Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Land van dromen, ik roep u aan, verweef de eeuwigheid met mijn bestaan, een nieuwe

Dovnload 37.88 Kb.

Land van dromen, ik roep u aan, verweef de eeuwigheid met mijn bestaan, een nieuwe



Datum01.08.2017
Grootte37.88 Kb.

Dovnload 37.88 Kb.

Land van dromen, ik roep u aan, verweef

de eeuwigheid met mijn bestaan, een nieuwe

dag wacht om geboren te worden, warm

afscheid van de maan, de lachende stralen

van de zon komen eraan. Kriebelend en

kruipend is mijn wezen, rotting verraadt

aanwezigheid, waar het stinkt is leven.
De dag is een rijpe vrucht, die aan mijn

voeten valt, mijn weigering het orakel

van de morgen te aanschouwen moet stoï-

cijns zijn. Ik schrijf en schrijf al lang,

maar weet nog steeds niet wat mij bezighoudt,

wat mij ten allen tijden drijft. Suïcide is

overdreven, maar sinds ver over de grenzen

van mijn geheugen, ginder in het land van

het argeloze verleden, kan ik mij slecht

verdedigen tegen mijn gedachten met

betrekking tot het leven in het algemeen.

Er schuilt motivatie in wraak en zelf-

vernietiging. Mijn soort rijdt niet op

de kostbare natuur, maar kan het ook

niet anders meer en probeert te over-

wegen. Staar mij niet aan, ik heb de

dood in de ogen, zevenentwintig

jaren telt mijn leven nu.

Er zijn dingen die je beter niet weet.

Telefoon, fluitsignaal, stopwoord.


Er zijn dingen die je beter niet weet.

Psychose is vermoeiend. Terminale agonie.

Complexe aanstelleritis. Geef me een

tiet, dan heb ik dat niet. Geef me tenminste

een goedgemeende kus, voor ik mezelf

uitblus. Maar nee, ach jee, je zit er niet mee.

Wat maakt het ook uit zolang je nog

kiest en ja of nee zegt… Zolang je niet

alles aan me uitlegt en jezelf nog begrijpt,

als je wéér een ander pijpt.

Wat maakt het uit,

er zijn dingen die je beter niet weet.

Tranen branden op een wonde plek

tranen zijn zout, het bloed is zoet.

Den zomer huilt, dikke druppels, zware

bladeren vallen. Hoor mijn stem, proef

mijn geest. Nu lach je nog, maar wat

in duistere tijden als Hades jou niet

gebruiken kan, wat heb jij te bieden

dat zo waardevol is? Ik ken iemand

wiens ogen branden in afgunst. Wij

zijn gekomen en zullen blijven komen,

puur en alleen om de gevallen engel

het leven zuur te maken, in al zijn

verschijningsvormen, in leven en in

dood, want beide deren ons niet.

Liefdadigheid is een te zoete perzik,

wrang, het gevecht aangaan daarentegen

heeft zo zijn charme. Wraak ja,

geweld, nee. Hoor mijn stem, proef

mijn geest, tranen branden op een

verwonde plek, ze zijn zout terwijl

het bloed zoet is.De zomer huilt,

dikke druppels, zware bladeren

vallen, nu lach je nog.
Gal is mijn bloed, pijn is mijn zijn.

Mijn armen en knieën kapot, mijn hoofd

beukt, pijn is mijn zijn. Schreeuwend

schizofreen, onopgelost probleem, komt

tot stilstand, gaat in de achteruitgang.

Psychose is de natuur die helpt bij het

vluchten de bossen in, Hypertensie door

overbelasting, overbelasting door hyper-

tensie. Terechte reactie van het onver-

moede instinct. Pijn is mijn zijn.


Boom ik zie je staan, hier en in een

vreemd land, wie doodt er nu een boom?

Wie is er slachtoffer, in het voorbijgaan.

Wat is slim, wat is wijsheid. Wat een

verworvenheid, wat een eer, om boom te

mogen zijn, bekende uit een ver verleden,

plotsklaps geveld. Ik kende geen betekenis,

zo bleef ook ik onbegrepen. Blijf je staan,

beste vriend, stille getuige van leven,

blijf bestaan voor de dromen van mensen.

Ik voel je verdriet met heel mijn wezen,

hoor muziek uit verre tijden. Wat is

wijsheid, wat is nou slim, wat een eer,

wat een verworvenheid, om boom te

mogen zijn, bekende uit een ver ver-

leden.
Ik spreek je aan in je moeders taal en vertel

je een volkomen vreemd verhaal. Gelet op

structuur valt er proza noch gedicht te

bewonderen. Hoe word ik zo zuur? Vraag

me dat nog een keer als jij net wakker bent.

En daarbij, sinds wanneer ben ik jij? Wat

heb ik gekend, ziedaar, dat is mijn leven.

Daar kan het beste paard niet tegen en lust

het beste varken geen pap van. Ik blijf

vriendelijk en gebruik mijn voor- en

achterpoten, want je moet roeien met

de riemen die je hebt.
Hoeveel maal kruip ik in de pen,

woorden zijn mij nutteloos gebleken.

Ik ben niet zot en waarachtig ben ik

deelachtig van mijn genot. Mij ontstemd

alleen de regen, de herfst en de twijfel.

Lieve pen, beschrijf me zoals ik ben, ik

wil niet spuwen en ik kan niet schreeuwen.

Daarbij kan ik niets onthouden, opbouwen,

behouden. Vuile woorden, getekend in

inkt, ik wil weten waar het stinkt, een

vinger in de pap, de rode lap. Woorden

zijn mij nutteloos gebleken, Hoe vaak niet,

kruip ik in de pen, besluip ik je van

achteren om vervolgens te vervallen in

blinde razernij. Lekker bij in een depressie,

in agressie of in scharlaken rode razernij.

Je staat weer voor joker, want wat rijmt

er nou op oker. Voordoor de rode lap,

voor een vinger in de pap. Wees zen,

mijn brave pen, wees zen; Zoeken

evolueren en nadenken,

het liefst, te voet.


Flip je dekseltje de zevende hemel in,

leg je piemel tussen een deur en trek

deze dicht. Ik rook je afvallig en blaas

je omver, dus pacifist, activist, terrorist,

hasjis for semtex, semtex for hasjis.

Product van haat, destructief fabrikaat,

een goddelijk apparaat, voor chaos,

vernieling en verdere ontzieling,

telefoon, fluitsignaal, boem.

Wat zou Boedha ervan zeggen, mijn

zegen hebben ze, als mijn leven muziek

is, en muziek mijn leven, het is voor een

goed doel, een moment van rust, van kijken

en nadenken. Mogelijk de viering van

de godheid en in zijn naam. Wordt dan

misschien een kleine hemel. Het Zelf,

het spiegelbeeld en de metaverse.

Het uitspansel ligt, is gefundeerd, op

de inspanningen van de goden. Lief-

dadigheid betrekt zich niet op mensen,

wees genereus naar de goden. Zelf

vraag ik en krijg antwoord, wees

genereus naar de aarde, die ons

ruim heeft toebedeelt, en genereus

naar de congiërge, de corvee-, de

opruimploeg. Wat zou Boedha ervan

zeggen, als ik een amfibie zou kruisigen,

of ik zou het aan willen gaan? Hij zegt:

“je weet toch dat je al vlees eet, stuk

na-ijverend onvermogen, je weet toch

al dat je vlees eet, je weet toch dat

je vlees eet.”


Vloek niet, fluit niet, zing niet, zwijg niet,

zet strepen onder je uitwerpselen, die als

desperado’s voorbij komen scheuren op

crossfietsen. Sulfer is vuur. Vloeken is

seks en natuur was al taboe. De dokter is

een heks. Je praat, je praat, je praat en op

raakt mijn geduld, Vloek niet, fluit niet,

zing niet, zwijg niet en je bent zo

uitgeluld.
En dan zwijgt hij over de appel.

Het is, was er een voor de dorst, komt

tijd komt onraad uit een van de vier

hoeken van de kamer, als dat even

de wereld is. Ik kan me geen andere

omstandigheid herinneren, dan hier

niet te willen zijn, eens in de zoveel

tijd word ik bevorderd en soms, veel

te weinig trouwens, gedegradeerd, in

spirituele zin en evenzo salaris, wat

wil zeggen, dat god niet bestaat en toch

de touwtjes in handen heeft, Maar het is

allemaal eenvoudiger; ploep aan, ploep

uit, plof, de hemel valt op je hoofd en

het is voorbij. Voorbij met ik weet niet

wat, voorbij met het meta-versum; de

dag dat de doden opstaan, Een niet-

moment waarvan de uitkomst onzeker

is. Een slinger als slot op een slot in

het niets. De meta-versa zijn het

resultaat van iemand die, wat

heet traag, met zijn of haar

knikkers speelt.
Vertel mij wat je weet, kunnen wij anders?

Kunnen wij iets, eigenlijk? Lieg niet, ik

ben al zo vaak bedrogen door een slimme

opmerking en ik weet nu eenmaal dat jij,

ik, of wij samen, niet zouden kunnen

optellen of verzinnen, mocht dat ineens

wél nodig blijken. De waarheid is een

driedelig pak dat iedereen aanzien

verschaft, ongeacht, zwerver, junk,

of dealer. Waarom het zo gemakkelijk is,

je erin te verschuilen. Drie appels voor

de dorst, een sinaas- om te persen, een

gewone om te eten, en een aardappel,

jam, jam, om te planten en te vergeten.


Je denkt en draait en niets veranderd.

Morgen. Een dag in de maand, een dag,

die komt en gaat. Gisteren is een ver

verleden. Laat je gezicht niet zien, hier,

domesticale dreiging. Waar is de uitgang,

wat doe ik hier nog, waar is de uitgang.

Alles stort in of gaat langzaam de grond

in, waar is de uitgang, waar is de voor-

uitgang. Morgen. Deze verbeelding klinkt

als de slagen van een drummer, bijna had

ik je gevonden. De signalen zijn. Wat is

waar, ik kende het nog niet. Je denkt en

draait en niets verandert. Genezing is on-

vindbaar, de mens is ziek. Een zombie ben

ik, zoals zo velen, Lalala, tranquilo eh.

Ja, ja, zombie. Bedek mijn onvrede met

rook en alcohol, te slim om snel dood

te gaan en te stom om het cirkeltje te

doorbreken.
Disco, bobbelende meisjes in stoeibroekjes

en andere in leggings, in zeer korte rokjes.

Vandaag plaatselijke bewolking, hier en daar

een jarretel, en strippen met de plaatselijke

bevolking, Dat schudt maar en dat wiebelt

maar met teveel lak in het haar en ik

ontwikkel zo langzaam staar.
Een nacht in Amsterdam, waanzin,

waanzuit, hoer in, hoer uit, kwelling

met slaande deuren en mensen die net

iets te luid praten. Met mijn kater

de trappen afrollen en nog niet

beroofd worden, een nacht in Amsterdam,

waanzin, waanzuit, hoer in, hoer uit.

Ik geef U honderd gulden en honderd

punten, om mee te beginnen, U gaat door

voor de koelkast, de teevee, het huis en de

auto met een hip kontje, porsche bv.

U hebt liever een pootafdruk van Madonna?

Geloof mij, ik ken dat gevoel en geef U

nogmaals honderd punten, bv, honderd punten.

En een nacht in Amsterdam, waanzin, waanzuit.

Een nacht in Amsterdam, waanzin, Waanzuit,

hoer in, hoer uit, afrekenen vóór de lunch,

honderd punten, bv. Een nacht in Amsterdam,

waanzin, waanzuit, hoer in, hoer uit, recht

oversteken, nogmaals honderd punten,

honderd gulden en een paar contactlenzen

van Hans Anders vanwege al die kleine kut-

lettertjes van het contract dat ik hier

verbestendig. Honderd punten. Tot de

morgen komt, de poppetjes gezien,

en de kasten dicht zijn,

tot de trein weer naar huis gaat.
Wat ben ik groen hier op de verspring-

ende beats. House is alweer lang geleden

en nu volkomen normaal met verborgen

boodschappen, met satanische of anders-

matig gepeperde teksten, halfnaakt met

zwart gescheurde panty. Lelijke meisjes

bestaan niet, toch zie ik er wel gaan.
Ach de waan, de waandenkbeelden, ik zag

je gaan, ik zag je gaan; de boodschap van een

onmogelijke vriend.Ik geniet van de stilte.

Bescherm jezelf, de grote geest is met ons.

Ben ik verbolgen over wat daarnet nog zo vrolijk

kroop of juist wegrende voor mijn naderende voet,

tevergeefs. De waan is een auto, bescherming

tegen hoge snelheden, die niet noodzakelijk

bereikt hoeven te worden. Het leven is een puist,

een goor gezwel dat erop los erupteert, zwart

bloed, zwart goud, en naar olie stinkende dollars,

Ach, de waan, de waandenkbeelden. Ik zag je

gaan, ik zag je gaan. Groen is de wereld, blauw

is de planeet, grijs of zwart is de aarde. Groen

is de wereld.
Kind van een geest, een geesteskind, poppetje

loopt, boom, poppetje gaat zitten en valt in

slaap, poppetje heeft speer noch spies,

wordt verast door wolven en verspijsd.

Poppetje wordt verspijsd, maar de volgende

regel een nieuw poppetje, een nieuw symbool

voor een wijzer mens. Kind van een geest,

een geesteskind, vader en moeder van de



gedachte, ik die mijn vrouw mis en mijn kind,

wat zou ik voor vader zijn?


Dovnload 37.88 Kb.