Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


M. M. Groffen (0049972) Enschede, 15 augustus 2005

Dovnload 1.62 Mb.

M. M. Groffen (0049972) Enschede, 15 augustus 2005



Pagina4/11
Datum05.12.2018
Grootte1.62 Mb.

Dovnload 1.62 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

4 Eetstoornissen

Als we in het woordenboek op zoek gaan naar het woord eetstoornis komen we de volgende definitie tegen:



eet·stoor·nis (de ~)

1 psychische stoornis in het eetgedrag

Als we vervolgens de eetstoornis opsplitsen in anorexia nervosa en boulimia nervosa vinden we de volgende definities:



ano·rexia ner·vo·sa (de ~ (v.))

1 psychische aandoening waardoor een patiënt weigert voedsel op te nemen => anorexia, anorexie, hongerzucht, magerzucht

bou·li·mia ner·vo·sa (de ~ (v.))

1 [med.] psychische stoornis met als voornaamste kenmerk een gestoord eetpatroon waarbij de patiënt extreem vasten afwisselt met extreme eetbuien, gevolgd door braken => boulimia, boulimie (Van Dalen taalweb, 2005)

4.1. Wat zijn eetstoornissen nu precies?


Anorexia en Boulimia Nervosa komen voornamelijk voor bij vrouwen; ongeveer 5 tot 10 % van de patiënten is man. Anorexia komt voor bij 1.4 op de 1000 vrouwen. De schattingen voor boulimia zijn aanmerkelijk hoger: 4,5% van de vrouwen en 1,5% van de mannen zou hier aan lijden. De ziektes duren gemiddeld 7,5 jaar, met een spreiding van een half jaar tot dertig jaar. (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005; Vandereycken, Hoogduin & Emmelkamp, 2000 ). Treasure, Murphy, Szmukler, Todd, Gavan & Joyce (2001) menen, verwijzend naar Herzog et al., dat de weg naar genezing vaak lang is; de gemiddelde duur van een periode van anorexia nervosa is 6 jaar. Ongeveer 40% van de patiënten herstelt volledig, 40% herstelt gedeeltelijk en 20% herstelt niet. Ongeveer 10% van de patiënten overlijdt aan de gevolgen van deze ziektes (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2001).

Lijnen vormt een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van de eetstoornissen anorexia en boulimia nervosa. Tweederde van alle vrouwen wil graag afvallen. Daarom doet 50% van alle vrouwen permanent aan de lijn, want ook al voelen veel vrouwen zich te dik, ze zijn het niet. Er is


blijkbaar een verschil tussen een medisch en modisch gewenst gewicht. Wat modisch gewenst is, wordt ons dagelijks via de media voorgehouden (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa). Zo beelden de gedrukte print- en kunstmedia mannen af met meer details van het hoofd en gezicht, terwijl vrouwen afgebeeld worden met de nadruk op hun lichaam, vaak zelfs zonder hoofd of gezicht (Fredrickson, Roberts, Noll, Quinn & Twenge, 1998).

4.1.1 Wat is Anorexia Nervosa?


De naam anorexia nervosa (verkort tot anorexia) betekent letterlijk 'gebrek aan eetlust door nerveuze oorzaken'. Deze naam is misleidend, omdat de patiënten die hieraan lijden geen gebrek aan eetlust hebben, maar juist doelbewust proberen hun eetlust en hongergevoel te onderdrukken. Het is in essentie geen kwestie van ‘niet kunnen’ maar van ‘niet willen’ eten, zoat de anorexia-patient er zelf meestal niet over klaagt. Anorexia zou beter 'magerzucht' of 'lijnziekte' genoemd kunnen worden, want de patiënten hebben een onweerstaanbare drang om af te vallen (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005; Vandereycken et al., 2000). De pathologie - en dus het onderscheid met een ‘normale’ slankheidswens – schuilt in het onstuitbare en allesdoordringende karakter van deze neiging: denken, voelen en handelen worden beheerst en bepaald door een niet-ophoudend verlangen extreem mager te zijn (Vandereycken et al., 2000).

Vaak eten anorexia-patiënten iedere dag dezelfde dingen volgens een zichzelf opgelegd ritueel. Iedere afwijking van dit strikte regime kan paniek oproepen en wordt daarom zoveel mogelijk vermeden. Omdat sommige patiënten dit regime niet voortdurend kunnen volhouden, hebben ze af en toe last van eetbuien waarbij er in korte tijd veel eten naar binnen gewerkt wordt. Na zo’n eetbui braken ze vaak of gebruiken ze laxeermiddelen om het eten weer kwijt te raken. Om nog meer af te vallen dwingen anorexia-patiënten zichzelf vaak tot overmatige lichamelijke activiteit (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005). Bij anorexia is er sprake van een sterk vertekend lichaamsbeeld, de patiënt blijft zich, onafhankelijk van het gewicht, dik voelen (Vandereycken et al., 2000). Naarmate het gewicht lager wordt, worden de patiënten steeds banger om aan te komen. Hoewel anorexia-patiënten wel bij anderen opmerken dat die te mager zijn, blijven zij hun eigen toestand tegenover zichzelf en anderen vaak lang ontkennen. Ze proberen hun eetgedrag en de lichamelijke gevolgen daarvan voor anderen verborgen te houden. (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005; Vandereycken et al., 2000 ).

Anorexia is een mentale ziekte die duidelijk zichtbaar is voor de omgeving. Het aanzicht van iemand die er uitgehongerd, ziek en levenloos uitziet roept een automatische emotionele reactie op. Treasure et al. (2001) menen, verwijzend naar Serpell, dat de omgeving zich bezorgd en angstig voelt en ze bovendien de zieke graag willen helpen. Anorexia-patiënten geven aan dat één van de positieve kenmerken van de ziekte is, dat het hun leed weergeeft. Alhoewel ze wel bang zijn voor de druk die op hen uitgeoefend zou kunnen worden om in gewicht aan te komen. Anorexia-patiënten kunnen daarom lang volhouden dat er niets met hen aan de hand is (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005).

4.1.2 Wat zijn de gevolgen van Anorexia Nervosa?

4.1.2.1 De lichamelijke gevolgen


Anorexia-patiënten kunnen door hun eetgedrag erg vermageren. Door de ondervoeding en vermagering kunnen veel lichamelijke klachten optreden. Zo stopt bij vrouwen de menstruatie doordat de hormonen die zorgen voor de menstruatiecyclus afnemen, dit kan gepaard gaan met (tijdelijke) onvruchtbaarheid (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005). Volgens de diagnostische criteria voor anorexia nervosa (DSM-Ⅳ) moet er een afwezigheid zijn van ten minste drie opeenvolgende menstruele perioden (d.w.z. amenorroe). De ademhaling en de hartslag worden trager en de bloeddruk daalt. Dit komt doordat het lichaam bij dalend gewicht en verminderde voedselinname zoveel mogelijk overschakelt op besparing in de stofwisseling. Als gevolg hiervan voelen de patiënten zich dikwijls erg moe, duizelig, lusteloos, depressief (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005).

Doordat er weinig eten wordt verbrand, daalt de lichaamstemperatuur en hebben de patiënten last van koude, blauwe handen en voeten. Ook kan, als gevolg van de lage lichaamstemperatuur, een donsachtige beharing in het gezicht, op de armen, borst en rug ontstaan. Bovendien verslechtert de conditie van het gebit en de haren en kan er haaruitval optreden. De huid wordt droog en schilferig en verslapt. Bij extreme vermagering ontstaat vaak een vochtophoping (oedeem) in de onderbenen en kan er spierweefsel afgebroken worden. Ook wordt het honger- en verzadigingsmechanisme verstoord, waardoor patiënten op den duur niet meer voelen wanneer ze honger hebben of ze negeren het hongergevoel. Bovendien slapen anorexia-patiënten vaak slecht, zij slapen vaak moeilijk in of zijn al vroeg weer wakker (Vandereycken et al., 2000). Dit probleem wordt dikwijls opgelost door 's morgens vroeg met werk, studie of andere activiteiten te beginnen. (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005)

Door het ontoereikende of eenzijdige dieet kunnen tekorten aan bepaalde mineralen en vitamines ontstaan. Bij patiënten die laxeer- en/of plasmiddelen gebruiken en/of regelmatig braken kunnen ernstige stoornissen in de electrolytenhuishouding ontstaan, in het bijzonder een tekort aan kalium. Dit kan leiden tot nier- en leverbeschadigingen, spierkrampen, hartritmestoornissen en zelfs hartstilstand (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005; Vandereycken et al., 2000).

Bijna alle lichamelijke symptomen verdwijnen wanneer de patiënten weer een stabiel, normaal gewicht hebben bereikt. Als de ziekte echter vele jaren duurt, kan onherstelbare schade aangericht worden. Zeker omdat anorexia-patiënten zelf vaak de ernst van hun lichamelijke toestand ontkennen, is dit risico aanwezig. Bij vrouwen die langdurig niet menstrueren, kan op den duur botafbraak (osteoporose) ontstaan. Hierdoor neemt de kans op botbreuken toe. Het is dus beslist niet overdreven om anorexia nervosa als een lichamelijk gevaarlijke ziekte te beschouwen (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005).



4.1.2.2 De sociale gevolgen


Mensen met anorexia voelen zich vaak geïsoleerd en verlaten. De vermagering en het abnormale eetgedrag roepen veel onbegrip en bezorgdheid op bij familie en vrienden. Daarom proberen zij hun eetstoornis zo veel mogelijk verborgen te houden en verzinnen ze smoesjes en uitvluchten. De omgeving kan ze hierdoor als leugenachtig of onbetrouwbaar ervaren (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005).

Anorexia-patiënten zijn voortdurend bezig met het plannen en geheimhouden van hun eetgedrag. Dit veroorzaakt veel stress waardoor ze kwetsbaar, onzeker en snel geïrriteerd raken en ze last van stemmingswisselingen krijgen. Ook kunnen anorexia-patiënten tekenen van een depressie vertonen, deze zijn meestal secundair (bij gewichtsherstel klaart deze depressiviteit snel op) (Vandereycken et al., 2000).

Anorexia-patiënten moeten van zichzelf aan een heleboel regels voldoen en worden in hun denken en doen erg in beslag genomen door hun ziekte. Ze gaan zich op den duur steeds meer afzonderen van de mensen om hen heen. Ze zijn uiteindelijk alleen nog maar bezig met wel of niet eten, met dik of dun zijn en met zoveel mogelijk bewegen. Hoewel ze vaak grote moeite doen om zich zo aangepast mogelijk te gedragen, zijn zij zo sterk door hun ziekte geobsedeerd, dat zij haast niets meer voor andere mensen of zaken kunnen voelen. Zij komen daardoor snel in een sociaal isolement terecht (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005; Teusch,1988).

4.1.3 Wat is Boulimia Nervosa?


Boulimia nervosa (afgekort tot boulimia) betekent letterlijk 'eetlust als een os door nerveuze oorzaken'. Ook deze naam klopt niet helemaal, omdat er sprake is van eetbuien die worden afgewisseld met perioden van matig tot zeer matig eten. Bovendien is het vaak niet zo dat mensen met boulimia een grote eetlust hebben voordat ze een eetbui krijgen, het gaat om het eten, niet om het stillen van honger. De drang om te eten lijkt op een verslaving, vandaar ook wel dat boulimia eetverslaving wordt genoemd (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005).

Tijdens een eetbui worden grote hoeveelheden eten naar binnen gewerkt en hebben de patiënten het gevoel dat zij de controle over hun eetgedrag kwijt zijn. Het voedsel is dikwijls calorierijk en wordt vaak zonder dat ze het proeven doorgeslikt. De drang tot eetbuien is vaak zo groot dat patiënten deze gaan plannen. Zo kunnen patiënten bijvoorbeeld gedurende de dag, op hun werk, nauwelijks iets eten, om zich, wanneer ze alleen zijn, over te geven aan een eetbui. (Sanftner & Crowther,1996; Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2000). De frequentie van de eetbuien varieert van persoon tot persoon, de ene patiënt(e) heeft twee eetbuien per week, de andere heeft er vele per dag (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005). Volgens de diagnostische criteria voor boulimia nervosa (DSM-Ⅳ) moeten deze eetbuien en het daarmee samenhangende compensatiegedrag gemiddeld minstens tweemaal per week gedurende drie maanden voorkomen.

Na een eetbui proberen boulimia-patiënten het eten zo snel mogelijk weer kwijt te raken. Vaak gebeurt dit door zelf opgewekt braken en/of het gebruik van laxeermiddelen en/of plasmiddelen. Het kan ook zijn dat er na een periode van eetbuien een periode van streng vasten volgt. Als reactie op het hongergevoel dat door het vasten ontstaat, kunnen weer nieuwe eetbuien volgen.

Net als anorexia-patiënten zijn boulimia-patiënten dus geobsedeerd door voedsel, gewicht en lichaamsomvang. De meeste boulimia-patiënten hebben echter een normaal gewicht, al komt het ook voor dat ze mager of dik zijn. Wat hun gewicht ook is, in hun beleving zijn ze in ieder geval te dik en ze proberen dan ook voortdurend slanker te worden of op gewicht te blijven. Boulimia-patiënten schamen zich vaak erg voor hun eetbuien en proberen deze voor de buitenwereld verborgen te houden. Vandaar dat zij ogenschijnlijk normaal functioneren (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005).



4.1.4 Wat zijn de gevolgen van Boulimia Nervosa?

4.1.4.1 De lichamelijke gevolgen


Bij boulimia nervosa kunnen als gevolg van het onregelmatige eetpatroon, het braken en het laxeren een groot aantal klachten optreden. Zo kunnen bij vrouwen menstruatiestoornissen optreden. De menstruatie is dan erg onregelmatig of blijft uit. Ook kan er een verstoring in het honger- en verzadigingsmechanisme ontwikkeld worden, de patiënten weten dan niet meer wanneer zij honger hebben of wanneer zij vol zitten (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005).

Door veelvuldig braken komen de slokdarm en de mondholte voortdurend in contact met het maagzuur. Hierdoor wordt het glazuur van het gebit aangetast waardoor cariës kunnen ontstaan. Ook kunnen de speekselklieren opzetten en kan er keelpijn en langdurige heesheid door het braken ontstaan. Door het gebruik van laxeer- en vochtafdrijvende middelen raakt de vochthuishouding verstoord. Een gevolg hiervan kan een lage bloeddruk zijn met klachten als duizeligheid, een licht gevoel in het hoofd en flauwvallen. Door braken of het gebruik van laxeermiddelen kan een tekort aan kalium ontstaan, wat kan leiden tot nier- en leverbeschadigingen, spierkrampen, hartritmestoornissen en zelfs tot een hartstilstand. Bovendien kan er een tekort aan vitaminen en mineralen ontstaan en kan er bloedarmoede optreden (Vandereycken et al., 2000) Ook kunnen de patiënten verslaafd raken aan de laxeermiddelen. Bij patiënten die regelmatig veel eten, rekt de maag uit. In het ernstigste geval kan de maagwand scheuren door het plotselinge uitzetten van de maag (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005).

De meeste lichamelijke symptomen kunnen zich herstellen als de eetstoornis verdwijnt. Dit kan echter wel enige tijd duren. Omdat veel mensen met boulimia nervosa een normaal lichaamsgewicht hebben, is het voor de omgeving vaak moeilijk te zien dat zij een eetstoornis hebben. Omdat de patiënten zich doorgaans over hun eet- en purgeergedrag schamen, spreken zij vaak niet over hun lichamelijke klachten, waardoor deze onopgemerkt blijven. Dit maakt boulimia nervosa tot een lichamelijk gevaarlijke ziekte (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005; Vandereycken et al., 2000).

4.1.4.2 De sociale gevolgen


Boulimia-patiënten stellen, net als anorexia-patiënten, hoge eisen aan zichzelf. Daarom beschouwen zij het feit dat zij hun eetgedrag niet in de hand kunnen houden als gebrek aan wilskracht en zelfbeheersing. Als ze er daarnaast ook niet in slagen het, in hun ogen, ideale lichaamsgewicht te behouden, kan dit uitlopen op een enorme walging van zichzelf. Omdat ze zich schamen en bang zijn om afgewezen te worden, proberen boulimia-patiënten vaak hun eetbuien voor anderen verborgen te houden. Het braken en het gebruik van laxeermiddelen houden zij ook geheim en zo lijden velen van hen jarenlang een soort dubbelleven, waarbij zelfs de naasten niet op de hoogte zijn van de ziekte. De eetbuien fungeren dan als uitlaatklep om ogenschijnlijk probleemloos te blijven functioneren Boulimia-patiënten voelen zich dan ook vaak erg eenzaam in de strijd met hun ziekte. Ook als ze anderen hun probleem hebben verteld, voelen ze zich nog vaak alleen. Het is moeilijk om aan buitenstaanders duidelijk te maken wat het betekent om met zo'n dwang te moeten leven (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005).

Veel boulimia-patiënten voelen zich vaak neerslachtig, in de Verenigde Staten wordt dan ook gezegd dat boulimia een vorm van depressie is (Vandereycken et al., 2000). Boulimia-patiënten zijn in gedachten veelvuldig bezig met eten en ze piekeren vaak over hun uiterlijk en gewicht. Hierdoor kunnen ze zich moeilijk op andere dingen concentreren, zoals studie en het onderhouden van relaties. Het maken van afspraken is moeilijk, want ze weten vaak niet van tevoren wanneer een eetbui toeslaat. Als ze laxeermiddelen gebruiken, kunnen ze last hebben van enorme darmkrampen, waardoor ze vaak weer afspraken moeten afzeggen. Mensen met boulimia komen daarom op den duur vaak in een sociaal isolement terecht. Bovendien kost al het eten en de laxeermiddelen veel geld. Boulimia-patiënten komen daarom geregeld in financiële problemen. Dit versterkt het isolement, want het wordt op deze manier moeilijker om iets met anderen te ondernemen. Als de financiële zorgen zeer groot worden, komt het ook voor dat de patiënten voedsel gaan stelen uit winkels. Hier voelen ze zich vervolgens weer erg schuldig over (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005; Vandereycken et al.,2000).


4.1.5 Wat zijn de oorzaken van eetstoornissen?


Er is niet één oorzaak voor het ontstaan van eetstoornissen aan te wijzen. Een combinatie van factoren speelt een rol. Omdat anorexia en boulimia overwegend bij vrouwen en meisjes voorkomen, hebben cultureel-maatschappelijke en sociale verklaringen zich tot nu toe grotendeels toegespitst op hun situatie. Maar ook jongens en mannen lijden aan eetstoornissen. Het zal daarom duidelijk zijn dat geen van de factoren op zichzelf de doorslag geeft. Het gaat altijd om een samenspel, waarbij de invloed van de specifieke factoren bij elke patiënt weer enigszins anders kan liggen. Globaal kunnen de volgende factoren worden onderscheiden: cultureel-maatschappelijke factoren, sociale factoren, psychologische factoren en lichamelijke factoren (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005; Troop, Allan, Treasure & Katzman, 2003).

4.1.5.1 Cultureel-maatschappelijke factoren


De toename van het aantal vrouwen met eetproblemen kan in verband gebracht worden met de veranderende rol van vrouwen in de westerse samenleving. Aan de ene kant moeten vrouwen nog steeds het ideaal van de zorgende, zachtaardige en aantrekkelijke echtgenote en moeder naleven, aan de andere kant worden ook steeds meer traditioneel 'mannelijke' activiteiten van hen verwacht, zoals een studie en een loopbaan. Deze vaak tegenstrijdige verwachtingen kunnen leiden tot het onmogelijke streven om 'perfect' te zijn of tot verwarring over de eigen identiteit als vrouw (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005). Werken aan een lichaam dat past bij allebei de rollen, geeft een vrouw de kans om zowel succes te hebben als echtgenote en moeder en als werknemer (McKinley, 1999).

Eén eis die aan vrouwen in de westerse cultuur wordt gesteld speelt daarbij een centrale rol: slank zijn. Het slankheidsideaal lijkt een belangrijke factor in het ontstaan van anorexia en boulimia nervosa. (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005; Fredrickson & Roberts, 1997).

Het 'ideale' vrouwelijke figuur, zoals dat in de media veelvuldig wordt getoond, is steeds minder vrouwelijk, dat wil zeggen: heeft steeds minder heupen en billen. Het gewicht van modellen daalt nog steeds en ligt dikwijls ruim onder de norm voor een diagnose van anorexia nervosa. In landen als Japan, waar de invloed van de westerse cultuur toeneemt, neemt ook het aantal anorexia- en boulimiagevallen toe (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005).

Onder invloed van deze westerse 'ideaalbeelden' doen veel vrouwen dan ook 'aan de lijn', soms een leven lang. Meisjes blijken steeds jonger ontevreden te zijn met hun uiterlijk en proberen hun voedselinname te beperken. Dit vormt een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van eetstoornissen, zeker wanneer men geen of slecht een beetje overgewicht heeft. Voor anorexia-patiënten geldt dat zij doorschieten in hun lijngedrag; voor boulimia-patiënten geldt dat het lijngedrag het ontstaan van eetbuien in de hand werkt (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005).



4.1.5.2 Sociale factoren


De invloed van het westerse slankheidsideaal dringt uiteraard niet alleen door via de media, maar manifesteert zich ook in de sociale omgeving. Ongezond lijngedrag van bijvoorbeeld een ouder kan leiden tot ongezond lijngedrag van een kind. Herhaalde, kritische opmerkingen over lichaamsomvang, uiterlijk en gewicht door familieleden, partners, vrienden, klasgenoten, medestudenten of collega's kunnen aanleiding geven tot onnodig lijngedrag, dat zich kan ontwikkelen tot een eetstoornis. Naarmate de persoon die de kritische opmerkingen maakt een belangrijker rol speelt in iemands leven, zal het schadelijke effect groter zijn (McKinley, 1999; Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005). Maar kritische opmerkingen hoeven niet eens aan een persoon zelf gericht te zijn om een negatief effect te hebben. In een situatie waarin systematisch op uiterlijk wordt beoordeeld, zal men de heersende normen al snel op zichzelf gaan toepassen. Wanneer lichamelijke perfectie van groot belang wordt geacht, zoals in het ballet, de modellenwereld en in de sport, lopen vrouwen het risico door te schieten in hun streven aan die norm te voldoen (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005). Murray, Waller & Legg (1999) menen, verwijzend naar Calham et al. dat een sterke overbezorgdheid van de ouders en weinig verzorging een familieomgeving karakteriseren waarin vrouwen vaak eetstoornissen vertonen.

Behalve druk uit de directe omgeving om aan het slankheidsideaal te voldoen, kan de omgeving ook nog op een andere manier aanleiding geven tot het ontwikkelen van eetproblemen. Vaak komt het voor dat patiënten binnen het gezin niet voldoende geleerd hebben gevoelens te uiten of conflicten op te lossen. De patiënten kunnen dan niet omgaan met emoties, zoals boosheid, verdriet en soms zelfs vreugde, en brengen deze ten onrechte in verband met eten. Ook ingrijpende traumatische ervaringen, zoals incest en lichamelijk of geestelijk geweld, kunnen leiden tot het ontstaan van een eetstoornis (Murray & Waller, 2002; Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005; Vandereycken et al., 2000).



4.1.5.3 Psychologische factoren


Hoewel cultureel-maatschappelijke en sociale factoren voor het ontstaan van eetproblemen zeker een rol van betekenis spelen, kunnen ook meer persoonsgebonden factoren van belang zijn. Mensen met anorexia en boulimia zijn over het algemeen kwetsbaar en ze trekken zich, meer dan anderen, allerlei zaken aan. Ze willen alles erg goed doen, maar slagen hier in hun eigen ogen bijna nooit in. Wanneer vanuit deze onzekerheid conclusies worden getrokken die vervolgens het denken gaan bepalen ('Alleen als ik tien kilo afval, zullen mensen mij aardig vinden'), komen patiënten in een neerwaartse spiraal terecht: al het succes of falen wordt tenslotte in verband gebracht met het lichaamsgewicht. Een vertekend lichaamsbeeld, lage zelfwaardering en extreem perfectionisme zijn dan ook kenmerkend voor patiënten met anorexia en boulimia (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005).

Het feit dat eetproblemen vaak in de puberteit ontstaan, wijst erop dat juist de grote lichamelijke en psychologische veranderingen van die periode tot een groter risico leiden. Zeker meisjes laten een grote daling in zelfvertrouwen zien. Onzekerheid over de nieuwe rol als vrouw kan leiden tot de behoefte om het meisjeslichaam 'in de hand te houden'. Ook kan het eetgedrag een manier zijn om een besef van autonomie, dat niet voldoende aanwezig is, te ontwikkelen. Controle over het lichaam wordt dan synoniem met controle over het eigen leven (McKinley, 1999; Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005).

Bovendien, zo verklaart McKinley (1999) is volgens Feingold het uiterlijk van de vrouw zeer belangrijk in deze periode, omdat er dan heteroseksuele relaties ontwikkeld worden.

Eetstoornissen kunnen echter ook na de puberteit ontstaan. In dat geval spelen soms bijzondere gebeurtenissen een rol die op een andere manier kennelijk niet goed verwerkt kunnen worden, zoals een verbroken relatie, het overlijden van een geliefd persoon, het huis uit gaan, seksueel misbruik, een zwaar examen moeten doen of het krijgen van een kind (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005; Vandereycken et al., 2000).



4.1.5.4 Lichamelijke factoren


Tot nu toe zijn er geen duidelijke aanwijzingen dat eetstoornissen een puur lichamelijke oorzaak hebben. Naar zaken als erfelijkheid, zinktekort en de invloed van neurotransmitters wordt onderzoek gedaan, maar vooralsnog zonder eenduidig resultaat (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005; Vandereycken et al., 2000). Wel lijkt het erop dat lijnen een belangrijke risicofactor is, zeker als het gebeurt zonder dat er sprake is van een groot overgewicht. Mensen die zichzelf voedsel ontzeggen dat zij nodig hebben, gaan automatisch aan eten denken - daar zorgt het lichaam wel voor. Een dieet kan dus het begin vormen van een preoccupatie met eten en een verstoring van het honger- en verzadigingsmechanisme.

Zijn mensen eenmaal op deze weg, dan kunnen zij steeds strenger gaan vasten, uit angst om anders de controle over het, steeds meer om voedsel schreeuwende, lichaam te verliezen. Ook kan hongeren tot gevolg hebben dat er eetbuien ontstaan, die meestal uitmonden in een steeds chaotischer eetpatroon. De patiënten komen dan in een vicieuze cirkel terecht (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa, 2005).


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

  • 4.1. Wat zijn eetstoornissen nu precies
  • 4.1.1 Wat is Anorexia Nervosa
  • 4.1.2 Wat zijn de gevolgen van Anorexia Nervosa
  • 4.1.2.2 De sociale gevolgen
  • 4.1.3 Wat is Boulimia Nervosa
  • 4.1.4 Wat zijn de gevolgen van Boulimia Nervosa
  • 4.1.4.2 De sociale gevolgen
  • 4.1.5 Wat zijn de oorzaken van eetstoornissen
  • 4.1.5.1 Cultureel-maatschappelijke factoren
  • 4.1.5.2 Sociale factoren
  • 4.1.5.3 Psychologische factoren
  • 4.1.5.4 Lichamelijke factoren

  • Dovnload 1.62 Mb.