Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Lupus en De medische praktijk

Dovnload 435.49 Kb.

Lupus en De medische praktijk



Pagina3/8
Datum04.04.2017
Grootte435.49 Kb.

Dovnload 435.49 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8
Oogheelkundige afwijkingen bij Lupus
Dr. O.P.van Bijsterveld en mw. drs.N.Klaassen-Broekema, oogartsen, Oogcentrum Houten, Houten

Bij slechts weinig Lupus patiënten ontstaan oogziekten die geassocieerd zijn met deze bindweefselziekte. Als er toch oogafwijkingen gaan ontstaan, dan kunnen deze zich ontwikkelen op allerlei plaatsen in het oog.


Oogafwijkingen

*Oogleden

De oogleden bijvoorbeeld kunnen aangedaan zijn. De ooglidhuid vertoont dan rode verkleuringen of er zijn verwijdingen van oppervlakkig gelegen bloedvaatjes.

*Traanklier

Als de traanklier bij het proces betrokken is, dan kan het syndroom van droge ogen ontstaan, waarbij bevochtigingsstoornissen optreden van het hoornvlies en bindvlies, ten gevolge van en tekort aan traanvocht.

De patiënt zal in dit geval klagen over droge, pijnlijke ogen. Vaak voelt het aan alsof er zandkorrels in de ogen zitten. ook klachten van vermoeide ogen kunnen hierbij passen. In het algemeen zal de patiënt kunsttraan-oogdruppels moeten gebruiken.

Bij deze groep patiënten is het belangrijk om, voorafgaand aan de therapie, een zorgvuldig traanfunctie-onderzoek uit te voeren, zodat niet alleen een correcte diagnose gesteld kan worden, maar ook de juiste therapie gekozen kan worden.

*Hoornvlies en harde oogrok

Ernstiger ziektebeelden ontstaan wanneer het hoornvlies (cornea) of de harde oogrok (sclera) bij het ziekte-proces betrokken zijn. Bij deze patiënten gaat het meestal om een ontstekingsreactie, waarbij het hoornvlies en de harde witte oogrok steeds dunner worden. De patiënt heeft pijn, het gezichtsvermogen is in het algemeen sterk verminderd en de prognose voor wat betreft de gezichtsscherpte is niet altijd gunstig. Gelukkig zijn deze ziektebeelden erg zeldzaam.

Tegenwoordig beschikken wij over goede ontstekingsremmende geneesmiddelen, die ook in oogdruppelvorm verkrijgbaar zijn. Soms is het voorschrijven van Prednison-tabletten echter onvermijdelijk.

*Netvlies

Indien het netvlies (retina) betrokken is bij Lupus, dan zien wij vooral afwijkingen aan de bloedvaten in het netvlies. Er is meestal sprake van een ontstekingsproces met als gevolg, bloedingen en uittreding van vocht uit de bloedvaten. In een enkel geval raken bloedvaten verstopt (trombose).

De precieze diagnose zal gesteld moeten worden met behulp van fluoresceïne-foto's. Hierbij worden, na een injectie in de arm met de kleurstof fluoresceïne, foto's genomen met een speciale camera. op grond van deze foto's kan worden vastgesteld welke netvlies-vaten precies zijn aangedaan en - meer in het bijzonder - welke behandeling zal moeten worden ingesteld.

Als de oorzaak gelegen is in een ontstekingsproces, dan zal de behandeling gericht worden op het voorschrijven van ontstekingsremmende middelen. Als de oorzaak vooral gelegen is in verstopping van de bloedvaten, dan zal soms behandeling met laser noodzakelijk zijn.


Chloroquines

Sinds de 50-er jaren wordt melding gemaakt van de gunstige effecten van antimalaria-

mid­delen, chloroquines, op het verloop van Lupus. Sindsdien is dan ook het gebruik van Plaquenil (hydrochloroquinesulfaat) en Nivaquine (chloroquinesulfaat), niet meer weg te denken uit de behandeling van deze ziekte.

Toen echter bleek dat de dosering van dergelijke middelen voor Lupus veel hoger lag dan voor malaria, kwam men er achter dat chloroquines schadelijk kunnen zijn voor vele organen in ons lichaam. De belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van schade was gelegen in het feit dat chloro­quines sterk aangetrokken worden door allerlei weefselcellen en zich hier gemakkelijk in kunnen ophopen.

De chloroquine-stapeling bleek vooral plaats te vinden in die weefsels die pigment bevat­ten: het netvlies is hier een voorbeeld van. Men ontdekte dat chloroquineconcentraties in pigment houdende weefsels soms honderden malen groter konden zijn dan die in het bloed.

Gelukkig bleek later, toen men de dosering van deze middelen geleidelijk verminderde dat het ontstaan van bijwerkingen bij veel patiënten voorkomen kon worden. Een addertje onder het gras is echter, dat chloroquines, éénmaal terechtgekomen in weefselcellen, slechts zeer langzaam het lichaam verlaten. Dit betekent dat, ook na het stoppen van deze medicijnen, nog bijwerkingen kunnen optreden.


Er zijn twee belangrijke weefsels in het oog die bij chloroquine-gebruik aangedaan kunnen zijn: het hoornvlies en het netvlies. In het hoornvlies kunnen, als gevolg van deze middelen, troebelingen ontstaan die soms de vorm van een werveltekening hebben (keratitis verticillata). De patiënt merkt deze troebelingen soms op en klaagt dan over een vermindering van het gezichtsscherpte. Gelukkig gaat deze aandoening meestal na verloop van tijd vanzelf weer over, zelfs indien de therapie voortgezet wordt.

Dit gunstige verloop geldt echter niet voor de aantasting van het netvlies: de beschadigingen van het netvlies ten gevolge van chloroquinestapeling zijn blijvend van aard.

De stapeling van chloroquines in het netvlies begint meestal rondom de fovea het centraal deel van de gele vlek) en daarna in de fovea zelf. Het netvlies ziet er dan bij oogspiegel-onderzoek uit als een schiet-schijf: het zogenaamde Bull’s eye. Weer later breidt het proces zich uit naar perifeer in het netvlies. Hier ziet men dan wit-gele beschadigingen ('peper- en zoutvlekken').
Door de stapeling van chloroquines in het netvlies verstoren zij de stofwisseling van de zintuigcellen, dat wil zeggen, de buitenste receptorlaag waarin zich de staafjes en de kegeltjes bevinden, wordt beschadigd. Uiteraard zal het gezichtsvermogen bij deze patiënten in ernstige mate verminderd zijn.

Als de chloroquine-stapeling eenmaal heeft plaatsgevonden in het netvlies, met als gevolg daarvan een beschadiging van de zintuigcellen, dan zijn de kwalijke gevolgen hiervan blijvend.

Het is dus van het grootste belang om deze stapeling te voorkomen of, eventueel, in een zeer vroeg stadium vast te stellen. Hiertoe staat aan de oogarts een aantal tests ter be­schikking die wij hieronder zullen bespreken.

Oogafwijkingen voorkomen

Hoe kunnen de oogafwijkingen ten gevolgde van chloroquines worden voorkomen. Een aantal tests staat ons ter beschikking om de gevolgen van de chloroquine-stapeling in het hoornvlies en het netvlies in een vroeg stadium vast te stellen.

*Oogspiegelonderzoek

Stapeling in het hoornvlies kan worden vastgesteld met behulp van oogspiegelonderzoek, maar helaas is de gezichtsscherpte meestal al ernstig gedaald op het moment dat de

afwij­kingen zichtbaar worden op het netvlies. Gelukkig zijn er verschillende tests die ook zeer vroege, nog niet zichtbare, afwijkingen van het netvlies opsporen.

*EOG( Elektra-oculogram) en Friedman-onderzoek

De twee meest gangbare tests voor het opsporen van vroege netvliesafwijkingen ten gevolge van chloroquine-gebruik zijn het elektra-oculogram (EOG) en het Friedman-onderzoek.

Om afwijkingen van het netvlies op te sporen ten gevolge van chloroquine-gebruik, kan men ook het centrale gezichtsveld van een patiënt bestuderen. Dit kan gebeuren met behulp van de zogenaamde Friedman-analyser.
Samenvatting

Lupus patiënten kunnen blijvende of voorbijgaande oogafwijkingen ontwikkelen als gevolg van de ziekte zelf, of als gevolg van geneesmiddelen zoals Plaquenil of Nivaquine. Bij gebruik van deze middelen is periodiek oogheelkundig onderzoek noodzakelijk. Een onderzoek voorafgaand aan het gebruik van medicijnen is aan te bevelen om mogelijk reeds bestaande oogafwijkingen uit te sluiten. Een oogheelkundige controle zal moèten bestaan uit de meting van de gezichtsscherpte, spleetlampen oogspiegel-onderzoek, alsmede uit het verrichten van een EOG en een Friedmannonderzoek. De frequentie van de controles hangt af van de dosering van de geneesmiddelen. In het algemeen is het vol­doende om één of twee maal per jaar te controleren.



Schildklieraandoeningen en Lupus Erythematosus
prof. dr.F.C.Breedveld en dr.J.D.MacFarlane, reumatologen, LUMC, Leiden

Zowel schildklieraandoeningen als Lupus komen vaker voor bij vrouwen en de associatie van de twee ziektes zou dan een toeval kunnen zijn.

De medicamenteuze behandeling van hyperthyreoïdie bestaat uit verschillende soorten geneesmiddelen waarvan sommige een Lupusachtig beeld kunnen uitlokken, de zogenoemde Drug Induced Lupus Erythematosus (DILE). In het algemeen verbetert dit beeld na het staken van het uitlokkend mid­del.
Niettemin lijkt er wel een associatie te zijn tussen schildklieraandoeningen en Lupus. Er zijn vormen van schildklieraandoeningen waarbij er sprake is van een immuun proces (bv. een lymfocytair infiltraat in de schildklier) en van de aanwezigheid van anti-­lichamen tegen onder-delen van schildkliercellen of tegen de hormonen zelf. Ook is Lupus een ziekte gekenmerkt door meerdere (auto-) immuun fenomenen inclusief antistoffen die een antischildklier werking hebben. Een ontsteking van de schildklier (thyroïditis) kan zich zowel door een te snel als een te langzaam werkende schildklier (hyper- als hypo-thyreoïdie) uiten; soms kunnen de klachten hiervan enkele aspecten van Lupus nabootsen. Er zijn enkele meldingen van klinisch relevante hyper- en hypoactieve schildklieraandoeningen bij Lupus. De indruk bestaat echter, zowel uit de literatuur als uit eigen ervaring, dat de frequentie laag is.
Voorzichtigheid in de interpretatie van schildklierfunctie tests bij Lupus- patiënten is vereist in verband met mogelijke storende invloeden op de meetresultaten door andere factoren zoals corticosteroïd- en orale conceptiva-gebruik.

Mondklachten en gebitsproblemen bij Lupus
samengesteld door Juul Gerritsen, SLE-Lupus Projecten

m.m.v. prof. dr.J.C.Nossent, Regions Sykehus Tromsø, Tromsø, Noorwegen

Inleiding

Er is (nog) weinig bekend over parodontale klachten bij (S)LE, maar uit gesprekken met patiënten blijkt, dat deze klachten veelvuldig voorkomen. De aandoeningen komen het meeste naar voren tijdens opvlammingen van de ziekte.

(S)LE is een auto-immuunziekte, waarbij het immuunsysteem afweerstoffen maakt tegen lichaamseigen cellen. Samen vormen zij immuuncomplexen, welke ontstekingen kunnen veroorzaken in bloedvaten en weefsels. Dit kan dus ook plaats vinden in de mond en de slijmvliezen. Zweertjes (meestal niet pijnlijk) in de mond- of keelholte vormen één van de ARA-criteria om SLE te classificeren. Mond- en/of keelzweertjes worden uiteindelijk bij circa 30% van alle (S)LE patiënten aangetroffen, met name als er ook andere verschijnselen van (S)LE activiteit zijn. Dergelijke zweertjes kunnen echter ook in andere slijmvliezen (zoals in de neus en vagina) ontstaan. Ontstekingsreacties van het tandvlees (gingivitis) kunnen uiteindelijk tot botafbraak leiden, met als gevolg loszittende tanden en kiezen (parodontitis).


Zoals bij alle manifestaties van (S)LE is het belangrijk om te weten of de verschijnselen (zweertjes, gingivitis) worden veroorzaakt door de (S)LE zelf dan wel door (secundaire) infecties. Op infecties moet men vooral bedacht zijn bij (S)LE patiënten, die afweer remmende medicijnen (Prednison, Imuran) gebruiken en/of het bijkomende Sjögren syndroom hebben.
Verschijnselen

Typische plekjes beginnen als kleine puntvormige huidbloedingen op het wangslijmvlies, verhemelte, of tandvlees. Deze kunnen zich ontwikkelen tot ondiepe, pijnlijke zweren ter grootte van ongeveer 1 tot 2 cm., bedekt met een vuil grijs laagje en omringd met een rode rand. Deze zijn vaak zo pijnlijk dat de patiënt moeite heeft met slikken. (S)LE kan zich zelfs voor het eerst manifesteren met klachten van een herhaald voorkomende zere keel.

*Lippen

Wanneer deze symptomen op de lippen voorkomen, kan dit vergezeld gaan van bloedende kloven en scheurtjes en zwellingen. Zweren kunnen soms voorkomen door ontsteking van het lipslijmvlies.

*Verhemelte

Roodheid, puntvormige huidbloedingen en acute zweren van het harde verhemelte (speciaal op de middenlijn) kunnen vaak voorkomen; vooral tijdens systemische opvlammingen.

*Tandvlees

Gingivitis, ontsteking van het tandvlees (gevoelig, rood, gezwollen tandvlees) kan ook ontstaan. Veel patiënten met deze klachten hebben jarenlang locale mondheelkundige therapieën zonder vooruitgang, totdat (S)LE werd gediagnostiseerd. Het epitheelweefsel in dit gebied wordt makkelijk beschadigd. Als de erytheem (roodheid) voortduurt, ontstaan witachtige lijnen op een roodachtige ondergrond. Uiteindelijk ontstaan er grotere gebieden met diepe kloven en zweren.

*Wang

Het wangslijmvlies is vaak betrokken als er ook verhemelte- en tandvlees-symptomen aanwezig zijn.

*Overig

Gebitsproblemen komen vaak voor bij (S)LE. Tijdens een opvlamming van LE en/of bij een hoge dosering van bijvoorbeeld Prednisolon kunnen grote gebits-ingrepen beter uitgesteld worden.


Secundaire aandoeningen

Bij (S)LE kunnen secundair aandoeningen voorkomen, die ook hun effect kunnen hebben op het gebit en de mond.

-Raynaud geeft, door vaatkrampen, een verminderde bloedtoe­voer waardoor weefsel

beschadigingen kunnen optreden.

- Sjögren, wordt gekenmerkt door ontstekingen van traan- en speekselklieren. In de mond kan dat leiden tot een verminderde speekseltoevoer of taai speeksel. Dit veroorzaakt een droge mond waardoor er meer kans bestaat op infecties.
Behandeling en adviezen

Naast behandeling van de (S)LE is bij zweertjes in de mond vaak het tijdelijk gebruik van Lidocaïne Viskeus aan te raden als locale pijnstillende behandeling. Naar hun zeggen hebben patiënten met tandvleesontsteking vaak baat bij gebruik van Parodontax tandpasta.

Om infecties tegen te gaan of te voorkomen kan de mond-keelholte gespoeld worden met chloorhexidine-digluconaat (Corsodyl mondspoeling). Een soortgelijke desinfecterende werking heeft tandpasta Corsodyl-gel (alleen op recept verkrijgbaar), dat echter als nadeel heeft dat de tanden kunnen verkleuren.

Als de plekken in de mond mogelijk LE-plekken zijn dan kan ook behandeld worden met een steroïd-crème Kenacort-A in Orabase. Het mag niet gebruikt worden als er een infectie is door schimmels, virussen of bacteriën, omdat de normale afweerreacties van het mondweefsel door de crème worden onderdrukt.

Voor extra preventie is het belangrijk een goed mondhygiëne regime uit te voeren, door een juiste poetsmethode en reiniging tussen tanden en kiezen, plus 3 à 4 keer per jaar een professionele reiniging door mondhygiënist/tandarts.

Voor kloven in de lippen zou geadviseerd kunnen worden om een lippen crème met bij­voorbeeld een UV-filter te gebruiken (een groot deel van (S)LE-patiënten is namelijk gevoelig voor zonlicht).

Vanwege de verhoogde kans op infecties bij een behandeling door een mondhygiënist of tandarts, kan het zinnig zijn gedurende een aantal dagen voor en na de behandeling, in overleg met de behandelend specialist, antibiotica te gebruiken. Een probleem bij (S)LE is, dat penicilline en sulphanomiden een exacerbatie van (S)LE kunnen uitlokken; een LE-specialist weet over het algemeen welke medicijnen dat betreft en wat de alternatieven zijn.

Lupus en de slokdarm
prof. dr.T.W.J.Huizinga, reumatoloog, LUMC, Leiden

Inleiding

Bij slokdarmaandoeningen komen een aantal klachten voor: slikklachten en het gevoel dat eten niet wil zakken, pijn ter hoogte van het borstbeen en oprispingen.

Het voorkomen van deze klachten kan gekoppeld zijn aan afwijkingen in de slokdarm.


De volgende ziektes van de slokdarm komen voor.

1. Mobiliteitsstoornissen

2. Breuken van het middenrif (hier niet verder behandeld)

3. Ontstekingen van de slokdarm

4. Infecties van de slokdarm

5. Anatomische afwijkingen en tumoren (hier niet verder behandeld)


Mobiliteitsstoornissen

De bij Lupus meest voorkomende problemen zijn slokdarm spasmen en het minder krachtig worden van de spiercontracties van de slokdarm.

Slokdarmspasmen geven vooral pijn op het borstbeen en in mindere mate slikklachten. De klachten ontstaan vaak bij zeer warme of zeer koude dranken. De behandeling bestaat uit het vermijden van zeer hete en koude dranken en het rustig leren eten en kauwen. Tot slot kan medicamenteuze behandeling overwogen worden (nitroglycerines en calcium antagonisten). Er is gesuggereerd door Ramierez-Mata (Am.J.Dig Dis. 1974, 19, 132-136) dat slokdarmspasmen veel vaker bij Lupus patiënten voorkomen dan bij de gezonde bevolking. De oorzaak zou een autoimmuunontsteking in de slokdarmspieren zijn of in de zenuwen die de slokdarm besturen. Dit is echter nooit goed uitgezocht.

Het minder krachtig worden van spiercontracties in de slokdarm kan ertoe leiden dat het onderste deel van de slokdarm wijder wordt, waardoor het onderste sluitmechanisme van de slokdarm niet meer goed werkt. Hierdoor kan maagzuur van de maag in de slokdarm lopen waardoor er zweertjes in de slokdarm ontstaan. Het meest op de voorgrond staan de klachten van zuurbranden met pijn op het borstbeen. Als behandeling (zie ook ontstekingen van de slokdarm) zijn vooral remmers van de produktie van maagzuur effectief, alsmede slijmvliesbeschermers. Dit probleem komt bij ongeveer 1 op de 20 Lupus patiënten voor.


Ontstekingen van de slokdarm

Het minder goed werken van het onderste slokdarmsluitmechanisme komt in de bevolking regelmatig voor en kan een aantal oorzaken hebben. Deze stoornis leidt tot terugvloed van maagzuur, reflux. Er zijn geen aanwijzingen dat reflux (behalve door minder krachtig worden van de spiercontracties in de slokdarm) vaker voorkomt bij Lupus patiënten. Voor de behandeling van reflux is een aantal algemene maatregelen van belang, zoals het vermijden van knellende kleding rond de buik, vermageren, geen grote maaltijden gebruiken, niet roken (nicotine veroorzaakt verslapping van het sluitspiermechanisme), niet bukken maar door de knieën zakken en slapen met het hoofdeinde omhoog. De medicamenteuze behandeling bestaat uit remming van maagzuur en slijmvlies-beschermers.

Infecties van de slokdarm

Lupus patiënten worden regelmatig behandeld met steroïden (prednison). Deze middelen verlagen de afweer waardoor schimmelinfecties van mond/keelholte en ook slokdarm kunnen ontstaan. De behandeling bestaat uit anti-schimmel medicamenten.


Tot slot

Gelukkig is er geen verhoogde kans op het krijgen van slokdarmtumoren bij Lupus. Deze worden hier dan ook niet verder behandeld.



Lupus en het hart
drs. M. Bijl, internist, Academisch Ziekenhuis Groningen
Dat bij patiënten met een ziekte als gesystematiseerde Lupus Erythematosus de meeste organen en orgaansystemen door de ziekte kunnen worden aangedaan, is bekend. Het hart- en vaatstelsel vormt in deze betrokkenheid dan ook geen uitzondering. Toch staat dit minder in de belangstelling en is hier weinig over bekend. Enerzijds wordt dit veroor­zaakt doordat de patiënt niets hoeft te merken van het feit dat het hart betrokken is bij de ziekte. Anderzijds doordat de gevolgen hiervan op korte termijn zelden heel ingrijpend zijn.

De laatste jaren is er desondanks geleidelijk meer belangstelling onstaan voor hart- en vaatziekten bij Lupus patiënten. Met name wordt dit veroorzaakt door recente publicaties van studies waaruit is gebleken dat deze aandoeningen, en hun soms ernstige gevolgen, bij Lupus vaker worden gezien.

Was het tot begin jaren ‘50 zo dat zeker de helft van de patiënten met SLE zonder be­handeling in een vroeg stadium van de ziekte kwam te overlijden, tegenwoordig is de levensverwachting enorm verbeterd. Voor een belangrijk deel heeft dit te maken met de introductie van effectieve behandelmethoden (als nierdialyse) en van effectieve medicijnen (als prednisolon en azathioprine). Deels is dit ook het gevolg van betere methoden om de ziekte eerder op te sporen en zo in een vroegere fase, voordat schade is opgetreden, te kunnen behandelen.

Alhoewel tegenwoordig de vroege sterfte aan Lupus gelukkig slechts zelden voorkomt is er toch nog, op termijn, sprake van een iets verhoogd overlijdensrisico. Dit wordt voor een belangrijk deel verklaard door een, in vergelijking met gezonde personen, toegenomen sterfte aan hart- en vaatziekten.


Atherosclerose

De laatste jaren is gebleken dat atherosclerose bij Lupus patiënten vaker wordt aangetrof­fen, vaak al op jonge leeftijd. De oorzaak hiervan is nog onduidelijk, maar waarschijnlijk betreft dit een combinatie van factoren.

Zoals bekend zijn er voor het onstaan van atherosclerose een aantal risicofactoren van belang. Roken, een hoge bloeddruk, een verhoogd cholesterol, suikerziekte, het voorkomen van hart- en vaatziekten in de naaste familie en overgewicht zijn allen factoren die de ontwikkeling van atherosclerose bevorderen. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat helaas veel van deze risicofactoren bij Lupus patiënten in hogere frequentie worden gezien. Ook hebben Lupus patiënten over het algemeen minder lichaamsbeweging.

Daarnaast wordt een belangrijke rol toegedicht aan prednisolongebruik (dit is voor een deel dosisafhankelijk, red.). Dit medicijn, dat veelvuldig bij Lupus patiënten wordt gebruikt, heeft zoals bekend een groot aantal bijwerkingen zoals het dikker worden van het aangezicht, het bevorderen van botontkalking, het vergroten van risico's op infecties, et cetera. Daarnaast zorgt het echter ook voor een verandering van de samenstelling van de vetten in het bloed. De hoeveelheid cholesterol neemt in verhouding toe en zoals bekend is dit een van de risicofactoren op hart- en vaatziekten en kan deze cholesterolverhoging op den duur tot atherosclerose leiden. Echter Plaquenil, een veel gebruikt medicijn voor Lupus patiënten heeft als gunstige bijwerking het cholesterol gehalte te verlagen (red.).

Ook de bloeddruk stijgt bij de meeste patiënten die prednisolon gebruiken enigszins en dat brengt eveneens een wat hoger risico met zich mee op het onstaan van atherosclerose. Tenslotte zijn er aanwijzingen dat een ontsteking van de bloedvatwand (vasculitis), zoals bij een aantal Lupus patiënten kan voorkomen, mogelijk een extra bijdrage levert aan de ontwikkeling van atherosclerose. Deze faktoren tezamen kunnen een hoger risico op het ontstaan van hart- en vaatziekten verklaren.
Over het algemeen is atherosclerose iets wat zich in het gehele lichaam voordoet. De bloedvaten worden nauwer en de mogelijkheid om voldoende zuurstofrijk bloed naar de organen te transporteren neemt af. Juist op de plaatsen waar veel zuurstof nodig is, als hart en hersenen, zullen de gevolgen het eerst zichtbaar zijn. Zuurstof gebrek van het hart leidt meestal tot drukkende pijn­klachten achter het borstbeen die optreden bij inspanning en verdwijnen in rust, Tegen­woordig is het vaak heel goed mogelijk deze klachten te bestrijden doch ook hier blijft gelden dat voorkomen beter is dan genezen.
Hartafwijkingen

*Pericarditis

Naast aantasting van de kransslagaderen door atherosclerose kan het hart in de loop van de ziekte bij een groot aantal Lupus patiënten op de een of andere wijze in de ziekte worden betrokken. Vaak gaat het dan om een ontsteking van het hartzakje (pericarditis) hetgeen zich uit als pijnklachten achter het borstbeen die met name afhankelijk zijn van de houding die de patiënt aanneemt. De pijn ontstaat vaak geleidelijk en kan vervolgens uren tot weken aanhouden. Bij onderzoek kan een arts soms de beide vliezen van het hartzakje over elkaar heen horen schuiven. Dit is een teken van ontsteking en veroorzaakt de pijn. Bij verder (geluids)onderzoek met behulp van een echo-apparaat zal vaak vocht in het hartzakje kunnen worden aangetoond. De klachten zullen in de regel vanzelf verdwijnen. Vaak worden ontstekingsremmende medicijnen (NSAID's als ibuprofen of diclofenac) gebruikt om, met name, de pijnklachten te bestrijden. In een aantal gevallen zijn medicijnen als prednisolon nodig om de pericar­ditis te laten genezen.

*Myocarditis

Ook de hartspier zelf kan ontstoken raken (myocarditis). Dit gebeurt gelukkig slechts zelden. Wanneer een dergelijke ontsteking zich voordoet is er vaak sprake van koorts, een snelle hartslag en kortademigheid. Ook kunnen zich, in combinatie met bovenstaande symptomen, stoornissen van het hartritme voordoen. Ontsteking van de hartspier zelf is een ernstiger situatie en zal over het algemeen direct met een hoge dosis prednisolon worden behandeld. De kans op genezing is dan groot.

* Hartkleppen

De hartkleppen kunnen bij grofweg een kwart van de Lupus patiënten veranderingen vertonen. Vaak leiden deze veranderingen, die bestaan uit wratachtige aangroeisels op de kleppen, niet tot merkbare klachten. De hartkleppen kunnen er vaak wel iets minder goed door sluiten. In een minderheid van de patiënten kan dit leiden tot kleplekkage of juist een klepvernauwing. Hierdoor kunnen kortademigheidsklachten ontstaan. Over het algemeen merkt een patiënt echter weinig tot niets en zullen klepafwijkingen 'bij toeval' tijdens een echografie van het hart worden geconstateerd.

Leidt een klepafwijking tot klachten dan zal eerst met medicijnen worden getracht de situatie te verbeteren. Vaak lukt dat met bloeddruk verlagende medicijnen en plaspillen heel goed. Slechts in uitzonderingen kan het nodig zijn door middel van een open-har­toperatie een hartklep te vervangen.

Van belang is verder nog te weten dat, afhankelijk van de hartklepafwijking, patiënten het advies kunnen krijgen voor bepaalde ingrepen (zoals bij de tandarts) antibiotica te gebruiken. Zodoende kan dan een infectie van de hartklep(pen) worden voorkomen.

* Ritmestoornissen

Ook stoornissen in het hartritme kunnen zich, net als bij ieder ander, bij Lupus patiënten voordoen, doch frequent gebeurt dat niet. Deze stoornissen leiden tot sensaties van hartbonzen of een waarneembare, onregelmatige hartslag. Een ontsteking van de hartspier maar met name ook zuurstofgebrek van het hart door atherosclerose kan de oorzaak zijn, hoewel ook andere oorzaken zoals overmatig koffie- en nicotinegebruik hieraan ten grondslag kunnen liggen.


Conclusie

In bovenstaand overzicht betreffende hart- en vaatziekten zijn in het kort een aantal aspecten beschreven die van belang kunnen zijn voor patiënten met systemische Lupus Erythematosus.

Alhoewel het hart en de bloedvaten regelmatig op de een of andere wijze in het ziektepro­ces betrokken kunnen zijn zal dit slechts zelden direct grote gevolgen hebben. Ontstekin­gen gaan vaak vanzelf over of kunnen met medicijnen effectief worden bestreden. Op langere termijn zijn er echter mogelijk wel problemen te verwachten.

Dit tezamen met het gebruik van prednisolon, wat toch door vele Lupus patiënten voor bepaalde tijd noodzakelijk is, maakt de risico's op de ontwikkeling op vervroegde atherosclerose groter. Het blijft dan ook van het grootste belang, zeker voor de Lupus patiënt, zo gezond mogelijk te leven. Dus matig met vet, niet roken en voldoende lichaamsbeweging. De behandelende dokter zal zijn/haar steentje bij kunnen dragen door een hoge bloeddruk en een te hoog choleste­rolgehalte te bestrijden, en prednisolon slechts op strikte indicatie voor te schrijven.



1   2   3   4   5   6   7   8

  • Schildklieraandoeningen en Lupus Erythematosus
  • Mondklachten en gebitsproblemen bij Lupus
  • Lupus en de slokdarm
  • Lupus en het hart

  • Dovnload 435.49 Kb.