Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Liturgie: votum en groet

Dovnload 27.87 Kb.

Liturgie: votum en groet



Datum02.09.2018
Grootte27.87 Kb.

Dovnload 27.87 Kb.

Preek over 2 Samuël 6

Liturgie:

votum en groet

Ps.24:5


wetslezing

Ps.74:8,13

gebed

Gz.14 [schoolpsalm]



lezen: 2 Sam.6

Joh.14:1-7

Ps.68:7,10,11

preek: 2 Sam.6:17-18

Ld.423

gebed


collecte

Ps.106:1,2



zegen

Preek 25 november 2012. Capelle aan den IJssel. Kees van Dusseldorp



Lezen: 2 Sam.6; Joh.14. Tekst: 2 Sam.6:17-18 [David-serie – 4]
Gemeente van Christus.
** leven met God: een divers beeld **
Leven met God. Voor een jonge broeder is dat een dagelijks feest. Met veel enthousiasme praat hij erover. Hoe geweldig blij hij is met Jezus. Hij betrekt de Heer bij alles wat hij doet. Ziet in deze wereld Gods leiding. Ervaart in de mooie dingen Gods zegen. Vol verwachting staat hij open voor Gods Geest. De Heer is met mij, zegt hij met vertrouwen. Zijn leven zingt van God.
Leven met God. Voor een oudere zuster is dat een voortdurende vreugde. Ze praat er niet vaak over. Maar je merkt dat ze een warme band met de Heer heeft. In de rust die ze heeft en de liefde waarmee ze luistert. In de kaarten die ze stuurt. Ze bidt voor kinderen en kleinkinderen. Ze bidt voor kerk en wereld. Ze dankt voor elke dag. De Heer is met mij, zegt ze met verwondering. Haar leven glanst van God.
Leven met God. Voor een oudere broeder is dat een strijd. Hij weet veel van de bijbel. Kent de leer van de kerk. Probeert trouw te zijn in bijbellezen en gebed. Maar hij ervaart meer afstand dan nabijheid. Hij houdt last van zijn eigen fouten en tekorten. Krijgt geen antwoord op zijn vragen. En ziet mensen zonder geloof een gelukkig leven leiden. Is de Heer met mij? vraagt hij met twijfel. Zijn leven vraagt naar God.
Leven met God. Voor een jonge zuster is het geen issue. Wat is dat, leven met God? Wat betekent dat en hoe doe je dat? Veel dingen vragen haar aandacht: vriendinnen en jongens, opleiding, sport en uitgaan. In God gelooft ze zeker, waarom zou ze eraan twijfelen? Je wilt toch later naar de hemel. Maar leven met God, dat kan ze niet plaatsen. Is de Heer met mij? zegt ze met onbegrip. Haar leven zoekt naar God.
** Christus en de ark **
Leven met God. Zo wil ik met u 2 Samuel 6 lezen. De ark van het verbond wordt door koning David overgebracht naar Jeruzalem. Het is een feestelijke gebeurtenis. Het is een gebeurtenis, die het bijzondere karakter van Israël als volk van God duidelijk maakt. Aan het binnenbrengen van de ark ontleent Jeruzalem haar unieke betekenis in de wereld. Hiermee krijgt de naam Sion haar eigen klank. Een uniek gebeuren. Waar veel over te zeggen valt. Maar dat ons vooral veel te zeggen heeft over het leven met God.
Het binnenbrengen van de ark heeft voor Israël een bijzondere betekenis. Ooit was de ark in opdracht van God gemaakt om mee te gaan in de volksverhuizing. In de tijd van Mozes. Een gouden kist als symbool van Gods aanwezigheid. De gegrafeerde stenen erin als aanduiding van Gods aanspraak. En een deksel met de grote engelenfiguren erop als symbool van Gods verzoening. In de ark van het verbond is de Heer Jezus Christus zichtbaar. Gods aanwezigheid, Gods aanspraak en Gods verzoening. Dat is wat Jezus Christus voor ons is. Hij maakt leven met God mogelijk.
In die oude geschiedenissen van vroeger zie je hoe God bezig is met zijn reddingsplan. En in het prachtige koningschap van David leren wij iets van het leven in het koninkrijk van God. Het leven onder koning Jezus. Een leven met God. Ook in onze tijd en in onze wereld. Zo luisteren wij en lezen wij. Het leven in het koninkrijk van God wordt geschetst in het koningschap van David. In hoofdstuk 5 ging het over de vrede die geborgd is in de vredevorst. Hier maakt de Schrift ons duidelijk, dat leven in het koninkrijk van de Gezalfde een leven met God is. Het binnenbrengen van de ark laat iets zien van het binnenkomen van de Heer Jezus Christus in je leven. Christus is onze ark. Gods aanwezigheid, Gods aanspraak, Gods verzoening. Ook voor jou en voor mij. Jezus maakt het leven met God mogelijk.
** zonder God geen leven **
Leven met God. Wil je dat eigenlijk wel? Voor David is dat geen vraag. Dertigduizend jonge mannen trommelt hij op. Uit alle stammen van Israël. Al een paar keer eerder heeft hij ze bij elkaar geroepen. Voor de verovering van Jeruzalem. Voor de veldslagen tegen de Filistijnen. Toen kwamen ze met zwaarden en speren. Nu heeft hij weer zo’n leger bij elkaar. En ze trekken opnieuw naar het Westen, richting de Gazastrook, naar het Filistijnse land. Maar dit keer is het geen leger met zwaarden, maar met harpen. De soldaten dragen geen speren, maar bekkens en tamboerijnen. In feestelijke parade gaat David naar Baäla om de ark van God op te halen en naar Jeruzalem te brengen.
Het lijkt erop of de mensen die ark vergeten zijn. Tachtig jaar eerder was de ark buitgemaakt door de Filistijnen. Maar toen er allerlei rampen en ongelukken gebeurden in de omgeving van de ark, wisten de Filistijnen niet hoe snel ze dat gevaarlijke ding op een kar moesten zetten, met een paar koeien ervoor, die luid loeiend die kist naar Israel brachten. Om de een of andere reden hebben de Israelieten toen de ark niet in een heiligdom geplaatst, maar ondergebracht bij een priester, die daar ergens op een heuvel woonde. En niemand taalt ernaar. Men zoekt geen leven met God.
Tot David koning wordt. Die haalt de ark naar Jeruzalem. Er zijn allerlei strategische motieven bij bedacht. David zou bij alle vernieuwingen die hij wilde doorvoeren, heel nadrukkelijk willen aansluiten bij het verleden, zodat hij voor zijn beleid ook de conservatieven kon meekrijgen. David zou de eenheid van het volk willen vergrendelen en alles willen controleren door in de hoofdstad ook het centrum van de eredienst onder te brengen. Er zat wel iets onzuivers in Davids motivatie, dat blijkt uit het vervolg. Maar zoals we David kennen, staat bij hem het echte verlangen voorop om God de eerste plaats te geven in zijn koningschap. In de psalmen die hij gemaakt heeft ter gelegenheid van de intocht van de ark is dat heel duidelijk. ‘Omhoog, o poorten nu omhoog, want zie Hij komt, de vorst der ere.’ (Ps.24) ‘Sla de tamboerijnen, Hij is de levensbron der zijnen.’(Ps.68). Zo kennen we David ook uit zijn verdere leven. Hoe hij zich ook typisch gedroeg als een oosterse vorst, in al zijn macht en eigenbelang, hij bleef tegelijk de man van de intense en intieme omgang met God. De koning die beseft dat zijn koningschap geen waarde heeft zonder God. De mens die zijn afhankelijk kende.
Leven met God. Wil je dat wel? David kiest er bewust voor. Zonder God heeft zijn leven geen blijvende waarde. David heeft dat gezien. Hij beseft dat hij zonder God zijn energie en krachten verspilt, dat zijn levenswerk zinloos is. Genoeg redenen om mét God te leven. De ark moet functioneren. Zonder Christus heeft het leven geen zin.
** maar wel in heiligheid **
Maar het gaat de eerste keer niet goed. Helemaal niet goed. Hoe kan dat nu? Is er eindelijk een koning, die zijn koningschap nadrukkelijk aan God wil onderwerpen. Is er ene Uzza die wil voorkomen dat de ark op de grond valt. Mensen die met God willen leven. Maar dan valt die Uzza op slag dood, zodra hij de ark aanraakt. Moet God op zo’n manier goede bedoelingen bestraffen en mensen zo afschrikken? Wat kon Uzza er nu aan doen dat die koeien struikelden en dat de ark van de wagen afgleed? Het feest is kapot.
Ja en toch moest David iets leren. Iets leren over dat leven met God. Namelijk dat je God niet gemakshalve op je eigen wagen kunt zetten, maar dat Hij door mensen op handen gedragen wil worden. Dat jij God niet in jouw centrum brengt, maar dat de Heer zelf die plaats gaat innemen. Dat je het leven met God niet naar jezelf kunt toetrekken, maar dat je dat alleen als een wonder kunt ontvangen. Besef in de nabijheid van God dat je in een heilig spanningsveld staat. Luister in het dienen van de Heer zorgvuldig naar zijn woord.
De eerste fout heeft David gemaakt. De ark mag niet op z’n heidens op een kar gezet worden, maar moet door mensen gedragen worden. Wie de Heer wil dienen, moet er zelf de schouders onder zetten. En het transport gaat fout bij de tweede misser: Uzza pakt de ark vast, terwijl geen mens de ark mocht aanraken. Niet voor niets zaten er lange draagbomen aan die gouden kist. Ongetwijfeld deed Uzza het met goede bedoelingen. Maar hij kende toch te weinig respect voor de heilige God. David moet ervan leren. En heel Israël. Dat God zich niet voor iemands karretje laat spannen. Dat de Heer niet alleen gediend wil worden met goede bedoelingen, maar ook met gehoorzaamheid. Dat als God iets gezegd heeft, Hij dat ook serieus meent. David moet leren dat hij God niet maar even kan onderbrengen in zijn stad, maar dat het genade is als God ervoor kiest om ergens zijn intrek te nemen.
Leven met God. Dan hebben we het niet over iets simpels. We hebben het over een heilige zaak, die om een serieuze aanpak vraagt. Het contact met God vraagt om zorgvuldigheid. Wees bereid om je eigen ideeën en wensen bij te sturen naar Gods aanwijzigingen. God dienen is niet gemakkelijk en goedkoop. God laat zich niet voor onze karretjes spannen. Want God is niet iets, maar Hij is Iemand. Iemand die zichzelf serieus neemt en die ook ons serieus neemt. Op zijn scherpst gezegd: Vanuit de mens gezien is leven met God onmogelijk. Wie dat vergeet, die krijgt kortsluiting.
** intocht met offers, dragers en feest **
Leven met God is onmogelijk. Dat maakt de plotselinge dood van Uzza duidelijk. De eerste reactie van David is boosheid. De tweede reactie is angst. ‘Hoe kan de ark van de Heer ooit bij mij komen?’ En zijn derde reactie is afstand. De ark wordt geparkeerd in het huis van een Filistijn met een edomitische naam. Zou de ark in zo’n heidens huis minder onheil aanrichten?
En dan begint het verhaal opnieuw, maar van de andere kant. De Heer zelf klopt aan de deur. Het huis van Obed-Edom werd gezegend. Opvallend gezegend. De oogst zal overvloedig geweest zijn, een bijzondere genezing in zijn gezin misschien, financiele meevallers en voorspoed onder het vee. De Heer klopt aan de deur. Want wat vanuit mensen niet genomen kan worden, kan door de Heer wel gegeven worden. Waar je als mens God niet in een karretje je leven kunt binnenrijden, daar laat Hij zichzelf wel binnendragen tot in het hart. Leven met God is zeker mogelijk, maar Hij bepaalt op welke manier.
De Heer zelf klopt aan de deur van Davids hart en aan de poort van Davids stad. Dan gaat het feest toch nog door. Maar wel op een andere manier. In de wonderlijke combinatie van blijdschap en nederigheid. Daar is een David die zijn koningsmantel heeft afgelegd en een gewoon priesterschort heeft aangetrokken. Zijn nederigheid. Daar is een David die met volle overgave voor de ark uitdanst. Zijn blijdschap. Daar zijn de offers. Steeds zes stappen en dan een offer. De zevende stap is altijd voor de Heer. De zevende dag. Om te beseffen dat alles van de Heer is. Om in de ruimte van Gods genade te blijven. Daar is het gezang en gejubel van het volk. Blijdschap. Daar zijn de dragers. De wet op de schouders en geloof in het hart. Daar is het hoorngeschal. De intocht van de ark in Jeruzalem. Leven met de Heer is mogelijk. Maar altijd als een geschenk van God zelf. In afhankelijkheid van zijn genade. In gehoorzaamheid aan zijn wil.
Leven met God is wel mogelijk. God zelf maakt het mogelijk. ‘Ik ga heen om voor jullie een plaats gereed te maken’, zei de Heer. ‘Gelooft in Mij, want ik ben de weg de waarheid en het leven.’ Dat is Gods manier. De weg die Hij wijst. Via de Heer Jezus Christus. Dat is de weg waarop je eerst sterft. Sterft aan jezelf, aan je zonden. Om door de verzoening van Christus het leven te vinden. Het leven met God in blijvende ootmoed en blijdschap.
** leven met God: onder rijke zegen **
Leven met God. Is dat allemaal wel de moeite waard? Waar doe ik dat voor? Er zijn wel mensen die proberen om hier een sommetje van te maken. Leven met God kost mij dit. En het levert mij dat op. En als de winst hoog genoeg lijkt, is het de investering waard en ga ik geloven. Zo werkt het natuurlijk niet met geloof. Want wat noem je winst en wat noem je verlies? Maar vooral: leven met God is niet iets wat je kunt organiseren, maar iets wat je moet ontvangen. Tegelijk is het ook goed om te beseffen hoe rijk het leven met God is en welke toekomst er dan voor je open ligt. De Heer laat het ons weten, om de rijkdom van zijn genade te tonen en de kracht van zijn liefde. Het ervaren van die genade en liefde ontsteekt geloof.
Iets van de rijkdom van het leven met God wordt duidelijk in het verhaal van Davids koningschap. Het feest van het binnenbrengen van de ark wordt afgesloten met grote eredienst. David brengt heel veel offers. In 1 Kronieken lezen we de lofliederen die hij voor deze gelegenheid heeft geschreven. Met allerlei instrumenten begeleid. En het hoogtepunt is dat David zijn volk zegent in de naam van de Heer van de hemelse machten.
Daarmee is het diepe verlangen van koning David vervult. Hier heeft hij de hele actie voor georganiseerd. Dit heeft hij voor zich gezien. Dat de eer voor God door zijn koningschap nieuwe ruimte zou krijgen. Dat door zijn koningschap het volk in Gods zegen zou mogen delen. De koning die als een priester zijn volk zegent. Nee, de nadruk ligt niet op de persoon David. Maar op de zegen die hij zijn volk geeft. Daarin ligt de vrede van Davids rijk. Daarin klopt het hart van Israël. Leven onder de zegen van God.
Leven met God is een rijk leven: het is leven onder Gods zegen. Wat die zegen in de praktijk voor jou en voor u persoonlijk uitwerkt, kan ik niet zeggen. Wel maakt de Bijbel duidelijk, dat Gods zegen te maken heeft met vruchtbaarheid van je leven. Met vreugde in je leven. Met de waarde van wie je bent en wat je doet. Als de Heer je zegent, dan krijg je betekenis voor zijn koninkrijk. Ook al twijfel je zelf aan de waarde van je persoon of zie je haast geen zinvolle dingen in je leven. Onder Gods zegen krijgt het waarde. En soms wordt de zegen van God heel zichtbaar. In de voorspoed die je ervaart. In de blijdschap waarvan je geniet. In de liefde die je ontmoet. Een door God gezegend mens. Kun je dat eten, Gods zegen? Ja bij David wel. Want hij deelt ook heel stoffelijk uit: iedere aanwezige krijgt brood, gedroogde dadels en rozijnen mee naar huis. Maar zo concreet is Gods zegen vaak niet. Dat wacht nog. Maar leven met God is per definitie een gezegend leven. In Davids koninkrijk wordt het hart zichtbaar van het leven in Christus’ koninkrijk.
** reactie kan verwacht worden
Leven met God. Een onverdiend voorrecht dat je in de Heer Jezus Christus ontvangt. Dat je met eerbied en blijdschap leert aanvaarden. Dat je met gehoorzaamheid en enthousiasme in praktijk brengt. Leven met God. Dat is een leven onder Gods zegen. Dat tekent zich af bij het binnenbrengen van de ark. Bij David laat God zien wat het leven met Hem betekent. Wie dat gezien en ontvangen heeft, die blijft niet meer hetzelfde.
Ook David ging naar huis. Hij wil ook zijn gezin zegenen. Uitdelen van wat hij ontvangen heeft. Maar er wacht hem een koude douche. Michal, Sauls dochter, zoals zij hier steeds wordt genoemd, staat hem kil op te wachten. ‘Wat een koning ben jij’, schampert ze. ‘Uit het raam heb ik het gezien. Je danste in dat linnen priesterschort. Tussen het laagste volk. Je hebt je koninklijke waardigheid te grabbel gegooid. Je hebt jezelf vernederd.’
Michal heeft het niet gepeild. De wonderlijke blijdschap bij David. Zijn afzien van eigen eer en eigen waardigheid. Zijn leven met God. Zij heeft het hart van Davids koningschap niet gevoeld. Zij heeft geen oog voor de eer van God, de eer van David is in haar ogen geschonden en zij voelt zich in haar eer gekrenkt. Maar zij is dan ook een koningsdochter van Saul. En die begrijpen niet, wat David met veel ontroering noemt: Ik heb gedanst voor de Heer. Ik weet mij aangesteld over het volk van de Heer. Ik leef en werk voor de eer van de Heer.
Leven met God is een gezegend leven. Maar de Heer Jezus volgen is ook iets, wat veel mensen niet snappen. Want dan heb je de parel gevonden, waarbij alles in het niet valt. Zelfs je eigen eer en positie. Dat kan reactie oproepen. Reacties van onbegrip en spot. Of nog verder: tegenwerking en vervolging. Zelfs in je eigen huis. Maar tegelijk ontstaan er nieuwe relaties. Misschien met minder belangrijke en rijke mensen. Met wie je de parel deelt: Het kennen van Jezus Christus, die de weg, de waarheid en het leven is. Wie zich daartegen verzet, diens leven wordt onvruchtbaar als dat van Michal. Maar wie het zoekt, diens leven krijgt eeuwige waarde als dat van David.
Leven met God. Misschien zingt je leven ervan. Misschien glanst je leven ervan. Mischien zoekt je leven ernaar. Misschien vraagt je leven erom. Leven met God. Vanuit een mens onmogelijk. Maar in Jezus Christus gegeven. Tot zegen over je leven. Tot eer van God.
Amen


Dovnload 27.87 Kb.