Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Les 11: Jezus, Christus, Gods eniggeboren Zoon, onze Heere

Dovnload 101.91 Kb.

Les 11: Jezus, Christus, Gods eniggeboren Zoon, onze Heere



Datum24.09.2018
Grootte101.91 Kb.

Dovnload 101.91 Kb.

Les 11: Jezus, Christus, Gods eniggeboren Zoon, onze Heere

De Middelaar tussen God en ons ontving van Zijn Vader een Naam, meer dan één zelfs. De bedoeling van Zijn Namen is om Hem daardoor aan ons bekend te maken in Zijn werken – want Zijn Namen zijn uitdrukking van Zijn Wezen en van Zijn Eigenschappen. Gods bedoeling is ook dat wij Hem bij Zijn Namen aanroepen, te hulp roepen. De Schrift noemt Hem in het Oude Testament onder andere met de volgende Namen waarin naar voren komt:



  • Silo1: Hij is Koning – en Hij vraagt onze gewillige en algehele onderwerping.

  • Immanuël2: God is in Hem verschenen en ons zeer nabij3 en Hij is vóór ons4 – en wie dat leert kennen, jubelt: “Dit weet ik dat God met mij is.”5

  • Rijsje6: Hij is zeer gering van afkomst en Zijn Koninkrijk schijnt onaanzienlijk – daarom hebben de joden zich aan Hem gestoten en zijn gevallen; daarom wijzen de heidenen Hem af.

  • Wonderlijk: Hij is Wonderlijk (God en mens in één Persoon) en doet wonderen, zodat er voor jou als verloren en hopeloze zondaar aan Zijn voeten dus toch geen reden is tot moedeloosheid, maar juist alle reden om vrijmoedig te smeken: bewijs Uw wondere wijsheid, kracht en gunst aan mij.

  • Raad: Hij weet raad, zodat je nooit meer radeloos hoeft te zijn, als je Hem tot je Zaligmaker hebt.

  • Sterke God: Hij is almachtig en kan de sterkste tegenstanders aan – de drievoudige doodsvijand, duivel, wereld en ons vleselijk bestaan.

  • Vader der Eeuwigheid: Hij is Dezelfde in trouw en genade, van eeuwigheid tot eeuwigheid.

  • Vredevorst7: in Hem is de ware vrede tussen een heilig God en een doemwaardig zondaar hersteld, en dit tegen de onvoorstelbaar hoge prijs van Zijn dierbaar bloed.

  • HEERE onze Gerechtigheid8: in Hem ligt onze enige gerechtigheid (wetsgehoorzaamheid).

  • Spruit9: Hij is met de gevallen mensheid één, Hij hoort bij ons, woont liefdevol onder ons, identificeert Zich met ons.



Jezus


De bekendste Naam is Jezus. Wat betekent deze Naam? In het Hebreeuws luidt deze Naam Jozua, dat betekent: Jehovah redt, stelt in de ruimte, verlost, maakt zalig. Wat wordt de Naam, die Hij draagt, heerlijk voor ons, wanneer wij reddeloos en radeloos zijn, machteloos gevangen in satans klauwen, ten dode opgeschreven! Als wij dit niet beleven, hebben wij slechts een ‘Jezus van vijf letters’! Dat is: dan is Zijn Naam slechts een klank, terwijl we de kracht van Hem en Zijn genade niet nodig hebben, zoals HC, 30 leert ten aanzien van hen die wel met de mond in Hem roemen, maar ondertussen zich toch verzekeren buiten Jezus om!

Uit deze Naam blijkt duidelijk dat niemand de verloren mensheid kan verlossen, dan Jehovah God alleen. Er is almachtige kracht voor nodig om ons zalig te maken. Immers is de last van Gods toorn tegen de zonde te zwaar voor een schepsel om die te (ver)dragen (HC, 14 en 17). Zelfs de almachtige Gód – Die van het scheppen en onderhouden van alle dingen niet moe of afgemat wordt10 – wordt moe van onze zonde.11 Dan moet onze Verlosser wel God Zelf zijn, om Gods toorn tegen onze zonde te kunnen verdragen, te kunnen wegdragen.

Vraag je op weg naar belijdenis doen eerlijk af: is Hij, Die deze heerlijke Naam draagt en Die het werk dat in deze Naam wordt verklaard, graag doet, mij dierbaar geworden? Hoe wordt de Naam Jezus ons dierbaar, kostbaar? Wanneer we Hem nódig krijgen. Bid, dat de Heere in jou (steeds meer) plaats zal bereiden voor deze heerlijke Verlosser, opdat je – steeds dieper inblikkend in je vreselijke verderf – steeds hoger de lof van Zijn heerlijke Namen bezingt... Erkennen we Hem niet, dan zal deze zelfde Jezus ons eenmaal toevoegen (Mattheüs 25 vers 41): “Ga weg van Mij, u vervloekte, in het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen bereid is!”



Wanneer de engel des Heeren Jozef vertelt (Mattheüs 1 vers 21), dat het Kind van Maria Jezus moet heten, zegt hij erbij: “Want Hij zal Zijn volk zalig maken (dat is verlossen) van hun zonden!” Let op: niet ‘mét hun zonden’ en ‘in hun zonden’, waarbij we onze zonden vasthouden, maar ‘ván hun zonden’, waarbij wij worden losgemaakt van onze zonden...!

Dat is een groot wonder: God heeft een Verlosser voor onze zondenood. Jezus is door Zijn Vader aangesteld, gevolmachtigd tot een Verlosser van deze reddeloos verloren en hopeloos verdorven wereld.12 Zijn Naam is voor allen die Hem nodig hebben, een uitnodiging om tot Hem te komen, Hem te hulp te roepen, zich aan Hem op te dragen met de bede: wees U mijn Jezus, mijn Zaligmaker en red ook mij van al mijn vuile zonden! God acht het Zich een eer, Hij stelt er, zoals blijkt uit deze Naam, prijs op om als Zodanig door ons te worden aangeroepen...

Deze Naam is voor machteloze, rechteloze bedelaars aan Gods genadetroon een pleitgrond. Jezus zegt het zo: “Wat u begeren zult in Mijn Naam”, (Johannes 14 vers 13). Kanttekening 29 luidt: dat is: steunende op Mijn beloften en verdiensten. Dit is een extra reden om zonder schromen tot de heilige Majesteit Gods te komen, al hebben we Hem nog zo zwaar beledigd! Er is geen enkele reden te bedenken, waarom je Hem niet te voet zou vallen en niet ootmoedig en vrijmoedig gebruik van Hem zou maken. Zelfs je vele vuile zonden zijn geen reden, zoals blijkt uit Davids argument en manier van pleiten in Psalm 25 vers 11: “Om Uw Naam, HEERE, zo vergeef mijn ongerechtigheid, want die is groot.” En ik spoor je nu in Naam van mijn God aan: kom tot deze Zaligmaker en onteer Hem niet langer door weg te blijven!

Christus


God heeft niet slechts gezorgd voor ‘een’ Middelaar, maar Hij zorgde voor zó’n Middelaar Die volkómen kan zalig maken. Hij blijkt op zo’n manier te zijn bekwaamd, dat Hij alles bezit wat Hij nodig heeft; en dat Hij alles geeft wat wij nodig hebben. Daarom krijgt Hij ook de titel of Ambtsnaam Christus, de Gezalfde (Hebreeuws: Messias). Hij is van eeuwigheid gezalfd13 niet met zalfolie – die is slechts de áfbeelding van de werkelijke zaak14 – maar met de Heilige Geest.15 Ook in het Oude Testament komt het voor dat iemand gezalfd heet, terwijl hij het niet letterlijk is. Het houdt dan onder andere in: onder Gods bescherming staan.16

Wat betekent de zinnebeeldige uitdrukking ‘gezalfd zijn’? In het Oude Testament stelde de HEERE de zalving in tot onderwijzing en voorafschaduwing aangaande de grote Gezalfde, Zijn Zoon Jezus Christus. Drie soorten mensen werden met heilige olie gezalfd: profeten, priesters en koningen. Zij waren er niet tot nut van zichzelf en ontvingen ook die zalving niet ten goede van zichzelf, maar ze dienden de HEERE en op Zijn bevel het volk! Het houdt dus in, dat zo’n Oudtestamentische ambtsdrager:

  • Niet zichzelf dat ambt had toegeëigend, maar het van God had gekregen.

  • Niet in eigen kracht bekwaam was om dit ambt te vervullen, maar door God werd bekwaamd met de noodzakelijke genade.

  • Niet voor zichzelf bezig was, maar helemaal aan God en Zijn volk was toegewijd.

Zo is het ook bij Christus, de grote Ambtsdrager; en bij Hem in bijzondere zin en maat:

  • Hij is door God aangesteld (verordend) om onze Zaligmaker te zijn.17

  • Hij is door God bekwaam gemaakt om Zijn bovenmenselijk zware taak – het loskopen van zielen en het stillen van Gods ondraaglijke toorngloed – te volvoeren.18

  • Hij is aan God toegewijd om Zijn leven en werk geheel en al te richten op de verheerlijking van Zijn Vader19 en het zaligen van Zijn kerk.20

Hij is door God en dus met Zijn volledige instemming tot dit drievoudig Ambt verordineerd, aangesteld21, namelijk om Profeet (Leraar of Onderwijzer) te zijn voor dwazen, dwalenden.22 Al zijn wij nog zo wereldwijs, dan zijn we in geestelijke zaken nog steeds zeer dwaas.23 Jezus is ook gezalfd (Christus geworden) om Priester en Offerlam te zijn voor doodschuldigen, vuur-waardigen.24 En Hij is verordineerd om Koning en Beschermer te zijn voor machtelozen, weerlozen.25

Het werk van Oudtestamentische profeten was: Gods wil en Wet bekendmaken (Ezechiël 2 en 3), ook over toekomstige zaken, zowel in bedreigingen als beloften. Christus, de hoogste Profeet, onderwijst ons. Dat wist zelfs de Samaritaanse vrouw.26 Wij zijn stekeblind en dwaas in ‘s hemels wegen. Door Zijn Heilige Geest, Die het uit Christus neemt en ons verkondigt27, verklaart Hij ons de verborgen wil van God wat betreft onze verlossing.28 Hij zegt dat Hij ons de ‘hartsgeheimen’ van God bekendmaakt...29 Hij zegt tegen Pilatus dat Hij in de wereld gekomen is om getuigenis te geven aangaande de Waarheid!30 Door Zijn Geest maakt Hij nog dagelijks het onderwijs van Gods Woord (en de prediking daarvan) krachtig, zodat je hoort en verstaat, zodat je het gehoorde in je ziel deelachtig wordt en ervaart. Maar Hij is meer dan een profeet31 (wat de islam ontkent): Hij is ook Priester en Koning.



Het werk van de Oudtestamentische priesters was: offeren voor de zonde, voorbede doen voor het volk en Gods zegen leggen op de schare.32 Christus, de enige ware Hogepriester, verzoende onze dagelijks groter wordende schuld door de offerande van Zichzelf aan het vloekhout van Golgotha, Hij doet voorbede voor de Zijnen, die het steeds moeten ervaren, zelf zo biddeloos te zijn33 en Hij zegent ons34, hoewel wij de vloek verdienen.35

Het werk van de Oudtestamentische koningen was: het volk regeren, beschermen en in vrijheid stellen. Christus, de eeuwige Koning, regeert ons door Zijn Woord en Geest, Hij onderwerpt ons aan Zijn heilrijke liefdeswet en Hij beschermt ons – omdat wij onszelf niet kunnen beschermen – tegen alle vijanden. Als Koning verbindt Hij ons op het allerinnigst aan Zich door Zijn Heilige Geest, Die de levende Band der liefde is tussen Hem en ons.36 Dit eeuwigdurende37 en geestelijke koningschap is dus niet-politiek38, al heeft het wel een alomvattende invloed.
Wie heeft nu deze Jezus nodig als Christus? Hij die

  • als een onwetende zondaar onderwijs begeert aangaande Gods wil tot zijn verlossing;

  • als een doemwaardige zondaar verzoening, voorbede en Goddelijke zegen nodig krijgt om van zijn schuld, godsvervreemding en vloek verlost en met God in een verzoende verhouding gesteld te worden;

  • als een vrijwillige slaaf van de zonde en van het eigen ik verlost wenst te worden van het slavenjuk van satan, en zich begeert te onderwerpen aan de liefdedienst van Koning Jezus.

De Naam Jezus predikt ons, dát God door Zijn Zoon zondaren zaligt, de Naam Christus hóe Hij dit doet. We zien dan ook, dat het meest hopeloze geval niet te erg verloren is om door deze volmaakte Borg, Zaligmaker en Middelaar te worden gered uit satans macht.

In dit drievoudige ambt neemt Christus de plaats in van Adam en dus van ons, aangezien wij in het paradijs waren geschapen als Gods beeld om profeet, priester en koning te zijn voor God. Het doel van ons leven is nog steeds, wat het was in de morgenstond der schepping, in de staat der rechtheid.39 Hoe zijn wij dan geschapen?

Als profeet ontvingen wij een mond om Hem te loven40, goed van Hem te spreken. Als priester ontvingen wij een lichaam, het bestaan, om ons aan Hem geheel en al op te offeren, toe te wijden. Als onderkoning onder God ontvingen wij volmacht om heerschappij te hebben over al het werk van Gods handen. Maar door onze moed- en vrijwillige ongehoorzaamheid is van dit drievoudige, heerlijke ambt niets meer over. Ja, het tegendeel: we zijn leugenprofeten geworden en gebruiken onze tong om God te vloeken41 en onze naaste te lasteren.42 We zijn afgodspriesters geworden en offeren tijd, geld, goed, lichaam en ziel (en onze kinderen zelfs) aan satan.43 We zijn slaven van de zonde en misbruiken Gods goede schepping en schepselen voor onze lusten, en zo zijn we gebondenen van onze menigerlei begeerlijkheden en van satan.44

Wat een voorrecht dat er Eén kwam Die tot eer van God dit geschonden ambt herstelde en dat Hij dit zo deed, dat Hij daardoor al de geliefden van de Vader zaligt, en dat Hij door de band der vereniging van de Heilige Geest al de Zijnen opnieuw dat oorspronkelijke, drievoudige ambt deelachtig maakt. Hij maakt ons tot christen.


Christen


Wat betekent die naam christen – die oorspronkelijk misschien wel als spotnaam is bedoeld45, maar die daarna in ieder geval als erenaam ging functioneren46? Deze aanduiding betekent zoiets als Kleine Christus: iemand die als Christus is, op Hem lijkt – een Christus-gelijkvormige levensstijl heeft. Zo moeten wij zijn voor onze naaste! Hoe worden we dan een ware christen? Niet door geboorte, doop en belijdenis, maar door het gelóóf. Dan wordt de zalving van Christus ook de onze.47 Dan worden wij opnieuw aanvankelijk en steeds meer:

  • Profeet, die tong en mond in dienst stelt van Gods Koninkrijk (doen wij dit ook? anders kunnen wij geen belijdenis doen...)

  • Priester48, die hart en ziel aan de HEERE ten dankoffer aanbiedt49 om Hem alleen toe te behoren (doen wij dit ook?)

  • Koning onder God en over alle zonden, ook over onze lusten en hartstochten; om met een rein en vrij geweten niet de zonde te dienen maar onze Heere; dan zullen wij eenmaal met Hem over alles regeren (nu al in beginsel50). De reiniging van ons geweten ontvangen wij door de kracht van Christus’ bloed.51

Wat is een rein geweten (of zoals antw. 32 formuleert: een vrij en goed geweten)? We lezen daarover in I Timotheüs 1 vers 19: “Houdende het geloof, en een goed geweten.” De kanttekening luidt: dat is, een oprecht geweten, dat door Gods Geest is vernieuwd; dat zich in al zijn doen richt naar wat hem uit Gods Woord is onderricht. Zie ook vers 5.52

Verder lezen we over het gereinigde geweten dus in Hebreeën 9 vers 14. Bij het woord ‘goed’ kun je denken aan ‘goed functionerend’. Een rein geweten is door God, door het geloof, gereinigd met het bloed van Jezus Christus. Een goed geweten is een goed functionerend geweten, dat dus de goede maatstaf of norm gebruikt, namelijk Gods Woord.

Een christen is iemand die de Naam van Christus noemt, en dus afstaat / afstand houdt van alle ongerechtigheid (II Timotheüs 2 vers 19).53 Een belangrijk kenmerk van de christen is dat hij tot vrijheid is geroepen54, en door Christus in de vrijheid is gesteld.55 Hiertoe geeft Hij ons kennis in Zijn Waarheid.56 Deze vrijheid is geen ongebondenheid, geen losbandigheid. Maar ze is het vrij zijn van de schijnvrijheid die de slang ons in de Hof van Eden beloofde, en die wezenlijk enkel slavernij is.57 Ze is een vrij zijn van de wet als eis van het werkverbond en als dreiging op de zonde, maar niet als leefregel van dankbaarheid.58 Deze vrijheid komt tot uiting in een vrijwillige gehoorzaamheid aan Christus (niet als knecht, maar als kind) – zoals de heidense wijsgeer Seneca al schreef: God te gehoorzamen is vrijheid59. Niemand mag haar veroordelen60, zolang zij in de Geest is.61

Gods eniggeboren Zoon


In de Twaalf Artikelen wordt onze Zaligmaker verder aangeduid met de Bijbelse naam Gods eniggeboren Zoon.62 In ‘eniggeboren’ wordt niet alleen gezegd, hoe uniek Hij is, van eeuwigheid tot eeuwigheid waarachtig God met de Vader en de Heilige Geest; maar in deze omschrijving klinkt ook door hoe dierbaar Hij aan Zijn Vader is.63 Als Hij daarom aan ons wordt bekendgemaakt (en door ons in geloof wordt gekend) als Gods Zoon, moeten én mogen we steeds bedenken: Hij, Die op aarde kwam om vijanden met God te verzoenen, is niet alleen de almachtige Zoon van God, maar Hij is ook Zijn teerste Liefdesgeschenk.64 Deze Gave was nodig vanwege onze afval van God... Daarom heb je reden genoeg om met vrijmoedigheid, in ootmoed, tot Hem de toevlucht te nemen en je te bergen onder Zijn vleugels!65 Bij Zijn opstanding heeft God krachtig bewezen dat Jezus Zijn Zoon is.66 En omdat Hij de Zoon is kan Hij waarlijk vrij maken van zonde en straf, wet en vloek.67

De Catechismus brengt bij de omschrijving ‘eniggeboren’ de vraag ter sprake op welke manier gelovigen kinderen van God zijn. We kunnen op drie manieren kind van God zijn:

  • uit kracht van schepping68

  • uit kracht van verbond69

  • uit kracht van wedergeboorte70.

Uit kracht van schepping was ook iemand als Adolf Hitler een kind van God. Uit kracht van verbond was ook iemand als de rijke man in de hel een kind van God. Maar uit kracht van wedergeboorte zijn alleen zij kinderen van God die uit de Heilige Geest geboren zijn. Om dat laatste gaat het nu. We moeten het ook voor onszelf weten, of we Gods kind zijn geworden in die derde betekenis. Dit kunnen wij weten uit de Geest, Die ons leidt en in ons de Vader-Naam verklaart en ons ondanks onze teleurstellende verdorvenheid vrijmoedigheid geeft om deze heilige God met de Vader-Naam aan te roepen.

De Catechismus fundeert die derde manier van het tot ‘kind Gods zijn’ met de woorden: uit genade, om Zijnentwil. De bron is genade of gunst: verdiend hebben we het absoluut niet. Mee eens? De verdienende oorzaak is Christus’ werk (Oudnederlands: om Zijnentwil). De omschrijving ‘om … wil’ heeft niet te maken met de wil van die persoon, maar duidt de reden aan wáárom (in dit geval) duivelskinderen tot kinderen van God worden geadopteerd, namelijk: Zijn verdienste.

Heere


Wanneer de Zaligmaker vervolgens wordt genoemd Heere, zegt de Schrift ons daarmee dat Hij Gebieder is over ons allen. Hij was dit op grond van Zijn Schepper-zijn71, maar Hij wordt dit voor al Zijn volk temeer ook door Zijn bloedstorting, waardoor Hij hen gekocht heeft.72 Wanneer wij Hem Heere noemen, legt dit verplichtingen op ons.73 We moeten Hem dan ook onvoorwaardelijk vertrouwen en met 100% inzet gehoorzamen, in liefdevolle onderworpenheid aan al Zijn bevelen. Hij kocht ons op de ‘slavenmarkt’, we werden Zijn Eigendom, dit kostte Hem Zijn leven, Zijn hartebloed; de hoogste prijs... Laat dan II Petrus 2 vers 1 niet waar worden in jouw leven, waar staat, dat mensen de Heere verloochenen, Die hen gekocht had!

Zoon des mensen


Er is nog een veel voorkomende Naam voor onze Zaligmaker (82x), die Jezus meest Zelf uitspreekt en waarmee Hij Zichzelf aanduidt, namelijk ‘Zoon des mensen’74. Deze Naam betekent niet Zoon van de mensen, maar Zoon van de mens. Deze Naam betekent zoiets als: mensenkind. Deze Naam is als een raadsel, want Jezus gebruikt deze vernederende aanduiding namelijk nog al eens in verband met allerlei majesteitelijke of Goddelijke daden / dingen:

- Mattheüs 9 vers 6: “… de Zoon van de mens heeft macht op de aarde, de zonden te vergeven.””

- Mattheüs 12 vers 8: “De Zoon van de mens is Heere ook van de sabbath.”

- Mattheüs 13 vers 41: “De Zoon van de mens zal Zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk vergaderen al de ergernissen, en degenen die de ongerechtigheid doen.”

- Mattheüs 16 vers 27: “De Zoon van de mens zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vader, met Zijn engelen, en dan zal Hij aan een ieder vergelden naar zijn doen.”

- Mattheüs 17 vers 9: “… totdat de Zoon van de mens zal zijn opgestaan uit de doden.”

- Mattheüs 18 vers 11: “De Zoon van de mens is gekomen om zalig te maken, wat verloren was.”

- Mattheüs 20 vers 28: “De Zoon van de mens is gekomen om Zijn ziel te geven tot een losprijs voor velen.”

- Mattheüs 24 vers 30: “Dan zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon van de mens; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zij zullen de Zoon van de mens zien komen op de wolken des hemels met grote kracht en heerlijkheid.”

- Mattheüs 25 vers 31: “De Zoon van de mens zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid.”

- Johannes 3 vers 13: “Niemand is opgevaren in de hemel, dan Die uit de hemel nedergekomen is, namelijk de Zoon van de mens, Die in de hemel is.”
Denk je in: steeds klonk het in de oren van de mensen alsof Hij zei: “Dit mensenkind zal…” Wat zullen de omstanders verbaasd hebben opgekeken! Door deze Naam dwingt Jezus hen na te denken over Wie Hij is: mens en toch méér dan mens: God!

Dat Hij Zich aanduidt met deze Naam heeft ook te maken met Zijn plaatsbekledende werk: de mens was beelddrager van God, bestemd om onderkoning onder Hem te zijn. Deze mens viel. Hij werd van ‘koning’ slaaf; hij werd van ‘koning’ tiran. De Zoon van dé mens (van deze mens, Adam) neemt nu zijn plaats in, waarom Hij als méns met eer en glorie bekleed kan zijn. In scherp contrast staat daartegen dat Hij op het bordes van Pilatus’ paleis wordt aangeduid als ‘Zie, de mens!’75

Bijlagen


1 Genesis 49:10 De scepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Hem zullen de volken gehoorzaam zijn.

2 Jesaja 7:14 Daarom zal de Heere Zelf u een teken geven; ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam Immanuël heten. = Mattheüs 1:23 Ziet, de maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren, en u zult Zijn naam heten Immanuël; dat is, overgezet zijnde, God met ons.

3 Exodus 20:24 Maakt voor Mij een altaar van aarde, en offert daarop uw brandoffers, en uw dankoffers, uw schapen, en uw runderen; aan elke plaats, waar Ik Mijns Naams gedachtenis stichten zal, zal Ik tot u komen, en zal Ik u zegenen.

Leviticus 26:11-12 Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten; en Mijn ziel zal van u niet walgen. En Ik zal in het midden van u wandelen, en zal u tot een God zijn, en u zult Mij tot een volk zijn.

Deuteronomium 4:7 Want welk groot volk is er, dat de goden zo nabij zijn als de HEERE, onze God, zo dikwijls als wij Hem aanroepen?

II Kronieken 15:2 De HEERE is met u, terwijl u met Hem bent; en als u Hem zoekt, zal Hij door u gevonden worden; maar als u Hem verlaat, zal Hij u verlaten.

Psalm 34:19 De HEERE is nabij de gebrokenen van hart, en Hij behoudt de verslagenen van geest.

Jesaja 55:6 Zoek de HEERE, terwijl Hij te vinden is; roep Hem aan, terwijl Hij nabij is.

Zacharia 8:3 Zo zegt de HEERE: “Ik ben weergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen.”

Johannes 14:16-17 Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft in eeuwigheid, namelijk de Geest der waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar u kent Hem; want Hij blijft bij u, en zal in u zijn.

Romeinen 10:8 Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het Woord van het geloof, dat wij prediken.

II Korinthiërs 13:14 De genade van de Heere Jezus Christus, en de liefde van God, en de gemeenschap van de Heilige Geest, zij met u allen. Amen.

Efeziërs 3:17 Opdat Christus door het geloof in uw harten woont, en u in de liefde geworteld en gegrond bent.

I Johannes 1:3 Wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij u, opdat ook u met ons gemeenschap zou hebben, en deze onze gemeenschap ook zij met den Vader, en met Zijn Zoon Jezus Christus.

4 Romeinen 8:31 Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?

5 Psalm 56:10.

6 Jesaja 11:1 Er zal een Rijsje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï, en een Scheut uit zijn wortels zal Vrucht voortbrengen.

7 Jesaja 9:5 Een Kind is voor ons geboren, een Zoon is aan ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst.

8 Jeremia 23:6 In Zijn dagen zal Juda verlost worden, en Israël zeker wonen; en dit zal Zijn naam zijn, waarmee men Hem zal noemen: DE HEERE ONZE GERECHTIGHEID.

9 Zacharia 6:12 Zo spreekt de HEERE der legerscharen: “Zie, een Man, Wiens naam is SPRUITE, Die zal uit Zijn plaats spruiten, en Hij zal des HEEREN tempel bouwen.”

10 Jesaja 40:28 Weet u het niet? Hebt u niet gehoord, dat de eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, noch moe noch afgemat wordt?

11 Jesaja 1:14 Uw nieuwe maanden en uw gezette hoogtijden haat Mijn ziel, zij zijn Mij tot een last; Ik ben moe geworden, die te dragen.

Jesaja 43:24 Voor Mij hebt u geen kalmus met geld gekocht, en met het vette van uw slachtoffers hebt u Mij niet gedrenkt; maar u hebt Mij arbeid gemaakt, met uw zonden, u hebt Mij vermoeid met uw ongerechtigheden.

12 Johannes 4:42 Zij zeiden tot de vrouw: “Wij geloven niet meer om uw zeggen; want wij zelf hebben Hem gehoord, en weten dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld.”

Johannes 8:12 Jezus sprak tot hen: “Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben.”

13 Psalm 2:6 Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, de berg van Mijn heiligheid.

Spreuken 8:23 Ik ben van eeuwigheid af gezalfd geweest; van de aanvang, van de oudheden der aarde aan.

Jesaja 61:1 De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft om een blijde boodschap te brengen aan zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden gebrokenen van hart, om gevangenen vrijheid uit te roepen, en gebondenen opening der gevangenis. = Lukas 4:18-19 De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om aan armen het evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken zijn van hart; om aan gevangenen loslating te prediken, en aan blinden het gezicht, om verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren.

14 I Samuël 16:13 Toen nam Samuël de oliehoorn, en hij zalfde hem in het midden van zijn broeders. En de Geest des HEEREN werd vaardig over David van die dag af en voortaan.

15 Jesaja 11:2 Op Hem zal de Geest des HEEREN rusten, de Geest van wijsheid en van verstand, de Geest van raad en van sterkte, de Geest van kennis en van de vreze des HEEREN.

16 Psalm 105:15 Tast Mijn agezalfden niet aan, en doet Mijn profeten geen kwaad.

a kanttekening: dat is, die tot Mijn dienst geheiligd (afgezonderd) zijn. Hier wordt gesproken over Abraham, Izak en Jakob.

17 Hebreeën 5:5-6 Christus heeft Zichzelf niet verheerlijkt om Hogepriester te worden, maar Die tot Hem gesproken heeft: “U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.” Zoals Hij ook in een andere plaats zegt: “U bent Priester in eeuwigheid, naar de orde van Melchizedek.”

18 Johannes 3:34 Die God gezonden heeft, Die spreekt de woorden Gods; want God geeft Hem de Geest niet met mate.

19 Johannes 8:49-50 Jezus antwoordde: “Ik eer Mijn Vader, en u onteert Mij. Maar Ik zoek Mijn eer niet; er is er Eén Die ze zoekt en oordeelt.”

Johannes 17:4 Ik heb U verheerlijkt op de aarde; Ik heb voleindigd het werk dat U Mij gegeven hebt om te doen.

20 Hebreeën 2:17-18 Hij moest in alles de broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartige en een getrouwe Hogepriester zou zijn, in de dingen die bij God te doen waren, om de zonden van het volk te verzoenen. Want waarin Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij degenen die verzocht worden, te hulp komen.

21 Hebreeën 5:4-5 Niemand neemt voor zichzelf die eer aan, maar die van God geroepen wordt, zoals Aäron. Zo heeft ook Christus Zichzelf niet verheerlijkt om Hogepriester te worden, maar Die tot Hem gesproken heeft: “U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.”

22 Deuteronomium 18:15 Een Profeet uit het midden van u, uit uw broeders, zoals mij, zal de HEERE, uw God, voor u verwekken; naar Hem zult u horen.

Jesaja 42:6-7 Ik, de HEERE, heb U geroepen in gerechtigheid, en Ik zal U bij Uw hand grijpen; en Ik zal U geven tot een Licht der heidenen om de blinde ogen te openen.

23 I Korinthiërs 1:19-21 Er is geschreven: Ik zal de wijsheid der wijzen doen vergaan, en het verstand der verstandigen zal Ik te niet maken. Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker van deze eeuw? Heeft God de wijsheid van deze wereld niet dwaas gemaakt? Want omdat, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, heeft het God behaagd, door de dwaasheid der prediking zalig te maken die geloven.

I Korinthiërs 2:6-10 Wij spreken wijsheid onder de volmaakten; maar een wijsheid niet van deze wereld, en niet van de oversten van deze wereld, die te niet worden; maar wij spreken de wijsheid van God, in verborgenheid, die bedekt was, die God tevoren bestemd heeft tot heerlijkheid van ons, eer de wereld was; welke niemand van de oversten van deze wereld gekend heeft; want indien zij ze gekend hadden, zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruisigd hebben. Maar zoals geschreven is: wat het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben. Maar God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten van God.

I Korinthiërs 3:18 Laat niemand zichzelf bedriegen. Als iemand onder u denkt dat hij wijs is in deze wereld, laat hem dwaas worden, opdat hij wijs wordt.

24 II Korinthiërs 5:21 Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.

Hebreeën 7:17 Hij getuigt: “U bent Priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek.”

25 Psalm 2:6-8 Ik (zegt de HEERE) toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, de berg van Mijn heiligheid. Ik (zegt de Zoon) zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: “U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd. Eis van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden der aarde tot Uw bezitting.”

I Korinthiërs 15:25 Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten gelegd zal hebben.

26 Johannes 4:25 De vrouw zei tot Hem: “Ik weet, dat de Messias komt” (Die genoemd wordt Christus). “Wanneer Die gekomen zal zijn, zal Hij ons alle dingen verkondigen.”

27 Johannes 16:14 Die Geest zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.

28 Mattheüs 11:27 Alle dingen zijn aan Mij overgegeven door Mijn Vader; en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon, en aan wie de Zoon het wil openbaren.

Johannes 1:18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in de schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.

29 Johannes 8:38 Ik spreek wat Ik bij Mijn Vader gezien heb.

30 Johannes 18:37 Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik aan de waarheid getuigenis zou geven. Een ieder die uit de waarheid is, hoort Mijn stem.

31 Mattheüs 11:9 Wat bent u uitgegaan te zien? Een profeet? Ja, Ik zeg u, ook veel meer dan een profeet.

32 Numeri 6:23-27 Spreek tot Aäron en zijn zonen, zeggende: “Zo zult u de kinderen van Israël zegenen, zeggende tot hen: “De HEERE zegene u, en behoede u. De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig. De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede.” Zo zullen zij Mijn Naam op de kinderen van Israël leggen; en Ik zal hen zegenen.”

33 Lukas 22:32 Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoudt.

34 Lukas 24:50 Hij leidde hen buiten tot aan Bethanië, en Zijn handen opheffende, zegende Hij hen. En het geschiedde, toen Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde en werd opgenomen in de hemel.

35 Galaten 3:10,13-14 Zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder de vloek; want er is geschreven: vervloekt is een ieder die niet blijft in al wat geschreven is in het boek der wet, om dat te doen. Christus heeft ons verlost van de vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: vervloekt is een ieder die aan het hout hangt. Opdat de zegen van Abraham tot de heidenen komen zou in Christus Jezus, opdat wij de belofte van de Geest verkrijgen zouden door het geloof.

36 Kolossenzen 1:13 Die ons getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft in het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde.

37 Psalm 89:36-38 Ik heb eens gezworen bij Mijn heiligheid: “Als Ik aan David lieg! Zijn zaad zal in eeuwigheid zijn, en Zijn troon zal voor Mij zijn als de zon. Hij zal eeuwig bevestigd worden, als de maan; en de Getuige in de hemel is getrouw.” Sela.

Lukas 1:32-33 Deze zal groot zijn, en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. En God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven. En Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn in eeuwigheid, en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde zijn.

38 Johannes 6:15 Jezus dan wetende dat zij zouden komen en Hem met geweld nemen, opdat zij Hem Koning maakten, ontweek wederom op de berg, Hij Zelf alleen.

Johannes 18:36 Jezus antwoordde: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Als Mijn Koninkrijk van deze wereld was, zouden Mijn dienaren gestreden hebben, opdat Ik aan de Joden niet was overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.”

39 I Korinthiërs 10:31 Hetzij dan dat u eet, hetzij dat u drinkt, hetzij dat u iets anders doet, doet het al tot eer van God.

40 Psalm 150 Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel van Zijn sterkte. Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid van Zijn grootheid. Looft Hem met geklank van de bazuin; looft Hem met de luit en met de harp. Looft Hem met de trommel en fluit; looft Hem met snarenspel en orgel. Looft Hem met hel klinkende cimbalen; looft Hem met cimbalen van vreugdegeluid. Alles, wat adem heeft, love de HEERE. Hallelujah!

41 Jesaja 8:21 Het zal geschieden wanneer hij honger heeft, en hij zeer toornig zal zijn, dan zal hij vloeken op zijn koning en op zijn God, als hij opwaarts zal zien.

42 Jakobus 3:8-10 De tong kan geen mens temmen; zij is een onbedwingelijk kwaad, vol van dodelijk vergif. Daardoor loven wij God en de Vader, en daardoor vervloeken wij de mensen, die naar de gelijkenis van God gemaakt zijn. Uit dezelfde mond komt voort zegening en vervloeking.

43 Ezechiël 16:20-21 U hebt uw zonen en uw dochters, die u aan Mij gebaard had, genomen, en hebt ze aan de afgoden geofferd om te verteren; is het wat kleins van uw hoererijen, dat u Mijn kinderen geslacht hebt, en hebt ze overgegeven, toen u ze voor hen door het vuur hebt doen gaan?

Ezechiël 23:37 Zij hebben overspel gedaan, en er is bloed in hun handen; en zij hebben met hun drekgoden overspel gedaan; daartoe hebben zij ook hun kinderen, die zij aan Mij gebaard hadden, voor hen door het vuur laten doorgaan, tot spijze.

44 II Timotheüs 2:26 … en zij weer ontwaken mochten uit de strik van de duivel, waaronder zij gevangen waren tot zijn wil.

Titus 3:3 Ook wij waren eertijds onwijs, ongehoorzaam, dwalende, menigerlei begeerlijkheden en wellusten dienende, in boosheid en nijdigheid levende, hatelijk zijnde, en elkander hatende.

45 Handelingen 11:26 … en dat de discipelen eerst te Antiochië christenen genoemd werden.

46 I Petrus 4:16 Indien iemand lijdt als een christen, die schame zich niet (die hoeft zich niet te schamen), maar verheerlijke God hierin.

47 I Johannes 2:27 De zalving die u van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en u hebt het niet nodig, dat iemand u onderwijst.

48 I Petrus 2:9 U bent een koninklijk priesterdom, om te verkondigen de deugden van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht.

49 I Petrus 2:5 U wordt als levende stenen gebouwd tot een geestelijk huis, een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die God aangenaam zijn door Jezus Christus.

50 Openbaring 1:5 Hem Die ons heeft liefgehad, en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid.

51 Hebreeën 9:14 Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf aan God onstraflijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?

52 I Timotheüs 1:5 Het einde van het gebod is liefde uit een rein hart en een goed geweten en een ongeveinsd geloof.

53 II Timotheüs 2:19 Het vaste fundament van God staat, hebbende dit zegel: de Heere kent degenen die de Zijnen zijn; en: een ieder die de Naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid.

54 Galaten 5:13 U bent tot vrijheid geroepen, broeders, alleen gebruikt de vrijheid niet tot een oorzaak / dekmantel voor het vlees; maar dient elkander door de liefde.

I Petrus 2:16 Niet de vrijheid hebbende als een deksel der boosheid, maar als dienstknechten van God.

55 Johannes 8:36 Indien de Zoon u vrijgemaakt zal hebben, zult u waarlijk vrij zijn.

Galaten 5:1 Staat dan in de vrijheid, waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en wordt niet weer met het juk van de dienstbaarheid bevangen.

56 Johannes 8:31-32 Jezus zei tot de Joden die in Hem geloofden: “Indien u in Mijn woord blijft, bent u waarlijk Mijn discipelen; en u zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.

57 Romeinen 6:18 Vrijgemaakt zijnde van de zonde, bent u gemaakt dienstknechten der gerechtigheid.

58 Jakobus 1:25 Wie inziet in de volmaakte wet, die der vrijheid is, en daarbij blijft, deze, geen vergeetachtig hoorder geworden zijnde, maar een dader van het werk, deze zal gelukzalig zijn in dit zijn doen.

59 Deo parere libertas est.

60 I Korinthiërs 10:29 Waarom wordt mijn vrijheid geoordeeld door een ander geweten?

61 II Korinthiërs 3:17 Waar de Geest des Heeren is, daar is vrijheid.

62 Johannes 1:14 Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid.

Johannes 3:16 Zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet zou verderven, maar het eeuwige leven hebben.

63 Spreuken 8:30 Toen was Ik een voedsterling bij Hem, en Ik was dagelijks Zijn vermakingen, te allen tijd voor Zijn aangezicht spelende.

Johannes 1:18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in de schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.

64 Filippenzen 2:6-7 Die in de gestaltenis (gedaante) van God zijnde, het geen roof geacht heeft God gelijk te zijn, maar heeft Zichzelf vernietigd, de gestalte van een dienstknecht aangenomen hebbende, en is aan de mensen gelijk geworden.

65 Ruth 2:12 De God van Israël, onder Wiens vleugels u gekomen bent om toevlucht te nemen.

Mattheüs 23:37 Jeruzalem, Jeruzalem, u die de profeten doodt; en stenigt die tot u gezonden zijn; hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeen vergaderen, zoals een hen haar kuikens bijeen vergadert onder de vleugels; en u hebt niet gewild.

66 Romeinen 1:4 Die krachtig bewezen is te zijn de Zoon van God, naar de Geest der heiligmaking, uit de opstanding der doden.

67 Johannes 8:36 Indien dan de Zoon u vrijgemaakt zal hebben, zult u waarlijk vrij zijn.

68 Lukas 3:38 … de zoon van Enos, de zoon van Seth, de zoon van Adam, de zoon van God.

Handelingen 17:29 Wij, zijnde Gods geslacht, moeten niet menen dat de Godheid goud, of zilver, of steen gelijk is, welke door mensenkunst en bedenking gesneden zijn.

69 Exodus 4:22 U zult tot Farao zeggen: “Zo zegt de HEERE: “Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël.””

Deuteronomium 1:31 … in de woestijn, waar u gezien hebt dat de HEERE, uw God, u daarin gedragen heeft, zoals een man zijn zoon draagt, op heel de weg die u gewandeld hebt.

Deuteronomium 14:1 U bent kinderen van de HEERE, uw God.

Deuteronomium 32:5-6 Israël heeft het tegen Hem verdorven; het zijn Zijn kinderen niet; de schandvlek is van hen; het is een verkeerd en verdraaid geslacht. Zult u dit de HEERE vergelden, u, dwaas en onwijs volk? Is Hij niet uw Vader, Die u verkregen, Die u gemaakt en u bevestigd heeft?

Jesaja 1:2 De HEERE spreekt: “Ik heb kinderen groot gemaakt en verhoogd, maar zij hebben tegen Mij overtreden.”

Lukas 15:31 Hij zei tot hem: “Kind, u bent altijd bij mij, en al het mijne is van u.”

Lukas 16:25 Abraham zei: “Kind, gedenk dat u uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus desgelijks het kwade; en nu wordt hij vertroost, en u lijdt smarten.”

70 Johannes 1:12-13 Zovelen Hem aangenomen hebben, aan hen heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven; die niet uit het bloed, noch uit de wil van het vlees, noch uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn.

Johannes 3:5 Jezus antwoordde: “Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan.”

Romeinen 8:14 Zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen Gods. Want u hebt niet ontvangen de Geest der dienstbaarheid weer tot vrees; maar u hebt ontvangen de Geest der aanneming tot kinderen, door Wie wij roepen: “Abba, Vader!” Deze Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn.

Galaten 4:4-5 Wanneer de volheid van de tijd gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet; opdat Hij degenen die onder de wet waren, verlossen zou, opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden.

71 Johannes 1:10 Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; en de wereld heeft Hem niet gekend.

72 Handelingen 20:28 … om de gemeente van God te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.

I Korinthiërs 6:20 U bent duur gekocht: verheerlijk dan God in uw lichaam en in uw geest, welke van God zijn.

I Korinthiërs 7:23 U bent duur gekocht, wordt geen dienstknechten van mensen.

I Petrus 1:18-19 Wetende dat u niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost bent uit uw ijdele wandeling, van de vaderen overgeleverd, maar door het dierbare bloed van Christus, als van een onbestraflijk en onbevlekt Lam.

Openbaring 5:9 Zij zongen een nieuw lied, zeggende: “U bent waardig dat boek te nemen, en zijn zegels te openen; want U bent geslacht, en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht, en taal, en volk, en natie.”

73 Maleachi 1:6 “Een zoon zal zijn vader eren, en een knecht zijn heer; ben Ik dan een Vader, waar is Mijn eer? En ben Ik een Heere, waar is Mijn vreze?” zegt de HEERE der legerscharen.

74 De eerste keer is Mattheüs 8:20 Jezus zei tot hem: “De vossen hebben holen, en de vogels des hemels nesten, maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd neerlegt.

75 Johannes 19:5 Jezus kwam uit, dragende de doornenkroon, en het purperen kleed. En Pilatus zei tot hen: “Ziet, de Mens!”

  • Jezus
  • Christus
  • Christen
  • Gods eniggeboren Zoon
  • Heere
  • Zoon des mensen

  • Dovnload 101.91 Kb.