Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


M. M. Groffen (0049972) Enschede, 15 augustus 2005

Dovnload 1.62 Mb.

M. M. Groffen (0049972) Enschede, 15 augustus 2005



Pagina6/11
Datum05.12.2018
Grootte1.62 Mb.

Dovnload 1.62 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

Resultaten

Uiteindelijk heb ik naar 4 van de 11 verschillende instanties in Twente mijn vragenlijsten mogen sturen en ben ik er bij 1 langs gegaan om mijn verhaal te doen en de vragenlijsten af te geven. Van de 36 vragenlijsten die zijn verstuurd heb ik er 21 terug gekregen in een vooraf geadresseerde en gefrankeerde enveloppe. Dit is een responspercentage van 58,33%. Omdat de groep vrouwen met een eetstoornis 21 mensen beslaat, bestaat ook de groep vrouwen zonder eetstoornissen uit 21 mensen.

Van de 25 delinquente mannen bleek dat het educatieniveau gemiddeld laag was en daarom is het grootste gedeelte van de niet-delinquente mannen verworven door langs bedrijven te gaan waar mensen werken die een ambachtsschool genoten hebben. De 25 vragenlijsten zijn allen geretourneerd.

Om te kijken of de groepen onderling met elkaar te vergelijken zijn volgen nu de baselinekarakteristieken van de onderzochte groepen:


Tabel 1 Basiskenmerken van de mannen en de vrouwen uitgedrukt in gemiddelden en standaarddeviaties




Mannen

N=50


Vrouwen

N=42


Leeftijd (jaren)

Nationaliteit (aantal / %)

Nederlandse

Italiaanse

Turkse

Educatieniveau (aantal / %)



Laag

Middel


Hoog

Niet bekend



31,70 ± 9.892
49 (98%)

0 (0%)


1 (2%)
16 (32%)

23 (46%)


3 (6%)

8 (16%)


30,12 ± 10,523
41 (97,6%)

1 (2,4%)


0 (0%)
3 (7,1%)

30 (71,5%)

9 (21,4%)

0 ( 0%)

Er zijn geen significante verschillen gevonden tussen mannen en vrouwen waardoor de groepen goed vergelijkbaar zijn.
Tabel 2 Basiskenmerken van de subgroepen delinquente mannen en niet-delinquente uitgedrukt in gemiddelden en standaarddeviaties





Delinquente mannen

N=25


Niet-delinquente mannen

N=25


Leeftijd (jaren)

Nationaliteit (aantal / %)

Nederlandse

Italiaanse

Turkse

Educatieniveau (aantal / %)



Laag

Middel


Hoog

Niet bekend



31,80 ± 9,372
24 (96%)

0 (0%)


1 (4%)
12 (48%)

9 (36%)


2 (8%)

2 (8%)


31,60 ± 10,579
25 (100%)

0 (0%)


0 (0 %)
4 (16%)

14 (56%)


1 (4%)

6 (24%)

Er zijn geen significante verschillen gevonden tussen delinquente mannen en niet-delinquente mannen waardoor de groepen goed vergelijkbaar zijn.
Tabel 3 Basiskenmerken van de subgroepen vrouwen met een eetstoornis en vrouwen zonder eetstoornis uitgedrukt in gemiddelden en standaarddeviaties





Vrouwen met een eetstoornis

N=21


Vrouwen zonder eetstoornis

N=21


Leeftijd (jaren)

Nationaliteit (aantal / %)

Nederlandse

Italiaanse

Turkse

Educatieniveau (aantal / %)



Laag

Middel


Hoog

Niet bekend



30,05 ± 8,930
21 (100%)

0 (0%)


0 (0%)
2 (9,5%)

15 (71,4%)

4 (19,1%)

0 (0%)


30,19 ± 12,135
20 (95,2%)

1 (4,8%)


0 (0%)
1 (4,8%)

15 (71,4%)

5 (23,8%)

0 (0%)

Er zijn geen significante verschillen gevonden tussen vrouwen met een eetstoornis en vrouwen zonder eetstoornis waardoor de groepen goed vergelijkbaar zijn.
Tabel 4 Basiskenmerken van de subgroepen vrouwen met een eetstoornis en delinquente mannen uitgedrukt in gemiddelden en standaarddeviaties





Vrouwen met een eetstoornis

N=21


Delinquente mannen

N=25


Leeftijd (jaren)

Nationaliteit (aantal / %)

Nederlandse

Italiaanse

Turkse

Educatieniveau (aantal / %)



Laag

Middel


Hoog

Niet bekend



30,05 ± 8,93
21 (100%)

0 (0%)


0 (0%)
2 (9,5%)

15 (71,4%)

4 (19,1%)

0 (0%)


31,80 ± 9,372
24 (96%)

0 (0%)


1 (4%)
12 (48%)

9 (36%)


2 (8%)

2 (8%)

Er zijn geen significante verschillen gevonden tussen de vrouwen met een eetstoornis en delinquente waardoor de groepen goed vergelijkbaar zijn.
Omdat de groepen ‘delinquente mannen’ en ‘niet delinquente mannen’ en ‘vrouwen met een eetstoornis’ en ‘vrouwen zonder eetstoornis’ niet normaal verdeeld zijn op opleidingsniveau en leeftijd is er gebruik gemaakt van de non-parametrische Mann-Whitney U toets (SPPS, 10.0). De groepen ‘mannen’ en ‘vrouwen’ zijn wel normaal verdeeld en zijn derhalve getoetst met een onafhankelijke t-toets (SPSS, 10.0). In onderstaande tabellen staan de uitkomsten van deze toetsen.
Tabel 5 Gemiddelden en standaarddeviaties van de score op de afzonderlijke componenten van de ESS en de depressieschaal van de SCL-90 van de subgroepen mannen en vrouwen





Mannen

N=50


Vrouwen

N=40


ESS

Karakter (range:12-48) **

Gedrag (range:9-36) **

Lichaam (range:4-16) **

Totale schaamte

(range:25-100) **


19,20 ± 7,85

15,02 ± 5,39

6,00 ± 2,99

40,42 ± 14,50

26,34 ± 11,68

20,43 ± 7,96

10,05 ± 4,79

57,43 ± 23,21





Mannen

N=50


Vrouwen

N=41


SCL-90

Depressie (range:16-80)


28,12 ± 11,68


31,44 ± 15,60



* p <0,05

** p <0,01


Op de karaktercomponent van de ESS werden significante verschillen gevonden tussen de mannen en vrouwen (p=0,001; CI 95% [-3,121;-11,329]). Ook op de gedragscomponent (p=0,000; CI 95% [-2,600;-8.210]), de lichaamscomponent (p=0,000; CI 95% [-2,410;-5,690]) en op de totale schaamte van de ESS (p=0,000; CI 95% [-9,053;-24,957]) werden significante verschillen gevonden tussen de mannen en de vrouwen.
Tabel 6 Mediaan van de score op de afzonderlijke componenten van de ESS en de depressieschaal van de SCL-90 van de subgroepen delinquente mannen en niet-delinquente mannen




Delinquente mannen

N=25


Niet-delinquente mannen

N=25


ESS

Karakter (range:12-48)**

Gedrag (range:9-36)**

Lichaam (range:4-16)*

Totale schaamte

19,00


16,00

5,00


43,00

16,00


12,00

4,00


33,00

(range:25-100)**







SCL-90

Depressie (range:16-80)**


33,00

21,00


* p <0,05

** p <0,01


Op de karaktercomponent van de ESS werden significante verschillen gevonden tussen de delinquente mannen en de niet-delinquente mannen (p=0,003) Ook op de gedragscomponent ( p=0,001), de lichaamscomponent (p=0,015) en op de totale schaamte van de ESS (p=0,001) werden significante verschillen gevonden tussen de delinquente mannen en de niet delinquente mannen. Ook op de depressieschaal van de SCL-90 zijn significante verschillen gevonden tussen deze twee groepen (p=0,000).
Tabel 7 Mediaan van de score op de afzonderlijke componenten van de ESS en de depressieschaal van de SCL-90 van de subgroepen vrouwen met een eetstoornis en vrouwen zonder eetstoornis




Vrouwen met een eetstoornis

N=20


Vrouwen zonder eetstoornis

N=20


ESS

Karakter (range:12-48)**

Gedrag (range:9-36)**

Lichaam (range:4-16)**

Totale schaamte

(range:25-100)**


35,00


28,00

15,00


76,00

17,00


14,00

6,00


36,50




Vrouwen met een eetstoornis

N=20


Vrouwen zonder eetstoornis

N=21


SCL-90

Depressie (range:16-80)**


45,00

20,00


* p <0,05

** p <0,01


Op de karaktercomponent van de ESS werden significante verschillen gevonden tussen de vrouwen met een eetstoornis en vrouwen zonder eetstoornis (p=0,000). Ook op de gedragscomponent ( p=0,000) de lichaamscomponent (p=0,000) en op de totale schaamte van de ESS (p=0,000) werden significante verschillen gevonden tussen de vrouwen met een eetstoornis en de vrouwen zonder eetstoornis. Ook op de depressieschaal van de SCL-90 zijn significante verschillen gevonden tussen deze twee groepen (p=0,000).
Tabel 8 Mediaan van de score op de depressieschaal van de SCL-90 van de subgroepen vrouwen met een eetstoornis en delinquente mannen




Vrouwen met een eetstoornis

N=20


Delinquente mannen

N=25


SCL-90

Depressie (range:16-80)


45,00

33,00

Discussie

De vier hypotheses zijn getoetst met het volgende resultaat:



  1. Vrouwen met een eetstoornis scoren significant hoger op de items van de ESS die gerelateerd zijn aan het lichaam, dan vrouwen zonder eetstoornis

  2. Mannen scoren significant lager dan vrouwen op de items van de ESS die gerelateerd zijn aan het lichaam.

  3. Vrouwen met een eetstoornis scoren significant hoger dan vrouwen zonder eetstoornis op de depressieschaal van de SCL-90.

  4. Delinquente mannen scoren niet significant lager op de depressieschaal van de SCL-90, dan vrouwen met een eetstoornis. Dit is tegengesteld aan onze verwachtingen vooraf.

We kunnen dus zeggen dat het model van Poulson (2000) door dit onderzoek wordt bevestigd, op het facet depressie na. Volgens Poulson hadden de vrouwen hoger moeten scoren op de depressieschaal dan mannen en hadden specifieker vrouwen met een eetstoornis hoger op de depressieschaal moeten scoren dan delinquente mannen. Uit de data-analyse blijkt dit ook wel, maar er is geen significant verschil. De oorzaak van het feit dat de vrouwen niet significant hoger scoren op de depressieschaal dan mannen ligt bij het feit dat de vrouwen met een eetstoornis niet significant hoger scoren dan delinquente mannen.

Delinquente mannen scoren significant hoger op depressie dan niet delinquente mannen, wellicht door het feit dat de delinquente mannen in detentie zaten ten tijde van het afnemen van de vragenlijsten. Een mogelijke verklaring zou zijn dat de mannen in detentie hun woede niet kwijt kunnen en daardoor depressieve gevoelens ontwikkelen. De score op depressieschaal van de SCL-90 stijgt doordat ze leven in onzekerheid over de straf die ze gaan krijgen en doordat ze vaak last hebben van slapeloosheid.

Wellicht zou er voor vervolg onderzoek een grotere groep delinquente mannen en vrouwen met een eetstoornis genomen moeten worden, om zo wel significante verschillen te verkrijgen.

Een uniek element van deze studie is dat er, voor zover bekend, nooit eerder onderzoek gedaan naar het verschil in schaamte tussen delinquente mannen en vrouwen met een eetstoornis.

De resultaten van dit onderzoek zouden gebruikt kunnen worden in een vervolgonderzoek naar bijvoorbeeld depressie bij mannen in detentie.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

  • Discussie

  • Dovnload 1.62 Mb.