Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Maandbericht uit Wenen

Dovnload 87.16 Kb.

Maandbericht uit Wenen



Datum18.07.2017
Grootte87.16 Kb.

Dovnload 87.16 Kb.


Maandbericht uit Wenen

ir. P. Damen


Landbouwraad

Mariahilferstrasse 121b/5

A-1060 Wien

Oostenrijk
Tel.: 0043-1-504 85 91

Fax: 0043-1-504 85 92

ambabelagriwien@via.at





Jaargang 2 – april 2004


INHOUD ~

  • Oostenrijk

  • MOEL

  • Tsjechië

  • Slowakije

  • Hongarije

  • Slovenië



eenOostenrijk

AGES : levensmiddelenzekerheid kost geld

Dierenbescherming wordt een nationale aangelegenheid

Wat doet de AMA nu eigenlijk ?

Een stijgende deelname aan milieuprogramma's

Boeren zonder ÖPUL-middelen in Oostenrijk

De boer betaalt nog steeds geen Cent voor BSE-tests

">Één op twee boerderijen in vrouwelijke hand


tweeMOEL

De oppervlaktepremies in de toetredingskandidaten

Wat kost de uitbreiding en kan men in de toetredende landen landbouwgronden kopen ?


drie Tsjechië

De producentenprijzen in de landbouwsektor nemen anno 2004 toe

Reeds 305 agrovoedingsprodukten van het "Klasa"-label voorzien

Konflikt omtrent varkensvleesprijzen

De fruitproducenten vrezen de import van enorme hoeveelheden appelen uit Polen

Tsjechië verbiedt de invoer van Slowaakse aardappelen wegens bruinrot


vier Slowakije

56,6 miljoen Euro verlies voor de Slowaakse boeren in 2003

Het gemiddeld maandloon in de landbouwsektor

Mengvoederproducenten in de penarie

De varkenshouders willen hogere varkensprijzen

Een 15de BSE-geval

Staatssteun voor de zuivelsektor

Gunstige kredieten voor de Slowaakse bergboeren


vijfHongarije

Einde van de boerenprotestakties


zes Slovenië

De varkenshouders eisen aktie van het eigen Landbouwministerie tegen de exportsteun in buurland Hongarije


ß

OOSTENRIJK - AGES : LEVENSMIDDELENZEKERHEID KOST GELD.
Bernhard Url, Zaakvoerder van het Oostenrijkse Agentschap voor de Gezondheid en Levensmiddelenzekerheid AGES, stelt dat de oprichting van het agentschap een stap in de goede richting is. De taakverdeling verloopt vlotter (geen overlappingen meer) waardoor de efficiëntie inzake voedingsaangelegenheden toenam. Door de oprichting van competentiecentra is het, volgens Url, gelukt de experten in een bepaald vakgebied op één plaats te concentreren en hierdoor de competentie en efficiëntie te verhogen. Niettemin vindt de zaakvoerder dat er in de nabije toekomst nog meer taken voor AGES zijn weggelegd, bvb. inzake risico-inschatting en communicatie. Dit is uiteraard verbonden met bijkomende kosten, zegt Url, "levensmiddelenzekerheid kost geld".
Taakoverlappingen wordt vermeden.
Bij de oprichting van AGES werden er 18 voormalige staatsonderzoekscentra m.b.t. levensmiddelenonderzoek, veterinaire aangelegenheden, geneeskunde en landbouw onder 1 dak samengebracht. Deze fusionering heeft economisch gezien een aantal positieve effekten. Taakoverlappingen, waarbij twee instellingen op twee verschillende plaatsen zich bvb. gelijktijdig met microbiologie bezighouden, worden vermeden. De medewerkers werden niet ingspaard, maar in een grotere groep samengebracht. In de vele vormalige kleinere instellingen was meestal maar 1 persoon voor een bepaalde taak voorzien. Wanneer die persoon ziek werd, lag dat onderzoek stil. Nu kan een andere medewerker met hetzelfde specialisme inspringen.
Competentiecentra met duidelijk omlijnde specialismen.
Door het samenbrengen van specialisten in competentiecentra worden de specialismen duidelijk omlijnd, wat het AGES dan weer transparanter en klantgeörienteerder maakt. Uiteraard gebeurt een dergelijke herstrukturering niet van vandaag op morgen. Het zal nog wel enkele jaren duren vooraleer dit alles op punt staat.
Nieuwe taken kosten geld.
Het AGES krijgt van de Oostenrijkse staat jaarlijks een basistoeslag van 56 miljoen Euro. De kosten belopen jaarlijks echter 80 miljoen Euro. Het verschil tussen deze beide sommen verdient het AGES door het, tegen betaling, uitvoeren van veterinair, landbouwkundig en geneeskundig onderzoek. Wat de levensmiddelensektor betreft wil het AGES onafhankelijk blijven. Hier kan het AGES geen opdrachten van firma's aanvaarden omdat het als onafhankelijk contole-orgaan fungeert. Toch wil het AGES op middellange termijn over een hoger budget kunnen beschikken om bijkomende taken te kunnen uitvoeren. Daarnaast stijgen de personeelskosten jaarlijks met 3,5%, terwijl de staatstoelage jaarlijks licht afneemt. "Momenteel werken we aan een document dat zal worden voorgelegd aan het Ministerie van Financiën waarin we een herziening vragen van de staatstoeslag aan het AGES", aldus URl, "en waarin we verduidelijken waarom het agentschap in de nabije toekomst voor bijkomende taken meer middelen nodig zal hebben".
Risicopreventie en transparantie.
Url wil het agentschap steeds meer in richting "preventie" laten evolueren, in plaats van achteraf de plooien te moeten gladstrijken. "De politiek is nog teveel bezig met de analyse van de jaarlijks genomen stalen om te zien hoe het met de levensmiddelenzekerheid is gesteld. Dit is fout. We moeten juist weg van de controle van het eindprodukt, om te evolueren naar een controle van de volledige keten van akker tot bord", zegt Url. Op langere termijn moeten de onderzoeksresultaten van het AGES volledig toegankelijk zijn voor het publiek.
Traceerbaarheid van levensmiddelen en voeders.
Op 1 janauri 2005 wordt de EU-wet m.b.t. de traceerbaarheid van levensmiddelen en voeders van kracht. Volgens Url zijn de Oostenrijkse boeren hierover te weinig geïnformeerd. Velen weten nog niet dat ze reeds bij de uitzaai aan die wet zullen moeten voldoen, en dat ze een administratie zullen moeten voeren over zaaigoed, inzet van pesticiden en/of gebruikte voeders. Het AGES wil zich daarom profileren als communicatieplatform inzake traceerbaarheid.
Terug naar overzicht



#

OOSTENRIJK - DIERENBESCHERMING WORDT EEN NATIONALE AANGELEGENHEID.
Reeds sedert jaar en dag was dierenbescherming in Oostenrijk een regionale aangelegenheid die in de verschillende Bundesländer anders was geregeld. Dit zorgde voor een onoverzichtelijke wirwar aan regionale wetteksten en regels die voor de buitenstaander (spreek "géén regionale specialist") onmogelijk te ontwarren was.
Op 16 maart 2004 kwam de Oostenrijkse Ministerraad, na jarenlange debatten en discussies hieromtrent, eindelijk op de proppen met een met meerderheid goedgekeurde nationale wet op de dierenbescherming. Deze moet nu enkel nog door het Oostenrijkse Parlement worden goedgekeurd.
Deze nieuwe wet regelt o.a. de toegelaten slachtmethoden en infrastrukturele voorwaarden voor de dierhouderij. Een belangrijk discussiepunt hierbij blijft het rituele slachten van dieren. Volgens de nieuwe wet mag enkel nog worden geslacht wanneer de dieren vóór de slachting of het bloedverlies worden verdoofd. Niettemin laat de wet het Oostenrijkse Ministerie voor Volksgezondheid (dat ook verantwoordelijk is voor veterinaire aangelegenheden) toe het rituele slachten in bepaalde periodes toe te laten. De Oostenrijkse Regering plant in dit kader nog verschillende gesprekken met de diverse religieuze gemeenschappen in het land.
Terug naar overzicht

&

OOSTENRIJK - WAT DOET AGRARMARKT AUSTRIA (AMA) NU EIGENLIJK ?
Agrarmarkt Austria (AMA) is de Oostenrijkse instelling die toeziet op de omzetting van de EU-landbouwmarktordeningen in eigen land. Daarnaast is het AMA verantwoordelijk voor de omzetting van alle steunprogramma's voor de Oostenrijkse landbouw. Zij verdeelt dus de gelden over de Oostenrijkse landbouwondernemingen. In 2003 bewerkte Agrarmarkt Austria 375.000 steunaanvragen en betaalde 1,7 miljard Euro steun aan 160.000 Oostenrijkse boeren.
Verder controleert de AMA het merken van de runderen en is verantwoordelijk voor de transparante opvolging en monitoring van het runderbestand (2,1 miljoen runderen in Oostenrijk). Daarnaast verspreidt de AMA regelmatig markt- en prijsberichten over de Oostenrijkse landbouwprodukten.
De marketingafdeling van Agrarmarkt Austria, de AMA Marketing GesmbH, heeft de opgave de PR en reclame voor Oostenrijkse agrovoedingsprodukten te verzorgen. Zij moet de consument overtuigen van de kwaliteit, versheid en herkomst van de produkten, om zo de afzet ervan te intensiveren. Hiervoor heeft AMA Marketing ook kwaliteitsprogramma's lopen waarbij vooral wordt gewerkt met het AMA-kwaliteitslabel en het AMA-biolabel. Zaakvoerder is momenteel de Heer Stephan Mikinovic.
Terug naar overzicht


³

OOSTENRIJK - EEN STIJGENDE DEELNAME AAN MILIEUPROGRAMMA'S VANWEGE DE BOEREN.
De Oostenrijkse boer is steeds meer geinteresseerd in het Oostenrijkse Programma voor een Milieuvriendelijke Landbouw (ÖPUL). In 2003 dienden 90% van alle Oostenrijkse boeren een aanvraag in voor deelname aan het ÖPUL-programma. In 1995 werd dit programma gedoteerd met 530 miljoen Euro, in 2003 was dit reeds 630 miljoen Euro.
De toenemende vraag voor deelname aan het ÖPUL-programma bewoog Agrarmarkt Austria ertoe een online ÖPUL-pagina te creëren die de deelnemende boer middels codewoord kan raadplegen. Hier kunnen de belangrijkste informatie en de belangrijkste documenten m.b.t. ÖPUL worden verkregen, ook buiten de diensturen. Naast een overzicht van de aanvraagtermijnen kan de boer hier ook formulieren, handleidingen en tips vinden. Daarnaast vindt hij er links naar de catalogus voor biobedrijfsmiddelen, de lijsten met toegelaten pesticiden, e.d. Ook de ontwikkeling van het ÖPUL-programma in Oostenrijk en de Bundesländer kan er worden nageslagen.

Terug naar overzicht


{

BOEREN ZONDER ÖPUL-MIDDELEN IN OOSTENRIJK.
Niet iedere Oostenrijkse boer beschikt over de alom geroemde ÖPUL-steun (middelen voor milieu- en diervriendelijke landbouw in het kader van het Oosterijkse milieuprogramma). Ongeveer 13% (of 19.600 boeren) van de 155.500 Oostenrijkse landbouwbedrijven namen anno 2002 niet deel aan het ÖPUL-programma.
Een aantal landbouwbedrijven zijn te klein voor deelname, andere zijn eigendom van een vereniging, hebben een te hoge dierenbezetting of hebben een maïs- en/of graanaandeel van meer dan 85% van de totale akkerbouwoppervlakte. Een klein aantal boeren wil uit vrije wil niet deelnemen aan het ÖPUL-programma (wegens de bindingsclausule van 5 jaar of omdat ze niet akkoord kunnen gaan met de voorwaarden).
Uit een onderzoek van het Instituut voor Land- en Bosbouweconomie, verbonden aan de Universiteit voor Bodemonderzoek te Wenen, blijkt dat 7.300 landbouwbedrijven niet voldeden aan de minimumgrootte (minstens 0,5 ha gebruikte landbouwoppervlakte bij bedrijven met minstens 0,25 ha speciale culturen of kruiden of minstens 0,1 ha beschermde aanbouw en minstens 2 ha voor alle andere landbouwbedrijven). De 12.300 landbouwbedrijven die qua grootte wel in aanmerking kwamen maar om andere redenen niet konden of wilden deelnemen verdelen zich naar grootte als volgt :

1,4% met een gebruikte landbouwoppervlakte (LN) van minder dan 2 ha,

45,7% met een LN van 2 tot 5 ha,

42,6% met een LN van 5 tot 20 ha,

10,3% met een LN van meer dan 20 ha.

Het Bundesland Steiermark telt de meeste niet-ÖPUL-deelnemers. Alles samen bewerken de niet-ÖPUL-deelnemers 122.103 ha, waarvan 70% akkers, 29% groenland en 1,3% wijngaarden en/of fruitgaarden).


Ongeveer 6.597 Oostenrijkse landbouwbedrijven zijn absolute ÖPUL-verweigeraars, zij voldoen aan de voorwaarden maar willen niet. Deze bedrijven zijn gemiddeld 8,2 ha LN groot. Het zijn vooral boerderijen met fruitaanplantingen en/of wijngaarden. Velen bouwen ook oliehoudende planten aan.
Van de Oostenrijkse landbouwbedrijven die niet deelnemen aan het ÖPUL-programma haalt 37% de minimumgrootte niet, 11% heeft een te hoge dierbezetting, 18% heeft een te groot graan- en/of maïsaandeel, en 34% voldoet weliswaar aan de voorwaarden maar wil niet.

Terug naar overzicht


ü
OOSTENRIJK - DE BOER BETAALT NOG STEEDS GEEN CENT VOOR BSE-TESTS.
De Oostenrijkse boer kan opgelucht ademhalen. De Oostenrijkse staat beslisste toch verder de Oostenrijkse BSE-tests te financieren, nadat er einde 2003 werd aan gedacht de middelen voor de tests in 2004 bij de boeren te gaan zoeken. De financiering van 330.000 BSE-tests zal in 2004 nu toch weer door Bund en Länder (50/50) worden gedragen.
Daarnaast slaagde de Oostenrijkse staat er in de testkosten, d.m.v. massieve druk op de farmaceutische industrie en de controlediensten, te drukken. Een test die oorspronkelijk 70 Euro kostte, kost nu nog 27 Euro. Hiervan betaalt de EU nog steeds 8 Euro. De overige 19 Euro betalen de Oostenrijkse Bund en de Länder.

Terug naar overzicht


>

OOSTENRIJK - ÉÉN OP TWEE BOERDERIJEN IN VROUWELIJKE HAND.
Op de internationale vrouwendag stelt het landbouwvaktijdschrift AIZ in haar uitgave van 8 maart 2004 dat nu reeds iedere tweede Oostenrijkse boerderij in vrouwenhand is. Vooral jonge vrouwen voelen zich in Oostenrijk geroepen de boerenstiel uit te voeren. In internationaal vergelijk zijn de Oostenrijkse boerinnen de jongste. Volgens de Vereniging van Oostenrijkse Boerinnen is dit vooral de verdienste van de Oostenrijkse regering die sociale zekerheden schiep voor de landbouwsektor. Bijvoorbeeld werd kort geleden het kindergeld voor boerinnen in Oostenrijk ingevoerd. Daarnaast werd de meetlat voor toegelaten bijverdiensten voor de Oostenrijkse boerinnen verhoogd. De boerinnen specialiseren zich vooral in direkte vermarkting en dienstverlening. Vooral de kinderen- en ouderenzorg op de boerderij en het hoevetoerisme kennen momenteel een ware "boom".

Terug naar overzicht


µ

MOEL – DE OPPERVLAKTEPREMIES ZULLEN IN DE EU-TOETREDINGSKANDIDATEN TUSSEN 26 EURO EN 80 EURO PER HA BEDRAGEN.
De boeren in de nieuwe EU-lidstaten zullen oppervlaktepremies tussen 26 Euro en 80 Euro per ha krijgen uit EU-middelen. Hiervoor moet een landbouwbedrijf minimum 1 ha groot zijn. Uitgezonderd hiervan is Cyprus; hier mogen ook landbouwbedrijven tussen 0,3 en 1 ha premies aanvragen. Ook de Hongaarse wijnboeren en fruitproducenten kunnen met minder dan 1 ha reeds rekenen op direkte betalingen.
Met uitzondering van Slovenië en Malta zullen alle nieuwe lidstaten de eenvoudige variante kiezen, waarbij de direkte betalingen een vast gemiddeld bedrag per ha bedragen. Dit is 25% van het gemiddelde van de EU-15 in 2004, verhoogd met de nationale opleg of "topping up". De Poolse boer krijgt anno 2004 44,5 Euro/ha, de Hongaarse 70,2 Euro/ha en de Tsjechische 57,3 Euro/ha. De hoogste oppervlaktepremie krijgt een boer uit Cyprus (80,8 Euro/ha), de laagste een boer uit Estland (26,8 Euro/ha).
De meeste nieuwe lidstaten willen dit verhogen met maximaal 30% uit eigen middelen, om zo op maximaal 55% van het EU15-gemiddelde te komen. De Oosteuropese boeren moeten niet direkt produceren; ze moeten vooral de landbouwoppervlaktes in een goede toestand houden. De premies zijn er ook niet, zoals in de EU15, gekoppeld aan de "Cross-Compliance".
Terug naar overzicht



´

MOEL - WAT KOST DE UITBREIDING EN KAN MEN IN DE TOETREDENDE LANDEN VANAF 1 MEI 2004 LANDBOUWGRONDEN KOPEN ?
De uitbreiding kost iedere EU-burger 26 Euro.
De uitbreiding van de EU van 15 op 25 lidstaten zal iedere EU-burger ongeveer 26 Euro kosten. Met de toetreding van de nieuwe lidstaten op 1 mei 2004 stijgt het aantal EU-burgers van 375 miljoen op 450 miljoen. Voor de nieuwe lidstaten verhoogt de EU-Commissie haar budget in 2004 met 11,771 miljard Euro. Dit bedrag verdeeld over 450 miljoen inwoners geeft een kostprijs van 26 Euro per EU-burger. Het EU-budget zal stijgen van 99,7 miljard Euro naar 111,3 miljard Euro.
Voor de aankoop van landbouwgronden in de meeste nieuwe lidstaten gelden overgangsregelingen.
Menige EU-boer vraagr zich af of hij vanaf 1 mei 2004 al landbouwgronden in de nieuwe EU-lidstaten zal kunnen kopen of pachten. Dit is in de meeste gevallen niet onmiddellijk mogelijk. Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Letland, Lithouwen en Estland konden hiervoor een overgangsperiode van 7 jaar in de wacht slepen. Polen kreeg zelfs een overgangsperiode van 12 jaar. In deze overgangsperiode kunnen de nieuwe EU-lidstaten de verkoop van landbouwgronden beperken of verbieden. Daarna kunnen ze een bijkomende periode van 3 jaar aanvragen. EU-boeren die ginds reeds pachtten vóór de uitbreiding zouden dit verder mogen doen.
Terug naar overzicht


²

TSJECHIË - DE PRODUCENTENPRIJZEN IN DE LANDBOUWSEKTOR NEMEN ANNO 2004 DUIDELIJK TOE.
De producentenprijzen in de Tsjechische landbouwsektor lagen in februari 2004 gemiddeld 13,4% hoger dan in februari 2003. Het Tsjechische Bureau der Statistieken meldt dat deze trend voornamelijk te wijten is aan de toename van de prijzen voor plantaardige produkten. Voor graan stegen de prijzen met 30,6%, voor aardappelen zelfs met 116,4%. De prijzen voor dierlijke produkten daalden daartegenover gemiddeld met 2,2%. Vooral de prijzen voor slachtvarkens (-15,1%) en biggen (-13,5%) daalden sterk. Ook de prijs voor melk (-1,4%) daalde lichtjes. De prijzen voor pluimvee, eieren en slachtrunderen stegen.
Terug naar overzicht


^

TSJECHIË - REEDS 305 AGROVOEDINGSPRODUKTEN VAN HET KWALITEITSLABEL "KLASA" VOORZIEN.
Tsjechië lanceerde midden 2003 het Tsjechische kwaliteitslabel "Klasa". Ondertussen pronkt het label reeds op 305 Tsjechische agrovoedingsprodukten. Deze produkten worden door 63 Tsjechische bedrijven geproduceerd. Begin maart kregen, tijdens de levensmiddelenbeurs SALIMA te Brno, 34 produkten het label toegekend.
Terug naar overzicht

}

TSJECHIË - KONFLIKT OMTRENT VARKENSVLEESPRIJZEN.
De verhoging van de prijzen voor varkensvlees op het door de producenten gevraagde minimum zorgt voor problemen in Tsjechië. De verbruikersorganisaties vrezen dat de verbruikersprijzen hierdoor de pan gaan uitswingen.
De varkensvleesproducenten konden een aankoopprijs van minimum 0,92 Euro per kg bedingen. Volgens de Tsjechische Vereniging van Vleesverwerkende Bedrijven zou de Tsjechische verbruikersprijs voor varkensvlees hierdoor toenemen met 10%, en ná 1 mei 2004 nog eens met 5%.
Vooral de Tsjechische Vereniging van varkensvleesproducenten Centroodbyt kon, na een strijd van 5 weken, de vleesverwerkende bedrijven zover krijgen de aankoopprijs te verhogen. Naast protesten van de varkensvleesproducenten, organiseerde Centroodbyt ook een leveringsstop aan de verwerkende bedrijven.
Het vleesverwerkende bedrijf Steinhauser stelt dat de hogere aankoopprijs uiteindelijk werd aanvaard omdat er van staatswege een exportsteun aan vast hangt die exporten naar Duitsland en Slowakije mogelijk maakt. Dit was volgens het bedrijf doorslaggevender dan de druk van de varkensvleesproducenten.
Terug naar overzicht


]

TSJECHIË - DE FRUITPRODUCENTEN VREZEN DE IMPORT VAN ENORME HOEVEELHEDEN APPELEN UIT POLEN.
De Tsjechische fruitproducenten kijken met argwaan uit naar de toetreding van hun land tot de EU. Zij vrezen dat vanaf dan goedkope Poolse appelen de Tsjechische markt zullen overspoelen. Als de reeds bestaande EU-lidstaten hun markten beschermen tegen de import van Poolse appelen, vreest de Voorzitter van de Tsjechische Fruitunie Jaroslav Muska zelfs een katastrofe voor zijn land. Polen produceert jaarlijks 2 miljoen ton appelen, en is hiermee naast China, de USA, Turkije, Italië, Rusland en Frankrijk wereldwijd één van de zeven grootste appelproducenten. In februari 2004 (1.900 ton) verdubbelde de Tsjechische import van appelen uit Polen reeds tegenover februari 2003, bij dalende importprijzen.

Terug naar overzicht


[

TSJECHIË VERBIEDT DE INVOER VAN SLOWAAKSE AARDAPPELEN WEGENS BRUINROT.
De Slowaakse fytosanitaire dienst voelt zich gekrenkt door het invoerverbod dat de Tsjechische kollega's einde februari uitvaardigden nadat ze in een Slowaakse partij aardappelen bruinrot vaststelden. Vooral het feit dat Tsjechië zich hierbij beroept op een nationale regelgeving die na 1 mei 2004 (datum van de toetreding) niet meer geldig is is de Slowaken in het verkeerde keelgat geschoten. Volgens de Slowaakse fytosanitaire dienst waren beide landen overeengekomen reeds sedert 1 januari 2004 de EU-spelregels voor de wederzijdse handel aan te wenden. Volgens de directeur van de Slowaakse Fytosanitaire Dienst, Josef Kotleb, zag Slowakije hierdoor af van restriktieve maatregelen tegenover aardappelimporten uit Tsjechië ondanks massieve gevallen van bruinrot.
Terug naar overzicht


§

SLOWAKIJE - 56,6 MILJOEN EURO VERLIES VOOR DE SLOWAAKSE BOEREN IN 2003.
De Slowaakse landbouwsektor boekte anno 2003 verliezen van in totaal 56,6 miljoen Euro (2,3 miljard Slowaakse Kronen). De opbrengsten van in totaal 53,3 miljard Slowaakse Kronen konden de uitgaven van in totaal 55,5 miljard Slowaakse Kronen niet goed maken. Slechts 40% van de Slowaakse landbouwbedrijven konden winst boeken.
Deze verliezen zijn voornamelijk te wijten aan de slechte weersomstandigheden in 2003 (strenge winter gevolgd door maandenlange aanhoudende droogte). Een verdere reden is de sterke daling van de varkensprijs tegenover 2002 (-20% à -25%).
In de jaren 2001 (opbrengsten 61,4 miljard SK tegenover uitgaven 60,8 miljard SK) en 2002 (opbrengsten 58,3 miljard SK tegenover uigaven 58,2 miljard SK) boekten de Slowaakse boeren nog milde winsten.
Terug naar overzicht


_

SLOWAKIJE - HET GEMIDDELD MAANDLOON IN DE LANDBOUWSEKTOR BEDRAAGT MOMENTEEL 309,30 EURO.
Boeren in Slowakije blijft een slechtbetaalde bezigheid. Het gemiddeld maandloon in de landbouwsektor bedroeg er in het vierde kwartaal van 2003 omgerekend 309,30 Euro. Dit is 22,5% onder het totale Slowaakse gemiddelde. Het meeste verdienen in Slowakije de medewerkers van financiële instellingen. Tegenover deze beroepskategorie verdient de Slowaakse boer zelfs 56,3% minder. Slechter betaald dan de boer zijn in Slowakije enkel nog medewerkers van sociale instellingen met gemiddeld 305 Euro per maand.
Terug naar overzicht


$

SLOWAKIJE - MENGVOEDERPRODUCENTEN IN DE PENARIE.
In 2003 daalde de Slowaakse mengvoederproduktie (1,28 miljoen ton) met 5% tegenover 2002. Vooral de daling van de pluimveemengvoederproduktie met 11% lag ver boven de gemiddelde produktiedaling. De Slowaakse Vereniging van Voederproducenten zoekt de reden hiervoor enerzijds in de sterke afname van de dierenbestanden, en anderzijds in de moeilijke positie van de sektor kort voor de EU-toetreding van het land. De dierlijke produktie is in Slowakije sedert ongeveer een jaar verlieslatend. Dit werd versterkt door een terugval van de graanproduktie in 2003 met 18% of 550.000 ton tegenover 2002. Dientengevolge steeg de graanprijs met 1/5, waardoor de mengvoeders duurder werden en de afzet ervan daalde.
Terug naar overzicht


°

SLOWAKIJE - DE VARKENSHOUDERS WILLEN HOGERE VARKENSPRIJZEN.
Een deel van de Slowaakse varkenshouders zijn bereid alle mogelijke middelen in te zetten om hogere prijzen voor hun varkens in de wacht te slepen. Tot nog toe bleven hun eisen zonder succes. De producentenprijs voor varkens bedraagt er momenteel 0,84 Euro per kg levend gewicht in de kwaliteitsklasse E. De boeren wensen hiervoor een prijs van 0,96 Euro per kg. De vleesindustrie ging hierop niet in. Ook van het compromisvoorstel van 0,91 Euro per kg levend gewicht wil de Slowaakse vleesindustrie niets horen. Zij halen liever goedkoper vlees uit het buitenland dan dat ze de eigen boeren meer betalen, stelt de Voorzitter van de Slowaakse Vereniging van Varkenshouders Andrej Imrich.
De problemen in de Slowaakse varkenshouderij zijn volgens het landbouwtijdschrift "Rolnickke Noviny" vooral te wijten aan een gebrek aan solidariteit onder de varkenshouders. Teveel producenten schikken zich nog in hun lot en accepteren de lagere prijzen, hopend dat hun situatie bij de toetreding van Slowakije tot de EU zal verbeteren. Het tijdschrift beweert tevens dat de Slowaakse varkensproducenten te weinig ruggesteun krijgen van het Slowaakse Ministerie van Landbouw. Het Landbouwministerie verwierp o.a. de vraag naar interventieaankopen van varkensvlees. Landbouwminister Zsolt Simon beloofde de varkenssektor weliswaar financiële middelen, maar noemde hiervoor geen datum en geen bedrag.
Terug naar overzicht


<

SLOWAKIJE - EEN 15DE BSE-GEVAL.
Een vierjarige koe uit het Zuidslowaakse Galanta stierf begin maart onmiddellijk na het kalven. Bij het onderzoek naar de doodsoorzaak testte het dier positief op BSE. Bijkomende tests gaven uitsluitsel.
Terug naar overzicht




SLOWAKIJE - STAATSSTEUN VOOR DE ZUIVELSEKTOR.
Het Slowaakse Landbouwministerie steunt de Slowaakse zuivelsektor kort voor de toetreding van het land tot de EU nog snel met 3,8 miljoen Euro. Hiermee wil Slowakije vooral zijn melkmarkt stabiliseren. De melkerijen krijgen een staatssteun van 3 Cent per liter verwerkte melk indien ze de melk bij de boeren aankopen voor minimum 23 Cent de liter. Sedert begin 2004 steunde Slowakije de melkmarkt reeds met 2,5 miljoen Euro, 85% hiervan als exportsteun.
Terug naar overzicht


+

GUNSTIGE KREDIETEN VOOR DE SLOWAAKSE BERGBOEREN.
Naar Oostenrijks voorbeeld (Bürges-Bank) besloot de Slowaakse bank "Slovenska zarucna banka" de Slowaakse bergboeren gunstige kredieten toe te kennen voor in totaal 21,6 miljoen Euro, met een rente van 5,1%. 2/3 van de middelen hiervoor stelt de bank zelf ter beschikking, 1/3 schiet het Slowaakse Ministerie van Landbouw voor.
Terug naar overzicht


`

HONGARIJE - EINDE VAN DE BOERENPROTESTAKTIES.
Na dagenlange Hongaarse boerenprotesten in februari ll. konden het Hongaarse Ministerie van Landbouw en de boerenverenigingen tot een compromis komen. Volgens Andras Dekany, spreker van het Landbouwministerie, zijn er buiten het maatregelenpakket van de Hongaarse Regering geen bijkomende punten overeengekomen. Wel kwam de regering tegemoet aan de eis van de boeren om de staatssteun aan de boeren uitdrukkelijk te garanderen. Het gaat hier om meerdere miljarden Forint steun aan de zuivel-, varkens- en pluimveesektoren.
De boeren krijgen, in het kader van voornoemd maatregelenpakket, een gegarandeerde melkprijs van 74 à 75 Forint de liter (ongeveer 29 Cent)en een verhoging van de subsidies nog vóór de EU-toetreding. Verder krijgen ze kredieten ten belope van 232 miljoen Euro. Om de afzet van de melk te verbeteren wil de Hongaarse Regering een melkaktie in de Hongaarse scholen starten. De BTW op melk wordt verlaagd tot op 15%.

Terug naar overzicht


|

SLOVENIË - DE VARKENSHOUDERS EISEN AKTIE VAN HET EIGEN LANDBOUWMINISTERIE TEGEN DE EXPORTSTEUN IN BUURLAND HONGARIJE.
Nadat buurland Hongarije zijn varkenssektor terug steunt met exportsubsidies, eisen de Sloveense varkenhouders onmiddellijke aktie van de eigen Regering. Indien deze er niet komt willen ze het eigen Landbouwministerie vervolgen wegens nalatigheid omdat niets wordt gedaan om de dumping-prijzen uit andere landen te counteren.
De Sloveense boerenverenigingen kwamen in een crisiszitting bijeen om een gemeenschappelijke strategie overeen te komen. In een schriftelijke stellingname stelden de Sloveense Landbouwkamer (KGZS) en de Sloveense Vereniging van Varkenshouders (GIZ Prasicereja) dat de varkensprijzen in Slovenië te laag zijn om de produktiekosten te dekken. Schuld hieraan zijn de globale recessie en het falen van de Sloveense instanties. De Sloveense varkenshouders zien in de Hongaarse beslissing om terug exportsubsidies in te voeren een strategie om de Sloveense varkensmarkt te veroveren.
De Sloveense Landbouwverenigingen stellen dat het Sloveense Landbouwministerie geen tijd meer te verliezen heeft, anders komt Slovenië met varkensvleesoverschotten te zitten. Naar hun mening betaalt Hongarije deze exportsubsidies aan zijn boeren om van zijn varkensvleesoverschotten af te komen vóór de EU-toetreding, en zodoende te ontsnappen aan de boete van 536 Euro/ton varkensvleesoverschot die vanaf dan aan de EU te betalen is.
Terug naar overzicht






Dovnload 87.16 Kb.