Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Les 1: wat is onderwijsinnovatie?

Dovnload 304.22 Kb.

Les 1: wat is onderwijsinnovatie?



Pagina14/18
Datum04.04.2017
Grootte304.22 Kb.

Dovnload 304.22 Kb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18

Innovatiekenmerken in functie van verhoging leerprestaties, reductie onderwijsachterstanden


  1. Focus op leren/instructie: beperkt aantal doelen, basisvaardigheden, prestatiegerichtheid, gestructureerd onderwijs, veel feedback.

  2. Sterk leiderschap: vermogen om kwaliteiten van leraren te ontwikkelen en te benutten; leiderschap op andere (midden)niveaus; open communicatie en betrokkenheid van iedereen (distributive leadership: leerkrachten krijgen een rol, de directie delegeert  Past binnen en participatieve benadering); en vermogen om initiatieven te nemen.

  3. Datafeedback; ‘informatierijke’ scholen die allerlei bronnen van informatie benutten om zichzelf te evalueren en te bestuderen ‘wat werkt’.

  4. Positieve schoolcultuur: duidelijk, coherent, hoge verwachtingen van leerlingen en een stabiel team (weinig wisseling).

  5. Gerichtheid op voortdurende verbetering (learning community), uit eigen initiatief en niet alleen als reactie op externe eisen; met als basis samenwerking tussen leraren (teamwork).

  6. Permanente aandacht voor professionalisering, op maat van de school, inclusief coaching en feedback op het eigen lesgeven

=> Strategieën voor innovatie kunnen hiervan worden afgeleid.

Welke condities faciliteren implementatie?


  1. Ontevredenheid met huidige situatie.

  2. Leiderschap.

  3. Kennis en vaardigheden zijn aanwezig.

  4. Betrokkenheid en ondersteuning.

  5. Bruikbaarheid voor onmiddellijke toepassing.

  6. Aansluiting persoonlijke opvattingen en schoolcultuur.

  7. Tijd en middelen zijn aanwezig.

  8. Bekrachtiging/incentives (bv. financiële incentives: beloning in de vorm van geld).

  9. Participatie in besluitvorming.

  10. Haalbaarheid (complexe innovaties worden vertaald).

  11. Ownership: persoonlijke betrokkenheid en zichtbaarheid voor anderen.

Belang van oncontroleerbare factoren: als personeelswissels, ziekteverzuim, onverwachte instroom, naast belangrijke (en gekende) innovatiecondities als tijd, leiderschap, materiële middelen, visie-ontwikkeling, planning, …

Les 6: onderwijs in de kennissamenleving

Wat kenmerkt de overgang van de industriële samenleving naar de kennissamenleving?


Hoe verschilt de kennissamenleving van de industriële samenleving? Door Daniel Bell (1976):



Enkele kenmerken van de kennissamenleving:

  • Kennisintensieve arbeidsmarkt: je bent nooit volleert  Levenslang leren.

  • Scheidslijnen tussen arbeid, vrije tijd, onderwijs… minder duidelijk (bv. minder duidelijke overgang tussen onderwijs en arbeidsmarkt).

  • Globalisatie van de arbeidsmarkt en de kennis (kennis is universeel beschikbaar)

  • Impact van technologie op alle maatschappelijke sectoren.

  • Internationalisering van alle sectoren, waaronder onderwijs. Bijvoorbeeld Erasmus, buitenlandse stage,…

  • Expansie participatie hoger onderwijs. De gemiddelde scholingsgraad is hoger dan vroeger. Bijvoorbeeld: “education at a glance”. We moeten ons de vraag stellen of we met zo een expansie aan studenten nog wel kwaliteit kunnen bieden?

  • Kennis is een belangrijk economisch goed.

2. Moet de inrichting van onderwijs worden aangepast op basis van een samenleving in verandering?


  • Het onderwijs is een afspiegeling van de maatschappij. Er dienen verschillende functies weerspiegelt te worden. Bv. Integratie en kwalificatie.

  • Verschuiving van industriële naar kennismaatschappij als legitimatie grootschalige en fundamentele onderwijsinnovatie (bv. Wetenschappers als Andy Hargreaves, ook David Hargreaves en onderwijsgoeroes zoals Sir Ken Robinson).

  • Evoluties in kennissamenleving die invloed uitoefenen op onderwijs:

    1. Nieuwe technologie. Bv. virtuele universiteit.

    2. Nieuwe competenties.

    3. Nieuwe epistemologie: hoe wordt kennis ontwikkeld?

Wat kan verwacht worden van nieuwe communicatietechnologie? (van Braak)

  • Over de grenzen heen leren denken.

  • Bevordering van het cross-cultureel bewustzijn van leerlingen.

  • Actieve participatie van de leerlingen.

  • Flexibilisering van de leersituatie.

  • Instructie losgekoppeld van tijd- en ruimtebeperkingen.

  • Verhoging van de motivatie van de leerling.

  • Bevorderen van samenwerkend leren.

  • Natuurlijk gebruik van andere talen.

Over welke nieuwe competenties gaat het?

  • Professionele deskundigheid (kennis eigen discipline, analytisch denken,…).

  • Functionele flexibiliteit (kennis andere disciplines, snel kennis verwerven, onderhandelingsvaardigheden).

  • Innovativiteit en kennismanagement (digitale vaardigheden, vindingrijkheid, reflecterend vermogen, …).

  • Inzet van menselijk kapitaal (presteren onder druk, tijdsmanagement, samenwerking met anderen, kwaliteiten van anderen inzetten, communicatievaardigheden, coördinatie, …).

Voorbeelden: Levenslang leren, digitale competentie, intercultureel leren, kennisconstructie i.p.v. kennis overdracht, kritisch redeneren, reflecteren, professionele deskundigheid, samenwerken met anderen,….

Over welke epistemologie gaat het?

  • Van individuele kennisverwerving naar kennis als sociale constructie.

  • Van een overdrachtsmodel naar een onderhandelingsmodel (samenwerkingsmodel)

  • Erkenning van belang alternatieve kennisontwikkeling dan modus 1 kennis.

Modus 1

Modus 2

Kennis onderverdeeld in disciplines: monodisciplines.

Trans disciplinaire kennis.

Productie door individuele onderzoekers.

Productie in team: mulitidisciplinair.

Peer-review: toetssteen is een externe beoordelaar op het terrein.

Beoordeling door peer/markt.

Duidelijk onderscheid tussen fundamentele en toegepaste kennis.

Geen stringent onderscheid kennisvormen.

Beantwoordt aan strenge opmaakregels.

Geen rigide opmaakregels


Pleidooi voor andersoortig onderwijs en leren in de kennissamenleving


  • Nood aan gepersonaliseerd leren (D. Hopkins, M. Fullan), data-driven decision making (= evidence based education), maar met aandacht voor wat we (niet) willen.

  • Reductie voorgeschreven curriculum en aandacht voor schoolautonomie: standaardisatie tegengaan en aansluiten bij de lokale context.

  • Aandacht voor supranationale curricula.

  • Kwaliteitsindicatoren zijn achterhaald (A. Hargreaves); nood aan meer creativiteit, flexibiliteit, innovativiteit, samenwerking, communicatie, probleem-oplossingsvaardigheden, ‘ICT-competenties’, (new millennium learning skills).

  • Levenslang leren is essentieel: school niet enkel een plaats waar leerlingen leren.

Hopkins: “every school is a great school”. Nood aan meer gepersonaliseerd leren:

  • geïndividualiseerd leren’: regie van leertraject door leerkracht (aansluiten bij de leerlingen, hun noden, hun interesses).

  • Beslissingsbevoegdheid ook bij de leerlingen leggen: leerling-georiënteerd.

Kennissamenleving: impact op curriculum?


Verschillende modellen 21st century skills.

  • 21st century skills aanwezig in onderwijscurriculum? (new millenium learners project, OESO).

  • Leren leren, Burgerschapseducatie, Digitale geletterdheid, Sociale vaardigheden, Milieueducatie, Techniek, Gezondheidseducatie, Expressieve vorming, Creativiteit…

De kracht achter deze ontwikkeling is een nationale organisatie en sponsors (zoals Apple, Microsoft,… dus vanuit het bedrijfsleven ook een zekere sturing.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18

  • Welke condities faciliteren implementatie
  • Les 6: onderwijs in de kennissamenleving
  • 2. Moet de inrichting van onderwijs worden aangepast op basis van een samenleving in verandering
  • Pleidooi voor andersoortig onderwijs en leren in de kennissamenleving
  • Kennissamenleving: impact op curriculum

  • Dovnload 304.22 Kb.