Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Les 1: wat is onderwijsinnovatie?

Dovnload 304.22 Kb.

Les 1: wat is onderwijsinnovatie?



Pagina3/18
Datum04.04.2017
Grootte304.22 Kb.

Dovnload 304.22 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18

Resultaten van eigen onderzoek in Vlaanderen

Is er sprake van een kloof tussen onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk in Vlaanderen?


Kloof wordt waargenomen tijdens de focusgroepen, maar is een complexer fenomeen dan algemeen wordt aangenomen in de literatuur. De kloof wordt door verschillende onderwijsactoren anders gepercipieerd: leraren > directies > intermediairs (mensen die tussen onderzoek n leerkrachten/ praktijk staan. Bv mensen in de lerarenopleiding).

Leraren staan in het algemeen het meest sceptisch tegenover onderwijsonderzoek: onderwijsonderzoek sluit te weinig aan bij hun praktijkproblemen. Intermediairs zijn het “minst” sceptisch, maar klagen wel over het gebrek aan beschikbaarheid van onderzoeksresultaten (er is ook geen communicatieplatform tussen onderzoekers en intermediairs.

Welke ervaringen hebben practici met onderwijsonderzoek en onderwijsonderzoekers?


Leraren: Verschillende meningen over feedback die scholen ontvangen na onderzoek deelname: ‘interessant & informatief’ versus ‘moeilijk interpreteerbaar & onbruikbaar’.

Directies: Sterke verschillen tussen onderzoekers inzake openheid naar de praktijk. Schoolfeedback: ‘informatie voor te maken beleidskeuzes’ versus ‘te algemeen en irrelevant’.

Aanvragen tot deelname aan onderzoek zijn de laatste jaren sterk toegenomen: scholen moeten keuzes maken.

Welke factoren zorgen ervoor dat onderzoeksresultaten al dan niet toepassing vinden in de praktijk?


Geen strikt lineair verband tussen onderzoeksproject enerzijds, en de mate waarin een onderzoeksproject is geïmplementeerd anderzijds!



*Gebrek aan toepasbaarheid en meerduidigheid van onderwijsonderzoek.

  • Soort onderzoek: constaterend versus optimaliserend.

  • Relevantie en praktijkgerichtheid.

  • Bewezen werking.

  • Taal.

  • Schoolinterne factoren: kartrekkers en antennes.

  • Doorlichtingsrapport.

  • Middelen.

  • Rol onderwijsoverheid.

Hoe verloopt het disseminatieproces van onderzoeksresultaten?


  • Medium: voornamelijk publicaties in tijdschriften bedoeld voor de onderwijspraktijk of tijdens conferenties.

  • Hoofddoelstelling: kennisverspreiding.

  • In Vlaanderen past het RDD model: Research Development en Diffusion. M.a.w. disseminatie wordt gezien als een lineair proces van kennisverspreiding via publicaties in tijdschriften bedoeld voor de onderwijspraktijk.

  • Nederlandstalige populair wetenschappelijke tijdschriften zijn weinig bekend bij directies, quasi onbekend bij leraren (Klasse is belangrijkste informatiebron)  nadenken over disseminatie en een nieuw disseminatie model.

  • Onderzoekers worden gepusht te publiceren in a1-tijdschrijften = ‘publish or perish’-cultuur.

  • Nood aan nieuw disseminatiemodel: collaboratief model waar onderzoekers en practici samen werken en elkaars ervaring en professionalisme erkennen (uitdaging voor onderwijskundigen). De onderzoekers beschreven vijf “hefbomen” die zouden bijdragen tot de invoering van een 'collaboratief model van verspreiding ":

    • Lange termijn onderzoeksprojecten met voldoende financiële middelen.

    • Aanhoudende professionele ontwikkeling (CPD) van practici en intermediairs.

    • Ontwikkelen van vaardigheden van een onderzoeker.

    • Ontwikkelen van vaardigheden voor het presenteren van educatieve onderzoeksresultaten.

    • Het definiëren en beschermen van de onderzoek agenda.

Aanbevelingen van leerkrachten, onderzoekers en intermediairs


De algemene aanbeveling van alle deelnemers was om de samenwerking tussen beroepsbeoefenaren en onderzoekers te verhogen. Een verzoek werd ook gemaakt voor meer evidence-based onderzoek, gedefinieerd als onderzoek dat bewijs voor 'wat werkt' in de praktijk biedt.

Een ander verzoek werd ingediend voor ontwerpend onderzoek. Dit verwijst naar de studie van gesitueerd leren of leren in context door middel van systematische ontwerp. In de ontwerpend onderzoek benadering wordt het leren en onderwijsprocessen onderzocht, terwijl de onderzoeker fungeert als een onderwijzer. Het doel is om zowel een wetenschappelijke als een educatieve bedrage te leveren.

Modellen m.b.t. de relatie onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk


Modellen:

  • Beschrijven de relatie tussen onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk.

  • Bieden inzicht in hoe onderwijsonderzoek van invloed kan zijn op onderwijsvernieuwingen.

  • Interessant voor toekomstige onderwijskundigen (positionering).

Presentatie van modellen aan de hand van enkele stellingen:

Het gebruik van onderzoeks-resultaten manifesteert zich op verschillende manieren.



Onderzoek is een breed begrip, daarom 3 types onderwijsonderzoek. Ze hebben elk een andere finaliteit en ander financiële steun.

De invloed van het onderwijsonderzoek op de onderwijspraktijk is geen lineair proces.”



Verschillende onderwijsactoren kijken anders aan tegen de kloof en stellen andere oplossingen voor.”

  • Soort onderzoek (bv. constaterend vs optimaliserend).

  • Waargenomen relevantie (bv. aansluiting behoeften).

  • Praktijkgerichtheid (bv. bruikbare materialen).

  • Bewezen werking (bv. nieuwe inzichten leerwinst).

  • Taalgebruik (“jargon”).
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18

  • Welke ervaringen hebben practici met onderwijsonderzoek en onderwijsonderzoekers
  • Welke factoren zorgen ervoor dat onderzoeksresultaten al dan niet toepassing vinden in de praktijk
  • Hoe verloopt het disseminatieproces van onderzoeksresultaten
  • Aanbevelingen van leerkrachten, onderzoekers en intermediairs
  • Modellen m.b.t. de relatie onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk

  • Dovnload 304.22 Kb.