Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Kwitanties uit de weeskamer van Zegwaart 1605 – 1770

Dovnload 63.37 Kb.

Kwitanties uit de weeskamer van Zegwaart 1605 – 1770



Datum28.10.2017
Grootte63.37 Kb.

Dovnload 63.37 Kb.

Kwitanties uit de weeskamer van Zegwaart 1605 – 1770
(GA Zoetermeer – WK Zegwaart inv. 151)
Teun van der Vorm

(versie 1.0 d.d. 20-6-2011)


Inleiding

In het Gemeentearchief Zoetermeer bevindt zich in het archief van het Plaatselijk Bestuur Zegwaart (archiefnr. 1) onder inv. nummer WK 151 een map met kwitanties voor het uit de weeskamer opnemen van geld en papieren. Deze kwitanties komen uit de periode 1605-1690, 1706, 1716 en 1770 waarbij het zwaartepunt begin 17e eeuw ligt.


Een deel van de kwitanties is door beschadiging helaas geheel of gedeeltelijk onleesbaar.

De nummers tussen [ en ] verwijzen naar de gebruikte digitale foto’s.


Voor vragen, opmerkingen en correcties kunt u contact opnemen met de bewerker, Teun van der Vorm, Zoetermeer (t.vandervorm@planet.nl).

Bewerking
[4339]

20-4-1605: Ik Willem Huijbrechtsz. timmerman [handtekening] nagelaten zoon van Huijbrecht Willemsz. en Ploentgen Heijndricxsdr. beide zaliger bekende dat op huiden mij overgeleverd is bij Arent Woutersz. wonende tot Crommeniersdijck en Adriaen Heijndrick Andriesz. mijn voogden tot deze dage toe geweest, met consent van Jeroen Cornelisz. Aerslang en Adriaen Jacob Arlewijnsz. weesmeesters van Zegwaart en Zoetermeer, alle alzulke penningen mitsgaders papieren, monumenten en schrifturen zulks zij van mij onder haar hebben gehad of ter weeskamer voorn. berustende zijn geweest. Belovende haarluiden mitsgaders de erfgenamen van Heijndrick Andriesz. timmerman mijn grootvader zal. mede mijn voogd geweest zijnde niet meer te moeien of te molesteren.


[4341]

25-9-1611: Ik Willem Aelbrechtsz. [zet handmerk] wonende te Egmond-Binnen getrouwd hebbende Annetgen Jochemsdr. nagelaten dochter van Oedetgen Lenertsdr. zal. in de echt gewonnen bij Jochem Cornelisz. beken bij deze dat mij op huiden behandigd is door handen van Heijndrick Adriaensz. Leeuw vervangende Lenert Dircxsz. de Cocq zijn mede makker weesmeesters van Zegwaart en Zoetermeer, doch met consent van Jochem Cornelisz. vader en Adriaen Lenertsz. Slick oom en volgens voogden geweest zijnde van mijn huisvrouw, alle alzulke papieren en monumenten als mijn voorsz. huisvrouw ter weeskamer voorn. berustende had.


[4342]

2-6-1619: Ik Jan Meijnertsz. Gorter getrouwd hebbende Neeltgen Davidtsdr. nagelaten dochter van Michieltgen Maertensdr. zal. in echte gewonnen bij Davidt Sijmonsz. beken dat op huiden mij door handen van Jan Maertsz. schuijtemaker mijn huisvrouws oom en voogd, met toestaan van Adriaen Gerritsz. en Lenaert Dircxsz. de Cock weesmeesters van Zegwaart en Zoetermeer, behandigd is alle alzulke penningen, schrifturen en momumenten zulks mijn voorsz. huisvrouw ter weeskas alhier berustende heeft gehad aankomende van haar grootvader en grootmoeders erfenis van moederszijde.


[4343]

19-5-1624: Ik Engel Jansz. [handtekening] getrouwd hebbende Marijtgen Jacobsdr. nagelaten dochter van Marijtgen Willemsdr. van Konijnenburch zal. in echt gewonnen bij Jacob Jansz. Westhoock beken dat op huiden mij behandigd en aangeteld is bij de voorsz. Jacob Jansz. Westhoock mijn schoonvader de som van 150 car. gld. over mijn huisvrouws moederlijke erfenis met drie jaar interest vandien. Gedaan in presentie van Lenert Willemsz. van Konijnenburch die hem sterk maakt voor Dirck Willemsz. van Konijnenburch zijn broeder mits hij niet wel te pas is, omen en voogden tot deze dag toe geweest zijnde van mijn huisvrouw, mitsgaders mede in presentie van Adriaen Gerritsz. en Jan Pietersz. Marck weesmeesters van Zegwaart en Zoetermeer.


[4344]

7-11-1629: Ik Pieter Joosten van der Leeuw [handtekening] getrouwd hebbende Leentgen Dircxsdr., nagelaten dochter van Dirck Adriaensz. de Bruijn en Jannetgen Esiasdr. beide zal. gewoond hebbende in Zegwaart, beken dat op huiden mij behandigd en overgeleverd is bij Jan Pietersz. Marck weesmeester tot Zoetermeer vervangende in deze Pieter van Leeuwen weesmeester tot Zegwaart met consent en toestaan van Cornelis Adriaensz. de Bruijn en Jan Esiasz. omen en voogden van dezelve Leentgen Dircxsdr. geweest zijnde tot deze dag toe, ook mede met advies en consent van Jan van Leeuwen schout van Zegwaart, alle alzulke brieven, papieren, monumenten en penningen als mijn genoemde huisvrouw ter weeskas berustende heeft gehad.


[4345]

15-3-1631: Wij Pieter Maertsz. en Jan Claesz. van Leeuwen getrouwd hebbende Maritgen Maertsdr. nagelaten zoon en dochter van Maerten Huijbrechtsz. zal. in echt verwekt aan Claesgen Adriaensdr. de Cock bekennen dat op huiden, door handen van Jan Pietersz. Marck weesmeester van Zoetermeer vervangende in deze Gerrit Jacobsz. van der Baen zijn mede confrere weesmeester alhier tot Zegwaart, ons behandigd en overgeleverd is al de penningen en papieren als wij ten weeskas alhier berustende hebben gehad. Bedankende onze oom en voogd Adriaen Huijbrecht Maertsz. met Pieter Adriaensz. de Cock mede oom en voogd voor haar zeer getrouwe toezicht, handeling en administratie.


[4346]

2-7-1631: Ik Cornelis Adriaen Sijmonsz. [handmerk] nagelaten zoon van Adriaen Sijmonsz. en Immetgen Cornelisdr. beiden zal. beken dat op huiden door handen van Pieter Sijmonsz. en Adriaen Willem Doessen mijn omen en voogden, met consent en toestaan van Jan van Leeuwen schout van Zegwaart, Gerrit Jacobsz. van der Baen weesmeester van Zegwaart en Jan Pietersz. Marck weesmeester tot Zoetermeer, mij behandigd en overgeleverd zijn alle alzulke penningen, brieven en andere papieren zulks ik ter weeskasse van Zegwaart berustende heb gehad.


[4347]

8-8-1639: Wij Neeltge Vrancken, Maertge Vrancken, Arijaentge Vrancken en Pieter Vrancken, alle mondige kinderen van wijlen Vranc Pietersz. Rockeveen en Arijaentge Jansdr. beide zal., bekennen met deze ten overstaan van Cors Pietersz. Rockeveen onze oom en voogd ter weeskamer van Zegwaart gelicht en ontvangen te hebben alle zodanige penningen, obligaties en andere behoeften als wij ondergeschrevenen ter voorsz. weeskamer hadden berusten ons aangekomen en aanbestorven voor het het overlijden van onze voorsz. vader en moeder, mitsgaders Maertgen Arijensdr. onze overleden grootmoeder. Met handtekeningen en handmerken van de comparanten.


[4348]

Onleesbaar door beschadiging.


[4349]

Onleesbaar door beschadiging.


[4350]

11-8-1644: Ik ondergeschrevene Gabriel Cornelisz. van Leeuwen [handtekening] nagelaten weeszoon van Cornelis Maertensz. van Leeuwen zal. gewonnen in echte bij Lijsbeth Gerritsdr. mij moeder, verzoek bij deze aan mijn voogden, schout en weesmannen van Zegwaart dat ik mijn goederen zelf zal mogen regeren en van de weeskamer ontslagen zijn, hetgeen mij bij dezelve is geaccordeerd.


[4351]

.1646: Ik ondergeschreven Phillips Phillipsz. Taerlingh getrouwd met Annetgen Henricxsdr. nagelaten weesdochter van meester Henrick Jansz. en Hillegont Lodewijcxsdr. beide zal. beken bij deze aan de schout en weesmannen van Zegwaart verzocht te hebben om mijn huisvrouwen goederen uit de weeskas van Zegwaart te mogen lichten en zelf administreren, daartoe vertonende akte van consent van mr. Mathijs Lodewijcxsz. Nadorst mijn voorn. huisvrouwen oom en voogd, hetwelk mij bij schout en weesmannen voorn. is toegestaan mits passerende behoorlijke kwitantie. Zo is het dat ik bij deze beken uit de weeskas van Zegwaart gelicht en onder mij genomen te hebben twee obligaties ieder van 200 gld. sprekende tot last van de heer ontvanger Bogaert tot Delft waar in de goederen van mijn voorn. huisvrouw bestaan, en verklaar hiermee voldaan te zijn. [achterzijde hiervan met precieze datum nog een keer controleren]


[4352]

14-12-1660: Alzo Willem Claesz. Buijs als getrouwd met Neeltgen Jansdr. nagelaten weesdochter van Maertgen Cornelisdr. Speer daar vader af was Jan Cornelisz. van Leeuwen aan schout en weesmannen van Zegwaart heeft verzocht om zijn voorsz. huisvrouwen goederen berustende ter weeskamer te Zegwaart te mogen lichten om voortaan zelf te mogen regeren. Is akkoord mits passerende behoorlijke kwitantie, zulks hij doet bij deze. Eerst de som 183 gld. 6 st. mijn voorsz. huisvrouw competerende over derzelve moederlijke erfenis volgens de uitkoop d.d. 16-4-1646 met 3 gld. 12 st. over verlopen interesten vandien. Item nog de som van 45 gld. 16 st. 8 pen. over mijn voorsz. huisvrouws erfenis in de beloofde uitkooppenningen haar opgekomen door het overlijden van Annetgen Jansdr. desselfs overleden zuster met nog 4 gld. 5 st. ter zake van verlopen interesten. Makende te samen de som van 237 gld. 5 st. 8 pen. [stuk onleesbaar] Claes Cornernelisz. Buijs stelt zich borg.


[4354]

20-11-1661: Alzo Huijch Tijssen Moraell [handmerk] en Cornelis Tijssen Moraell [handtekening] gebroeders als beide nagelaten weeskinderen van Mathijs Huijgensz. en Arijaentgen Cornelisdr. gekomen zijnde ten ouderdom van 25 jaar de schout en weesmannen van Zegwaart hebben verzocht om van de weeskamer en uit de voogdij ontslagen en zulks geadmitteerd te mogen worden zelf haar goederen te regeren en te administreren, hetwelk ons beide zelf is toegstaan mits passerende behoorlijke kwitantie. Zo is het dat wij beiden uit de weeskas van Zegwaart gelicht hebben de inventaris van de nagelaten goederen van de voorsz. Arijaentgen Cornelisdr. onze moeder, de uitkoopbrief, rekening, obligatie mitsgaders alle andere behoeften en documenten, geld en verdere bescheiden als ons enigszins ter voorsz. weeskamer is consernerende en aldaar heeft berust.


[4355]

Zeer verbleekt en daardoor vrijwel onleesbaar.


[4357]

3-5-1661: Ik ondergeschrevene Jacob Ghijsbertsz. van Groenewegen [handtekening] nagelaten weeszoon van meester Ghijsbert van Groenewegen beken bij deze ontvangen te hebben ter weeskamer van Zegwaart de som van 25 gld. en dat in voldoening van mijn vaderlijke erfenis. En mocht de erfenis meer bedragen dan de genoemd 25 gld. dan zal het meerdere gebruikt worden tot het onderhoud van mijn moeder en broeder.


[4358]

28-3-1662: Ik ondergeschrevene Maertgen Jansdr. [handmerk] nagelaten dochter van Maertgen Cornelisdr. Speer geprocurered bij Jan Cornelisz. van Leeuwen mijn overleden vader en moeder, geassisteerd met Dirck Willemsz. Rijsdam [handmerk] mijn man, verklaar bij deze aan schout en weesmannen van Zegwaart verzocht te hebben om mijn goederen, voor zoveel die ter weeskamer van Zegwaart zijn berustende, te mogen lichten om voortaan zelf te mogen regeren. Hetwelk is toegestaan mits passerende daarvan behoorlijke kwitantie. Zo is het dat ik beken ontvangen te heben eerst de som van 183 gld. 6 st. ter zake van mijn voorsz. moederlijke erfenis volgens de uitkoopbrief d.d. 16-4-1646, en nog het bruidsstuk en de verdere inhouden vandien. Dit boven zodanige 49 gld. 9 st. 8 pen. over mijn portie erfenis mij opgekomen door hetoverlijden van Annetgen Jansdr. mijn zuster daarvan particulair kwitantie is gepasseerd op 8-3-1661 welke aan deze is getransfixeerd. Omdat Adriaen Cornelisz. Speer mijn oom en voogd op het passeren dezer niet is gecompareerd en daarom geen consent heeft kunnen geven, beloof ik Maertgen Jansdr. geassisteerd met mijn voorsz. man te indemneren. Tot waarborg hiervoor compareren Jan Dircxsz. van Hoorn [handtekening] en Aerien Dingenaerstsz. [handtekening] beide wonende tot Zegwaart.


[4360]

8-3-1661: Ik ondergeschrevene Maertgen Jansdr. nagelaten weesdochter van Maertgen Cornelisdr. Speer geprocreerd bij Jan Cornelisz. van Leeuwen beken bij deze uit de weeskas van Zegwaart gelicht en ontvangen te hebben de som van 49 gld. 9 st. 8 pen. van mijn gerechte portie erfenis zulks mij opgekomen is door het overlijden van Annetgen Jansdr. vermogens de uitkoopbrief daarvan zijnde d.d. 16-4-1646 als over de verlopen interesten vandien. En om de voorsz. weeskamer te indemneren die bij Arij Cornelisz. Speer de voorsz. weesdochters voogd of anderen verklaar ik ondergeschrevene Cornelis Leendert Arij Pieter Eeuwoutsz. grootvader van dezelve dochter mijzelf te constitueren borg. Ter oorkonde bij de voorsz. Maertgen Jansdr. [handmerk] geassisteerd met Dirck Willemsz. Rijsdam [handmerk] haar toekomende man en mede bij de voorsz. Cornelis Leendertsz. [handtekening] elk getekend.


[4361]

24-2-1665: Alzo Cornelis Jansz. Schipper [handmerk] wonende in de Overbuurt tot Bleiswijk als getrouwd met Maertgen Cornelisdr. nagelaten weesdochter van Cornelis Huijbertsz. in echte geprocureerd bij Neeltgen Cornelisdr. aan schout en weesmannen van Zegwaart mitsgaders Jan Sijmonsz. van Oosten als oom en voogd van de voorsz. Maertgen Cornelisdr. heeft verzocht dezelve Maertgen Cornelisdr. van de voogdij ontlast en hem geadmitteerd zoude mogen worden zijn voorsz. huisvrouws goederen zelf te regeren. Hetwelk is toegstaan mits passerende behoorlijke kwitantie. Bekent ontvangen te hebben de som van 14 gld. over zijn huisvrouws beloofde uitkooppenningen en vaderlijke grootvaders erfenis. Item nog de som van 20 gld. over desselfs vaderlijek erfenis volgens de uitkoopbrief d.d. 13-10-1649.


[4362]

17-2-1670: Alzo Cornelia Cornelisdr. [handmerk] nagelaten dochter van Cornelis Huijbertsz. in echte geprocreerd bij Neeltgen Cornelisdr. gekomen is tot de ouderdom van 22 jaar is getrouwd met Dirck Jacobsz. Romeijn [handtekening] aan schout en weesmannen van Zegwaart heeft verzocht om uit de voogdij ontslagen en geadmitteerd te worden haar goederen ter weeskamer berustende te lichten om die zelf te regeren, hetwelk haar is toegstaan mits passerende behoorlijke kwitantie. Zo is het dat ik Cornelia Cornelisdr. voorn. geassisteerd met mijn man uit de weeskas van Zegwaart beken ontvangen te hebben de som van 14 gld. ter zake van mijn vaderlijke grootvaders erfenis. Gelijk ik mede uit handen van mijn voorn. moeder voldaan en betaald ben van de som van 20 gld. in voldoening van mijn vaders erfenis, en al het andere in de uitkoopbrief vermeld.


[4363]

6-5-1665: Alzo (Aerien Dircksz. de Groot) [onleesbaar] en Aefgen (Dircksdr.) de Groot getrouwd met Maerten (Dircksz.) van der Vliet beide nagelaten weeskinderen van Dirck Cornelisz. de Groot geprocureer bij Lijsbeth Alewijnsdr. aan schout en weesmannen van Zegwaart mitsgaders Jan Cornelisz. de Groot de voorsz. kinderen oom en voogd hebben verzocht om uit de voogdij ontslagen te worden en geadmitteerd te worden haar goederen ter weeskamer berustende te lichten om die zelf te regeren, hetwelk haar is toegstaan mits passerende behoorlijke kwitantie. Zo hebben de voorsz. Aerien Dircxsz. de Groot en Aeffgen Dircxsdr. de Groot geassisteerd met de voorsz. Maerten Dircxsz. haar man bij deze ter weskamer van Zegwaart bekent gelicht en ontvangen te hebben als te weten zekere akte van uitkoop aangaande de kinderen van de voorsz. Dirck Cornelisz. de Groot haar vaderlijke erfenis d.d. 27-11-1649 mitsgaders de brief van dezelve erfenis gepasseerd voor schout en schepenen van Zegwaart d.d. 9-12-1649, als nog mede de door daarin dezelve schrifturen hebben berust. Met handmerken van Aerien Dircksz. de Groot, Aefgen Dirksdr. de Groot en Maerten Dircksz. van der Vliet.

6-5-1665: Wij ondergeschreven Alewijn en Cornelis Dircxsz. de Groot gebroeders beide meerderjarige nagelaten weeskinderen van Dirck Cornelisz. de Groot verklaren mede als in het verzoek in voorsz. akte, de uitkoopbrief en de akte daarin gemeld uit de weeskas van Zegwaart gelicht en ontvangen te hebben. Met handtekeningen van Alewijn Dircksz. de Groot en Cornelis Dircksz. de Groot.
[4364]

11-10-1669: Ik ondergeschreven Jacob Bartholomeeusz. althans enige nagelaten zoon van Bartholomeeus Adriaensz. beken bij deze met consent van de schout en weesmannen van Zegwaart uit de weeskas aldaar gelicht en ontvangen te hebben zekere uitkoopbrief van mijn voorsz. vaderlijke erfenis d.d. 3-4-1605 met de doos daar in dezelve brief tot nog toe heeft berust. Met handtekening Jacob Bartholomeeusz.


[4365]

18-10-1669: Alzo Cornelis Vrancken Houtniet nagelaten zoon van Geertgen Jansdr. geprocureerd bij Vranck Cornelisz. Houtniet gekomende wezende ten ouderdom van 33 jaar en ook ten huwelijkse staat aan schout en weesmannen van Zegwaart heeft verzocht om van de voogdij ontslagen en geadmitteerd zijn goederen ter weeskamer berustende zelf te regeren, hetwelk na voorgaande examinatie is toegstaan mits passerende behoorlijke kwitantie. Zo is het dat ik neffens mijn voorsz vader in kwaliteit voorsz. en als erfgenaam van Aerien Vrancken en Machtelt Vrancken mijn overleden broeder en zuster uit de weeskamer van Zegwaart beken gelicht en ontvangen te hebben, eerstelijk de inventaris van de boedel en goederen zulks Vranck Cornelisz. in gemeenschap met zijn voorn. huisvrouw bezeten en zij met de dood ontruimd en nagelaten heeft, en verder de uitkoopbrief van de voorsz. kinderen haar moederlijk bewijs met de doos daarin dezelve goederen hebben berust. Met handmerken Cornelis Vrancken Houtniet en Vranck Cornelisz. Houtniet.


[4366]

11-4-1670: Alzo Maertgen Cornelisdr. nagelaten dochter van Maertgen Dircxsdr. geprocureerd bij Cornelis Jansz. Molenwegh gekomen zijnde ten ouderdom van 27 jaar is getrouwd met Cornelis Pietersz. Cosijn aan schout en weesmannen van Zegwaart verzocht heeft om uit het voogdijschap ontslagen en geadmitteerd te worden tot administratie van haar goederen ter weeskamer berustende, hetwelk na voorgaande examinatie is toegstaan mits passerende behoorlijke kwitantie. Zo is het dat de voorsz. Cornelis Pietersz. Cosijn als man en voogd van zijn voorsz. huisvrouw bij deze uit de weeskas van Zegwaart bekende


gelicht en ontvangen te hebben, eerst een gecasseerde uitkoopbrief van zijn huisvrouws moederlijk bewijs, item twee inventarissen de ene van de goederen van dezelve haar moeder en de andere van Maertgen Phillipsdr. haar grootmoeder, en verder al de erfenis daarin dezelve respectievelijke erfenissen bestaan als namelijk een obligatie op Maerte Meesz. van der Houck ter som van 100 gld., een obligatie op Louris Pietersz. de Gaerde tot 95 gld. 12 st., nog 8 gld. voor haar bruidsstuk, item nog 297 gld. … mede aan geld en verder de rekening d.d. 30-9-1669. Met handmerk Cornelis Pietersz. Cosijn.
[4367]

13-10-1673: Alzo Louris Cornelisz. Buijttewegh [handtekening] nagelaten zoon van Cornelis Joosten Buijttenwegh zal. tegenwoordig gekomen zijnde ten ouderdom van 25 jaar aan schout en weesmannen van Zegwaart verzocht heeft zijn persoon en goederen uit de regereing en voogdij van de weeskamer zoude mogen worden ontslagen. hetwelk verzoek hem bij schout en weesmannen voornoemd is toegestaan. Zo bekende de voorsz. Louris Cornelisz. Buijttewegh bij deze gelicht en aan hem genomen te hebben al het geld, brieven en documenten zulks ter weeskamer van Zegwaart zijn persoon en goederen belangende. Belovende derhalve de voorsz. schout en weesmannen van Zegwaart mitsgaders Pieter Joosten Buijttewegh zijn oom en bloedvoogd te quiteren.


[4368]

27-1-1668: Alzo Pieter Pietersz. van der Wildt [handtekening] getrouwd hebbende Neeltgen Adriaensdr. Leeuw die een dochter is van Adriaen Henricxsz. Leeuw en van Maertgen Jacobsdr. Zevenhuijzen beide zaliger aan schout en weesmannen van Zegwaart mitsgaders aan Pieter Hendricxsz. Leeuw en Gerrit Jacobsz. Zevehuijzen zijn voorsz. huisvrouws omen en voogden verzocht heeft dezelve zijn huisvrouw uit de voogdij ontslagen en hem geadmitteerd zoude mogen worden haar goederen voortaan zelf te mogen regeren en administreren. Hetwelk hem na voorgaande examinatie is toegstaan mits passerende behoorlijke kwitantie. Zo is het dat de voorsz. Pieter van der Wildt in de naam van zijn voornoemde huisvrouw de voorsz. weeskamer, schout en weesmannen en ook de voorn. voogden met deze verklaart te kwiteren van de voogdij, bewind en administratie.


[4369]

22-12-1672: Alzo Maertgen Adriaensdr. Leeuw [hantekening] en Jacob Adriaensz. Leeuw [handtekening] beide mede nagelaten kinderen van Adriaen Henricxsz. Leeuw en Maertgen Jacobsdr. Zevenhuijzen beide zaliger aan schout en weesmannen van Zegwaart hebben verzocht omdat zij gekomen waren tot haar mondige dagen om uit de voogdij ontslagen en geadmitteerd zoude mogen worden haar goederen voortaan zelf te mogen regeren en administreren. Hetwelk hen na voorgaande examinatie is toegstaan mits passerende behoorlijke kwitantie. Bekennen voldaan te zijn van onze vaderlijke en moederlijke erfenis als wegens de erfenis ons aangekomen door het overlijden van onze grootmoeder zal. Martijntgen Huijgen, als van Leendert Henricxsz. Leeuw en Jan Jacobsz. Sevenhuijzen onze beider ooms zaliger.


[4370]

7-7-1673: Alzo Dirck Hendrixsz. van der Does [handtekening] nagelaten weeszoon van Dirckgen Dircxsdr. daar vader van was Henrick Tijmonsz. van der Does is komen te trouwen aan schout en weesmannen van Zegwaart verzocht heeft om uit de voogdij ontslagen en geadmitteerd te worden zijn goederen ter weeskamer van Zegwaart behorende te mogen lichten om die voortaan zelf te regeren en administeren, hetwelk hem na voorgaande examinatie is toegestaan, mitsgaders behoorlijke kwitantie. Welke de voorsz. Dirck Hendrixsz. van der Does bij deze beken ter weeskamer van Zegwaart gelicht en ontvangen te hebben al de rekeningen van zijn voorsz. goederen gedaan als ook de rekening van datum dezer bij dewelke Dirck Pietersz. Conijnenburch zijn voogd aan hem is schuldig gebleven de som van 2201 gld. 1 st. 13 pen. Item een obligatie ten laste van het gemene land, een obligatie ten laste van het weeskind van Cornelis Jaspertsz. van Benthoren, een obligatie ten laste van Willem Bastiaensz. Coomen, een obligatie op Dirck Jansz. Maris, een obligatie op Pietre Jansz. Vermeer en het restant van een obligatie op Henrick Tijmentsz. van der Does, te samen importerende de som van 1706 gld. 2 st. met de interesten vandien.


[4372]

13-10-1673: Alzo Adriaen Cornelisz. Buijttewegh [handtekening] nagelaten weeszoon van Cornelis Joosten Buijttewegh zal. tegenwoordig gekomen zijnde ten ouderdom van 25 jaar aan schout en weesmannen van Zegwaart verzocht heeft ten einde desselfs persoon en goederen uit de regering en voogdij van de weeskamer zoude mogen worden ontslagen. Welk verzoek hem bij schout en weesmannen voornoemd is toegestaan. Zo bekende de voorschreven Adriaen Cornelisz. Buijtewegh bij deze gelicht en naar hem genomen te hebben al het geld, brieven en documenten zulks ter weeskamer van Zegwaart zijn persoon en goederen belangende berustende zoude mogen hebben. Belovende derhalve de voorschreven schout en weesmannen van Zegwaart mitsgaders Pieter Joosten Buijtewegh zijn oom en bloedvoogd te zullen quiteren.


[4373]

25-1-1675: Alzo Karel Pietersz. de Heij [handmerk] en Commertgen Pietersdr. de Heij [handtekening] beide nagelaten weeskinderen van Krijtgen Ariensdr. geprocureerd bij Pieter Jansz. de Heij tegenwoordig gekomen wezende ten ouderdom van 25 jaar aan schout en weesmannen van Zegwaart hebben verzocht van de voogdij ontslagen en tot de regering van haar goederen zelf geadmitteerd te worden. Welk verzoek haar bij schout en weesmannen voornoemd is toegestaan. Zo bekenden de voorsz. Carel Pietersz. en Commertgen Pietersdr. bij deze ontvangen en onder haar geslagen te hebben de akte en uitkoopbrief van de kinderen moederlijk bewijs mitsgaders de inventaris van de goederen van de voorsz. Pieter Jansz. de Heij en Crijntgen Pietersdr. ten tijde van het doen van de voorsz. uitkoop gemaakt en verder al hetgeen enigszins de voorschreven kinderen aangaande in de weeskas van Zegwaart heeft berust. Kwiterende overzulks schout en weesmannen voornoemd mitsgaders Pieter Ariensz. Clover haar oom en voogd van dezelve voogdij en administratie over haar gedaan en genomen.


[4374]

10-5-1680: Alzo Adriana Jansdr. Peij nagelaten dochter van Jan Jansz. Peij en Dirghen (Hendricxsdr.) Leeuw enige tijd geleden is komen (te trouwen) met sr. Henrick Verdonck [handtekening] wonende tot Rotterdam, dezelve Verdonck aan schout en weesmannen van Zegwaart als mede aan Jacob Aeriensz. van Leeuwen als gesurrogeerd voogd heeft verzocht zijn huisvrouw uit de voogdij ontslagen en geadmitteerd zoude mogen worden tot regering en administratie van haar goederen. Is akkoord mits passerende behoorlijke kwitantie, hetgeen hij bij deze doet.


[4375]

Door verbleking is deze kwitantie niet meer leesbaar.


[4376]

29-11-1680: Alzo Gerrit Jansz. Sterenburgh [handtekening] nagelaten zoon van Jan Ariensz. Sterrenburgh geprocreerd bij Agnietgie Gerritsdr. Hoeffwegen nu enige tijd geleden is komen te trouwen aan schout en weesmannen van Zegwaart en aan Adriaen Jansz. Sterrenburgh zijn halve broeder en voogd heeft verzocht uit dezelve voogdij ontslagen en geadmitteerd mochte worden tot lichting en administratie van zijn goederen, hetwelk na voorgaande examinatie is toegestaan mits passerende behoorlijke kwitantie, hetwelk bij de voorsz. Gerrit Jansz. is gedaan.


[4378]

5-7-1682: Alzo Marijtgien Aerentsdr. van Hoorn nagelaten weesdochter van Pietertgien Arientsdr. Brouwer geprocreerd bij Arij Dirckxsz. van Hoorn tegenwoordig haar heeft begeven en van voornemens is te trouwen met Jan Hendricxsz. Verburgh [handmerk] wonende aan de Bergschenhoek, aan schout en weesmannen van Zegwaart mitsgaders aan de voorn. Arij Dirckxsz. van Hoorn haar vader en voogd heeft verzocht dat zij uit de voogdij ontslagen en hem geadmitteerd mocht worden tot lichting en administratie van haar penningen, hetwelk na examinatie hem is toegestaan mits passerende behoorlijke kwitantie, hetwelk bij de voorn. Jan Hendricksz. is gedaan.


[4379]

13-9-1684: Alzo Ariaentgien Arientsdr. van Hoorn [handmerk] nagelaten weesdochter van Pietertgie Arientsdr. Brouwer geprocreerd bij Arij Dirckxsz. van Hoorn tegenwoordig is gekomen tot haar mondige dagen en dienvolgende verzocht aan schout en weesmannen van Zegwaart om haar goederen?! ter weeskas haar toebehorende bij haar mochten worden ontvangen, hetwelk haar na voorgaande examinatie is toegestaan mits passerende behoorlijke kwitantie, hetwelk zij bij deze doet.


[4379]

Een onduidelijk briefje met aantekeningen.


[4380]

22-7?-1689: Alzo Mees Pietersz. van Raffa [handtekening] zoon van Pieter Fransz. Viscoper tot zijn meerderjarigheid is gekomen aan de schout en weesmannen van Zegwaart heeft verzocht om uit de voogdij ontslagen en geadmitteerd te worden lichting en regering van zijn goederen ter weeskamer berustende, hetwelk na voorgaande examinatie is toegestaan mits passerende absolute kwitantie. Zo is het dat ik ondergeschrevene Mees Pietersz. van de weeskamer van Zegwaart beken (onleesbaar) broeder en zuster gelicht te hebben (onleesbaar) ter weeskamer berustende (onleesbaar) moeders erfenis. [doorbeschadiging slechts deels leesbaar]


[4381]

27-8-1690: Ik ondergeschrevene Hilletgen Gerritsdr. [handmerk] jonge dochter nagelaten dochter van Neeltgen Pietersdr. in echte gewonnen bij Gerrit Cornelisz. Rockeveen beken bij deze ontvangen te hebben uit handen van Cors Pietersz. Rockeveen, mijn oom en voogd, de som van 43 gld. 6 st. in voldoening van een obligatie bij dezelve tot mijn behoeve gepasseerd en verleden op 27-2-1639 zulks in de weeskas van Zegwaart berustende had, zijnde mij aangekomen en opbestorven door overlijden van mijn moeder en grootmoeder, waarmee ik van mijn moeder en grootmoeders erfenis beken voldaan te zijn.


[4382]

10-3-1770: Ik ondergeschrevene Andries Sels [handtekening] als in huwelijk hebbende Maria Welborn wonende te Zwijndrecht beken bij deze ontvangen te hebben van schout en weesmannen van Zegwaart de som van 25 gld. zijnde het moederlijk bewijs van mijn voorn. huisvrouw door bovengemelde schout en weesmannen bij preferentie uit de boedel van mijn vrouws vader Coenraad Welborn ten behoeve van mij gemelde huisvrouw vanwege haar minderjarigheid ontvangen. Quiterende overzulks voorn. schout en weesmannen.


[4383]

15-6-1671: Ik ondergeschrevene Bastiaen Cornelisz. van Mareleveld [handtekening] als getrouwd met Sijburggen Jansdr. van Leeuwen nagelaten dochter van Jan Cornelisz van Leeuwen verklaar op mijn verzoek aan schout en weesmannen van Zegwaart gedaan uit de weeskas aldaar gelicht en ontvangen te hebben al hetgeen in dezelve weeskas consernerende mijn huisvrouws vaderlijke erfenis heeft berustende ook ontvangen te hebben een som van 20 gld. in voldoening vandien.


[4384]

5-7-1632: Staat in het kort van de penningen die de erfgenamen van Barbaer Sijmonsdr. zal. gewoond hebbende in Zegwaart, maar deze erfgenamen zijn woonachtig bij Marcushoff niet ver van de Elssingerstadt?! Vermeld diverse obligaties. Ontvangen door Cornelis Cornelisz. Zegwaert [zet handtekening; blijkbaar een van de erfgenamen].


[4385]

20-7-1675: Alzo Trijntgen Dircxsdr. Vairle nagelaten weesdochter van Wijven Jacobsdr. Cruijningh geprocureerd bij Dirck Arijensz. Vairle [handtekening] dezer wereld is komen te overlijden hebbende dezelve Dirck Vairle als vader en enige erfgenaam van de voorsz. Trijntgen Dircxsdr. zijn overleden dochter na voorgaande verzoek en admissie van schout en weesmannen van Zegwaart uit de weeskas aldaar gelicht en ontvangen de akte van uitkoop van het voorn. weeskinds moederlijke erfenis mitsgaders de beloofde uitkooppenningen, en passeert hiervan kwitantie.


[4386]

16-9-1659: Ik ondergeschrevene Jan Jansz. Bogaert [handtekening] beken bij deze ter weeskamer gelicht en ontvangen te hebben de som van 99 gld. 10 st. 4 pen. om daarmee in mindering en ter goeder rekening te betalen in haar onderhoud en kostgeld van Jannetgen Jansdr. weduwe van Gijsbert van Groenewegen en van Henrick Gijsbertsz. desselfs nagelaten zoon, beide te verschijnen in het begin van februari 1660, te samen ter som van 174 gld. [gevolgd voor aanvullende verklaring d.d. 14-2-1660.]


[4387]

9-3-1632: Ik Wouter Jansz. [handtekening] nagelaten zoon van Jan Adriaensz. Wout en Marijtgen Cornelisdr. beiden zaliger beken bij deze dat op huiden mijn door handen van Gerrit Jacobsz. van der Baen weesmeester van Zegwaart en Jan Pietersz. Marck weesmeester tot Zoetermeer met toestaan van Jan van Leeuwen schout van Zegwaart alswel met advies en consent van Adriaen Woutersz. mijn grootvader, Dirck Adriaensz. Ruckeveen mijn oom en Egbert Huijbrechtsz. scheepmaker mijn cosijn en volgens mijne voogden tot deze dage toe geweest zijnde, behandigd en overgeleverd is alle alzulke papieren, schriftueren en monumenten en penningen zulks van mijnentwege ter weeskasse alhier berustende zijn geweest. Ook ondertekent door Adriaen Cornelisz. secretaris van Zegwaart.


[4387]

27-9-1646: Wij Maddeleentgen Jacobsdr. [handtekening] en Hellena Jacobsdr. [handmerk] meerderjarige nagelaten jonge dochters van Jacob Volckertsz. en Marijtgen Adriaensdr. beide zaliger geassisteerd in deze bij Abraham Willemsz. [handmerk] onze zwager en voogd gekoren in deze zaak, en bekennen op huiden door handen van Adriaen Gerritsz. weesmeester tot Zegwaart en Jan Pietersz. Marck weesmeester van Zoetermeer overhandigd en overgeleverd is alle alzulke penningen, papieren en monumenten zulks wij ter weeskas berustende hebben gehad. Bedankende de weesmannen voor haar getrouwe toezicht mitsgaders Adriaen Jacobsz. onze overleden broeder van zijn voogdij en administratie.


[4388]

6-3-1692: In manier hierna verklaard bekenden Heindrick Jacobsz. van der Mast [handmerk] wonende tot Zegwaart ter eenre en Cornelis Leendertsz. van der Sijde [handtekening] wonende tot Berkel aanbehuwde oom en voogd over Jacob Heindricksz. en Dirck Heindricksz. van der Mast nagelaten kinderen van Rookjen Maertensdr. Cebel geprocreerd bij de voorsz. Heindrick Jacobsz. van der Mast, geassisteerd met mr. Johan Storm van ‘s Gravesande schout, mr. Cosmus van Balen en mr. Abraham Bubbeson weesmeesters van Zegwaart ter andere zijde, veraccordeerd te zijn wegens de erfenis van de voorsz. kinderen nu omtrent oud 5 en 3 jaar, zulks dezelve aanbestorven zijn door het overlijden van haar respectievelijke moeder Roocke Maertensdr. Cebel […].

5-3-1716: Beken ik ondergeschreve Jacob Hendricksz. van der Mast [handtekening] op huiden van schout en weesmannen van Zegwaart gelicht en ontvangen te hebbende de som van 15 gld. tot voldoening van mijn moederlijke erfenis in de vorenstaande akte van uitkoop begrepen.
[4390]

8-5-1706: Ik ondergeschreven Teuntie Dircxdr. van Grol [handtekening] beken bij deze uit handen van schout en weesmannen van Zegwaart gelicht te hebben de akte van uitkoop daarbij mijn vader Dirck Hendricksz. van Grol op 18-10-1667 tegen Jacob Gerritsz. van Immerseel oud-oom en voogd over mij ondergeschrevene wegens de besterfenis van mijn moeder Pieternella Gerritsdr. uitkoop gedaan heeft ten overstaan van de schout en weesmannen van Zegwaart. En op welke akte van uitkoop ook was gesteld een kwitantie bij mij ondergeschreve ondertekend daarbij consteerde dat op 6-3-1693 aan mij door schout en weesmannen is voldaan en betaald hetgeen bij mijn voorsz. vader ter weeskamer ten tijde van de voorsz. uitkoop was overgeleverd.


[4391]

19-6-1672: Uit de doos gelicht van de kinderen van Maertje Dircksdr. daar vader van was Jonge Arij Jansz. uit rekening voor de kinderen van Pieter Fransz. Viscooper de som van 20 gld.


[4392]

26-1-1605: Ik Joost Jansz. [handtekening] jonggezel nagelaten zoon van Jan Wouter Joostensz. zal. beken bij deze dat door mijn oom en voogd Adriaen Woutersz. met consent van Jeroen Zevertsz. en Jeroen Cornelisz. Aerslang weesmeesters van Zegwaart en Zoetermeer mij behandigd en overgeleverd is al mijn penningen, papieren e.a.


[4393]

Paar losse briefjes met aantekeningen over betalingen.


[4394]

6-1-1651: Ik ondergeschrevene Pieter Abrahamsz. van Kouwenhoven [handtekening] nagelaten zoon van Abraham Jansz. van Kouwenhoven en van Maertge Pietersdr. beide zaliger beken bij deze aan Pieter Pietersz. Breetvelt mijn oom en voogd en aan schout en weesmannen van Zegwaart verzocht te hebben om mijn goederen (ter weeskamer van Zegwaart berustende) zelf te mogen regeren en van de voorsz. weeskamer ontslagen te zijn, alzo ik nu ben getrouwd en omtrent ten ouderdom van 21 jaar ben gekomen, hetwelk mij bij dezelve is toegstaan mits passerende behoorlijke kwitantie. Zo is het dat ik bij deze beken uit de weeskas van Zegwaart onder mij genomen te hebben de doos daar al mijn goederen in berust hebben met al de brieven, obligaties, rekeningen en andere behoeften mij competerende als ook mede het geld in dezelve doos berustende.

8-6-1663: Wij ondergeschrevenen Maertgen Abrahamsdr. van Couwenhoven [handmerk] en Annetgen Abrahamsdr. van Couwenhoven [handmerk] beide nagelaten kinderen van Abraham Jansz. van Couwenhoven geprocreerd bij Jannetgen Jacobsdr. gekomen zijnde tot haar mondige dagen verklaren aan schout en weesmannen van Zegwaart mitsgaders aan Abraham Fransz. Ketelaer [handtekening] onze halve oom en mede-voogd verzocht te hebben om van de weeskamer uit de voogdij ontslagen en geadmitteerd te worden tot de administratie van haar goederen., hetwelk ons bij schout en weesmannen van Zegwaart en bij de voorn. voogd na voorgaande examinatie is geconsenteerd. Bekennen de weeskamer en onze voogden volkomen gequiteerd te hebben.

14?-3-1674?: Ik ondergeschrevene Louris Abrahamsz. van Couwenhoven [handtekening] nagelaten zoon van Abraham Jansz. van Couwenhoven geprocureerd bij Jannetgen Jacobsdr. verklaar aan schout en weesmannen van Zegwaart en de voogd Abraham Fransz. Ketelaer verzocht te hebben om uit de voogdij ontslagen en geadmitteerd te worden tot lichting en administratie van de goederen zijnenthalve in de weeskas berustende, hetwelk mij is geadmitteerd mits passerende behoorlijke kwitantie. Zo is het dat ik bij deze van schout en weesmannen en de voorsz. voogd beken voldaan en betaald te zijn van al hetgeen mij aangaande of uit zaak van de erfenis van mijn overleden broeder en zuster enigszins ter weeskamer berustende was.


[4395]

8-12-1659: Ik ondergeschrevene [handtekening Gerrit Huigen timmerman] beken ontvangen te hebben uit handen van Jan Arentsz. Sterreburch de som van 6 gld. 12 st. in voldoening van de bovenstaande betaling.

16-12-1659: Ik ondergeschrevene Tuentgen Cornelisdr. [handtekening] beken ontvangen te hebben uit handen van Jan Starrenburch mijn zoon een som van 30 stuivers. voor een schot dat Willemptgen Cornelisdr. mij heeft laten maken.
[4397]

19-4-1649: Ik ondergeschrevene Aerien Jansz. [handmerk] getrouwd met Aechgen Inggen nagelaten dochter van Aechgen Pietersdr. die een dochter was van Pieter Jansz. Coornmolenaer en mitsdien een mede-erfgenaam van dezelve, beken bij deze aan schout en weesmannen van Zegwaart verzocht te hebben om van de weeskamer van Zegwaart ontslagen te zijn, hetwelk bij dezelve is gecnsenteerd mits daarvan passerende behoorlijke kwitantie. Zo is het dat ik bij deze beken uit de weeskas van Zegwaart ontvangen te hebben alle zodanige goederen en bescheiden als mijn in kwaliteit voorn. daaruit competerende was.

27-2-1671: Op gelijke voet en onder condities als in bovenstaande kwitantie beken ik Leendert Ingen de Blom [handtekening; Bloom] mede voldaan en betaald te zijn.
[4398]

29-9-1602: Ik Cornelis Lenertsz. [handtekening] jonggezel nagelaten zoon van Neeltgen Cornelisdr. zal. in de echt geprocreerd bij Lenert Adriaen Pieter IJeuwoutsz. beken bij deze ontvangen te hebben van dezelve Lenert Adriaensz. mijn vader de som van 30 car. gld. en dat over mijn moederlijke erfenis, mitsgaders nog 10 gld. 9 pn over de interest van de tijd van vier jaar en 9 maanden gerekend tegen de penning 16. En dat met consent van Jan Cornelisz. Sip wonende tot Vriesecoop mijn oom en voogd als ook met advies en ten overstaan van Jan Aelwijnsz. scheepmaker en Jan Cornelisz. Comen weesmeesters alhier van Zegwaart en Zoetermeer.


[4399]

9-2-1635: Ik Adriaen Cornelisz. [handtekening] als getrouwd hebbende Geertgen Joostendr. nagelaten weesdochter van Joost Jan Woutersz. haar overleden vader zal. als dezelve mijn voorsz. huisvrouw vermits haar minderjarigheid gestaan hebbende onder voogdij, opzicht en regering, bedank met deze Jacob Jansz. Westhouck als oom van vaderszijde en zulks voogd en administrateur geweest zijnde over de voorsz. Geertgen Joostendr goederen van zijn getrouwd administratie en regering bij hem dienaangaande gehad, mitsgaders de ed. heer schout van Zegwaart en de weesmeesters van de ambachten van Zegwaart en Zoetermeer respectievelijk. Bekennende overzulks alle goederen ontvangen te hebben.


[4401]

4-1-1652: Ik ondergeschreven Vranck Claesz. Roobol getrouwd met Neeltgen Dominicusdr. nagelaten weesdochter van Dominicus Willemsz. geprocreeerd bij Maertgen Dircxsdr. Conijnenburgh beken bij deze aan Crijn Cornelisz. Molewech mijn huisvrouws oom en voogd als ook aan schout en weesmannen van Zegwaart verzocht te hebben om mijn voorn. huisvrouw van de voogdij en van de weeskamer ontslagen te hebben en mij geadmitteerd om haar goederen zelf te mogen regeren, hetwelk mij bij dezelve is geconsenteer mits passerende behoorlijke kwitantie. Zo is het dat ik bij deze beken uit de weeskas van Zegwaart ontvangen te hebben de doos van mijn voorn. huisvrouw met al het geld, brieven, rekeningen en bescheiden daarin berustende.


[4402]

Briefje mbt de twee dochters van Jan Peijsz. zaliger.


[4402]

2-4-1678: Alzo Abraham Palensteijn [handtekening] al over lange gekomen zijnde ten mondige dagen aan schout en weesmannen van Zegwaart mondeling had verzocht om uit de voogdij te worden ontslagen en tot lichting van zijn documenten ter weeskamer berustende geadmitteerd, welk verzoek hem is toegestaan. Zo bekende de voorn. Abraham Palensteijn bij deze gelicht en ontvangen te hebben alle brieven, akten en documenten hem enigszins aangaande tot nog toe er weeskamer van Zegwaart berust hebbende.


[4403]

20-8-1672: Alzo Willemina Jansdr. Peij van Palensteijn nagelaten dochter van Jan Jansz. Peij van Palensteijn en Dirckgen Hendricxsdr. Leeuw enige tijd geleden is komen te trouwen met sr. Adrianus Besemer, kruidenier tot Rotterdam, dezelve Adrianus Besemer aan schout en weesmannen van Zegwaart als ook aan Pieter Hendricxsz. Leeuw zijn voorsz. huisvrouws oom en voogd heeft verzocht ten einde zij uit dezelve voogdij ontslagen en hem geadmitteerd zoude mogen worden tot lichting en administratie van haar goederen. Hetwelk hem na voorgaande examinatie is toegestaan mits passerende behoorlijke kwitantie. Waarop volgende de voorschreven Adrianus Besemer in de naam van zijn voorschreven huisvrouw bij deze bekende gelicht, ontvangen en onder hem genomen te hebben alle zodanige brieven, obligaties, huurcedullen en andere bescheiden als waarin mijn voorsz. huisvrouws goederen tot deze huidige dag tot hebben bestaan.


[4405]

11-11-1660: Ik ondergeschrevene Jan Adriaensz. Palensteijn [handtekening] beken bij deze aan schout en weesmannen van Zegwaart verzocht te hebben om van de weeskamer ontslagen te zijn en mijn goederen zelf te mogen regeren, hetwelk mij bij dezelve is toegestaan, mits passerende behoorlijke kwitantie. Zo is het dat ik bij deze beken al mijn goederen die ter weeskamer van Zegwaart berust hebben of de bescheiden vandien ontvangen en genoten te hebben, zulks dat ik van de weeskamer en van mijn moeder van mijn vaderlijke erfenis beken voldaan en betaald te zijn.


[4406]

1-6-1663: (Wij) ondergeschrevenen Willem Cornelisz. Burch [handtekening] als getrouwd met Trijntgen Adriaensdr. Palesteijn [handtekening] verklaren bij deze aan schout en weesmannen van Zegwaart verzocht te hebben ten einde zij Trijntgen Arijensdr. met dezelve al over enige jaren is komen te trouwen, van de weeskamer ontslagen en geadmitteerd mocht worden haar goederen zelf te regeren, hetwelk ons bij dezelve is toegestaan mits passerende behoorlijke kwitantie. Verwijst naar goederen opgekomen door overlijden van Cornelis Adriaensz. Timmer om die te genieten na overlijden van Maertgen Joppen Palensteijn desselfs moeder.


[4407]





Dovnload 63.37 Kb.