Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Laudatio voor professor dr. Valentin Y. Mudimbe

Dovnload 28.33 Kb.

Laudatio voor professor dr. Valentin Y. Mudimbe



Datum08.12.2018
Grootte28.33 Kb.

Dovnload 28.33 Kb.







Laudatio voor professor dr. Valentin Y. Mudimbe

Uitgesproken te Leuven op 2 februari 2006 door professor dr. Filip De Boeck, promotor.

Eminentie,

Mijnheer de rector,

Excellenties,

Collegae,

Dames en heren,

In het actuele debat in universiteit en samenleving staat het thema van de diversiteit centraal. Het is precies deze thematiek - rond alteriteit, diversiteit, identiteit, over de marge, het verschil, het authentieke en het hybride - die de kern uitmaakt van het denken van professor Mudimbe, die we hiervoor vandaag eren. Intussen werd zijn werk, in Afrika en wereldwijd, een van de belangrijke inspiratiebronnen voor de ontwikkeling van een breed kennisveld dat zich in de menswetenschappen situeert op het kruispunt tussen filosofie, ethiek, antropologie, sociale en literatuurwetenschappen, culturele en postkoloniale studies; een veld waarin, meer dan elders, wordt getracht om relevante antwoorden te genereren op de belangrijke vragen die onze geglobaliseerde wereld vandaag in hun greep houden.


In zijn recente boek La formule Bardey schrijft Alain Ricard, die Afrikaanse literatuur doceert in Bordeaux: “Tout discours sur l’Afrique, et en particulier l’Afrique noire, ne peut-il relever que de la passion, voire de la compassion? N’y a-t-il que les fous d’Afrique (…) pour s’intéresser à elle? Quelles formes de raison peut-il convoquer?” Afrika is inderdaad vaak het object van een irrationele impuls. Hoe vaak hoor je bijvoorbeeld niet zeggen door expatriates, ontwikkelingswerkers en anderen die beroepsmatig en meestal tijdelijk in Afrika wonen en werken, dat het misschien makkelijk is om Afrika te verlaten, maar dat Afrika je nooit meer verlaat eenmaal je er geleefd hebt of er door geraakt bent. De relatie met Afrika wordt, met andere woorden, vaak benaderd vanuit een passionele modus, geplaatst buiten elke vorm van intellectuele kennis.
Het hele oeuvre van Mudimbe kan gelezen worden als een kritiek op een dergelijke attitude, de houding van de fous d’Afrique waarover Alain Ricard het heeft. Ongetwijfeld zou professor Mudimbe ook over Europa kunnen zeggen dat het je nooit meer verlaat eenmaal je er door geraakt bent. Net zoals zijn eigen biografie van bij aanvang wordt getekend door de ontmoeting tussen Europa en het Westen, in de historische context van de Belgische koloniale overheersing in Congo, zo staan ook de impact en de implicaties van deze ontmoeting tussen twee verschillende werelden, twee identiteiten, twee culturele universa, centraal in zijn hele wetenschappelijke en ook literaire oeuvre (waarin dezelfde vragen terugkeren, maar op een andere manier gesteld). In Mudimbe’s werk gaat het echter niet - of toch niet uitsluitend - over passie, maar vooral over kennis, over het ontrafelen van denktradities en denkbeelden en hoe die te begrijpen. Zijn werk gaat over de creatie van het denkbeeld ‘Afrika’ als epistemisch object. Het gaat over de vraag in welke mate men zichzelf en de ander kan kennen, over zichzelf en de ander kan spreken. Is er plaats voor diversiteit en het multipele, of alleen maar voor een onherleidbaar verschil? Zijn we veroordeeld tot een ontologisch imperialisme van zodra we een discours over de ander opzetten en ontwikkelen? Kan de Afrikaan spreken over zichzelf en zijn relatie tot het Westen wanneer dat enkel maar kan in de taal en vanuit de epistemologische tradities die door de kolonisator en het Westen werden aangereikt of opgelegd? Wat zijn de grenzen van kennis, en hoe wordt kennis gegenereerd en doorgegeven? Sluiten Afrikaanse en Westerse, koloniserende en gekoloniseerde ‘mémoires’ en geschiedenissen elkaar uit, of kunnen ze elkaar ook versterken en vervolledigen? In welke mate is identiteit een constructie, en kan ze dus ook multipel zijn? Kan men in twee werelden tegelijk leven, of alleen maar ertussen, met alle existentiële eenzaamheid waartoe deze positie veroordeelt? … Dat zijn enkele van de kernvragen waarop professor Mudimbe in steeds wisselende vorm heeft getracht een antwoord te bieden.
Geboren in 1941 in het huidige Likasi, in de provincie Katanga, groeit professor Mudimbe op in wat toen nog Belgisch-Congo was, en brengt er zijn jeugdjaren door in een benedictijnenklooster, een ingrijpende ervaring die hij beschrijft in het fascinerende boek Le corps glorieux des mots et des êtres uit 1994, een sociologische analyse die tevens een intellectuele autobiografie of auto-psychanalyse zou kunnen worden genoemd,. De titel verwijst niet alleen naar Maurice Merleau-Ponty, maar ook naar Les mots et les choses, Michel Foucaults archeologie van de menswetenschappen.

In 1966 behaalt professor Mudimbe zijn licentiediploma in de Romaanse Talen aan de universiteit van Lovanium in Kinshasa, waarna hij verder Toegepaste Linguïstiek studeert in Besançon en in 1970 een doctoraat in de Letteren en Wijsbegeerte behaalt in Louvain-la-Neuve. In de jaren zeventig keert Mudimbe terug naar Zaïre, waar hij aan de universiteiten van Lubumbashi en Kinshasa doceert, in wat ongetwijfeld op dat moment een van de meest stimulerende intellectuele milieus in Afrika was. In het begin van de jaren tachtig verlaat hij Zaïre uit ongenoegen met het politieke regime. Hij geeft colleges in Louvain-la-Neuve, Paris-Nanterre, Stanford en Haverford College en uiteindelijk belandt hij in de Verenigde Staten, aan de universiteit van Duke, waar hij - tot op vandaag - Newman Ivey White Professor of Literature is. Naast comparatieve literatuur doceert Mudimbe, die een echte polyglot kan genoemd worden, ook Romaanse en klassieke talen, Oudgriekse geografie, Franse fenomenologie en een verscheidenheid aan Afrikaanse thema’s.


Professor Mudimbe heeft een relatief klein maar belangrijk literair oeuvre geschreven, dat zowel een aantal dichtbundels als een viertal romans omvat, waarvan onder meer Entre les eaux, L’écart en Shaba deux ondertussen klassiekers van de Afrikaanse literatuur zijn geworden, vertaald in vele talen, waaronder ook het Nederlands. Daarnaast schreef Mudimbe tientallen academische artikels over de meest uiteenlopende onderwerpen, én een indrukwekkend aantal invloedrijke boeken en essays in het Frans en het Engels, zoals L’autre face du royaume (1974), L’odeur du père. Essai sur les limites de la science et de la vie en Afrique Noire (1982), The Invention of Africa (1988), waarmee hij in 1989 de prestigieuze Herskovits Award zal winnen, Parables and Fables (1991), The Idea of Africa (1994) en Tales of Faith (1997). Daarnaast was hij als (co-)redacteur ook verantwoordelijk voor een aantal belangrijke volumes, zoals Surreptitious Speech (1992), Africa and the Disciplines (1993), Nations, Identities, Cultures (1997) en Diaspora and Immigration (1999). De laatste twee titels geven ook reeds het spoor aan waarop hij tegenwoordig werkzaam is, namelijk het uitdenken van een plaats voor Afrika binnen een in toenemende mate geglobaliseerde wereld.
Professor Mudimbe’s bekendste en belangrijkste werk is ongetwijfeld The Invention of Africa. Gnosis, Philosophy, and the Order of Knowledge uit 1988. Een boek dat vaak wordt beschouwd als de Afrikaanse pendant van Edward Said’s Orientalism, en dat opnieuw de onmiskenbare invloed toont van Michel Foucault, naast Michel de Certeau een van Mudimbe’s blijvende maîtres à penser.
The Invention of Africa biedt een zeer krachtige en originele synthese van de thema’s die Mudimbe zijn hele leven hebben bezig gehouden en waarbij telkens weer die ene vraag, in verschillende vormen, terugkeert: Wat is Afrika? Wat betekent het om Afrikaan te zijn?
Gedreven door die fundamentele vragen gaat Mudimbe stapsgewijs een archeologie van de kennis over Afrika uitwerken. Afrika, betoogt hij, verschijnt vaak als een imaginaire topos, ‘uitgevonden’ en geconstrueerd in Westerse wetenschappelijke en populaire discours. Mudimbe toont hoe het Westen de Afrikaanse mentale ruimte tot op vandaag blijft koloniseren door middel van wat hij ‘the Colonial Library’ noemt, dit is de totaliteit van kennis die het Westen over Afrika produceerde. Zoals Edward Said het oriëntalistische discours zal analyseren, zo dissecteert Mudimbe de evolutie van de filosofische discussies over Afrika. Hij bestrijkt daarbij het hele veld van de filosofische antropologie of etnologische filosofie (Lévy-Bruhl, Tempels, Kagame), over de ideologische en politieke filosofie (die tot uitdrukking komt in onder meer de négritude beweging van Senghor, of nog de dependency theorieën en het marxistische gedachtegoed die in de jaren zestig en zeventig opgeld doen in Afrika) tot de huidige kritische en reflexieve filosofie, waarvan zijn eigen methode - die hij omschrijft als een ‘dynamische antropologie’ - een uitdrukking is. In deze ‘dynamische’ benadering wordt de nadruk gelegd op het historische en dus steeds veranderende karakter van hoe alteriteit gedefinieerd wordt, en hoe de relatie tussen Afrika en Europa door de eeuwen heen vorm kreeg. Deze intellectuele zoektocht wordt gedreven door een grondhouding die hij zelf, in een beroemd geworden essay over hedendaagse Afrikaanse kunst, reprendre heeft genoemd. Reprendre, zegt Mudimbe, betekent voor een Afrikaanse kunstenaar het heropnemen van een onderbroken traditie, niet door blind terug te grijpen naar een statische of ‘pure’ voorouderlijke traditie, maar door te onderkennen hoe dat verleden door het heden wordt gevormd. Reprendre is ook een methodologie waarbij de Afrikaanse kunstenaar zijn instrumenten, middelen en projecten evalueert in het licht van de sociale context, zoals die werd getransformeerd door het kolonialisme en andere invloeden van buitenaf. Reprendre tenslotte, is ook een meditatie, een bevraging van de betekenis van de twee vorige bewegingen.
Professor Mudimbe, u bent in uw werk altijd als die Afrikaanse kunstenaar geweest. Geïnspireerd door het benedictijnse adagio Ora et Labora, omschrijft u uzelf niet zozeer als een grote vernieuwer, maar als een doorgever van een lange traditie, vanuit een methodologie die deze traditie telkens weer historisch contextualiseert, en vanuit een meditatie over wat het denken over deze traditie betekent. Dat u hierbij de contradicties in uw eigen intellectuele zoektocht niet per se oplost maar eenvoudigweg naast elkaar laat bestaan, dat u bij momenten ook persoonlijk getuigt over de existentiële eenzaamheid die een leven met en tussen twee culturen met zich kan meebrengen, maakt uw werk niet alleen tot een fundamenteel intellectuele, maar ook diepmenselijke zoektocht.

Om al deze redenen, verzoek ik u, mijnheer de rector, op voorstel van de Academische Raad, om het eredoctoraat van de Katholieke Universiteit Leuven te verlenen aan professor dr. Valentin Y. Mudimbe.

  • Laudatio voor professor dr. Valentin Y. Mudimbe
  • Om al deze redenen, verzoek ik u, mijnheer de rector, op voorstel van de Academische Raad, om het eredoctoraat van de Katholieke Universiteit Leuven te verlenen aan professor dr. Valentin Y. Mudimbe.

  • Dovnload 28.33 Kb.