Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Lezingen: Ezechiël 2: 1 -3: 4

Dovnload 41.9 Kb.

Lezingen: Ezechiël 2: 1 -3: 4



Datum12.05.2019
Grootte41.9 Kb.

Dovnload 41.9 Kb.

Tuindorpkerk, 7 augustus 2011
Lezingen: Ezechiël 2:1 -3:4;

Matteüs 7: 1-6;

Romeinen 14:17-23


Witte zwanen, zwarte zwanen

Witte zwanen, zwarte zwanen,

Wie gaat er mee naar Enge(l)land varen?

Engeland is gesloten,

de sleutel is gebroken.

Is er dan geen timmerman

die de sleutel maken kan?

Laat doorgaan, laat doorgaan.

Wie achter is mag voorgaan.

I

De boekrol


Een poosje geleden werd ik op straat door een paar scholieren aangesproken. Meneer, mogen wij u een vraag stellen? Hoe denkt u tegenover het christelijk geloof? Nou ja, zeg ik, denken hoeft niet te zijn tegenóver het christelijk geloof maar het kan vanuit het christelijk geloof. O ja? vragen ze verbaasd. Van school hadden ze kennelijk meegekregen dat er een conflict moet zijn tussen het denken en “het”geloof. Nee, zeg ik, geloof helpt je juist datgene te vinden waarover het de moeite waard is om te denken.
Nu ja, het wordt schoolkinderen ook niet gemakkelijk gemaakt. Een “geloof”, - daar doet bijna niemand toch nog iets aan? De meeste mensen willen er niet mee behept zijn. En als een wetenschapsman of –vrouw zegt ‘gelovig’ te zijn, dan willen we precies weten op grond van welke wetenschappelijke theorie zo iemand dat voormekaar krijgt. Daar kunnen we dan vervolgens eens uitgebreid over debatteren.1
Die scholieren denken volgens het schema dat zij op school, of thuis, of in hun kerkgenootschap hebben meegekregen. Dat is ook niet verwonderlijk. Zo zijn we bijna allemaal op de een of andere manier opgevoed. Maar als het geloof alleen afhangt van de sociale omgeving, dan kan het natuurlijk ook snel verdwijnen. Het verdwijnt zodra die school er niet meer ‘aan doet’, of het kerkgebouw wordt gesloten.
Daarom kunnen we ons soms misschien ballingen voelen in eigen land. - Maar hoe behouden we dàn ons geloof? Die vraag was ook actueel in de Joodse ballingschap. De Joodse ballingen in Babel waren hun belangrijkste religieuze instelling kwijt: de vertrouwde plaats van de tempel in Jeruzalem. Daar had JHWH te midden van zijn volk gewoond. Maar er was voor hen geen tempel meer. Hoe moest dat verder met de praktijk van hun geloof?
Er was een jonge priester, Ezechiël, die vijf jaar nadat hij in Babel was beland, een overweldigend visioen kreeg. Karen Armstrong schrijft er dit over:
Een hand strekte zich uit naar Ezechiël met daarin een boekrol waarop ‘klaagliederen, gezucht en gesteun’ te lezen waren. ‘Eet deze rol op’, droeg een goddelijke stem hem op, ‘vul je maag en je buik met deze rol die ik je geef’. Terwijl hij de rol naar binnen werkte, en zo de pijn en ellende van zijn ballingschap aanvaardde, ontdekte Ezechiël dat deze ‘zo zoet was als honing’.

Het was een profetisch moment. ( ) Er zou een tijd aanbreken waarin de Israëlieten contact maakten met hun god, in plaats van in een heiligdom, in een heilige tekst. Hun heilige boek zou niet gemakkelijk te begrijpen zijn. Net als bij Ezechiëls boekrol leek de boodschap ervan vaak verontrustend en onsamenhangend. Maar als ze zich inspanden om deze verwarrende tekst in zich op te nemen en hem deel uit lieten maken van hun diepste wezen, zouden ze voelen dat ze in de nabijheid van God waren, net als toen ze zijn heiligdom bezochten in Jeruzalem.2


Ook voor velen van ons is wat vertrouwd was grotendeels verdwenen.3 ‘Dit is de tijd dat hele systemen van dogmatiek, van ethiek en van “christelijke levensbeschouwing” desintegreren,’ schreef Bernard Rootmensen al meer dan 20 jaar terug. Maar hij zegt er iets bij: ‘men mag dat betreuren, een voordeel is dat we er mobieler door worden. Het is goed om in de woestijn niet te veel bagage mee te nemen. Met de Schriften bij ons en wat geconcentreerd voedsel uit de traditie ( ) komen we een heel eind’.4
Wij hebben, met de Joden, de Schriften ontvangen om die tot ons te nemen. Het eten van de boekrol --om de woorden te gebruiken van Ezechiël-- is een existentiële ervaring. Er staan klaagliederen geschreven, gezucht en gesteun. Maar de smaak van de omgang met dat Woord is zoet. En over smaak valt niet te twisten. Die laat zich niet zomaar op straat communiceren.

Evenmin als de rust en stilte, die een kind ervaart dat is “gespeend bij zijn moeder” (Ps. 131 : 2).

II

Geen parelen voor de zwijnen
De Poolse marxistische filosoof Kolakowksi die in Oxford doceerde bekeerde zich van het atheïsme naar het Christelijk geloof. Naar aanleiding daarvan werd hij door een journalist geïnterviewd. Dat ging zo:

V: Bent u christen geworden ?

A: In zekere zin zou u mij een christen kunnen noemen.

V: In welk opzicht ?

A: Daar ga ik niet nader op in.

V: Waarom niet ?

A: Omdat niemand daar iets mee te maken heeft.
Veel mensen denken dat je “het Christelijk geloof” als het ware moet uitventen. De vorige week hebben we in het Bijbelboek Job gezien hoe het stuk loopt met zulk gedebatteer.

Misschien dat Kolakowski zo’n heilloze discussie wilde vermijden door zijn interviewer te zeggen: met mijn bekering hebt u niets te maken. Misschien dat hij wel aanvoelde: dit wordt een gesprek waarin we elkaar de maat gaan nemen (Matt. 7 : 2).


In Matteüs 7 staat de uitdrukking “geen paarlen voor de zwijnen werpen”. Die wordt vaak gebruikt om aan te geven dat je iets heel kostbaars of duurs niet moet willen delen met mensen die het niet waard zouden zijn of die er geen verstand van zouden hebben. Maar als Jezus zegt: geef het heilige niet aan de honden, is dat niet om honden te minachten. In hoofdstuk 15 vertelt Matteüs over de Kanaänitische vrouw die naar Jezus komt in wanhoop over haar zieke dochter. De discipelen zeggen: stuur haar weg, zij is niet van het volk Israel. Jezus zegt dan tegen haar: “het is ook niet fraai het brood van de kinderen te nemen en aan de hondjes te geven!’ (De Naardense Bijbel).5 Maar hoor dan die vrouw! Natuurlijk Heer, “want de hondjes eten tóch al van kruimels die vallen van de tafel van hun heren (ibid.).” En Jezus antwoordt: Wat een vrouw ben jij! Met zo’n groot geloof! (Matt. 15 : 21-28).

III


Het geloof is van jezelf
Dus het zit ‘m niet in het hond zijn. Voor God is er geen onderscheid tussen rein en onrein!6 Dat maakt Paulus duidelijk in zijn theologie, die van wereldhistorische betekenis is geweest.7
Nu staat er in die beroemde brief aan de Romeinen een heel opmerkelijk zinnetje. “Hou het geloof dat je hebt bij jezelf voor het aangezicht van God”.8 Bewaar je geloof als iets intiems tussen jezelf en God. In wezen is het een geheim tussen jou en God.
Dus is het antwoord van Kolakowski aan die journalist zo gek nog niet! Moet ik mijn geloof uitleggen? Daar hebt u niets mee te maken. Omdat er misverstand van komt. Omdat, in de beeldspraak van Jezus, de honden het zomaar met hun poten kunnen vertrappen; het is die honden vreemd, tenminste, als ze het zelf niet op het spoor mochten komen.

IV

Oordeelt niet


Christenen hebben vaak gedacht dat ze (bij anderen!) het ongeloof moesten ‘bestrijden’.9 Maar woorden in de mond van machthebbers of politici kunnen tot propaganda worden, en propaganda kan leiden tot moord en doodslag. Daarom wordt er in Nederland dat debat gevoerd over woorden als wapens.10
Paulus waarschuwt tegen dergelijk geruzie over religie. Wij mogen de ander niet oordelen, laat staan naar zijn geloof! Het is niet liefdevol. De ander kan zich ergeren. Het werkt bij hem of haar verkeerd uit. Het is niet opbouwend. Er komt zelfs conflict van. Hij kan te gronde gaan. Hij kan vermoord worden. Breek het werk van God niet af omwille van wat je denkt dat je al of niet mag van je religie!
Moet ik dan niet ‘voor mijn overtuiging uitkomen’? Is dat geen huichelen? Nee: de ander mogen we niet oordelen, mijzelf hoef ik niet te oordelen. Voor de reinen is alles rein (Titus 1 : 15). Het Evangelie maakt ons vrij van het oordeel.11
Ach, misschien wisten we het beter, echt beter! Maar als we met dit betere inzicht in de ethiek of in de religie aanstoot zouden geven, kunnen we het beter voor onszelf houden. Heeft het werkelijk met geloof te maken? Bewaar je geloof, zegt Paulus, als iets kostbaars tussen jou en God. Het mag niet in de weg staan tussen jezelf en de ander. Juist het geloof in Christus zal ons de weg wel wijzen om opbouwend te zijn en vredestichtend.12
Hoe druist dit in tegen de gevestigde religies! Religieuze leiders schrijven de gelovigen wel vóór wat hun “overtuiging” moet zijn.13 Zoals de vrienden van Job die we de vorige week gehoord hebben. Wat een oordelen in de vorm van klinkende getuigenissen hebben die wel niet ten beste gegeven. Tot hun eigen oordeel! Want met de maat waarmee zij maten werden ze zelf gemeten.

V

Zonde


Religies willen oordelen over goed en kwaad. Maar van Jezus horen we nu juist “oordeelt niet”. Zou het in het Bijbelse geloof dus niet om iets anders gaan? Toen Adam en Eva zich dat oordeel over goed en kwaad wilden aanmeten, toen had de zonde zijn intrede gedaan. Zonde betekent in de Bijbel dat er geen geloof meer is in Gods Woord. Van de ‘boom van de kennis van goed en kwaad’ had de mens zich juist verre moeten houden! Het paradijs werd gesloten en de sleutel is gebroken.
Zonde is niet maar een kwestie van moraal. Alsof je door veel te studeren in de ethiek een stukje paradijs zou kunnen terugveroveren. In het Genesisverhaal ontstaat de zonde als breuk in de relatie met God. Het geheim schuilt in iets dat aan de wet voorafgaat.14 Zo begrijpen we misschien iets van wat Paulus zegt aan het begin van de brief: “De wet --dat is dat oordeel over goed en kwaad-- veroorzaakt toorn. Waar geen wet is, is ook geen overtreding” (Rom. 4 : 15).
Maar zonde gaat dieper, zegt hij; zonde is al wat niet uit geloof is (Rom. 14 : 23). Want het koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, --d.w.z. hoe het precies moet met de gebruiken van de godsdienst en zo, met rein en onrein--,15 maar het is een zaak van de Geest; dat wil zeggen van gerechtigheid, vrede en vreugde (Rom. 14 : 17).

VI

Laat doorgaan…


Zo kijken we dus anders aan tegen ‘wie rein zou zijn of wie niet’, we oordelen niet over wie nou een witte zwaan is, of een zwarte zwaan.16 De uitnodiging is aan iedereen: Wie gaat er mee? Dat is Evangelie. Laat doorgaan! Wie achter is mag voorgaan.17
Oordeelt niet…Want de waarheid is een weg om te gaan, de weg van de timmerman uit Nazareth die de sleutel maken kan.18 Wie gaat er mee naar ‘Engelen-land’? Daar komt het licht vanuit de troon waar de Messias is. En Luther zingt er als een zwaan, en Bach, de grote Bach, die mag de maat der engelen slaan (Gez. 265).

Amen


1 Dit betekent, zoals Arie van den Beukel schrijft, “voorbijlopen aan de verborgenheden van onszelf, van de ander, van de wereld. Het betekent aan de oppervlakte blijven. Het betekent de wereld alleen ernstig nemen voor zover ze berekend en benut kan worden”. En hij vervolgt met het bekende citaat van de Weense filosoof Ludwig Wittgenstein: “ ‘Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen’. Met ‘spreken’ bedoelt hij: vastleggen in scherp omlijnde definities, zoals we dat in de wetenschap doen” (Met andere ogen. Over wetenschap en het zoeken naar zin, Baarn 19995, p. 41).

2 Karen Armstrong, De Bijbel. Een biografie, Amsterdam 2007, p. 18/19.

3


 We leven in zekere zin in de diaspora. Jan Wit schreef een prachtig gedicht over de diaspora-ervaring (geciteerd uit de rubriek Andere Taal, Trouw, 7 februari 1991, p. 10):
Diaspora
En altijd uit een slavenhuis vertrekken

en naar een land van melk en honing gaan,

te middernacht de eerstgeboor’ne wekken,

haastig, stok in de hand, de tafel dekken

om huiv’rend rond het afscheidsmaal te staan.
En altijd weer het meel dat wou niet rijzen,

de vleespot van het zelfrespect viel om,

de koeken en de ruggen trokken krom,

het kleinste kind zal onderweg vergrijzen.
En altijd weer de oude hymnen zingen,

zodat de droogste keel nog moet bewijzen

dat ginds in Sion Zijn fonteinen springen.


4 Bernard Rootmensen, 40 woorden in de woestijn, Delft 1988, p. 152.

5 Pieter Oussoren gebruikt in de Naardense Bijbel terecht het verkleinwoord ‘hondje’; het staat in het Grieks, en niet het minder liefelijk klinkende woord ‘hond’, dat ook als scheldwoord kon worden gebruikt. Hier speelt dezelfde thematiek als in de Romeinenbrief (aldus P. Bonnard is zijn Matteüs-commentaar): Jezus’ missie is niet een particulier gebeuren; daarom heeft Israel de historische en juridische prioriteit als waarborg tegen idealisering; maar de strekking is universalistisch: de heidenen delen in de genade (L’Évangile selon Saint Matthieu, Neuchâtel 1970).

6


 Het doet onwillekeurig denken aan het recente tv-item over taxichauffeurs die blinden met geleidehonden weigeren te vervoeren, omdat honden (in de islam) ‘onrein’ zouden zijn. Sommigen gaven eenvoudig toe dat ze geen haren in de auto willen.

7


 Vgl. het boek van de atheïstische Franse filosoof Alain Badiou, Paulus. De fundering van het universalisme, Kampen 2008.

8 Vers 22, vertaling NBG 1951 (behoudens de u-vorm).

9


 Het behoorde volgens de Nederlandse Geloofsbelijdenis van 1561 tot het ambt van de overheid “de hand te houden aan den heiligen Kerkedienst; om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valschen godsdienst, om het rijk des antichrists ten gronde te werpen, en het Koninkrijk van Jezus Christus te doen vorderen; het woord des Evangelies overal te doen prediken, opdat God van een iegelijk geëerd en gediend worde, gelijk Hij in Zijn Woord gebiedt”. De gecursiveerde woorden zijn uit dit 36ste artikel in 1905 door de Gereformeerde Kerken in Nederland geschrapt (niet door de andere kerken die de NGB in hun grondslag voerden). De jonge massamoordenaar in Noorwegen zien we als een ‘gestoorde eenling’ die met een semi-automatische wapen zijn ‘christelijk geloof’ wilde laten gelden (hij is overigens naar eigen zeggen geen christen maar hangt alleen de kruistochtmentaliteit aan). Maar historisch gesproken was hij natuurlijk helemaal geen eenling. De verovering door Spanje van wat later het christelijke continent Amerika zou heten, werd eveneens gezien als missionaire onderneming. Al na de eerste reis van Columbus had hij een grote buit in goud gemaakt. Indianen die hem geen goud hadden gebracht had hij de handen afgehakt (Felipe Pigna, Los mitos de la historia argentina. La construcción de un pasado como justificación del presente. Del “descubrimiento” de América a la “independencia”, Buenos Aires etc. 2004, p. 37). Op zijn tweede reis ging Columbus met 14 schepen en 1500 manschappen. Uitdrukkelijk verordineerden de katholieke koningen Isabel en Ferdinand dat alle moordenaars en geweldplegers uit de Spaanse gevangenissen moesten worden vrijgelaten omdat zij nodig waren als bemanning voor deze expeditie. Als ze maar christelijk waren: het enige vergrijp waarvoor geen invrijheidsstelling gold was ketterij. “Het enthousiasme en de hebzucht van hunne katholieke majesteiten deden hen de gevangenissen leegmaken om de bemanning aan te vullen. Het koninklijk besluit luidde zo: “Om clementie en medelijden te tonen met onze onderdanen, is het onze wil en ons bevel dat iedere persoon die tot op de dag van de publicatie van dit besluit op welke manier dan ook moorden of geweldplegingen heeft begaan, of andere misdrijven van welke aard en hoedanigheid ze ook geweest mogen zijn, behalve als het ketterij betreft, naar Klein Spanje zal worden gezonden” (ibid., p. 46). De doctrine van ‘het geloof’ moest correct zijn in de ogen van de machthebber, zodat er voor het overige kon worden gemoord en genocide bedreven. Dat is christelijke Europese geschiedenis.

10


 Het eerder genoemde boek van de Franse atheïstische filosoof Alain Badiou is buitengewoon opmerkelijk. Badiou is geprononceerd atheïst; de verrijzenis van Christus is voor hem onzin. Maar de betekenis die Paulus geeft aan dit ‘evenement’ (het is in het denksysteem van Badiou een technische en pregnante term die hij aan het begrip waarheid relateert) maakt van Paulus de belangrijkste auteur in de wereldgeschiedenis aangaande het universalisme: “Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus” (Gal. 3 : 28). Paulus is dus als geen ander actueel in het debat met het rechts-populisme, dat roept: “Frankrijk voor de Fransen”. “De wet zou daardoor onder de controle van een ‘nationaal’ model vallen, ontdaan van elk werkelijk beginsel, tenzij dat van de vervolgingen die ermee in werking worden gesteld” (Badiou, Paulus, p. 38, mijn cursivering). Zie ook de boekbespreking in de Protestantse Kerkbode (het orgaan van de PKN in de provincie Groningen) van 2 juli 2011, van de hand van ds. Arend Linde te Spijk/Losdorp.

11 Als Petrus en zelfs Barnabas (die geen Jood was) in Antiochië “uit angst voor de voorstanders van de besnijdenis” apart gaan eten met de Joden terwijl zij altijd aten met de heidenen, verwijt Paulus hun wel degelijk huichelarij. Zij huichelden omdat ze iets deden waarin ze zelf niet geloofden, maar ze wilden een bepaalde indruk wilden maken voor het oog van de mensen, i.c. de afgezanten van Jacobus (Gal. 2 : 11-14).

12


 Nadat deze preek geschreven was las ik de Trouw-column van Jan Greven, “Geloven is niet ‘iets’ geloven”, naar aanleiding van het recente boek van Just van Es, Weg uit het moeten. Religie als verstikking en ontknoping, Zoetermeer 2011. De strekking loopt verrassend parallel met wat ik hier tot uitdrukking probeer te brengen (tot en met de eerder geciteerde uitspraak van Wittgenstein, zie noot 1). Er blijkt uit, dat de Bijbeltekst ook bij de verschuiving van de geloofsvoorstellingen en ervaringen opnieuw leidt tot onderlinge herkenning en geloofsgemeenschap, een gemeenschappelijk inzicht.

13


 “Overtuiging” is een woord dat helaas ook in de NBV is ingeslopen (Rom. 14 : 22), maar er moet staan: geloof. “Overtuiging” betekent tegenwoordig zoiets als “mening”, en een “mening” is manipuleerbaar. Overtuiging is een intellectuele verworvenheid, geen existentiële.

14


 Ook Badiou ziet daar the crux of the matter. Als aan de wet geen ‘werkelijk beginsel’ vooraf gaat, is het een particulier belang, zoals het nationalistische model ‘Frankrijk voor de Fransen’, dat in beginsel vervolging impliceert (zie het citaat aan het eind van voetnoot 10).

15 Wij kunnen natuurlijk andere voorbeelden noemen. Kerkelijke zaken of morele zaken! Het sterkste voorbeeld in de Bijbel is misschien dat van Naäman, die Syrische generaal waarover in het Oude Testament wordt verteld. Hij wordt genezen van zijn melaatsheid door de profeet Elisa. En hij belooft: ik zal aan geen andere goden meer offeren dan aan de God van Israel. Maar als hij terug zal zijn in zijn land dan zal hij naar de afgodentempel meten om zijn meerdere, zijn heer, te begeleiden en te ondersteunend als die zich moet neerbuigen. En hij vraagt aan Elisa toestemming om mee te buigen in de tempel van de afgod Rimmon. En wat zegt de profeet: Ga in vrede (2 Kon. 5 : 19). - Als je om die reden naar die afgodstempel moet, ga dan, - het zit ‘m niet in uiterlijkheden.

16


 Witte zwanen, zwarte zwanen, Wie gaat er mee naar Engelland varen?

Engel(en)land is gesloten, de sleutel is gebroken.

Is er dan geen timmerman die de sleutel maken kan?

Laat doorgaan, laat doorgaan. Wie achter is mag voorgaan.



17


 Dat liedje gaat [oorspronkelijk niet over Engeland, maar] over Engel-land, engelenland (J. Valster, ‘Engelland’, in de rubriek Andere Taal, Trouw, 8 augustus 1991, p. 10).

18


 “Een gelovige is niet iemand die een stel(sel), liefst consistente waarheden van zijn instemmende handtekening voorziet. Een gelovige is iemand die een weg is ingeslagen. Op die weg staan de voetsporen van God: vrede, gerechtigheid, liefde, trouw. ( ) ‘Zij/hij wandelt in de waarheid’. Die waarheid, voor de Christen, is Jezus: de weg, de waarheid en het leven” (Van den Beukel, Met andere ogen, p. 193).




Dovnload 41.9 Kb.