Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Les 1: wat is onderwijsinnovatie?

Dovnload 304.22 Kb.

Les 1: wat is onderwijsinnovatie?



Pagina4/18
Datum04.04.2017
Grootte304.22 Kb.

Dovnload 304.22 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18

Anders nadenken over onderzoek en onderwijsvernieuwing


Andere vormen van onderzoek en innovatie

  • Klassieke tegenstelling top-down versus bottom-up.

  • Verschillende mogelijke initiatieven op het niveau van:

    • Kennisontwikkeling (bv. ontwerpgericht onderzoek).

    • Kennisverspreiding (bv. goede praktijkvoorbeelden).

    • Kennistoepassing.

  • Kern van nieuwe modellen focust zich op

    • Nauwere samenwerking tussen onderzoekers en practici.

    • Rolvervaging’.

Onderzoeksvormen:

  • Ontwerpgericht onderzoek: onderzoek waarin onderzoekers en practici nauw samenwerken aan het in opeenvolgende cycli ontwikkelen en onderzoeken van onderwijsleersituaties.

  • Evidence-based onderzoek: interventieondezoek waarin wordt nagegaan onder welke condities leerwinst wordt geboekt bij leerlingen.

  • Practitioner onderzoek: practici onderzoeken zelf - al dan niet in samenwerking met externe onderzoekers - hun eigen handelen en/of de situatie waarin dat handelen plaatsvindt.



Nederlands voorbeeld Expeditie DDD: grootschalig innovatieproject in het Nederlands voortgezet onderwijs (18 scholen, 2007-2010).

  • Doelstelling: verhogen kwaliteit onderwijs via duurzaam vernieuwen.

  • Idee: Bottom-up vernieuwen rechtstreeks gekoppeld aan onderzoek naar de innovatie.

    • Innovatieprocessen gebeuren vanuit scholen zelf (bottom-up).

    • Onderzoekers en scholen voeren samen onderzoek uit naar effecten van de onderwijsinnovaties.

    • Programma-aanpak bij innoveren.

  • Dieptestrategie: Een aantal scholen de kans geven intensief aan vernieuwing te werken in nauwe samenwerking met onderzoekers.

  • Breedtestrategie: Kennis over onderwijsvernieuwingen (product en proces) delen met andere scholen.


The gap between educational research and practice: vieuws of teachers, school leaders, intermediaries and researchers – R. Vanderlinde en J. van Braak


De relatie tussen onderwijsonderzoek en beleid is meer prominent aanwezig op de educatieve agenda in Vlaanderen dan de relatie tussen onderwijsonderzoek en de praktijk. Dit kan verklaard worden door het feit dat het Vlaams Parlement zijn eigen Educatief Beleidsvoorbereidende Onderzoek Fonds heeft.

Literatuur studie


In de literatuur is men opzoek gegaan naar mogelijke verklaringen voor deze kloof.

  • Een eerste argument suggereert dat deze kloof, twee scherp contrasterende soorten kennis weerspiegelt (met eigen taal en finaliteit). Namelijk de fundamentele kennis en de praktische kennis.

  • Onderwijskundig onderzoek levert weinig overtuigende resultaten.

  • Onderwijskundig onderzoek levert weinig praktische resultaten, of onderwijskundig onderzoek is gelimiteerd in praktische gebruik.

  • Practici geloven dat onderwijsonderzoek niet sluitend of praktische is; of ondersijkundig onderzoek is niet zinvol voor leerkrachten.

  • Practici maken weinig (verantwoord en effectief) gebruik van onderwijsonderzoek.

  • Vlaanderen: beperkte informatie over processen van kennisdisseminatie in onderwijs.


De relatie tussen onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk verkend in Nederland en Vlaanderen – H. Broekkamp, R. Verlinde, B. van Hout-Wolters en J. van Braak


Er is sprake van een kloof tussen het onderwijsonderzoek en de onderwijspraktijk. Men is het er over eens dat het mogelijk en noodzakelijk is om de bruikbaarheid en het gebruik van onderwijsonderzoek te vergroten, maar over de wijze waarop verbeteringen moeten plaatsvinden, verschillen zij sterk van mening.

Een debat dat daadwerkelijk bijdraagt aan de overbrugging van de kloof moet voldoen aan 4 voorwaarden:

  1. De dienen deelnemers uit te gaan van veelzijdige probleemanalyse en oplossingen aan te dragen die aansluiten bij de complexiteit van het probleem.

  2. Ze dienen gebruik te maken van eerdere – nationale en internationale – bijdragen aan het debat. Dit voorkomt dat elke discussie opnieuw begint met een probleemanalyse, waarbij verschillende partijen hun thema’s en belangen op de kaart proberen te zetten.

  3. Naast opinies van actieve deelnemers aan het debat, dienen ook opinies van andere professionals die betrokkenen zijn bij onderwijs en/of onderzoek in beschouwing te worden genomen.

  4. Opinies dienen waar mogelijk aangevuld te worden met hard bewijs.

In deze notitie worden de resultaten van de twee onderzoeksprojecten (van Vlaanderen en Nederland) samengevat aan de hand van vier thema’s: bewijskracht, potentieel nut, percepties en gebruik van onderwijsonderzoek.

Bewijskracht


Volgens de literatuur wordt de kloof in belangrijke mate bepaald door de beperkte bewijskracht van het onderwijsonderzoek:

  • Verklaard door de grote complexiteit van onderwijs en de bescheiden omvang van onderwijsonderzoek.

  • Maar het heeft ook te maken met de onevenredig grote aandacht van onderzoekers voor specifieke thema’s of onderzoeksmethoden, waarbij grote controverse bestaat over de thema’s en methoden die relatief meer aandacht moeten krijgen.

  • De technische kwaliteit van veel onderzoek zou te kort schieten.

Dit zou onder andere komen doordat wetenschappelijke normen niet scherp genoeg zijn, de competentie van onderzoekers beperkt is en onderzoekers te weinig inzicht hebben in en controle hebben over de onderwijsomgeving waarin zij onderzoek doen. Ten slotte zouden onderzoekers weinig gebruik maken van eerder onderzoek.

Conclusie uit onderzoek: men concluderen echter dat onderwijsonderzoek wel degelijk belangrijk wetenschappelijk bewijs heeft geleverd en gaan ervan uit dat onderwijsonderzoek in de toekomst nog meer vooruitgang kan boeken.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18

  • Literatuur studie
  • Bewijskracht

  • Dovnload 304.22 Kb.