Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


M. M. Groffen (0049972) Enschede, 15 augustus 2005

Dovnload 1.62 Mb.

M. M. Groffen (0049972) Enschede, 15 augustus 2005



Pagina3/11
Datum05.12.2018
Grootte1.62 Mb.

Dovnload 1.62 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

2 Methode

Binnen het literatuuronderzoek is op systematisch wijze gezocht naar theorieën over schaamte, eetstoornissen en delinquentie. De wijze van zoeken en selecteren van de literatuur voor deze studie wordt hieronder uitgewerkt. Dit onderzoek is in combinatie gedaan met L.R. Pool, die in haar literatuuronderzoek meer de nadruk legt op delinquentie, terwijl in dit verslag eetstoornissen een prominentere plaats hebben.


2.1 Zoekstrategie


Via het Internet werden diverse informatiebronnen geraadpleegd. Full text bestanden worden verkregen via o.a. PsycArticles en Psychology & Behavioral Sciences Collection en Jstor. Ook via eigen boeken uit de psychologie was de nodige informatie te halen.

Bij het zoeken naar literatuur werd gebruik gemaakt van o.a. (combinaties van) de volgende sleutelwoorden: shame, eatingdisorders, anorexia, bulimia, anger, delinquency, rage, depression, ESS, SCL-90, Andrews, Lewis, Tangney, Gilbert, Braithwaite. Verder werd bij het zoeken naar literatuur gebruik gemaakt van meer algemene zoekmachines zoals scholar.google.com.

Tevens zijn via de UB-catalogus van de Universiteit Twente relevante handboeken gezocht op het gebied van schaamte. Ook heeft één van de begeleiders relevante informatie verstrekt in de vorm van artikelen en boeken.

2.2 Selectiecriteria


Binnen het kader van het literatuuronderzoek is ervoor gekozen om de onderzoeksonderwerpen breed te verkennen. Er wordt eerst globaal gezocht op schaamte en delinquentie en op schaamte en eetstoornissen. Vervolgens wordt er steeds specifieker gezocht in deze twee hoofdgroepen met de andere sleutelwoorden zoals boven beschreven.

Uitsluitend artikelen in de Engelse, Nederlandse en Duitse taal worden geselecteerd. Artikelen die niet in de Nederlandse, Engelse of Duitse taal zijn geschreven worden derhalve uitgesloten van deze studie.

Het resultaat van de literatuurstudie is in de volgende tabel weergegeven:


Nummer

Informatiebron

Zoektermen

Hits

1

2

3



4

5

6



7

8

9



10

11

12



13

14

15



16

17


PsychArticles


Shame and eating disorders

Shame and eating

Shame and anorexia

Shame and bulimia

Shame and anger

Shame and delinquency

Shame and rage

Shame and depression

Shame and ESS

SCL-90 and depression

Andrews and shame

Tangney and shame and anger

Gilbert and shame

Lewis and shame

Lewis and anger

Braithwaite

Baneke


0

2 waarvan 2 relevant

0

0

19, waarvan 0 relevant



0

0

9, waarvan 0 relevant



0

3 waarvan 0 relevant

2, waarvan 0 relevant

2, waarvan 1 relevant

0

1, waarvan 0 relevant



3, waarvan 0 relevant

3, waarvan 0 relevant

1, waarvan 0 relevant


18

19

20



21

22

23



24

25

26



27

28

29



30

31

32



33

34

35



36

37

38



Psychology & Behavioral Sciences Collection

Shame and eating disorders

Shame and eating

Shame and anorexia

Shame and bulimia

Shame and anger

Shame and delinquency

Shame and rage

Shame and depression

Shame and ESS

SCL-90 depression

Andrews and shame

Tangney and shame

Gilbert and shame and anger

Lewis and shame

Lewis and anger

Braithwaite and shame

Baneke

Narcism


Anger and eating disorders

Psychotherapy and eating disorder

Offenders and shame and anger


0

20, waarvan 10 relevant

7, waarvan 2 relevant

9, waarvan 4 relevant

57, waarvan 1 relevant

0

10, waarvan 0 relevant



43, waarvan 3 relevant

1, waarvan 1 relevant

70 waarvan 1 relevant

5, waarvan 1 relevant

5, waarvan 0 relevant

1, waarvan 0 relevant

10, waarvan 1 relevant

7, waarvan 0 relevant

7, waarvan 1 relevant

0

1, waarvan 1 relevant



29, waarvan 3 relevant

13, waarvan 1 relevant

2, waarvan 1 relevant


39

Scholar.google.com

Tangney, Andrews, Gilbert, Lewis, Braithwaite

5, waarvan 1 relevant

40

Jstor

Shame and Scheff and Lewis and social bond

23, waarvan 1 relevant



2.3 Dataverzameling en analyse


Uit de 368 treffers zijn uiteindelijk 25 relevante artikelen geselecteerd. Om te beoordelen of een artikel relevant is of niet, is er onder andere gekeken naar het jaar van uitgave. Er is getracht zoveel mogelijk artikelen op te nemen van na het jaar 2000, zodat de gegevens in dit verslag zo recent mogelijk zijn. Bovendien zijn de artikelen die zowel het onderwerp schaamte behandelen als één van de twee andere sleutelwoorden -eetstoornissen en delinquentie- direct opgenomen in dit literatuuronderzoek. Andere artikelen zijn aan de hand van de samenvatting beoordeeld op hun relevantie voor dit onderzoek. Als het de relatie beschreef tussen schaamte, eetstoornissen, depressie, woede en delinquentie of als het informatie gaf over de validiteit en werking van de ESS en de SCL-90, dan is het opgenomen in dit onderzoek. Door het lezen van de gevonden artikelen, is er verder gezocht naar andere artikelen. Ook deze zijn opgenomen in het literatuuronderzoek.

3 Schaamte

Als we in het woordenboek op zoek gaan naar het woord schaamte komen we de volgende definitie tegen:



schaam·te (de ~ (v.), ~n/~s)

1 gevoel van onbehagen dat iemand krijgt bij toestanden die in strijd zijn met de algemeen geldende opvattingen over fatsoen en eerbaarheid, of bij toestanden die hem voor anderen schijnbaar verachtelijk of bespottelijk maken => gêne, schaamtegevoel (Van Dalen taalweb, 2005)

3.1 Wat is schaamte nu precies?


Er is vanaf oudsher veel belangstelling geweest voor de emotie schaamte. Volgens Poulson (2000) heeft Freud ooit de term in één van zijn werken genoemd, maar al niet veel later ontkende hij deze naam voor de emotie en hij heeft vervolgens het woord ‘schaamte’ zelden nog gebruikt. Zo waren er nog vele andere sociologen die onderzoek gedaan hebben naar schaamte, maar die niet expliciet het woord ‘schaamte’ gebruikt hebben. Heel vaak werd de term ‘tekort aan zelfvertrouwen’ gebruikt.

Lewis (1971) is de eerste die de emotie waar al jaren onderzoek naar gedaan werd ‘schaamte’ noemde. Gilbert (1998) zegt het volgende over schaamte:

“Schaamte gaat over het in de wereld zijn als een ongewenst persoon, een persoon die je niet wilt zijn. Schaamte is een onvrijwillige reactie op het bewust worden dat je minder waard bent geworden. Schaamte is niet langer de ‘slapende’ zoals Helen Lewis dacht. Door haar werk en dat van mensen als Silvian Tomkons, Gerald Kaufman, Donald Nathason, Thomas Scheff en vele anderen, is de ‘slapende’ wakker geworden, maar hij is nog steeds aan het vechten om zijn identiteit en grenzen te ontdekken.”

Om de identiteit en grenzen van schaamte te verkennen wordt na Lewis (1971) Tangney behandeld, zij zegt dat schaamte algemeen bekend is als een vooral intense en vaak ongeschikte, negatieve emotie die samen gaat met gevoelens van minderwaardigheid, krachteloosheid en zelfbewustzijn en met het geheimhouden van tekortkomingen (Tangney & Dearing, 2002). Poulson heeft uit vele onderzoeken van onder andere een aantal bovengenoemden een Cognitief Schaamte Model ontwikkeld. Hij geeft aan dat schaamte ontstaat in de kindertijd, maar zich door het hele leven heen verder ontwikkeld (Poulson, 2000).


3.2 Welke theorieën zijn er omtrent schaamte

3.2.1 H.B. Lewis


Helen Block Lewis (1971) heeft de termen ‘feeling traps’ en de ‘shame/anger loop’ op de kaart gezet. De ‘feeling traps’ zijn de emotionele reacties die mensen vertonen op hun emoties. Vaak markeert iemand zijn/haar schaamte met woede en vervolgens schaamt die persoon zich weer over het feit dat hij/zij boos is. Dit is de overgang van de ‘shame/anger loop’ naar de ‘shame/shame’ loop. De ‘shame/shame loop’ heeft volgens Lewis terugtrekking uit de situatie tot gevolg.

Schaamte ontstaat wanneer het sociale verbond bedreigd wordt (Lewis, 1971). Elk persoon heeft angst voor sociale disconnectie en om onbegrepen te worden door anderen. Volgens Lewis is schaamte een lichamelijke en/of mentale reactie op de bedreiging van de verbondenheid met anderen. Schaamte kan een reactie zijn op deze verbondenheid, maar het kan ook ontstaan als reactie op de acties in het ‘innerlijke theater’, waarin we onszelf zien door de ogen van anderen. Schaamte is het resultaat van globale attributie van falen, oftewel het falen is geattribueerd aan de zelf in zijn totaliteit (Lewis, 1971).

Vrouwen bezitten van nature een hogere gezelligheid en die dwingt hen om de culturele waardedaling van deze gezelligheid te verdragen door zichzelf in waarde te doen dalen. Ze worden hierdoor kwetsbaarder voor schaamte en depressie. Vrouwen zijn dus gevoeliger voor depressie dan mannen. Het lagere gevoel voor gezelligheid van de man, verhoogt hun agressieve antwoord op onderbrekingen van hun gevoelens (Lewis, 1985).

3.2.2 Tangney


Het is volgens Tangney (2002) algemeen aangenomen dat schaamte helpt mensen hun sociaal onacceptabele impulsen als agressie en woede te beteugelen. Het lijkt logisch dat iemand die schaamte ervaart minder snel agressief of boos reageert op een ander. Je zou kunnen zeggen dat iemand die goed bekend is met het ervaren van schaamte, zich inhoudt om boos of agressief te worden om zo niet het risico te lopen een schaamtereactie op te roepen. Er is dan ook een sterke positieve relatie tussen het uiten van gevoelens en het ervaren van schaamte.

Volgens Tangney (2002) zijn er tenminste twee duidelijke paden die men kan bewandelen wanneer iemand zich schaamt: je kunt je terug trekken uit de menigte of je kunt de omgeving de schuld geven in plaats van jezelf. Op deze twee manieren komt je eigenwaarde niet in gevaar. Door de omgeving de schuld te geven, toon je woede. Deze woede is een emotie van macht en gezag, in tegenstelling tot schaamte. Schaamte is juist een gevoel van waardeloosheid en verlamming. Door de woede naar buiten te keren worden beschaamde individuen in plaats van schaamtevol juist boos. Bovendien wordt dit mechanisme van het omzetten van schaamte in woede versterkt door het feit dat de beschamende persoon zich een afkeurende ander inbeeld en een verzwakte capaciteit heeft om zich te kunnen verplaatsen in anderen. Schamende personen hebben een verhoogde gevoeligheid voor de mening van anderen, dus het is een kleine stap om de ander de oorzaak van je schaamte toe te rekenen. Dit mag dan op de korte termijn de beste oplossing lijken, op de lange termijn is het vernietigend voor de interpersoonlijke relaties. Schaamte gevoelens zijn geschikt om defensieve reacties richting een ander op te roepen, zoals het uiten van woede. Mensen die geneigd zijn zichzelf te schamen, geven vaak anderen de schuld van de negatieve gebeurtenis. Uit vele onderzoeken blijkt dat schaamte niet alleen ontwijkend gedrag stimuleert, maar ook defensieve gevoelens van woede en vijandigheid. Bovendien is er een tendens om de schaamte op een ander te projecteren (Tangney & Dearing, 2002)

Een schaamtegevoelig persoon ervaart meer woede jegens anderen dan iemand die minder gevoelig is voor schaamte. Schaamtegevoeligheid is gerelateerd aan kwaadwillige intenties en aan de neiging om terecht te komen in directe lichamelijk- en verbale agressie, in indirecte verplaatste agressie, agressie naar zichzelf en onderdrukte agressie. Een voorbeeld van verplaatste agressie is de woede afreageren op een ander, dan diegene die de woede opgeroepen heeft. Onderdrukte agressie is woede die niet geuit wordt op het moment van het ontstaan, schaamtegevoelige mensen hebben namelijk vaak de neiging om zich terug te trekken uit de woedegerelateerde situatie.

In een onderzoek naar schaamte in specifieke situaties (Tangney & Dearing, 2002) vertonen mannen directe en indirecte vormen van agressie in reactie op schaamte. Vrouwen daarentegen vertonen verplaatste agressie, bijvoorbeeld de woede tegen de partner afreageren op iemand anders, en agressie richting zichzelf. Onder agressie tegen zichzelf valt onder andere zelfdestructie in de vorm van eetstoornissen.


3.2.3 Poulson


Poulson (2000) heeft een model opgesteld over het cognitieve proces van schaamte aan de hand van ideeën van Lewis (1992) over de beoordeling en de effecten van schaamte en aan de hand van het werk van Nathanson (1992) over gevoelens en het proces dat samengaat met een schaamte-ervaring. Het doel van het model is niet alleen weergeven hoe we iemand anders laten schamen, maar ook hoe we schaamte in onszelf oproepen.

Poulson (2000) zegt dat de onderbreking van het interpersoonlijke verbond, de kern is van afwijkend en weerzinwekkend gedrag waarmee hij het eens is met de gedachtegang van Kaufmann en Scheff (Poulson, 2000). Het interpersoonlijke verbond bestaat uit de verbindingen die mensen met elkaar aan gaan (Poulson, 2000). Schaamte is volgens Poulson een krachtige, sociale emotie, aangeleerd door verwachtingen en normen van anderen en versterkt door verwachtingen van onszelf.





Figuur 1 Cognitive Shame Model (Poulson, 2000)
Het model van Poulson (2000) heeft de volgende gedachtegang: ieder mens heeft zijn eigen normen, doelen en regels (in het model standards, goals & rules genoemd) die ontstaan zijn in de kindertijd. Deze zijn zowel extern als intern gericht. Als een persoon bepaald gedrag vertoont, gaat hij dit evalueren aan de hand van zijn normen, doelen en regels. Dit kan positief (succes) beoordeeld worden of negatief (failure). Als het gedrag als positief beoordeeld wordt, leidt dit globaal tot een gevoel van overmoed (hubris). Dit is een gevoel over jezelf als persoon. Op specifiek niveau leidt een positieve beoordeling van het gedrag tot een gevoel van trots (pride). Deze trots heeft alleen betrekking op het gedrag en dus niet op de persoon. Als het gedrag negatief beoordeeld wordt, leidt dit globaal tot schaamte (shame) en specifiek tot schuld of berouw (guilt/regret). Schaamte is dus een gevoel van falen van jezelf als persoon. Schuld daarentegen heeft alleen te maken met het specifieke gedrag. Hoe een kind met de evaluatie van zijn gedrag omgaat hangt sterk af van de ouders. Kinderen moeten bekritiseerd of geloofd worden om het gedrag, niet om de persoon.

Wanneer iemand schaamte ervaart kan hij hier op vier verschillende manieren antwoord op geven. Het zogenoemde ‘kompas van de schaamte’ (Nathanson, 1992) omvat de volgende vier reacties: acceptatie, terugtrekking, depressie en woede. Acceptatie betekent door middel van copingstrategieën de schaamte aanpakken, deze reactie is de meest voorkomende. Wanneer je je terugtrekt, ontken je als het ware de schaamte. Lewis (1992) noemt dit het negeren van de schaamte en volgens hem komt de ervaring dan op een ander tijdstip terug. Volgens hem kan dit zelfs tot een depressie leiden. Erkende schaamte zou relaties en de samenleving kunnen verbinden, en onderkende schaamte zou de kracht zijn die hen uit elkaar drijft. (Scheff, 2000).

Depressie is volgens Nathanson (1992) zowel een oorzaak als een gevolg van schaamte. Depressie wordt vaak gezien als agressie richting jezelf, door Nathanson (1992) ook wel ‘attack self’ genoemd. Hieronder wordt onder andere zelfdestructief gedrag, zoals alcohol- of drugsmisbruik, risicovol gedrag en zelfs zelfmoord, verstaan. Woede leidt echter tot ‘attack other’, waartoe lichamelijk, verbaal en emotionele misbruik behoren.

Vaak zie je dat de woede zich opkropt en tot een explosie in de vorm van gewelddadig gedrag leidt.


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

  • 2.1 Zoekstrategie
  • 2.2 Selectiecriteria
  • 2.3 Dataverzameling en analyse
  • 3 Schaamte
  • 3.1 Wat is schaamte nu precies
  • 3.2 Welke theorieën zijn er omtrent schaamte
  • 3.2.2 Tangney
  • 3.2.3 Poulson

  • Dovnload 1.62 Mb.