Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Levensbeschouwing, religie en waarden als elementen van diversiteit 1 Inleiding

Dovnload 411.52 Kb.

Levensbeschouwing, religie en waarden als elementen van diversiteit 1 Inleiding



Pagina1/5
Datum05.12.2018
Grootte411.52 Kb.

Dovnload 411.52 Kb.
  1   2   3   4   5

Levensbeschouwing, religie en waarden als elementen van diversiteit

1 Inleiding

Het besef dat de studentenpopulatie steeds diverser wordt en dat het onderwijsaanbod steeds flexibeler moet worden om daar op in te spelen, wordt stilaan gemeengoed in de Vlaamse Instellingen voor Hoger Onderwijs (IHO’s)1. De toename van de diversiteit in de studentpopulatie geldt ondermeer op het vlak van religie en levensbeschouwing. Om een doordacht diversiteitsbeleid uit te bouwen, zet de Hogeschool-Universiteit Brussel heel wat middelen en tijd in.Waarden, levensbeschouwing en religie vormen hierbij één van de aandachtspunten. Dit sluit perfect aan op bij de ambitie van de hogeschool-universiteit om, geïnspireerd door haar veelzijdig christelijke gedachtengoed, bij te dragen aan een een open, plurale en zorgzame samenleving2.

Het diversiteitssbeleid van de HUB stoelt op twee centrale principes. Het eerste inclusie. De ambitie is om een krachtige leer- en werkomgeving te realiseren, waarin iedereen met talent en ongeacht zijn bijzondere kenmerken en behoeften maximale kansen krijgt om dat talent te ontwikkelen en gelukkig te zijn. Het tweede principe heet diversiteit in gemeenschap. De onderwijsinstelling zelf wil een gemeenschap zijn die gekenmerkt wordt door openheid, respect en dialoog. Maar diversiteit in gemeenschap heeft ook betrekking op wat zich buiten de muren van de hogeschool-universiteit afspeelt. Een belangrijke doelstelling van het diversiteitsbeleid is het stimuleren van studenten en personeelsleden om die diversiteitscompetenties te ontwikkelen die nodig zijn om optimaal te kunnen functioneren in en bij te dragen aan een diverse, open en verdraagzame samenleving.

In onze bijdragen staan we stil bij één specifiek thema dat het voorbije academiejaar speciale aandacht heeft gekregen in het diversiteitsonderzoek aan de HUB, met name levensbeschouwing en religie. Vooraleer op dit thema te focussen, situeren we dit onderzoeksthema in zijn bredere context, met name het gevoerde diversiteitsonderzoek bij de instromende bachelorstudenten in het academiejaar 2007-2008.


2 Diversiteitsonderzoek
Om een diversiteitsbeleid te ontwikkelen en te evalueren is er nood aan meer inzicht in de omvang en aard van de diversiteit binnen de studentenpopulatie. Vooral de aspecten die van belang zijn voor de realisatie van de twee genoemde pijlers, inclusie en diversiteit in gemeenschap worden best in kaart gebracht . Een aantal van deze gegevens wordt bij de inschrijving opgevraagd. Gegevens als geslacht, leeftijd, vooropleiding worden reeds jaren bijgehouden in de studentendatabase. In het licht van de diversiteitsdoelstellingen wordt nu ook een aantal bijkomende gegevens opgevraagd: het diplomaniveau van de ouders, de thuistaal en het geboorteland van de ouders en grootouders. Vorig academiejaar werden die gegevens bovendien aangevuld op basis van enquêtering. In een eerste bevraging (november) werd ondermeer gepeild naar factoren die de studenten zelf als stimulerend of belemmerend ervaren voor hun studie. De tweede bevraging bevatte een deel over ‘levensbeschouwing, religie en waarden’. Het is op dat luik dat we in deze bijdrage dieper ingaan. Het gaat om 1123 instromende bachelorstudenten waarvan er 728 deelnamen aan het enquêtegedeelte over religie, levensbeschouwing en levenswaarden. De responsgraad bedroeg met andere woorden 65%. Deze studenten behoren tot één van de volgende vier studiedomeinen: Economie & Management, Gezondheidszorg, Onderwijs en Sociaal-agogisch werk.

De centrale onderzoeksdoelstelling van dit onderzoeksluik is het in kaart brengen van de waardenbeleving van de studenten met inbegrip van levensbeschouwelijke elementen. Hiermee bedoelen we zowel heel concrete zaken zoals de mate waarin men actief deelneemt aan religieuze activiteiten, als minder tastbare zaken zoals de mate en de wijze waarop studenten bezig zijn met levensbeschouwelijke vragen, belang hechten aan religie en open staan voor dialoog met andersdenkenden en hoe dit alles zich verhoudt tot hun algemene waardenhiërarchie. De vertaling van deze algemene doelstelling in een concreet onderzoeksopzet werd mede mogelijk gemaakt door de inbreng van docenten van het vak Religie, Zingeving en Levensbeschouwing (RZL).

We bespreken in paragraaf 3 de resultaten met betrekking tot ‘levensbeschouwing en religie’. In paragraaf 4 staan we stil bij de ‘levenswaarden’ van de studenten. We besteden ook aandacht aan de relatie tussen beide. In de afsluitende bespreking behandelen we mogelijkheden voor verder onderzoek en voor de onderwijspraktijk.


3 Levensbeschouwing en religie

3.1 Methode

Voor het opstellen van de vragenlijst vonden we inspiratie in de studie naar de levensbeschouwing van studenten aan de K.U.Leuven (Verhoeven, 1994), de exploratieve studie naar de godsdienstbeleving en ‘relishopping’ bij leerlingen in het secundair onderwijs (Dezutter & Hutsebaut, 2006) en het grootschalig onderzoek bij leerlingen en leerkrachten rooms-katholieke godsdienst in het secundair onderwijs (Pollefeyt, Hutsebaut, Lombaerts, De Vlieger, Dillen, Maex & Smit, 2004). Ook in de de paper ‘Religious dimensions and well-being: some preliminary condiderations’ vonden we interessante kapstokken (Adriaenssens & Droogenbroeck, 2005) voor het opstellen van de enquête. Deze auteurs sluiten aan bij de vijf dimensies van religie van Glock and Stark (1965): 1) emotioneel; 2) ideologisch; 3) ritueel; 4) cognitief; 5) consequenties voor dagelijkse praktijk. Ook andere onderzoekers geven aan dat men religie best niet als een eendimensioneel concept beschouwt (Dezutter, Soenens & Hutsebaut, 2006). Klassiek krijgen twee parameters de meeste aandacht: namelijk kerkparticaptie (o.a. kerkbezoek) en het subjectieve belang of centraliteit van geloof in iemands leven. In hedendaags onderzoek van religie gaat men nog meer aspecten belichten. Religie en levenschouwing bevat immers zowel cognitieve, emotionele, motivationele als gedragsaspecten. Batson (1993; geciteerd door Dezutter et al., 2006) brengt uiteenlopende aspecten van religie onder in twee hoofdcomponenten, namelijk ’religious involvement and behavior’ en ‘religious attitudes and orientations’. Een indeling waarbij men men focust op het onderliggende motief van religie is de driedeling van Maltby (1999): intrinsiek (religie als een centraal motief in iemands leven), persoonlijk-extrinsiek (religie als middel om individuele meerwaarde te creëren) en sociaal-extrinsiek (religie als middel om sociale of relationele meerwaarde te creëren).

Met ons beleidsondersteunend onderzoek hadden we geenszins de ambitie fundamentele vragen met betrekking tot de dimensionaliteit van religie en levensbeschouwing te beantwoorden, maar de hierboven aangehaalde referentiekaders hielpen ons wel om keuzes te maken bij het opstellen van de enquête. Het was immers onmogelijk om binnen het bestek van dit onderzoek alle aspecten aan bod te laten komen. Zo peilden we niet naar de cognitieve component, i.c. de kennis van de dogma’s, regels, rituelen e.d.m. binnen de godsdienst. Ook de ideologisch component lieten we grotendeels buiten beschouwing. Vragen over de geloofsinhoud, zoals het al dan niet geloven in een leven na de dood, het bestaan van hemel en hel, werden niet opgenomen. De rituele dimensie komt beperkt aan bod, met name door te peilen naar de mate van participatie aan religieuze diensten. Door voorgaande aspecten grotendeels uit het onderzoeksopzet te lichten, hielden we ruimte over om die aspecten van levensbeschouwing en religie op te nemen die ons belangrijk leken in het licht van de diversiteitsdoelstellingen. Zo besteden we in de enquête aandacht aan de bronnen waarop de student zijn levensbeschouwing stoelt en ook aan de mate waarin de student open staat voor dialoog met andersdenkenden. Daarnaast zorgden de betrokken RZL-docenten ervoor dat er voldoende elementen aan bod kwamen die naderhand kunnen worden aangewend om met de studenten het thema diversiteit en levensbeschouwing aan te snijden in het opleidingsonderdeel Religie, Zingeving en Levensbeschouwing (RZL) of in andere opleidingsonderdelen.

Concreet bevat het enquêtegedeelte over levensbeschouwing en religie de volgende delen:

  1. het belang van levensbeschouwing

  2. bronnen van levensbeschouwing

  3. functies van levensbeschouwing

  4. participatie aan de geloofsgemeenschap

  5. openheid voor dialoog met andersdenkenden

    1. Resultaten

Het begrip ‘levensbeschouwing’ is op zich een vrij vaag begrip. Daarom werd meteen gestart met een vraag die aangeeft waarover het gaat. De vraag luidt als volgt: “Hoe belangrijk is het voor jou om stil te staan bij de zin en betekenis van het leven?”. De studenten konden hierop antwoorden aan de hand van een vijfpuntenschaal gaande van ‘helemaal niet belangrijk’ (1) tot ‘van het allergrootste belang (5).



Figuur 1 toont de verdeling van de antwoorden aan de hand van de zwarte balkjes. 43% van de studenten geeft aan dat levensbeschouwing belangrijk (4) of van het allergrootste belang is (5). Het feit dat ongeveer een derde van de studenten een weinigzeggend antwoord geeft door voor het schaalmidden te kiezen, geeft anderzijds aan dat heel wat jongeren ten aanzien van levensbeschouwelijke thema’s niet kunnen of durven een duidelijk standpunt innemen. Dat zal ook nog uit hun antwoorden op andere vragen blijken.

Figuur 1 Belang van levensbeschouwing en religie



Aansluitend gaat de enquête in op de bronnen van levensbeschouwing. Concreet werd deze vraag als volgt ingeleid: “Mensen proberen op een of andere manier zin en betekenis te geven aan hun leven en bouwen zo een eigen levensfilosofie op.”Aansluitend volgde de vraag: “In welke mate zijn onderstaande personen, bronnen of activiteiten hierbij belangrijk voor jou?” In de lijst van personen, bronnen of activiteiten die hier ter beoordeling werd voorgelegd zat één bijzonder antwoordalternatief, met name ‘mijn religie’. Aangezien ook hier werd gevraagd een oordeel te geven op een schaal gaande van ‘helemaal niet belangrijk’ (1) tot ‘van het allergrootste belang’ (5) kunnen we het belang van religie vergelijken met het belang dat men hecht aan levensbeschouwing (Figuur 1). We merken meteen dat de studenten duidelijk minder belang hechten aan religie dan aan levensbeschouwing.

Anders gesteld: bij heel wat studenten bestaat de behoefte aan een eigen levensbeschouwelijk visie of levensfilosofie, maar de invulling ervan gebeurt slechts in de minderheid van de gevallen op een religieuze wijze. Hoe dan wel? Dat wordt duidelijker als we nagaan welke andere bronnen van belang zijn. In onderstaande tabel geven we voor 23 mogelijke bronnen aan hoe belangrijk ze zijn voor de student. We rangschikken de bronnen op basis van het gemiddelde van belangrijkst tot minder belangrijk.

Tabel 1 Bronnen van levensbeschouwing


  1   2   3   4   5

  • 2 Diversiteitsonderzoek
  • 3 Levensbeschouwing en religie 3.1 Methode
  • Concreet bevat het enquêtegedeelte over levensbeschouwing en religie de volgende delen: het belang van levensbeschouwing
  • openheid voor dialoog met andersdenkenden
  • Figuur 1 Belang van levensbeschouwing en religie
  • Figuur 1 ). We merken meteen dat de studenten duidelijk minder belang hechten aan religie dan aan levensbeschouwing.
  • Tabel 1 Bronnen van levensbeschouwing

  • Dovnload 411.52 Kb.