Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Les 1 Inleiding

Dovnload 376.79 Kb.

Les 1 Inleiding



Pagina8/13
Datum21.09.2017
Grootte376.79 Kb.

Dovnload 376.79 Kb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

Jeugdcriminaliteit (Ferwerda en van ham)


  • Plegen van delicten onlosmakelijk verbonden met het opgroeien van kind naar volwassene (sterke daling na 20ste levensjaar)

  • ”De ene jeugddelinquent is de andere niet”

  • Jeugdcriminaliteit als containerbegrip. Onderscheid tussen:

  • Risicojongeren: potentiële plegers van een delict

  • First offenders

  • Licht criminele jongeren of meerplegers

  • Veelplegers

  • Die 5%

  • Staan in voor het meeste van delinquente feiten

  • Groep waar we ons als samenleving zorgen over moeten maken

  • Meeste jeugdcriminaliteit gaat snel voorbij:

  • Onderscheid tussen adolescentiegebonden delinquenten (95% = minderheid binnen het totaal aantal feiten dat gepleegd wordt) en volhardende delinquenten

  • Adolescentiegebonden delinquentie:

  • Volhardende delinquenten:

  • start op jonge leeftijd en mondt uit in negatieve spiraal

  • Kleine minderheid verantwoordelijk voor overgrote deel van de totale jeugdcriminaliteit

  • Het belang van de groep:

  • Groepsdynamische processen hebben een grote invloed op delictgedrag

  • Gedurende lange tijd geen aandacht voor dat groepsverband

  • Procesrecht heel individueel gezien

  • Wordt nog belangrijker wanneer jongeren een groot deel van hun tijd doorbrengen binnen de (semi)publieke ruimte

  • Groepscriminaliteit = principieel kenmerk van jeugdcriminaliteit

  • In onze contreien pas sedert jaren ‘90 aandacht voor groepscriminaliteit en jeugdbendes (hangt samen met sterk individueel karakter van het strafrechtsysteem)

  • Nochtans gebeurt 70 à 80% van de jeugdcriminaliteit in groepsverband

  • Verklaringen voor delictgedrag

  • Ieder persoon is in staat tot het plegen van een delict

  • Ontbreken van sociale verbanden leidt tot delinquent of crimineel gedrag (tussen kind en ouder, maar bv. ook binding met school)

  • Maar weinig aandacht voor hoe delinquent gedrag binnen groepen ontstaat

  • Rationelekeuzetheorie: risico’s wegen niet op tegen de baten

  • Gelegenheidstheorie: belang van situationele omstandigheden

  • Spanningstheorie: delinquent gedrag als een maatschappelijk niet geaccepteerde manier om binnen de samenleving gestelde doelen als welvaart en aanzien te verkrijgen



  • De aanpak

  • Klemtoon op preventie en pedagogische maatregelen

  • Pas in later stadium: taakstraffen + vrijheidsbenemende maatregelen

  • Vermijden van criminalisering

  • In Vlaanderen: discussie tussen jeugdbeschermingsrecht en jeugdsanctierecht

  • De aanpak van groepscriminaliteit: meersporenaanpak:

  • Aanpak van first offenders en licht criminele jongeren:

  • Van straathoekwerkers en camera’s tot werk- of leerstraffen

  • In Vlaanderen: veel aandacht voor herstelbemiddeling

  • Aanpak van veelplegers:

  • Fenomeen van de ‘multiprobleem’-jongeren

  • Jeugddetentie, individuele trajectbegeleiding en contextbegeleiding

  • GAS - Overlast?

  • Grote discretionaire ruimte van steden en gemeenten roept vraagtekens op (willekeur?)

  • Wie beslist wat als overlast wordt gedefinieerd?

  • En wie interpreteert wat als overlast kan worden beschouwd?

  • Nood aan:

  • Exhaustieve lijst van mogelijk te bestraffen feiten met heldere omschrijving

  • Federale procedure om de lokale politiecodexen te toetsen aan de fundamentele rechtsbeginselen en normatieve kader GAS-wet

  • Leeftijdsverlaging naar 14 jaar?

  • Zeer groot voorbehoud:

  • GAS voor minderjarigen is vandaag een marginaal gegeven (0 tot 5% van de totale GAS-boets)

  • Statistieken rond jeugddelinquentie presenteren een ander beeld dan wat de klassieke publieke opinie aanvoelt

  • Ernstige argumentatie ontbreekt

  • Beperkt aantal Vlaamse steden en gemeenten heeft leeftijdsverlaging doorgevoerd.


Les 6

Geen ‘gezinsopvoeding’ in opvoedings-ondersteuning? (NOENS)


  • Voorbeelden van gezinsondersteuning

  • Jeugdzorg

  • Kinderopvang

  • Huis van het kind

  • Vertrekpunt van deze bijdrage

  • Dominante visie op gezinsopvoeding en opvoedingsondersteuning is een technische/instrumentele visie:

  • Decreet preventieve gezinsondersteuning

  • Wat zou er kunnen fout gaan, welke moeilijkheden kunnen zich voordoen?

  • Suggestie dat overheid lijkt te weten hoe het moet of niet moet, een antwoord weet op die problemen

  • Functionalistische benadering van opvoeding:

  • Inzet ligt in het bevorderen van de ontwikkeling en het welzijn van het kind

  • Ondersteunen van ouders is hoofdzakelijk het reguleren van ouderlijk gedrag teneinde het gewenste effect bij kinderen te verkrijgen.

  • Pleidooi voor een meer existentiële visie:

  • Gezin als een lokaliserende (en passieve) kracht:

  • Gezin als plaats waar de oude generatie de nieuwe generatie “iets meegeeft”

  • Gezin als constituerende (en dus actieve) kracht:

  • Het gezin als pedagogische bijeenkomst waar generaties samenleven in een gedeelde wereld

  • Gezin, kind, ouder: op weg naar een kloof

  • Traditionele kijk op het gezin: gezin als eenheid, weinig aandacht voor individuele gezinsleden

  • Het gezin kreeg een specifieke invulling, gekoppeld aan een bepaald maatschappelijk model

  • het huwelijksgezin, het kerngezin

  • Het gezin als hoeksteen van de samenleving

  • Specifieke maatschappelijke rol

  • Gezin houvast van de samenleving

  • Waarden en normen meegeven van de samenleving

  • Klassieke opvatting van het gezin:

  • Duidelijke, gendergerelateerde rollen:

  • Masculiene rol sluit aan bij het opvoedingsdoel (zelfstandigheid, autoriteit)

  • Vader vertegenwoordigt gezag op de samenleving

  • Feminiene rol bij de opvoedingsstijl (liefdevol, zorgzaam)

  • Vrouw staat in voor de zorg

  • In de loop van de 20ste eeuw: van het geheel naar de verschillende delen

  • Ellen Key:

  • “De Eeuw van het Kind” (1900)

  • Eén van de eerste die aan die constructie van het gezin als één entiteit is beginnen beitelen

  • Plots het kind als aparte entiteit binnen dat gezin

  • Pleidooi voor het eenmoedergezin, bevrijd van echtelijke machtsrelatie

  • De ideale context voor een gestroomlijnde opvoeding

  • De eeuw van het kind? – De eeuw van het risicokind? (cfr. Jeroen Dekker)

  • Achterafbekeken is die 20ste eeuw veel meer de eeuw van het risico kind

  • Vooral gekeken naar kinderen die problemen vormen

  • 21ste eeuw als ‘De eeuw van de ouder?’

  • Doorbraak van de term ‘parenting’:

  • De anarchistische origine van kinderrechten

  • Ferdinanad Nieuwenhui

  • “Voor en boven alle dingen moet men voor het kind proclameren het recht om te denken, om zich vrij uit te spreken, om te twijfelen, om zijn eigen mening te hebben en ook om in verzet te komen. Dat moet het wetboek van de rechten van het kind zijn”

  • Sebastien Faure

  • De familie is voor het kind als een kooi met ijzeren punten, waarin het opgesloten is. Bij de minste vrije beweging treffen hem de punten in zijn vleesch, zijn hersens of zijn hart. Leven, denken, liefhebben naar eigen goeddunken, in overeenstemming met zijn eigen temperament? Geen denken aan. In de dompige, benauwende, drukkende atmosfeer der familie moet het kind vegeteeren en verkwijnen. Het kind is zichzelf niet; het is een ‘ding’ dat bij de familie hoort.”

  • Vraagtekens plaatsen bij het klassieke gezin

  • Kunnen we het ook op andere manieren organiseren?

  • Sébastien Faure (1858-1942)

  • Is met een apart model gestart

  • Oprichting van La Ruche (1904-1917)

  • Schoolboerderij voor 80-tal kinderen tussen 5 en 16 jaar

  • Beperkt aantal volwassenen (tiental)

  • Werken samen op de boerderij

  • Commune avant la lettre

  • Klassieke gezin is niet de goede plek voor kinderen

  • Veel te onderdrukkend

  • Zelfbedruipend (“une coopérative de production, de consommation et d’éducation”)

  • Samenwerken, samen eten, samen leren

  • Kern van het basisonderwijs is

  • “leren leren” op fysiek, intellectueel en moreel vlak

  • Ook hier: gemengd onderwijs

  • Parenting?

  • Vandaag veel aandacht voor opvoeden

  • Paranoid parenting (Furedi)

  • Opvoeden wordt vandaag zo functioneel benaderd dat we ouders heel onzeker gaan maken

  • Opvoeden is zo geprofessionaliseerd/verwetenschappelijkt

  • Zouden we niet gewoon gaan opvoeden zoals we altijd al deden?

  • Opvoedingstest

  • Opvoeding en de verborgen normativiteit in de taal van de ontwikkelingspsychologie

  • Taal van ontwikkelingspsychologie is taal van de opvoeding geworden

  • Wat is de impact van deze taal op hoe ouders naar hun kinderen en naar zichzelf kijken?

  • Ambitie om deze taal te “de-naturaliseren” (van zijn evidentie ontdoen) – aandacht voor andere taalregisters

  • Hoe verhouden deze taalregisters zich tegenover onze existentiële conditie?

  • Vandaag nog mogelijk om een taal voor opvoeding te ontwikkelen die niet automatisch samenvalt met die ontwikkelingspsychologische taal?

  • Ouders worden verantwoordelijk voor het stimuleren van creatieve uitdagende opvoedingsomgeving

  • Voorlezen van verhalen

  • Ontluikende geletterdheid stimuleren

  • Gezelschapsspelletjes industrie voor jonge kinderen is hier sterk op geënt

  • Goed voor fijne motoriek

  • Goed voor leren samenspelen

  • Pedagogische verantwoordelijkheid?

  • Pedagogische verantwoordelijkheid als een soort waakzaamheid

  • Van ouders verwachten we een permanente alertheid

  • Ouders worden buiten de relatie met hun kind geplaatst, en opgeroepen om er afstand van te nemen om een duidelijker beeld van de situatie te krijgen, zodat ze kunnen beslissen wat de ‘juiste’ manier van handelen is

  • Permanent kritische positie op zichzelf (buiten het gezin, observator)

  • Furedi: hierdoor paranoid parenting

  • Verwetenschappelijken” van ouderschap:

  • Niet vergeten dat opvoeden ook een morele en ethische aangelegenheid is

  • Niet vergeten om ouderschap, kind-zijn en opvoeding te contextualiseren

  • Gezin, kind, ouder: op weg naar een kloof

  • Verzelfstandigen van ouderschap of kindzijn in onderzoek

  • Naast verschuiving van ‘gezin’ naar ‘individuele gezinsleden’, vindt ook een soort ‘uitholling’ van het gezin plaats: bestaat het gezin nog wel?

  • Tegengestelde beweging

  • Grote focus op opvoeden en belang van opvoeden

  • Anderzijds indruk gewekt dat gezin als plek van opvoeding niet zo belangrijk meer is aangezien het heel veel vormen kan aannemen en er dus op zich niet meer toe doet

  • Normatieve lading van de term ‘gezin’: cfr. gebruik van de term ‘alternatieve gezinsvormen’

  • Vastgestelde afstand tussen:

  • Discussie over ‘het gezin’ staat het opnemen van opvoeding wat in de weg

  • Discours rond positief opvoeden benadrukt belang opvoedingsproces (wie, wat en hoe) veeleer dan opvoedingssituatie (waar)

  • Preventieve gezinsondersteuning: overbruggen van een kloof?

  • Van een decreet opvoedingsondersteuning (2007) naar een decreet preventieve gezinsondersteuning (2013)

  • Nu spreekt men over gezinsondersteuning

  • In gezin spelen er ook andere processen

  • Op het eerste gezicht: welkome verschuiving: van opvoeding naar bredere gezinscontext

  • Maar: is er eigenlijk wel sprake van een verbreding?

  • Preventieve…

  • Gezinsondersteuning dreigt ten prooi te vallen aan een doorgedreven preventielogica

  • Vb. grote klemtoon op het belang van consultatiebureaus Kind & Gezin

  • Gezondheids- en preventielogica

  • Sterk functionalistische invulling van opvoeding en gezinsondersteuning

  • Grote focus blijft op risico’s en moeilijkheden

  • Preventief

  • Evenwicht tussen ‘preventie met mate’ en sterk instrumentele benadering van gezinsondersteuning

  • Aandacht voor ‘het effect’ versus het gevoel dat men opvoedingsprocessen voortdurend moet kunnen controleren en bijsturen

  • Opvoeden is meer dan het voorkomen van problemen

  • …gezins…

  • Brede omschrijving van het gezin: opvoeding is meer dan één-op-één-interactie tussen waakzame ouder en kind in ontwikkeling

  • Aandacht voor opvoedkundige relevantie van andere gezinsleden

  • In welke mate spelen broers en zussen een rol?

  • Zekere aanzet tot verbreding

  • Gezin verschijnt als stimulerende of krachtige leeromgeving

  • Ontworpen door goed geïnformeerde en handelingscompetente ouders

  • Die het psychisch welbevinden van het kind wil ‘maximaliseren’

  • …ondersteuning

  • Huizen van het Kind als samenwerkingsverband voor informatieverstrekking, adviesverlening en medische preventie

  • Ook aandacht voor ontmoeting en sociale cohesie

  • Maar opnieuw sterk functionalistische benadering van ontmoeten: ze moet de opvoeder ‘verrijken’ of ‘bijsturen’

  • De ideale ontmoeting plaats vindt in aanwezigheid van een expert)

  • Gevaar op het verengen van de ontmoeting door klemtoon op het voorkomen van potentiële moeilijkheden en problemen

  • Ondersteuning versus hulpverlening!

  • Gezin krijgt doorgaans een lokaliserende (en dus passieve) kracht:

  • Gezin is de fysieke plek (locatie) waar opvoeder en kind gaan samenkomen

  • En waar de opvoeder het doel heeft om iets mee te geven aan dat kind

  • ’Eigenlijk ligt alles van tevoren al vast’

  • Passief:

  • Opvoeding gebeurt automatisch, opvoeding door overlevering

  • Maar gezin heeft ook een constituerende (en dus actieve of activerende) kracht:

  • Gezin als pedagogische site

  • Onvoorspelbaarheid, complexiteit, grenzeloos

  • Idee dat de oudere generatie de nieuwe generatie iets gaat doorgeven is eigenlijk maar een arm idee

  • In ontmoeting tussen generaties kunnen jongere aan oudere generaties iets doorgeven

  • Op voorhand niet noodzakelijk bepaald wat er in de ontmoeting tussen die leden van dat gezin gebeurd

  • Het verzamelen van mensen rond een bepaalde zaak die ons zorgen baart en waar onenigheid over bestaat, cfr. Bruno Latour

  • “De generaties liggen dus niet op voorhand vast; meer nog, wie tot welke generatie behoort – wie heeft er het meeste ‘recht’ van spreken? – wordt eigenlijk continu op de proef gesteld. Niet voor niets kennen we in onze taal het woord ‘familiariteit’. Niet alleen als een zekere mate van vrijpostigheid, maar ook als een mate van vertrouwdheid, van intimiteit.”

  • Belangrijke rol voor het gezin:

  • Geen enkele andere pedagogische plek waar dit soort krachten aanwezig zijn

  • Gezinsopvoeding: ‘waar’ generaties vorm krijgen

  • Het gaat niet om:

  • Maar wel om een proberen re-contextualiseren van opvoeding:

  • Gaat over recht op spreken en de verschuiving tussen betekenissen van generaties

  • Wat is nu de specifieke betekenis van het gezin als opvoedingscontext

  • Waarin onderscheidt het gezin zich van andere opvoedingscontexten

  • Gezinsopvoeding en –ondersteuning niet alleen preventie, maar ook presentie (uitklaren van de intergenerationele verhouding)

  • Hoe presenteren wij ons aan elkaar binnen het gezin?

  • Vb. morele, religieuze kwesties

  • Kan je niet in een preventieve sfeer gaan definiëren

  • “Waar staan we als ‘oudere’ of ‘jongere’ voor, wat vinden we belangrijk en hoe kunnen we de andere generatie hiermee ‘familiariseren’?”

  • Bevraging van een jongere generatie ten aanzien van de oudere generatie
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

  • Les 6 Geen ‘gezinsopvoeding’ in opvoedings-ondersteuning (NOENS)

  • Dovnload 376.79 Kb.