Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Lezen 1 Om te beginnen

Dovnload 116.23 Kb.

Lezen 1 Om te beginnen



Datum05.05.2019
Grootte116.23 Kb.

Dovnload 116.23 Kb.

Nieuw Nederlands 4e editie, 2 havo/vwo, antwoorden leerlingenboek, hoofdstuk 3

Lezen
1 Om te beginnen

1 verkooptips voor op de vrijmarkt

2 B informeren

3 vier

4 aan de bolletjes

5 Die tussen heel vroeg komen (‘’s nachts vaak al’) en te laat komen (‘om een uurtje of tien’).

6 ‘Maar’

7 drie (namelijk: een overdekt portiekje, regenkleding en een dekzeiltje)

8 ‘Ook’

9 staan

10 ‘Staan is beter’
2 Schoolagenda’s

A

1 schoolagenda’s

2 B informeren

B

3 agenda’s van nu en agenda’s van vroeger

4 De agenda’s van nu zijn spectaculairder, duurder en gevarieerder dan de agenda’s van vroeger.

5 Een productontwikkelaar bedenkt nieuwe producten (om te verkopen).

6 Die tussen het speciale van de agenda’s van vroeger (alleen een glanzende kaft was al genoeg) en die van nu (er moet minstens een vakje inzitten waarin je een foto kunt plakken).

7 ‘maar’

8 ‘vroeger’ en ‘tegenwoordig’

9 vier

10 ‘het tweede voorbeeld’ (alinea 4), ‘Verder’ (alinea 5), ‘Ten slotte’ (alinea 6)

11 heel snel

12 Hij is ‘trendy’ in de markt gezet. (Er is dus blijkbaar niets kinderachtigs aan.)

13 de functionaliteit (Je moet er wel goed mee kunnen werken.)

14 Jongeren tot een jaar of 15 kiezen vaak een hippe agenda. Jongeren in de hogere klassen kiezen voor ‘gewoon zwart-wit, weinig poespas’.

15 soberder

16 eigen antwoord

C

eigen antwoord
3 Nepdiploma’s

A

1 nepdiploma’s / valse diploma’s

2 B informeren

B

3 De inleiding bestaat uit alinea 1 en 2. Alinea 1 is een voorbeeld/anekdote over iemand met een nepdiploma. In alinea 2 wordt het onderwerp van de tekst nader geïntroduceerd.

4 valse diploma’s vroeger en valse diploma’s nu

5 ‘Toch’

6 Dit kun je wel aan anderen laten zien.

7 naar ‘een machine’

8 Die tussen Marktplaats en andere internetforums: op Marktplaats zijn de advertenties voor nepdiploma’s wel verwijderd, op andere internetforums niet. Je herkent de tegenstelling aan het signaalwoord ‘echter’.

9 opsommend verband

10 ‘Ook’ (begin alinea 5)

11 nepdiploma’s van beroemde Amerikaanse universiteiten en het diploma dat de verslaggeefster van het NOS Journaal in handen kreeg

12 ‘net zo goed’

13 Dat is niet zo moeilijk omdat er maar weinig ‘echtheidskenmerken’ in zitten.

14 Er komt een speciaal diplomaregister, met alle namen van mensen die afstuderen op een school of universiteit.

15 eigen antwoord

C

eigen antwoord
4 Zoek de tijd

De signaalwoorden die een chronologisch verband aangeven, zijn gemarkeerd en onderstreept.


Mannen in korte broekjes
[1] Het is woensdag 12 april. Vanaf station Duivendrecht loop ik naar de ArenA. Hier zal vanavond Ajax tegen het Arnhemse Vitesse spelen. Het belooft een spannende wedstrijd te worden. Om me heen lopen al veel supporters. Vaders slaan hun zoons verwachtingsvol op de schouders en het groepje jongens voor mij houdt een felle discussie over scheidsrechters.

[2] Eenmaal in het stadion aangekomen, neem ik plaats op een kuipstoeltje en zet mijn muts recht. Mijn Ajax-muts wel te verstaan. Vanavond support ik namelijk de Amsterdammers. Als voetbalkenner zou ik misschien een tactisch argument in de strijd moeten gooien, maar eigenlijk draait het me vooral om Huntelaar. De topscoorder van het seizoen heeft ook bij mij weten te scoren. Eén brok mannelijkheid is hij. En daar vallen vrouwen nu eenmaal voor.

[3] De wedstrijd vangt aan. Al na enkele minuten lijkt Ajax te gaan scoren (nee, niet Huntie deze keer), maar het doel wordt op een haar gemist. De wedstrijd kabbelt voort en de fanatiekelingen in vak 410 beginnen steeds harder te brullen om een goal. Pas in de twintigste minuut raakt de bal eindelijk het net. Helaas staat Huntelaar bij dit fraaie schot buitenspel.

[4] De wedstrijd is al bijna halverwege en er is nog maar bar weinig gebeurd. Ik wil wel eens wat actie. Dan ligt ineens het spel stil. Huntelaar ligt op de grond! Neen, neen, driewerf neen! Niet KJ! Zo’n nare zwart-gele heeft hem onderuit gehaald. Huntelaar krimpt ineen van pijn en tegelijkertijd doet mijn hart hetzelfde. Wanneer de stoere Groninger even later weer opstaat, zijn mijn aanmoedigingen door het hele stadion te horen.

[5] Na de rust laat heerlijke Huntelaar nog steeds niet zien waar ik op hoop. Nou ja, zijn gespierde kuiten mogen er best wezen. Maar natuurlijk ben ik hier voor de doelpunten.

[6] De 62e minuut is inmiddels aangebroken. Het passen gaat nog altijd niet zoals ik het als fervent Ajax-liefhebber graag zou zien. De achterhoede blundert met een foutieve breedtepass en de bal wordt overgenomen door de nummer zes van Vitesse. Hij speelt de bal door naar een medespeler, waarna deze akelige spits de bal in het doel kopt. 0-1 voor Vitesse! Wat een domper.

[7] In de 71e minuut vindt de Ajax-trainer dat het tijd wordt om te wisselen. Dat blijkt een goede zet te zijn. De Amsterdammers krijgen een aantal mooie kansen en het wordt eindelijk een beetje spannend. Ik stoot mijn buurman aan en zeg: ‘Moet je kijken naar die verdediging van Vitesse. Met vijf man staan ze Huntelaar op te wachten, stelletje schijterds’. Buurman knikt instemmend.

[8] Minuut 88: nog maar twee minuten te gaan. Hoewel Ajax nu iets meer zijn best lijkt te doen, staat de stand nog altijd op 0-1. Alle hoop op een overwinning heb ik overboord gekieperd. Huntelaar is een sukkel.

[9] En dán gebeurt het eindelijk. Huntelaar scoort! En wel in de 89e minuut. Mijn wens komt uit! Wat een finesse! Wat een souplesse! Al had ik natuurlijk niets anders verwacht van mijn Huntie.

[10] In de extatische ArenA gaat de vier minuten extra tijd in. Ajax mag een vrije trap nemen. Met een fraaie beweging kopt Ajax’ andere spits de bal met gemak het doel in. Het is 2-1! Ajax staat voor!

[11] Dan fluit de scheids voor het einde. De ArenA barst los in een uitbundig gejuich. Wát een spektakel. De Ajacieden op het veld springen bovenop elkaar. Overal mannen en gespierde mannenbenen. Shirts worden uitgetrokken en de glimmende torso’s lachen me toe. Zoveel spierbundels doen me duizelen en met een diepe zucht laat ik me vallen in het kuipstoeltje. Spannend hoor, dat voetbal.

Naar: Nathalie Wouters (17), NRC Handelsblad, 22 & 23 april 2006
5* Reclame

A

1 reclame voor kinderen

2 informeren

3 Bedrijven richten hun producten en de bijbehorende reclame steeds meer op kinderen.

B

4 (1) Er komen steeds meer producten voor kinderen op de markt. (2) ComBat en onderzoeksbureau Qruis krijgen veel vragen over dit onderwerp (=producten/reclame voor kinderen). (3) Er gaan hele congressen over. (4) Er zijn televisiezenders die zich uitsluitend op kinderen richten.

5 ‘Bovendien’, ‘Verder’, ‘en’

6 naar ‘Zo’n dertig jaar geleden’

7 die tussen slechts een paar kinderprogramma’s en complete televisiezenders voor kinderen

8 ‘destijds’ en ‘nu’

9 (1) speelparadijzen en (2) eetgelegenheden die vooral op kinderen gericht zijn (zoals McDonald’s)

10 Bedrijven maken niet alleen reclame voor producten in de supermarkt, maar ook voor computerspelletjes, mobieltjes en mp3-spelers.

11 Als kinderen op jonge leeftijd vertrouwd worden gemaakt met een product, kan dat later een sterke merkvoorkeur opleveren. Met andere woorden: kinderen zullen later een bekend product sneller kopen dan een onbekend product (denken veel bedrijven).

12 Omdat ze wel hun producten moeten verkopen, anders verdienen ze niets.

13 Het is niet verklaarbaar omdat er steeds minder kinderen zijn (de doelgroep wordt steeds kleiner). Het is wel verklaarbaar omdat kinderen steeds meer geld te besteden hebben.

14 de thuissituatie van kinderen nu en vroeger

15 Nu werken beide ouders vaak. Vroeger was meestal een van de ouders thuis.

16 gedrag om iets goed te maken

17 Omdat hun kinderen naar de kinderopvang moeten en ze zich daar waarschijnlijk schuldig over voelen.

18 eigen antwoord

C

eigen antwoord
Spreken / kijken / luisteren
1 Om te beginnen

A

1 - Veel jongeren maken gebruik van het openbaar vervoer, omdat de afstand van huis naar school te groot is.

- Er zijn bijna geen fietspaden, waardoor het heel gevaarlijk is om te fietsen.



2 Het openbaar vervoer is heel duur. Als het openbaar vervoer gratis wordt, scheelt dat de ouders veel geld.

3 - Het is onbetaalbaar voor de overheid om alle jongeren tot zestien jaar met het openbaar vervoer te laten reizen.

- Als het openbaar vervoer gratis wordt, zullen jongeren veel meer gebruik gaan maken van het openbaar vervoer en dan raakt het openbaar vervoer overbelast.



4 Deze opdracht moet je voor jezelf doen. Kijk de opdracht met een klasgenoot na.
B -
2 Onderwerp en argumenten

A

1 - reclame voor alcohol: wel geschikt

- Roken: niet geschikt

- Mijn hond Jackie: niet geschikt

- De gezonde schoolkantine: wel geschikt

- Verdubbelen van het aantal uren gym: wel geschikt

- Huiswerkvrije scholen: wel geschikt

- Dialecten: niet geschikt

2 - reclame voor alcohol: ik vind het onderwerp wel geschikt, omdat er over dit onderwerp verschillende meningen bestaan.

- Roken: ik vind dit onderwerp niet geschikt, omdat iedereen het over dit onderwerp eens is.

- Mijn hond Jackie: ik vind dit onderwerp niet geschikt, omdat je over dit onderwerp moeilijk een mening kunt formuleren.

- De gezonde schoolkantine: ik vind dit onderwerp wel geschikt, omdat er over dit onderwerp verschillende meningen bestaan.

- Verdubbelen van het aantal uren gym: ik vind dit onderwerp wel geschikt, omdat er over dit onderwerp verschillende meningen bestaan.

- Huiswerkvrije scholen: ik vind dit onderwerp wel geschikt, omdat er over dit onderwerp verschillende meningen bestaan.

- Dialecten: ik vind dit onderwerp niet geschikt, omdat je over dit onderwerp moeilijk een mening kunt formuleren.

3 Mogelijk antwoorden:

- Reclame voor alcohol: Reclame voor alcohol moet verboden worden op de televisie

- De gezonde schoolkantine: Ongezonde etenswaren moeten afgeschaft worden in de schoolkantine.

- Verdubbelen van het aantal uren gym: Het aantal uren gym moet op de middelbare school verdubbeld worden.

- Huiswerkvrije scholen: Er moeten meer huiswerkvrije scholen komen.

4 Eigen antwoord

5 Mogelijke antwoorden:

- Dierproeven moeten verboden worden.

- je kunt als jongere beter in de stad dan op het platteland wonen.

- het openbaar vervoer moet gratis worden.


B Mogelijke antwoorden

Gewelddadige videoclips moeten verboden worden op de televisie.

Argument voor: kinderen nemen het gedrag over van hun helden op televisie en gaan zo het gewelddadige gedrag toepassen op het schoolplein.

Argument tegen: Verbieden heeft helemaal geen zin, omdat kinderen op internet alles toch kunnen zien.


C Deze opdracht moet je voor jezelf nakijken
3 Spreekbeurt voorbereiden

A Deze opdracht moet je voor jezelf doen. Laat je inleiding, middenstuk en slot nakijken door een klasgenoot en pas je stuk aan indien nodig.
B Kijk het spiekbriefje zorgvuldig na en geef goed commentaar.
C Deze opdracht moet je zelf doen en nakijken.
D Deze opdracht moet je zelf doen. Geef elkaar een eerlijke beoordeling.

Schrijven
1 Om te beginnen

A

1 De vraag op welk telefoonnummer Koen en Joris te bereiken zijn en de vraag hoeveel ze willen verdienen met honden uitlaten

2 De belangrijkste informatie is wat Koen en Joris aanbieden (honden uitlaten) en hoe je contact met ze kunt opnemen (telefoonnummer), dus vooral die informatie moet opvallen.

B Bijvoorbeeld:
Aangeboden: hondenuitlaatservice
Wij, Koen en Joris, twee jongens van 14 uit de Vruchtenbuurt, bieden zich aan om met uw hond te wandelen. Wij zijn gek op honden en we hebben veel ervaring met honden uitlaten. Voor maar 4 euro per keer laten wij graag uw hond voor u uit.

Wij kunnen elke dag na 16u. We zijn te bereiken op 06-23459876 (Koen) en 06-54326789 (Joris)


2 Skates

Bijvoorbeeld:
Aangeboden: zo goed als nieuwe skates
Omdat ze te klein geworden zijn, bied ik mijn pas gekochte skates te koop aan. Ze zijn bijna niet gedragen en dus zo goed als nieuw. Voor slechts 75 euro zijn ze van jou!

Ik ben te bereiken op 06-12589634


3 Marktplaats


4 Abracadabra



1 Te koop aangeboden: citybike zo goed als nieuw, 21 versnellingen. Prijs nader overeen te komen. Telefoonnummer: 030-1234567. Bij geen gehoor: 06-12345678

2 Treinbeurs. Alles op het gebied van modelbouw. Sorghvliethal Volendam, zaterdagmiddag 18 november, van één tot vijf.

3 B&W 630i Hifiboxen, in zeer goede staat, vraagprijs 100 euro per stuk. Bel Bastiaan. Telefoonnummer: 020-1234567

4 Te koop Airedale Terrier Pups, ingeënt, ontwormd, gezondheidsverklaring en stamboek. Prijs nader overeen te komen. 06-12345678

5 Gevraagd oppas drie keer twee uur per week op maandag, dinsdag en donderdag van vier tot zes uur ’s middags, twee kinderen, niet rokend, ervaring noodzakelijk, 06-87654321

6 Te huur vrijstaande vakantiewoning voor vier personen in bosrijke omgeving. Direct gelegen aan meer. Vanaf 450 euro (midweek). Telefoonnummer: 06-12345678
5 Huis- aan huisblad


6 Kijk mij nou!



1 Door de opvallende foto, door de woordspelingen pianotemmer en klavierleeuwen en doordat de advertentie heel iets anders aanbiedt (namelijk pianostemmen) dan je verwacht (namelijk een circusact)

2 eigen antwoord

3 eigen antwoord

4 eigen antwoord

Studievaardigheid
1 Om te beginnen

A

1 A is een open vraag. Je kunt er veel over vertellen. B is een ja/nee-vraag. Je antwoord kan heel kort zijn, namelijk ja of nee. Daarom is A wel geschikt als vraag om een werkstuk over te maken en B niet.

2 Op B kun je een heel kort antwoord geven in de vorm van twee jaartallen. Zo’n soort vraag, waarop je een heel kort antwoord geeft, heet een gesloten vraag. Over A is veel te vertellen. A is dus geschikt om een werkstuk over te maken, B niet.

3 A is een gesloten vraag. Daarom is hij niet geschikt als vraag om een werkstuk over te maken.

4 B vraagt naar een verklaring van een probleem. Daar kun je veel over schrijven. Op vraag A kun je heel kort een antwoord geven. A is dus niet geschikt.

5 B is een gesloten vraag en hij is daarom niet geschikt om een werkstuk over te maken.


2 Hoofdvragen

1 b

2 a

3 d

4 f

5 e

6 c
3 Deelvragen

1 De hoofdvraag is een vergelijkende vraag. Daardoor zijn a en c geschikte deelvragen, want zij vragen naar belangrijke verschillen tussen de twee sporten waarover het werkstuk gaat. Bij vraag b gaat het om meningen. In een informatief werkstuk als dit is deze vraag niet zo op zijn plaats. Bovendien gaat deze vraag alleen over voetballen en is er geen sprake van een vergelijking tussen voetbal en ‘football’.

2 De hoofdvraag is een probleemoplossende vraag. Om oplossingen te kunnen bedenken, moet je eerst het probleem in kaart brengen. Daarom is a een goede deelvraag. Ook b gaat over een belangrijk aspect van de hoofdvraag, want scholieren hebben nou een keer andere mogelijkheden dan volwassenen om een bijdrage te leveren aan de oplossing van dit probleem. Deelvraag c is een detailvraag, die je best ergens in een paragraaf aan de orde kunt stellen, maar die te gedetailleerd is om een goede deelvraag te kunnen zijn.

3 De hoofdvraag is een verklarende vraag. Om een verschijnsel te kunnen verklaren, moet je het eerst in kaart brengen. Daarom is b een goede deelvraag. Ook c is een goede deelvraag, want hij kan een verklaring opleveren waarom veel mensen zich liever per auto dan met het openbaar vervoer verplaatsen, en dat is een van de redenen voor de vele files. Vraag a is op zich een leuke vraag, maar het is geen goede deelvraag, omdat je het antwoord niet nodig hebt om de hoofdvraag te beantwoorden.
4 Vragen maken voor je eigen werkstuk



Taal en woordenschat


1 Om te beginnen

1 bestookt worden met

2 ontkomen aan

3 gekluisterd zitten aan

4 een hekel hebben aan

5 vragen om

6 doordrongen zijn van

7 zinnen op

8 zich storen aan
2 Afslanken

A

1 kampt met – worstelt met (n)

2 parallel – duidelijke overeenkomst (c)

3 treffend – opvallend (j)

4 spant ... de kroon – is de eerste, staat op de eerste plaats (g)

5 humanisering – vermenselijking, gezien en behandeld worden als mensen

6 zich ... voltrokken – (heeft) zich voorgedaan, (is) gebeurd (d)

7 navenant – in overeenkomst daarmee (f)

8 zinspeelt op – suggereert (k)

9 vermeende – niet echt bestaande, zogenaamde (i)

10 marketing – het maken van een plan om een product zo goed mogelijk te verkopen (e)

11 appelleert aan – doet een beroep op (a)

12 noodgedwongen – onvermijdelijk, door de omstandigheden gedwongen

13 typerend – kenmerkend

14 maalt niet om – trekt zich niets aan van (m)

15 legt ... geen windeieren – is behoorlijk winstgevend (h)

16 branche – bedrijfstak

17 omzet – totale inkomsten door verkoop (van producten of diensten) (l)

18 onontkoombaar – niet aan te ontkomen, onvermijdelijk

19 in het licht van – gelet op (b)

20 een gat in de markt – mogelijkheid om een nieuw product waar grote behoefte aan is, op de markt te brengen
B

kampen met

lijden aan

klagen over

wijzen op

zinspelen op

zich richten op

appelleren aan

uitgaan van

(niet) malen om

verschillen van

goed zijn voor

ingesteld zijn op
3 In de prak

1 noodgedwongen

2 kampen

3 voltrokken

4 spande de kroon

5 omzet

6 in het licht van

7 gat in de markt

8 treffende

9 geen windeieren gelegd

10 parallel

11 zinspeelde

12 branche

13 vermeende

14 appelleert

15 onontkoombaar
4 Vermoeide scholieren

A

lijden aan – hebben te kampen met

terugvoeren op – als oorzaak aanwijzen

letten op – aandacht geven aan

zich ergeren aan – zich storen aan

bijdragen aan – meehelpen, een effect hebben


B

last hebben van – lijden aan

verband houden met – heeft te maken met

studie doen naar – onderzoeken

te kampen hebben met – last hebben van

zwaar tillen aan – heel belangrijk vinden

bang zijn voor – in angst zitten over

(geen) invloed hebben op – (g)een effect hebben

iets kunnen doen aan – invloed hebben op
C

op basis van – op grond van

in de loop van – gedurende

op aanraden van – op advies van


5 Voorzetseluitdrukkingen

A

1 door middel van

2 als gevolg van

3 met behulp van

4 in antwoord op

5 na afloop van

6 met het oog op

7 op last van

8 op advies van

9 uit hoofde van

10 in plaats van
B

1 door

2 door

3 met

5 na

6 vanwege

9 vanwege
6 Zo rood als …

A

1 gras

2 kreeft

3 lat

4 doek, dooie

5 plank

6 een slak, stroop in een nauwe trechter

7 vaatdoek

8 veertje
B

Bijvoorbeeld:

  • zo zwart als de nacht

  • zo rijk als de zee diep is

  • zo ziek als een hond

  • zo bang als een wezel

  • zo helder als glas

  • zo sluw als een vos

  • zo oud als de weg naar Rome


C

Bijvoorbeeld:

  • zo slap als een vaatdoek

  • zo bang als een haas

  • zo oud als de weg naar Rome

  • zo ziek als een hond

  • zo stijf als een hark

  • zo arm als Job

  • zoveel geld hebben als een kikker veren heeft

  • zo kaal als een biljartbal

  • zo sluw als een vos


7 Profiteer

A

1 gebiedende wijs, overdreven positief

2 dubbelzinnigheid, taalgrap, korte zin

3 dubbelzinnigheid, korte zin

4 taalgrap

5 beeldspraak, dubbelzinnigheid

6 dubbelzinnigheid, taalgrap

7 korte zin, taalgrap (dat zit wel snor).

8 taalgrap

9 dubbelzinnigheid

10 overdreven positief
B –

Grammatica
1 Om te beginnen

A

1

ow = een golfbaan

wg = wordt aangelegd

2

ow = De vluchtelingen

wg = zijn aangekomen

3

ow = jullie

wg = Blijven eten

4

ow = de reddingsoperatie

wg = blijkt te lukken
B

1

ow = mijn oma

ng = zal [vijfenzestig jaar] worden

2

ow = De beklimming van de Zwitserse Matterhorn

ng = schijnt [bijzonder lastig] te zijn

3

ow = Erben

ng = Zou [de beste Nederlandse sprinter] blijven

4

ow = De overnameplannen van dat postorderbedrijf

ng = zouden [geniaal] blijken
2 Werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde

A

1

pv = hebben

ow = we

wg = hebben bezocht



2

pv = moet

ow = Je

wg = moet gaan liggen



3

pv = staat

ow = een of ander bandje

wg = staat te spelen



4

pv = Mag


ow = jij

wg = Mag uitkiezen


B

5

pv = zijn

ow = De tweedeklassers

wg = zijn vertrokken



6

pv = Bleken

ow = de medicijnen

wg = bleken te helpen



7

pv = worden

ow = de uitnodigingen voor de disco

wg = worden verstuurd



8

pv = schijnen

ow = Veel basisschoolkinderen

wg = schijnen te kunnen rekenen


C

9

pv = schijnt

ow = Zo’n tomtom in de auto

ng = schijnt [superhandig] te zijn



10

pv = Kan


ow = Michaëla Krajicek

ng = Kan [een toptennisster] worden



11

pv = is


ow = Onze vakantie op Kreta

ng = is [een verstandige beslissing] gebleken



12

pv = lijkt

ow = de discman

ng = lijkt [heel populair] te blijven


3 Werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde

1

pv = leek

ow = de tanker

wg = leek te stranden

bwb = Even

bwb = tijdens de storm

bwb = op de kust

2

pv = Zou


ow = het wiskundeproefwerk

ng = Zou [erg moeilijk] worden



3

pv = zijn

ow = De kerstkaarten

wg = zijn bezorgd

bwb = ondanks de gladheid

bwb = op tijd



4

pv = was


ow = De laatste topprestatie van Sven Kramer

ng = was [zeer opvallend]



5

pv = Zal


ow = gymnastiek

ng = Zal [het fijnste vak] blijven

mv (of bwb) = voor veel leerlingen

bwb = altijd



6

pv = worden

ow = Deze brieven

wg = worden verstuurd

mv = aan alle leden van de bibliotheek

7

pv = Bleek

ow = die leuke nieuwe broek

ng = bleek [te klein] te zijn

mv = jou

8

pv = werden

ow = de vierdaagselopers

ng = werden [behoorlijk moe]

bwb = Om een uur of vier

9

pv = waren

ow = veel werknemers

ng = waren [afwezig]

bwb = Vanwege de zware sneeuwval

10

pv = blijven

ow = mijn nichtjes uit Maastricht

wg = blijven logeren

bwb = Vannacht

bwb = bij ons


4 Zoek de voornaamwoorden

A

1

Ik = pers.vnw

uw = bez.vnw

zijn = bez.vnw



2

jij = pers.vnw

mij = pers.vnw

je = pers.vnw

het = pers.vnw

je = bez.vnw



3

jullie = pers.vnw

mijn = bez.vnw

hen = pers.vnw



4

u = pers.vnw

ons = bez.vnw

het = pers.vnw



5

ik = pers.vnw

we = pers.vnw

jou = pers.vnw



6

Het = pers.vnw

zij = pers.vnw

hun = pers.vnw



7

jullie = pers.vnw

ons = pers.vnw

wij = pers.vnw

onze = bez.vnw
5 Lastige voornaamwoorden

A

1 Ik vertelde je (pers.vnw) dat haar (bez.vnw) zusje mijn oude cd-speler heeft gekocht.

2 Willen zij hun (bez.vnw) sporterrein aan jullie (bez.vnw) vereniging verkopen?

3 Jij gaat je (bez.vnw) Barbies dus helemaal voor niks aan ons (pers.vnw) geven!

4 Welke kapster heeft al die gekleurde kraaltjes bij haar (pers.vnw) in haar (bez.vnw) haar gevlochten?

5 Waar zou je (pers.vnw) liever wonen, op ons (bez.vnw) schip of op dat van jullie (pers.vnw)?

6 Hij wil hun (pers.vnw) al die geheimen van hen vast niet verraden.

7 Zeg ventje, waarom pak jij ons (pers.vnw) telkens ons (bez.vnw) tafeltennisballetje af?
B

1 Ik = pers.vnw; mijn = bez.vnw

2 zij = pers.vnw

3 Jij = pers.vnw

6 Hij = pers.vnw; hen = pers.vnw

7 jij = pers.vnw
6* Het woordje ‘het’

A

1 Het (blw) zwaar beschadigde Volkswagenbusje kon niet meer gemaakt worden en daarom werd het (pers.vnw) total loss verklaard.

2 Op het (blw) IJsselmeer kan het (onbep.vnw) gevaarlijk stormen.

3 Het (pers.vnw) is bijzonder vervelend dat je het (blw) boek van Engels weer niet bij je hebt.

4 De storm had het (blw) schuurdak beschadigd, zodat we het (pers.vnw) moesten laten repareren.

5 Als het (blw) geld jou toch niet interesseert, waarom geef je het (pers.vnw) dan niet aan een goed doel?

6 Mevrouw Jansen vond het (pers.vnw) jammer dat ze het (onbep.vnw) niet best had bij haar tweede man.

7 Voordat Gerda het (blw) nieuwe vriendje van Dorothee had ingepikt, konden ze het (onbep.vnw) goed met elkaar vinden.

8 Als het (onbep.vnw) vriest, hebben veel mensen het (onbep.vnw) buiten koud.
B Bijvoorbeeld:

1 Jullie (ow) kunnen ons vast wel even helpen.

2 Ik heb jullie (lv) vanmiddag in de stad gezien.

3 De quizmaster zal jullie (mv) de prijs overhandigen.

4 Welke aannemer heeft jullie (bez,vnw) huis eigenlijk gebouwd?
7 Kruistocht in spijkerbroek

1

is = kww


een = olw

2

wordt = hww

middeleeuwen = zn

3

Hij = pers.vnw

door = vz

ze = pers.vnw



4

Die = aanw.vnw

is = hww

Keulen = zn



5

willen = hww

hun = bez.vnw

blote = bn

het = blw

bevrijden = zww



6

Anselmus = zn

de = blw

zijn = kww



7

hen = pers.vnw

naar = vz

8

Ondertussen = bw

redt = zww

haar = bez.vnw

uit = vz

9

natuurlijk = bw

verliefd = bn

haar = pers.vnw



10

Na = vz


barre = bn

Zwitserse = bn

Alpen = zn

ze = pers.vnw



11

Helaas = bw

blijkt = hww

gemene = bn

zijn = kww

12

Zal = hww

zijn = bez.vnw

kunnen = hww



helpen = zww


Spelling




1 Om te beginnen


1 na-apen

2 havoleerling

3 politieagent

4 beantwoorden

5 &-teken

6 van tevoren

7 oud-minister

8 mbo-student

9 warmebakkerswinkel

10 olie-export
2 Aan elkaar of los?

1 derdewereldlanden, erbovenop, langetermijnplanning

2 broodjeaapverhaal, bruinebonensoep, bloeddrukverlagend

3 driesterrenhotel, dekbedovertrekken, tijdrovend, viergangendiner

4 inbeslagname, alcoholhoudende, kortetermijnoplossing, zwaarwegend, ondertoezichtstelling

5 televisiekijken, ertussenuit

6 woningbouwvereniging, opgezadeld, tweekamerappartement, ingeschreven, eengezinswoning

7 tekeergaan, vioolspelen, vrijetijdsbesteding

8 teraardebestelling, binnenhuisarchitect, actualiteitenprogramma, tweeduizend, belangstellenden
3 Wel of geen koppelteken?

1 auto-ongeluk

2 sint-bernardshond

3 rijexamen

4 A-merken

5 jojo-effect

6 patholoog-anatoom

7 ex-echtgenote

8 de Frans-Duitse samenwerking

9 de halvefinaleplaatsen

10 cd-romspeler

11 garageopleiding

12 havoleerling

13 kop-en-schotel

14 %-teken

15 functie-eis

16 interim-bestuur

17 anti-Duitse opmerkingen

18 e-card

19 knip- en plakwerk

20 reclameartikel

21 vmbo-diploma

22 guerillaoorlog

23 Tweede Kamerlid

24 placebo-effect

25 PSV-spelers
4 Weglatingsteken

1 zon- en feestdagen

2 cholesterolverhogende en -verlagende middelen

3 hoger en middelbaar beroepsonderwijs

4 jongens- en meisjesnamen

5 keel-, neus- en oorarts

6 gevraagd: docenten Duits en Engels

7 huwelijks- en carnavalskostuums

8 huisvaders en -moeders

9 eenvoudige en moeilijke proefwerken

10 feestmutsen en -neuzen

11 reken- en taalmethodes

12 korte en lange rokken
5 Liggend streepje of niet?

1 cv-ketel

2 bar-dancing

3 reserveonderdeel

4 A4-formaat

5 Zuid-Frankrijk

6 astma-aanval

7 250cc-klasse

8 drive-inshow

9 mond-op-mondbeademing

10 cadeauactie

11 in- en uitvoerrechten

12 blijf-van-mijn-lijfhuis

13 top 40-nummer

14 radio-interview

15 IQ-test

16 proces-verbaal

17 taxionderneming

18 1 aprilgrap (ook: eenaprilgrap)

19 STER-reclame

20 verzamel-cd
6 Alles door elkaar

1 politieagent, man-tegen-mangevecht gevoerd, rechts-extremistische

2 word, voorhoofdsholteontsteking, intensivecareafdeling, gelegd

3 televisie-uitzending, werd, meegedeeld, Midden-Oosten, staakt-het-vuren, bereikt

4 gekkekoeienziekte, wordt, verorberd

5 &-tekens, sms-taal, vormt, studieobject

6 kerstvakantie, luistert, geitenwollensokkenmuziek, galmt, erbovenuit

7 tolk-vertaler, mist, stand-upcomedian, x-factor, topcabaretier

8 thema-avond, skivakanties, Zuid-Tirol, sport-bh, ski-jack, ingepakt, sneeuwstorm, werd, gered, sint-bernardshond

9 twintigste-eeuws, Jugendstilcafé, koffiearoma, ik-figuur, misdaadroman, een-na-laatste, borrelnootjes, werd, geserveerd

10 spiegelreflexcamera, antimuggenspray, Noord-Afrika, fotoreportage, insectenleven
7* Olie-en-azijnstel?

1 type- en schrijfwerk

2 peper-en-zoutstel

3 griezel- en sciencefictionfilms

4 zomer- en wintercollectie

5 werving- en selectiebureau

6 winst-en-verliesrekening

7 rijwiel- en bromfietsverhuur

8 aan- en afvoertroepen

9 kant-en-klaarmaaltijd

10 paard-en-wagenwedstrijd

11 deeltijd- en voltijdbanen

12 gooi-en-smijtfilm
8 Woorddictee

1 cliënt

2 financieren

3 psychische

4 accepteren

5 solliciteren

6 daarentegen

7 marcheren

8 anorexia

9 definitieve

10 onmiddellijk

11 graffiti

12 spectaculair

13 beëindiging

14 puberteit

15 parallelle

16 syndroom

17 chronologisch

18 typerend

19 stewardess

20 communicatie
Fictie
1 De geuzen

A

1 In 1572 (in de Tachtigjarige oorlog)

2 Den Briel (Brielle) ligt aan het water; de watergeuzen konden er met hun schepen gemakkelijk komen.

3 De watergeuzen, onder leiding van Lumey, vechten voor prins Willem van Oranje, en tegen de Spanjaarden die heersers zijn in de Nederlanden. In Spanje was Philips II koning; Alva was zijn legeraanvoerder.
B

4 eigen antwoord.

5 In de strip staat dat het zeerovers, piraten en plunderaars waren. Het was over het algemeen het uitschot van de maatschappij. De geuzen leven en opereren vooral op het water. Ze waren bereid te vechten, als ze een goede beloning in het vooruitzicht hadden.

6 eigen antwoord. Misschien is het volgende het overwegen waard: liever bevrijd door zeerovers dan onvrij.
2 Het verraad van Waterdunen

1 Storm en onweer: je verwacht dat er enge of vervelende dingen gebeuren.

2 ‘Westcappelse Engel die uitrijdt’ lijkt op een soort spook. Kinderen zijn bang voor spoken.
Door een fout in de opmaak van de tekst kloppen de verwijzingen in vraag 3 en 4 niet meer: op p. 123 in de linkerkolom had een witregel moeten staan na regel 5: ‘in een nabijgelegen bos’ en vóór ‘Bijna net zo vreemd als (…)’.

Voor vraag 3 moet de leerling de tekst gebruiken tot deze witregel, dus p. 122 tot de eerste (nieuwe) witregel in de linkerkolom van p. 123.

Voor vraag 4 moet hij de tekst gebruiken in de linkerkolom van p. 123 vanaf de (nieuwe) witregel tot de volgende witregel (na: ‘zijn adem inhield’).
De correcte antwoorden worden dan:

3 Het plotseling opsteken van de westerstorm en de bliksemflitsen kondigen onheil aan. Ook kunnen ze noemen: de storm die de resten van het verlaten dorpje Westerdunen in de zee laten verdwijnen; de begrafenis van de jongen die door de storm verstoord wordt; de lijken van de mensen die aan de galgen heen en weer slingeren.

4 ‘Bijna net zo vreemd als het opsteken van de storm was de rust die erna kwam. In de middag ging de wind plotseling liggen.’ Deze plotselinge stilte en het zwakke briesje suggereert dat alles voorbij is. Het leven lijkt zijn gewone gang te hernemen. Maar in feite gaat er een dreiging uit: Adriaanken Jansdochter wordt gewurgd.

Voor de witregel wordt het ‘overal windstil’. ‘Het was of het land zijn adem inhield.’ Ook diezelfde dreiging. Deze keer nadert het onheil het huis van Robbe Benthyn.

‘Bijna net zo vreemd als het opsteken van de storm was de rust die erna kwam. In de middag ging de wind plotseling liggen.’ Van deze plotselinge stilte en het zwakke briesje gaat een dreiging uit: Adriaanken Jansdochter wordt gewurgd.

Voor de witregel wordt het ‘overal windstil’. ‘Het was of het land zijn adem inhield.’ Ook diezelfde dreiging. Deze keer nadert het onheil het huis van Robbe Benthyn.


5 Een knechtje van een Spaanse soldaat wordt elke dag afgeranseld en sterft. Mensen die niet katholiek willen blijven, worden opgehangen. Gewone meisjes zijn niet veilig. Ketters worden gewurgd en verbrand.

6 In ieder geval was het aangenamer voor degenen die aan de kant van de Spanjaarden stonden en dan vooral voor de machthebbers. In deze tekst worden de gewapende burgers, de schout en zijn knechten, genoemd.

7 Robbe is een gewone jongen die echt bang is en niet weet wat hij moet doen. Hij gaat niet heldhaftig op de soldaten af, maar verstopt zich.

8 eigen antwoord
3 Gedicht

1 In het gedicht zijn het donker en de kou het belangrijkste. Ze worden als onaangenaam beschreven. De meesten zullen hetzelfde gevoel hebben, maar je kunt een ander antwoord geven, met een andere toelichting.

2 Dagen die koud en hard zijn als brood dat uit het vriesvak komt.

3 Uren kunnen zich niet echt terugtrekken, ze kunnen ook niet schuw en bang zijn.

4 Na de kortste dag komen Kerstmis en Oudjaar. Dat is het einde van het jaar. Het jaar lijkt dan bevroren. Een nieuw jaar begint te leven. Vanwege het einde van het oude en begin van het nieuwe jaar is het beeld goed gekozen.

5 eigen antwoord
Test
Lezen

1 medisch toeristische reizen

2 Het concept van de combinatie van een medisch cosmetische behandeling en een luxe vakantie wordt steeds populairder.

3 voorlopig, later

4 opsommend verband

5 om te beginnen, bovendien

6 tegenstellend verband

7 toch: tegenstellend, maar: tegenstellend

Taal en woordenschat


8 a op

b aan


c aan

d op


e aan
9 a ten gevolge van

b op last van

c na afloop van

d Met het oog op

e op advies van

f In aansluiting op


Grammatica


10 a pv – blijkt

ow – Julian

ng – blijkt erg behulpzaam te zijn

b pv – wordt

ow – uw oude antieke kast

wg – wordt gebracht

c pv – blijft

ow – Die echte Italiaanse olijfolie

ng – blijft het allerlekkerst

d pv – is

ow – mijn buurmeisje

wg – is verhuisd



11 a Julian – zn, blijkt – hww, behulpzaam – bn, zijn – kww

b wordt – hww, uw – bez.vnw, gebracht – zww

c die – aanw.vnw, Italiaanse – bn, blijft – kww

d is – hww, mijn – bez.vnw, naar – vz, een – olw, verhuisd – zww


12 a zij – pers.vnw, hun – bez.vnw

b jij – pers.vnw, jouw – bez.vw, haar – pers.vnw

c ik – pers.vnw, hem – pers.vnw

d ze – pers.vnw, hij – pers.vnw, jullie – pers.vnw

e u – pers.vnw, ons – pers.vnw


Spelling


13 a weg- en waterbouw

b oog-handcoördinatie

c oudtante

d ex-collega

e Nijmegen-Centrum

f playbackshow

g antiaanbaklaag

h EU-landen

i politie-inval

j in- en uitstappen

k reclame-inkomsten

l PVDA-kiezers

m milieuactivist

n olie-industrie


14 chronologisch – financieren – solliciteren – syndroom




  • Spelling 1 Om te beginnen
  • Taal en woordenschat
  • Spelling

  • Dovnload 116.23 Kb.