Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Lijden & dood omgaan met lijden

Dovnload 155.36 Kb.

Lijden & dood omgaan met lijden



Pagina1/2
Datum18.06.2017
Grootte155.36 Kb.

Dovnload 155.36 Kb.
  1   2

LIJDEN & DOOD

1. OMGAAN MET LIJDEN




1.1. Soorten lijden
a) Welke vormen van lijden vind je terug in de media?
……………………………………………………………………
…………………………………………………………………… ‘De Schreeuw’ van Munch
b) Zie teksten ivm soorten lijden uit het boek ‘Troost elkaar met deze woorden. Omgaan met lijden en sterven, Averbode, Kok Kampen, 1997, p.19-25.

(volgende vragen moet je kunnen beantwoorden)




  • welke soorten lijden zijn er? (+ vb’n)



  • Leg uit: lijden overkomt je



  • Leg uit: lijden raakt heel je leven

c) om welk soort lijden gaat het in a?

d) hoe noemt men het mensbeeld dat in de tekst naar voor komt?



    1. lijden, wat doe je ermee?

Hoe ga jij zelf om met lijden?

Is er verschil in het soort lijden?

Wat is jouw houvast in moeilijk momenten?



2.2.1. Interview met Robert Mosuse: een afscheid … Uit Respons T5, p. 74-76

April 20, 2000

ROBERT MOSUSE DIES AT 30
Singer Robert Mosuse died yesterday night at a hospital in Antwerp. Robert Mosuse was one of the talented Mosuse-brothers who made their way into Belgian pop music with their crystal clear vocals as the B-tunes (Rock Rally final in 1980, with three Mosuses : Robert, Ronny & Jean-Paul), the Radio's (the band of Bart Peeters, who recruited two of the brothers for "Lucky Day" and then went with great success & the hit "She goes Na na"), The Big M's (with Paul Michiels & Hervé Martens), a solo career (with blue hair, as Robbie Crown, with an album in 1995 "Scared Memories" and thirteen soul-inspired songs) and a Party band (Plane Vanilla, with Vincent Goeminne, William Reven, Raf van Brussel, Isabelle A ...). His brother continued as RonnyMo' and nowadays has a radioshow on Studio Brussel.
The young singer died at such a young age of a brain tumor. Few people knew that he had been diagnosed with this severe disease already ten years ago, and gradually suffered more and more consequences of it (exhaustion, epileptic fits ...). The last months, the singer had retreated almost completely because the disease was getting much worse.
More info : report in Gazet van Antwerpen.
TAAK: zie tekst achteraan

Vragen:


  1. a) waarom is een positieve ingesteldheid volgens Robert Mosuse belangrijk?

b) Waar heeft hij die ingesteldheid geleerd?

  1. Waarom is hij blij dat de dokters hem de waarheid verteld hebben?

  2. a) waarom is R.M. niet jaloers op andere mensen?

b) wat vind je van zijn standpunt?

  1. a) Wat is leven met kwaliteit volgens Robert Mosuse?

b) wat vind je daarvan?


      1. Verwerkingsfasen van E. Kübler Ross ivm omgaan lijden

De psychiater Elisabeth Kübler-Ross heeft vijf fasen omschreven die de meeste mensen geheel of gedeeltelijk doorlopen wanneer zij geconfronteerd worden met lijden. Deze fasen zijn niet voor iedereen even intensief en ook verschilt de volgorde vaak. Iedereen verwerkt lijden op zijn eigen manier.

Elisabeth Kübler-Ross werkte met terminale patiënten. Vanuit haar ervaringen stelde zij vast de men verschillende stadia doormaakt wanneer men zijn lijden verwerkt.


Ontkenning


Ontkenning is een algemeen afweermechanisme. In deze fase beschermt de persoon zich door de waarheid geheel af te wijzen. Dit gedrag geeft iemand de gelegenheid om de waarheid gedoseerd tot zich te laten komen.

Protest


De persoon protesteert tegen de verdrietige ervaring en heeft hierbij veel woede. Vaak richt deze zich tegen familieleden, artsen enzovoort. Het is hierdoor vaak voor alle betrokkenen een pijnlijke periode.

Wanneer de ziekte van een patiënt in een verder stadium komt zal de ontkenning omslaan in woede. Deze woede zal zich naar iedereen en alles om hem heen richten. Hierbij komen gedachten naar boven als: "Waarom ik?". Vaak richt de boosheid zich dan op mensen in hun nabijheid, dit kunnen ook verpleegkundigen zijn, of artsen. De artsen zouden niet goed gehandeld hebben of ze hadden dingen anders moeten doen. Ook kan deze woede naar God worden geuit. Maar vaker nog richt de woede zich op de naaste familie, en dan komen ook gevoelens van ergernis en afgunst naar boven. Deze fase is vaak heel moeilijk te begrijpen en de familie begrijpt dan ook vaak niet wat ze fout hebben gedaan en gaat zich vaak schuldig voelen.


Onderhandelen


Als de persoon merkt dat protesteren niet helpt, probeert hij zijn verdriet te verwerken door zich doelen te stellen of beloften te doen. Dit kan vele vormen aannemen, bijvoorbeeld bidden dat een overledene toch nog terugkomt of de eigen dood uit te stellen tot een kleinkind is geboren.

Depressie


Als het verdriet niet langer te ontkennen is en protesten en onderhandelingen niet hebben geholpen, treedt vaak depressie op. De persoon voelt zich machteloos en sluit zich vaak af voor contact of gedraagt zich teruggetrokken.

Aanvaarding


Na verloop van tijd ziet de persoon in dat de waarheid niet te bestrijden is en accepteert het verdriet. Iemand met een terminale ziekte kan in deze fase bijvoorbeeld met een zekere rust afscheid nemen en iemand die een geliefde heeft verloren kan nu plannen maken voor een leven zonder de geliefde.

Als iemand niet goed in staat is het verdriet te verwerken, kan een blijvende depressie of een aanpassingsstoornis ontstaan


Opmerking
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………

Herken je deze momenten in je eigen leven?




      1. omgaan met lijden vanuit een gelovige inspiratie. (On-)Zin van lijden?

- Welke betekenis heeft lijden voor jou?




        1. Groepswerk

tracht een antwoord te zoeken op volgende vragen vanuit de verschillende teksten.

- hoe gaan boeddhisten om met lijden?

- hoe zijn de joden omgegaan met lijden tijdens/ na WOII?

- hoe gaan christenen om met lijden dat ze zelf ervaren en dat ze rond zich zien?

- wat is lijden voor een humanist?

- wat is lijden voor een hindoeïst?





        1. Vrouwen besnijdenis (Zie artikel achteraan)




    1. wat is de zin van dit lijden?

    2. Hoe ver mag je gaan voor je cultuur?




        1. Zuster Jeanne De Vos




  1. hoe gaat zij om met (zinloos)lijden?

  2. Werk / inspiratie?


OMTRENT DE BETEKENIS VAN HET BEELD

DE GOLEM’



VAN KUNSTENAAR KOEN VANMECHELEN

OP HET DAK VAN HET LEUVENSE

VERTROUWENCENTRUM KINDERMISHANDELING

Peter Adriaenssens

Kinderpsychiater

Directeur Vertrouwenscentrum Kindermishandeling
Kinderen die traumatische ervaringen meemaken reageren meestal door te “bevriezen”. In theorie

zouden ze kunnen vluchten voor het gevaar, maar ze leren al snel dat ze daarvoor de duimen moeten

leggen. Of het nu een volwassene is die hen in gevaar brengt, of een vloedgolf, steeds is het gevaar

sterker en sneller dan zij zelf. De reactie die hun dan overblijft is die van te bevriezen, wat wil zeggen

dat het lichaam in shock reageert en verbijsterd is door het gebeuren. Het kind zit dan uren rond te

kijken, weet weinig, zegt bijna niets meer. Volwassenen laten zich graag leiden door wat ze zien aan

de buitenkant, en denken dan ten onrechte dat het allemaal nog lijkt mee te vallen voor het kind. Zo

onbewogen als het kind er aan de buitenkant uitziet, zo intens kan het leven binnenin zijn. De

traumatische stress jaagt de bloeddruk op, de polsslag, splitst de hersenen op in een strijd tussen

positieve en negatieve gedachten.

Toen ik kennis maakte met het beeld ‘Golem’ van Koen Vanmechelen herkende ik de band met de

thematiek van getraumatiseerde kinderen. Net als het kind is deze reus aan de buitenkant schijnbaar

onbewogen. Als je naar de kop van het beeld kijkt kan ieder er de emotie in zien dat hij er zelf in wil

leggen. Men noemt hem glimlachend, melancholisch, streng, in gesprek. Maar de lichaamshouding

verraadt niets. Hij lijkt wel bevroren in de tijd. Het onzichtbare (het leed, de woorden-die-onzegbaarzijn,

de beelden-die-niet-te-tonen-zijn) is tot zichtbaar gestileerd. Er zijn alleen zijn grote open handen

die aangeven dat er misschien toch meer aan de hand is binnenin. Wie de ‘Golem’ ontmoet weet niet

goed wat te doen met eigen handen. En zoals we het ondertussen al vele keren hebben mogen

observeren, raken de meeste mensen spontaan de handen aan. De handen worden in elkaar geschoven,

tussen ‘Golem’ en zijn bezoeker.

Het luik in de borst van de ‘Golem’ vormt de toegang tot de binnenwereld. Daar heeft de kunstenaar

een symbolische ruimte gecreëerd. De “BoekenGolem’” wordt gevuld met jeugdliteratuur, en kon zo

op rondreis. De ‘Golem’ die Koen Vanmechelen met jongeren voor het Leuvense

Vertrouwenscentrum maakte heeft een andere opdracht. Op 2 december 2004 werd hij naar het

dakterras van het Vertrouwenscentrum getild. In het stadsbeeld communiceert hij tussen de scholieren

in de onderliggende school, de tegenoverliggende hulpgevangenis en het beeld ‘De preekstoel’ aan het

Provinciegebouw. Eerder dan schools, straffend en prekend, nodigt de ‘Golem’ ieder die daar nood

aan heeft uit om zelf datgene wat hij kwijt wil er in te komen deponeren. De binnenkant van de

‘Golem’ is een sacrale plek, net zoals bij ieder mens. We hebben vaak het gissen naar wat zich

binnenin afspeelt. Sommige van die dingen mogen we vernemen, andere blijven tot de wereld behoren

van de dialoog tussen de mens en zichzelf. Vanaf de eerste weken dat de ‘Golem’ op ons centrum

stond, kwamen kinderen tekeningen in zijn borstkas steken, andere hebben van zich af geschreven wat

ze aan geen levend wezen konden toevertrouwen maar dat wel onder gesloten omslag in hem kon

gedeponeerd worden, nog anderen wilden er gewoon alleen even bij zitten. En een klas tieners werkte

rond de vraag wat het moet betekenen voor jongeren om in een tsunamiramp terecht te komen, zette

dit op papier en kwamen het in het beeld deponeren.

De ‘Golem’ is geen kluis, het is ook geen paard van Troje om jongeren te verleiden om dingen prijs te

geven die nadien door nieuwsgierige volwassenen kunnen gelezen worden. Het kluwen van teksten en

objecten die hem langzaam doorheen vele jaren zullen vullen, verworden tot een filosofisch labyrint.

De ‘Golem’ is een helper die leeft. Bij daglicht is hij een beeld, bij nacht leest hij wat men hem

toevertrouwde, en gaat hij op bezoek in de gedachtewereld van de afzender. De ‘Golem’ speelt met het

kind dat zo vaak alleen gelaten wordt, hij praat met de nachtmerries van de jongere die steeds maar

weer traumatische beelden ziet opduiken en onderhandelt met hen om plaats te maken voor het

gezonde. Niemand zal het weten, want tegen de ochtend staat de ‘Golem’ terug op zijn plaats, en mag

ieder er terug het zijne van denken. Het beeld is dus geen therapie. Het beeld is een bemiddelaar tussen

mens en heling.

In december 2004 organiseerden we een internationaal congres over de stand van zaken bij

kindermishandeling. Eén van de deelnemers was Zuster Jeanne Devos. Ze werkt al veertig jaar in

India, en werkt daar in het bijzonder met kinderen die als huispersoneel te werk gesteld zijn. Het gaat

om kastelozen, die vaak slachtoffer zijn van fysiek en seksueel geweld. Zij organiseerde een netwerk

doorheen India om stapsgewijs de rechten van deze kinderen te bepleiten, op te komen voor een

statuut dat huisarbeid erkenning geeft en organiseert zonodig de beveiliging van mishandelde

jongeren. Dat doet ze met een ploeg medewerkers die uit vele godsdiensten en vele achtergronden

samengesteld is. In 2000 kreeg ze hiervoor een Doctoraat Honoris Causa van de Leuvense universiteit.

Het werk van haar en haar medewerkers is verre van eenvoudig. Toen zij de ‘Golem’ van Koen

Vanmechelen zag, was het snel duidelijk dat dit ook voor haar en voor de jongeren waar zij voor staat,

een symbolische functie zou kunnen vervullen. Het kosmopolitische wereldbeeld van Koen

Vanmechelen heeft dus duidelijk raakvlakken met het project van Zuster Devos. Dat was nog meer het

geval, toen de tsunami ramp plaatshad die ook gebieden in India trof en nieuwe risico’s op

kinderhandel deed ontstaan.

Het “bevroren” voorkomen van de ‘Golem’ aan de buitenkant, maakt het beeld toegankelijk voor

eenieder, van welk ras of religie ook. Wie de macht heeft hoeft er niet bang van te zijn. Maar wie de

macht niet heeft, en nog meer wie door macht overspoeld wordt, leest in de lichaamshouding van de

‘Golem’ de eigen taal. De ‘Golem’ is dan een signaal van hieruit, vanuit Vlaanderen, voor jongeren in

een ander werelddeel. Het maakt hen duidelijk dat het niet zo is dat er werelddelen bestaan waar alles

ellende is, naast regio’s waar het allemaal paradijselijk zou zijn. Dat de ‘Golem’ uit de filosofische

arbeid van een kunstenaar van bij ons gegroeid is, houdt de boodschap in dat ook wij weten wat

pijnlijke ervaringen kunnen zijn, en dat we weten dat men op zulke momenten nood heeft aan een

ritueel van herstel. Jongeren met traumatische ervaringen zijn over heel de wereld te vinden. Een

BoekenGolem, een Golem in Leuven, en nu een Golem in Indië, een keten als nooit eindigend

kunstwerk, want steeds in proces: innerlijk door wat men inbrengt, uiterlijk door het inwerken van

milieu en tijd op de ‘huid’ van de ‘Golem’. Een netwerk van ‘Golem’beelden in verschillende

werelddelen roept de kracht van de slachtoffers op, door hun te wijzen op verbondenheid. Het is

globalisatie op niveau van heling.



3. OVERLIJDEN


    1. INLEIDING


3.1.2. Carrouselspel: Vragenlijst ivm de dood en lijden


      1. de dood heeft vele gezichten

Zoveel levens, zoveel doden. De dood heeft vele namen en gezichten. Ieder sterven vertelt zijn eigen verhaal sterven en dood horen bij het leven van de mens. Wie binnentreedt in het leven, laat ook de dood binnenkomen. Het leven speelt zich letterlijk af tussen de eerste en de laatste ademtocht, het meest zichbare teken van beginnend en uitdovend leven.


Geef verschillende doodsoorzaken:
………………………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………………………

De zesjarige Ascher ziet een dode vogel. Hij stelt zijn vader vragen over de dood:

‘waarom?’

‘zo heeft de schepper zijn wereld gemaakt, Ascher’

‘waarom?’

‘opdat het leven kostbaar zou zijn, Ascher.

Iets wat men voor altijd heeft, is niet kostbaar.’
Chaim Potok


3.2. DOOD EN LEVEN NA DE DOOD BIJ VERSCHILLENDE LEVENSBESCHOUWINGEN


      1. Lied



Marco Borsato
afscheid nemen bestaat niet


Afscheid nemen bestaat niet.
ik ga wel weg maar verlaat je niet.
M'n lief;je moet me geloven,
al doet het pijn.
Ik wil dat je me loslaat,
en dat je morgen weer verdergaat.
Maar als je eenzaam of bang bent;
zal ik er zijn.

'K kom als de wind die je voelt,en de regen.


'K volg wat je doet als,een licht van de maan.
Zoek me in alles,dan kom je me tegen.
Fluister mijn naam,en ik kom eraan.

Zie! Wat onzichtbaar is,wat je gelooft is waar.


Open je ogen maar,dan zal ik bij je zijn.
Alles wat jij moet doen ,is mij op m'n woord geloven.
Afscheid nemen bestaat niet.

'K kom als de wind die je voelt,en de regen.


'K volg wat je doet als,een licht van de maan.
Zoek me in alles,dan kom je me tegen.
Fluister mijn naam,en ik kom eraan.

Kijk in de lucht, kijk naar de zee.


Waar je ook zult lopen,ja ik loop met je mee.
Iedere stap en ieder moment,waar je dan ook bent.
Yeah,yeah,yeah,yeah.
Wat je ook doet,waar je ook gaat.
Wanneer je me nodig hebt,fluister gewoon m'n naam;
en ik kom eraan.

Afscheid nemen bestaat niet.

(c) Marco Borsato

http://www.clipjes.nl/clips/nederlands/m/marco_borsato-afscheid.html

http://www.youtube.com/watch?v=UGLiMjNFiOo


Wat is voor Marco Borsato leven na de dood?

OPDRACHT: zoek zelf 5 tekstjes rond lijden en dood die jij mooi vindt en leg telkens uit waarom





      1. zelfportret van de dood en wat er na komt



      1. Enkele stellingen




  • de wetenschap kan het leven na de dood niet bewijzen, dus is het een illusie

  • angst is de enige grond voor een geloof in een leven na de dood

  • het aanvaarden van een leven na de dood is een kwestie van vertrouwen op God

  • als je lichaam sterft, sterft ook je geest. De dood is dus een onherroepelijk eindpunt

  • het feit dat mensen zich hun vorig leven herinneren is helemaal geen bewijs voor reïncarnatie

  • de ‘bijna-dood ervaring’ zijn een bewijs voor een verder leven na de dood

  • reïncarnatie is meer aanvaardbaar dan het geloof in één leven na de dood

  • natuurlijk is er leven na de dood: we kunnen toch de geesten oproepen

Wat blijft jou bij uit de bespreking van de stellingen?





      1. Gesprek met Jasmien over de dood en wat erna komt. (zie tekst achteraan)

Uit: Struyf, A., CELIE, L., Het kleine sterven, 1996, p. 155-159.

- hoe voelde je jezelf bij het lezen van dit tekstfragment?

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..
- Bespreek het personage Jasmien/ de moeder

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..


- welke visie hebben beiden over leven na de dood?

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..


Opm.

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………





      1. De visie van verschillende godsdiensten


Een samenvatting van de visie bij de drie monotheïstische godsdiensten.
"Toen het begrip 'onsterfelijke ziel' via de oude Egyptenaren en Grieken doordrong tot de joodse cultuur, en de westerse cultuur in het algemeen, leidde dat tot verzoening van twee tegengestelde principes. Je blijft voortleven na de dood en je verrijst met de opstanding. Meteen na de dood werd er een oordeel uitgesproken en ging de afgestorvene naar een paradijselijke omgeving, de hemel, of naar een eindeloos voortbestaan in erbarmelijke omstandigheden. Wie niet helemaal boosaardig was, maar toch wat meer zijn best had mogen doen, diende een louteringsfase in het vagevuur te ondergaan."

Dit geldt zeker voor de christenen. Na het einde der tijden, bij het laatste oordeel, worden alle mensen nog eens op het appel geroepen, voorzien van een nieuw lichaam. Joden en getuigen van Jehova die er bij het leven een potje van hebben gemaakt, gaan dan wel definitief dood. Ze komen er, in vergelijking met christenen en islamieten nog goedkoop van af, aangezien die voor altijd in de hel worden gestort."


(Bron: WILLEMS L., De doden wachten. Hoe denken de verschillende godsdiensten over de dood?, in Knack, oktober 1997)
Het jodendom en het leven na de dood

De naam van Jahweh houdt in dat Hij absoluut soeverein is over het leven en de dood en dat Hij hun -die aan Hem vasthouden- onvoorwaardelijk trouw is, dus ook tot over het graf heen. De grenzen waarop de levenden stoten, zijn geen grenzen voor Hem. Indien de macht en de trouw van Jahweh borg staan voor leven over de dood heen, is dat wel steeds in onverbrekelijk verband met de Torah. Israël heeft dit niet in de zin opgevat dat het onderhouden van de Torah de voorwaarde is voor de gave van het uiteindelijke leven, maar de Torah is zelf het leven en bijgevolg betekent de afwijzing van haar de dood. De Schrift gaat hierin een heel eigen weg, vergeleken met de omringende cultuur. Niet de fysieke dood betekent de grootste bedreiging voor de mens, maar wel geen gehoor geven aan de Torah. Daardoor verspeelt de mens immers de gemeenschap met God. Het absolute kwaad is dus niet de dood, maar wel een leven buiten de Torah. Bijgevolg verschuiven de begrippen leven en dood: leven buiten de Torah is reeds dood en dood-in-verbondenheid-met-Jaweh is waarachtig leven. Hiermee worden leven en dood niet meer beschouwd als een allesoverheersend lot over de mens, maar worden leven en dood gezien als een persoonlijke en vrije keuze van de mens om wèl of niet te luisteren naar Gods Woord.


(Bron: BEUKEN W., Dood en leven in het Oude Testament: een andere taal in LAMBRECHT J.EN KENIS L., Leven over de dood heen, Leuven, Amersfoort, Acco, 1990, 287-293)
Het leven na de dood volgens het boeddhisme

Natuurlijk werd ook in de boeddhistische traditie een visie ontwikkeld op de dood en het hiernamaals. In een boeddhistisch verhaal hanteert Nagasena, die tegenover een Indisch-Griekse koning Menadros of Milinda de leer van de Boeddha uiteenzet, de volgende vergelijking:

"Wanneer iemand een lamp aansteekt,
blijft deze dan niet de hele nacht branden?
Is nu de vlam in de eerste nachtwake
identiek met de vlam in de middelste of de laatste nachtwake,
of zijn ze verschillend?'
De koning moest beide vragen negatief beantwoorden.
'Zo ook', zei Nagasena,
'voegt de keten van gegevenheden van het bestaan zich aaneen:
het ene ontstaat, het andere vergaat.
Zonder begin, zonder einde voegt het zich aaneen:
daarom is het noch hetzelfde wezen noch een ander wezen
dat de laatste trap van zijn inzicht bereikt."
(Milindhapana 40)

Enkele maanden voor zijn dood, zei de Boeddha tot zijn oppasser Ananda:


"Over drie maanden zal ik heengaan.
Vandaag heb ik bewust en vrijwillig ervan afstand gedaan om verder te leven.'
toen hij zo gesproken had,
sprak de eerbiedwaardige Ananda de Gezegende aan en zei:
'Blijf leven, Heer, zolang de wereld bestaat,
voor het goede, het nut en het welvaren van goden en mensen."
Maar de Boeddha antwoordde:
"Wat nu, Ananda?
Heb ik u vroeger niet verklaard
dat de natuur van al wat ons nabij en dierbaar is, zo is,
dat wij ervan moeten scheiden,
het moeten achterlaten, ons ervan moeten losmaken?
Alles wat geboren wordt, ontstaat of samengesteld is,
draagt in zichzelf de noodzaak van ontbinding.
Hoe kan het dan, Ananda, mogelijk zijn,
dat een dergelijk wezen niet zou ontbonden worden?
Een dergelijke toestand kan toch niet bestaan!"
(Uit de Maha-Parininn ana Soetra uit Roeach voor het zesde jaar)

De dood is alleen maar het begin van nieuw leven en lijden... tot de uiteindelijke oorzaak, namelijk begeerte, vernietigd wordt.


Boeddha zegt dat de wedergeboorte kan vergeleken worden met een vlam die men van lamp tot lamp doorgeeft. De vlam van de laatste lamp is niet dezelfde als die van de vorige. Boeddhisten ontkennen een ziel, een persoon, een ik, als een zelfstandige entiteit en blijvende realiteit over de dood heen. Elke mens is immers afhankelijk, sterfelijk en vergankelijk. Slechts het karma wordt overgedragen op de volgende incarnatie. Deze dient te streven naar een volkomen onthechting, bevrijding en verlichting in het Nirwana.
Ofwel handelt de mens vanuit zijn gehechtheid aan zijn begeerte, hetgeen lijden in een nieuw bestaan tot gevolg heeft. Ofwel handelt de mens vanuit een onthechte houding, waardoor hij het nirwana kan bereiken en niet langer vastkleeft aan vergankelijke aardse dingen.
Wat er precies na de dood gebeurt, interesseerde de Boeddha minder. Speculeren over wat er na de dood volgt, vond hij zelfs ketterij. De mens moet zich vrij maken van alle verlangens, van het verlangen om te bestaan, van het verlangen om niet te bestaan. Voor de boeddhist volstaat het te weten dat er bevrijding mogelijk is uit de eindeloze cyclus van wedergeboorten en lijden.
(Bron: CORNILLE C., De wereldgodsdiensten)
Het leven na de dood volgens het hindoeïsme

"Hindoes geloven dat elk mens een ziel heeft. Hindoes noemen die ziel het atman. Hindoes geloven dat het atman na de dood terugkeert op aarde. Het atman wordt herboren in een nieuw lichaam. Soms als mens en het kan ook als dier. Soms wordt het een godheid. De dood is dus niet het einde, maar een nieuw begin. Een nieuw leven. Dood en geboorte volgen elkaar steeds op. Dat wordt reïncarnatie genoemd.


Toch hopen hindoes dat het atman ooit bevrijd wordt van het leven op aarde. Want leven op aarde brengt altijd leed met zich mee. Om het atman te bevrijden moet je je aan je godsdienstige plichten houden. Het atman kan daarna moksha bereiken. Het keert niet terug op aarde, maar bereikt de eeuwige gelukzaligheid."
(Bron: Levensbeschouwing in beeld: bruggen bouwen)
Het leven na de dood volgens de islam

"Moslims geloven dat God op de laatste dag zal oordelen over jouw leven. Je gaat naar de hemel of naar de hel. Dat hangt af van hoe je geleefd hebt. De doden zullen op de laatste dag opstaan uit de dood. Zij worden daarom niet gecremeerd (verbrand).


Familieleden wassen het lichaam van een overleden moslim driemaal. De imam (voorganger) leest stukken uit de koran (heilige boek). Daarna wikkelen zij het lichaam in witte doeken. Iedereen is in de dood gelijk. Dure kleding is dus niet toegestaan. Na de wassing regelen moslims de begrafenis zo snel mogelijk.
Moslims geloven dat twee engelen de dode in het graf zullen ondervragen. De imam fluistert de antwoorden in. Dat is talkien. Hij zegt, dat de overledene een moslim was. Dat hij gelooft in één God. En dat hij gelooft dat Mohammed de boodschapper van God is."
(Bron: Levensbeschouwing in beeld: bruggen bouwen)

"De dood is in de islam geen eindpunt. Alles is in de handen van God: zowel de tijd, de plaats als de manier waarop iemand sterft. Na de dood gaat de ziel naar een tussenwereld waar ze wacht. Dan komt het grote oordeel dat de beloning of straf van het lichaam en de ziel zal bepalen. Iedereen zal krijgen wat hij of zij verdient, naargelang de handelingen die hier op aarde verricht werden.


Het kan pijn of angst zijn of een voorsmaak van het eeuwige leven. Op een dag zal de aarde vergaan en die eindtijd noemt men in de islam de 'Dag des Oordeels'.
Op die dag zullen de zielen terugkeren naar het lichaam in het graf. En op die dag zal Allah elk van ons verhoren en beslissen wie Hij naar de hemel of de hel zal zenden.
Dus de dood heeft voor de moslims veel te betekenen: ze is dan eigenlijk het begin van een nieuw leven.
'Moge Hij ons beschermen en behoeden voor het kwade'."
(Bron: Islam over ziekte, dood en geboorte)

"De koran stelt hemel en hel heel beeldrijk voor. De beschrijvingen van het paradijs hebben met permissie gezegd veel weg van de natte droom van een puber. Terwijl de gedetailleerd beschreven folteringen in de hel in tegenstrijd zijn met de oneindig goede en vergevingsgezinde God uit de aanhef van de koran. Later poneerden de islamitische theologen en mystici dat deze beelden slechts functioneerden als metaforen voor het opperste geluk en ongeluk. En net als in het christendom zijn er theologen die twijfelen aan het bestaan van de hel. Zij voeren de hel niet terug tot een lichamelijke foltering, maar tot de knagende spijt om alle gemiste kansen tot goedheid of ook tot de staat van verstokte boosaardigheid."


(Bron: WILLEMS L., De doden wachten. Hoe denken de verschillende godsdiensten over de dood?, in Knack, oktober 1997)
De materialistische benadering van de dood

"In de materialistische opvatting betekent de dood het einde van een bestaan. Punt uit. Dat is dan de dood benaderd vanuit de volgende invalshoek: 'wat ik zie, is de werkelijkheid en wat ik niet zie, bestaat niet.' Zo geredeneerd, liggen de zaken simpel. De strikt objectieve waarneming van de dood gebiedt maar één conclusie. Dood is dood. Nadien komt er niets meer."


(Bron: WILLEMS L., De doden wachten. Hoe denken de verschillende godsdiensten over de dood?, in Knack, oktober 1997)

"In elke cultuur en in alle tijden zijn er niet allen individuen, maar ook groepen geweest die leefden vanuit de overtuiging dat de dood het absolute einde is van de mens. Een dergelijk geloof vindt men nu ook terug bij personen of groepen die zich humanistisch noemen. Het geloof dat de dood het einde is, hangt vaak samen met de idee van de radicale verbondenheid of identiteit van lichaam en geest. Bij de dood sterft de geest dus samen met het lichaam en blijft er niets over van de mens. Deze voorstelling van de radicale eindigheid van de mens gaat meestal gepaard met een hedonistische levenshouding. Zolang we leven moeten we zoveel mogelijk genieten en elke vorm van lijden vermijden."


(Bron: CORNILLE C., De wereldgodsdiensten, p. 115)

"Voor humanisten is de dood een ondoorgrondelijke gebeurtenis waarover verschillende opvattingen kunnen bestaan. Aangezien de dood in de ogen van humanisten in ieder geval het einde van het menselijk leven in de huidige vorm is, richten zij zich op de eerste plaats op de kwaliteit van het leven.


De angst voor de dood wordt door humanisten beantwoord met het streven naar aanvaarding. De dood is een niet te veranderen gegeven dat je onder ogen moet zien en waarmee je moet leren leven, zeggen zij. Daarom stimuleren zij mensen om tijdens hun leven al wensen over hun uitvaart vast te leggen."
(Bron: Uitvaart voor humanisten)

BOEDDHISME

Wie geleerd heeft afstand te doen van de dingen van deze wereld en van zijn egoïstische wensen, die is verlost. Daarom is het niets de ultieme verlossing, het nirwana. De dood is de beste leermeester in het onthechten: hij leert los te laten en te berusten.
JODENDOM

De dood is geen definitief afscheid. De doden slapen in het stof van de aarde tot God in zijn grote ontferming hun levensgeesten opwekt.


ISLAM

Allah oordeelt op het einde. Wie geen verdiensten heeft, wordt echter in het eeuwige hellevuur geworpen. De doden, behalve de martelaren en anderen die onmiddellijk na hun dood het paradijs binnengaan, wachten in hun graven op de opstanding en het einde van de wereld.


HUMANISTEN

Voor hen is de dood van de mens het radicale einde van het leven; dood is dood. Enkel het sterven van de mens, niet de dood zelf, vormt een wezenlijk onderdeel van het leven.


CHRISTENEN

De christelijke boodschap over een leven na de dood bij God, berust niet op wetenschappelijke kennis maar op het geloof in een liefdevolle God die mensen niet in de steek laat, zelfs niet in de dood. Het is een geloof dat arm is aan weten maar rijk aan hoop. Daarom zijn er steeds veel vragen en twijfels gerezen en is het ook vandaag geen eenvoudige boodschap.


Al kunnen godsdiensten de doden niet terugbrengen, geloof kan wel helpen innerlijk afscheid te nemen, het verdriet een plaats te geven en de rouw te vertolken. Verschillende religies hebben elk eigen wegen gevonden om vorm te geven aan de relatie tot de dood en tot de gestorvene. Geloof, hoop en liefde worden daarin tot uitdrukking gebracht. Sommige vormen van afscheid nemen en rouwen zijn heel oud. Ze ontstonden in eeuwen van gezamenlijk zoeken naar steun en werden vastgelegd in vertrouwde rituelen, zang, woord en gebed.


Koningin Beatrix
Uit: L. ANCKAERT, Troost elkaar met deze woorden. Omgaan met lijden en sterven, Averbode, 1997.


    1. ROUWEN IS EEN ARBEID EN PROCES




      1. Getuigenissen van nabestaanden

Zoek enkele getuigenissen van nabestaanden bij



  • zelfdoding

  • abortus

  • verkeersongeval

  • ziekte

  • kindersterfte (miskraam)






  • wat is gemeenschappelijk en wat is verschillend (afh. Van de situatie?)


      1. De drie bomen. Uit Respons T5, p. 70 (zie achteraan)




  1. Hoe gaat elke boom om met lijden?

  2. In welke boom herken je jezelf?

…………………………………………………………………………………………………


…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………………………


      1. Rouwen als arbeid

Kenmerkend voor onze cultuur is dat dood en rouw meer en meer in een taboesfeer geraken en doodgezwegen worden. Veel tijdgenoten verdragen ook niet dat mensen lang rouwen. Daardoor is rouwen voor vele mensen ook een eenzaam gebeuren, veel meer dan vroeger toen alles meer openlijk in de gemeenschap kon beleefd worden en gedragen worden door de buurt. Trouwens, vaak kunnen mensen eerst na een tweetal jaren de pijn om het verlies toelaten.



Rouwen is:1 wenen om wie men verloren heeft, om het stuk van zichzelf dat mee gestorven is. Rouwen is proberen stapje voor stapje het verlies onder ogen te zien. Rouwen is stilaan proberen met vallen en opstaan te aanvaarden dat men moet doorgaan tot op het punt waarop men opnieuw zijn leven kan opbouwen. Daarom is rouwen werken. Het is een ware opdracht om een nieuwe levensweg te zoeken en te vinden. Rouwen is een werkwoord. Dit vraagt tijd. Het behelst een heel eigen geschiedenis, een proces van verdriet, eenzaamheid, pijn en gevecht. Het overlijden van een dierbaar iemand overkomt ons. Rouwen is een emotioneel gebeuren waar de logica vaak zoek is.
Rouwen is een proces dat men doormaakt. Het rouwgebeuren is geen statisch gebeuren, maar een proces waarbij de mens met inzet van zijn psychische, geestelijke en sociale krachten een pijnlijk verlies verwerkt. De rouwende maakt in de loop van het rouwproces een verandering door, een evolutie van verschillende houdingen. Die evolutie verloopt niet bij iedereen op dezelfde manier of volgens hetzelfde schema. Ze is afhankelijk van allerlei factoren, zoals intensiteit van de relatie, de leeftijd, de stervensomstandigheden en de doodsoorzaak.
Uit: L. ANCKAERT, Troost elkaar met deze woorden. Omgaan met lijden en sterven, Averbode, 1997.

Het aanvaarden van het verlies


De rouwende moet gaan accepteren dat de overledene werkelijk dood is en nooit meer terug komt. Men worstelt met de vraag: Is het een droom? Een nachtmerrie? Of de echte werkelijkheid? De rouwende ziet bijvoorbeeld iemand voorbij lopen die hem aan de overledene doet denken en zal zichzelf voorhouden: ‘Nee, dit kan Jan niet zijn. Jan is werkelijk dood.’ De rouwende kan dit verlies ook ontkennen en allerlei vormen aannemen die de omkeerbaarheid van het verlies moeten waarmaken.

In extreme vorm heb ik meegemaakt dat iemand allerlei christelijke verklaringen gebruikte. Ook veertig maanden na de dood van zijn vrouw was hij hevig teleurgesteld toen zij niet tot leven kwam.



Om tot werkelijke aanvaarding van het verlies te komen is tijd nodig. Het moet verstandelijk en emotioneel aanvaard worden. Om het verlies echt te kunnen verwerken is het erkennen en accepteren van de dood van de geliefde van essentieel belang.

Het verwerken van de pijn


De pijn om de dood moet worden erkend en doorleefd. Niet voor iedereen zal de pijn op dezelfde manier ervaren en doorleefd worden. De relatie met de geliefde en de persoonlijkheid van de rouwende speelt daarin ook een rol. Het verwerken van zo’n groot verlies kan niet zonder enige vorm van pijn verlopen. De rouwende kan de pijn wel ontlopen en pijnlijke gedachten vermijden. Er worden alleen maar goede gedachten toegelaten en de pijnlijke gedachten vermeden, in de trant van ‘over de doden niets dan goeds’. Gebruik van medicijnen en alcohol kan de pijnlijke gevoelens tijdelijk onderdrukken. Blijft de rouwende op allerlei manieren deze gevoelens ontlopen, dan kan de pijn in de vorm van bepaalde lichamelijke symptomen of afwijkend gedrag naar boven komen.
Bijvoorbeeld: Door traumatische jeugdervaringen, waarin haar vader een zeer belangrijke rol speelde, was een vrouw al lange tijd in therapie. Na de dood van haar vader hemelde ze hem op en schreef hem vooral allerlei goede eigenschappen toe.

Het aanpassen van het leven waarin de overledene ontbreekt


De rouwende ontdekt dat de overledene allerlei taken en rollen vervulde die nu blijven liggen. Voor echtparen kan dit bepaalde (onbewuste) rituelen inhouden. De man die voor de financiën zorgde. De vrouw die de sokken stopte. Een familiegrap of één speciaal woord had een bijzondere betekenis in hun relatie. Bepaalde taken of rollen kunnen overgenomen worden door de achterblijvende en andere zaken zijn voorgoed verleden tijd. Niemand zal hem of haar op gelijke wijze kunnen vervangen.
Mevrouw H : ‘Ik moest gaan ontdekken dat het niet langer “wij” was, maar dat het “ik” moest worden, die dingen meemaakte en beleefde.’
Als men zijn partner verliest, wordt ook de relatie met andere echtparen dikwijls anders. ‘Ineens kon de bridgeavond niet meer doorgaan, want de vierde speler miste. Zij vonden een ander echtpaar en ik was voorgoed buitenspel.’
Worden: ‘Verlies door de dood kan ook iemands waarden ten aanzien van het leven en filosofische opvattingen veranderen – opvattingen die beïnvloed zijn door de familie, het milieu, opvoeding, en geloof, maar ook levenservaringen. Het is voor de nabestaande niet ongebruikelijk zich te voelen alsof alle richting in het leven is verloren.’
Het gaat er uiteindelijk in deze taak om, dat de mensen zich gaan toerusten om nieuwe taken en vaardigheden te ontwikkelen. Hierdoor hoeft de rouwende zich niet langer hulpeloos te voelen en zich terug te trekken uit het leven van alledag.

De overledene emotioneel een plaats geven en verder leven


De rouwende moet voor de overledene een geschikte plaats in zijn emotionele leven vinden. De overledene moet zo’n plaats krijgen dat de nabestaande op een doelmatige manier verder kan leven. Voor sommige mensen is dit erg moeilijk. Zij nemen zich voor om nooit meer van iemand te houden, of zijn bang dat een ander dát plaatsje in zal nemen. ‘Het niet voltooien van de vierde taak kan men het best omschrijven als: zich niet meer binden, niet meer houden van het leven en van mensen. Sommigen vinden het verlies zo pijnlijk dat ze besluiten zich nooit meer te binden.’
Mevrouw D een bewoonster in een zorginstelling: ‘Mevrouw W is best aardig, maar toch kan ik niet hartelijk en aardig tegen haar zijn. Ik weet het ligt aan mij, maar het lukt me gewoon niet om iemand anders in de kamer van mevrouw L te zien.’
Voor veel mensen is de vierde taak de moeilijkste. ‘Ze lopen vast op dit facet van de rouwverwerking en realiseren zich later dat hun leven op de één of andere manier ophield toen het verlies een feit was. Toch blijkt het mogelijk te zijn dat de vierde taak wordt voltooid.’

- Vergelijk de tekst van de drie bomen met rouwen is een arbeid.

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
- Artikel: (zie achteraan)


  • DEJONCKHEERE, kinderen kunnen alleen rouwen als ook hun ouders met verdriet om kunnen.

Tracht adhv dit artikel een antwoord te formuleren op hoe kinderen rouwen en spelen volwassenen hier een rol bij?


  • wat zijn manieren voor jongeren om te rouwen? (zoek hier zelf iets rond op)


    1. RITUELEN




      1. Omschrijving van rituelen

(bespreking: Met symbolen en rituelen naar het hart van het bestaan, door Claire vanden Abbeele)


Rituelen = - geven gestalte aan bepaalde overgangen in het leven

- men mag een ritueel niet uitvoeren om het ritueel zelf. Zo gaat de functie en de werking verloren => lege rituelen

- het is een manier om innerlijke gevoelens en gedachten te uiten in symbolen of symbolische handelingen

- het is een houvast in moeilijke tijden (structuur en stabiliteit)


Rouwrituelen = - voorgaande + …

- het gevoel van de rouwende moet een belangrijke plaats en aandacht krijgen

- het heeft een sociale functie:

er groeit een verbondenheid tussen mensen die elkaar op dat moment vinden. Het is belangrijk dat verdriet samen met anderen kan worden geuit en verwerkt

- een begrafenis moet gezien worden als iets voor de nabestaanden. Het geeft de rouwverwerking een goede start.



  • rituelen werken pas wanneer ze passen in de leefwereld van de persoon die het ritueel uitvoert en wanneer ze duidelijk de gevoelens van de betrokkenen uitdrukken.

Opdr.:


  • welke rituelen worden er gehouden bij een overlijden,

  • geef rituelen uit je eigen leven

  • zijn rituelen zinvol? En waarom?

  • Is een begrafenis zinvol

  • Zijn rituelen noodzakelijk in het leven?



  1   2

  • Ontkenning
  • Onderhandelen
  • Depressie
  • Marco Borsato afscheid nemen bestaat niet
  • Het aanvaarden van het verlies
  • Het verwerken van de pijn
  • Het aanpassen van het leven waarin de overledene ontbreekt
  • De overledene emotioneel een plaats geven en verder leven

  • Dovnload 155.36 Kb.