Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Les 1: wat is onderwijsinnovatie?

Dovnload 304.22 Kb.

Les 1: wat is onderwijsinnovatie?



Pagina18/18
Datum04.04.2017
Grootte304.22 Kb.

Dovnload 304.22 Kb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18

Conclusie


Dit illustreert dat er geen enkele "juiste" leiderschapsbenadering is om tot het gewenste einde van een gedeelde visie en praktijk voor ICT te komen.

Het concept van het ICT-beleid van een school moet worden beschouwd als een die veelzijdig is en gerelateerd aan de cultuur van de school en het klimaat. Terwijl de literatuur kan suggereren dat een samenwerkingsklimaat meer wenselijk is, is het onwaarschijnlijk dat ICT-beleid planning de impuls is voor een leider-veranderende schoolklimaat en de toon is voor hoe een school omgaat met het gedaan krijgen van hun werk.

Les 8: onderzoek de school in. Expeditie Durven Delen Doen, SLOA-projecten - Drs. Wouter Schenke

Expeditie Durven Delen Doen


Algemene uitgangspunten

  • Vraag gestuurde projecten met 18 deelnemende scholen

  • Gericht op innovatie van onderop in het VO (Voortgezet onderwijs: VMBO, HAVO, VWO). De scholen mochten zelf een project kiezen.

  • Voor het eerst: onderzoek naar innovatie door de scholen - in samenwerking met – externen.

Onderwijs in Nederland - Trends

  • Meer autonomie voor schoolbesturen en directies.

  • Meer zeggenschap voor docenten; kerndoelen blijven.

  • Meer aandacht voor kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde: extra toetsing.

  • Onderzoek de school in.

  • Vernieuwen moet gepaard gaan met bewijs:

    • Evidence based/onderwijsbewijs.

    • Data driven schools

    • R&D projecten (onderzoek en ontwikkeling)

Drie algemene thema’s bij deze projecten Expeditie Durven Delen Doen

  1. Met plezier naar school – bij de les blijven.

  2. Onderwijs is populair – personeel is trots

  3. Nederland Talentenland – het maximale bereiken, zoveel mogelijk talent halen uit alle leerlingen.

Da Vinci College

Metafoor van de bergbeklimmer:

  • Verkenners (=innovators) gaan sneller de berg op. De rest volgt langzaam, soms met omweg.

  • Op avontuur: uitrusting en expertise nodig.

  • Onderzoekers? Die vliegen mee met een helikopter en observeren het vanaf een afstand... Hoewel sommige onderzoekers landen en wandelen mee als begeleider.


Expeditie op het Da Vinci College


Innovatie en onderzoek gaan hand in hand (achteraf bekeken dan…). Als men van start gaat wordt men geconfronteerd met een aantal dilemma’s. De kern van de oplossing ligt bij:

  • Projectorganisatie met visie.

  • Eigenaarschap: leerkracht ziet zichzelf als “eigenaar” van het probleem. Dit zorgt op zijn beurt voor de mogelijk tot het creëren van een draagvlak.

  • Draagvlak.

Enkele voorbeelden van innovaties:

  • Leerlingen geven lessen op de basisschool.

  • Peer support: leerlingen ondersteunen jongere leerlingen.

  • Digitaal leerling portfolio.

  • Virtueel contact met Marokkaanse leerlingen in Franse les. Dit werkte echter niet want de jongeren in Marokka hadden minder mogelijkheden om op de computer te gaan.

Passend binnen de visie van “talentontwikkeling in een transparante school”.

Opzet onderzoeksteam:

  • Vier docentonderzoekers en een coördinator.

  • Samenwerking met Universiteit van Amsterdam.

  • Omschakelen voor docenten:

    • Training tot docentonderzoeker.

    • Van bekendheid met wetenschappelijk onderzoek naar praktijkgericht onderwijsonderzoek.

    • Van direct mening hebben naar mening uitstellen.

    • Van hectiek van lesgeven naar rustig onderzoek doen

Onderzoek de school in

  • Werken volgens visie en plan.

  • Samenwerken met extern onderzoeksinstituut.

  • Vaste onderzoeksmiddag.

  • Coördinator onderzoek en docentonderzoekers.

  • Bruikbaarheid van onderzoek.

  • Connecties met andere projecten.

Opleiden in de school: leraren-in-opleiding doen onderzoek.

Verbindingen tussen onderzoek en bestaande school

  • Meerwaarde aantonen, ook tussendoor berichtgeving over proces van onderzoek doen.

  • Verspreiden onderzoekende houding bij overige docenten, studenten, schoolleiding en leerlingen:

  • Onderscheid tussen onderzoekende docenten en docentonderzoekers (Schenke & Galjaard 2010)

  • Ontstaan van onderzoekende cultuur.

Opbrengsten algemeen


  • Duurzaam vernieuwen als manier om een onderzoekende cultuur de school in te brengen.

  • Innovatie en onderzoek gaan hand in hand.

  • Nieuwe elementen integreren in school, zoals in schoolplannen en lessen.

  • Voorzichtige overgang van ‘doe’ naar ‘denk’ cultuur:

    • Kritischer houding ten aanzien van innovaties.

    • Grotere betrokkenheid van docenten en leerlingen bij innovaties.

  • Van discussie naar dialoog.

  • Over grenzen van de klas kijken.

Vijf docentrollen betrokken bij onderzoek:

  1. Docent als zelfstandig onderzoeker.

  2. Docent als onderzoek partner van de externe onderzoeker.

  3. Docent als gebruiker van onderzoeksliteratuur en –resultaten.

  4. Docent als begeleider van onderzoek.

  5. Docent als respondent in onderzoek.

Drie rollen van externe onderzoekers

  1. Als inhoudelijke expert.

  2. Als expert op het gebied van terrein van onderzoek.

  3. Als betrokken buitenstaander.

Drie belangrijke condities voor onderzoek de school in

  1. Communicatie tussen onderzoekers en betrokkenen in de school.

  2. Eigenaarschap van docenten.

  3. Sturende rol van schoolleiders.


Overkoepelend onderzoek: SLOA projecten 2010-2013


31 SLOA projecten

  • Ontwikkeling en onderzoek (R&D) gaan hand in hand.

  • Vraag gestuurde projecten

  • Subsidie vanuit VO-raad voor onderzoeksdeel, school investeert zelf in ontwikkeling.

  • Onderzoekers:

  • Externe praktijkgerichte onderzoekers universiteiten, hogescholen (lectoren), lerarenopleidingen, pedagogische en onderwijskundige centra, commerciële onderzoeksbureau.

  • Interne onderzoekers: training, maar soms ook niet en gefaciliteerd, maar soms ook niet.

  • Projectleiders leiden ontwikkeling en/of onderzoek.

Cross-professionele samenwerking: een situatie waarin diverse betrokkenen vanwege uiteenlopende redenen samenkomen om via coördinatie en uitvoering van ontwikkel- en onderzoeksactiviteiten en onderlinge communicatie projectdoelen te bereiken.

Meest genoemde projectdoelen bij SLOA:

  • Innovatie legitimeren. Bijv. invoering leeslessen.

  • Professionaliseren docenten. Bijv. didactiek specifiek voor hoogbegaafde leerlingen.

  • De onderzoeken zijn praktijkgericht en niet primair gericht op het leveren van een bijdrage aan de wetenschap.


Type samenwerking




  1. School is eigenaar ontwikkeling en onderzoek; onderzoeker ondersteunt.

  • Externen worden vaak gezien als critical friend. Docenten en schoolleiders voeren onderzoek uit.

  • De school geeft sturing aan de coördinatie en uitvoering van onderzoek.

  1. Integratie belangen en taken school en onderzoeker.

  • Docentonderzoek is onderdeel van docenttaak. Onderzoekers fungeren als sparring partner. Een schoolleider en onderzoeker “…zijn samen opgetrokken in het organiseren van het geheel. Al ben ik daar wel duidelijk projectleider in.”

  • De school geeft sturing aan de coördinatie en uitvoering van onderzoek

  1. Onderzoeker adviseert stuurgroep; geen docentonderzoek op school.

  • Geen docentonderzoekers. Externe adviseurs maken deel uit van stuurgroep met rectoren. Adviseurs fungeren als stok achter de deur voor de scholen: focus op het behalen van de projectdoelen.

  • De externe partij heeft de controle over het onderzoek.

  1. Onderzoeker heeft aanvullend belang in project en stuurt onderzoek.

  • Aanvullende belangen:

    • Wetenschappelijke kennis voortbrengen.

    • Commerciële belangen.

    • Opschaling van praktijkkennis door externen.

  • De externe partij heeft de controle over het onderzoek.

Samenwerking tussen praktijkgerichte onderzoeker en school kan alleen onder bepaalde voorwaarden. Denk aan voldoende tijd voor betrokken docenten… Denk aan voldoende bewijskracht voor onderzoek…  Zowel praktische als wetenschappelijke voorwaarden.

Aankomend artikel over boundary crossing

Betrokkenen:

  • Hebben schakelfunctie tussen wetenschap en praktijk.

  • Vertalen kennis van ene naar andere wereld.

  • Maken veranderingen door in hun functioneren


Cross-professionele samenwerking in de context van ontwikkel- en onderzoeksprojecten in het voortgezet onderwijs – W. Schenke


Gekozen voor de term cross-professionele samen werking om de samenwerking tussen onderzoekers en betrokkenen uit de praktijk te benoemen. Omdat het de potentiële ‘kruisbestuiving’ tussen de betrokkenen tot uitdrukking brengt en de professionele achtergrond va zowel onderzoeker als belanghebbenden op scholen benadrukt.

Doel van onderzoek is inzicht krijgen in de aard van de samenwerking tussen schoolleiders, docenten en onderwijsonderzoekers in O&O-projecten in het voortgezet onderwijs.

Theoretisch kader


Innovaties = doorgaans nieuwe werkwijzen, onderwijsconcepten, didactieken of programma’s bedoeld, die op een school worden ingezet.

Praktijkgericht onderzoek = onderzoek dat gericht is op het generen van bruikbare kennis in en voor de praktijk en waarbij de mogelijkheid bestaat om de opgedane kennis verder te verspreiden. De onderzoeksvraag is vaak lokaal georiënteerd en context gebonden.

Cross-professionele samenwerking (zie definiet bovenaan pagina) bevat 3 thema’s die van belang zijn:

  1. De redenen van samenwerking.

  2. De rol- en taakverdeling tussen de betrokkenen uit de praktijk en de onderzoekers.

  3. De communicatie tussen de partijen.

Redenen van samenwerking


  • Het dichten van de kloof tussen wetenschappelijk onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk.

  • Het zou kunnen leiden tot een betere benutting van de onderzoeksresultaten.

  • Het bezig zijn met de praktijkrelevante vragen vormt een reden voor onderzoekers om deel te nemen aan O&O-projecten.

  • Een reden voor scholen ligt in de bijdrage van onderzoek aan de legitimering van de innovatie. En het wordt ook gezien als een manier om te werken aan de professionele ontwikkeling van docenten in het kader van verbetering van onderwijskwaliteit.

  • Leren door onderzoek’ wordt ook gezien als een middel voor de ontwikkeling van docententeams tot professionele leergemeenschappen.

Rol en taakverdeling


Hangt volgens verschillende auteurs samen met de onderzoekopzet en de achterliggende onderzoeksvragen.

Eerder onderzoek liet zien dat meestal een samenwerking ontstond tussen externe onderzoekers en docentonderzoekers bij het uitvoeren van onderzoekstaken. De schoolleiding had in deze scholen vaak geen rol in de uitvoering van het onderzoek, maar wel een sturende rol bij het vormgeven coördineren van de innovatie, naarst het afstemmen van innovatie en onderzoek. De externe onderzoekers hadden een sturende rol in het onderzoek en deelden de onderzoekstaken vaak met docentonderzoekers, met een begeleidende rol op inhoudelijke en/of onderzoeksmatig terrein.

Onderlinge communicatie


Er kan een creatief spanningsveld ontstaan: “… useful new ideas can arise from the combination of very different viewpoints into a creative tension.”. Maar er kan ook een negatief spanningsveld ontstaan: “However, differences between collaborative team members can also cause negative process conflict”.

De overlegstructuur, communicatiemiddelen en tijdsinvestering in de projecten verschillen naar gelang de grootte van het onderzoek en de rol- en taakverdeling in het project.

Voor het creëren van een positief spanningsveld zijn openheid en gelijkwaardigheid belangrijk. Een goede communicatiestructuur en –cultuur tussen onderzoekers, schoolleiders en docenten vormt daarmee een van de belangrijkste condities voor het verbinden van onderzoek aan innovatie.

Bij een goede communicatiestructuur hoort een passende overlegstructuur waarin betrokkenen elkaar frequent zien.

Resultaten

Typen van samenwerking


Zie pagina 57. Een duidelijk onderscheidend punt in de typen samenwerking si hoe de rollen en taken zijn verdeeld en wie er controle heeft over het onderzoek.

Verschillen in sturing hangen samen met onderliggende verschillen tussen de projecten.

  • Externe onderzoekers blijken meer bepalend voor de vormgeving en coördinatie van eht onderzoek als ze, naast het ondersteunen van de redenen van de school, ook eigen, aanvullende redenen formuleren voor de samenwerking in het project.

  • De school is meer sturende (en de externe onderzoekers dus minder), als er in de school onderzoek expertise aanwezig is.

  • De manier waarop de projectleiding is vormgegeven is bepalend voor waar de sturing van het onderzoek ligt. De projectleiding van het onderzoek ligt bijna altijd bij de externen, maar als de schoolleiding ook onderdeel is van de projectleiding van het onderzoek, is de invloed van de school op de vormgeving en coördinatie van het onderzoek groter.



1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18

  • Les 8: onderzoek de school in. Expeditie Durven Delen Doen, SLOA-projecten - Drs. Wouter Schenke Expeditie Durven Delen Doen
  • Expeditie op het Da Vinci College
  • Overkoepelend onderzoek: SLOA projecten 2010-2013
  • Cross-professionele samenwerking in de context van ontwikkel- en onderzoeksprojecten in het voortgezet onderwijs – W. Schenke
  • Redenen van samenwerking

  • Dovnload 304.22 Kb.