Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


M. M. Groffen (0049972) Enschede, 15 augustus 2005

Dovnload 1.62 Mb.

M. M. Groffen (0049972) Enschede, 15 augustus 2005



Pagina2/11
Datum05.12.2018
Grootte1.62 Mb.

Dovnload 1.62 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

Voorwoord

Voor u ligt een verslag van een literatuur- en researchstudie naar schaamte onder mensen met een eetstoornis en onder delinquenten. Het onderzoek vond plaats in het kader van de bachelorthese met als thema ‘Veiligheid en Gezondheid’ van de studie Psychologie aan de Universiteit Twente, vanuit het researchproject van prof. Baneke naar schaamte, hoop en schuld waarin drs. Christenhusz participeert.

Om het overzicht te bewaren is dit rapport in twee delen opgesplitst. Het eerste deel omvat een literatuurstudie naar de begrippen schaamte, eetstoornissen en delinquentie en hun onderlinge relatie, alsmede naar de uitkomsten van eerder empirisch onderzoek. Het tweede deel omvat

een kwantitatief onderzoek dat afgenomen is met behulp van vragenlijsten.


Graag wil ik van de gelegenheid gebruik maken om prof. dr. J.J. Baneke en drs. L.C.A. Christenhusz te bedanken voor hun begeleiding bij dit onderzoek. Zij hebben de conceptversies van dit verslag van kritisch commentaar voorzien en hebben het op belangrijke punten gecorrigeerd en aangevuld.
Ik hoop met dit verslag een beeld te kunnen geven van verwachte verschillen in schaamte en psychische gezondheid tussen (delinquente) mannen en vrouwen (met een eetstoornis).

M. M. Groffen (0049972)

Enschede, 15 augustus 2005.

Samenvatting literatuurstudie




Aanleiding


Doel van deze studie is meer inzicht te krijgen in mogelijke verschillen tussen vrouwen en mannen in schaamte en psychische gezondheid. Meer in het bijzonder: naar de relatie tussen schaamte, eetstoornissen en delinquent gedrag. Volgens diverse auteurs zijn er aanwijzingen voor dergelijke verschillen (Lutwak, Panish, Ferrari en Razzino, 2001; Scheff, 2000). Baneke (2002) verklaart Scheff nader: mannen hebben in onze cultuur meer moeite om schaamte te voelen of te tonen en daardoor komen bij mannen destructieve conflicten vaker voor. Volgens Scheff zou dat kunnen verklaren waarom veel meer mannen crimineel gedrag, in de vorm van destructief gedrag, vertonen dan vrouwen.

Onder begeleiding van prof. dr. J.J. Baneke, heb ik reeds onderzoek gedaan naar de relatie tussen schaamte en het psychisch, biologisch en sociaal functioneren van vrouwen met eetstoornissen in het kader van de minor Psychopathologie van de studie Psychologie aan de Universiteit Twente. Er is voor gekozen om deze groep te gaan vergelijken met mannelijke delinquenten.

In Nederland is ca. 93% van de delinquenten man, terwijl ca. 95% van de eetstoornissen voorkomt bij vrouwen. Dat kan het gevolg zijn van op typisch mannelijke en vrouwelijke reactiewijzen, die informatie kunnen geven over verschillen in psychisch, biologisch en sociaal functioneren tussen vrouwen en mannen.

Methode


Onder begeleiding van prof. dr. J.J. Baneke en drs. L.C.A. Christenhusz van de faculteit Gedragswetenschappen aan de Universiteit Twente is daarom een verkennend literatuuronderzoek uitgevoerd naar de begrippen schaamte, eetstoornissen en delinquentie en hun onderlinge relatie, alsmede naar eerder empirisch onderzoek op het gebied van schaamte, eetstoornissen en delinquentie.

Conclusie


Vrouwen in deze maatschappij willen graag dat hun lichaam voldoet aan de norm die heerst in de samenleving en schamen zich dan ook eerder over hun lichaam dan mannen. En in het bijzonder zullen vrouwen met een eetstoornis zich eerder schamen over het lichaam dan vrouwen zonder eetstoornis en dan mannen. Bovendien zullen vrouwen met een eetstoornis hoger scoren op een depressieschaal dan vrouwen zonder eetstoornis. Er vanuit gaande dat de vrouwen zonder eetstoornis de schaamte voelen en accepteren en daardoor niet depressief worden. Bovendien zou volgens het Cognitieve Schaamte Model een delinquente man minder hoog moeten scoren op een depressieschaal dan een vrouw met een eetstoornis.

Samenvatting researchstudie



Aanleiding

Zoals blijkt uit de literatuurstudie, voelen veel vrouwen in onze maatschappij zich beoordeeld op het lichaam. Dit heeft als logisch gevolg dat zij graag willen dat hun lichaam voldoet aan de norm die heerst in de samenleving. Vrouwen zullen zich dan ook eerder schamen over hun lichaam dan mannen. En in het bijzonder zullen vrouwen met een eetstoornis zich eerder schamen over het lichaam dan vrouwen zonder eetstoornis en dan mannen.

Uit het Cognitieve Schaamte Model van Poulson (2002) blijkt dat je als reactie op schaamte (in het model shame genoemd), acceptatie (acceptance) kan tonen, depressief (depression) kan worden of agressief (rage) kan worden. Zodra iemand de schaamte accepteert of voelt, heeft dit geen verdere consequenties. Als men echter de schaamte niet accepteert en daardoor depressief of agressief wordt, kan dat volgens dit model leiden tot respectievelijk zelfdestructie (attack self) of agressie jegens anderen (attack other). Zelfdestructie omvat onder andere zelfkritiek, risicovol gedrag, en mishandeling van het zelf. De vrouw met de eetstoornis zou onder deze groep kunnen vallen. Onder ‘agressie jegens anderen’ valt verbaal en fysiek geweld. Hierbij zou het in dit onderzoek kunnen gaan om de delinquente man.

Naar aanleiding van het model van Poulson is de verwachting dat vrouwen met een eetstoornis dan ook meer depressieve gevoelens moeten hebben dan vrouwen zonder eetstoornis. Er vanuit gaande dat de vrouwen zonder eetstoornis de schaamte voelen en accepteren en daardoor niet depressief worden. Een delinquente man zou volgens het model minder gevoelig moeten zijn voor depressie dan een vrouw met een eetstoornis.


Uit bovenstaande informatie kunnen de volgende twee onderzoeksvragen afgeleid worden:

  • Scoren mannen en vrouwen anders op de verschillende facetten van schaamte?

  • Scoren vrouwen hoger op depressie dan mannen?



Methode


Het empirische gedeelte omvat een kwantitatief onderzoek waarvoor gebruik wordt gemaakt van de Nederlandse vertaling van de Symptom Checklist-90 en de Nederlandse vertaling van de Experience of Shame Scale.

Resultaten


Uit dit onderzoek is gebleken dat vrouwen significant verschillend score dan mannen wat betreft schaamte in het algemeen (p=0,000; CI 95% [-9,053;-24,957]), schaamte die gerelateerd is aan het lichaam (p=0,000; CI 95% [-2,410;-5,690]), het karakter (p=0,001; CI 95% [-3,121;-11,329]) en het gedrag (p=0,000; CI 95% [-2,600;-8.210]). Vrouwen blijken niet significant hoger te scoren op depressie dan mannen.

Conclusie


Vrouwen hebben een sterker gevoel van schaamte omtrent hun lichaam, hun karakter en hun gedrag dan mannen. Over het algemeen ervaren vrouwen meer schaamte dan mannen. Er is geen verschil wat betreft depressie voor zowel mannen als vrouwen.

Discussie


We kunnen dus zeggen dat het model van Poulson (2000) door dit onderzoek wordt bevestigd, op het facet depressie na. Volgens Poulson hadden de vrouwen hoger moeten scoren op de depressieschaal dan mannen en hadden specifieker vrouwen met een eetstoornis hoger op de depressieschaal moeten scoren dan delinquente mannen. Uit de data-analyse blijkt dit ook wel, maar er is geen significant verschil. De oorzaak van het feit dat de vrouwen niet significant hoger scoren op de depressieschaal dan mannen ligt bij het feit dat de vrouwen met een eetstoornis niet significant hoger scoren dan delinquente mannen.

Delinquente mannen scoren significant hoger op depressie dan niet delinquente mannen, wellicht door het feit dat de delinquente mannen in detentie zaten ten tijde van het afnemen van de vragenlijsten. Een mogelijke verklaring zou zijn dat de mannen in detentie hun woede niet kwijt kunnen en daardoor depressieve gevoelens ontwikkelen. De score op depressieschaal van de SCL-90 stijgt doordat ze leven in onzekerheid over de straf die ze gaan krijgen en doordat ze vaak last hebben van slapeloosheid.

Wellicht zou er voor vervolg onderzoek een grotere groep delinquente mannen en vrouwen met een eetstoornis genomen moeten worden, om zo wel significante verschillen te verkrijgen.

De resultaten van dit onderzoek zouden gebruikt kunnen worden in een vervolgonderzoek naar bijvoorbeeld depressie bij mannen in detentie.



Inhoud





Voorwoord 3

Samenvatting literatuurstudie 4

Aanleiding 4

Methode 4

Conclusie 4

Samenvatting researchstudie 5

Methode 5

Resultaten 5

Conclusie 5

Discussie 5

Inhoud 7

DEEL I Literatuurstudie 9

1 Inleiding 9

1.1 Aanleiding 9

1.2 Doelstelling 9

1.3 Onderzoeksvragen 10



2 Methode 11

2.1 Zoekstrategie 11

2.2 Selectiecriteria 11

2.3 Dataverzameling en analyse 12



3 Schaamte 13

3.1 Wat is schaamte nu precies? 13

3.2 Welke theorieën zijn er omtrent schaamte 13

3.2.1 H.B. Lewis 13

3.2.2 Tangney 14

3.2.3 Poulson 14

4 Eetstoornissen 17

4.1. Wat zijn eetstoornissen nu precies? 17



4.1.1 Wat is Anorexia Nervosa? 17

4.1.2 Wat zijn de gevolgen van Anorexia Nervosa? 18

4.1.3 Wat is Boulimia Nervosa? 19

4.1.4 Wat zijn de gevolgen van Boulimia Nervosa? 20

4.1.5 Wat zijn de oorzaken van eetstoornissen? 21

4.2. Welke theorieeën zijn er omtrent eetstoornissen 23



4.2.1 Ranking theory 23

4.2.2 Objectification theory 23

5 Delinquentie 25

5.1 Wat zijn delinquenten nu precies? 25

5.2. Welke theorieën zijn er omtrent delinquentie 25

5.2.1. Braithwaite 25

6 Schaamte, eetstoornissen en delinquentie 26

Deel II Researchstudie 28

8 Inleiding 28

9 Methode 29

9.1 Instrumenten 29



9.1.1 SCL-90 29

9.1.2 ESS 29

9.2 Respondenten 29

9.3 Procedure 30

Resultaten 31

Discussie 35

Literatuur 36

Bijlagen 39

Bijlage 1 Experience of Shame Scale 39

Bijlage 2 Symptom Checklist-90 40

43


Bijlage 3 Begeleidende brieven 44


DEEL I Literatuurstudie




1 Inleiding

“We zouden kunnen zeggen wat we dachten, zonder ons in te houden: ‘Goh, wat ben jij een ongelooflijk lekkere vent.’ We zouden nooit meer klungelend met een grote badhanddoek die zwembroek op het strand hoeven aantrekken. Ongegeneerd onze houterige pasjes op de dansvloer doen. Geen boze blikken meer werpen op onze partner, die veel te luidruchtig zit te bellen in de trein. En, o heerlijkheid, we zouden nooit meer hoeven blozen. Als er geen schaamte bestond, zou het leven een stuk simpeler zijn.” (Psychologie magazine, november 2004)


1.1 Aanleiding


Schaamte is een fenomeen dat de wetenschap al jaren intrigeert. Er zijn in de loop der jaren dan ook vele verschillende theorieën over ontwikkeld. Schaamte wordt volgens onder andere Tangney en Dearing (2002) en H.B. Lewis (1985) geassocieerd met een negatief zelfbeeld. Baneke (2002) zegt dat individuen die zich schamen of schuldig voelen, een besef hebben van falen wat onder andere tot uiting komt door te blozen, de handen voor het gezicht te slaan en het gezicht af te wenden.

Volgens Lutwak, Panish, Ferrari en Razzino (2001) is er een verschil tussen mannen en vrouwen wat betreft schaamte. Vrouwen zijn gevoeliger voor schaamte dan mensen van het mannelijke geslacht. Baneke (2002) meent, verwijzend naar Scheff, dat er een verschil bestaat in de mate van hechting tussen mannen en vrouwen: mannen hebben een ontwijkende hechtingsstrategie en vrouwen een angstige hechtingsstrategie. Deze verschillen in hechting zouden volgens hem tot gevolg hebben dat de man zich over andere dingen schaamt dan de vrouw. Baneke (2002) verklaard Scheff nader: mannen hebben in onze cultuur meer moeite met schaamte te voelen of te tonen en daardoor komen bij mannen destructieve conflicten vaker voor. Volgens Scheff zou dat kunnen verklaren waarom veel meer mannen crimineel gedrag, in de vorm van destructief gedrag, vertonen dan vrouwen.

Het is dan ook interessant om te onderzoeken waar deze delinquente man zich voor schaamt en in hoeverre dat anders is dan waar een vrouw zich voor schaamt. Omdat schaamte een belangrijke rol speelt bij vrouwen met een eetstoornis (Burney & Irwin, 2000) is er in dit onderzoek voor gekozen om deze groep als vergelijkende groep te gebruiken om het verschil in schaamte tussen mannen en vrouwen te onderzoeken.

1.2 Doelstelling


Het doel van deze studie is tweeledig. Ten eerste wordt met behulp van een literatuuronderzoek getracht inzicht te krijgen in de begrippen schaamte, eetstoornissen en delinquentie en hun onderlinge relatie, alsmede naar eerder empirisch onderzoek op het gebied van schaamte, eetstoornissen en delinquentie.

Ten tweede wordt met behulp van een kwantitatief onderzoek door middel van vragenlijsten getracht de relatie tussen schaamte, eetstoornissen en delinquentie te meten. Voor dit kwantitatieve onderzoek wordt gebruik gemaakt van Nederlandse vertaling van de Symptom Checklist-90 (SCL-90; L.R. Derogatis, 1975; Ned. Vert. W.A. Arrindell & J.H.M. Ettema, 1986) en de Nederlandse vertaling van de Experience of Shame Scale (ESS; B. Andrews et al, 2002; Ned. Vert. J.J. Baneke, 2003). In dit researchonderzoek zullen de op basis van de gegevens uit de literatuur ontwikkelde hypotheses, getoetst gaan worden.



1.3 Onderzoeksvragen


Uit de geformuleerde doelstelling worden de volgende onderzoeksvraag afgeleid:

  • Scoren mannen en vrouwen anders op de verschillende facetten van schaamte?

Uit deze vraag vloeien de volgende deelvragen logischerwijs voort:

  • Op welke items van de ESS scoren mannen hoger dan vrouwen?

  • Op welke items van de ESS scoren vrouwen hoger dan mannen?

Bovendien zal er worden gekeken naar de depressieschaal van de SCL-90 om te kijken of er een verschil is in depressie tussen mannen en vrouwen. Dat maakt de tweede onderzoeksvraag:

  • Scoren vrouwen hoger op de depressieschaal van de SCL-90 dan mannen?

Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen vrouwen met een eetstoornis en mannen die in het verleden delinquent gedrag hebben vertoond, en vrouwen zonder eetstoornis en mannen die geen delinquent gedrag hebben vertoond.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

  • Samenvatting literatuurstudie Aanleiding
  • Samenvatting researchstudie
  • DEEL I Literatuurstudie 1 Inleiding
  • 1.1 Aanleiding
  • 1.2 Doelstelling
  • 1.3 Onderzoeksvragen

  • Dovnload 1.62 Mb.