Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Lupus en De medische praktijk

Dovnload 435.49 Kb.

Lupus en De medische praktijk



Pagina7/8
Datum04.04.2017
Grootte435.49 Kb.

Dovnload 435.49 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8
Lupus en Vasculitis
samengesteld door Juul Gerritsen, SLE-Lupus Projecten.

m.m.v. mw. dr. M.L. Westedt, reumatoloog, Bronovo Ziekenhuis, Den Haag
Bij vasculitis kunnen haarvaten, kleine slagaders en aders, slagaders en aders betrokken zijn. Er kunnen verschillende dingen gebeuren met een ontstoken bloedvat. Als het een klein bloedvat is dan kan daarbij de wand beschadigen, waardoor in kleine gebiedjes bloedinkjes in het weefsel ontstaan. Deze gebiedjes zullen er uitzien als kleine rode of paarse puntjes op de huid. Als er een groter bloedvat ontstoken raakt, dan kan het opzwellen en een knobbel vormen die gevoeld kan worden als het bloedvat dicht bij het huidoppervlakte ligt. De binnenzijde van de vaatwand kan vernauwd raken zodat de bloedstroom verminderd is, of de binnenzijde kan geheel afgesloten raken (gewoonlijk door een bloedprop welke gevormd wordt op de plaats van de ontsteking). Wanneer de bloedstroom verminderd is, of verstopt, zal het weefsel dat bloed ontvangt van dat betreffende bloedvat, beginnen af te sterven. Bijvoorbeeld iemand met vasculitis van een middelgroot bloedvat in de hand kan een koude vinger krijgen wat pijnlijk is bij gebruik; soms kan dit verergeren tot gangreen.
Wat is de oorzaak

Een infectie komt sporadisch voor. Bacteriën, virussen of schimmels kunnen de bloedvaten infecteren. Witte bloedcellen komen op deze infectie af en zullen de 'boosdoeners' proberen te vernietigen, waarbij de bloedvaten ook beschadigd kunnen worden, zodat er tijdens dit proces een vasculitis kan optreden. Dit is een zeer ernstige situatie en behoeft een directe behandeling, onder andere met antibiotica.

Bij vasculitis is er vaker sprake van een immuunreactie. Stoffen die de oorzaak zijn van een immuun-reactie worden 'antigenen' genoemd. Zij zetten het lichaam aan tot het maken van eiwitten die 'antistoffen' genoemd worden, welke zich aan het antigeen binden met het doel zich ervan te ontdoen. Antigenen en antistoffen tesamen vormen de zogeheten 'immuuncomplexen'.

Twee eenvoudige manieren waarop de immuuncomplexen antigenen vernietigen zijn:

*door aantrekken van witte bloedcellen die de antigenen verteren en

*door het activeren van andere lichaamsstoffen om te helpen de antigenen te vernietigen. Sommige immuuncomplexen voldoen helaas niet aan hun doel om antigenen te vernietigen. In plaats daarvan blijven zij te lang in het lichaam, circuleren in het bloed en slaan neer in weefsels. Vaak hopen zij zich op in de wanden van de bloedvaten waar zij een ontstekingsreactie kunnen veroorzaken.


Aangenomen wordt dat vasculitis als gevolg van een immuunreactie kan ontstaan door:

* afzetting van immuuncomplexen in de wanden van de bloedvaten;

*beschadiging van cellen door antistoffen gericht tegen de bloedvatcellen, wanneer deze door de bloedvatwand heen gaan;

*beschadiging ten gevolge van T-lymfocyten, die geactiveerd worden door antigenen in de wanden van de bloedvaten.


Zoals meestal bij vasculitis en dus ook in Lupus Erythematosus, is de directe oorzaak (of antigeen) niet bekend. Soms vindt men immuuncomplexen met DNA, anti-DNA of Ro (ook wel SSA genoemd) en anti-Ro-complexen. Echter de juiste betekenis van deze complexen is niet bekend.
Aandoeningen waarbij vasculitis voorkomt

Vasculitis kan bij verschillende ziektes voorkomen. Sommige ziektes die de oorzaak zijn van vasculitis zijn: infecties, auto-immuun ziektes zoals Lupus, Reumatoïde Artritis, Polymyalgie Reumatica, Sclerodermie, ziekte van Wegener, Arteriitis Temporalis, cryoglobulinemie en Erythema Nodosum, tumoren als lymfomen, leukemie en andere ziekten.

Vasculitis kan ook op zichzelf voorkomen zonder dat er een causaal verband is met infecties of andere ziektes.
Verschijnselen

Vasculitis kan veel verschillende symptomen veroorzaken, afhankelijk van het aangedane weefsel en/of de ernst van het beschadigde weefsel. Sommige patiënten zijn niet ziek en merken af en toe plekjes op hun huid op. Anderen zijn ernstig ziek met systemische symptomen en beschadiging van de belangrijke organen. Een lijst van symptomen, welke gebaseerd zijn op het weefsel waarin vasculitis optreedt zijn:



*Systemische symptomen

Koorts, zich over het algemeen slecht, moe en slap voelen (malaise), spier- en gewrichts-pijnen, weinig eetlust en gewichts-verlies. Deze hoeveelheid aan klachten is niet specifiek voor vasculitis en kan bij vele andere ziektes voorkomen.

*Huid

Rode of paarse puntjes (petechiën), komen veelvuldig op de benen voor. Als de plekjes groter zijn, ongeveer de grootte hebben van de top van een vinger, dan worden zij 'purpura' genoemd. Sommige zien er als grote blauwe plekken uit. Dit zijn de meest voorkomende vormen van huiduitslag die bij vasculitis voorkomen. Huiduitslag welke lijkt op kippevel, jeukende bultvormige uitslag en pijnlijke of gevoelige bultjes kunnen ook optreden. Gebieden, waar de huid afgestorven is kunnen er als zweren uitzien (speciaal rondom de enkels), kleine zwarte plekjes aan de uiteinden van de vingers of rondom de vingernagels en tenen (nagelriem infarcten), of gangreen aan de vingers en tenen.

*Gewrichten

Pijn in de gewrichten en een echte artritis met pijn, zwelling en warmte in de gewrichten. Vergroeiingen ten gevolge van de artritis zijn zeldzaam.

*Hersenen

Vasculitis in de hersenen kan veel problemen, van mild tot ernstig, veroorzaken. Onder andere: hoofdpijnen, gedragsstoornissen, verwarring, toevallen en beroertes.

*Perifere zenuwstelsel

Symptomen van het perifere zenuwstelsel omvatten: doof gevoel en prikkelingen (meestal in een arm of een been, of in gebieden die door hand-schoenen of sokken bedekt zouden zijn), verlies van gevoel, of verlies van kracht, vooral in de voeten of handen.

*Ingewanden

Geen voldoende bloeddoorstroming in de ingewanden kan krampachtige buikpijn en een opgeblazen gevoel veroorzaken. Wanneer er gangreen in de darmwanden ontstaat, dan zal er bloed in de ontlasting komen. Wanneer er in de darmwanden een gaatje ontwikkelt, dan zal een operatie nodig zijn.

*Hart

Vasculitis in de kransslagaders is ongewoon bij lupus. Wanneer het voorkomt, kan het gedurende inspanningen een zwaar gevoel op de borst geven (angina pectoralis), wat tijdens rust weer vermindert. Hartinfarcten komen zelden ten gevolge van vasculitis voor.

* Longen

Vasculitis in de longen kan longontstekings-achtige beelden veroorzaken die er, bij röntgenfoto's van de borst, als longontsteking uitzien, met symptomen van koorts en hoesten.

De ontsteking kan soms leiden tot littekenweefsel in de longen met klinische symptomen als chronische kortademigheid.

*Nieren

Bij mensen met Lupus komt vasculitis in de nieren normaal niet voor, zelfs niet bij degenen die lijden aan Lupus Nefritis.

*Ogen

Vasculitis kan voorkomen in de kleine bloedvaten van het netvlies. Het netvlies is een weefsel dat aan de achterzijde van de ogen ligt, dat cellen bevat die geactiveerd kunnen worden om een visueel beeld te vormen. Soms veroorzaakt vasculitis van de ogen geen symptomen. Vaker klaagt de patiënt over wazig zien, dat plotseling optreedt en blijft, of iemand kan zelfs een deel van het gezichtsveld verliezen. Bij andere, niet-lupus vormen van vasculitis, zoals temporale arteriitis, is er plotseling verlies van een deel of het gehele gezichtsveld in één oog, vaak optredend met hevige hoofdpijn.
Diagnosticering

De diagnose van vasculitis is gebaseerd op iemands medische voorgeschiedenis, huidige symptomen en een algeheel lichamelijk onderzoek. A-specifieke bloedafwijkingen die bij vasculitis, maar niet specifiek voor vasculitis, vaak voorkomen zijn: een verhoogde bloedbezinking, bloedarmoede, een verhoogd aantal witte bloedlichamen en een verhoogd aantal bloedplaatjes. Bloedtesten kunnen ook gebruikt worden om immuuncomplexen of antistoffen te detecteren die vasculitis veroorzaken, of de complementgehalten in het bloed kunnen ook abnormaal zijn. Het doen van deze testen neemt enkele dagen in beslag. De arts kan ook besluiten een urine-onderzoek te laten verrichten.

Als er symptomen zijn die wijzen op hartafwijkingen, dan kunnen de volgende onderzoeken gedaan worden: ECG (Electrocardiogram), een Echo cardiogram en een hartsitigram (SCAN). De arts kan bij long-symptomen een röntgenfoto van de borst laten maken, bloed uit een slagader nemen om het zuurstof-gehalte te meten en een serie longfunctietesten doen.

Wanneer er buiksymptomen zijn dan kan de arts een echo of een CT-scan laten maken van de organen in de buik, of andere speciale röntgenfoto's om de ingewanden te zien. Bij hersensymptomen zijn een CT-scan of MRI (Magnetische resonante beelden) vaak gebruikelijk.

Ontstekingen in de middelgrote en grote slagaders of bloedvaten kunnen soms zichtbaar gemaakt worden door in de bloedvaten kleurstof te injecteren om zo de grootte en de bloeddoorstroming van de bloedvaten op een röntgenfoto zichtbaar te maken, angiografie.

De diagnose wordt meestal 'hard' gemaakt door het zien van vasculitis in het betrokken weefsel. Dit wordt gedaan middels het nemen van een biopsie van het betrokken weefsel en het onderzoeken van het weefsel onder een microscoop.


Behandeling

De keuze van behandeling voor vasculitis hangt af van de ernst van vasculitis, de algehele gezondheid en de vroegere (positieve en negatieve) reacties op medicijnen. Veel gevallen van vasculitis hebben geen behandeling nodig. Af en toe een paar puntjes op de huid (wanneer deze niet gecombineerd zijn met andere symptomen) vereisen bijvoorbeeld geen medicijnen.

Met corticosteroïden zoals prednison, prednisolon, of methylprednisolon (Solumedrol) wordt vaak begonnen als therapie voor vasculitis.

Sommige mensen met ernstige vasculitis, of vasculitis die niet goed reageren op corticosteroïden, zullen een behandeling met cytotoxische medicijnen nodig hebben. Deze medicijnen vernietigen de cellen die ontstekingen in de bloedvaten veroorzaken. De twee meest voorkomende gebruikte zijn azathioprine (Imuran) en cyclofosfamide (Endoxan). Zij worden veelal in combinatie met prednison gebruikt en zijn vaak effectief bij de behandeling van vasculitis.

Experimentele procedures die al geholpen hebben bij de behandeling in sommige gevallen van vasculitis zijn: plasmaferese, intraveneus gammaglobulines en cyclosporines, een medicijn dat wordt gebruikt om bij patiënten afstoting van organen bij transplantaties tegen te gaan.

Gynaecologische problemen en Lupus
Dr. E.J.M. van Erp, gynaecoloog, Den Haag

INLEIDING

Gynaecologen kennen Lupus vooral door wat er geschreven is over Lupus en zwangerschap. Bij positieve Lupus antistoffen verloopt een zwangerschap vaak gecompliceerd (zie ook hoofdstuk Lupus en zwangerschap, prof.dr.T.W.J.Huizinga,red.)

In recente literatuur worden echter meer gynaecologische problemen gesignaleerd, zoals menstruatiestoornissen en het vaker voorkomen van kwaadaardige tumoren en voorlopers daarvan, metname aan de baarmoederhals. Verder bestaan er problemen met de keuze van anticonceptie bij Lupus-patiënten en bestaan er vragen rondom de overgang.


MENSTRUATIESTOORNISSEN

De Spaanse arts Gonzalez-Crespo vervolgde 30 meisjes van 16 jaar en jonger, vanwie er 20 cyclofosfamide (endoxan) hadden gebruikt ter behandeling van systemische Lupus. Van de 10 meisjes die geen endoxan kregen, had 80% een normale cyclus toen ze in de puberteit waren; 20% had oligomenorrhoe, dat wil zeggen dat de menstruatie minder vaak dan 1 keer per 6 weken optreedt. Van de 10 meisjes die intraveneus, dus met een infuus, cyclofosfamide kregen, had 100% een normale cyclus en van de 10 meisjes die tabletten cyclofosfamide kregen, had slechts 50% een normale cyclus. Het is een bekende eigenschap van endoxan dat het een toxische werking heeft op de eierstokken waardoor de eicellen verloren gaan en er een vervroegde overgang kan optreden.

Deze bevindingen sluiten aan bij andere, minder recente, literatuur waarin staat dat bij Lupus-patiënten geen verhoogde kans lijkt te bestaan op menstruatie problemen of vervroegde overgang, tenzij er sprake is van het gebruik van cyclofosfamide. Orale toediening lijkt dan de meeste klachten te geven. Er moet echter rekening gehouden worden met het feit dat het genoemde onderzoek over kleine patiëntenaantallen gaat.
TUMOREN EN DYSPLASIEĔN

In een abstract uit 1993 van Betty Pryor uit Washington werden 2 groepen mensen met Lupus met elkaar vergeleken. De ene groep bestond uit 85 vrouwen en 12 mannen deze Lupus-patiënten werden behandeld met endoxan. De andere, controle groep, werd niet behandeld met endoxan. Ze vervolgde de groep gemiddeld zes jaar na het gebruik van endoxan. Er was wel verschil in het voorkomen van kanker in beide groepen, maar dit was niet significant. Werden alleen de gynaecologische tumoren bekeken dan was er wel een significant verschil. Het betrof hier steeds tumoren van het plaveisel-epitheel van schaamlippen, de vagina en de baarmoederhals, waarvan bekend is dat plaatselijke immunologische factoren bij het ontstaan een rol spelen.

Geconcludeerd kan worden dat gynaecologische kanker waarschijnlijk meer voorkomt in de met cyclofosfamide behandelde groep. Bovendien werd er een relatie gevonden met de dosis cyclofosfamide. Andere risicofactoren bleken niet van belang te zijn. Het is te overwegen, vrouwen die endoxan gebruiken, regelmatig gynaecologisch te screenen.
Een cervix dysplasie is een goedaardige, niet met het blote oog zichtbare afwijking van de baarmoederhals. Uit een dysplasie kan in het verloop van 5 tot 20 jaar baarmoederhalskanker ontstaan. Vaak geneest de dysplasie uit zichzelf en kan worden opgespoord door het maken van uitstrijkjes. Plaatselijke behandeling zoals bevriezen of een lisexcisie is meestal voldoende om die afwijking te laten verdwijnen.

Het is bekend van dysplasieën dat er een virusinfectie met het sexueel overdraagbare Humaan Papilloma Virus, HPV, nodig is om de afwijking te laten ontstaan. Bij bepaalde oncogene HPV-typen kan zich later kanker ontwikkelen.

Rooksters hebben meer kans op dysplasie en dysplasie komt vaker voor bij vrouwen met een onderdrukte immuniteit, zoals bij vrouwen die AIDS hebben. In de vagina en aan de schaamlippen kunnen vergelijkbare afwijkingen ontstaan, maar in het algemeen veel minder vaak.

In een prospectieve studie bij 39 Lupus-patiënten werd door Blumenfeld vaker een abnormale uitstrijk gevonden dan in de controle groep die geen Lupus had. Van de 14 vrouwen met een abnormale uitstrijk werd bij 4 uiteindelijk een dysplasie van de cervix gevonden. Uit de controlegroep is dit aantal niet bekend, dat werd niet vermeld in het artikel. Er bestaat geen duidelijk verband tussen deze afwijkingen en medicijngebruik.


Samenvattend kan gezegd worden dat er beperkt onderzoeksmateriaal beschikbaar is, maar dat vrouwen met Lupus die endoxan gebruiken waarschijnlijk vaker gynaecologische tumoren hebben. Dit lijkt een jaarlijkse controle te rechtvaardigen. Vrouwen met Lupus die geen endoxan gebruiken adviseer ik in elk geval deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker.
ANTICONCEPTIEKEUZE

Bij een deel van de patiënten met Lupus komt trombose voor. Het is bekend dat de pil de kans op trombose verhoogt en het is de vraag of de pil een negatief effect heeft op het beloop van Lupus. Als dit allemaal speelt, zijn er dan nog anticonceptie alternatieven voor Lupus-patiënten.

Van het spiraaltje wordt in het algemeen gezegd dat er een grotere kans is op gynaecologische infecties van de eileiders. Om deze reden wordt het niet als eerste keusmiddel voor jonge vrouwen gezien. Jonge vrouwen met wisselende partners kunnen inderdaad beter geen spiraaltje gebruiken, tenzij zij daarbij consequent condooms gebruiken. Dat beschermt tegen sexueel overdraagbare aandoeningen (SOA). Een SOA is de meest voorkomende oorzaak van eileiderontsteking.

Het hormoonbevattende spiraaltje is wat betrouwbaarder, maar geeft in het eerste half jaar nog onregelmatige bloedingen. Uiteindelijk is bij het hormoonbevattende spiraaltje de hoeveelheid bloedverlies per menstruatie veel minder dan bij een gewoon spiraalje. Het hormoonbevattende spiraaltje Mirena wordt in Nederland op dit moment niet vergoed door de ziektekostenverzekeraars.

Er bestaan verschillende barrièremiddelen om zwangerschap te voorkomen. In Nederland worden het condoom, pessarium en vrouwencondoom het meest gebruikt. Ze hebben allemaal gemeen dat ze niet zo betrouwbaar zijn.

De Finse arts Julkunen legde vast welke anticonceptie vrouwen met Lupus gebruiken. In vergelijking met de controle groep werden de pil en het spiraaltje minder gebruikt. De, onbetrouwbare, barrièremiddelen werden in de meeste gevallen gebruikt.

Deze arts beschrijft ook het effect van de pil op het beloop van Lupus. In de eerste maanden na de start van de pil werd bij 13% van de patiënten een verergering van Lupus waargenomen. Van de 4 patiënten waarbij dat het geval was hadden er 2 trombose; 3 van deze patienten waren tevoren al bekend met ernstig nierlijden. De conclusie is dan ook dat de pil op zich waarschijnlijk geen negatief effect heeft op het beloop van Lupus, behalve misschien bij vrouwen met ernstige nierafwijking en fosfolipide antistoffen. De 2 patiënten met trombose hadden namelijk allebei antistoffen tegen fosfolipiden. Dr.Julkunen bekeek ook de acceptatie van de minipil bij vrouwen met Lupus. Een minipil is een laag gedoseerd progestativum, dat in Nederland niet zo vaak wordt voorgeschreven. Elke dag wordt dezelfde lage dosis van een progestativum gegeven, dus er is geen verhoogde kans op trombose. Zeer veel vrouwen stopten wegens klachten die niet met Lupus samenhingen. Dat waren vooral klachten van de menstruatiecyclus; ze geven onregelmatig bloedverlies. Er traden ook regelmatig zwangerschappen op.

Samenvattend kan uit deze (kleine) studie aangegeven worden dat de pil Lupus waarschijnlijk niet verergert tenzij er nierlijden is en/of fosfolipide antistoffen. In dat geval is er een hogere kans op trombose.


Wanneer de pil wordt voorgeschreven lijkt het verstandig om de zogenaamde tweede generatie pillen zoals Microgynon, Stederil, Cilest en Ortho-novum voor te schrijven.

De zogenaamde derde generatie pil, zoals Marvelon, Mercilon, Meliane en Femodeen, verdient niet de voorkeur omdat er steeds meer gegevens komen dat de derde generatie pil waarschijnlijk een iets verhoogde trombosekans geven.

(inmiddels is bekend dat ook bij ‘gezonde’ vrouwen, die de derde generatie pil gebruiken het risico op trombose groter is dan bij de tweede generatie pil. De vereniging van huisartsen adviseert haar leden de derde generatie pil niet zo maar voor te schrijven. red).

De minipil en ook de prikpil (vergelijkbaar met de minipil) geven geen verhoogd tromboserisico, maar er zijn bijwerkingen. Een spiraaltje, koper of hormoonbevattend is zeker een alternatief, ook voor de vrouw die nog geen kinderen heeft, maar wel een stabiele relatie heeft. Bij koperhoudende spiraaltjes moet rekening gehouden worden met het vermeerderen van het bloedverlies bij de menstruatie. Vrouwen die antistolling gebruiken kunnen daarom beter afzien van het gebruik van een spiraaltje met koper. Voor hen is een hormoonbevattend spiraaltje (bijvoorbeeld Mirena) wel een mogelijkheid.


OVERGANG

In de overgang stoppen de eierstokken met hormoonproductie. Er is sprake van onregelmatig bloedverlies, klachten die passen bij de overgang en een versnelling van het natuurlijke proces van osteoporose (botontkalking).

Bij Lupus-patiënten treedt de overgang soms eerder op, met name wanneer bepaalde medicijnen zijn gebruikt. Als gevolg hiervan treedt soms ook osteoporose eerder op.

Dit laatste geldt met name voor vrouwen die langdurig hoog gedoseerd corticosteroïden

hebben gebruikt.

De vraag is of hormonale substitutietherapie in de vorm van vrouwelijke hormonen bij het optreden van de overgang gegeven mag worden. De redenen om hormonale substitutietherapie voor te schrijven zijn het voorkomen van botontkalking of voor het verbeteren van klachten die bij de menopauze horen. Een belangrijk nadeel van hormonale substitutietherapie is dat bij langdurig gebruik (meer dan 5 jaar) na de overgang, een verhoogde kans op borstkanker optreedt. Of dit laatste ook optreedt wanneer er sprake is van een vervroegde meno-pauze en de vrouw dus als het ware vervanging krijgt van hormonen die ze anders zou hebben gehad, is onbekend. Waarschijnlijk is er dan geen sterk verhoogde kans op borstkanker, maar daar zijn geen harde bewijzen voor. Een voordeel van het hormoongebruik is: minder osteoporose

en er zijn aanwijzingen voor minder optreden van Alzheimer.

Geconcludeerd kan worden dat hormonale substitutiebehandeling individueel afgewogen moet worden. Wanneer er redenen zijn om het niet te geven, dan moet gedacht worden aan andere middelen om osteoporose te bestrijden.

(Inmiddels is bekend dat de hormoontherapie ernstige bijwerkingen heeft voor hart en bloedvaten. vraag het uw arts! red.)
SEXUALITEIT

Vrouwen met Lupus kunnen problemen hebben op het gebied van sexualiteit, hoewel ernstige problemen bij 4% voorkomen. Vrouwen met het syndroom van Sjögren klagen ook vaak over vaginale droogte, met de daarbij bijbehorenden pijn bij het vrijen.

Chronische vermoeidheid kan bijdragen aan libidoverlies. Medicatie gebruikt bij de behandeling van Lupus heeft soms ook bijwerkingen op sexueel gebied (anti-hypertensiva), of kan lichaamsveranderingen op gang brengen die het zelfvertrouwen van de vrouw negatief beinvloeden (corticosteroïden).

Niet al deze sexuele problemen zijn op te lossen. Soms kunnen vrouwelijke hormonen helpen bij het verbeteren van de vaginale doorbloeding. Accepteren van de (on)mogelijkheden van het leven lijkt een belangrijke factor in (sexuele) relaties.


CONCLUSIE

Niet Lupus maar de therapie van Lupus draagt voor een belangrijk deel bij aan gynaecologische klachten. De pil moet niet worden gegeven wanneer er sprake is van tromboseneiging of ernstig nierlijden en antifosfolipide-antistoffen. Bij voorkeur dienen de tweede generatie anticonceptiemiddelen voorgeschreven te worden. Vrouwen met endoxangebruik en Lupus dienen gescreend te worden op baarmoederhalskanker door huisarts of gynaecoloog. Hormonale substitutietherapie is mogelijk, maar moet individueel afgewogen worden.


Aanvullende informatie:


Overgang’ - drs. Wiebe Broom (huisarts)

Uitgever Inmerc bv, Wormer ISBN: 90.6611.246.8


Een natuurlijk alternatief bij klachten in de menopauze’ - M. Glenville

Uitgever Van Buuren BV ISBN 90.5695.043.6


Hoezo overgang?’ Handboek voor vrouwen en mannen vanaf 45 jaar.’

Uitgever Kosmos-Z&K ISBN:9021522446

 

Neuropsychiatrische Aandoeningen Bij Lupus
Prof.dr.T.W.J.Huizinga

Inleiding

Bij SLE kunnen er ontstekingen in de hersenen ontstaan die heel milde verschijnselen geven. Ons probleem is dat wij niet weten of deze behandeld moeten worden. In de landelijke SLE-werkgroep wordt elke maand wel een dergelijke patiënt besproken. Voorbeeld: een patiënt, die eerst prima functioneerde, merkte dat zij dommer werd. Dan wordt er neuropsychologisch onderzoek gedaan, waarmee dit te objectiveren is. De vraag is dan of er behandeld moet gaan worden. De enige manier om een goed antwoord op die vraag te krijgen is, om dit heel zorgvuldig te onderzoeken.
Het Voorkomen Van Sle

Als gedefinieerd wordt zoals in de ARA-criteria, dan komt SLE 1 op de 2.000 mensen voor. Dat betekent in Nederland met 15 miljoen mensen, gedeeld door 2.000, er 7.500 SLE-patiënten zijn.

In Engeland heeft een dokter 20.000 enquêteformulieren verstuurd, om te zien wie aan 3 van de 11 ARA-criteria voldeed. Dat noemde hij geen SLE maar SL-ette. Hieruit bleek dat 1 op de 500 mensen aan 3 criteria voldeed; dat is 4 keer zoveel. En dan zijn er geen 7.500 SLE-patienten in Nederland, maar 30.000.

1   2   3   4   5   6   7   8

  • Gynaecologische problemen en Lupus
  • Neuropsychiatrische Aandoeningen Bij Lupus

  • Dovnload 435.49 Kb.