombouw van de ‘hardware’ van onze samenleving tot grondstofarme en milieuvriendelijke systemen: van gebouwen over energiecentrales tot de stoffen die we gebruiken. Dat is de uitdaging voor ingenieurs, procesontwikkelaars en designers, maar ook voor planologen en managers.


Ten tweede is het een project van institutionele verandering: het op- en uitbouwen van regels en instellingen die aandacht voor de mensenrechten garanderen en die de economische ontwikkelingsdynamiek binnen de grenzen van het regeneratievermogen van onze biosfeer houden. Dat is werk voor economen en politicologen, maar het is bovenal een centraal thema voor openbaar debat, confrontaties én beslissingen in de parlementen.
Ten derde omvat zo’n transitie ook richtinggevende beelden voor ons handelen en ons zijn, van onze persoonlijke levenskeuzes via ons professioneel ethos tot de prioriteiten voor de gemeenschap. Deze beelden moeten van een totaalblik getuigen en een juist evenwicht tussen mens en natuur weergeven. Ze moeten onze kosmopolitische verantwoordelijkheid weerspiegelen en onze persoonlijke levensstijl verbinden met die mondiale context.
Zo’n perspectief op een transitie moet afrekenen met de conceptuele nalatigheid die zich in het politieke debat genesteld heeft. Sinds de onderzoekscommissie “Bescherming van mens en milieu” van het Duitse Parlement in 1998 spreken we over de “driehoek van de duurzaamheid”, een concept dat overigens werd ingebracht door de koepel van de chemische industrie. Daarbij gaat men er van uit dat economische groei, sociale zekerheid en ecologisch evenwicht als gelijke doelen na te streven zijn en met elkaar in evenwicht te brengen zijn. Maar deze gelijkschakeling miskent het absolute karakter van de ecologische grenzen, en ook van de mensenrechten. Daarom zal een toekomstgerichte politiek prioritair de grenzen van de draagkracht van de ecosystemen bewaken, en van daar uit kaders voor de economie en de sociale zekerheid formuleren.
Mensenrechten maken een vergelijkbare aanspraak op onvoorwaardelijkheid. De kosmopolitische plicht deze waar te maken, kan niet tegen andere doelstellingen zoals concurrentiekracht of vermogensbescherming afgewogen worden. De economische dynamiek binnen de ecologische grenzen en binnen de marges van de mensenrechten houden, dat is de kern van een programma van duurzaamheid.
Zo’n programma is duidelijk niet verenigbaar met het uitgangspunt dat de economie de motor is voor de maatschappelijke ontwikkeling. In ieder geval vereist een toekomstgerichte koerswisseling naar duurzaamheid dat we afscheid nemen van het neoliberalisme. De Britse historicus Eric Hobsbawn toonde hoe de idee van een sociaal contract tussen de economie en de staat, dat zijn stempel drukte op de periode na de Tweede Wereldoorlog, sinds de late jaren ’70 is vervangen door de idee van deregulering van de economie. Met deze verschuiving werd het nastreven van economische efficiëntie dominant tegenover andere maatschappelijke doelstellingen zoals ecologie of rechtvaardigheid. De liberalisering van markten en de privatisering van publieke basisdiensten beheersten het beleid, waarbij vooral de macht van transnationale ondernemingen groeide. Dit ideologisch kader raakt na ruim 30 jaar uitgeput. Een belangrijke reden daarvoor is de bewezen onmacht tegenover de mondiale armoede- en milieucrisis.
De sterkte van de markt bestaat daarin dat ze door de concurrentie tussen alle deelnemers voortdurend let op de best mogelijke inzet van kapitaal, grondstoffen, mensen en tijd. Zo moet ze voor de optimale verdeling van de economische middelen zorgen. Maar de markt is niet gemaakt om de andere opdrachten van een goedwerkende economie waar te maken: de markt is niet in staat het gebruik van de natuur op een duurzaam niveau te houden, noch kan ze een rechtvaardige verdeling van de goederen onder alle deelnemers van de markt en daarbuiten bewerkstelligen. De markt is blind voor ecologie en rechtvaardigheid. Daarom moet de politiek (in brede zin ) daar de regels voor bepalen. Het algemeen belang gaat voor op de markt, anders is het onmogelijk om ecologische grenzen en rechtvaardige verdeling tegenover concurrentiekracht af te dwingen.
Dit levert overigens ook nieuwe kansen op voor de markt. Nieuwe spelregels stimuleren innovatie in een nieuwe richting, ontsluiten nieuwe vormen van concurrentie en kunnen de economie zelfs een nieuwe geloofwaardigheid geven. Zo zien we reeds hoe een nieuwe generatie van energiebesparings- en zonnetechnologieën de weg naar tot nu toe onbekende mogelijkheden om te ondernemen heeft geopend, inclusief winstmogelijkheden en arbeidsplaatsen. En wat rechtvaardigheid betreft, is het al langer geweten dat een meer evenwichtige inkomensverdeling zowel nationaal als internationaal de vraag stimuleert.
Toch is de tijd voorbij dat men een beter leven kon verwachten van meer economische groei, tenminste in de rijke landen. Weliswaar is ons nooit geadviseerd, een hoge productie met een beschaafde samenleving te verwarren, maar ondertussen is de groeiverplichting tot een publiek gevaar uitgegroeid. Daarbij is het punt niet alleen dat groei een verregaand tot doel op zichzelf is geworden en meestal slechts oplossingen heeft vermarkt voor behoeften, die nog niemand voordien had ontdekt. Het gaat er vooral om dat er steeds meer aanwijzingen zijn dat groei meer nadelen dan voordelen oplevert, dat de marginale kosten van groei wereldwijd sneller toenemen dan de marginale opbrengsten. Is de groei daarmee geen zelfvernietigend proces geworden? De destabilisering van het klimaat en de sociale dualisering van vele samenlevingen zijn daar sprekende voorbeelden van. Daarom is de groeidwang in strijd met duurzaamheid. Pas wanneer groei opnieuw tot één optie tussen meerdere wordt teruggebracht, kunnen we een kapitalisme met een sociale en ecologische meerwaarde krijgen.
Ten slotte zal de redding van onze biosfeer enkel mogelijk zijn wanneer we afscheid nemen van de hegemonie van het Noorden in de wereldpolitiek. Het is onmiskenbaar dat een mondiale politieke aanpak (global governance) van de ecologische problemen enkel kan lukken door een gezamenlijke inspanning van rijke en arme landen. Maar tot nu toe is een serieuze samenwerking inzake milieubeleid tussen het Noorden en het Zuiden steeds mislukt omdat het Noorden zijn structurele macht inzake financiële, handels- en ontwikkelingspolitiek steeds tegen het Zuiden uitspeelt. Omdat de sterkere landen systematisch hun afspraken niet nakomen, voelt het Zuiden zich tegen de muur gedrukt en reageren ze met wantrouwen en groeit de zin in vergelding. Ieder milieubeleid dat niet tegelijk ook een solidariteitsbeleid is, zal daarom zonder succes blijven. De tijdbom van de mondiale armoede zal pas ontmijnd kunnen worden wanneer een beleid gebaseerd op solidariteit de kern wordt van de internationale betrekkingen. De eis tot ontwikkeling, en niet tot productiegroei, moet de architectuur van onze mondiale samenleving bepalen. Zonder een verandering in de hegemoniale politiek, zeker op het vlak van schulden, patenten en handelsakkoorden, kunnen we geen serieuze samenwerking met de landen in het Zuiden voor een uitstap uit de fossiele economie verwachten.

Bouwstenen voor een transitie

Hieronder schets ik eerst een aantal uitgangspunten, waarin de mondiale problemen en crisissen worden beschreven en verklaard. Welke verantwoordelijkheid dragen landen als Duitsland, maar ook België en Nederland? Wat er de laatste decennia echt veranderd is, verduidelijken de ‘balansen’. Vervolgens tonen een aantal ‘Leitbilder’ of ‘toekomstbeelden’ waarheen duurzame ontwikkeling ons moet leiden. Daarbij wordt duidelijk dat een koersverandering in Duitsland, België, Nederland en Europa niet zonder decentrale zonne-energie en nieuwe arbeidsmodellen kan. Wereldwijd is er behoefte aan meer samenwerking en bindende regels. Daarover gaat het stuk over mondiale gelijkenissen. Ten slotte kijken we naar ons eigen handelen en naar de sleutelrol voor lokale engagementen. Een vooruitblik rondt dit artikel af.



Uitgangspunten



Klimaatchaos, Peak Oil en de crisis van de biodiversiteit

Voor onze moderne economie moet de natuur de tol betalen, als stortplaats, als voorraadkamer en als plaats voor productie. De opwarming van de aarde, uitgeputte energie- en grondstofvoorraden en kapotte natuurgebieden tonen dat de mensen hun rekening ruim overschreden hebben. Deze drie crisissen hangen samen en vereisen een gemeenschappelijke oplossing: de instap in een op spaarzame en op zonne-energie gebaseerde maatschappij.


Een wereld met een tekort aan goederen

De biosfeer gaat al door de knieën, hoewel nog maar één vierde van de wereldbevolking van de vruchten van de economische vooruitgang geniet. Drievierde heeft nog een tekort aan goederen en wil gelijke tred met de welgestelden. In een gespleten wereld is de wil om ongelijkheden te overwinnen, één van de sterkste drijfveren. Zullen we de armeren blijven uitsluiten om het milieu te redden, of lukken we er in andere vormen van welstand te ontwikkelen die tegelijk minder natuur gebruiken? Het is de kosmopolitische missie van de ecologie om meer mondiale rechtvaardigheid mogelijk te maken, zonder de aarde onleefbaar te maken.


Groei of welstand

Zoals andere industrielanden, zijn ook Duitsland, België of Nederland samenlevingen gebaseerd op groei. Niet alleen de economie draait om groei, ook de oplossing van belangrijke andere maatschappelijke problemen zoals tewerkstelling en sociale zekerheid zijn er van afhankelijk. Maar die gerichtheid op groei staat op gespannen voet met duurzaamheid. De ecologische ombouw kan eerst een groeischeut veroorzaken. Maar de noodzakelijke afbouw van het gebruik van onze fossiele bronnen met 80 tot 90% tegen 2050 is amper te verzoenen met een verdubbeling van het bruto binnenlands product, wat gelijk staat met een jaarlijkse groei van nog geen 1,5%. Toekomstgerichtheid betekent daarom dat we uit voorzorg vandaag al wegen naar een andere economie inslaan, die alle burgers een voorspoedig leven verzekeren zonder op voortdurende groei aangewezen te zijn.



Balansen



Ons land in de mondiale milieuruimte

De mensheid overbenut de biosfeer, jaar na jaar. Omdat zowel de draagkracht van de mondiale aardoppervlakte als van de atmosfeer overschreden wordt, treden uiteenlopende ecologische crisissen op. Daarbij is het gebruik van de totale milieugebruiksruimte ongelijk verdeeld. Vooral de industrielanden eigenen zich de natuurlijke voorraden van de aarde toe, op de voet gevolgd door de groeiregio’s, en de arme meerderheid van de wereldbevolking heeft het nakijken.


Ons land in de mondiale economische ruimte

Duitsland – en bij uitbreiding België en Nederland – zijn prominente actoren in de mondiale economie. Goederenstromen en investeringen vloeien naar de hele wereld en komen evenzeer uit het buitenland; beide in toenemende mate. Vanwaar komen en waarheen gaan deze stromen, en wat zijn hun gevolgen? Onze landen zijn winnaars van de globalisering, ook als we arbeidsplaatsen verliezen. Alleszins draagt deze ontwikkeling bij aan de verdere verspreiding van de ecologische roofbouw over de planeet en aan de verdringing van binnenlandse actoren van hun markten. Een toekomstgerichte exporteconomie kan alleen bestaan als ze sociaal en ecologisch dienstbaar is aan het leven op aarde, iets wat moeilijk zonder een inkrimping van deze sector haalbaar is.



Leidende beelden/Toekomstbeelden



Gastrecht voor iedereen

Niet hightech of dadendrang, maar armoede en onmacht bepalen het leven van vele wereldburgers. Hun weg naar een toekomst zal geblokkeerd blijven, zolang de helft van de mensheid geen gastrecht op deze planeet geniet. Daarbij lijken armoede en rijkdom in vele opzichten Siamese tweelingen: ze bestaan niet los van elkaar. De mensenrechten op aarde volwaardig laten gelden, vereist dan ook een hervorming van de rijkdom. En het vereist een koersverandering in de buitenlandse en in de economische politiek die Duitsland, België, Nederland en Europa voeren ten aanzien van de benadeelde landen op deze wereld.



Ecologische welvaart

Beter, anders en minder, dat is de vuistregel voor de weg naar een toekomstgerichte economie in Duitsland, België, Nederland en in de andere rijke delen van de wereld. Dematerialisering van de productie maakt ze nog niet milieuvriendelijk, en milieuvriendelijkheid verhindert geen groei. Een ecologische welvaart die weinig grondstoffen vereist, ontstaat daarom enkel uit een drie-eenheid van dematerialisering (eco-efficiëntie), milieuvriendelijkheid (consistentie) en zelfbeperking (sufficiëntie).


Een samenleving waar ieder deel aan heeft

Sinds een aantal jaren scheurt de sociale samenhang, in Duitsland, maar ook in België en Nederland. De inkomenskloof wordt groter, de armoederisico’s nemen toe, en we ervaren in de samenleving minder solidariteit. Dat zijn slechte uitgangspunten voor een transitie naar meer ecologische en internationale rechtvaardigheid, want een toekomstgericht beleid vergt bereidheid tot verandering. Zo’n verandering wordt afgehouden als burgers zich niet juist behandeld voelen. Goede verhoudingen tot de natuur en tot andere volkeren vereisen immers goede verhoudingen in de eigen samenleving. Daarom kan een toekomstgerichte politiek niet zonder een politiek die iedereen deel wil laten hebben aan onze maatschappij.


De hele economie

Zowel het succes als het mislukken van de markteconomie gaat terug op haar verenging tot geld. Maar aan de welvaart van een natie draagt niet alleen de geldeconomie bij, maar ook de economie van de natuur en de economie van de leefwereld. Deze buiten beschouwing laten maakt de kapitalistische economie weliswaar superieur, maar leidt tegelijk tot haar neergang. De milieucrisis en de crisis van de sociale cohesie zijn daar een bewijs van. De tijden zijn voorbij dat de commerciële economie stilzwijgend en kosteloos de natuur of de leefwereld kon toe eigenen. Een ecologische en sociale markteconomie zal het kapitalisme corrigeren ten voordele van de natuurlijke en de sociale leefwereld, zodat er perspectief komt op het goed functioneren van de gehele economie.



Een koerswissel in België, Nederland, Duitsland en Europa



De basis verwisselen: de ombouw naar een economie gebouwd op zonne-energie

Het kernstuk van de overgang naar een duurzame economie is de wissel van natuurlijke hulpbronnen. Zonne-energie en stoffen die er op gebaseerd zijn zullen fossiele energiebronnen en grondstoffen vervangen. Niet alleen voor de elektriciteitsproductie, maar ook voor de productie van warmte, voor brandstof en voor de vervaardiging van een hele reeks grondstoffen zijn transitietechnologieën voor zonnestraling en planten beschikbaar. Hier boomen onderzoek en innovatie. Er tekent zich een ruim netwerk voor energievoorzieningen af, waar vele actoren op vele plaatsen samenwerken in de productie van energie.


Overbodig maken: de kansen van efficiënt omgaan met hulpbronnen?

Met minder rondkomen vereist een slimmere economie. Om een volledige overschakeling op zonne-energie en grondstoffen mogelijk en betaalbaar te maken, moeten we onze totale behoefte aan natuurlijke hulpbronnen afbouwen. Daarbij helpt het dat in de woningen en fabrieken, in de motoren en in het gebruik van grondstoffen een verbazingwekkend groot besparingspotentieel verborgen zit. Om dit te ontsluiten, is een nieuwe richting voor onze technologische vooruitgang nodig: in plaats van te besparen op arbeid (arbeidsefficiëntie) moeten we besparen op grondstoffen (grondstof-efficiëntie). Dat vraagt omzichtigheid in ons gebruik en intelligentie bij het ontwerp. Maar het vereist vooral een beleid dat op zeer brede basis een mega-aantal mini-investeringen en initiatieven kan uitlokken.


De markten vormgeven: het primaat van de politiek

Markten zijn slim: ze coördineren, sporen aan, belonen – en dat alles zonder een centrale aansturing. Maar hun sterkte is tegelijk ook hun zwakte: ze moedigen het zoeken naar het privébelang aan, maar hebben geen orgaan voor het maatschappelijk belang. Dat is noodlottig. In een tijd waarin het lot van mens en natuur zich op het scherp van de snee afspeelt, is het onvermijdelijk om de dynamiek van de markten als motor voor meer ecologie en meer rechtvaardigheid te gebruiken. Maar het is de zaak van de politiek om de marktprocessen vorm te geven functie van het algemeen belang. Een eco-sociale markteconomie kan enkel werken als we de prioriteit van de politiek op de economie herwinnen.


Kringlopen sluiten: de hergeboorte van de regio’s

De globalisering kan wel eens de nazomer van het olietijdperk worden. In een wereld met weinig broeikasgassen en met schaarse natuurlijke hulpbronnen zijn immers geen langere, maar kortere productieketens wenselijk. Dat hoeft geen nadeel te zijn, want voor vele activiteiten – denk maar aan administratie, zorg, recyclage, voedselvoorziening – biedt nabijheid vandaag al een geschikte schaalgrootte. Daarbij komt zeer snel de economie van de zonne-energie, met nieuwe kansen voor decentrale productie van energie en zelfs van grondstoffen, waarbij ook het internet als een middel voor lokale netwerking ter beschikking is. Wie meer ecologie, subsidiariteit en democratie wil, heeft er baat bij om de lokale economie te versterken.


Arbeid eerlijk delen: op weg naar een samenleving met vele activiteiten

Geen ecologie zonder rechtvaardigheid, dit adagium geldt niet alleen op wereldniveau, maar ook in onze eigen samenleving. Daarom moet een toekomstgerichte transitie ook samengaan met een herziening van het werkgelegenheids- en het sociaal beleid. Zo’n hervorming streeft naar een rechtvaardige verdeling van arbeid en wil de kansen van mannen en vrouwen verhogen om in functie van hun behoeften op de arbeidsmarkt actief te zijn. Daarnaast moet ze naast de betaalde arbeid voor een sociale en financiële erkenning zorgen van zorgactiviteiten en activiteiten in het algemeen belang. Daarbij zal het er op aankomen om de enge band tussen de sociale zekerheid en loonarbeid losser te maken en – op lange termijn – met een algemeen basisinkomen nieuwe handelingsruimte voor mensen te creëren.



Mondiale gelijkenissen



Gemeenschappelijke goederen naar waarde schatten: het milieu als kernpunt van het binnenlands beleid?

Welke globalisering is toekomstgericht? Dat is de sleutelvraag aan het begin van de 21ste eeuw. Het is nog niet uitgemaakt of de opkomende wereldmaatschappij er één van geweld of van rechtvaardigheid zal worden. De klimaatcrisis is een lakmoesproef: samen met de veiligheidspolitiek zal duidelijk worden of de wereld coöperatief kan worden bestuurd. In de multilaterale onderhandelingen over het klimaatbeleid en over de biodiversiteit zal duidelijk worden welke kansen multilaterale overeenkomsten voor ecologie en rechtvaardigheid zullen hebben.


Meerwaarde scheppen: verantwoording doorheen de mondiale productieketens?

De economie is geglobaliseerd. Complexe productienetwerken omvatten de aardbol. De goederen die we kopen in het warenhuis hebben vaak een lange reis achter zich. Wordt op die verre productieplaatsen de natuur uitgeput, worden de arbeiders er uitgebuit? De verantwoordelijkheid voor milieuvriendelijke en rechtvaardige productievoorwaarden laat zich niet meer tot individuele bedrijven beperken: het is een mondiale ontwikkelingsvraag geworden. Maar de wereld heeft geen regering. Welke aanzetten hebben we dan nog om meer ecologie en meer rechtvaardigheid in de transnationale ketens van waardecreatie te brengen?


Regels veranderen: rechtvaardigheid in de wereldhandel

Een sociale herverdeling in de wereld zal voornamelijk via de handelspolitiek en het buitenlands economisch beleid gerealiseerd moeten worden. Europa heeft daar ervaring mee: het is zelf een internationale economische ruimte én een ruimte voor sociale herverdeling. Maar in zijn handelspolitiek ten aanzien van derde landen blijft Europa achter op haar sociale en haar mensenrechtentraditie. In een opvallend contrast tot de milieupolitiek kan het op dit domein geen aanspraak maken op een pioniersrol. Maar een beleid dat een globalisering van de eco-sociale markteconomie wil bereiken, kan haar handelspolitiek daarvan niet langer isoleren. Integendeel, het moet haar handelsbeleid gebruiken als de drijfkracht voor meer ecologie en rechtvaardigheid in de wereldeconomie.



Lokale engagementen



Invloed winnen: burgers bouwen gemeenschappen

Burgers ontwikkelen een verkeersconcept in Prien: via participatie van verkeersbegeleiding naar duurzame mobiliteit. Actiegroepen in Ensdorf verhinderen de bouw van een grote steenkoolcentrale. De evangelische kerkgemeenschap Neulußheim beperkt haar ecologische voetafdruk. Burgers plannen, bouwen en wonen autovrij in Hamburg-Barmbek. Zulke krantenkoppen maken het duidelijk dat het werkt: lokaal handelen, vanuit de civiele maatschappij, voor meer duurzaamheid. Steden en gemeenten zijn dé plaatsen waar duurzaamheid en burgerparticipatie concreet worden. Burgers zijn het gemakkelijkst te overtuigen om mee vorm te geven aan duurzame ontwikkeling in hun gemeenten en stadswijken, die voor hen nog overzichtelijk zijn. Daar kunnen ze hun invloed laten gelden.


Bewust leven: het private is politiek

Het historische project, om een solidaire en op zonne-energie gebaseerde samenleving te bouwen, leeft door de initiatieven van vele mensen. Ook met onze eigen levensstijl kunnen we deze ontwikkeling beïnvloeden. Wie bewust inkopen doet, zal voorbij de prijs oog hebben voor de ecologische en sociale kwaliteit van produkten. Een consument die zich ook als burger opstelt, zal er op letten dat zijn aankoop zowel bijdraagt aan het verlichten van de milieudruk als aan het versterken van de solidariteit met minderbedeelden. Wie bovendien het hoofd boven de overvloed van goederen wil houden, zal de hoge kunst van de eenvoud moeten toepassen. Spaarzaam in het hebben, genereus in het zijn, dat is het toekomstgerichte devies voor individuen en voor de samenleving.



Een vooruitblikv

Hoe kan gebeuren, wat gebeuren moet? Laten we om te beginnen niet vergeten dat de transitie al bezig is. Ze wacht niet op regeringsbesluiten en EU-richtlijnen, maar ze vindt plaats door vele grote en kleine initiatieven, op vele plaatsen in onze samenleving. Natuurlijk neemt de meerderheid van onze samenleving er nog niet aan deel. Maar geschiedenis is zelden door meerderheden gemaakt. De bijdrage van groepen en organisaties uit het maatschappelijk middenveld is wezenlijk. Natuurlijk hebben minderheden niet de macht, maar ze hebben invloed. Ze reageren vroeg op nakende veranderingen, ze belichamen nieuwe gevoeligheden, ze brengen dringende eisen ter sprake en maken nieuwe oplossingen waar.


Zo heeft de laatste decennia een “beweging zonder naam” (Paul Hawken) over de hele wereld een hoge vlucht genomen, van biolandbouw tot eerlijke handel, van passiefhuizen tot de zonne-industrie, van wijkinitiatieven tot mondiale onderzoeksnetwerken. Die beweging zonder naam heeft geen hoofd en geen centrum, maar kent vele vormen en is wereldwijd. Zorg voor het milieu, sociale rechtvaardigheid en –buiten Europa –de rechten van de inheemse volkeren zijn haar hoofdmotieven. Boven alle verscheidenheid verenigt zij één grondgedachte: de rechten van de mens en de draagkracht van de natuur zijn belangrijker dan goederen en geld.
Het is geen toeval dat voor deze nieuwe internationale noch de sikkel noch de hamer als symbolen in aanmerking komen, maar hoogstens het internet. In tegenstelling tot de boeren- of arbeidersbewegingen komt haar kracht minder van de mobilisering van de massa’s, maar vooral van betere oplossingen. Waar het op aankomt, is overtuigingskracht en netwerking dwars door de samenleving. Betogingen op de straat spelen vooral een rol bij de weerstand tegen valse oplossingen. Het conflict om de toekomst is, ten minste in de welvarende landen, niet klasse-opbouwend: de discussies lopen niet langs de grenzen van sociale klassen of instituties, maar er dwars doorheen. De controverses vinden plaats binnen bedrijven, kerken, partijen en raden van bestuur en niet tussen hen. Het is de alliantie van gelijkgezinde minderheden die samenwerken dwars door hun vroegere partijen, instituties of landen, die de verandering kan waarmaken.
De nieuwe internationale werkt meer door de verspreiding van concrete utopieën dan door het bundelen van krachten. In haar werkwijze volgt ze eerder het epidemiologisch model van besmetting en niet het mechanische model van de concentratie van macht. Dat kan ook niet anders, want het gaat niet alleen om een machtswissel, maar om een beschavingswissel. Maar de netwerking van minderheden alleen kan zo’n transitie niet doen doorbreken, wel externe crisissen als olieschaarste, catastrofale stormen of exploderende voedselprijzen. Nood maakt ook hier creatief: noodsituaties kunnen oplossingen, die tot nu toe slechts in de marge van de samenleving toegepast werden, plots levensbelangrijk laten worden. Zonder de knutselaars van windmolens in de jaren ’70 stond vandaag geen industriële sector van windenergie klaar, zonder de vroege bioboeren was er vandaag geen landbouw die zowel de voedselcrisis als de milieuverstoring lik op stuk kan geven.
Vele opties, die eerst door minderheden zijn uitgeprobeerd en in de praktijk gebracht, zijn geleidelijk en stapsgewijs ‘mainstream’ in de samenleving geworden. Minderheden zijn vaak pioniers van transitie. Maar als de brede samenleving daarvan profiteren moet, dan moet de politiek uitgroeien tot de garantie voor deze transitie.

Een nieuw sociaal contract

Het is de opdracht van deze generatie om een solidaire en op zonne-energie gebaseerde beschaving tot stand te brengen, en de tijd daarvoor dringt. De twee volgende decennia zijn beslissend of een nog amper bij te sturen klimaatchaos met onoverzienbare effecten voor de biosfeer en voor de mondiale samenleving nog te vermijden is. Haast nooit zijn de mogelijkheden van onze gemeenschap om zichzelf te mobiliseren en te organiseren zo uitgedaagd als vandaag. Onze huidige situatie is alleen vergelijkbaar met oorlogstijden. Het gaat er om te het overleven als de beslissende uitdaging voor de hele samenleving te zien.


Aan het begin van de nieuwe tijd hebben burgers om te overleven er mee ingestemd om af te zien van het privégebruik van geweld en om deze macht aan de staat over te dragen. In ruil verkregen ze binnenlandse veiligheid en de rechtstaat: dat was het eerste sociaal contract. Voor deze 21ste eeuw is er een nieuw sociaal contract nodig. Dat draait niet meer om de verhoudingen tussen burgers, maar om de verhouding tussen de mensheid en de natuur, in een wereldwijd perspectief. Dat vereist dat de mondiale samenleving ook de verhoudingen tussen landen, op een nieuwe leest schoeit.
In de rijke delen van de wereld worden de burgers als investeerders, ondernemers en consumenten opgeroepen om een deel van hun kapitaal en comfortmacht aan de natuur en aan de minder welstellenden op deze planeet af te staan. Gebeurt dat niet, dan zal van datgene wat hun positie vandaag nastrevenswaardig maakt, niet veel meer overblijven.
De vroedvrouw (–of man) van zo’n nieuw sociaal contract kan enkel diegene zijn die het nut geniet van het vorige, namelijk de staat als legitieme vertegenwoordiger van het algemeen welzijn. Zonder een nieuwe prioriteit voor de politiek zal er geen verandering naar meer ecologie en meer rechtvaardigheid plaatsvinden. Daarom moet de decennialange ontmanteling van de autoriteit van de staat door het neoliberalisme stoppen. De opgang van de economie tot een verregaande heerschappij over de gehele samenleving heeft geleid tot een overheid die gevaarlijk hulpeloos (re)ageert met het oog op de omvangrijke veranderingen die nodig zijn om de toekomst voor te bereiden.
Daarom vereist een nieuw sociaal contract allereerst dat we het overwicht van de kapitaalbelangen in de menings- en besluitvorming terugdringen om meer ruimte te geven aan de belangen van de natuur en van de mensen, van welke herkomst ook. Artikel 14§2 van de (Duitse) grondwet (“Eigendom verplicht. Zijn gebruik moet tegelijk het algemeen welzijn dienen”) krijgt in deze context een explosieve kracht. Waar hier tot nu toe enkel een sociale verplichting van werd afgeleid, ontstaat tegenover de ecologische crisis evenzeer een ecologische verplichting met betrekking tot eigendom. Samengevat wil dat zeggen dat ondernemingen verder binnen een redelijk kader winst mogen maken, maar dat ze hun producten en productiewijzen sterker door sociale en ecologische criteria moeten laten reguleren.
Natuurlijk laat het algemeen belang zich niet waarmaken met goede bedoelingen alleen. Daarom is het een geluk bij een ongeluk dat de klimaatcrisis en de schaarste aan natuurlijke hulpbronnen gelijktijdig plaatsvinden. Mocht de schaarste aan olie, gas en open ruimte zich namelijk pas 100 jaar na de klimaatcrisis aandienen, dan hadden klimaatbeschermers het pas zwaar. Maar door het samenvallen van beide gebeurtenissen veranderen de belangen van de economische actoren in de hele wereld: ecologische wijsheid wordt jaar na jaar meer tot een economisch succesprincipe. Zo kan een milieuvriendelijke overheid naast ondersteuning uit het maatschappelijk middenveld ook op bondgenootschappen met de industrie rekenen. (…)
Ook de verhouding tussen de staat en de burger verandert het nieuwe sociaal contract. Volgens een studie van management-consultant Accenture van november 2007 vragen 80% van de Duitsers drastische maatregelen voor een beperking van de CO2-uitstoot. In een studie van Oxfam (evenzeer in 2007) spraken 71% van de Duitsers zich uit voor een verdubbeling van de ontwikkelingshulp tegen 2015. Hoe groot de instemming zal zijn wanneer verregaande maatregelen afgekondigd worden, is nog een open vraag, maar toch kan iedere regering op de bereidheid tot enige inkrimpingen rekenen. Het bevordert de aanvaarding als maatregelen duidelijk zijn, als ze transparant gehandhaafd worden, als ze zich tot iedereen richten, en natuurlijk als ze economisch krachtig zijn.
Daarom zal een milieubeleid dat niet tegelijk ook een sociaal beleid is, geen succes hebben. Het vereist verregaande medewerking en niet weinig offers. Bovendien zal de noodzakelijke transitie ook de kosten voor het dagelijkse levensonderhoud verhogen. Als de prijzen de ecologische waarheid vertellen, dan kan dat enkel betekenen dat water, stroom, huisbrandolie, brandstof en levensmiddelen duurder worden. Hetzelfde geldt wanneer de prijzen een sociale waarheid zouden vertellen. Ook dat kan enkel betekenen dat we meer zullen moeten betalen voor T-shirts, laptops of kinderspeelgoed uit de nieuw geïndustrialiseerde landen. Als we daardoor de sociale ongelijkheid niet verder willen laten vergroten, dan zal er dringend een nieuw werkgelegenheids- en inclusiebeleid nodig zijn, alsook maatregelen voor de herverdeling van inkomen en vermogen. Meer specifiek moeten de inkomsten, die vrijkomen uit het duurder maken van natuurlijke hulpbronnen via belastingen of certificaten, dienen als extra middelen voor een sociaal beleid. De natuurdividenden zullen voor een deel als een sociaal dividend moeten worden ingezet.
Een nieuw sociaal contract is de basis voor de schok die vandaag ten aanzien van de bedreiging van het leven en het overleven door onze samenleving moet gaan. Het gaat er om te breken met de business-as-usual en ons op een onontkoombare prioriteit te concentreren, namelijk het verdedigen van de toekomst. Veel zal er van afhangen of de nieuwe internationale voor een toekomstgerichte wereld snel genoeg terrein wint en de transitie in de geïndustrialiseerde beschaving kan bewerkstelligen.
Het zou vermetel zijn te beweren dat de vooruitzichten daarvoor goed zijn; voor optimisme bestaat waarschijnlijk geen aanleiding. Maar de geschiedenis is niet voorspelbaar. Telkens weer toont ze ons tot welke verrassingen ze in staat is – van het ineenstorten het communisme tot de overwinning van Nelson Mandela. Daarom is de houding van Antonio Gramsci bijzonder rationeel, wanneer hij in zijn gevangenisbrieven vanuit een fascistische kerker de vraag beantwoordt hoe hij tegenover de toekomst staat: “Ik ben een pessimist met mijn verstand, maar een optimist in mijn wil.”

Eindnoten


i Het boek was mee gesponsord door Friends of the Earth Germany, Bread for the World, and the Protestant Development Agency

ii Zie voor meer info over prof. Dr. Wolfgang Sachs http://www.wupperinst.org/de/kontakt/cont/index.html?&kontakt_id=53&bid=74

iii Dirk Geldof is socioloog en publicist (www.dirkgeldof.be) en is werkzaam op de politieke cel van Groen! (www.groen.be). Met dank aan Bart De Boer en Stefan Colaes voor suggesties en correcties bij de vertaling.

iv Vertaling van Zukunftsfähiges Deutschland in einer globalisierten Welt. Einblicke in die Studie des Wuppertal Instituts für Klima, Umwelt, Energie, pp. 17-33. Gratis downloadbaar op http://www.zukunftsfaehiges-deutschland.de/fileadmin/zukunftsfaehigesdeutschland/PDFs/ZD_Einblicke_Endfassung.pdf

v Vertaling van Zukunftsfähiges Deutschland in einer globalisierten Welt. Ein anstoß zur gesellschaftlichen Debatte. (2008, Frankfurt, Fischer): “Ausblick”, p. 601-602 en 606-609.

Sachs, Klaar voor de toekomst: een nieuw sociaal contract voor een ecologische transitie. Verschijnt in Oikos 1/2009. 


  • Klaar voor de toekomst
  • Klaar voor de toekomst: een nieuw sociaal contract voor een ecologische transitie.
  • Bouwstenen voor een transitie
  • Uitgangspunten
  • Leidende beelden/Toekomstbeelden
  • Een koerswissel in België, Nederland, Duitsland en Europa
  • Mondiale gelijkenissen
  • Lokale engagementen
  • Een vooruitblik v
  • Een nieuw sociaal contract
  • Eindnoten

  • Dovnload 103.11 Kb.