Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Maar aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd versterkt in zijn geloof en gaf Gode eer

Dovnload 18.61 Kb.

Maar aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd versterkt in zijn geloof en gaf Gode eer



Datum28.10.2017
Grootte18.61 Kb.

Dovnload 18.61 Kb.

Genade en Gods belofte

Maar aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd versterkt in zijn geloof en gaf Gode eer” (Rom. 4:20).

Genade heeft altijd met geloof te maken en met ontvangen zonder verdienste. Zo heeft genade ook altijd met Gods beloften te maken. Soms hoor je christenen klagen: “Ik heb het geprobeerd maar het werkt niet.” Vaak komt dit voort uit onkunde over hoe God Zijn beloften vervult. Er is namelijk een bepaalde houding nodig om Gods beloften te kunnen ontvangen. Gods beloften moeten ontvangen worden uit genade, door geloof en niet uit werken, opdat niemand kan roemen (Ef. 2:8,9). We hebben de neiging altijd voor iets te werken en te presteren, maar God vervult Zijn belofte niet door prestatie, eigen werk en streven. God vervult Zijn belofte als we rustend leren te vertrouwen op Hem, die in ons werkt.

Abraham probeerde door eigen werk de belofte te vervullen en verwekte Ismaël, maar God zei: “Stuur hem weg, want hij zal de erfgenaam niet zijn.” Abraham heeft Ismaël naar ‘het vlees’, naar zijn eigen kracht en natuur verkregen. Abraham verkreeg Isaac door geloof in Gods belofte en niet door ‘eigen werk’, maar door een ingrijpen van God; een wonder. Abraham geloofde God, vertrouwde op God, en hij verkreeg de gerechtigheid uit het geloof in Gods belofte (Rom. 4:1-3). Dus degene die niet ‘werkt’, maar zijn geloof vestigt op de levende God, die de goddeloze rechtvaardigt, die ontvangt van Hem (Rom. 4:5).

We zien in het verhaal van het leven van Abraham en Sara, dat God gewoon wacht totdat ze beiden niet meer in staat zijn kinderen te verwekken, opdat het voor ieder duidelijk zal zijn dat de belofte vervuld zou worden door Gods bovennatuurlijk ingrijpen. Isaak werd ontvangen uit genade door geloof.

En niet zwak in het geloof lette hij niet op zijn eigen al afgestorven lichaam, daar hij ongeveer honderd jaar oud was, en niet op het afgestorven zijn van de moederschoot van Sara; en hij twijfelde niet aan de belofte van God door het ongeloof, maar werd gesterkt in het geloof, terwijl hij God heerlijkheid gaf en ten volle verzekerd was, dat wat Hij beloofd heeft, Hij ook machtig is te doen” (Rom. 4:19-21 – Telos vertaling).

Abraham leerde niet te letten op wat onmogelijk was, maar om zijn geloofsoog te vestigen op de God bij wie alles mogelijk is. Hij is de God die de doden levend maakt en wat er niet is tot aanzijn roept (Rom. 4:17). Dit is de geloofshouding die God verlangt. Door deze houding werd Abraham versterkt in zijn geloof en leerde hij God te prijzen en te verheerlijken. Door dit gelovig danken en prijzen kreeg hij volle zekerheid dat God bij machte is wat Hij belooft ook te doen. We zien dat Abraham door de juiste geloofshouding zijn twijfel overwon en enorm groeide in zijn geloof tot de dag dat hij de belofte in vervulling zag gaan.

Het is alles uit kracht van het geloof, opdat ze het zouden wezen uit genade, en opdat de belofte aan heel het nageslacht verzekerd zou zijn: niet alleen aan hen, die uit de wet, maar ook aan hen, die uit het geloof van Abraham stammen. Hij is ons aller vader” (Rom. 4:16 – Canisius vertaling).

Om Gods belofte in vervulling te zien gaan is dus een geloofshouding nodig die niet alleen de belofte ontvangt, maar ook alles van God verwacht wat betreft de uitwerking van de belofte.

Zo vaak denken wij dat wij God een handje moeten helpen, terwijl God bij machte is Zelf de belofte te vervullen. We worden behouden door geloof, maar moeten ook leren te wandelen in geloof en te volharden in het geloof. In Psalm 127:2 staat dat God het immers Zijn beminden geeft in de slaap. Deze slaap staat voor de geloofsrust. We mogen volkomen vertrouwen dat God onze inspanning en werk niet nodig heeft. We kunnen volkomen vertrouwen op God en Zijn werk in en door ons. En vervolgens mogen we leren daarin mee te werken.

Want wie tot zijn rust is ingegaan, is ook zelf tot rust gekomen van zijn werken, evenals God van de zijne” (Hebr. 4:10).

Een paar voorbeelden

De Here God beloofde aan Adam dat Hij een hulp voor hem zou maken die bij hem zou passen. Toen Adam daarop alle dieren namen gaf, zag hij onder de dieren niemand die bij hem paste. Hoe vervulde God Zijn belofte in Adams leven? Hij deed Adam in een diepe slaap vallen en terwijl Adam sliep en niets presteerde en niet werkte, bouwde de Here uit een rib het mooiste wezen dat het universum kent: een vrouw. Toen Adam wakker werd zag hij zijn vrouw, en zij was precies de hulp die bij hem paste (Gen. 2:18-23). Ook hier zien we weer dit schitterende principe van genade. Het is niet via mensenwerk maar door de geloofsrust (slaap) dat God Zelf door Zijn kracht en werk de belofte vervult.

We vinden hetzelfde principe terug in Genesis 15:9-18. Hier zien we dat de Here God met Abram een verbond sloot, voordat God beloften gaf voor de toekomst. Maar voordat Hij Zijn verbond met hem sloot, viel er een diepe slaap op Abram. En in die slaap (geen eigen werk) sprak en werkte God. Ook hier zien we hetzelfde principe: het gebeurt door genade, door het geloof, niet uit werken.

Jakob was ook een mannetje dat het zelf wel kon en God zo nodig een handje moest helpen. Daarbij schroomde hij niet te liegen en zijn vader te bedriegen. Jakob was een echte mannetjesputter die altijd alles heel graag onder eigen controle hield. Door al zijn bedrog moest Jakob vluchten en bereikte een plaats waar hij bleef overnachten, omdat de zon ondergegaan was. Zo wacht God vaak ook bij ons totdat we aan het eind komen van onszelf en onze eigen kracht, totdat ‘de zon ondergaat’ in ons leven. Toen viel Jakob in slaap. Hij droomde en God kon Zijn werk doen. Jakob had alles verziekt, was op de vlucht en moest zijn hele familie achterlaten. Jakob had niets verdiend, maar door het principe van genade bevestigde God aan hem de belofte die Hij aan Abraham had gedaan: “met uw nageslacht zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden” (Gen 28:14). De Here geeft hem in zijn slaap heerlijke beloften en bovenal de belofte van Zijn aanwezigheid: “en zie, Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, en Ik zal u wederbrengen naar dit land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik u heb toegezegd”. Toen Jakob uit zijn slaap ontwaakte, zei hij: “Waarlijk, de HERE is aan deze plaats, en ik heb het niet geweten. En hij vreesde en zeide: Hoe ontzagwekkend is deze plaats. Dit is niet anders dan een huis Gods, dit is de poort des hemels” (Zie Gen. 28:11-17).

Ook in dit verhaal zien we het principe van de geloofsrust (slaap). God geeft Zijn beloften, wij reageren hier niet op door werken maar door geloofsvertrouwen in Zijn genadewerk in en door ons. God is bij machte te doen wat Hij beloofd heeft en wij ontvangen dit uit genade door het geloof.

Door vertrouwen in Hem geven we Hem de ruimte Zijn werk in ons te voleindigen. Daarom wordt ons succes in het leven niet bepaald door wat wij doen, maar door de juiste dingen te geloven.

Leg uw leven in de handen van de HEER, vertrouw op hem, Hij zal het voor u doen” (Ps. 37:5).

Hiervan toch ben ik ten volle overtuigd, dat Hij, die in u een goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten, tot de dag van Christus Jezus” (Fil. 1:6).



Vragen:

  • Waarin herkent u in uw eigen leven de neiging God een handje te helpen?

  • Waarom is het zo moeilijk voor de mens de controle over iets los te laten?

  • Omschrijf waarom succes in het leven vooral bepaald wordt door de juiste dingen te geloven.


  • Een paar voorbeelden

  • Dovnload 18.61 Kb.