Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Koningsberger lezing 2013 Recht als knevel: uitdaging voor de jurist, dilemma voor de politicus

Dovnload 39.01 Kb.

Koningsberger lezing 2013 Recht als knevel: uitdaging voor de jurist, dilemma voor de politicus



Datum10.10.2017
Grootte39.01 Kb.

Dovnload 39.01 Kb.

Koningsberger lezing 2013

Recht als knevel: uitdaging voor de jurist, dilemma voor de politicus.

Dames en heren,



Inleiding

1.Recht als knevel, als obstakel om grootschalige schendingen van mensenrechten daadkrachtig te bestrijden. Dat is het intrigerende en ambitieuze thema van deze Koningsberger lezing. Daaraan gekoppeld de vraag of het huidige internationale rechtssysteem daden van effectief verzet vaak niet onmogelijk maakt? En als het al mogelijk is, hoe zinvol of effectief daden van verzet nog kunnen zijn in deze wanordelijke wereld? Blijft alleen vreedzaam verzet over of zijn militaire middelen nog steeds gerechtvaardigd? En is het niet naïef te denken dat je essentiële mensenrechten sowieso duurzaam kunt zeker stellen? Mogen we die illusie in deze turbulente tijden nog wel koesteren? Of moeten we onze ambities maar van meet af aan bijstellen. Zo maar enkele indringende maar wel pertinente vragen. Ze passen ook goed bij het centrale kader van iedere Koningsberger lezing die de drie doelen omvat van bescherming van mensenrechten, handhaving van de rechtsstaat en behoud van ons democratisch bestel. Vertaald naar de internationale context: human security garanderen, handhaving van de internationale rechtsorde en naleving van de internationale besluitvormingsprocedures. Ik ga er daarbij van uit dat daden van verzet tegen fundamentele mensenrechtenschendingen een wezenlijk onderdeel van de nationale en internationale rechtsorde behoren te vormen. Helaas sluit de statengemeenschap maar al te vaak de ogen voor dergelijke schendingen. Bovendien koesteren veel landen de opvatting dat verzet in de meeste gevallen weinig of niets uitricht. De wereld reageert vaak zelfs cynisch of afwachtend. Of beantwoordt schendingen in een opwelling van frustratie juist met een overdosis aan geweld. Dan moeten we oppassen dat onze idealen niet in het geding komen. Als we politieke opportuniteit laten prevaleren boven juridische verantwoordingsplicht doen we met name de internationale rechtsorde geweld aan. De ene schending beantwoorden met een andere is geen oplossing. Helaas staat de wereld om ons heen bol van voorbeelden hiervan. Om er maar gelijk een te noemen: de kwestie Irak. Ongetwijfeld was er in dat land sprake van grootschalige schending van mensenrechten. Maar dát was,zoals bekend, niet de directe aanleiding voor het militair ingrijpen door de VS en het VK. Zelf zou ik in 2005 in het parlement twijfels uiten over de wenselijkheid van de politieke steun van Nederland hiervoor. Een deugdelijke juridische onderbouwing ontbrak en het bewijs voor de aanwezigheid van weapons of mass destruction was flinterdun. Die houding werd mij niet in dank afgenomen. Hier manifesteerde zich duidelijk het dilemma voor de politicus: optreden met militaire middelen zonder rechtsbasis of strak vasthouden aan de bestaande internationale rechtsorde en helemaal niets ondernemen.



Uitgangspunt

2.Ondanks dit alles neem ik, met een vleugje optimisme, graag als uitgangspunt dat daden van verzet, zelfs militaire, mogelijk moeten blijven om fundamentele mensenrechten te beschermen. Maar de bereidheid daartoe hangt af van veel factoren. Onrecht binnen eigen gezichtsveld, bijvoorbeeld, spreekt vaak meer tot de verbeelding dan onrecht ver van ons bed. Misschien zien we in het laatste geval een overtreding van die rechtsorde zelfs te vaak door de vingers. Dat is dan tegelijkertijd ook een eerste rem, een eerste knevel, op onze bereidheid iets te ondernemen. Eigenlijk bemoeien we ons liever niet met schendingen buiten ons directe gezichtsveld. Optreden tegen machtige staten zoals China en Rusland vormt een tweede beletsel. We kunnen ons druk maken over onrecht begaan in Tibet of Tsjetsjenië, maar van internationaal ingrijpen om de situatie te corrigeren, zal zelden of nooit sprake zijn. Gelukkig worden we in beeld en geluid in onze globaliserende wereld steeds sneller en indringender attent gemaakt op grootschalig onrecht elders in de wereld. Dat wordt steeds vaker gevolgd door een oproep tot actie. De internationale gemeenschap heeft inmiddels zelfs een reeks nieuwe middelen ontwikkeld om het kromme te rechten, in beginsel vreedzaam, maar als het moet desnoods met militaire middelen. Hoeksteen daarbij blijft onverminderd het geweldverbod en de plicht tot vreedzame geschillenbeslechting. Je mag je verontwaardiging over ernstig onrecht luidkeels of via stille diplomatie uiten, naar de rechter stappen, maar niet naar je geweer grijpen. Volgt hieruit nu dat daden van verzet in beginsel steeds een geweldloos karakter moeten hebben? Of is gebruik van militaire middelen soms toch te rechtvaardigen, ja zelfs onontkoombaar? Het Handvest van de VN heeft na de Tweede Wereldoorlog al enkele uitzonderingen op dat geweldverbod geformuleerd. Daarnaast zijn er alternatieve mogelijkheden ontwikkeld om militair in te grijpen waarop ik nog zal terugkomen. Want in de internationale arena blijven grootschalige mensenrechtenschendingen zoals genocide, etnische zuivering en martelingen aan de orde van de dag. En daartegen wil de internationale gemeenschap op de een of ander manier kunnen optreden. Gezien de verregaande beperkingen op het gebruik van militaire middelen, is het gevolg dat ernstige schendingen vaak uitsluitend met mooie intenties en protestacties worden bestreden. En dat terwijl bij velen het gevoel ontstaat dat juist militaire middelen een afdoend antwoord zouden moeten zijn op dergelijke wantoestanden, dat die eigenlijk vragen om een herstel manu militari .



3.Daarom opnieuw de vraag: mogen we die wens tot verzet uitsluitend vorm geven in vreedzame zin of mag die ook uitmonden in militair ingrijpen eventueel zonder internationaal mandaat? Goede bedoelingen en protest alleen hebben, zoals al betoogd, veelal niet het gewenste effect. Aan de andere kant is het begrijpelijk dat we soms aarzelen om over te gaan tot die volgende stap: militair ingrijpen. Uit angst, lethargie, of soms gewoon uit onverschilligheid. Om eerlijk te zijn, de mensheid worstelt al eeuwenlang met deze kwestie. Alle discussies over eeuwige vrede en geschillen beslechting komen neer op een veroordeling van oorlog en agressie als middel om het kromme weer recht te trekken. Kant, de goede Abbé de Saint Pierre en andere filosofen, hebben daarover ruimschoots hun licht laten schijnen. De Haagse Vredesconferenties van 1899 en 1907 dachten zelfs een ideale oplossing te hebben gevonden voor deze kwestie namelijk de oprichting van een internationaal arbitrage hof om vreedzame geschillenbeslechting concreet gestalte te geven. De initiatiefnemer en financier Carnegie was vastbesloten die idealen een stap naderbij te brengen. Hij schonk 1,5 miljoen gulden voor de bouw van het Vredespaleis. Dat moest een “Tempel van Vrede” worden, een tehuis voor vreedzame geschillenbeslechting. “ A Temple of Peace from which are to issue righteous judgments to all the civilized World.” Misschien werd hij wel geïnspireerd door een uitspraak van Grotius, tevens de lijfspreuk van de Hoge Raad die dit jaar zijn 175e verjaardag viert: ubi judicia deficiunt, incipit bellum. Waar de rechtspraak het laat afweten, begint de oorlog. Oftewel, maak gebruik van vreedzame middelen anders volgt er bonje.

De ladder van verzet

4. Als we eens een denkbeeldige ladder van daden van verzet beklimmen, kom ik allereerst bij het protest. Het vereist namelijk behoorlijk wat moed om je stem in het openbaar te verheffen tegen grootschalige schendingen van het recht. Laat staan daaraan ook de nodige consequenties te verbinden. Alle herstel begint met protest, zou ik durven stellen. Die moed heeft bijvoorbeeld professor Koningsberger getoond toen hij op 25 november 1940 zijn diepe afkeuring uitsprak over het ontslag van zijn joodse collega’s aan deze universiteit. Hij sprak van de smaad hun aangedaan, van een “miskenning van het Nederlands volkskarakter dat dit moet gevoelen als een beleediging van de Nederlandse universiteiten, van de Nederlandse wetenschap en daarmede van het Nederlandse volk zelf.” Hij voegde daaraan toe: “Toch zeg ik dit niet om u op te wekken tot eenige handeling, die als illegaal of illoyaal tegenover de bezettende overheid kan worden aangemerkt……Vergeet nimmer hoe belangrijk het voor de geheele mensheid zou zijn, indien een volk zich onder alle omstandigheden blijvend zou weten te gedragen naar de geschreven en ongeschreven wetten van menschelijkheid en fatsoen.” Onder zijn rede staat geschreven: “donderend applaus van het auditorium dat de geheele rede staande aanhoorde”. In gedachten applaudisseer ik vanmiddag graag mee met zijn toenmalig gehoor. Maar tezelfdertijd veroorloof ik mij enkele kritische opmerkingen en vragen. Die betreffen allereerst de oproep juist niet over te gaan tot “eenige handeling, die als illegaal of illoyaal tegenover de bezettende mogendheid kan worden aangemerkt.” Want daarmee komt voor mij gelijk de cruciale vraag aan de orde, een die wezenlijk is voor onze vraagstelling van vanmiddag, namelijk of een oproep tot verzet niet onvermijdelijk zal, ja moet leiden tot illegale of illoyale handelingen, en indien nodig zelfs tot gewelddadig verzet. Je zou, op dit punt aangekomen, de vraag kunnen stellen of Koningsberger, misschien onbedoeld, een eerste knevel aanlegt. Verzet mag, maar je dient je wel te gedragen naar de wet. Mijn vraag als politicus luidt dan: als die wet niet deugt, mag je, ja moet je soms niet tóch geweld aanwenden. Zeker als handelen volgens bestaande wetten en voorschriften geen mogelijkheid biedt tot herstel of borging van fundamentele rechten. En een tweede hieraan verwante vraag: moeten wij ons werkelijk “onder alle omstandigheden blijvend gedragen naar de wetten van menselijkheid en fatsoen”? Of zijn er ook uitzonderingen op die regels denkbaar? Bijvoorbeeld wanneer er geen mogelijkheid bestaat fundamentele rechten zonder gebruik van militair geweld te borgen. U begrijpt het al: hier kan een mogelijke kloof ontstaan tussen de opvatting van de jurist die zal zeggen lex dura, sed lex, en de pragmatische politicus die naar middelen zoekt om toch maar in te grijpen en de strijd aan te binden tegen grof onrecht. Zelfs al zijn die middelen misschien niet erg loyaal, ja soms illegaal. Daar wil het graag met u over hebben.

4a.De vergelijking gaat misschien wat ver maar in Syrië deed zich onlangs een dergelijk dilemma voor. Schending van fundamentele mensenrechten door aanvallen met chemische wapens, de bereidheid van sommige landen en politici daar met militaire middelen in te grijpen, maar het ontbreken van een rechtsgrond. De VR kon, of liever wilde niet tot een besluit komen. Dit speciale geval is uiteindelijk langs diplomatieke weg opgelost, maar de vraag blijft actueel of ingrijpen in dergelijke omstandigheden toch niet mogelijk zou moeten zijn. Om dit geval nog even te toetsen aan de drie doelen: er bestond in beginsel bereidheid het internationale recht te respecteren, maar de VR gaf helaas - of in dit geval bij toeval gelukkig - geen toestemming tot ingrijpen. Het mogelijk knevel effect werd hierdoor goed zichtbaar: gebruik van het veto recht om oneigenlijke redenen. Wel gaf men daarmee blijkt recht te willen laten prevaleren boven macht. Verder kan men spreken van enig verantwoordelijkheidsgevoel, namelijk de wens in beginsel op juridisch fatsoenlijk wijze orde op zaken stellen. Helaas kwam daardoor van het derde element, de bescherming van mensenrechten, maar weinig terecht.



Actief verzet

5. Dat leidt gelijk tot een volgende trede op de ladder van daden van verzet. Afgezien van het verbale protest zoals geuit door de professoren Koningsberger hier in Utrecht, en Cleveringa in Leiden, is de vraag welke andere vormen van verzet ons ten dienste staan. Passief verzet bijvoorbeeld door de bezetter in vele opzichten niet te gehoorzamen, ons daarmee toch te gedragen naar de “geschreven en ongeschreven wetten van menschelijkheid en fatsoen”, zoals Koningsberger aanbeveelt. Bevelen niet opvolgen, Illegale kranten publiceren zoals Vrij Nederland en Trouw tijdens de Tweede Wereldoorlog? Of zijn ook daden van sabotage in materiële zin, gewelddadige dus, onder bepaalde omstandigheden te billijken? Het Greenpeace incident levert een interessante casus positie op. De activisten beschouwen hun daden van verzet tegen milieuvervuiling als in de kern geweldloos, en zeker niet illoyaal. Toch zijn ze in zeker opzicht wel degelijk gewelddadig en actie-gericht door de bestorming van een Russisch platform. De Russische autoriteiten classificeerden deze actie als piraterij, in een later stadium afgezwakt tot de term vandalisme. In ieder geval beschouwden zij het als een gewelddadige aantasting van hun eigendomsrecht. Heeft Greenpeace zich met de bestorming van het Russische platform, illegaal en illoyaal betoond of alleen maar een vreedzaam statement willen maken? Het laatste woord is hierover nog niet gesproken. Het internationaal zeerechttribunaal huldigt voorlopig kennelijk een andere opvatting dan de Russische rechter.

6.We zagen dergelijke gewetensvragen overigens niet alleen in de Tweede Wereldoorlog opkomen, maar evenzeer in Oost Europa tijdens de Sovjet overheersing. Zelf heb ik dat ervaren tijdens mijn verblijf achter het ijzeren gordijn in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het verzet was bijna altijd illegaal en illoyaal, maar veel burgers trokken zich daar niet veel van aan. Ze ervoeren de knevel van het onrecht aan den lijve en konden alleen door protest en sabotage van hun onvrede blijk geven. Beroemde namen als Geremek, Walensa en Havel staan in ons geheugen gegrift. Zij pleegden daden van verzet die zijzelf waarschijnlijk niet als illegaal beschouwden, maar die dat volgens de heersende wetten wel degelijk waren. Ze werden dan ook streng bestraft. En dan nog een andere vraag, mogen we tot deze categorie ook het passief verzet rekenen, voortgekomen uit een soort morele verontwaardiging? Mensen zoals Julian Assange handelen zeker illegaal, en volgens sommigen zelfs zeer illoyaal, door de geheime of vertrouwelijke berichtgeving van een grote mogendheid prijs te geven via Wikileaks. Of door het aan de kaak stellen van de NSA afluisterpraktijken zoals Snowden onlangs deed. Zij menen dat de VS in menig opzicht buiten algemeen aanvaarde rechtsnormen was getreden, op grote schaal essentiële mensenrechtennormen had geschonden, en dat de wereld daarvan kennis moest nemen. De open vraag is misschien of het recht op privacy een fundamenteel mensenrecht is. Dat vinden de VS, en waarschijnlijk veel andere landen niet, anders zouden ze wel ophouden het dagelijks te schenden. Voor menigeen een dilemma, ook voor de plegers van dit verzet. Zij moeten nu zwaar boeten voor hun daden. De Amerikaanse overheid ziet hun acties namelijk allerminst als een daad van gerechtvaardigd verzet, eerder als een ernstige bedreiging van zijn nationale veiligheid. Ja, ziet dergelijke klokkenluiders eerder als egotrippers, sensatiezoekers, die graag de wereldpers aan hun voeten willen hebben. Of nog sterker, als mensen die de oorlog tegen het terrorisme in gevaar brengen.

Zelf ben ik van oordeel dat ze een heilzame boodschap bij veel regeringen hebben gedeponeerd die tot aanpassing van het huidige beleid zou moeten leiden.



Militair ingrijpen

7. Dames en heren, op de ladder van daden van verzet ben ik begonnen met het protest, zoals door Koningsberger aangetekend. Ik heb ook de knevel aangegeven die mogelijk aan zijn oproep was verbonden. Die oproep kon namelijk niet bij protest alleen blijven. Het mondde wel degelijk uit in gewelddadig verzet tegen de Duitse overheersing. Daarna heb ik op het passief verzet gewezen dat eveneens kan uitmonden in actief verzet met geweld. Minstens zo interessant is de volgende trede op de ladder van verzet, die van actief ingrijpen eventueel met militaire middelen. Want hoe vaak blijkt niet dat diplomatieke of politieke middelen alleen slechts weinig soelaas bieden. De vraag rijst daarom tot in hoeverre we de oproep van Koningsberger tot legaal en loyaal verzet, door hem gedaan in een nationale context, kunnen projecteren op de hedendaagse internationale realiteit. Alleen maar verzet plegen volgens wetten van “menselijkheid en fatsoen”? Of een stap verder gaan en het gebruik van militaire middelen, openlijk, of steeds vaker oogluikend, toch maar toelaten,zelfs zonder mandaat van de VR? Als voormalig diplomaat en minister van buitenlandse zaken blijft dit voor mij een intrigerend thema. Tot hoever mag verzet gaan bij grootschalige schendingen van het recht en welke rechtsbeginselen liggen daaraan dan ten grondslag? Ter illustratie zou ik opnieuw een casus positie aan u willen voorleggen: de inzet van drones. Die vallen volgens mij en vele anderen, zonder meer onder de categorie militaire middelen. Ze worden door de VS in landen als Pakistan en Afghanistan, en wie weet waar nog meer, ingezet. De VS meent dat de inzet zelfs in landen waarmee het niet direct in staat van oorlog is, wel is toegestaan. De onderbouwing luidt namelijk dat het sinds 9/11 wel degelijk in een staat van oorlog verkeert, namelijk tegen het terrorisme. Door het oprekken van zowel het begrip “oorlog” als van het begrip “onmiddellijke dreiging” wordt het recht op zelfverdediging wel erg ruim geïnterpreteerd. We stuiten hier op het beruchte Amerikaanse exceptionalisme. Onder exceptionele omstandigheden mag de VS doelen over de hele wereld preventief aanvallen. Dat bij dergelijke aanvallen naast gedode terroristen ook regelmatig burgerslachtoffers vallen, maakt de Amerikaanse onderbouwing op zijn minst omstreden. Of passen gevolgen als burgerslachtoffers niet onder de noemer fundamentele mensenrechtenschending? Maar toch, het zal je gezin maar overkomen. Tot dusverre heeft de internationale gemeenschap dergelijke interventies zonder al te veel morren geaccepteerd. Het ging immers om de nogal schimmige, maar in westerse ogen inderdaad gerechtvaardigde strijd -zelfs een oorlog - tegen het terrorisme. Kennelijk wordt de inzet van dergelijke nieuwe militaire middelen dan niet als strijdig met het internationale recht ervaren. Ontdoet de VS zich hierdoor op slinkse wijze van de knevel die inhoudt dat geweld alleen ter zelfverdediging of met een mandaat van de VR is geoorloofd? En wel door het inventief oprekken van de begrippen oorlog en zelfverdediging? Bestaand recht wordt kennelijk als ontoereikend ervaren met als gevolg de zoektocht naar tussenoplossingen, naar een soort internationale gedoogconstructies die balanceren op de grens tussen het legale en illegale. Moeten we voortaan dus maar spreken van zich ontwikkelende gedoogmaatregelen naast overeengekomen besluitvormingsmechanismen in mondiale gremia? Dat roept tegelijk de cruciale vraag op of we dan ook mogen concluderen dat de internationaal vastgelegde rechtsbeginselen in bepaalde conflictsituaties niet langer van toepassing hoeven te zijn. En niet minder interessant: zouden we, gezien die veranderende situatie, de bestaande rechtsorde toch niet eerst aan een kritisch onderzoek moeten onderwerpen? Hoe groot is inmiddels het spanningsveld geworden tussen het juridisch haalbare en het politiek wenselijke of zelfs noodzakelijke. Daar ligt het pijnpunt: steeds vaker zegt ons gevoel dat politiek en militair handelen is geboden terwijl we moeten vaststellen dat daartoe onvoldoende juridische instrumenten voorhanden zijn. Voor mij als internationaal jurist maar ook als pragmatisch politicus een reëel dilemma. Daarbij neig ik naar de optie van inventief zoeken naar oplossingen die het politiek noodzakelijke omzetten in het juridisch haalbare.

Handvest van de VN

10.Hier aangekomen, is het wenselijk even terug te gaan naar de bronnen van het recht. Na de Tweede Wereldoorlog benaderden de vormgevers van het Handvest van de VN de geweldskwestie vanuit een heldere invalshoek. In beginsel bleef geweld verboden (Art.2 para 4). Toch begrepen ze heel goed dat verzet met militaire middelen soms onvermijdelijk was. Ze rekenden daarbij, misschien wat naïef, met name op het verantwoordelijkheidsgevoel van de permanente leden van de VR. Geweld mocht alleen worden aangewend in geval van zelfverdediging. Of bij uitzondering met goedkeuring van de permanente leden van de Veiligheidsraad, voor de handhaving of het herstel van de internationale vrede en veiligheid. Voordat het verzet echter militaire contouren zou aannemen, werd uitdrukkelijk een gang naar het ICJ als hoogste VN orgaan aanbevolen.

11.Hier rijst opnieuw de vraag: zijn deze VN Handvestregels nog wel toereikend? Of worden ze in toenemende mate als knevel ervaren? Gedijt de rechtsorde beter als staten zoals de VS maar weer naar eigen goeddunken militair optreden tegen vermeende mensenrechten zondaars? Ik verwijs naar de drones casus. Maar evenzeer naar de militaire NAVO operatie tegen Joegoslavië tijdens de Kosovo oorlog in 1999. De bombardementen vonden plaats zonder VR mandaat. Zijn die alternatieve, soms wat schemerige, tussenoplossingen op den duur een aanvaardbaar alternatief? Kortom, mag gebruik van geweld als antwoord op mensenrechtenschendingen alleen volgens de bijbel van de VN of mag en moet de statengemeenschap geleidelijk aan nieuwe wegen bewandelen?

12.Recente ontwikkelingen bieden daartoe, zoals uiteen gezet de nodige perspectieven. We zouden ons kunnen inspannen om het concept van vredebrengende en vredehandhavende missies wat beter in de steigers te zetten, wat meer power te geven. Wij zouden ook kunnen nadenken over de oprichting van een permanente VN politiemacht. En al lijkt het verloren moeite, waarom niet blijven hameren op een meer constructieve rol van de VR? Hier zou ik nog even het gedachtegoed van Koningsberger willen memoreren. Met name waar hij verwijst naar het belang ons te gedragen naar de geschreven en ongeschreven wetten van menselijkheid en fatsoen”. Moeten we, ook in internationaal verband, dus niet meer onze toevlucht nemen tot een beroep op ongeschreven wetten van menselijkheid en fatsoen om het gebruik van militaire middelen zonder toestemming van de VR te billijken? Zoals gezegd, worden er zoetjesaan in de alledaagse praktijk van de internationale politiek daartoe al de nodige gedoogconstructies ontwikkeld.

13.Een andere wat twijfelachtiger gedoogconstructie is, zoals ik al aangaf, ontwikkeld door het oprekken van het begrip “zelfverdediging”. Een dreigende inval tegen je eigen grondgebied als reden aangeven om alvast een pre-emptive strike plegen. Zelfs als er nog geen sprake is van militaire agressie door de tegenstander. Deze redenering is, naast het geval van de drones, ook gehanteerd in het geval van Irak. Saddam zou immers weapons of mass destruction tegen de VS kunnen inzetten. En in het geval van Syrië gebruikte Obama de nationale veiligheid én voor alle zekerheid ook die van de bondgenoten als mogelijke onderbouwing voor militaire actie zonder VR mandaat.

14.Enige jaren geleden is een ander interessante doctrine, R2P, Responsibility to Protect, ontwikkeld. Inmiddels een geaccepteerde constructie die toch de nodige vraagtekens oproept. Het schept de mogelijkheid tijdig in te grijpen in fragiele of jonge staten om burgers te beschermen en ernstige mensenrechtenschendingen te voorkomen. Tegenstanders hebben er op gewezen dat de regels ambigu zijn. Voorts rijst het probleem dat dergelijke doctrines vaak worden gebezigd om militair ingrijpen in zwakke, labiele staten te rechtvaardigen. Zij zijn naar mijn weten nooit ingeroepen tegen bijvoorbeeld Rusland, China of andere grote mogendheden. Niettemin kan de formule rekenen op steun van een groot aantal westerse landen. Verder heeft de VR de mandaten voor peace -enforcement en peace- keeping missies behoorlijk opgerekt. Daarbij biedt de terminologie “use of all necessary means to protect civilians under imminent threat of physical violence” voldoende mogelijkheden om met militaire middelen orde op zaken te stellen. Nog verder ging de reeds genoemde eenzijdige NAVO interventie tegen Joegoslavië in 1999 met een beroep op humanitaire noodgevallen.

15.Kennelijk zijn er dus in toenemende mate gronden te vinden die gewapend ingrijpen via wat ik maar als gedoogconstructies zal omschrijven, rechtvaardigen. Het echte probleem is natuurlijk dat strikt genomen alleen de VR het gebruik van geweld kan sanctioneren. Helaas blijkt de VR steeds vaker aan bloedarmoede te lijden. Twee permanente leden stemmen doorgaans tegen als het gebruik van geweld aan de orde komt. De redenen hiervoor zijn duidelijk: zij vrezen een precedentwerking die de deur zou openzetten voor inmenging in buitengewesten zoals Tibet en Tsjetsjenië. Hier stuiten we dus weer op een knevel als het aankomt op de inzet van militaire middelen. Mogen we dan na het voorafgaande eenvoudig vaststellen dat er sprake is van een geleidelijke verlegging van de beoordeling hoe en op welke wijze verzet te plegen? Weg van de VR en terug naar de individuele lidstaat of naar coalitions of the willing? Daarmee het risico van een retour naar het jus ad bellum zonder internationaal juridische onderbouwing?

16. Ik heb het gevoel dat we bewust of onbewust afstevenen op nieuwe, ongeschreven regels van gewoonterecht. Als rechtvaardigingsgronden worden begrippen aangevoerd als “state of necessity,” “exceptionalisme” en “nood breekt wet”. Toch bieden deze vaak geen overtuigend kader voor gewapend optreden. Moeten we de belangenafweging bij het plegen van gewapend verzet dan maar in handen laten van individuele staten of zogenaamde coalitions of the willing? En welke criteria moeten daarvoor dan gelden? Ik hoor wel betogen dat er waarden op het spel kunnen staan die militair handelen onder alle omstandigheden rechtvaardigen. Glad ijs, roepen de juristen terecht. Tijdig optreden is beter dan aan de kant blijven staan, riposteren de politici. Open je dan niet een hek zonder te weten wie en hoe er van die doorgang gebruik wordt gemaakt, betogen de juristen op hun beurt.

17.Een dergelijk dilemma deed en doet zich voor met betrekking tot Syrië, een casus die ik al eerder aanhaalde. Het rechtsgevoel zei velen dat president Obama, ondersteund door Frankrijk, gelijk had toen hij stelde dat Syrië een rode lijn had overschreden door het gebruik van chemische wapens, een duidelijk voorbeeld van een ernstige mensenrechtenschending. Uiteindelijk bleek diplomatie, het instrument van vreedzame bemiddeling, een beter alternatief dan militaire actie. De publieke opinie sloeg ook om en vond een vergeldingsactie ineens ongepast. Maar gesteld nu eens dat die aanval met chemische wapens van een veel grotere omvang was geweest, dat een aanzienlijke deel van de Syrische bevolking hierdoor was getroffen. Hadden we dan ook met dezelfde terughoudendheid, zelfs met openlijke afkeuring op Obama’s dreiging met militair ingrijpen, gereageerd? Of was de verontwaardiging dan zo groot geweest dat de wereld verheugd zou hebben ingestemd met een gewapend ingrijpen met als rechtvaardiging een “state of necessity”. Had de pragmatische politicus het dan wel gewonnen van de voorzichtige jurist? Over het geval Libië was de wereld ook niet onverdeeld gelukkig, maar het stemde, na veel gehannes, toch in met militair ingrijpen, evenals in Mali.

18.In beginsel deel ik als uitgangspunt Koningsberger’s visie dat we moeten blijven “volharden in onze bewonderenswaardige zelfbeheersing”. Dus geen gebruik van geweld om problemen op te lossen. Tegelijkertijd mogen we ons weinig illusies maken over de maakbaarheid van de internationale samenleving met uitsluitend vreedzame middelen. Dat blijkt wel uit de toenemende politieke instabiliteit in de wereld en de beperkte machtsmiddelen waarover de internationale gemeenschap thans beschikt. Militair ingrijpen moet daarom als laatste middel open blijven. Maar de juridische onderbouwing voor toepassing van geweld blijft nog steeds fragiel. Daarom zullen we het bestaande pallet van vormen van verzet aan een kritisch beschouwing moeten onderwerpen. Dat alles bij voorkeur tegen de achtergrond van een aanscherping van de huidige VN regelgeving. Maar welke oplossing we ook kiezen, effectieve bescherming van fundamentele rechten impliceert nolens volens het open houden van ingrijpen met militaire middelen, ook zonder VR mandaat. Zou deze mogelijkheid geheel wegvallen, dan zou daarmee de wanorde in deze wereld alleen maar toenemen. Een heldere en vernieuwde afbakening van wat wel en niet gerechtvaardigd is om essentiële rechten te beschermen, kan ons ervoor behoeden in een praktische en misschien zelfs wel morele impasse te geraken. Dus in eerste instantie inzetten op vreedzame middelen, maar indien nodig ook op militair ingrijpen. In bepaalde schemertoestanden zelfs zonder toestemming van de VR. Daarmee ga ik een stapje verder dan Koningsberger, maar bepleit tegelijkertijd een diepgaand onderzoek naar alle in zwang zijnde gedoogconstructies om de inzet van militaire middelen te rechtvaardigen. Dat is des te urgenter omdat het vraagstuk zich steeds meer verlegt naar het nog troebeler domein van mensenrechtenschendingen tijdens intra-statelijke conflicten. Daarvoor heeft het internationaal recht nog geen vastomlijnde kaders ontworpen. Helaas zijn de ontwikkelingen in de internationale arena nooit overzichtelijk of voorspelbaar. De politicus wordt geacht snel te reageren, soms onverwijld een antwoord te geven op een breed gevoeld sentiment om tot actie over te gaan. De jurist kan zich verschuilen achter bestaande regels. De politicus zoekt naar uitwegen en preludeert op die regels. Gelukkig blijken ad hoc constructies, zoals uiteen gezet, soms te stollen tot algemeen aanvaarde regels.



Samenloop van twee stromingen

21.Geachte toehoorders, ik kom tot een afronding. Ons ideaal moet natuurlijk blijven de twee door mij geschetste stromingen te laten samenvloeien: eerbiediging van het internationaal recht enerzijds en de politieke wenselijkheid gewapend in te grijpen, zelfs zonder internationaal mandaat anderzijds. Tussen die twee moet een synthese tot stand komen. De vraag is of de uitbouw van de bestaande hybride oplossingen, die ik gedoogconstructies heb genoemd, daartoe een voldoende grondslag biedt. Is de internationale gemeenschap bereid enkele daarvan tot nieuw ius cogens, tot algemeen geldende rechtsnormen, om te smelten? Het risico blijft groot dat bepaalde staten meer baat hebben bij het periodiek en opportunistisch oprekken van bestaande regels dan bij het hervormen van het huidige rechtssysteem. Of die het voortbestaan van de knevels prefereren om vooral maar niets te hoeven ondernemen. En toch, toestaan dat weeffouten daterend uit 1945 blijvend de ontwikkeling naar een rechtvaardiger samenleving blokkeren, lijkt mij geen aantrekkelijke optie. Het is goed van tijd tot tijd vooruit te schouwen. Doorbreking van de huidige impasse moet daarom het doel blijven. Internationale rechtsregels zijn nu eenmaal niet in marmer gebeiteld. Ze vragen om voortdurende aanpassing in het licht van gewijzigde internationale omstandigheden. Als moderne radarsystemen over de horizon kunnen kijken, zie ik niet in waarom juristen en politici niet gezamenlijk hun politieke en juridische horizon zouden verbreden. Koningsberger riep op tot verzet, maar drong daarbij aan op eerbiediging van geschreven en ongeschreven wetten van menselijkheid en fatsoen. Ik blijf mij vanzelfsprekend aangetrokken voelen tot dat uitgangspunt. Ook de Nederlandse generaal Cammaert zei iets dergelijks bij de aanvaarding van de Wateler Vredesprijs in 2008: “Many times, as a consequence of diplomatic failings, the international community tends to overemphasize the importance of military force for the restoration of peace and security. However, the use of force alone will not bring a solution... Political will is indispensable for any lasting conflict resolution.”

Ondanks enige scepsis blijf ik daarom positief gestemd. De wil om ernstige mensenrechtenschendingen met het recht in de hand te bestrijden is onverminderd aanwezig. En dat ondanks de belemmerende knevel effecten die ik heb gesignaleerd. We moeten daarbij oppassen voor een houding van berusting. Als juristen en politici de moed hebben tijdig de bakens te verzetten, zal het mogelijk zijn een werkbare synthese tussen de twee stromingen tot stand te brengen. Daartoe moeten we voortdurend het debat over toereikende vormen van verzet binnen juridisch aanvaarde kaders durven aangaan. Koningsberger is ons daarin voorgegaan. Het thema blijft onverminderd actueel.

Bernard Bot.



I Oktober 2013


  • Uitgangspunt
  • De ladder van verzet
  • Actief verzet
  • Militair ingrijpen
  • Handvest van de VN
  • Samenloop van twee stromingen

  • Dovnload 39.01 Kb.