Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Leerplan secundair onderwijs

Dovnload 0.92 Mb.

Leerplan secundair onderwijs



Pagina5/5
Datum28.10.2017
Grootte0.92 Mb.

Dovnload 0.92 Mb.
1   2   3   4   5


13.2.2. Instructiekaarten taalbeleid



INSTRUCTIEKAART LEZEN





INSTRUCTIEKAART LEZEN


deel 1: vóór het lezen






deel 2: tijdens het lezen

Oriënteren



Algemeen

- Wat is het doel van de auteur van de tekst: informeren, overtuigen, gevoelens beïnvloeden, aansporen, ontspannen, beoordelen?
- Op welk publiek is de tekst gericht?
- Wie is de auteur?


Terugkijken

- Heb ik eerder zo’n tekst gelezen?

- Welke moeilijkheden heb ik ondervonden?
- Welke fouten heb ik toen gemaakt?

Vooruitzien

- Waarom moet ik deze tekst lezen?

Voorbereiden: verkennend lezen (skimmen)



Om de inhoud van de tekst te verkennen

- Lees de titels en tussenkopjes.

- Bekijk de illustraties en onderschriften.

- Bij langere teksten: lees de flaptekst en bekijk de inhoudstafel.
Beantwoord daarna de volgende vragen

- Waarover gaat deze tekst?

- Wat weet en vind ik zelf al over dit onderwerp?
Wat zou ik er meer over willen weten?


- Wat verwacht ik van de tekst?




Uitvoeren



Genietend lezen

Je leest een tekst op eigen tempo en voor je eigen plezier.
Achteraf wordt alleen gevraagd of je het boeiend of leuk vond, …



Zoekend lezen of selecterend lezen (scannen)

Je leest nauwkeurig dat tekstgedeelte dat een antwoord op de vraag bevat.



Intensief lezen

- Op het niveau van de hele tekst: je zoekt de inleiding, het slot.

- Op het niveau van de alinea: in de alinea duid je de kernzin aan.

- Op het niveau van de zin: je zoekt ‘verbindingswoorden’ en ‘verwijswoorden’ om het geheel beter te begrijpen.





INSTRUCTIEKAART LEZEN



deel 3: na het lezen




Reflecteren



Terugkijken

- Heb ik de boodschap begrepen?
- Zijn de vragen die ik had, beantwoord?
- Heb ik nog vragen over de tekst, zijn er nog dingen die ik niet begrijp?
- Begrijp ik het doel van dit soort teksten?
- Begrijp ik de bedoeling van de schrijver?

Vooruitzien
- Op welke punten is mijn aanpak succesvol gebleken?
- Op welke punten moet ik mijn aanpak verbeteren?







INSTRUCTIEKAART LUISTEREN





INSTRUCTIEKAART LUISTEREN


deel 1: vóór het luisteren






deel 2: tijdens het luisteren



Oriënteren



Algemeen

- Wat is het doel van de spreker: informeren, overtuigen, gevoelens beïnvloeden, aansporen, ontspannen, beoordelen?
- Voor welk publiek is de tekst bestemd?
- Wie is de spreker? (Welk taalgebruik kun je verwachten: formeel,
informeel, …)


Terugkijken

- Heb ik eerder zo’n luisteroefening gehad?

- Welke moeilijkheden heb ik ondervonden?
- Welke fouten heb ik toen gemaakt?

Vooruitzien

- Wat moet ik met deze luistertekst doen?

Voorbereiden


- Wat weet ik al over het onderwerp?

- Wat zou ik willen weten over het onderwerp?




Uitvoeren



Genietend luisteren

Je luistert naar een verhaal, een liedje, een gedicht, …
Achteraf wordt alleen gevraagd of je het boeiend of leuk vond, of je het mooi of lelijk vond, …



Selecterend luisteren

Je noteert alle informatie waarnaar je op zoek bent,
bv.: antwoorden op vooraf gestelde vragen.
Op basis van die informatie noteer je de hoofdgedachte, onderscheid je hoofdpunten en details.









INSTRUCTIEKAART LUISTEREN



deel 3: na het luisteren




Reflecteren



Terugkijken

- Heb ik de boodschap begrepen?
- Zijn de vragen die ik had, beantwoord?
- Heb ik nog vragen over de tekst, zijn er nog dingen die ik niet begrijp?
- Begrijp ik het doel van de uiteenzetting?
- Begrijp ik de bedoeling van de spreker?
- Heb ik problemen ervaren?

Vooruitzien
- Op welke punten is mijn aanpak succesvol gebleken?
- Op welke punten moet ik mijn aanpak verbeteren?






INSTRUCTIEKAART SPREKEN







INSTRUCTIEKAART SPREKEN






deel 1: vóór het spreken






deel 2: tijdens het spreken

Oriënteren



Algemeen

- Welk doel heb ik als spreker? (informeren, overtuigen, gevoelens
beïnvloeden, ontspannen, …)
- Op welk publiek is de boodschap gericht?
- Welke taal zal ik gebruiken: informeel (dichtbij), formeel (veraf)?


Terugkijken

- Had ik eerder zo’n spreekgelegenheid?
- Wat waren toen mijn ervaringen?
- Welke fouten heb ik toen gemaakt?
- Wat kan er zoal fout lopen?


Vooruitzien

- Hoe ga ik tewerk?
- Wanneer vindt het publiek een spreker interessant?
- Hoe start ik een spreekoefening? Hoe sluit ik ze af?
- Hoe moet mijn taalgebruik zijn?
- Wat weet ik over mijn houding?


Voorbereiden


- Waarover zal ik spreken?

- Wat is de kern van mijn boodschap?
- Wat weet mijn publiek al over het onderwerp?
- Wat is belangrijke informatie, wat minder belangrijke?
- Welk standpunt zal ik verdedigen? Welke argumenten heb ik verzameld?





Uitvoeren




Volgens de situatie en de spreekopdracht worden verschillende criteria gebruikt.
Zie ‘beoordelingsformulier spreken’ in bijlage.








INSTRUCTIEKAART SPREKEN



deel 3: na het spreken

Reflecteren



Terugkijken
Aan de hand van de geselecteerde criteria uit de evaluatiefiche

- Heb ik de belangrijkste informatie overgebracht?
- Heb ik mijn doel bereikt (informeren, vertellen)?
- Heb ik rekening gehouden met het publiek, met mijn gesprekspartners?
- Heb ik passende en begrijpelijke woorden gebruikt?
- Heb ik voor een duidelijke opbouw gezorgd?
- Heb ik voldoende luid en duidelijk gesproken?
- Heb ik niet te vlug gesproken?
- Heb ik voldoende contact gelegd met mijn publiek, met mijn gesprekspartners?

Vooruitzien
- Op welke punten is mijn aanpak succesvol gebleken?
- Op welke punten moet ik mijn aanpak verbeteren?






Beoordelingsformulier spreken

Taalgebruik

criteria

goed

voldoende

te verbeteren

opmerking

1 taalzuiverheid
- algemeen Nederlands
- zinsbouw
- woordkeuze













2 articulatie













3 intonatie













4 volume (verstaanbaarheid)













5 tempo













6 keuze van taalregister: aangepast aan situatie en aan doelpubliek













Lichaamstaal

criteria

goed

voldoende

te verbeteren

opmerking

1 houding (loskomen van het blad,…)













2 oogcontact (leerkracht in het vizier,
…)













3 spreekdurf, zekerheid













4 vlotheid













Onderwerp

criteria

goed

voldoende

te verbeteren

opmerking

1 inhoud en originaliteit













2 documentatie













3 voldoet aan de opgave (doel, publiek, timing, …)













4 mondige weerbaarheid (vragen publiek, reageren op tussenkomsten)













5 structuur, opbouw












Opmerking: afhankelijk van de tekstsoort zullen ook andere vaardigheden moeten geëvalueerd worden (bv. modereren, participeren, …).





INSTRUCTIEKAART SCHRIJVEN







INSTRUCTIEKAART SCHRIJVEN






deel 1: vóór het schrijven






deel 2: tijdens het schrijven

Oriënteren



Algemeen

- Wat wil ik bereiken met de tekst? Wat is het doel van de tekst? (informeren,
overtuigen, gevoelens beïnvloeden, aansporen, ontspannen, beoordelen)?
- Voor wie ga ik schrijven?
- Wat voor soort tekst moet ik schrijven?


Terugkijken

- Heb ik eerder zo’n soort tekst geschreven?

- Wat waren toen mij ervaringen?
- Welke fouten heb ik toen gemaakt?
- Wat kan er zoal fout lopen?
- Wat vind ik terug bij de evaluatie van vorige taken?

Vooruitzien

- Hoe ziet zo’n tekst eruit? Waar moet ik speciaal op letten?
- Hoe ga ik tewerk?


Voorbereiden


- Waarover zal ik schrijven?
­- Wat is de kern van mijn boodschap?
- Wat weet mijn publiek al over het onderwerp?
- Wat is belangrijke informatie, wat minder belangrijke?
- Welk standpunt zal ik verdedigen? Welke argumenten heb ik verzameld?





Uitvoeren



Het maken van een schema

- Bepaal de volgorde van de verschillende onderdelen in de tekst. Bij het
ordenen van het materiaal kun je uitgaan van vraagjes zoals: wie, wat, waar, sinds wanneer, waartoe, waardoor, hoe, …


- Maak een indeling in:
inleiding (schets van het probleem, persoonlijke stellingname),
midden ( argumenten pro en contra, bewijzen, oorzaken en gevolgen),
slot (samenvatting, besluit).



Het uitschrijven van de tekst

- De structuur van het schema wordt zichtbaar gemaakt: indeling in alinéa’s, titel en tussenkopjes, inleiding en slot.

- Op basis van de inleiding beslist de lezer of de tekst hem interesseert. Bedenk hoe je zijn belangstelling kunt wekken.

- Breng niet meer dan één brokje informatie of één gedachtegang in één alinéa onder. De kern van de informatie staat meestal in de eerste zin van een alinéa, maar kan ook aan het einde staan.

- Zorg voor duidelijke samenhang tussen de alinea’s door het gebruik van verbindings- en verwijswoorden.

- Bouw een degelijke en logische argumentatie op.
- Kies de juiste woorden, gebruik je woordenboek.
- Breng afwisseling in de zinslengte.
- Spel correct en gebruik leestekens.
- Vermijd het door elkaar gebruiken van ‘u’, ‘men’, ‘je’ en ‘we’
- Wees logisch in het gebruik van de tijden.
- Verzorg de uiterlijke afwerking: lay-out, lettertype, …
- Herlees en verbeter de tekst.





INSTRUCTIEKAART SCHRIJVEN



deel 3: na het schrijven

Reflecteren



Terugkijken

- Heb ik de inhoud van mijn tekst goed voorbereid?
- Heb ik tijdens het schrijven goed gebruik gemaakt van mijn oriëntatie en mijn voorbereiding?
- Heb ik problemen ervaren op het vlak van spelling, woordkeuze, zinsbouw, alineaopbouw, tekstopbouw?

Vooruitzien
- Op welke punten is mijn aanpak succesvol gebleken?
- Op welke punten moet ik mijn aanpak verbeteren?






Beoordelingsformulier schrijven

Taalgebruik

criteria

goed

voldoende

te verbeteren

opmerking

1 taalzuiverheid
- algemeen Nederlands
- spelling
- zinsbouw
- woordkeuze
- gebruik van leestekens













2 stijl ( afwisseling in woordkeuze en
zinsbouw, heldere formulering, … )













3 structuur ( verbindings- en verwijswoorden, logische lijn, opbouw van de tekst, … )













4 keuze van taalregister: aangepast aan situatie en aan doelpubliek













Vormgeving

criteria

goed

voldoende

te verbeteren

opmerking

1 lay-out (alinea’s, titels, tussentitels, marges, regelafstand, … )













2 briefschikking (BIN-normen)













3 illustraties, tabellen, grafieken, …













4 presentatie
(netheid, handschrift, … )













Onderwerp

criteria

goed

voldoende

te verbeteren

opmerking

1 voldoet aan de opgave













2 beantwoordt aan tekstdoel (informatief, persuasief, activerend,
evocatief, diverterend, …) en doelpubliek












3 inhoud en originaliteit















Colofon

Dit leerplan werd ontwikkeld door de leerplancommissie verpleegkunde vierde graad BSO van OVSG met medewerking van vertegenwoordigers van de inrichtende macht Antwerpen.



Dit leerplan werd gedeponeerd als
D/2007/7634/057
1   2   3   4   5

  • Oriënteren
  • Voorbereiden: verkennend lezen (skimmen )
  • Uitvoeren
  • Reflecteren
  • Voorbereiden
  • INSTRUCTIEKAART SPREKEN
  • INSTRUCTIEKAART SCHRIJVEN

  • Dovnload 0.92 Mb.