Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Leerplan agronomisch ontwerpen

Dovnload 0.6 Mb.

Leerplan agronomisch ontwerpen



Pagina5/6
Datum04.04.2017
Grootte0.6 Mb.

Dovnload 0.6 Mb.
1   2   3   4   5   6

- “Er moet geen blok komen, maar een periode waarin studenten naar eigen inzicht en keuze hun ontwerpopdracht mogen plannen”.

Daar valt veel voor te zeggen, maar het gevaar dreigt dat het beslag op docenten groot wordt. Het leek de Taakgroep effectiever wanneer docenten zich gedurende een aan ééngesloten periode kunnen concentreren op de begeleiding van het ontwerpersblok. Naarmate de ervaring groeit zal meer ruimte aan studenten kunnen worden geboden.


- “Pas op dat je het PGO onderwijs niet uitholt”

De Taakgroep is van mening dat dat alleen gebeurt wanneer het ontwerpersblok niet als afronding van de studie in het vijfde jaar wordt gezien, maar als zoiets als een extra afstudeervak. Het PGO behoort als onderwijs in de eerste vier jaar van de studie plaats te vinden. Wellicht zal het PGO onderwijs juist krachtiger worden wanneer het ontwerpersblok aan het eind van de studie wordt gezien als een finale proef voor “werken in de samenleving”. Bepaalde vaardigheden zouden tijdens PGO’s kunnen worden “ingestudeerd” om die vervolgens tijdens het ontwerpersblok echt te gaan gebruiken.



BIJLAGEN
BIJLAGE 1
Geschikte casussen

De navolgende casussen zijn geïdentificeerd als “geschikt voor het ontwerpersblok voor T16 studenten”. De lijst is niet uitputtend of volledig. De lijst fungeert slechts als tentatief overzicht van reële mogelijkheden.


1. Ontwerp geïntegreerde/ecologische bedrijfssystemen

2. Ontwerp duurzame kasteeltsystemen in 2020

3. Pro-actieve vormen van gewasbescherming in de bollenteelt (Bol aan de rol)

4. Productief/duurzame rijstteeltsystemen

5. Incorporatie natuurdoelstellingen op landbouwbedrijven

6. Benutting van nuttige halophyten in verzilte gebieden

7. Nieuwe belichtingssystemen kasteelt

8. Restwarmte project (regionaal)

9. Preventief onkruidbeheersingssysteem

10. Landgebruik in waterwingebieden

11. De Marke

12. Ontwerpen van een beheerssysteem voor grasland

13. Ontwerpen van een systeem voor regionale diversiteit

14. Ontwerpen van een systeem voor aardappelpootgoedstromen in Sichuan (ZW China)

15. De zonnekas

16. Plan voor aanpak energie-afspraak glastuinbouw vanuit de sector

17. Ontwerp van multifunctionele gewas- en dierrotaties

18. Integratie van algemene natuurwaarden in productie bedrijven

BIJLAGE 2

Criteria voor in te brengen casussen


De Taakgroep maakte gebruik van de omschrijving van het begrip “casus” volgens” Van Vilsteren et al (1993)60.

Een casus is in zijn meest algemene zin een weergave van een levensechte situatie, meestal een probleemsituatie die een student ook later in de beroepsuitoefening tegen kan komen. Een casus bevat allerlei soorten informatie uit verschillende informatiebronnen die nodig is om de situatie te begrijpen en/of het probleem op te lossen. Die informatie kan, afhankelijk van de leerdoelen, meer of minder volledig, meer of minder toegankelijk, goed of minder goed geordend zijn. De casus is veelal beschreven vanuit het gezichtspunt van degene die de beslissing moet nemen of het probleem moet oplossen. De student kan zich inleven in een toekomstige beroepssituatie, waardoor de betrokkenheid en de motivatie om het probleem op te lossen wordt vergroot.

Er zijn zes algemene kenmerken te noemen van een casus als onderwijsmiddel:

1. Het is een werkelijk gebeurde situatie of in ieder geval daarop gebaseerd.

2. Er zijn gegevens over de situatie.

3. Er is een opdracht/vraag voor de student.

4. Er zijn meer mogelijke oplossingen/uitwerkingen.

5. De casus vraagt om het hanteren van domeinspecifieke kennis.

6. De casus wordt gebruikt voor het realiseren van bepaalde leerdoelen.

Deze algemene kenmerken van casussen zijn in feite de dimensies waarop de casus kan variëren. Ofwel een casus wordt gekenmerkt door een zestal variabelen die de verschijningsvorm van een casus bepalen:

- Waar gebeurd of fictief; Is het een levensechte situatie of is ze verzonnen?

- De aard van de opdracht; wordt alleen de situatie gegeven of ook het probleem, of zowel de situatie en het probleem als de oplossing.

- De presentatie; een overzichtelijke hoeveelheid informatie of een grote hoeveelheid ongeordend materiaal?

- Het aantal mogelijke oplossingen; is er één oplossing of zijn er meerdere oplossingen mogelijk?

- De omvang van het te hanteren kennisdomein; welke concepten, theorieën, methoden en technieken moeten de studenten beheersen om de casus op te lossen, en hoeveel en uit welke wetenschapsgebieden?

- Doel en functie van de casus; welke doelstellingen worden met de casus nagestreefd en/of welke onderwijsfunctie moet de casus vervullen?

BIJLAGE 3A

Studiewijzer LUW breed

Naam vak: Methodisch agronomisch ontwerpen

Werkvorm: Casus, geleide projectgroepen

Studiebelasting: 12 sp


1. Inleiding

In de nota "Onderwijs op weg naar 2000" wordt een beroepsvoorbereidend ontwerpersblok beschreven, bedoeld voor de vijfjarige opleidingen aan de LUW. In het vijfde jaar moet aandacht worden besteed aan het ontwikkelen van: kennis en vaardigheden om plannen te ontwerpen en technisch te onderbouwen (toegepaste wetenschappelijke vaardigheden), en niet specifiek technische kennis en vaardigheden, zoals budgetbeheersing, tijdbeheersing, projectmanagement, kennis van regelgeving (bijvoorbeeld milieu-eisen) en marktkennis (beroepsmatig functioneren). In een beroepsvoorbereidend blok kan de praktijk van ingenieurs worden nagebootst door bijvoorbeeld een ontwerp-project aan te pakken. Bij ontwerpen kan gedacht worden aan technische systemen, maar ook aan productie systemen, informatie systemen, teeltsystemen, landgebruiksystemen, enz. Van belang is dat studenten over de grenzen van hun disciplines heen kunnen kijken en dat studenten leren vanuit andere invalshoeken een problematische situatie te beschouwen.

Dit beroepsvoorbereidende ontwerpersblok "Methodisch agronomisch ontwerpen" beoogt het U eigen maken van de cyclus van ontwerpen (8 sp) en beroepsvaardigheden zoals budgetbeheersing, vergadertechnieken. (4 sp). Dat zal grotendeels plaats vinden aan de hand van een casus, waar U groepsgewijs aan werkt. Om de interdisciplinariteit en Uw keuzevrijheid te verhogen, is de te volgen casussen uitwisselbaar met andere studierichtingen. Dat houdt in de praktijk in dat U dit vak "Methodisch agronomisch ontwerpen", behorend bij de opleiding Plantenplantenteeltwetenschappen volgt, en dat U een casus uitvoert, behorend bij het ontwerpersblok van deze óf van een andere studierichting. Overkoepelend in deze is de theorie van het ontwerpproces.
2. Opbouw van de cursus

Alle onderwijsblokken over ontwerpen steunen op dezelfde theorie en achtergronden van het ontwerpproces. Daarom zal desbetreffende kennis van het ontwerpproces herkenbaar aanwezig zijn in elke richtingsspecifiek vak "ontwerpen". Het richtingsspecifiek deel van de ontwerpkunde in de landbouw, wordt gegeven aan de hand van concrete casussen. De casus kan vaken omvatten, die alleen door samenwerking met andere richtingsspecifieke onderwijsblokken over ontwerpen kunnen worden eigen gemaakt. Ook is het mogelijk dat studenten van een bepaalde studierichting een casus kiezen die geheel bij een andere studierichting wordt doorlopen. Voorbeeld: Een T16 student kan, gezien zijn specifieke kennis, een casus over landbouw in waterwingebieden volgen bij Irrigatiekunde of Bosbouw of Voeding. De student schoolt zich op die wijze intensief door zijn kennis te koppelen aan die van andere disciplines.


3. Doelgroep

Studenten in het vijfde studiejaar, met bijzondere belangstelling voor synthese technieken. Van de cursisten wordt verwacht dat zij belangstelling hebben voor landbouw en samenleving. Studenten kunnen afkomstig zijn uit de studierichtingen met een ontwerpersblok voor het vijfde jaar. Die studierichtingen zijn:

T16 Plantenwetenschappen

T20 Zootechniek

L10 Bosbouw

L30 Landinrichtingswetenschappen

L50 Bodem, water en atmosfeer

L60 Landbouwtechniek

O10 Tropisch landgebruik

T30 Levensmiddelentechnologie

T32 Milieuhygiëne

T34 Bioprocestechnologie


4. Voorvereisten

De cursus "Methodisch Agronomisch Ontwerpen" is vooral geschikt voor studenten met een natuur-wetenschappelijke achtergrond en met een redelijke systeemkennis. U moet het opleidingsgebonden afstudeervak, behorende bij Uw studie, met goed gevolg hebben afgelegd. Dit om ervoor te zorgen dat onderzoekservaring en een ruime domeinkennis aanwezig zijn.


5. Leerdoelen

Na afloop van dit beroepsvoorbereidende ontwerpersblok kunt U:

5.1. De algemene methodologie van het ontwerpen toepassen op een complex ontwerp- vraagstuk (op agrarisch bedrijfsniveau); d.w.z. u bent in staat tot het:

·beschrijven van de verschillende fasen in een ontwerp-proces en de bijbehorende doelen en ge‹ntegreerde activiteiten (integratie van diverse disciplinaire informatie, methoden en technieken op verschillende aggregatieniveaus);

·herkennen van de fase waarin een concreet ontwerp-proces zich bevindt;

·analyseren van een (agrarische bedrijfs)situatie op verschillende aggregatieniveaus met als doel die situatie te verbeteren;

·identificeren van kennisleemten en wegen om die kennis te genereren;

·onderscheiden en afwegen van de inbreng van opdrachtgever, gebruikers/betrokkenen en experts;

·definiëren van een programma van eisen (doelstellingen, criteria en randvoorwaarden) voor het ontwerp;

·toetsen/evalueren van het ontwerp aan de doelstellingen, criteria en randvoorwaarden en functies uit eerdere fasen van het ontwerp-proces;

·presenteren van het ontwerp;

·bedenken van een implementatie-strategie;

·reflecteren op uw eigen functie en die van anderen in het ontwerp-proces.

5.2. De algemene beroepsvaardigheden communiceren (met opdrachtgever, betrokkenen bij het ontwerp-vraagstuk en wetenschappers uit eigen en andere disciplines), presenteren(van tussen)resultaten), formuleren van een projectvoorstel en managen van (ontwerp)projecten beter toepassen.

5.3. Uw eigen sterke en zwakke kanten t.a.v. bovenstaande algemene beroepsvaardigheden vaststellen en/of Uw zwakke kanten verder verbeteren.

5.4. De houding die hoort bij het ontwerpen verder ontwikkelen.


6. Leerinhoud

6.1. Centraal in dit onderwijsblok staat het bewerken van een ontwerpvraagstuk. Het volledige ontwerpproces d.w.z. vaststellen van het ontwerpvraagstuk, verrichten van analyse, definiëren van het probleem/pakket van eisen, construeren van een theoretisch ontwerp en evaluatie op het uiteindelijke resultaat wordt uitgevoerd. Dat proces zal ondersteund worden met informatie en/of trainingen in de vorm van feedback en plenaire evaluaties.

6.2. Theoretische beschouwingen over analyserend onderzoeken, modelleren en ontwerpen.

6.3. Inventariseren en kwantificeren van relevante randvoorwaarden die aan een ontwerp worden opgelegd.

6.4. Hoofdlijnen van het methodische ontwerpproces.

6.5. Bespreking van bijzondere aspecten van het ontwerpproces:

·gestructureerd analyseren en synthetiseren;

·ontwerpwegen;

·keuzes maken tussen de best mogelijke oplossingen;

·denkmethoden

·hiaten in de kennis over agronomisch ontwerpen;

·eigenschappen van de ontwerper (o.a. doorbreken van mentale en institutionele blokkeringen).

6.6. Aandacht voor methodieken gericht op "opheffen van belemmeringen in creativiteit".

Aan het eind van het onderwijsblok is het ontwerpvraagstuk opgelost en zal er een evaluatie

plaatsvinden:

6.7. "Evaluatie van het ontwerp", aan de hand van vooraf geformuleerde criteria en/of een workshop met agrariërs, docenten, beleidsmakers, medestudenten en andere belangstellenden.

In de presentatie dient het volgende voor te komen:

·beschrijving van het probleem vanuit de optiek van de betrokkenen (opdrachtgever);

·een maatschappelijke analyse;

·een wetenschappelijke analyse;

·een beschrijving van de systeemgrenzen waarbinnen het probleem wordt benaderd en de oplossing wordt gezocht.
7. Leeractiviteit

7.1. Centraal in dit ontwerpblok staat een ontwerpvraagstuk dat U groepsgewijs gaat bewerken. Dit zal bestaan uit:

a) Opdrachtverstrekking

b) Analyse

c) Verkennen

d) Ontwerpen

e) Uitwerken

f) Toetsen

g) Verbetering ontwerp

h) Eventueel terug naar start

7.2. Het oplossen van het ontwerpvraagstuk wordt ondersteund door het verstrekken van informatie en/of training in de vorm van hoor- enwerkcolleges en informanten.

7.3. Er zal een evaluatie plaatsvinden aan de hand van een toetsing van het ontwerp aan de praktijk (doorrekenen met de computer, workshop met agrariërs).


8. Leermiddelen

De studenten krijgen een collegedictaat met daarin een verhandeling over de theoretisch grondslagen van het agronomisch ontwerpen. Een uitgebreide literatuurlijst zal daarin zijn opgenomen. Voor de ontwerpteams zullen ruimtes ter beschikking worden gesteld. Daarin bevinden zich computers, Email, telefoon, fax en audiovisuele middelen. De student wordt in de gelegenheid gesteld zelf excursies te organiseren, waarvoor beperkte middelen ter beschikking worden gesteld.

9. Evaluatie en beoordeling

Naast een groepsverslag over het ontwerp en ontwerpproces, zal een individuele beoordeling plaats vinden aan de hand van een portfolio. Deze portfolio wordt door U samengesteld uit het bewijsmateriaal van activiteiten die U gedurende het blok heeft verricht in het kader van de eigen professionalisering.

BIJLAGE 3B

Studiewijzer Ontwerpersblok T-16 specifiek
Naam vak: METHODISCH ONTWERPEN IN DE PLANTENPLANTENTEELTWETENSCHAPPEN

Werkvorm: Casus, geleide projectgroepen

Studiebelasting: 12 sp.

1. Inleiding

Aan agrarisch ondernemers en hun activiteiten worden vele eisen gesteld. Naast zwaardere

eisen aan het vakmanschap (technische kennis) en ondernemerschap (omgaan met

personeel, juiste beslissingen, efficiëntie vergroting) moeten zij in steeds grotere mate

inspelen op maatschappelijke behoeften en randvoorwaarden met betrekking tot de wijze

van produceren. Naast marktconform produceren moeten zij ook het milieu respecteren,

alsmede de aanwijzingen voor het beheer van de groene ruimte, voor de kwaliteit van het

product, voor het behoud van gezonde voeding, voor ontwikkeling van een gevarieerde

natuur en voor een fraai landschap. Van primaire producenten wordt verder verwacht dat

zij perspectieven bieden voor de leefbaarheid van het platteland, voor garanderen van

dierenwelzijn, voor veiligheid in de arbeid en voor solidariteit met de landbouw in

ontwikkelingslanden.

Er is behoefte aan nieuwe en aangepaste productietechnieken, -wijzen en -systemen en

van vaardigheden om die behoeften ingebed te krijgen in organisaties voor kennis,

verwerking en afzet. Voor agrarisch ondernemers, de organisaties waarbinnen zij zijn

verenigd, het toeleverend bedrijfsleven, consumenten- en milieuorganisaties, de overheid,

etc. is het van belang om in relatie tot de veranderende eisen zowel delen van, als gehele

productiesystemen te (laten) ontwerpen. Bij het ontwerpen staan de wensen van de

opdrachtgever centraal, ook al sluit dit een kritisch hierover meedenken van de ontwerper

allerminst uit. Sterker, de ontwerper heeft tot taak om met de opdrachtgever allerlei

aspecten te bespreken, die mogelijkerwijs een rol zouden kunnen spelen bij het ontwerp

en die niet expliciet in de opdracht zijn verwoord.

Ontwerpen komt neer op herhaald methodisch innoveren van een productiebedrijf en zijn

componenten. Dat vereist o.a. bijeenbrengen van bestaande kennis, vaststellen van nieuwe

onderzoeksvragen en integratie van systeemniveaus. Agronomisch ontwerpen onderscheidt

zich duidelijk van technisch ontwerpen, doordat het in de landbouw gaat om levende

systemen. Veel processen spreiden zich uit over langere tijd, waardoor veel van het

verleden meegenomen wordt naar de toekomst. Agronomisch ontwerpen is ook door de

intrinsieke variabiliteit van een agrarisch systeem complexer en moeilijker

stuurbaar/realiseerbaar dan technisch ontwerpen. Anders dan in de werktuigbouwkunde

is het landbouwkundig onderzoek weinig vertrouwd met kennis-synthese processen. Vooral

de rol van de ondernemer in de ontwikkeling van zijn bedrijfsstijl heeft onvoldoende

aandacht gehad. Het eigen maken van kennis-synthese technieken vraagt om een nieuwe

vorm van onderwijs.

Centraal in dit onderwijsblok ontwerpen staat een ontwerpvraagstuk dat U in teamverband

gaat oplossen. U zult:

- zelfstandig te werk gaan;

- in groepsverband (interdisciplinair) samen werken;

- bestaande situaties in de landbouw verbeteren;

- te werk gaan als een ingenieur, dat wil zeggen als ONTWERPER in plaats van als

onderzoeker.

Tijdens het proces van ontwerpen dat U doorloopt om het ontwerpvraagstuk op te lossen

krijgt U informatie en/of training in de vorm van hoor- en werkcolleges. Aan het eind van

dit onderwijsblok heeft U een ONTWERP gemaakt. Dit ontwerp zal ter evaluatie door U

gepresenteerd worden aan medestudenten, de opdrachtgever(s) (bijv. agrariërs), docenten,

informanten en andere belangstellenden.
Dit vak is in opdracht van de ROC T16 gemaakt. De Wageningse Ir. werd tot

nu toe opgeleid tot onderzoeker. Echter in de praktijk waarin afgestudeerden terecht

komen, zijn zowel onderzoekende als ontwerpende eigenschappen nodig. Dit

vak ontwerpen, beoogt een betere voorbereiding van de student op de

praktijk. De leerdoelen van dit ontwerpblok zijn een weerspiegeling van de door de ROC

T16 omschreven eindtermen Plantenplantenteeltwetenschappen, in het bijzonder die welke gericht

zijn op ontwikkeling van beroepsvaardigheden.
2. Doelgroep

De doelgroep omvat alle 5-de jaars T16 studenten en daarnaast ook andere studenten

die op basis van complementaire kennis een rol zouden kunnen spelen.
3. Voorvereisten

De cursus is vooral geschikt voor studenten met een natuur-wetenschappelijke achtergrond

en met een redelijke systeemkennis. U moet het opleidingsgebonden afstudeervak,

behorende bij Uw studie, met goed gevolg hebben afgelegd. Dit om ervoor te zorgen dat

onderzoekservaring en een ruime domeinkennis aanwezig zijn.
4. Leerdoelen

Na afloop van dit beroepsvoorbereidend ontwerpersblok kunt u:

4.1. De algemene methodologie van het ontwerpen toepassen op een complex ontwerp-

vraagstuk (op agrarisch bedrijfsniveau); d.w.z. u bent in staat tot het:

· beschrijven van de verschillende fasen in een ontwerp-proces en de bijbehorende

doelen en ge‹ntegreerde activiteiten (integratie van diverse disciplinaire

informatie, methoden en technieken op verschillende aggregatieniveaus);

· herkennen van de fase waarin een concreet ontwerp-proces zich bevindt;

·analyseren van een (agrarische bedrijfs)situatie op verschillende

aggregatieniveaus met als doel die situatie te verbeteren;

· identificeren van kennisleemten en wegen om die kennis te genereren;

·onderscheiden en afwegen van de inbreng van opdrachtgever,

gebruikers/betrokkenen en experts;

· definiëren van een programma van eisen (doelstellingen, criteria en

randvoorwaarden) voor het ontwerp;

· toetsen van het programma van eisen aan de wensen van de opdrachtgever;

· vaststellen van functies en conceptontwerp(en);

· materialiseren/uitwerken/vormgeven van het ontwerp;

·toetsen/evalueren van het ontwerp aan doelstellingen, criteria, randvoorwaarden

en functies uit eerdere fasen van het ontwerp-proces;

· presenteren van het ontwerp;

· bedenken van een implementatie-strategie;

· reflecteren op uw eigen functie en die van anderen in het ontwerp-proces.

4.2. De algemene beroepsvaardigheden communiceren (met opdrachtgever, betrokkenen

bij het ontwerp-vraagstuk en wetenschappers uit eigen en andere disciplines),

presenteren (van (tussen)resultaten), formuleren van een projectvoorstel en

managen van (ontwerp)projecten beter toepassen.

4.3. Uw eigen sterke en zwakke kanten t.a.v. bovenstaande algemene

beroepsvaardigheden vaststellen en/of Uw zwakke kanten verder verbeteren.

4.4. De houding die hoort bij het ontwerpen verder ontwikkelen.


5. Leerinhoud

5.1 Centraal in dit onderwijsblok staat het bewerken van een ontwerpvraagstuk. Het

volledige ontwerpproces d.w.z. vaststellen van het ontwerpvraagstuk, verrichten

van analyse, definiëren van het probleem/pakket van eisen, construeren van een

theoretisch ontwerp en evaluatie op het uiteindelijke resultaat wordt uitgevoerd.
Dat proces zal ondersteund worden met informatie en/of trainingen in de vorm van

hoor- en werkcolleges:


5.2. Theoretische beschouwingen over analyserend onderzoeken, modelleren en

ontwerpen.

5.3. Inventariseren en kwantificeren van relevante randvoorwaarden die aan een

ontwerp worden opgelegd.

5.4. Hoofdlijnen van het methodische ontwerpproces.

5.5. Bespreking van bijzondere aspecten van het ontwerpproces:

· gestructureerd analyseren en synthetiseren;

· ontwerpwegen;

· keuzes maken tussen de best mogelijke oplossingen;

· denkmethoden

· hiaten in de kennis over agronomisch ontwerpen;

· eigenschappen van de ontwerper (o.a. doorbreken van mentale en institutionele

blokkeringen).

5.6. Werkcollege "opheffen van belemmeringen in creativiteit".


Aan het eind van het onderwijsblok is het ontwerpvraagstuk opgelost en zal er een

evaluatie plaatsvinden:


5.7 "Evaluatie van het ontwerp", aan de hand van vooraf geformuleerde criteria en/of

een workshop met agrariërs, docenten, beleidsmakers, medestudenten en andere

belangstellenden.

In de presentatie dient het volgende voor te komen:

· beschrijving van het probleem vanuit de optiek van de betrokkenen

(opdrachtgever);

· een maatschappelijke analyse;

· een wetenschappelijke analyse;

· een beschrijving van de systeemgrenzen waarbinnen het probleem wordt

benaderd en de oplossing wordt gezocht.


6. Leeractiviteit
6.1. Centraal in dit ontwerpblok staat een ontwerpvraagstuk dat U groepsgewijs gaat

bewerken.


a) Opdrachtverstrekking

Hierin wordt aangegeven wat het probleem is en welke hoofddoelstelling met het

ontwerp zou moeten worden gerealiseerd. Definitie gewenste situatie. Voorts wordt

duidelijk gespecificeerd wie de opdrachtgever is (ter voorkoming van de valkuil van

de petten problematiek), welke de systeemgrenzen zijn en aan welke

randvoorwaarden het ontwerp moet voldoen. Tevens is het duidelijk wanneer de

eindrapportage gereed dient te zijn.
b) Analyse

- ter discussie stellen van probleemstelling;

- zonodig herdefinitie van probleemstelling, terugkoppelen opdrachtgever;

- analyse huidige situatie en andere, vergelijkbare situaties;

- vergelijken van gewenste situatie met huidige.

c) Verkennen

- informatie verzamelen;

- technische oplossingsruimte verkennen / genereren van oplossingsrichtingen;

- formuleren van programma van eisen (PVE) en ontwerpcriteria;

- terugkoppelen PVE/ontwerpcriteria opdrachtgever en eventueel bijstellen

opdracht;

- beredeneerde keuzes maken uit de geformuleerde alternatieve

oplossingsrichtingen;

- theoretisch toetsen van beperkt aantal alternatieven aan PVE en aan

opdrachtgever.

d) Ontwerpen

- hoofdontwerp nader definiëren;

- onderscheiden deelontwerpen;

- herhaling verkenningsproces (c) op deelniveau om te komen tot

oplossingsrichting;

e) Uitwerken

- uitwerken van essentiële onderdelen van het beoogde subsysteem;

- in kaart brengen van knelpunten;

- oplossen knelpunten, zonodig in samenhang met oplossingen in andere

subsystemen;

- synthese subsysteem;

- toetsen + formuleren beperkingen/onzekerheden/knelpunten t.o.v. PVE;

- synthese totaalontwerp: samenvoegen verschillende onderdelen

f) Toetsen

- evaluatie geheel (beredeneren, doorrekenen);

- doorlopen laatste stappen vorige fase (knelpunten identificeren, oplossen,

toetsen);

- presentatie opdrachtgever;

- implementatie en evaluatie ontwerp.

g) Verbeteren ontwerp

Terug naar start


6.2. Het oplossen van het ontwerpvraagstuk wordt ondersteund door het verstrekken

van informatie en/of training in de vorm van hoor- en werkcolleges en informanten.

6.3. Er zal een evaluatie plaatsvinden aan de hand van een toetsing van het ontwerp aan

de praktijk (doorrekenen met de computer, workshop met agrariërs).


7. Leermiddelen

De studenten krijgen een collegedictaat met daarin een verhandeling over de theoretisch

grondslagen van het agronomisch ontwerpen. Een uitgebreide literatuurlijst zal daarin

zijn opgenomen. Voor de ontwerpteams zullen ruimtes ter beschikking worden gesteld.

Daarin bevinden zich computers, Email, telefoon, fax en audiovisuele middelen. De

student wordt in de gelegenheid gesteld zelf excursies te organiseren, waarvoor beperkte

middelen ter beschikking worden gesteld.
8. Evaluatie en beoordeling

Naast een groepsverslag over het ontwerp en ontwerpproces, zal een individuele

beoordeling plaats vinden aan de hand van een portfolio. Deze portfolio wordt door U

samengesteld uit het bewijsmateriaal van activiteiten die U gedurende het blok heeft

verricht in het kader van de eigen professionalisering.

BIJLAGE 4


1   2   3   4   5   6

  • BIJLAGEN BIJLAGE 1 Geschikte casussen
  • Criteria voor in te brengen casussen
  • Studiewijzer LUW breed
  • Studiewijzer Ontwerpersblok T-16 specifiek

  • Dovnload 0.6 Mb.